Bosch WAT28493NL, tekst van de handleiding
Pagina's 10–30 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–9verder op pagina 31 →
Pagina 10
nl Het apparaat leren kennen
Display
Aanwijzing: In de tabel vindt u instelmogelijkheden en informatie voor het gekozen programma.
- 90 °C Temperatuur* in °C; = koud - - - -, 0 - 1400** 0 Centrifugetoerental in omw/min, 0 = geen centrifugeren , alleen afpompen
- Blz. 13, - - - - = spoelstop
- Blz. 13 bijv. 2:30 Klaar in-tijd Programmaduur na programmakeuze in h:min (uren:minuten), 1 - 24 Voorselectie eindtijde in uren; Programma-einde na ... uur 9** kg Aanbevolen lading
Indicatie energieverbruik*
- Blz. 7
Hoe meer indicatielampjes branden, des te hoger is het relatieve energieverbruik.
* afhankelijk van model
** afhankelijk van gekozen programma, instellingen en model
Overige aanwijzingen op het display
| Programmavoortgang: | |
|---|---|
| Wassen | |
| Spoelen | |
| 0 | Centrifugeren |
| End | Programma-einde |
| - - - - 0 | Programma-einde met instelling Spoelstop |
| Vuldeur: | |
| brandt | Vuldeur gaat niet open. |
| knippert | Na programmastart: vuldeur is niet goed gesloten. |
| Waterkraan: | |
| knippert | Kraan niet open geen waterdruk |
| brandt | Waterdruk te laag (kan de programmaduur verlengen) |
| Kinderbeveiliging: Blz. 18 | |
| brandt | Kinderbeveiliging actief |
| knippert | Kinderbeveiliging is actief en er is aan de programmakiezer gedraaid. |
| Schuimdetectie: | |
| brandt | • Blz. 17 |
| Foutindicatie: | |
| E: - - | • Blz. 24 |
| Signaalinstelling: | |
| 0 - 4 | • Blz. 20 |
Pagina 11
Wasgoed nl
Wasgoed
Wasgoed voorbereiden
Attentie!
Beschadiging van het apparaat/textiel
Vreemde voorwerpen (bijv. munten, paperclips, naalden, spijkers) kunnen het wasgoed, of onderdelen van de wasmachine beschadigen.
Neem daarom de volgende aanwijzingen in acht bij de voorbereiding van uw was:
- Zakken leegmaken.
- Metalen voorwerpen (zoals paperclips) verwijderen.
- Tere weefsels wassen in een wasnet/zak (panty’s, beugel-BH's).
- Ritssluitingen sluiten, overtrekken dichtknopen.
- Zand uit zakken en omslagen borstelen.
- Rollertjes van vitrage verwijderen of in een apart netje / aparte zak doen.
Wasgoed sorteren
Houdt u bij het sorteren van het wasgoed aan de aanwijzingen voor de verzorging en aan de opgaven van de producent, zoals aangegeven op de waslabels:
- soort weefsel/vezels
- kleur
Aanwijzing: Wasgoed kan verkleuren of niet goed schoon worden. Witte en bonte was dient u apart te wassen.
Nieuw bont wasgoed de eerste keer afzonderlijk wassen.
- mate van verontreiniging Kies steeds wasgoed dat in dezelfde mate verontreinigd is.
Enkele voorbeelden voor de mate van verontreiniging vindt u hier • Blz. 13.
- licht: niet voorwassen, eventueel instelling Speed kiezen – normaal
- sterk: minder wasgoed in de wasautomaat doen, programma met voorwas kiezen
- vlekken: vlekken zolang ze nog 'vers' zijn, verwijderen/ voorbehandelen. Eerst met een sopje afdeppen/niet inwrijven.
Wasgoed hierna wassen met een geschikt programma.
Hardnekkige/ingedroogde vlekken verdwijnen pas na meerdere keren wassen.
- Symbolen op de verzorgingslabels Aanwijzing: Getallen in de symbolen verwijzen naar de maximaal in te stellen temperatuur van de wasautomaat.
- Geschikt voor normaal wasproces, bijv. programma Katoen
- Voorzichtig wasproces nodig, bijv. programma
Kreukherstellend
- Bijzonder voorzichtig wasprogramma nodig, bijv. programma Fijn/Zijde
- Geschikt voor handwas, bijv. programma Wol
- Was niet in de wasautomaat wassen.
Pagina 12
nl Wasmiddel
Stijven
Aanwijzing: Het wasgoed mag niet met wasverzachter gespoeld zijn.
Stijfsel is met name bij het Spoelen en Katoen programma met vloeibaar stijfsel mogelijk. Doseer het stijfsel volgens instructies van de fabrikant in het compartiment (eventueel eerst schoonmaken).
