Bosch PVQ711H26E, tekst van de handleiding
Pagina's 9–21 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 1–8verder op pagina 22 →
Pagina 9
Voor het eerste gebruik nl
7.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in een schoorsteen die wordt gebruikt voor afvoergassen van apparaten bestemd voor het verbranden van gas of andere brandstoffen (dit geldt niet voor ventilatieapparatuur).
Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of afvoergasschoorsteen die niet in gebruik is, dan dient hiervoor toestemming van een vakbekwame schoorsteenveger te worden verkregen.
Wordt de afvoerlucht door de buitenmuur geleid, dan raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebruiken.
7.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Monteer een geurfilter om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van de circulatiefunctie. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in onze catalogus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. Het daartoe benodigde toebehoren is verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of in de online-shop.
Opmerking: Bij intensief en langdurig koken wordt vocht in de lucht van de ruimte afgegeven. Wanneer u het apparaat in de circulatiefunctie gebruikt, dan raden wij aan de keuken afdoende te ventileren, bijvoorbeeld door het kortstondig openen van een raam, om de overtollige vochtigheid af te voeren.
8 Voor het eerste gebruik
Houd de volgende adviezen aan.
8.1 Eerste reiniging
Verpakkingsresten van het kookplaatoppervlak verwijderen en het oppervlak met een vochtige doek afvegen. Een lijst met de aanbevolen reinigingsmiddelen vindt u op de officiële website www.bosch-home.com.
Meer informatie over onderhoud en reiniging.
Pagina 19
8.2 Apparaat voorbereiden
Voor een correcte werking moet u de componenten in deze volgorde plaatsen:
- 1. De filters plaatsen.
- 2. Het metalen vetfilter plaatsen.
Opmerking: Het apparaat nooit zonder metalen vetfilter en overloopreservoir gebruiken.
8.3 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
8.4 Kookgerei
Een lijst van het aanbevolen kookgerei vindt u op de officiële website www.bosch-home.com.
Meer informatie over het passende kookgerei.
Pagina 6
8.5 Functie instellen
Het apparaat wordt geleverd met vooringestelde circulatiefunctie.
Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten is geïnstalleerd, moet u de instelling op deze modus configureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk "Basisinstelingen", Pagina 15
8.6 Home Connect instellen
Als u het apparaat voor de eerste keer inschakelt, wordt de instelling van het thuisnetwerk opgevraagd. Op het display licht gedurende enkele seconden op. Tik om het verbinden met Home Connect te starten op en houd de aanwijzingen in hoofdstuk aan.
Om de instelling te beëindigen, de kookplaat uitschakelen.
U kunt de instelling Home Connect ook op een ander tijdstip uitvoeren.
9 De Bediening in essentie
9.1 Kookplaat inschakelen
- Raak aan.
Er klinkt een signaal. De symbolen van de kookzones en de momenteel beschikbare functies branden. In de kookzone-indicaties brandt .
De kookplaat is gebruiksklaar.
ReStart
- Wanneer u het apparaat binnen 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in werking met de vorige instellingen.
9
Pagina 10
nl De Bediening in essentie
9.2 De kookplaat uitschakelen
aanraken tot de indicaties doven. Alle kookzones zijn uitgeschakeld.
Opmerking: Wanneer alle kookzones langer dan 59 seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kookplaat uit.
9.3 De vermogensstand in de kookzones instellen
De kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven. Kies de vermogensstand die voor het product en de geplande bereiding het meest geschikt is.
- 1. Tik op het gewenste kookzonedisplay .
en branden.
- 2. Selecteer de gewenste vermogensstand in het instelgebied.
De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
QuickStart
- Als u vóór het inschakelen van het apparaat een of meerdere pannen op een kookzone plaatst, herkent de kookplaat deze en kiest de kookplaat automatisch de kookzone voor één van de pannen. Vervolgens in de volgende 59 seconden de vermogensstand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.
Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. De gewenste vermogensstand kiezen of op instellen.
De vermogensstand van de kookzone wordt gewijzigd of de kookzone wordt uitgeschakeld.
