Bosch SKS62E22EU, tekst van de handleiding
Pagina's 9–34 van 42 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–8verder op pagina 35 →
Pagina 9
Milieubescherming nl
- Kinderen uit de buurt van de geopende afwasautomaat houden. De afwasautomaat kan nog kleine voorwerpen bevatten die door kinderen ingeslikt zouden kunnen worden, en het water in de binnenruimte is geen drinkwater, het kan afwasmiddelresten bevatten.
- Let er bij een op een hoge plaats ingebouwd apparaat op dat er bij het openen en sluiten van de deur geen kinderen klem komen te zitten of bekneld raken tussen de apparaatdeur en de onderliggende kastdeur.
- Kinderen kunnen zich opsluiten in het apparaat (verstikkingsgevaar) of in een andere gevaarlijke situatie terechtkomen.
Bij uitgediende apparaten daarom: Trek daarom de stekker uit het stopcontact. Aansluitkabel doorknippen en verwijderen.
Deurslot onklaar maken zodat de deur niet meer sluit.
Milieubescherming
7 Milieubescherming
Zowel de verpakking van het nieuwe apparaat als het oude apparaat bevat waardevolle grondstoffen en materiaal dat hergebruikt kan worden.
De afzonderlijke delen a.u.b. gesorteerd afvoeren.
U kunt bij uw leverancier of bij de gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal kunt (laten) afvoeren.
Verpakking
Alle kunststof delen van het apparaat zijn gemerkt met een gestandaardiseerd afkortingsteken (bijv. >PS< polystyreen). Hierdoor is bij het afvoeren van het apparaat een scheiding per soort van de kunststof afvaldelen mogelijk. Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder „Bij levering” in acht.
Uw oude apparaat
Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder „Bij het afvoeren” in acht.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Pagina 10
nl Kennismaking met het apparaat
• Kennismaking met het apparaat
Kenismaking met het aparat
De afbeeldingen van het bedieningspaneel en van de binnenruimte van het apparaat vindt u vooraan in de omslag van deze gebruiksaanwijzing.
In de tekst wordt op de verschillende posities gewezen.
Bedieningspaneel
- AAN/UIT-schakelaar
0 Programmakiezer
8 START-toets
- Cijferindicatie
- Starttijd kiezen *
- Extra functies **
- Indicatie glansspoelmiddel bijvullen
- Indicatie zout bijvullen
- Indicatie „Watertoevoer controleren”
* Afhankelijk van het model
** Aantal afhankelijk van het model
Binnenkant van het apparaat
1 Sproeiarm
1 Zeven
12 Reservoir voor onthardingszout 1 Bestekkorf
1 Servieskorf
1 Voorraadreservoir voor glansspoelmiddel
1 Afwasmiddelbakje
1 Vergrendeling voor afwasmiddelbakje
1 Typeplaatje
• Wateronthardingsinstallatie/
Onthardingszout
Wateronthardingsinstalatie/Onthardingszout
Voor een goed afwasresultaat heeft de afwasautomaat zacht water, d.w.z. water met weinig kalk nodig. Anders zetten zich witte kalkresten op het serviesgoed en de binnenkant van de spoelruimte af.
Leidingwater is harder dan 7° dH (1,2 mmol/l), moet onthard worden. Dit gebeurt met behulp van onthardingszout (regenereerzout) in de wateronthardingsinstallatie van de afwasmachine.
De instelling en daarmee de benodigde hoeveelheid zout zijn afhankelijk van de hardheidsgraad van het leidingwater.
Instellen
De hoeveelheid onthardingszout is van : tot : instelbaar.
Bij de instelwaarde : is geen onthardingszout nodig.
- 1. Vraag de hardheidsgraad van het water. Informeer bij het waterleidingbedrijf.
- 2. De instelwaarde vindt u in de tabel voor de waterhardheid.
- 3. Deur sluiten.
- 4. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 5. START-toets 8 indrukken en ingedrukt houden.
- 6. Programmakiezer 0 draaien tot de cijferindicatie : ... aangeeft.
- 7. Toets loslaten.
Op de cijferindicatie brandt de in de fabriek ingestelde waarde : .
Pagina 11
Wateronthardingsinstallatie/Onthardingszout nl
Om de instelling te wijzigen:
- 1. Programmakiezer 0 draaien tot de gewenste waarde op de cijferindicatie verschijnt.
- 2. START-toets 8 indrukken.
De ingestelde waarde is in het geheugen opgeslagen.
Tabel voor de waterhardheid
| +DUGKHLGV | O | RSâPDFKLQH | |
| ³ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Gebruik van onthardingszout
Onmiddellijk vóór het inschakelen van het apparaat zout bijvullen. Hiermee bereikt u dat de overgelopen zoutoplossing onmiddellijk wordt uitgespoeld en corrosie aan het spoelreservoir wordt voorkomen.
- 1. De schroefdop van het voorraadreservoir 12 eraf draaien.
- 2. Het reservoir met water vullen (alleen nodig bij het eerste gebruik).
- 3. Hierna onthardingszout bijvullen (geen keukenzout of tabletten). Hierdoor wordt het water verdrongen en loopt weg.
Zodra de indicatie zout bijvullen op het bedieningspaneel brandt, moet opnieuw zout worden bijgevuld.
* Afhankelijk van het model
Pagina 12
nl Glansspoelmiddel
Gebruik van reinigingsproducten met zoutcomponenten
Bij gebruik van gecombineerde reinigingsproducten met zoutcomponenten hoeft in het algemeen tot een waterhardheid van 21°dH (37°fH, 26°Clarke, 3,7mmol/l) geen onthardingszout gebruikt te worden.