Verven/Ontkleuren
Verf uitsluitend hoeveelheden die in het huishouden gebruikelijk zijn. Zout kan roestvrijstaal aantasten! Neem de instructies van de producent van de verf in acht!
Wasgoed niet in de machine ontkleuren!
Inweken
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Programma Katoen 20 °C kiezen.
- 3. Inweek-/wasmiddel volgens opgave van de fabrikant in compartiment II doen.
- 4. Toets kiezen.
- 5. Na ca. 10 minuten toets kiezen om het programma te stoppen.
- 6. Na de gewenste inweektijd opnieuw toets kiezen als het programma voortgezet moet worden of programma wijzigen.
Aanwijzingen
- Wasgoed van dezelfde kleur in de trommel doen.
- Geen extra wasmiddel nodig, het inweeksop wordt ook gebruikt voor het wassen.
Wasmiddel
Juiste wasmiddelkeuze
Voor de juiste wasmiddelkeuze, temperatuur en behandeling van het wasgoed is het waslabel doorslaggevend. zie ook www.sartex.ch
Op de website www.cleanright.eu vindt u veel aanvullende informatie over was-, verzorgings- en reinigingsmiddelen voor huishoudelijk gebruik.
- Totaal wasmiddel met optische witmakers geschikt voor kookbestendige witte was van linnen of katoen Programma: Katoen / koud - max. 90 °C
- Bontwasmiddel zonder bleekmiddel en optische witmakers geschikt voor bonte was van linnen of katoen
Programma: Katoen / koud - max. 60 °C
- Bonte-/fijnwasmiddel zonder optisch witmiddel geschikt voor bonte was van kreukherstellende vezels, synthetische materialen Programma: Kreukherstellend / koud - max. 60 °C
- Fijnwasmiddel geschikt voor kwetsbaar, fijn textiel, zijde of viscose
Programma: Fijn/Zijde / koud - max. 40 °C
- Wolwasmiddel geschikt voor wol
Programma: Wol / koud - max. 40 °C
Pagina 13
Energie en wasmiddel besparen
U kunt bij licht en normaal verontreinigde was besparen op energie (lagere wastemperatuur) en wasmiddel:
| Besparen | Mate van verontreiniging / Aanwijzing |
|---|---|
| Lagere temperatuur en minder wasmiddel volgens doseeradvies | licht Geen verontreiniging of vlekken zichtbaar. Kledingstukken hebben lichaamsgeur aangenomen, bijv.: ■ lichte zomer-/sportkle-ding (enkele uren gedragen) ■ T-shirts, overhemden , blouses, (max. 1 dag gedragen) ■ Beddengoed en handdoeken van gasten (1 dag gebruikt) |
| normaal Verontreiniging zichtbaar / of een paar lichte vlekken herkenbaar, bijv.: ■ T-shirts, overhemden, blouses, (bezweet, meerdere malen gedragen) ■ Handdoeken, beddengoed (max. 1 week gebruikt) | |
| Temperatuur volgens het waslabel en wasmiddelhoeveelheid volgens doseeradvies / sterk verontreinigd | sterk Verontreiniging en/of vlekken duidelijk zichtbaar, bijv. theedoeken, babywas, werkkleding |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Aanwijzing: Bij dosering van alle was-/ hulp-/verzorgings- en reinigingsmiddelen moet u absoluut de aanwijzingen van de fabrikant en de overige aanwijzingen in acht nemen. Blz. 16
nl
0 Programma voorinstellingen
De programmavoorinstellingen worden na het kiezen van het programma op het display weergegeven.
U kunt de voorinstellingen wijzigen.
Druk hiervoor zo vaak op de betreffende toets tot de gewenste instelling op het display verschijnt.
Aanwijzing: Door de toets langer ingedrukt te houden, lopen de instelwaarden automatisch verder tot de eindwaarde. Druk dan nogmaals op de toets en u kunt opnieuw de instelwaarde wijzigen.
Een overzicht van alle mogelijke programmainstellingen vindt u op het extra blad bij de gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding.
Temperatuur
(Temp. °C)
Toets afhankelijk van model
Voor en tijdens het programma kunt u afhankelijk van de programmavoortgang de ingestelde temperatuur wijzigen.
De maximaal in te stellen temperatuur hangt af van het gekozen programma.
Centrifugetoerental
(0, Centrifugeren)
Voor en tijdens het programma kunt u afhankelijk van de programmavoortgang het centrifugetoerental (in omw./min.; omwentelingen per minuut) wijzigen.