9.4 Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden | ||
| Gekookte worstjes ¹ | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Stoven, sudderen | ||
| Aardappelballetjes ¹ | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
1 Zonder deksel
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5
10
| Koken, stomen, stoven | ||
|---|---|---|
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2. - 3. | 15 - 30 |
| Aardappelen in schil | 4. - 5. | 25 - 35 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Soepen | 3. - 4. | 15 - 60 |
| Groente | 2. - 3. | 10 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan | 4. - 5. | - |
| Sudderen | ||
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulasch ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Roosteren/Braden met weinig vet ¹ | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Steak, 3 cm dik | 7 - 8 | 8 - 12 |
| Borst van gevogelte, 2 cm dik | 5 - 6 | 10 - 20 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. roerbakgerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3. - 4. | 3 - 10 |
| Braden (150 tot 200 g per portie in 1 tot 2 l olie, in porties frituren) ¹ | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kipnuggets | 8 - 9 | - |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg | 4 - 5 | - |
Pagina 11
Kapregeling nl
10 Kapregeling
De kookzone beschikt over een in het kookvlak geïntegreerd luchtafvoersysteem.
De functies voor het aansturen van het luchtafvoersysteem worden hierna beschreven.
U kunt de fabrieksinstellingen te allen tijde wijzigen. "Basisinstelingen", Pagina 15
Opmerking: Om de prestaties te verbeteren, laag kookgerei gebruiken. Bij hoog kookgerei het deksel schuin plaatsen.
10.1 Automatische start voor de ventilatie
Wanneer u de aan de eerste kookzone een vermogensstand toewijst, dan begint het afvoerluchtsysteem automatisch te werken. De ventilatiestand gaat branden op de ventilatiesensor.
Na deze automatische start kunt u de ventilatiestand wijzigen. Ventilatiestand wijzigen of deactiveren.
Pagina 11
10.2 Kapregeling
De printplaat beschikt over 9 ventilatiestanden.
Ventilatie inschakelen
- 1. Druk op de ventilatiesensor.
De ventilatie schakelt met de vooringestelde vermogensstand in.
- 2. Selecteer de gewenste vermogensstand in het instelgebied.
De vermogensstand van de ventilatie brandt.
Ventilatie wijzigen of uitschakelen
- 1. Druk op de ventilatiesensor.
- 2. De gewenste ventilatiestand kiezen of deze op passen.
aan-
10.3 Intensief ventilatiestanden
Er zijn twee intensieve ventilatiestanden, waarbij de ventilatie gedurende een korte tijd met een hoger vermogen draait.
Intensiefstanden inschakelen
- 1. Druk op de ventilatiesensor.
- 2. De gewenste intensiefstand kiezen:
- Intensiefstand I: indrukken. brandt.
- Intensiefstand II: twee keer indrukken. brandt.
Opmerking: Nach ca. 8 minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar ventilatiestand .
Intensiefstanden wijzigen of uitschakelen
- 1. Druk op de ventilatiesensor.
- 2. De gewenste ventilatiestand kiezen of deze op passen.
aan-
10.4 Naventilatie voor ventilatie
De ventilatie loopt nog enkele minuten na het uitschakelen van de kookzone met de hoofdschakelaar na. Een vereiste daarvoor is dat de kookzone minimaal één minuut is ingeschakeld en dat de ventilatie loopt. De ventilatie schakelt zich na het verstrijken van de betreffende tijdsduur automatisch uit. Deze tijdsduur hangt af van de functie, waarin het apparaat is geïnstalleerd. Bij ingeschakelde ventilatie is de ventilatiestand verlicht. U kunt de ventilatie te allen tijde uitschakelen, door op de ventilatiesensor te drukken.
11 Favorietenknop
Met de functie kunt u twee functies of kookinstellingen kiezen, welke dan op snel toegankelijk zijn.
11.1 Favorietenknop functies toekennen
Vereiste: Het apparaat met Home Connect verbinden. Meer informatie vindt u onder Home Connect
- 1. Om functies toe te kennen, de Home Connect app openen en de aanwijzingen opvolgen.
