Bosch PIE695B15E, tekst van de handleiding
Pagina's 11–22 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 11
Kapregeling nl
| Gaarstoven, zachtjes laten koken | ||
|---|---|---|
| Aardappelballetjes ¹ | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Vis ¹ | 4 - 5 | 10 - 15 |
| Witte sauzen, bijv. bechamelsaus | 1 - 2 | 3 - 6 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2. - 3. | 15 - 30 |
| Rijstepap ² | 2 - 3 | 30 - 40 |
| Aardappelen in schil | 4. - 5. | 25 - 35 |
| Gekookte aardappelen | 4. - 5. | 15 - 30 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Eenpansgerecht | 3. - 4. | 120 - 180 |
| Soepen | 3. - 4. | 15 - 60 |
| Groente | 2. - 3. | 10 - 20 |
| Groente, diepvries | 3. - 4. | 7 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan | 4. - 5. | - |
| Sudderen | ||
| Rollade | 4 - 5 | 50 - 65 |
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulash ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Sudderen / braden met weinig vet ¹ | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Schnitzel, diepvries | 6 - 7 | 6 - 12 |
| Koteletten, al dan niet gepaneerd 1 Zonder deksel 2 Voorverwarmen op kookstand 8 | 6 - 7 - 8. | 8 - 12 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
| Steak (3 cm dik) | 7 - 8 | 8 - 12 |
|---|---|---|
| Borst van gevogelte (2 cm dik) | 5 - 6 | 10 - 20 |
| Borst van gevogelte, diepvries | 5 - 6 | 10 - 30 |
| Gehaktballen (3 cm dik) | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, ongepaneerd | 5 - 6 | 8 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Vis, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks | 6 - 7 | 8 - 15 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Pangerechten, groente, vlees in reepjes op Aziatische wijze | 7 - 8 | 15 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Pannenkoeken, na elkaar bakken | 6. - 7. | - |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3. - 4. | 3 - 10 |
| Spiegeleieren | 5 - 6 | 3 - 6 |
| Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren¹ | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets | 8 - 9 | - |
| Kroketten, diepvries | 7 - 8 | - |
| Vlees, bijv. stukken kip | 6 - 7 | - |
| Vis, gepaneerd of in bierdeeg | 6 - 7 | - |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg 1 Zonder deksel 2 Voorverwarmen op kookstand 8 | 4 - 5 - 8. | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
9 Kapregeling
Met de kapregeling kunt u het in het kookvlak geïntegreerde hoogefficiënte afvoerluchtsysteem regelen.
9.1 Handmatige ventilatieregeling
U kunt de ventilatiestand handmatig besturen. Opmerking: Bij hoge pannen kan geen optimale afzuigprestatie worden gegarandeerd. U kunt de afzuig-prestaties door een schuin geplaatste deksel verbeteren.
Handmatige ventilatieregeling activeren
- 1. aanraken.
De ventilatie start met de vooringestelde vermogensstand.
- 2. Kies in de volgende 10 seconden de gewenste vermogensstand met de symbolen en .
- De vermogensstand is verlicht.
Opmerking: Wanneer u een bereidingstijd of timer-tijd heeft ingesteld, aanraken om de ventilatiestand te bekijken.
Handmatige ventilatieregeling wijzigen of deactiveren
- 1. aanraken.
- 2. De gewenste vermogensstand kiezen of met de symbolen en op instellen.
9.2 Intensief ventilatiestand
Het apparaat beschikt over een intensief-ventilatiestand. Wanneer u de intensief-ventilatiestand activeert, werkt de ventilatie korte tijd met maximaal vermogen.
Intensief ventilatiestand activeren
- 1. aanraken.
Pagina 12
nl Tijdfuncties
- 2. De vermogensstand selecteren en vervolgens aanraken.
De indicatie brandt.
- De intensiefstand is geactiveerd.