Instelling 0 : zonder eindcentrifugeren, het water wordt alleen afgepompd. Het wasgoed blijft nat in de trommel liggen, bijv. voor wasgoed dat niet gecentrifugeerd mag worden. Instelling - - - -: spoelstop = zonder eindcentrifugeren, het wasgoed blijft na de laatste keer spoelen in het water liggen.
Spoelstop kunt u kiezen om kreukvorming te voorkomen, wanneer na afloop van het programma het wasgoed niet direct uit de wasautomaat wordt genomen.
Om het programma te hervatten/beëindigen
- Blz. 18
Het maximaal in te stellen toerental hangt af van het gekozen programma en het model.
Pagina 14
nl Extra programma-instellingen
Klaar in-tijd
( )
Vóór programmastart kunt u het programma-einde (Klaar in-tijd) in stappen van 1 uur (h=uur) tot maximaal 24h van tevoren instellen.
Hiervoor:
- 1. Programma kiezen.
De programmaduur voor het gekozen programma bijv. 2:30 (uren:minuten) wordt weergegeven.
- 2. Toets Klaar in-tijd net zo vaak indrukken tot het gewenste aantal uren verschijnt.
- 3. Toets kiezen.
Het programma start.
Op het display wordt het gewenste aantal uren bijv. 8h weergegeven en afgeteld totdat het wasprogramma begint. Dan wordt de programmaduur weergegeven.
Aanwijzing: De programmaduur wordt bij een lopend programma automatisch aangepast.
Bepaalde factoren kunnen de programmaduur beïnvloeden, bijv.:
- programma-instellingen,
- wasmiddeldosering (evt. extra spoelbeurten vanwege schuimvorming),
- maximale belading/textielsoort (wateropname verschillend),
- onbalans (bijv. door hoeslakens) wordt door meermalige centrifugestarts gecompenseerd,
- variaties in de netspanning,
- waterdruk (toevoersnelheid).
Na programmastart kunt u het van tevoren ingestelde aantal uur als volgt wijzigen:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Met de toets Klaar in-tijd het aantal uur wijzigen.
- 3. Toets kiezen.
Na programmastart kunt u indien nodig wasgoed bijvullen of uitnemen.
- Blz. 18
Extra programmainstellingen
Een overzicht van alle mogelijke extra instellingen vindt u op het extra blad bij de gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding.
De instellingen zijn verschillend afhankelijk van model.
Speed Eco
( , Speed/Eco)
Toets met twee instelmogelijkheden voor het aanpassen van het geselecteerde programma:
- Speed
Voor het wassen in kortere tijd met vergelijkbaar wasresultaat, maar met hoger energieverbruik dan het gekozen programma zonder instelling Speed Eco.
Aanwijzing: De maximale belading mag niet overschreden worden.
- Eco
Energiezuinig wassen door tempertuurreductie bij vergelijkbaar wasresultaat bij het gekozen programma zonder instelling Speed
Eco.
Kies hiervoor toets. Eerst wordt u de Speed-instelling aangeboden. Als u de toets nogmaals indrukt, is de Ecoinstelling actief. Het betreffende symbool brandt op het display als de instelling geactiveerd is.
Als u de toets nogmaals indrukt, is er geen instelling actief.
Pagina 15
Apparaat bedienen nl
Anti-kreuk
( , Licht strijken)
Toets afhankelijk van model
Beperkt de kreukvorming door een speciale centrifugemethode met aansluitend losser maken en een verlaagd centrifugetoerental.
Aanwijzing: Het restvochtgehalte van het wasgoed neemt toe.
Water&Spoelen+
( )
Toets afhankelijk van model
Hoger waterniveau en extra spoelbeurt bij bijzonder gevoelige huid en/of voor gebieden met zeer zacht water
Voorwas
( )
Toets afhankelijk van model
Voor sterk verontreinigd wasgoed.
Aanwijzing: Wasmiddel over compartiment I en II verdelen.
1 Apparaat bedienen
Wasmachine voorbereiden
Aanwijzing: De wasmachine moet deskundig opgesteld en aangesloten zijn. vanaf Blz. 28
- 1. Stekker in het stopcontact steken.
- 2. Waterkraan opendraaien.
- 3. Vuldeur openen.
- 4. Controleren of de trommel geheel leeg is. Eventueel leegmaken.
Programma kiezen/Apparaat inschakelen
Aanwijzing: Wanneer u de kinderbeveiliging hebt geactiveerd, moet u deze eerst deactiveren, voordat u een programma kunt instellen.
Kies met de programmakiezer het gewenste programma. De knop kan in beide richtingen worden gedraaid.
Het apparaat is ingeschakeld.
