Bosch PIB375FB1E, tekst van de handleiding
Pagina's 2–9 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 10 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.
Inhoudsopgave
| 1 | Veiligheid ................................................................. 2 | 10 | Individuele veiligheidsuitschakeling ................ |
|---|---|---|---|
| 2 | Materiële schade voorkomen ................................. 4 | 11 | Basisinstellingen ................................................ |
| 3 | Milieubescherming en besparing .......................... 5 | 12 | Kookgerei-test .................................................... |
| 4 | Geschikt kookgerei ................................................. 5 | 13 | Reiniging en onderhoud .................................... |
| 5 | Uw apparaat leren kennen ...................................... 6 | 14 | Storingen verhelpen ........................................... |
| 6 | De Bediening in essentie ........................................ 7 | 15 | Afvoeren .............................................................. |
| 7 | Tijdfuncties .............................................................. 9 | 16 | Servicedienst ...................................................... |
| 8 | PowerBoost ............................................................. 9 | 17 | Testgerechten ..................................................... |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 2)
9 Kinderslot ............................................................... 10
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Definitie van de signaalwoorden
Hier vindt u de betekenis van de in deze handleiding gebruikte signaalwoorden.
WAARSCHUWING
Neem deze aanwijzingen in acht om mogelijk ernstig of dodelijk letsel te vermijden.
LET OP
Neem deze aanwijzingen in acht om schade aan het apparaat of andere materiële schade te vermijden.
Opmerking: Dit wijst u op belangrijke informatie.
1.2 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de apparaatpas en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.3 Bestemming van het apparaat
Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
Gebruik het apparaat niet:
met een externe timer of een separate afstandsbediening. Dit geldt niet voor het geval dat de werking middels de door EN 50615 genoemde apparaten wordt uitgeschakeld.
Als u een actief, geïmplanteerd medisch apparaat (zoals een pacemaker of defibrillator) draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet aan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN 45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 is geselecteerd, geïmplanteerd en geprogrammeerd. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan en er bovendien non-ferro pannen met non-ferro handgrepen worden gebruikt, kan deze inductiekook-
Pagina 3
Veiligheid nl
plaat zonder bezwaar worden gebruikt, mits dit natuurlijk op de juiste wijze gebeurt.
1.4 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.5 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.
- Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uit het oog.
- Nooit proberen om een vuur met water te blussen, maar het apparaat uitschakelen en dan de vlammen bijv. met een deksel of een blusdeken afdekken.
Het kookvlak wordt erg heet.
- Nooit brandbare voorwerpen op het kookvlak of in de directe omgeving leggen.
- Nooit voorwerpen op het kookvlak bewaren. Het apparaat wordt heet.
- Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat ongelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door oververhitting, in brand vliegen of ontploffende materialen.
- Dek de kookplaat niet af.
Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofdschakelaar uitschakelen.
- Niet wachten tot de kookplaat automatisch uitschakelt omdat er zich geen potten en pannen meer op bevinden.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
- Er moet toezicht worden gehouden op het kookproces. Een korte procedure moet permanent worden gecontroleerd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een eventueel aanwezig kookplaatframe.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot ongevallen leiden.
- Nooit kookplaatbeschermroosters gebruiken. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat.
- Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Is het oppervlak gescheurd, dan het apparaat uitschakelen om een mogelijke elektrische schok te vermijden. Hiervoor het apparaat niet aan de hoofdschakelaar, maar via de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de klantenservice. Pagina 14
3
Pagina 4
nl Materiële schade voorkomen
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabelisolatie van elektrische apparaten smelten.
- Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elektrische apparaten nooit in contact komt met hete onderdelen van het apparaat.
Contact van metalen voorwerpen met de zich aan de onderkant van de kookplaat bevindende ventilator kan leiden tot een elektrische schok.
- Bewaar geen lange, puntige metalen voorwerpen in de lade onder de kookplaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone, kunnen kookpannen plotseling omhoog springen.
- Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
- Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting.
- De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld.
- Gebruik alleen hittebestendige vormen. Een apparaat met een gebarsten of gebroken oppervlak kan tot snijwonden leiden.