- 2. Zodra u de functies heeft toegekend, kunt u deze gebruiken:
Functie 1: kort drukken.
Functie 2: lang drukken.
Opmerking: Wanneer u geen functie heeft toegekend, dan schakelt zich uit na het inschakelen van de kookplaat.
12 CombiZone
Deze maakt de combinatie mogelijk van twee kookzones van dezelfde grootte, waarbij dezelfde vermogensstand wordt ingeschakeld. De functie is vooral bestemd voor het koken met langwerpig kookgerei.
De functie maakt het koken mogelijk met een kookgerei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer comfort van de ene naar de andere kookzone kunt schuiven. In
dit geval behouden de beide zones dezelfde kookstand en dezelfde instellingen.
Pagina 12
nl Tijdfuncties
12.1 Plaatsen van het kookgerei
Gebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones.
12.2 Schakel CombiZone in
- 1. Een van de twee kookzones kiezen en de vermogensstand instellen.
- 2. Druk op .
De functie is geactiveerd.
12.3 Schakel CombiZone uit
- Raak aan.
De functie is uitgeschakeld.
De beide kookzones functioneren weer als twee onafhankelijke kookzones.
13 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende functies voor het instellen van de bereidingstijd:
Uitschakeltimer Timer
Aan de knop is standaard de functie Uitschakeltimer toegekend. U kunt de sensor echter ook aan één van de hierboven genoemde functies toekennen.Deze instellingen kunt u via de Home Connect app of onder Basisinstellingen wijzigen Pagina 15.
13.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering mogelijk van een bereidingstijd voor één of meerdere kookzones en hun automatische uitschakeling na het verstrijken van de ingestelde tijd.
Uitschakeltimer inschakelen
- 1. Kies de kookzone en de gewenste vermogensstand.
- 2. Op tippen.
en branden.
- 3. Stel binnen de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste bereidingstijd in.
- U kunt de tussenwaarden tussen 1 minuut en 9 minuten in stappen van 30 seconden instellen. Kies hiervoor de tussenliggende waarden met .
- Om een tijd in seconden te kiezen, bijv. 1 h 30 min, de getallenreeks 1 - 3 - 0 in het instelgebied kiezen. Wanneer u een tijd van meer dan 60 minuten kiest, dan wordt de tijd automatisch in uren weergegeven.
- 4. Raak aan om te bevestigen.
De bereidingstijd begint af te lopen. 1 minuut voor het verstrijken van de geselecteerde tijd klinkt een signaal. U kunt de toestand van het levensmiddel controleren en indien nodig de bereidingstijd verlengen. Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt de kookzone uit en er klinkt een signaal.
14 PowerBoost
Met de Powerboost-functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in gebruik is. Anders knipperen en in het display van de
Opmerkingen
Wanneer in een kookzone, waarin PerfectFry Sensor is geactiveerd, een bereidingstijd is geprogrammeerd, begint de geprogrammeerde bereidingstijd af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau is bereikt. Druk, om de aanwijzing tussen de functietemperatuur PerfectFry Sensor en de geprogrammeerde bereidingstijd te wisselen, op de gekozen temperatuur.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen
- 1. Kies de kookzone en raak vervolgens het symbool aan.
- 2. Wijzig om de functie uit te schakelen de bereidingstijd, of zet deze op .
13.2 Timer
Maakt de activering van een timer mogelijk. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Timer inschakelen
Vereiste: de functie toewijzen.
- 1. Druk op .
- 2. Kies de gewenste tijd.
De tijd begint af te lopen.
Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal en knipperen de displays.
Timer wijzigen of uitschakelen
- 1. Druk op .
- 2. Wijzig om de functie uit te schakelen de bereidingstijd, of zet deze op .
Pagina 13
PanBoost nl
ingesteld
gekozen kookzone. Dan wordt automatisch zonder de functie te activeren.
14.1 PowerBoost inschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Raak aan
De indicatie licht op. De functie is geactiveerd.