Opmerking: Na ca. 8 minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de vermogensstand .
Intensief ventilatiestand wijzigen of deactiveren
- 1. aanraken.
- 2. De gewenste vermogensstand kiezen of met de symbolen en op instellen.
9.3 Automatische start voor de ventilatie
Wanneer u voor een kookzone een kookstand kiest, dan schakelt de automatische start in.
De ventilatie start op de bijbehorende vermogensstand. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 13.
9.4 Naloopfunctie voor de ventilatie
De naloopfunctie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen van de kookplaat enkele minuten draaien. Zo verwijdert het de nog aanwezige kookdamp. Daarna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.
Ventilatornaloop activeren
De nalooptijd wordt standaard met een maximale uitschakeltijd geactiveerd.
Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 13.
Opmerking: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut werd ingeschakeld.
Ventilatornaloop deactiveren
Handmatig
Wanneer u aanraakt, deactiveert u de functie.
Automatisch
Het apparaat deactiveert de naloopfunctie wanneer:
- De nalooptijd is afgelopen.
- U het apparaat weer inschakelt.
10 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:
- Uitschakeltimer
- Timer
10.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering mogelijk van een bereidingstijd voor en kookzone en de automatische uitschakeling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.
Bereidingstijd programmeren
- 1. Kies de kookzone en de gewenste vermogensstand.
- 2. Tik op .
- De indicatie van de kookplaat brandt.
- 3. Kies de bereidingstijd met of .
- De tijd begint af te lopen.
Opmerking: U kunt voor alle kookzones automatisch dezelfde bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u onder → "Basisinstellingen", Pagina 13.Meer informatie vindt u onder .
11 PowerBoost
Met de PowerBoost-functie kunt u grote hoeveelheden water sneller verwarmen dan met de kookstand . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.
Bereidingstijd wijzigen of wissen
- 1. De kookplaat kiezen.
- 2. Op tippen.
- 3. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of op instellen.
of tippen
10.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
.
Kookwekker instellen
- 1. Kies de kookzone en tik tweemaal op naast brandt.
- 2. Kies de gewenste tijd met of .
- De tijd loopt af.
Kookwekkertijd wijzigen of wissen
- 1. Raak meerdere malen aan, totdat de indicatie naast brandt.
- 2. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen of op instellen.
Pagina 13
Kinderslot nl
Anders knipperen in de indicatie van de gekozen kookzone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteld zonder de functie te activeren.
- 2. De kookstand kiezen en vervolgens het symbool aanraken. De indicatie licht op.
- De functie is geactiveerd.
11.2 Powerboost-functie deactiveren
11.1 PowerBoost-functie activeren
- 1. De kookzone kiezen.
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Raak het symbool aan. De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
- De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Onder bepaalde omstandigheden kan de PowerBoost-functie automatisch uitschakelen, ter bescherming van de elektronica-elementen binnenin de kookplaat.
12 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.
12.1 Kinderslot inschakelen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- Gedurende 4 seconden aanraken.
- De indicatie naast brandt gedurende 10 seconden.
- De kookplaat is geblokkeerd.
12.2 Kinderslot uitschakelen
- Gedurende 4 seconden aanraken.
- De blokkering is opgeheven.
12.3 Automatisch kinderslot
De kookplaat is voorzien van een automatisch kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.
Activeren en deactiveren
Meer informatie over het kinderslot kunt u vinden onder → "Basisinstellingen", Pagina 13.
13 Individuele veiligheidsuitschakeling
Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de instelling niet veranderd, dan wordt de automatische uitschakeling geactiveerd. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerde vermogensstand af.
Druk op een willekeurige button.