- Het apparaat niet gebruiken als het oppervlak ervan gebarsten of gebroken is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
2 Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Bereiden zonder toezicht. | Het bereidingsproces in de gaten houden. |
| Vlekken, defecten | Gemorste levensmiddelen, vooral diegene met hoog suikergehalte. | Onmiddellijk met een schraper voor vitrokeramische kookplaat verwijderen. |
| Vlekken, defecten of breuken in het glas | Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten emaille of kookgerei met koperen- of aluminiumbodem. | Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede conditie is. |
| Vlekken, verkleuringen | Ongeschikte reinigingsmethoden. | Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die geschikt zijn voor glaskeramiek en reinig de kookplaat alleen wanneer deze koud is. |
| Defecten of breuken in het glas | Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires of andere harde of scherpe voorwerpen. | Bij het koken niet tegen het glas stoten of voorwerpen op de kookplaat laten vallen. |
| Krassen, verkleuringen | Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van de pan op de kookplaat. | Kookgerei controleren. Kookgerei bij het verplaatsen optillen. |
| Krassen | Zout, suiker of zand. | Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets op te zetten of als werkvlak. |
| Schade aan het apparaat! | Koken met diepgevroren kookgerei. | Nooit bevroren kookgerei gebruiken. |
| Schade aan de pan of aan het apparaat | Koken zonder inhoud. | Nooit een pan zonder inhoud op een hete kookzone plaatsen of verhitten. |
| Glasbeschadigingen | Gesmolten materiaal op de hete kookzone of hete deksels van pannen op het glas. | Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen kunststof containers of pandeksels op de kookplaat leggen. |
| Oververhitting | Heet kookgerei op het bedieningspaneel of op het kader. | Plaats heet kookgerei nooit op deze gebieden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 4)
4
Pagina 5
Milieubescherming en besparing nl
LET OP
Deze kookplaat beschikt aan de onderkant over een ventilator.
- Als er zich onder de kookplaat een lade bevindt, bewaar daarin dan geen kleine of scherpe voorwerpen, geen papier en geen theedoeken. Deze voorwerpen
kunnen aangezogen worden en de ventilator beschadigen of de koeling belemmeren.
- Tussen de inhoud van de lade en de ventilator-ingang moet een minimale afstand van 2 cm worden aangehouden.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.
Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.
Glazen deksel gebruiken.
Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.
Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand. Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
4 Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een ferromagnetische bodem hebben, dus door een magneet worden aangetrokken, en verder moet de bodem even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookgerei
op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats dan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvolgende kleinere diameter.
4.1 Grootte en kenmerken van het kookgerei
Om het kookgerei correct te herkennen, moet u met de grootte en het materiaal van het kookgerei rekening houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad zijn.
Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei geschikt is.
| Kookgerei | Materialen | Eigenschappen |
|---|---|---|
| Aanbevolen kookgerei | Roestvaststalen kookgerei met sandwich-bodem welke de warmte goed verdeelt. | Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig, warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. |
| Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer, of speciale pannen voor inductie van edelstaal. | Dit kookgerei warmt snel op en wordt veilig herkend. | |
| Geschikt | De bodem is niet volledig ferromagnetisch. | Als de diameter van het ferromagnetische oppervlak kleiner is dan de bodem van het kookgerei, warmt alleen het ferromagnetische oppervlak op. Daardoor verdeelt de warmte niet gelijkmatig. |
Pagina 6
nl Uw apparaat leren kennen
| Kookgerei | Materialen | Eigenschappen |
|---|---|---|
| Kookgereibodems met aluminiumaandeel. | Deze bodems van het kookgerei verkleinen het ferromagnetische oppervlak, waardoor minder vermogen aan het kookgerei wordt afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen onvoldoende of helemaal niet worden herkend en daarom ook onvoldoende worden verwarmd. | |
| Niet geschikt | Kookgerei van normaal dun staal, glas, aardewerk, koper of aluminium. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Opmerkingen
Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe geen adapterplaten.
Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit kunnen raken.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-
ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
5.2 Bedieningspaneel
Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwijken van de illustratie.
Opmerkingen
Zorg ervoor dat het bedieningspaneel altijd schoon en droog is.
Plaats geen kookgerei in de buurt van de displays en sensoren. De elektronica kan oververhit raken.