14.2 PowerBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Raak aan.
De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de vermogensstand .
De functie is uitgeschakeld.
Opmerking: Om de elektronica-elementen binnenin de kookplaat te beschermen, schakelt deze functie onder bepaalde omstandigheden automatisch uit.
15 PanBoost
Met deze functie verhit u pannen sneller dan met . De PowerBoost functie niet met braadpannen gebruiken, de coating kan daarbij beschadigd raken.
U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknop activeren.
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in gebruik is. Anders knipperen in de indicatie van de gekozen kookzone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteld.
15.1 Gebruiksadviezen
Leg geen deksel op de pan.
Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten.
Alleen koude pannen gebruiken.
Pannen met volkomen effen bodem gebruiken. Geen pannen met dunne bodem gebruiken.
15.2 Schakel PanBoost in
Vereiste: de functie toewijzen. .
"Favorietenknop", Pagina 11
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Raak aan.
brandt.
De functie is geactiveerd.
15.3 PanBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Vermogensstand kiezen. dooft
De functie is uitgeschakeld.
Opmerking: Om hoge temperaturen te vermijden schakelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.
16 Warmhoudfunctie
| Deze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter te | 1. Kies de gewenste kookzone. |
| smelten en gerechten warm te houden. | 2. Raak aan. |
| U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknop | brandt. |
| activeren. | De functie is ingeschakeld. |
| 16.1 Schakel Warmhoudfunctie in | 16.2 Schakel Warmhoudfunctie uit |
| Vereiste: de functie toewijzen. . | 1. Kies de kookzone. |
| "Favorietenknop", Pagina 11 | 2. Op instellen dooft. |
| De functie is uitgeschakeld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
17 PerfectFry Sensor
Met deze functie kunt u smelten, sauzen bereiden, sauteren, frituren of braden, waarbij de temperatuur onder controle wordt gehouden.
In de plaats van tijdens het koken telkens weer de vermogensstand aan te passen, eenmaal de gewenste temperatuur kiezen. De sensoren onder de keramische
13
Pagina 14
nl Kinderslot
glasplaat meten dan de temperatuur van het kookgerei en houden deze tijdens het volledige kookproces constant.
Deze functie is beschikbaar op de kookzones die met zijn gemarkeerd.
| Functies | Temperatuur |
|---|---|
| Smelten | 70 - 80ºC |
| Sauzen bereiden | 110 - 120ºC |
| Braden | 140ºC |
| Braden | 160ºC |
| Braden | 180 - 200ºC |
| Braden | 220ºC |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
17.1 Aanbevolen kookgerei
Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld, dat optimale resultaten levert.
Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de servicedienst, de vakhandel of onze onlineshop www.bosch-home.com.
Opmerking: U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Afhankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de bereikte temperatuur echter van de gekozen temperatuurstand afwijken.
17.2 PerfectFry Sensor inschakelen
- 1. Plaats het lege kookgerei op een kookzone.
- 2. Kies de kookzone.
- 3. Druk op .
, en de vooringestelde temperatuur gaan branden op het display van de geselecteerde kookzone.
- 4. De temperatuur kiezen, door met de vinger over het instelbereik te vegen.
knippert, tot de ingestelde temperatuur is bereikt. De gekozen temperatuur en de ontwikkeling van de in de pannen bereikte temperatuur knipperen afwisselend, tot de gekozen temperatuur is bereikt.
De op de displays weergegeven temperatuur is een benaderingswaarde en kan afwijken van de daadwerkelijke temperatuur in de braadpan.
Wanneer de temperatuur is bereikt, dan klinkt een signaal en alsmede het temperatuursymbool houden op te knipperen.
- 5. Het braadvet en dan het product in de braadpan doen.
Opmerking: Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt om te koken, dan de olie toevoegen en een paar seconden wachten voordat u het te bereiden product toevoegt.
17.3 Schakel PerfectFry Sensor uit
- Kies de kookzone en tik op .