Op het display verschijnen de programmavoorinstellingen voor het gekozen programma:
- temperatuur*,
- programmaduur afgewisseld met de maximale belading en
- aanwijzing voor het energieverbruik*.
* afhankelijk van model
Pagina 16
nl Apparaat bedienen
Programma-voorinstellingen wijzigen
U kunt de voorinstellingen voor deze wasbeurt gebruiken of wijzigen.
Druk hiervoor zo vaak op de betreffende toets tot de gewenste instelling wordt weergegeven.
De instellingen zijn zonder bevestiging actief.
Deze blijven na het uitschakelen van de wasautomaat niet bewaard.
Programmavoorinstellingen Blz. 13
Extra programma-instellingen kiezen
Door het kiezen van extra instellingen kunt u het wasprogramma nog beter aanpassen aan uw wasgoed.
De instellingen kunnen afhankelijk van de programmavoortgang geselecteerd/ gedeselecteerd worden.
De indicatielampjes van de toesten branden wanneer de instelling actief is.
De instellingen worden na het uitschakelen van de wasautomaat niet bewaard.
Extra programma-instellingen
- Blz. 14
Wasgoed in de trommel doen
Waarschuwing
Levensgevaar!
Wasgoed dat vóór het wassen met een reinigingsmiddel met oplosmiddel (bijv. vlekkenmiddel of wasbenzine) is behandeld, kan nadat het in de wastrommel is gedaan tot een explosie leiden.
Spoel het wasgoed van te voren grondig met de hand uit.
Aanwijzingen
- Doe grote en kleine stukken wasgoed door elkaar. Stukken wasgoed van verschillende grootte worden bij het centrifugeren beter verdeeld. Afzonderlijke stukken wasgoed kunnen tot onbalans leiden.
- Houdt u aan de aangegeven max. belading. Overbelading vermindert het wasresultaat en bevordert kreukvorming.
- 1. Voorgesorteerd wasgoed uit elkaar gevouwen in de trommel doen.
- 2. Let erop dat er geen wasgoed tussen vuldeur en rubberen manchet ingeklemd raakt en sluit de vuldeur.
Was- en verzoringsmiddel doseren en bijvullen
Attentie!
Schade aan het apparaat
Reinigingsmiddelen en middelen voor het voorbehandelen van was (bijv. vlekkenmiddelen, voorwasspray, ...) kunnen het oppervlak van de wasmachine aantasten wanneer ze er mee in aanraking komen.
Breng deze middelen niet in contact met de oppervlakken van de wasmachine. Eventueel sproeinevelresten en andere restanten/ druppels direct met een vochtige doek afvegen.
Doseren
Doseer de was- en onderhoudsmiddelen overeenkomstig:
Pagina 17
Apparaat bedienen nl
- de waterhardheid; welke u kunt opvragen bij uw waterleidingbedrijf
- de instructies van de fabrikant op de verpakking
- de hoeveelheid wasgoed
- de mate van verontreiniging • Blz. 13
Vullen
Waarschuwing
Oog-/huidirritaties!
Als de wasmiddellade tijdens het gebruik wordt geopend, kan er was-/ wasverzorgingsmiddel uitspatten.
Open de wasmiddellade voorzichtig. Spoel bij contact met was-/ verzorgingsmiddel de ogen uit, resp. de huid af.
Raadpleeg bij per ongeluk innemen een arts.
Aanwijzing: Verdun stroperige wasverzachter en textielversteviger met water. Dit voorkomt verstoppingen in de leidingsystemen van de wasmachine.
Doe het was- en verzorgingsmiddel in de betreffende compartimenten:
| Doseerhulp A | voor vloeibaar wasmiddel |
|---|---|
| Compartiment | Wasmiddel voor de hoofdwas, |
| II | waterontharder, bleekmiddel, vlekkenzout |
| Compartiment | Wasverzachter, stijfsel, max niet overschrijden |
| Compartiment | Wasmiddel voor de voorwas |
| I |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
- 1. Wasmiddellade tot aan de aanslag uittrekken.
- 2. Vullen met was- en/of wasverzorgingsmiddel.
- 3. Wasmiddellade sluiten.
Doseerhulp voor vloeibaar wasmiddel
Voor het doseren van vloeibaar wasmiddel positioneert u de doseerhulp:
- 1. Wasmiddellade uittrekken. Inzetstuk naar beneden drukken en de lade er helemaal uithalen.
- 2. Doseerstuk naar voren schuiven, naar beneden klappen en inklikken.
- 3. Lade weer terugplaatsen.