Bij een waterhardheid boven 21° dH is ook hier het gebruik van onhardingszout noodzakelijk.
Indicatie zout bijvullen/ ontharding uitschakelen
Als de indicatie zout bijvullen stoort (bijv. bij gebruik van gecombineerde reinigingsproducten met zoutcomponenten), dan kan deze uitgeschakeld worden.
- Ga te werk zoals onder „Onthardingsinstallatie instellen” is beschreven en de waarde op : zetten.
Hiermee zijn de onthardingsinstallatie en de indicatie zout bijvullen uitgeschakeld.
m Attentie
Het zoutreservoir nooit met afwasmiddel vullen. Hierdoor gaat de onthardingsinstallatie kapot.
• Glansspoelmiddel
Glanspoelmidel
Als indicatie Glansspoelmiddel bijvullen op het bedieningspaneel brandt, dan is er nog glansspoelmiddel voor 1-2 afwasbeurten aanwezig. U moet glansspoelmiddel bijvullen.
Glansspoelmiddel hebt u nodig voor streeploos gedroogd serviesgoed en heldere glazen. Gebruik alleen glansspoelmiddel voor huishoudelijke afwasautomaten.
Gecombineerde reinigingsproducten met glansspoelcomponenten kunnen alleen tot een waterhardheid van 21° dH (37° fH, 26° Clarke, 3,7 mmol/l) gebruikt worden.
Bij een waterhardheid boven 21° dH is ook hier het gebruik van glansspoelmiddel noodzakelijk.
- 1. Het voorraadreservoir 1 openen door het lipje op het deksel in te drukken en op te tillen.
Pagina 13
Glansspoelmiddel nl
- 2. Glansspoelmiddel voorzichtig tot de max. markering in de vulopening gieten.
- 3. Deksel sluiten tot u een klik hoort.
- 4. Eventueel gemorst glansspoelmiddel met een doekje verwijderen om overmatige schuimontwikkeling bij de volgende afwasbeurt te voorkomen.
Hoeveelheid glansspoelmiddel instellen
De hoeveelheid glansspoelmiddel is van : tot : instelbaar. Stel de hoeveelheid glansspoelmiddel in op : voor een bijzonder goed droogresultaat. In de fabriek is stand : ingesteld.
Verander de hoeveelheid glansspoelmiddel alleen als er strepen (lagere stand instellen) of watervlekken (hogere stand instellen) op het serviesgoed achterblijven.
- 1. Deur sluiten.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. START-toets 8 indrukken en ingedrukt houden.
- 4. Programmakiezer 0 draaien tot de cijferindicatie : ... aangeeft.
- 5. Toets loslaten.
Op de cijferindicatie brandt de in de fabriek ingestelde waarde : .
Om de instelling te wijzigen:
- 1. Programmakiezer 0 draaien tot de gewenste waarde op de cijferindicatie verschijnt.
- 2. START-toets 8 indrukken.
De ingestelde waarde is in het geheugen opgeslagen.
Indicatie glansspoelmiddel bijvullen uitschakelen
Als de glansspoelmiddelindicatie stoort (bijv. bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen met glansspoelcomponenten) dan kan deze worden uitgeschakeld.
- Ga te werk zoals onder „Dosering glansspoelmiddel instellen” is beschreven en de waarde op : zetten.
Hiermee is de indicatie glansspoelmiddel bijvullen uitgeschakeld.
Pagina 14
nl Serviesgoed
• Serviesgoed
Serviesgoed
Ongeschikt servies
- Bestek en servies met houten onderdelen.
- Gevoelige gedecoreerde glazen, kunstnijverheidsservies en -vazen en antiek servies. De decoraties zijn niet bestand tegen afwassen in een afwasautomaat.
- Niet hittebestendige kunststof voorwerpen/onderdelen.
- Koperen en tinnen serviesgoed.
- Serviesgoed dat bevuild is met as, kaarsvet, smeerolie of verf.
Geglazuurd serviesgoed en voorwerpen van aluminium en zilver kunnen bij het afwassen gaan verkleuren of verbleken. Ook sommige soorten glas (bijv.
voorwerpen van kristal) kunnen dof worden nadat ze vele malen zijn afgewassen.
Schade aan glas en serviesgoed
Oorzaken:
- glassoort en fabricagewijze van het glas.
- chemische samenstelling van het afwasmiddel.
- temperatuur van het water tijdens de afwas.
Advies:
- gebruik alleen glas en porselein dat volgens de fabrikant geschikt is voor de afwasautomaat.
- gebruik afwasmiddel waarop staat aangegeven dat het het serviesgoed ontziet.
- glas en bestek na afloop van het programma zo snel mogelijk uit de afwasmachine halen.
Inruimen
- 1. Grove etensresten verwijderen. Afspoelen onder stromend water is niet nodig.
- 2. Het serviesgoed zodanig inruimen dat
- het stevig staat en niet kan omvallen;
- alle soorten serviesgoed met de opening naar beneden staan;
- serviesgoed met een ronding of een holte schuin staat zodat het water er vanaf kan lopen;
- het de sproeiarm 1 tijdens het ronddraaien niet belemmert. Heel klein serviesgoed niet in de machine afwassen omdat dit gemakkelijk uit de servieskorf 1 kan vallen.