17.4 Adviezen voor het koken met PerfectFry Sensor
In de bijgevoegde documentatie vindt u een tabel met adviezen voor het koken met PerfectFry Sensor.
18 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.
18.1 Kinderslot inschakelen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- Raak gedurende 4 seconden aan.
brandt 10 seconden lang.
De kookplaat is geblokkeerd.
18.2 Kinderslot deactiveren
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Raak gedurende 4 seconden aan.
De blokkering is opgeheven.
18.3 Automatisch kinderslot
U kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na het uitschakelen van de kookplaat activeren.
Hoe u de functie activeert en deactiveert kunt u lezen in het hoofdstuk basisinstellingen Pagina 15.
19 Pauze
Met de functie kunt u actieve bereidingsprocessen tot 10 minuten onderbreken en hervatten zonder de gekozen instellingen te wijzigen.
De functie kunt u bijvoorbeeld voor het reinigen van het bedieningspaneel inschakelen.
19.1 Pauze-functie activeren
- Druk op .
In de kookzone-indicaties brandt .
Alle actieve bereidingsprocessen worden gestopt. De instellingen blijven bewaard.
De functie is geactiveerd.
19.2 Pauze-functie deactiveren
- Raak aan.
De functie is uitgeschakeld. De bereidingsprocessen worden voortgezet.
Opmerking: Na 10 minuten schakelt de kookzone automatisch uit.
Pagina 15
Individuele veiligheidsuitschakeling nl
20 Individuele veiligheidsuitschakeling
Wanneer een kookzone langere tijd in gebruik is en u geen instelling wijzigt, dan activeert u de veiligheidsfunctie. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd is afhankelijk van het geselecteerde vermogens-
| Vermogensstand | Tijd |
|---|---|
| 2,0 - 3,5 | 5 uur |
| 4,0 - 5,0 | 4 uur |
| 5,5 - 6,5 | 3 uur |
| 7,0 - 7,5 | 2 uur |
| 8,0 - 9,0 | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
niveau.
| Vermogensstand | Tijd |
|---|---|
| 1,0 - 1,5 | 10 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Druk op een willekeurige button.
21 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
21.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot "Kinderslot", Pagina 14 | - Handmatig. ¹ - Automatisch. - Functie uitgeschakeld. | |
| Akoestische signalen | - Het bevestigingssignaal, het foutsignaal en het signaal voor verkeerd gebruik zijn gedeactiveerd. - Het foutsignaal is geactiveerd. - Het bevestigingssignaal en het signaal voor verkeerd gebruik zijn geactiveerd. - Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Geluidsvolume van de akoestische signalen | - Stil. - Gemiddeld. ¹ – Luid. | |
| op het bedieningspaneel één van de tijdprogrammeerfuncties toekennen. "Tijdfuncties", Pagina 12 | - Uitschakeltimer. ¹ - Timer. | |
| Vermogensbegrenzing Daarmee kunt u indien nodig het totale vermogen van de kookplaat vanwege de specificaties van uw elektrische installatie begrenzen. Houd de bepalingen van uw lokale elektriciteitsbedrijf aan. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Overige informatie vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie is ingeschakeld en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan knippert de gewenste en toegestane vermogensstand en kunt u geen hogere vermogensstand kiezen. | Het vermogen wordt met elke stap met 500 W verhoogd. – Uitgeschakeld. Maximale vermogen van de kookplaat 1. - 1000 W. Laagste vermogen. . - 1500 W. ... - 3000 W. . - 3500 W. - 4000 W. . - 4500 W. ... - Maximale vermogen van de kookplaat. | |
| Demonstratiemodus Demo-modus van de kookplaat. Wanneer u de kookplaat inschakelt, brandt enkele seconden lang en verwarmen de kookzones niet. | - Uitgeschakeld. ¹ - Ingeschakeld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
1 Fabrieksinstelling
15
Pagina 16
nl Kookgerei-test
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen. "Kookgerei-test", Pagina 16 | - Ongeschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen. | - Luchtcirculatie configureren. ¹ - Luchtafvoer configureren. | |
| Automatisch starten van de ventilatie instellen. De ventilatie start met de vooringestelde vermogensstand. | - Uitgeschakeld. - Ingeschakeld. ¹ | |
| Naventilatie voor ventilatie instellen. Wanneer uw kookplaat werkt met afvoerluchtfunctie, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 6 minuten met de vermogensstand in. Wanneer uw kookplaat met de circulatieluchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 30 minuten met de vermogensstand in. | - Uitgeschakeld. - Ingeschakeld. ¹: | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
21.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Binnen de volgende 10 seconden gedurende 4 seconden aanraken.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Klantenserviceoverzicht | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | |
| Fabricagenummer 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
De eerste vier indicaties geven productinformatie weer. Raak aan om de afzonderlijke indicaties weer te geven.