14 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot | - Handmatig.¹ Automatisch. – Uitgeschakeld | |
| Akoestische signalen | – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Automatisch uitschakelen van de kookzones. | - uitgeschakeld.¹ - - Tijd tot het automatisch uitschakelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
1 Fabrieksinstelling
Pagina 14
nl Basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Duur van het timer-einde-geluidssignaal | – 10 seconden ¹ – 30 seconden - 1 minuut | |
| Vermogensbegrenzing Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen. | - Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat 1. - 1000 W. Laagste stand. . - 1500 W. ... - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. . - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. - 4000 W. . - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. ... - Maximaal vermogen van de kookplaat. | |
| Keuzetijd van de kookzone | - Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone instellen zonder deze opnieuw te selecteren.¹ - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren. | |
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren. | - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen. | - Luchtcirculatie configureren.¹ - Luchtafvoer configureren. | |
| Automatische start instellen | - Uitgeschakeld. – Ingeschakeld¹ | |
| Naloop instellen Wanneer uw kookplaat werkt met afvoerluchtfunctie, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 6 minuten met de vermogensstand in. Wanneer uw kookplaat met de circulatieluchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 30 minuten met de vermogensstand in. De naloopfunctie schakelt zich na het verstrijken van deze tijd automatisch uit. | - Uitgeschakeld. - Ingeschakeld ¹: | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
1 Fabrieksinstelling
14.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Raak binnen de volgende 10 seconden 4 seconden lang aan.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Lijst van de Technische Service (TS) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
- De eerste vier indicaties geven productinformatie weer. Raak of aan om de afzonderlijke indicaties weer te geven.
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en branden afwisselend alsmede als vooringestelde waarde.
- 4. Raak het symbool net zo vaak aan tot de gewenste functie wordt weergegeven.
- 5. Kies de gewenste waarde met of .
- 6. Raak gedurende 4 seconden aan.
- De instellingen zijn opgeslagen.
14.3 De basisinstellingen afsluiten
- Raak aan om de kookplaat uit te schakelen.
Pagina 15
Kookgerei-test nl
15 Kookgerei-test
De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de grootte van de gebruikte kookzone overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. → Pagina 13
15.1 Kookgerei-test uitvoeren
- 1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. 200 ml water midden op die kookzone, waarvan de diameter het best overeenkomt met de diameter van de bodem van het kookgerei.
- 2. Roep de basisinstellingen op en kies .
- 3. Op of tippen. Op de kookzone knippert de indicatie .
- De functie is geactiveerd.
- Na 10 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay.
15.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.
Resultaat
Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd.
Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.
Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces is in orde.
Opmerking: Plaats in gevallen met ongunstige resultaten het kookgerei opnieuw op een kleinere kookzone, indien aanwezig.
Raak of aan om de functie te activeren.
16 Vermogensbegrenzing
Met de functie PowerManager stelt u het totaalvermogen van de kookplaat in.
De kookplaat is af fabriek ingesteld, het maximale vermogen van de kookplaat wordt op het typeplaatje weergegeven. Met deze functie past u de configuratie aan de vereisten van elke elektrische installatie aan. Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch aangepast aan de behoefte over de ingeschakelde kookzones.
Zolang deze functie is geactiveerd, kan het vermogen van elke kookzone tijdelijk onder de normale waarde vallen. Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch aangepast aan de behoefte over de ingeschakelde kookzones . Het apparaat regelt en kiest de hoogst mogelijke vermogensstand automatisch.
Meer informatie vindt u op → "Basisinstellingen", Pagina 13
17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitrokeramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de servicedienst, in de vakhandel of in de webshop www.bosch-home.com.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang de kookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring van het oppervlak leiden.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
- Onverdund afwasmiddel reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine
- Schuurmiddelen
- Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of vlekverwijderaars
•
•
Krassende sponzen
Hogedrukreinigers of stoomapparaten
Pagina 16
nl Reiniging en onderhoud
17.2 Componenten die moeten worden gereinigd of vervangen
Het volgende overzicht toont de componenten van het toestel die u ofwel vervangt of reinigt.