Uitruimen
Heet serviesgoed is stootgevoelig! Laat het daarom na afloop van het programma net zo lang in de afwasautomaat afkoelen tot u het goed kunt vastpakken.
Aanwijzing
Na het einde van het programma kunnen er in het apparaat nog waterdruppels zichtbaar zijn. Dit heeft geen invloed op het drogen van het serviesgoed.
Pagina 15
Serviesgoed nl
Servieskorf 1
Bestekkorf
Bestek altijd ongesorteerd met de scherpe kant naar beneden inruimen.
Om verwondingen te voorkomen: lange, puntige bestekdelen en messen in het messenrek leggen.
Omklapbare bordensteunen *
* Afhankelijk van het model De bordensteunen zijn omklapbaar waardoor pannen, schalen en glazen praktischer kunnen worden ingeruimd.
Hoogte van het serviesgoed
De maximale hoogte van het serviesgoed is 28 cm.
Pagina 16
nl Afwasmiddel
• Afwasmiddel
Afwasmidel
U kunt voor uw vaatwasser tabletten evenals poedervormige of vloeibare reinigingsmiddelen gebruiken, in geen geval echter handafwasmiddel.
Afhankelijk van de vervuiling kan met poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel de dosering individueel worden aangepast. Tabletten bevatten voor alle afwasprogramma’s voldoende werkzame stoffen. Moderne, krachtige reinigingsmiddelen hebben meestal een laag alkalische receptuur met enzymen. Enzymen breken zetmeel af en lossen eiwitten op. Om gekleurde vlekken (bijv. thee of ketchup) te verwijderen worden meestal bleekmiddelen op basis van zuurstof gebruikt.
Aanwijzing
Neem voor een goed afwasresultaat altijd de aanwijzingen op de verpakking in acht!
Hebt u nog andere vragen, dan raden wij u aan contact op te nemen met de fabrikant van het afwasmiddel.
m Waarschuwing – Let op de veiligheidsvoorschriften resp. de aanwijzingen bij het gebruik op de verpakkingen van het afwas- en glansspoelmiddel.
Vul afwasmiddel
- 1. Als het afwasmiddelbakje 1 nog dicht is: vergrendeling 1 bedienen om het te openen.
Afwasmiddel alleen in het droge afwasmiddelbakje 1 gieten (tablet plat neerleggen, niet op zijn kant). Dosering: zie de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking. De indeling in het afwasmiddelbakje 1 biedt hulp bij de juiste dosering van poedervormig of vloeibaar afwasmiddel.
- 2. Deksel van het bakje omhoog schuiven tot de sluiting hoorbaar vastklikt.
&/,&.
Het afwasmiddelbakje gaat, afhankelijk van het programma, op het juiste tijdstip automatisch open. Het poedervormige of vloeibare afwasmiddel wordt in het apparaat verdeeld en opgelost. Het tablet valt in de tabopvangschaal en wordt daar gedoseerd opgelost.
Pagina 17
Afwasmiddel nl
Tip
Als het serviesgoed niet erg vuil is, kunt u normalerwijze volstaan met minder afwasmiddel dan is aangegeven.
Geschikte reinigings- en onderhoudsmiddelen kunt u online op onze internetsite of bij de Servicedienst bestellen (zie achterkant).
Gecombineerde reinigingsmiddelen
Naast de gebruikelijke afwasmiddelen (Solo) wordt een aantal producten aangeboden met extra functies. Deze producten bevatten behalve afwasmiddel vaak ook glansspoelmiddel en zoutvervangende stoffen (3in1) en, afhankelijk van de combinatie (4in1, 5in1, enz.), ook nog extra componenten zoals glasbescherming of glansmiddel voor roestvrij staal. Gecombineerde reinigingsmiddelen functioneren alleen tot een bepaalde hardheidsgraad (meestal 21°dH). Boven deze grenswaarde moeten zout en glansspoelmiddel worden toegevoegd. Zodra gecombineerde reinigingsproducten gebruikt worden past het afwasprogramma zich automatisch zodanig aan dat altijd het best mogelijke afwas- en droogresultaat bereikt wordt.
Aanwijzingen
- Optimale afwas- en droogresultaten bereikt u door het gebruik van losse afwasmiddelen in combinatie met (apart) gebruik van onthardingszout en glansspoelmiddel.
- Bij korte programma’s kunnen tabletten door een verschillende manier van oplossen eventueel niet de volle reinigingskracht ontwikkelen waardoor er onopgeloste afwasmiddeldeeltjes achterblijven. Voor deze programma's is een reinigingsmiddel in poedervorm beter geschikt.
- Ook als de indicatie glansspoelmiddel en/of zout bijvullen brandt, verloopt het afwasprogramma bij gebruik van gecombineerd reinigingsmiddelen zonder problemen.
- Bij gebruik van afwasmiddelen met in water oplosbaar beschermend omhulsel: het omhulsel alleen met droge handen vastpakken. Het afwasmiddelbakje moet vóór het vullen absoluut droog zijn, anders kan het afwasmiddel eraan vastplakken.
- Als u van gecombineerde reinigingsmiddelen op losse afwasmiddelen omschakelt, let er dan op dat de wateronthardingsinstallatie en de hoeveelheid glansspoelmiddel op de juiste waarde zijn ingesteld.