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en lichten op als voorinstelling.
- 4. Raak net zo lang herhaald aan totdat de gewenste instelling verschijnt.
- 5. De gewenste instelling in het instelbereik kiezen.
- 6. Raak gedurende 4 seconden aan.
De instellingen worden opgeslagen.
21.3 Wijzigen van de basisinstellingen annuleren
- Raak aan.
Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
22 Kookgerei-test
De kwaliteit van het kookgerei heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces. Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de diameter van de gebruikte kookzone overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. Pagina 15
22.1 Kookgerei-test uitvoeren
- 1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. 200 ml water midden op die kookzone, waarvan de diameter het best overeenkomt met de diameter van de bodem van het kookgerei.
1 Fabrieksinstelling
16
- 2. Roep de basisinstellingen op en kies .
- 3. Het instelgebied aanraken. In de kookzones knippert .
De functie is ingeschakeld.
Na 10 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay.
22.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel wordt weergegeven wat het resultaat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.
Resultaat
Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd.
Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.
Pagina 17
Home Connect nl
Resultaat
Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces is in orde.
Raak om de functie opnieuw te activeren het instelbereik aan.
23 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen en houd u aan de instructies in de Home Connect app.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
"Veiligheid", Pagina 2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
23.1 Home Connect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en ingeschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android-besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Home Connect app installeren en uw apparaat verbinden.
- 2. De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
23.2 WiFi-symbool
De WiFi-indicatie op het bedieningspaneel wijzigt afhankelijk van de status en de kwaliteit van de verbinding en de beschikbaarheid van de Home Connect server.
| Status | Beschrijving |
|---|---|
| Brandt statisch met halve helderheid. | Geen netwerkverbinding opgeslagen. |
| Knippert met volledige helderheid. | Netwerkverbinding wordt tot stand gebracht. |
| Brandt statisch met volledige helderheid. | Netwerkverbinding opgeslagen en WiFi actief. |
| Knippert. | De netwerkinstellingen worden gereset. |
| Uitgeschakeld. | Netwerk niet actief. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
23.3 Wifi-thuisnetwerk toevoegen of verwijderen
In het volgende overzicht ziet u hoe u een wifi-thuisnetwerk kunt toevoegen of verwijderen.
| Wifi-thuisnetwerkstatus | Handeling |
|---|---|
| Geen wifi-thuisnetwerk opgeslagen. | Om het wifi-thuisnetwerk toe te voegen, kort op drukken. |
| Het wifi-thuisnetwerk is opgeslagen. | Om een ander apparaat te koppelen, lang op drukken. |
| Het wifi-thuisnetwerk is opgeslagen. | Om de instellingen van het wifi-thuisnetwerk te resetten, lang op drukken. Als knippert, dan opnieuw lang indrukken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
23.4 Netwerkverbinding deactiveren
ingedrukt houden. Als knippert, dan opnieuw lang indrukken.
De verbinding met het WiFi-netwerk is gedeactiveerd en de netwerkaansluitingen zijn gescheiden.
Opmerking: Om de netwerkverbinding opnieuw te activeren, zie .
"Wifi-thuisnetwerk toevoegen of verwijderen", Pagina 17
23.5 Instellingen via de Home Connect app wijzigen
Met de Home Connect app kunt u de instellingen voor de kookzones wijzigen en naar de kookplaat sturen.