3
4
| 1 | Vetfilter |
|---|---|
| 2 | Geurfilter of akoestisch filter |
| 3 | Glaskeramiek |
| 4 | Overloopreservoir |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
17.3 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.
Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.
- 1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
- 2. Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.
Tips
- Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.
- Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat in een goede conditie.
17.4 Kookplaatrand reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.
Opmerking: Geen schraper gebruiken.
- 1. De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.
- 2. Droog na met een zachte doek.
17.5 Geurfilter of akoestisch filter vervangen
Vervang het geurfilter regelmatig. Vervang de akoestische filters als ze verontreinigd zijn.
Opmerking: De geurfilters of akoestische filters zijn verkrijgbaar in de speciaalzaak, bij de klantenservice of in de onlineshop.
- 1. Alleen originele filters, om een optimale werking te garanderen.
- 2. LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.
- Met een hand onder de vetfilter grijpen.
Verwijder het vetfilter.
‒ Vet kan zich op de bodem van het reservoir verzamelen. Het vetfilter niet schuin houden om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.
- 3. De 4 geurfilters of akoestische filters eruit halen en correct afvoeren.
- 4. De 2 geurfilters of akoestische filters links en rechts in het apparaat plaatsen en naar voren schuiven.
Pagina 17
Reiniging en onderhoud nl
- 5. De andere geurfilters of akoestische filters links en rechts in het apparaat plaatsen.
- 6. Het vetfilter plaatsen.
Verzadigingsindicatie resetten
Vereiste: Na het uitschakelen van het apparaat brandt .
- 1. De geurfilters vervangen. → Pagina 16
- 2. ingedrukt houden tot een geluidssignaal te horen is.
- De indicatie licht niet meer op. De verzadigingsindicatie voor de geurfilters is teruggezet.
17.6 Vetfilter reinigen
Vetfilters filteren het vet uit de keukendamp. Reinig het vetfilter regelmatig om een optimale werking te garanderen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
- Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
- De vetfilters regelmatig reinigen.
- Nooit in de omgeving van het apparaat met open vuur werken (bijv. flamberen).
- 1. LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.
- Met een hand onder de vetfilter grijpen.
Verwijder het vetfilter.
‒ Vet kan zich op de bodem van het reservoir verzamelen. Het vetfilter niet schuin houden om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.
- 2. Het vetfilter reinigen.
‒ → "Vetfilter met de hand reinigen", Pagina 17 ‒ → "Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen", Pagina 18
- 3. Indien nodig de geurfilters of de akoestische filters verwijderen en het apparaat van binnen reinigen. → "Geurfilter of akoestisch filter vervangen", Pagina 16
- 4. Mochten er voorwerpen in het apparaat zijn beland, dan deze voorwerpen verwijderen en ervoor zorgen dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is.
- 5. Maak het inwendige van het apparaat met zeepsop en een vaatdoek schoon.
- 6. Plaats na het reinigen het gedroogde vetfilter.
Vetfilter met de hand reinigen
- 1. Het vetfilter uit elkaar halen.
- 2. Het vetfilter in een warm zeepsop weken.
- 3. Het vetfilter met een borstel reinigen.
Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
Bij hardnekkig vuil een speciaal vetoplosmiddel gebruiken. De vetoplosser via de klantenservice, in onze onlineshop of in een speciaalzaak kopen.
- 4. Het vetfilter goed uitspoelen.
- 5. Het vetfilter laten afdruppelen.
Pagina 18
nl FAQ
Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen
- 1. Haal voor een optimaal reinigingsresultaat het vetfilter uit elkaar.
- 2. Plaats de afzonderlijke onderdelen van het vetfilter losjes in de vaatwasser en klem deze niet vast.
Reinig sterk verontreinigde vetfilters niet samen met serviesgoed.
Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
- 3. De vaatwasmachine starten.
Kies bij de temperatuurinstelling maximaal 70°C.
- 4. Laat het vetfilter afdruppelen.