Pagina 18
nl Programma-overzicht
• Programma-overzicht
Programa-overzicht
In dit overzicht staat het maximaal mogelijke aantal programma’s vermeld. De bijpassende programma’s en hun rangschikking vindt u op het bedieningspaneel.
| Soort serviesgoed | Soort vervuiling | Programma | Eventuele extra functies | Programmaverloop |
|---|---|---|---|---|
| potten, pannen, niet gevoelig serviesgoed en bestek | erg aangekoekte, ingebrande of opgedroogde zetmeel- of eiwithoudende etensresten | / Intensief 70° | alle | Voorspoelen Reinigen 70° Tussenspoelen Glansspoelen 65° Drogen |
| Auto 45° - 65° | alle | Wordt naar mate van de vervuiling met behulp van het sensorsysteem geoptimaliseerd. | ||
| gemengd serviesgoed en bestek | licht opgedroogde, in het huishouden gebruikelijke etensresten | Auto 45° - 65° | alle | Wordt naar mate van de vervuiling met behulp van het sensorsysteem geoptimaliseerd. |
| / Eco 50° | alle | Voorspoelen Reinigen 50° Tussenspoelen Glansspoelen 65° Drogen | ||
| gevoelig serviesgoed, bestek, temperatuurgevoelige kunststoffen en glazen | weinig aangekoekte verse etensresten | / Zacht 40° | Intensief zone Tijd besparen Extra drogen | Voorspoelen Reinigen 40° Tussenspoelen Glansspoelen 55° Drogen |
| / Snel 45° | Extra drogen | Reinigen 45° Tussenspoelen Glansspoelen 55° | ||
| alle soorten serviesgoed | koud voorspoelen, tussentijdse reiniging | / Voorspoelen | geen | Voorspoelen |
Pagina 19
Programmakeuze
Aan de hand van het soort serviesgoed en de mate van vervuiling kunt u een passend programma uitzoeken.
Aanwijzingen voor testinstituten
Testbureaus ontvangen de instructies voor vergelijkingstests (bijv. volgens EN60436).
Hierbij gaat het om de voorwaarden voor het uitvoeren van de tests, niet om de resultaten of de verbruikswaarden. Aanvraag per e-mail aan:
dishwasher@test-appliances.com Benodigd zijn het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje 1 op de deur van het apparaat vindt.
0 Extra functies
Extra functies
* afhankelijk van het model Instelbaar via de toetsen extra functies .
Tijd besparen (VarioSpeed) *
Met de functie >>Tijd besparen<< kan de looptijd – afhankelijk van het gekozen afwasprogramma – met ca. 20% tot 50% verkort worden. De op een bepaald ogenblik optredende wijziging van de looptijd wordt op de cijferindicatie aangegeven. Om bij verkorte looptijd optimale reinigingsresultaten te bereiken worden water- en energieverbruik verhoogd.
Extra functies nl
• Hygiëne (Hygiene) *
Tijdens het reinigingsproces wordt de temperatuur verhoogd. Hierdoor wordt een verhoogde hygiënestatus bereikt. Deze extra functie is ideaal voor bijv. het afwassen van snijplanken of babyflesjes.
• IntensiveZone (IntensiefZone) *
Perfect voor gemengde belading. U kunt erg vuile potten en pannen in de onderste servieskorf samen met normaal vervuild serviesgoed in de bovenste korf afwassen.
De sproeidruk in de onderste servieskorf wordt versterkt, de temperatuur van het afwaswater iets verhoogd.
• Extra drogen *
Door een verhoogde temperatuur tijdens het glansspoelen en een verlengde droogfase kunnen ook kunststof delen beter drogen. Het energieverbruik is iets hoger.
Pagina 20
nl Apparaat bedienen
1 Apparaat bedienen
Aparat bedienen
Programmagegevens
De programmagegevens (verbruikswaarden) vindt u in de korte handleiding. Ze hebben betrekking op normale omstandigheden en de instelwaarde van de waterhardheid : . Verschillende factoren zoals de temperatuur van het water en de druk in de waterleiding zijn hierbij van invloed en kunnen tot afwijkingen leiden.
Aqua-Sensor *
* Afhankelijk van het model
De Aqua-Sensor is een optisch meetsysteem (met lichtstraal) waarmee de vertroebeling van het afwaswater wordt gemeten.
Afhankelijk van het programma treedt de Aqua-Sensor in werking.
Als de Aqua-Sensor actief is, kan „schoon” afwaswater in de volgende reinigingsfase gebruikt worden en het waterverbruik daardoor met 2–4 liter verminderd worden. Is het water te vuil, dan wordt het afgepompt en door vers water vervangen. In de automatische programma’s worden bovendien temperatuur en looptijd aan de mate van vervuiling aangepast.
Inschakelen van het apparaat
- 1. Kraan helemaal opendraaien.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. Programmakiezer 0 op het gewenste programma draaien. Op de cijferindicatie knippert de vermoedelijke programmaduur.
- 4. START-toets 8 indrukken.
Het programmaverloop start.
Aanwijzing - voor een milieubesparend gebruik van de afwasautomaat:
Het Eco 50° programma is een bijzonder milieubesparend programma. Het is het „standaardprogramma” conform de EU-verordening1016/2010, dat de meest efficiënte standaard reinigingscyclus is voor de reiniging van normaal vervuild serviesgoed en het gecombineerde energie- en waterverbruik voor de reiniging van dit soort serviesgoed.
Resttijdindicatie
Bij de keuze van het programma verschijnt op de cijferindicatie de resterende duur van het programma. De programmaduur wordt tijdens het programma bepaald door de temperatuur van het water, de hoeveelheid serviesgoed en de mate van vervuiling en kan (afhankelijk van het gekozen programma) variëren.