Keuzesensoren
Wanneer de kookplaat opwarmt, lichten de symbolen van de knoppen op die op dat moment beschikbaar zijn.
| Sensor | Functie |
|---|---|
| Hoofdschakelaar | |
| Kookzone kiezen | |
| Instelbereik | |
| PowerBoost | |
| Timerfuncties / Kinderslot |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Afhankelijk van de status van de kookplaat lichten ook de indicatoren voor de kookzones en de verschillende geactiveerde en beschikbare functies op.
5.3 Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn be-
Pagina 7
De Bediening in essentie nl
schreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.
A
B
| Gebied | Hoogste kookstand | |
|---|---|---|
| Ø 14,5 cm | Vermogensstand 9 PowerBoost | 1.400 W 2.200 W |
| Ø 21 cm | Vermogensstand 9 | 2.200 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
| Gebied | Hoogste kookstand | |
|---|---|---|
| PowerBoost | 3.700 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
5.4 Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u kookt:
Gebied Type kookzone
Kookzone van één enkele kring
5.5 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.
| Indicatie | Betekenis |
|---|---|
| De kookzone is heet. | |
| De kookzone is warm. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
6 De Bediening in essentie
6.1 Kookplaat inschakelen
aanraken.
Er klinkt een signaal en de indicatie naast De kookplaat is klaar voor gebruik.
brandt.
ReStart
- Wanneer u het apparaat binnen 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in werking met de vorige instellingen.
6.2 De kookplaat uitschakelen
aanraken tot de indicaties doven. Alle kookzones zijn uitgeschakeld.
Opmerking: Wanneer alle kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kookplaat uit.
6.3 De vermogensstand in de kookzones instellen
De kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven. Kies de voor het product en het geplande bereidingsproces de meest geschikte vermogensstand.
- 1. Raak aan om de kookzone te kiezen.
brandt en daaronder .
- 2. Selecteer de gewenste vermogensstand in het instelgebied.
De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
QuickStart
- Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op de kookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelen herkend en wordt de betreffende kookzone automatisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 seconden de vermogensstand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.
Vermogensstand wijzigen of kookzone uitschakelen
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Kies in het instelbereik de gewenste kookstand of op instellen.
De kookstand van de kookzone wijzigt of de kookzone schakelt uit en de restwarmte-indicatie verschijnt.
6.4 Kooktips
Wanneer u puree, romige soepen of dikvloeibare sauzen opwarmt, deze af en toe omroeren.
Om voor te verwarmen, kookstand 8-9 instellen. Wanneer u bereidt met deksel, de kookstand verlagen zodra er stoom vrijkomt. Het bereidingsresultaat wordt door het vrijkomen van stoom niet beïnvloed. Doe na het bereiden een deksel op het kookgerei, totdat u het gerecht serveert.
Houd voor het bereiden met de snelkookpan de aanwijzingen van de fabrikant aan.
Levensmiddelen niet te lang bereiden, voor het behoud van de voedingswaarde. Met de kookwekker kunt u de optimale bereidingstijd instellen.
Zorg ervoor dat de olie niet rookt.
Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaar en in kleine porties aanbraden.