17.7 Overloopreservoir schoonmaken
Het overloopreservoir verzamelt vloeistoffen of voorwerpen die van boven in het apparaat terechtkomen. Vereiste: Het apparaat is afgekoeld en de restwarmteaanduiding is verdwenen.
- 1. Het overloopreservoir met een hand vasthouden en met de andere hand eraf schroeven.
‒ Het overloopreservoir niet schuin houden om te voorkomen dat er vocht uitloopt.
- 2. Het overloopreservoir leegmaken en uitspoelen.
- 3. Indien nodig de schroef afschroeven en het overloopreservoir zonder schroef in de vaatwasmachine reinigen.
- 4. Het overloopreservoir na het schoonmaken weer vastschroeven.
- 5. Zorg ervoor dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is.
Voorwerpen die in het apparaat terechtkomen na het afkoelen van het apparaat verwijderen. Hiervoor het vetfilter verwijderen. → Pagina 17
18 FAQ
18.1 Gebruik
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Waarom kan ik de kookplaat niet inschakelen en waarom brandt het symbool van het kinderslot? | • Het kinderslot is actief. Meer informatie over deze functie vindt u onder → "Kinderslot", Pagina 13. |
| Waarom knipperen de indicaties en waarom is er een geluidssignaal te horen? | • Verwijder vloeistoffen of etensresten van het bedieningspaneel. Alle zaken verwijderen die het bedieningspaneel kunnen afdekken. Meer informatie betreffende het deactiveren van de signaaltoon kunt u vinden onder → "Basisinstellingen", Pagina 13. |
| De ventilatie schakelt niet in, terwijl de automatische start is geactiveerd. | • Schakel de ventilatie handmatig in of controleer de configuratie van de automatische start. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 13. |
| De ventilatie draait verder, hoewel de kookzones zijn uitgeschakeld. | • Schakel de ventilatie handmatig uit. Meer informatie over deze instelling kunt u lezen in hoofdstuk → "De Bediening in essentie", Pagina 10. |
| De luchtaanzuiging is te zwak. | • Controleer of het vetfilter schoon is. Hoe u het filter reinigt en vervangt, kunt u lezen in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15. |
Pagina 19
FAQ nl
18.2 Geluiden
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Waarom zijn er tijdens het koken geluiden te horen? | • Afhankelijk van de kwaliteit van de bodem van de pan kunnen bij gebruik van de kookplaat geluiden te horen zijn. Deze geluiden zijn normaal en horen bij de inductietechnologie. Ze duiden niet op een defect. |
| Mogelijke geluiden | Laag gezoem zoals bij een transformator: ontstaat bij het koken met een hoge kookstand. Dit geluid verdwijnt of neemt af wanneer u een lagere kookstand kiest. Een zacht fluiten: klinkt wanneer de pan leeg is. Dit geluid verdwijnt wanneer u water of levensmiddelen in de pan doet. Knetteren: ontstaat bij pannen gemaakt van verschillende over elkaar liggende materialen of, wanneer u pannen van verschillende maten en van verschillende materialen gebruikt. Het volume van het geluid kan variëren, afhankelijk van de hoeveelheid en de bereidingswijze van de gerechten. Hoge fluittonen: kunnen ontstaan wanneer u twee kookzones tegelijkertijd op de hoogste stand gebruikt. Deze fluittonen verdwijnen of worden minder, wanneer de kookstand verlaagt. Ventilatorgeluiden: de kookplaat is voorzien van een ventilator, welke bij hoge temperaturen inschakelt. De ventilator kan ook na uitschakeling van de kookplaat verder draaien, wanneer de gemeten temperatuur nog te hoog is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
18.3 Pannen
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Welke pan is geschikt voor de inductiekookplaat? | • Meer informatie over kookgerei dat geschikt is voor het koken op inductie kunt u vinden onder → "Geschikt kookgerei", Pagina 6. |
| Waarom wordt de kookzone niet warm en knippert de kookstand? | • De kookzone waarop de pan staat, is niet ingeschakeld. Zorg ervoor dat de kookzone waarop de pan staat ingeschakeld is. • Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of deze op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Meer informatie vindt u onder → "Geschikt kookgerei", Pagina 6. |
| Waarom duurt het zo lang tot de pan warm wordt of waarom wordt hij niet warm genoeg, hoewel er een hoge vermogensstand is ingesteld? | • Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of deze op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Meer informatie vindt u onder → "Geschikt kookgerei", Pagina 6. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
18.4 Reinigen
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Hoe kan ik de kookplaat reinigen? | • Met speciale schoonmaakmiddelen voor glaskeramiek bereikt u optimale resultaten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de vaatwasser, resp. concentraten of schurende doeken. Meer informatie vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15. |