Pagina 21
Apparaat bedienen nl
Starttijd kiezen *
* Afhankelijk van het model
U kunt het programma tot 24 uur later (in stappen van een uur) laten starten.
- 1. Deur sluiten.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. Toets indrukken tot de cijferindicatie op :
springt.
- 4. Toets net zo vaak indrukken tot de gewenste tijd wordt aangegeven.
- 5. START-toets 8 indrukken, de gekozen starttijd is geactiveerd.
- 6. Om de gekozen starttijd te wissen de toets net zo vaak indrukken tot op de cijferindicatie :
verschijnt.
Tot de starttijd kunt u het programma willekeurig wijzigen.
Einde van het programma
Het programma is beëindigd als op de cijferindicatie de waarde : verschijnt.
Automatisch uitschakelen na afloop van het programma *
* Afhankelijk van het model
Om energie te besparen wordt de afwasautomaat 1 minuut na afloop van het programma uitgeschakeld (fabrieksinstelling).
De automatische uitschakeling is van : tot : instelbaar.
: Het apparaat wordt niet automatisch uitgeschakeld : Uit na 1 min : Uit na 120 min
- 1. Deur sluiten.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. START-toets 8 indrukken en ingedrukt houden.
- 4. Programmakiezer 0 draaien tot de cijferindicatie : ... aangeeft.
- 5. Toets loslaten.
Op de cijferindicatie brandt de in de fabriek ingestelde waarde : .
Om de instelling te wijzigen:
- 1. Programmakiezer 0 draaien tot de gewenste waarde op de cijferindicatie verschijnt.
- 2. START-toets 8 indrukken.
De ingestelde waarde is in het geheugen opgeslagen.
Pagina 22
nl Apparaat bedienen
Uitschakelen van het apparaat
Korte tijd na afloop van het programma:
- 1. AAN/UIT-schakelaar uitschakelen.
- 2. Kraan dichtdraaien (niet bij Aqua-Stop).
- 3. Na afkoeling het serviesgoed uit het apparaat halen.
Aanwijzing
Laat het apparaat na het einde van het programma even afkoelen voordat u het opent. Zo voorkomt u dat er stoom vrijkomt die op den duur schade aan uw inbouwmeubelen kan veroorzaken.
Onderbreken van het programma
- 1. AAN/UIT-schakelaar uitschakelen.
De indicatielampjes gaan uit. Het programma blijft in het geheugen opgeslagen.
Als bij aansluiting op warm water of als het apparaat al is opgewarmd de deur van het apparaat geopend werd, de deur eerst een paar minuten op een kier laten staan en dan pas dichtdoen. Anders kan de deur van het apparaat door expansie (overdruk) openspringen of water uit het apparaat komen.
- 2. Om het programma voort te zetten de AAN/UIT-schakelaar weer inschakelen.
Afbreken van het programma (Reset)
- 1. START-toets 8 gedurende ca. 3 seconden indrukken.
Op de cijferindicatie verschijnt : .
- 2. Het programma is na ca. 1 minuut afgelopen. Op de cijferindicatie verschijnt : .
- 3. AAN/UIT-schakelaar uitschakelen.
Wijzigen van het programma
Na het indrukken van de STARTtoets 8 kan het programma niet gewijzigd worden.
Wijzigen van het programma is alleen mogelijk door het programma af te breken (Reset).
Pagina 23
Reinigen en onderhouden nl
Intensief drogen
Tijdens het glansspoelen wordt de temperatuur verhoogd waardoor het droogresultaat wordt verbeterd.
De looptijd kan hierdoor iets verlengd worden. (Wees voorzichtig met gevoelig serviesgoed!)
- 1. Deur sluiten.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. START-toets 8 indrukken en ingedrukt houden.
- 4. Programmakiezer 0 draaien tot de cijferindicatie : aangeeft.
- 5. Toets loslaten.
Op de cijferindicatie brandt de in de fabriek ingestelde waarde : (intensief drogen uit).
De instelling als volgt wijzigen:
- 1. Door de programmakiezer 0 te draaien kunt u het intensief drogen in- :
of uitschakelen : .
- 2. START-toets 8 indrukken.
De instelwaarde is opgeslagen.
2 Reinigen en onderhouden
Reinigen onderhouden
en
Regelmatige controle en onderhoud van het apparaat dragen ertoe bij defecten te voorkomen. Dit bespaart u tijd en ergernis.
Algemene toestand van de machine
- Spoelruimte controleren op kalkaanslag en vetresten.
Als u zulke aanslag aantreft:
- afwasmiddelbakje met afwasmiddel vullen. Het apparaat zonder serviesgoed in het programma met de hoogste afwastemperatuur starten.
Om het apparaat te reinigen alleen speciaal voor afwasautomaten geschikte afwas-/schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Om de prestaties van uw apparaat langer in stand te houden, is het raadzaam het apparaat regelmatig met een speciale vaatwasmachinereiniger te reinigen.
- Om de deurafdichting altijd schoon en hygiënisch te houden, moet deze regelmatig worden gereinigd met een vochtige doek en een beetje afwasmiddel.
- Bij lange standtijd de deur iets open laten staan om te voorkomen dat er onaangename geuren ontstaan.
Pagina 24
nl Reinigen en onderhouden
Gebruik bij het reinigen van uw afwasautomaat nooit een stoomreiniger. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele gevolgen.
De voorkant van het apparaat en het bedieningspaneel regelmatig met een vochtig doekje afnemen. Water met een scheutje afwasmiddel is voldoende. Geen schuursponsjes gebruiken of schoonmaakmiddelen met schuurmiddelen. Dit kan krassen op de oppervlakken veroorzaken.