Aanwijzing: Gebruik de doseerhulp niet bij gelachtige wasmiddelen en waspoeder en bij programma's met voorwas of wanneer Klaar in tijd gekozen is.
Starten van het programma
Toets kiezen. Het indicatielampje brandt en het programma start.
Op het display wordt tijdens het programma de Klaar in-tijd of, na het begin van het wasprogramma, de programmaduur en de symbolen voor de voortgang van het programma weergegeven.
Display Blz. 10
Aanwijzing: Schuimdetectie
Wanneer op het display bovendien het symbool verschijnt, dan heeft de wasautomaat te veel schuim tijdens het wasprogramma geconstateerd en daarna automatisch een extra spoelbeurt toegevoegd om het schuim tegen te gaan.
Doseer bij de volgend wasbeurt met gelijke belading minder wasmiddel.
Wilt u het programma tegen onbedoeld wijzigen beveiligen, kies dan als volgt de kinderbeveiliging.
Pagina 18
nl Apparaat bedienen
Kinderbeveiliging
( 3 sec.)
U kunt de wasautomaat beveiligen tegen het per ongeluk wijzigen van de ingestelde functies. Hiervoor na de start van het programma de kinderbeveiliging activeren.
Voor het activeren/deactiveren ca. 3 seconden lang tegelijkertijd de toetsen Centrifugetoerental en Klaar in-tijd selecteren. Op het display verschijnt het symbool .
- brandt: De kinderbeveiliging is actief.
- knippert: De kinderbeveiliging is actief en er is aan de programmakiezer gedraaid. Voor het deactiveren van de kinderbeveiliging zet u de programmakiezer terug op het uitgangsprogramma. Het symbool brandt weer.
Aanwijzing: Om het afbreken van het programma te voorkomen, de programmakiezer hierbij niet over de Uit-positie heen draaien.
Aanwijzing: De kinderbeveiliging blijft na programma-einde en uitschakeling van het apparaat actief. U moet deze altijd deactiveren, wanneer u een nieuwe programma wilt starten.
Wasgoed bijvullen
Na programmastart kunt u indien gewenst wasgoed bijvullen of uitnemen.
Kies hiervoor toets .
Het indicatielampje van de toets knippert en de wasautomaat controleert of bijvullen mogelijk is.
Wanneer op het display:
- het symbool is uitgegaan, is bijvullen mogelijk.
- het symbool brandt, is bijvullen niet mogelijk.
Kies voor het hervatten van het programma de toets . Het programma wordt automatisch hervat.
Aanwijzingen
- Laat bij het bijvulllen de vuldeur niet langere tijd open staan - er kan water uit het wasgoed naar buiten lopen.
- Bij een hoog waterniveau, een hoge temperatuur of een draaiende trommel blijft de vuldeur om veiligheidsredenen vergrendeld en is bijvullen niet mogelijk.
- De beladingsindicatie is tijdens het bijvullen niet actief.
Programma wijzigen
- 1. Toets kiezen.
- 2. Een ander programma kiezen.
- 3. Toets kiezen. Het nieuwe programma begint van voren af aan.
Progr. annuleren
Bij programma’s met hoge temperatuur:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Wasgoed afkoelen: Spoelen kiezen.
- 3. Toets kiezen.
Bij programma’s met lage temperatuur:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Centrifugeren/Afpompen kiezen.
- 3. Toets kiezen.
Programma-einde bij spoelstop
Op het display verschijnt - - - - 0 en het indicatielampje van de toets knippert.
Hervat het programma door:
- de toets te kiezen of
- een centrifugetoerental te kiezen resp. de programmakiezer op Centrifugeren/Afpompen te zetten en dan toets te kiezen.
Pagina 19
Sensoren nl
Programma-einde
Op het display verschijnt End en het indicatielampje van de toets is uit.
Wasgoed uitnemen / apparaat uitschakelen
- 1. Vuldeur openen en wasgoed eruit halen.
- 2. Programmakiezer op Uit zetten. Apparaat is uitgeschakeld.
- 3. Kraan dichtdraaien.
Aanwijzing: Niet nodig bij modellen met Aquastop.
Aanwijzingen
- Geen wasgoed achterlaten in de trommel. Dit kan bij de volgende wasbeurt krimpen of andere stukken verkleuren.
- Eventuele ongewenste voorwerpen uit de trommel en de rubbermanchet verwijderen – gevaar van roestvorming.
| ■ Rubber manchet | droogvegen. |
| ■ Vuldeur en wasmiddellade zodat het restwater | open laten kan opdrogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
- Altijd het programma-einde afwachten, omdat anders het apparaat nog vergrendeld kan zijn. Vervolgens het apparaat inschakelen en wachten op de ontgrendeling.