| In de kast onder de kookplaat bevindt zich water. | • Controleer of het overloopreservoir vol is. Meer informatie over het reinigen en het onderhouden van de kookplaat vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15. |
| Met welke tijdsintervallen moet ik het overloopreservoir reinigen? | • Reinig het overloopreservoir regelmatig. Meer informatie over het reinigen en het onderhouden van het overloopreservoir vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15. |
| Met welke tijdsintervallen moet ik het vetfilter reinigen? | • Het vetfilter regelmatig reinigen. Hoe u het filter reinigt en vervangt, kunt u lezen in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15. |
Pagina 20
nl Storingen verhelpen
19 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is. → "Servicedienst", Pagina 21
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
19.1 Waarschuwing
Opmerkingen
- Wanneer op het display verschijnt, de sensor van de betreffende kookzone ingedrukt houden en de storingscode aflezen.
- Wanneer de storingscode niet in de tabel staat, de kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30 seconden wachten en de kookplaat verbinden. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op met de technische servicedienst en geef de exacte storingscode op.
- Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet meer over naar de standby-modus.
- Om de elektrische onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of stroomstoten, kan het vermogensniveau van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
19.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Er brandt geen enkele indicatie. | De stroomtoevoer is onderbroken. ▶ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring. |
| Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten. ▶ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema. | |
| Storing in de elektronica ▶ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in. | |
| De indicaties knipperen. | Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp. ▶ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| Het geurfilter is verzadigd of de verzadigingsindicatie brandt, hoewel u het filter heeft vervangen. ▶ Vervang het filter en reset de filterverzadigingsindicatie. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 15. | |
| , , , , | De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld. ▶ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken. |
| + vermogensstand en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken. ▶ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten. |
| en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld. ▶ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken. |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld. ▶ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in. |
Pagina 21
Afvoeren nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing | |
|---|---|---|
| De ▶ | kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik. Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Voor het instellen van de kookzone een willekeurige toets aanraken en het display uitschakelen. | |
| / | De ▶ | bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied. Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. |
| / | De ▶ | kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten. Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het schakelschema. |
| De ▶ | demo-modus is geactiveerd. Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. 30 seconden wachten en de kookplaat aansluiten. Raak binnen de volgende 3 minuten een willekeurige sensor aan. De demomodus is gedeactiveerd. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
19.3 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.
20 Afvoeren
20.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
21 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
21.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje vindt u:
op de apparaatpas.
voor aan de onderkant van de kookplaat.
Het productnummer (E-nr.) vindt u ook op de glaskeramiek. De servicedienstindex (KI) en het fabricagenummer (FD) kunt u bovendien in de basisinstellingen → Pagina 13 laten weergeven.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Pagina 22
nl Testgerechten
22 Testgerechten
Deze instellingsaanbevelingen zijn bedoeld voor testinstituten om het testen van onze apparaten te vergemakkelijken. De testen worden met onze kooksets voor inductiekookplaten uitgevoerd. Indien nodig kunt u deze accessoiresets op een later tijdstip aanschaffen bij de vakhandel, via onze technische klantenservice of in onze webshop.