Bij roestvrijstalen apparaten geen sponsjes gebruiken of deze anders vóór het eerste gebruik een aantal keren grondig uitspoelen om corrosie te voorkomen.
m Waarschuwing –
Gezondheidsrisico
Nooit andere, bijv. chloorhoudende, reinigingsmiddelen gebruiken!
Onthardingszout en glansspoelmiddel
- De bijvulindicaties en controleren. Eventueel zout en/ of glansspoelmiddel bijvullen.
Zeven
De zeven 1 zorgen ervoor dat grove etensresten in het spoelwater niet in de afvoerpomp terechtkomen. Door deze etensresten kunnen de zeven verstopt raken.
Het zevensysteem bestaat uit een grove zeef, een vlakke fijne zeef en een microzeef.
- 1. Na elke afwasbeurt de zeven op etensresten controleren.
- 2. Zeefcylinder zoals afgebeeld losdraaien en het zeefsysteem eruit halen.
- 3. Eventuele etensresten verwijderen en de zeven onder stromend water schoonmaken.
- 4. Zevensysteem in omgekeerde volgorde weer erin zetten en erop letten dat de gemarkeerde pijlen na het sluiten tegenover elkaar staan.
Pagina 25
Sproeiarm
Kalk en etensresten in het afwaswater kunnen de sproei-openingen en de lagers van de sproeiarm 1 blokkeren.
- 1. Sproeiopeningen van de sproeiarm op verstopping controleren.
- 2. De sproeiarm naar boven eraf trekken.
- 3. Sproeiarm onder stromend water schoonmaken.
- 4. Sproeiarm weer vastdrukken.
nl
Wat te doen bij storingen?
3 Wat te doen bij storingen?
Wat te doen bij storingen?
De ervaring leert dat veel storingen die in het dagelijks gebruik optreden, door u zelf verholpen kunnen worden. Hiermee bespaart u natuurlijk kosten en bent u er zeker van dat de machine snel weer gebruikt kan worden. In het volgende overzicht vindt u eventuele oorzaken van de storingen en nuttige aanwijzingen om deze te verhelpen.
Aanwijzing
Mocht het apparaat tijdens het afwassen om onbekende redenen stil blijven staan of niet starten, dan dient u eerst de functie Programma afbreken (reset) uit te voeren.
(Zie het hoofdstuk Apparaat bedienen)
m Waarschuwing – Denk eraan: reparaties mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Mocht het uitwisselen van een onderdeel noodzakelijk zijn, let er dan op dat alleen originele onderdelen gebruikt worden.
Ondeskundige reparatie of gebruik van niet-originele onderdelen kan aanzienlijke schade en gevaar voor de gebruiker opleveren.
Pagina 26
nl Wat te doen bij storingen?
Afvoerpomp
Grote voedselresten of voorwerpen die niet door de zeven zijn tegengehouden, kunnen de afvoerpomp blokkeren. Het spoelwater staat dan tot boven de zeef.
m Waarschuwing – Risico van snijwonden!
Zorg er bij het reinigen van de afvoerpomp voor dat u zich niet verwondt aan glasscherven of scherpe voorwerpen.
In dit geval:
- 1. Altijd eerst de stekker uit het stopcontact trekken resp de zekering uitschakelen of losdraaien.
- 2. Zeven 1 eruit halen.
- 3. Water eruit scheppen, eventueel met behulp van een spons.
- 4. Schroeven aan de pompafdekking losdraaien (Torx T 20) en naar boven eruit trekken.
- 5. Binnenruimte op vreemde voorwerpen controleren en deze – indien nodig – verwijderen.
- 6. Pompafdekking in de oorspronkelijke positie brengen, naar beneden drukken en vastschroeven.
- 7. Zeven monteren.
Pagina 27: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 28
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Een andere foutcode verschijnt op de cijferindicatie. | Er is vermoedelijk een technische storing opgetreden. | Apparaten uitschakelen met de AAN-/UIT-schakelaar . Na korte tijd het apparaat opnieuw starten. |
| ( : tot : ) | Als het probleem opnieuw optreedt, de kraan sluiten en de stekker uit het stopcontact trekken. Bel de klantenservice en vermeld de foutcode. | |
| Display knippert. | Deur niet geheel gesloten. | Deur sluiten. Let erop dat er geen voorwerpen (serviesgoed, geurdispenser) uitsteken uit de korf en daardoor de deursluiting hinderen. |
| Bijvulindicatie voor zout en/ of glansspoelmiddel brandt. | Glansspoelmiddel ontbreekt. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Het zout ontbreekt. | Onthardingszout bijvullen. | |
| Sensor herkent de zouttabletten niet. | Ander speciaal zout gebruiken. | |
| Bijvulindicatie voor zout en/ of glansspoelmiddel brandt niet. | Bijvulindicatie uitgeschakeld. | Activering/deactivering (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/ Onthardingszout of Glansspoelmiddel). |
| Er is nog voldoende onthardingszout/ glansspoelmiddel aanwezig. | Bijvulindicatie, vulpeilen controleren. | |
| Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan. | Zeefsysteem of ruimte onder de zeef 1 is verstopt. | Zeven en ruimte eronder reinigen (zie Afvoerpomp). |
| Programma nog niet beëindigd | Wachten tot het programma is afgelopen of een reset uitvoeren (zie Programma afbreken). |
Pagina 29
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Serviesgoed niet droog. | Geen of te weinig glansspoelmiddel in het voorraadbakje. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Een programma zonder drogen gekozen. | Programma met drogen kiezen (zie Programma-overzicht, Programmaverloop). | |
| Waterophoping in het serviesgoed en bestek. | Voor een schuine stand zorgen bij het inruimen, de serviesdelen zo mogelijk schuin plaatsen. | |