- Wanneer het display na afloop van het programma niet verlicht is, is de energiebesparingsmodus actief. Om het te activeren kiest u een willekeurige toets.
Sensoren
Beladingsautomaat
Afhankelijk van het soort textiel en de belading past de beladingsautomaat het waterverbruik optimaal aan elk programma aan.
Onbalans-controlesysteem
Het automatische onbalanscontrolesysteem herkent onbalans en zorgt door meermaals aanloopcentrifugeren voor een gelijkmatige verdeling van het wasgoed.
Bij een zeer ongunstige verdeling van het wasgoed wordt om veiligheidsredenen het toerental verlaagd of wordt er niet gecentrifugeerd.
Aanwijzing: Kleine en grote stukken wasgoed in de trommel doen. Blz. 25
VoltCheck
afhankelijk van model
Het automatische spanningscontrolesysteem herkent een ontoelaatbare spanningsonderschrijding. Op het display knippert de dubbele punt van de Klaar in-indicatie. Blz. 10
Is de voedingsspanning weer stabiel, dan brandt de dubbele punt in de Klaar inindicatie (normale toestand).
De herkende spanningsonderschrijding wordt in het verdere programmaverloop door het branden van alle drie de punten op het display weergegeven.
Aanwijzing: Spanningsonderschrijdingen kunnen bijv. tot programmaverlenging en/of een niet bevredigend centrifugeerresultaat leiden.
Pagina 20
nl Signaalinstelling
Signaalinstelling
U kunt de volgende instellingen veranderen:
- het volume voor de instructiesignalen (bijv. aan het programma-einde) en/of
- het volume voor de toetssignalen.
Voor het wijzigen van de instellingen moet u eerst altijd de instelmodus activeren.
Instelmodus activeren
- 1. Programma Katoen op positie 1 kiezen. De wasautomaat is ingeschakeld.
- 2. Toets indrukken en tegelijkertijd de programmakiezer verder naar rechts naar positie 2 draaien. Toets loslaten.
De instelmodus is geactiveerd en op het display verschijnt het vooringestelde volume voor de instructiesignalen (bijv. aan het programma-einde).
Volume wijzigen
Met de toets Klaar in-tijd verandert u op de programmakiezer-posities:
- 2: het volume van de instructiesignalen en/of op
- 3: het volume voor de toetssignalen.
0 = uit, 1 = zacht, 2 = middel, 3 = luid, 4 = zeer luid
Instelmodus afronden
U kunt de procedure nu beëindigen en de programmakiezer op Uit zetten. De instellingen zijn opgeslagen.
2 Reinigen en onderhouden
Waarschuwing
Levensgevaar!
Bij contact met onderdelen die onder spanning staan bestaat het risico van een elektrische schok.
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Waarschuwing
Kans op vergiftiging!
Door oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen zoals wasbenzine kunnen giftige dampen ontstaan. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Attentie!
Schade aan het apparaat
Oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen, zoals bijv.
wasbenzine, kunnen oppervlakken en onderdelen van het apparaat aantasten. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Zo voorkomt u biofilmvorming en geuroverlast:
Aanwijzingen
- Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte waarin de wasautomaat is geplaatst.
- Laat de vuldeur en de wasmiddellade iets open staan wanneer de wasautomaat niet gebruikt wordt.
- Was af en toe met een Katoen 60 °C-programma, gebruik makend van een poederwasmiddel voor hoofdwas.
Pagina 21
Reinigen en onderhouden nl
Buitenkant van het apparaat/ Bedieningspaneel
- Neem de behuizing en het bedieningspaneel af met een zachte, vochtige doek.
- Wasmiddelresten onmiddellijk verwijderen.
- Reinigen met een waterstraal verboden.
Wastrommel
Gebruik een chloorvrij reinigingsmiddel, geen staalwol.
Bij geurvorming in de wasautomaat, of om de trommel te reinigen, afhankelijk van het model programma
Trommelreiniging 90 °C of
Katoen 90 °C zonder wasgoed uitvoeren. Gebruik daarbij een poederwasmiddel.
Ontkalken
Bij een correcte dosering van het wasmiddel is ontkalken niet nodig. Indien toch: te werk gaan volgens de opgaven van de fabrikant van het ontkalkingsmiddel. Geschikte ontkalkers zijn verkrijgbaar via onze website of via de servicedienst.
Wasmiddellade en behuizing
Als er resten wasmiddel of wasverzachter aanwezig zijn:
- 1. wasmiddellade uittrekken. Inzetstuk naar beneden drukken en de lade er helemaal uithalen.
- 2. Inzetstuk eruit halen: met de vinger van beneden naar boven drukken.