Sommige pannen kunnen bij het bereiden hoge temperaturen bereiken. Gebruik daarom pannenlappen. Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden onder "Energie besparen", Pagina 5
7
Pagina 8
nl De Bediening in essentie
Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Chocolade, couverture | 1 - 1. | - |
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden | ||
| Eenpansgerecht, bijv. linzenschotel | 1. - 2 | - |
| Melk ¹ | 1. - 2. | - |
| Gekookte worstjes ¹ | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Goulash, diepvries | 3 - 4 | 35 - 55 |
| Gaarstoven, zachtjes laten koken | ||
| Aardappelballetjes ¹ | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Vis ¹ | 4 - 5 | 10 - 15 |
| Witte sauzen, bijv. bechamelsaus | 1 - 2 | 3 - 6 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2. - 3. | 15 - 30 |
| Rijstepap ² | 2 - 3 | 30 - 40 |
| Aardappelen in schil | 4. - 5. | 25 - 35 |
| Gekookte aardappelen | 4. - 5. | 15 - 30 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Eenpansgerecht | 3. - 4. | 120 - 180 |
| Soepen | 3. - 4. | 15 - 60 |
| Groente | 2. - 3. | 10 - 20 |
| Groente, diepvries | 3. - 4. | 7 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan | 4. - 5. | - |
| Sudderen | ||
| Rolgebraad | 4 - 5 | 50 - 65 |
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulash ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Sudderen / braden met weinig vet ¹ | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Schnitzel, diepvries | 6 - 7 | 6 - 12 |
| Koteletten, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 12 |
| Steak (3 cm dik) | 7 - 8 | 8 - 12 |
| Filet van gevogelte, 2 cm dik | 5 - 6 | 10 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
1 Zonder deksel
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
8
| Borst van gevogelte, diepvries | 5 - 6 | 10 - 30 |
|---|---|---|
| Gehaktballen (3 cm dik) | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, ongepaneerd | 5 - 6 | 8 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Vis, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks | 6 - 7 | 8 - 15 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Pangerechten, groente, vlees in reepjes op Aziatische wijze | 7 - 8 | 15 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Pannenkoeken, na elkaar bakken | 6. - 7. | - |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3. - 4. | 3 - 10 |
| Spiegeleieren in olie | 5 - 6 | 3 - 6 |
| Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren ¹ | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets | 8 - 9 | - |
| Kroketten, diepvries | 7 - 8 | - |
| Vlees, bijv. stukken kip | 6 - 7 | - |
| Vis, gepaneerd of in bierdeeg | 6 - 7 | - |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg | 4 - 5 | - |
Pagina 9
Tijdfuncties nl
7 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende functies voor het instellen van de bereidingstijd:
Uitschakeltimer Timer
Count-up timer
7.1 Uitschakeltimer
Met deze functie kunt u een bereidingstijd voor één of meer kookzones programmeren. Na het verstrijken van de tijd schakelt de kookzone automatisch uit.
Uitschakeltimer inschakelen
- 1. Kookzone en vermogensstand kiezen.
- 2. twee keer aanraken.
van de kookzone brandt.
- 3. Stel binnen de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste bereidingstijd in.
- Om een bereidingstijd van minder dan 10 minuten in te stellen, dient u altijd 0 aan te raken voordat u de gewenste waarde kiest.
De bereidingstijd begint af te lopen.
Na het verstrijken van de bereidingstijd klinkt een signaal.
- 4. Raak aan.
De indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen
- 1. Raak tweemaal aan en kies aansluitend de kookzone.
- 2. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de bereidingstijd wijzigen of op instellen.
7.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Timer inschakelen
- 1. meerdere keren aanraken tot brandt.
Op het display brandt .
- 2. Stel in het instelbereik de gewenste tijd in.
De tijd begint af te lopen.
Na het verstrijken van de bereidingstijd klinkt een signaal.
- 3. Raak aan.
De indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt.
Timer wijzigen of uitschakelen
- 1. meerdere keren aanraken tot brandt.
- 2. In het instelbereik de tijd wijzigen of op instellen, om de tijd te wissen.
Timer wijzigen of uitschakelen
- 1. meerdere keren aanraken tot brandt.
- 2. In het instelbereik de tijd wijzigen of op instellen, om de tijd te wissen.
7.3 Count-up timer
De stopwatchfunctie geeft de tijd weer die sinds de activering is verstreken.
Schakel Count-up timer in
- 1. Raak aan.
Op het display branden en .
- 2. Raak vervolgens een willekeurig symbool in het instelgebied aan.
De tijd begint af te lopen.
Schakel Count-up timer uit
- 1. Raak aan.
- 2. Raak vervolgens een willekeurig symbool in het instelgebied aan.
De indicaties van de looptijdprogrammeerfunctie gaan uit.
De functie is uitgeschakeld.
8 PowerBoost
Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.
Anders knipperen in de indicatie van de gekozen kookzone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteld zonder de functie te activeren.
8.1 PowerBoost inschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Raak aan.
brandt.
De functie is ingeschakeld.
8.2 PowerBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Raak aan.
wordt niet langer weergegeven. In de kookzone brandt .
De functie is uitgeschakeld.
Opmerking: Om de elektronica-elementen binnenin de kookplaat te beschermen, schakelt deze functie onder bepaalde omstandigheden automatisch uit.