| Het gecombineerde reinigingsmiddel heeft een slechte droogcapacitiet. | Andere combireiniger met beter droogvermogen gebruiken. Extra gebruik van glansspoelmiddel verbetert het droogvermogen. | |
| Intensief drogen voor versterkte droging niet geactiveerd. | Intensief drogen activeren (zie Apparaat bedienen) | |
| Het serviesgoed is te vroeg uitgeruimd of het droogproces was nog niet afgelopen. | Wachten tot het programma is afgelopen of het serviesgoed pas 30 min. na afloop van het programma verwijderen. | |
| Het gebruikt ecoglansspoelmiddel heeft een slecht droogvermogen. | Een kwaliteitsglansspoelmiddel gebruiken. Eco-producten zijn duidelijk minder effectief. | |
| Kunststofserviesgoed niet droog. | Speciale eigenschappen van kunststof. | Kunststof heeft een lager warmteopslagvermogen en droogt daardoor slechter. |
| Bestek niet droog. | Bestek niet goed geordend in de bestekkorf. | Bestek zo veel mogelijk los van elkaar plaatsen, aanraakpunten vermijden. |
| Binnenzijden van het apparaat nat na het spoelen. | Geen fout van het apparaat. | Wegens het droogprincipe „condensatiedrogen” zijn waterdruppels in het reservoir noodzakelijk en gewenst. Het vocht in de lucht condenseert tegen de binnenzijden van de afwasautomaat, stroomt omlaag en wordt weggepompt. |
Pagina 30
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Etensresten op het serviesgoed. | Serviesgoed te dicht op elkaar ingeruimd, servieskorf te vol. | Het serviesgoed zodanig inruimen dat er voldoende vrije ruimte aanwezig is en de sproeistralen het oppervlak van het serviesgoed kunnen bereiken. Aanraakpunten vermijden. |
| Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien. | Het serviesgoed zodanig inruimen dat de draaibeweging van de sproeiarm niet wordt gehinderd. | |
| Sproeiers van sproeiarmen verstopt. | Sproeiers van de sproeiarm reinigen (zie Reinigen en onderhouden). | |
| Zeven 1 vuil. | Zeven schoonmaken (zie Reinigen en onderhouden). | |
| Zeef 1 onjuist aangebracht en/of niet vastgezet. | Zeef goed aanbrengen en vastzetten. | |
| Te zwak afwasprogramma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° of Intensief. | |
| Hoge, smalle serviesdelen worden in de hoeken onvoldoende uitgespoeld. | Hoge, smalle serviesdelen niet te schuin en niet in de hoeken inruimen. | |
| Reinigingsmiddelresten | Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed, daarom gaat het deksel niet volledig open. | Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. |
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje wordt geblokkeerd door het tablet. | Het tablet moet dwars en niet op de korte kant worden gelegd. | |
| Tabletten gebruikt in het snelprogramma of korte programma. | Oplostijd van tabletten van een snelprogramma of een kort programma is te lang | |
| Oplostijd van het reinigingsmiddel wordt niet bereikt binnen het gekozen korte programma. | Reinigingspoeder of een krachtiger programma gebruiken. | |
| Reinigende werking en oplosgedrag nemen af bij langere opslagtijd, of het reinigingsmiddel klontert sterk. | Ander reinigingsmiddel gebruiken. |
Pagina 31
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Watervlekken op kunststofdelen. | Druppelvorming op kunststof oppervlakken is onvermijdelijk. Na het afdrogen zijn watervlekken zichtbaar. | Krachtiger programma gebruiken (hoger waterverbruik). Schuin zetten bij het inruimen. Glansspoelmiddel gebruiken. Onthardingsinstelling eventueel verhogen. |
| Afwisbare of in water oplosbare afzettingen in het reservoir of op de deur. | Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Bij „witte afzetting” op de reservoirbodem is de onthardingsvoorziening ingesteld op een grenswaarde. | Onthardingsinstelling verhogen en eventueel een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Deksel van het zoutreservoir 12 niet dichtgedraaid. | Zoutreservoirdeksel goed dichtdraaien. | |
| Alleen bij glazen: Beginnende glascorrosie kan slechts schijnbaar worden afgewist. | Zie „Schade aan glas en serviesgoed”. | |
| Witte, moeilijk verwijderbare aanslag op serviesgoed, reservoir of deur. | Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Onjuiste waterhardheid ingesteld of waterhardheid is hoger dan 35°dH (6,2 mmol/l). | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of zout bijvullen. | |
| 3-in-1-reinigingsmiddel of bio/ eco-reinigingsmiddel onvoldoende effectief. | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of losse middelen gebruiken (kwaliteitsreinigingsmiddel, zout, glansspoelmiddel). | |
| Te lage dosering van het reinigingsmiddel. | De reinigingsmiddeldosering verhogen of een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Een te zwak programma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. |
Pagina 32
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Thee- of lippenstiftresten op het serviesgoed. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Te weinig of ongeschikt reinigingsmiddel. | Geschikt reinigingsmiddel in de juiste dosering toevoegen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Gekleurde (blauw, geel, bruin), moeilijk of niet verwijderbare aanslag in het apparaat of op roestvrijstalen serviesgoed. | Laagvorming door inhoudsstoffen van groente (bijv. kool, selderie, aardappels, noedels, …) of van het leidingwater (bijv. mangaan). | Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. |