- 3. Inspoellade en inzetstuk met water en een borstel reinigen en afdrogen. Ook de behuizing van binnen reinigen.
- 4. Inzetstuk plaatsen en vastklikken (cilinder op geleidestift steken).
- 5. Wasmiddellade erin schuiven.
Aanwijzing: Wasmiddellade open laten, zodat het resterende vocht kan opdrogen.
Pagina 22
nl Reinigen en onderhouden
Afvoerpomp verstopt
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Zeepsop wordt heet bij het wassen op hoge temperaturen. Door contact met heet zeepsop kunnen brandwonden ontstaan.
Laat het zeepsop afkoelen.
- 1. De waterkraan dichtdraaien, zodat er geen water meer toestroomt dat via de afvoerpomp afgevoerd moet worden.
- 2. Apparaat uitschakelen. Stekker uit de wandcontactdoos nemen.
- 3. Onderhoudsklep openen en eraf halen.
- 4. Aftapslang uit de houder halen. Stopje verwijderen, zeepsop in een geschikte opvangbak laten stromen. Stopje erin drukken en aftapslang in de houder plaatsen.
- 5. Pompdeksel voorzichtig losschroeven, er kan restwater uit lopen.
Binnenruimte, schroefdraad van het pompdeksel en pomphuis reinigen. De waaier van de pomp moet gedraaid kunnen worden.
Pompdeksel weer plaatsen en vastschroeven. De handgreep moet verticaal staan.
- 6. Serviceklep plaatsen, inklikken en sluiten.
Aanwijzing: Om te voorkomen dat bij de volgende wasbeurt ongebruikt wasmiddel in de afvoer loopt, raden wij u het volgende aan: 1 liter water in compartiment II gieten en het programma Afpompen starten.
Afvoerslang aan de sifon verstopt
| 1. Apparaat wandcontactdoos 2. Slangenklem voorzichtig water 3. Afvoerslang sifon schoonmaken. | uit | uitschakelen. aftrekken, lopen. | losmaken. en | nemen. aansluitstuk | er | Stekker Afvoerslang kan | resterend van | uit de | de er |
| 4. Afvoerslang | weer | erop | plaatsen | en | de |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
aansluiting met een slangklem vastzetten.
Pagina 23
Storingen, wat te doen? nl
Zeef in de watertoevoer verstopt.
Verlaag hiervoor eerst de waterdruk in de toevoerslang:
- 1. Kraan dichtdraaien.
- 2. Willekeurig programma kiezen (behalve Spoelen/Centrifugeren/Afpompen).
- 3. Toets kiezen. Programma ca. 40 seconden laten draaien.
- 4. Programmakiezer op Uit zetten. Stekker uit het stopcontact halen.
- 5. Zeef van de waterkraan reinigen:
Slang loskoppelen van de kraan.
| Zeef | met | een | borsteltje | reinigen. | |||
| 6. Bij | de | modellen | Standard | en | Aqua- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Secure de zeef aan de achterkant van het apparaat reinigen:
Slang aan de achterkant van het apparaat eraf halen, Zeef met een tang eruit halen en schoonmaken.
- 7. Slang weer aansluiten en op dichtheid controleren.
3 Storingen, wat te doen?
Noodontgrendeling
bijv. bij een stroomstoring.
Het programma wordt hervat als er weer stroom is.
Als het wasgoed toch uit de trommel gehaald moet worden, dan kan de vuldeur geopend worden zoals hierna beschreven:
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Bij het wassen met hoge temperaturen kunnen er bij aanraking met heet zeepsop en wasgoed brandwonden ontstaan.
Eventueel eerst laten afkoelen.
Waarschuwing
Risico van letsel!
Wanneer u met uw handen in de draaiende trommel komt, kunt u letsel oplopen.
Niet met uw handen in de draaiende trommel komen.
Wacht tot de trommel niet meer draait.
Attentie!
Waterschade
Wegstromend water kan tot waterschade leiden.
De vuldeur niet openen zolang er water achter het glas te zien is.
- 1. Apparaat uitschakelen. Stekker uit de wandcontactdoos nemen.
- 2. Zeepsop laten weglopen.
- 3. Noodontgrendeling met een tang of iets dergelijks naar beneden trekken en loslaten.
Hierna kan de vuldeur geopend worden.
Pagina 24
nl Storingen, wat te doen?