Vereiste: De kookplaat is met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbonden.
Pagina 18
nl Home Connect
- 1. De instelling in de Home Connect app uitvoeren en naar de kookplaat sturen.
De aanwijzingen in de Home Connect app opvolgen. Instellingen die u vanuit de Home Connect app naar de kookplaat stuurt, moet u op de kookplaat bevestigen.
Wanneer kookinstellingen naar een kookplaat worden doorgestuurd, begint afhankelijk van de instelling de betreffende kookzone-indicatie te knipperen.
- 2. Druk op om de instellingen te bevestigen.
- 3. Om de instelling te verwerpen, op een willekeurig ander touchveld van de kookplaat drukken.
23.6 Bluetooth®-herkenning activeren
Deze draadloze technologie maakt een automatische aanwezigheidsherkenning mogelijk. Wanneer u zich in de buurt van de kookplaat bevindt, hoeft u de instellingen van uw mobiele eindapparaat niet meer op de kookplaat te bevestigen. Wanneer u instellingen naar een kookzone stuurt, kunt u deze direct vanaf uw mobiele eindapparaat bevestigen.
Vereisten
De kookplaat is met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbonden.
Het Bluetooth®-systeem is verbonden met het mobiele apparaat.
De gebruiker bevindt zich in de buurt van de kookplaat.
- 1. Open de Home Connect app.
- 2. Volg om de Bluetooth®-herkenning in te stellen, de aanwijzingen in de Home Connect app op.
Opmerking: De Bluetooth®-verbinding wordt gedeactiveerd als de kookplaat uitgeschakeld wordt en in de energiespaarmodus wordt gebracht. Daarnaast kan de Bluetooth®-verbinding via de Home Connect app worden gedeactiveerd.
23.7 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhelpen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates alsmede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Home Connect app geïnformeerd.
De actuele softwareversie is in de Home Connect app onder de apparaatinformatie van het betreffende huishoudapparaat te vinden.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
- In de eerste stap van de download.
- In de tweede stap de installatie op uw apparaat. Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instellingen in de app kunnen software-updates ook automatisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de installatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
23.8 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/support van de lokale website: www.home-connect.com.
23.9 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde WiFi communicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
Pagina 19
Reiniging en onderhoud nl
24 Reiniging en onderhoud
24.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitrokeramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de klantenservice, in de webshop of in de vakhandel.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang de kookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring van het oppervlak leiden.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
Onverdund afwasmiddel
Reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine Schuurmiddelen
Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of vlekverwijderaars
Krassende sponzen
Hogedrukreinigers of stoomapparaten
24.2 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.
Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.
- 1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
- 2. Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.
Tips
Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.
Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat in een goede conditie.
24.3 Profielen reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de profielen bevinden, reinig deze dan.
Opmerking: Geen schraper gebruiken.
- 1. Reinigen met zeepsop en drogen met een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.
- 2. Drogen met een zachte doek.
24.4 Vetfilter
Het vetfilter filtert het vet uit de kookdamp. Het filter bestaat uit een houder en twee uitneembare vetfilters. De reinigingsfrequentie hangt af van de hoeveelheid en aard van de bij het bereiden gebruikte vet. Om een optimale werking te waarborgen, het vetfilter bij zichtbare afzettingen of minimaal eenmaal per maand reinigen.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
- Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
- De vetfilters regelmatig reinigen.
- Nooit in de omgeving van het apparaat met open vuur werken (bijv. flamberen).
LET OP
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.
- Met een hand onder de vetfilter grijpen.
- 1. Verwijder het vetfilter.
- Onder in het reservoir kan zich vet ophopen. Het vetfilter niet kantelen, om lekkend vet te vermijden.
- 2. De onderdelen van het vetfilter demonteren.
- 3. Het vetfilter in de vaatwasser of handmatig reinigen. "Reinig het vetfilter met de hand", Pagina 20 "Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen", Pagina 20
- 4. Indien nodig de geurfilters of de akoestische filters verwijderen en het apparaat van binnen reinigen.