| Laagvorming door metalen bestanddelen op zilveren of aluminium serviesgoed. | Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. | |
| Gekleurde (geel, oranje, bruin), eenvoudig te verwijderen afzettingen in de binnenruimte (vooral op de bodem). | Laagvorming van de inhoudsstoffen van voedselresten en van het leidingwater (kalk), „zeepachtig” | Werking van de onthardingsvoorziening controleren (onthardingszout bijvullen) of bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen (tabletten) de ontharding activeren (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/ Onthardingszout). |
| Verkleuring op kunststofdelen. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Verkleuring van de kunststof onderdelen in de binnenruimte van het apparaat. | Kunststof onderdelen in de binnenruimte kunnen tijdens de levensduur van de afwasautomaat verkleuren. | Verkleuringen zijn normaal en hebben geen nadelige invloed op de werking van de afwasautomaat. |
Pagina 33
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Verwijderbare vegen op glazen, glaswerk met een metalen uiterlijk en bestek. | Te veel glansspoelmiddel. | Kleinere hoeveelheid glansspoelmiddel instellen. |
| Geen glansspoelmiddel toegevoegd of de instelling is te laag. | Glansspoelmiddel toevoegen en de dosering controleren (advies: stand 4-5). | |
| Reinigingsmiddelresten tijdens het programmagedeelte Glansspoelen. Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed (deksel gaat niet volledig open). | Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Beginnende of reeds aanwezige, irreversibele (onherstelbare) vertroebeling van het glas. | Glazen niet vaatwasmachinebestendig, slechts vaatwasmachinegeschikt. | Vaatwasmachinebestendige glazen gebruiken. Lange stoomfase (standtijd na spoeleinde) vermijden. Spoelbehandeling met lagere temperatuur gebruiken. Onthardingsvoorziening correct instellen op de waterhardheid (eventueel 1 niveau lager). Reinigingsmiddel met glasbeschermingscomponenten gebruiken. |
| Roestsporen op het bestek. | Het bestek is niet voldoende roestbestendig. Messenlemmeten zijn hier vaak sterker door getroffen. | Roestvast bestek gebruiken. |
| Bestek roest ook wanneer het samen met roestige voorwerpen wordt afgewassen (handgrepen van pannen, beschadigde servieskorven enz.). | Geen roestende onderdelen afwassen. | |
| Zoutgehalte in het afwaswater te hoog doordat het deksel van het zoutreservoir niet goed is vastgedraaid of bij het bijvullen zout gemorst werd. | Dop van het zoutreservoir goed vastdraaien of gemorst zout verwijderen. |
Pagina 34
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat start niet. | Zekering van de huisinstallatie niet in orde. | Zekering controleren. |
| Aansluitsnoer niet aangesloten. | Ervoor zorgen dat het aansluitsnoer goed is aangesloten op de achterkant van het apparaat en op het stopcontact. Controleren of het stopcontact goed werkt. | |
| De deur van het apparaat is niet goed dicht. | Deur sluiten. | |
| Programma start automatisch. | Einde van het programma niet afgewacht. | Reset uitvoering. (Zie Programma afbreken). |
| Apparaatinstelling (waterhardheid, glansspoelen, …) niet mogelijk | Apparaat is bezig met het programma. Instelling alleen mogelijk voor begin van het programma. | Reset uitvoeren (zie Programma afbreken) en instelling maken volgens de gebruiksaanwijzing. |
| De deur kan niet alleen moeilijk geopend worden. | Kinderbeveiliging is geactiveerd. | Kinderbeveiliging deactiveren. (Zie gebruiksaanwijzing, achteraan in de omslag) |
| De deur kan niet sluiten. | Het deurslot is omgesprongen. | Deur krachtiger sluiten. |
| Deur sluit niet goed door inbouwfout. | Inbouwwijze van het apparaat controleren. Deuren of aanbouwdelen mogen elkaar niet raken bij het sluiten. | |
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje kan niet gesloten worden. | Reinigingsmiddelbakje of dekselgeleiding geblokkeerd door aangekoekte reinigingsmiddelresten. | Reinigingsmiddelresten verwijderen. |
| Reinigingsmiddelresten in het reinigingsmiddelbakj e. | Reinigingsmiddelbakje was tijdens het vullen vochtig. | Reinigingsmiddel alleen in droog reinigingsmiddelbakje doen. |
| Apparaat blijft steken tijdens het programma of het programma valt stil. | Deur niet geheel gesloten. | Deur sluiten. |
| Bovenkorf drukt tegen de binnendeur en verhindert een goede sluiting van de deur. | Controleren of de achterwand wordt ingedrukt door bijv. een stopcontact. | |
| Stroom- en/of watertoevoer onderbroken. | Stroom- en/of watertoevoer herstellen. | |
| Klappende geluiden van de vulventielen. | Afhankelijk van de huisinstallatie, daarom geen apparaatfout. Geen invloed op de werking van het apparaat. | Geen oplossing voorhanden. |
| Kloppend of ratelend geluid. | Bij geringe belading maken de waterstralen rechtstreeks contact met het reservoir. | Apparaat voller laden of het serviesgoed gelijkmatiger verdelen. |
| Lichte serviesdelen bewegen tijdens het spoelen. | Lichte serviesdelen vast staand inruimen. |