22.1 De couverture smelten.
Ingrediënten: 150 g pure chocolade (55% cacao).
- Pot Ø 16 cm zonder deksel
- Koken: Vermogensstand 1.
22.2 Linzenschotel opwarmen en warmhouden
Recept volgens DIN 44550
Begintemperatuur 20°C
Opwarmen zonder omroeren
- Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 450 g
- Verwarmen: tijdsduur 1 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 1.
- Pot Ø 20 cm met deksel Hoeveelheid: 800 g
- Verwarmen: tijdsduur 2 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 1.
22.3 Linzenschotel opwarmen en warmhouden
Bijv.: linzendiameter 5-7 mm. Starttemperatuur 20°C Na 1 min. opwarmen omroeren
- Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 500 g
- Opwarmen: tijdsduur ca. 1 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 1.
- Pan Ø 20 cm met deksel Hoeveelheid: 1 kg
- Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 1.
22.4 Bechamelsaus
Melktemperatuur: 7ºC
- Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 40 g boter, 40 g meel, 0,5 l melk met 3,5% vetgehalte en een snufje zout
Bechamelsaus maken
- 1. Boter smelten, bloem en zout erdoor roeren en het geheel verwarmen.
‒ Verwarm het: duur 6 min., vermogensfase 2
- 2. De melk bij de roux van bloem voegen en deze onder voortdurend roeren aan de kook brengen. ‒ Verwarm het: duur 6 min. 30 sec., vermogensfase 7
- 3. Als de bechamelsaus aan de kook komt, laat deze dan nog 2 minuten op de kookzone staan, onder voortdurend roeren.
‒ Kookpunt: Vermogensstand 2
22.5 Kook rijstpudding met deksel
Melktemperatuur: 7ºC
- 1. De melk verwarmen tot hij begint op te komen. Verwarmen zonder deksel. Na 10 min. opwarmen omroeren.
- 2. Stel het aanbevolen vermogen in en voeg rijst, suiker en zout toe aan de melk.
Bereidingstijd inclusief opwarmen, ca. 45 min.
- Pan Ø 16 cm Ingrediënten: 190 g rijst met ronde korrel, 90 g suiker, 750 ml melk met 3,5 % vetgehalte en 1 g zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermogensstand 8.
- Kookpunt: Vermogensstand 3
- Pan Ø 20 cm Ingrediënten: 250 g rijst met ronde korrel, 120 g suiker, 1 l melk met 3,5 % vetgehalte en 1,5 g zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermogensstand 8.
- Doorkoken: vermogensstand 3, na 10 min. omroeren
22.6 Kook rijstpudding zonder deksel
Melktemperatuur: 7ºC
- 1. Ingrediënten aan de melk toevoegen en onder voortdurend roeren opwarmen.
- 2. Wanneer de melk ca. 90 ºC heeft bereikt, kiest u het aanbevolen prestatieniveau en laat u de melk ca. 50 minuten sudderen op een lage stand.
- Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 190 g rijst met ronde korrel, 90 g suiker, 750 ml melk met 3,5 % vetgehalte en 1 g zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermogensstand 8.
- Kookpunt: Vermogensstand 3
- Pot Ø 20 cm zonder deksel Ingrediënten: 250 g rijst met ronde korrel, 120 g suiker, 1 l melk met 3,5 % vetgehalte en 1,5 g zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermogensstand 8.
- Kookpunt: Vermogensstand 2.
22.7 Rijst koken
Recept volgens DIN 44550
Watertemperatuur: 20°C
- Pan Ø 16 cm met deksel Ingrediënten: 125 g rijst met lange korrel, 300 g water en een snufje zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 2
- Pan Ø 20 cm met deksel Ingrediënten: 250 g rijst met lange korrel, 600 g water en een snufje zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 2.