- 5. Mochten er voorwerpen in het apparaat zijn beland, dan deze verwijderen en ervoor zorgen dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is.
Pagina 20
nl Reiniging en onderhoud
- 6. Maak het inwendige van het apparaat met zeepsop en een vaatdoek schoon.
- 7. Plaats na het reinigen het gedroogde vetfilter.
Reinig het vetfilter met de hand
- 1. De onderdelen van het vetfilter demonteren.
- 2. Het vetfilter in een warm zeepsop weken.
- Het vetfilter met een borstel reinigen. Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
- Bij hardnekkig vuil een speciaal vetoplosmiddel gebruiken. U kunt de vetoplosser via de klantenservice, in de webshop of in een speciaalzaak kopen.
- 3. Het vetfilter goed uitspoelen.
- 4. Laat het vetfilter afdruppelen.
- 5. De onderdelen van het vetfilter inbouwen.
- 6. Na het drogen het vetfilter in het apparaat plaatsen.
Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen
- 1. Verwijder het vetfilter.
- 2. De onderdelen van het vetfilter demonteren.
- 3. De onderdelen van het vetfilter losjes in de vaatwasser plaatsen en niet vastklemmen.
Reinig sterk verontreinigde vetfilters niet samen met serviesgoed. Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
- 4. De vaatwasmachine starten. Kies bij de temperatuurinstelling maximaal 70°C.
- 5. Laat het vetfilter afdruppelen.
- 6. Na het drogen het vetfilter in het apparaat plaatsen.
24.5 Geurfilter of akoestisch filter
De geurfilters of akoestische filters zijn verkrijgbaar in de speciaalzaak, bij de klantenservice of in de webshop.
Opmerkingen
Geurfilters vervangen, wanneer de waarschuwing op het apparaat wordt weergegeven.
"Verzadigingsindicatie reseten", Pagina 20
Vervang de akoestische filters als ze verontreinigd zijn.
Vereiste: Gebruik uitsluitend originele filters om een optimale werking te garanderen.
- 1. Verwijder het vetfilter.
- 2. De 4 geurfilters of het akoestische filter eruit halen en correct afvoeren.
- 3. De twee nieuwe geurfilters of akoestische filters links en rechts in het apparaat plaatsen en naar voren schuiven.
- 4. De andere geurfilters of akoestische filters links en rechts in het apparaat plaatsen.
- 5. Het vetfilter in het apparaat plaatsen.
Verzadigingsindicatie resetten
Na het uitschakelen van het apparaat brandt .
- 1. Geurfilter vervangen.
"Geurfilter of akoestisch filter", Pagina 20
Pagina 21
Storingen verhelpen nl
- 2. Ventilatiesensor ingedrukt houden, tot een geluidssignaal klinkt.
brandt niet langer. De indicatie van het geurfilter is gereset.
24.6 Overloopreservoir schoonmaken
Het overloopreservoir verzamelt vloeistoffen of voorwerpen die van boven in het apparaat terechtkomen.
Vereiste: Het apparaat is afgekoeld en de restwarmteaanduiding is verdwenen.
- 1. Het overloopreservoir met een hand vasthouden en met de andere hand eraf schroeven.
- Het overloopreservoir niet schuin houden om te voorkomen dat er vocht uitloopt.
- 2. Het overloopreservoir leegmaken en uitspoelen.
- 3. Indien nodig de schroef afschroeven en het overloopreservoir zonder schroef in de vaatwasmachine reinigen.
- 4. Het overloopreservoir na het schoonmaken weer vastschroeven.
- 5. Zorg ervoor dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is.
Voorwerpen die in het apparaat terechtkomen na het afkoelen van het apparaat verwijderen. Hiervoor het vetfilter verwijderen.
25 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Tip: Verbind uw apparaat permanent met de Home Connect app om automatisch software-updates te verkrijgen. Zo worden fouten verholpen, prestatieverbeteringen doorgevoerd en nieuwe functies geüpload.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 23
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.