Aanwijzingen op het display
| Indicatie | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| brandt | ■ Temperatuur te hoog. Wachten tot de temperatuur is gedaald. ■ Waterniveau te hoog. Bijvullen van wasgoed niet mogelijk. Eventueel vuldeur direct sluiten. Toets kiezen om het programma te hervatten. |
| knippert | ■ Wasgoed eventueel ingeklemd. Vuldeur a.u.b. nogmaals openen en sluiten en toets kiezen. ■ Eventueel de vuldeur dichtdrukken of wasgoed verwijderen en de deur opnieuw dichtdrukken. ■ Eventueel apparaat uit- en weer inschakelen; programma instellen en individuele instellingen uitvoeren; programma starten. |
| brandt | ■ Waterkraan voor koud water helemaal open draaien. ■ Toevoerslang is geknikt of zit klem. De manier waarop de slang is gelegd corrigeren. ■ Waterdruk te laag. Zeef schoonmaken. Blz. 23 |
| Kinderbeveiliging geactiveerd; deactiveren. | |
| brandt | Te veel schuim herkend, extra spoelbeurten toegevoegd. Doseer bij de volgend wasbeurt met gelijke belading minder wasmiddel. Blz. 17 |
| : van de Klaar in-tijd knippert | Netspanning te laag. |
| . van de Klaar in-tijd knippert | Onderspanning in het wasprogramma. Het programma wordt verlengd. Blz. 19 |
| E:18 | ■ Afvoerpomp verstopt. Afvoerpomp schoonmaken. Blz. 22 ■ Afvoerslang/afvoerpijp verstopt. Afvoerslang bij de sifon reinigen. Blz. 22 |
| E:23 | Water in de bodemplaat, lekkage van het apparaat. Kraan dichtdraaien. Servicedienst inschakelen! |
| E:32 | knippert met End afwisselend aan het einde van het programma. Geen fout - het onbalans controlesysteem heeft het centrifugeren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed. Kleine en grote stukken wasgoed verdelen over de trommel. Eventueel wasgoed nogmaals centrifugeren. |
| E:93 (bij modellen met warm- en koudwateraansluiting) | Waterdruk te laag: ■ Waterkraan voor warmwater volledig openen. ■ Toevoerslang voor warmwater geknikt/afgeklemd. De manier waarop de slang is gelegd corrigeren. ■ Zeef schoonmaken. Blz. 23 ■ Toevoerslang voor warmwater niet aangesloten. Apparaat wordt uitsluitend met koud water gebruikt. Indicatie verschijnt alleen bij de eerste keer wassen na de installatie van het apparaat zonder warmwateraansluiting. Blz. 32 |
| Andere indicaties | Apparaat uitschakelen, 5 seconden wachten en weer inschakelen. Verschijnt de indicatie opnieuw, schakel dan de servicedienst in. Blz. 27 |
Pagina 25
Storingen, wat te doen? nl
Wat te doen bij storingen?
| Storingen | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| Er lekt water. | ■ Afvoerslang goed vastzetten/vervangen. ■ Schroefkoppeling van de toevoerslang vastdraaien. |
| Geen watertoevoer. Wasmiddel niet ingespoeld. | ■ Toets niet gekozen? ■ Kraan niet geopend? ■ Zeef eventueel verstopt? Zeef reinigen. Blz. 23 ■ Toevoerslang geknikt of ingeklemd? |
| Vuldeur gaat niet open. | ■ Veiligheidsfunctie actief. Programma-afbreking? Blz. 18 ■ • Kinderbeveiliging geactiveerd? Deactiveren. Blz. 18 ■ - - - - (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) gekozen? Blz. 18 ■ Openen alleen via noodontgrendeling mogelijk? Blz. 23 |
| Programma start niet. | ■ Toets niet gekozen? ■ Klaar in-tijd gekozen? ■ Vuldeur gesloten? ■ • Kinderbeveiliging geactiveerd? Deactiveren. Blz. 18 |
| Plotselinge schok/ draaien van de trommel na programmastart. | Geen storing - bij het starten van het wasprogramma kan kortstondig een schokbeweging van de trommel optreden, als gevolg van een interne motortest. |
| Waswater wordt niet weggepompt. | ■ - - - - (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) gekozen? Blz. 18 ■ Afvoerpomp schoonmaken. Blz. 22 ■ Afvoerpijp en/of afvoerslang schoonmaken. |
| Water in de trommel niet zichtbaar. | Geen fout – het water bevindt zich onderin en is daardoor niet te zien. |
| Centrifugeresultaat niet naar tevredenheid. Wasgoed nat/te vochtig. | ■ Geen fout - het onbalans controlesysteem heeft het centrifugeren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed. Kleine en grote stukken wasgoed verdelen over de trommel. ■ Anti-kreuk (afhankelijk van model) gekozen? ■ Te laag centrifugetoerental gekozen? |
| Meermalen beginnen met centrifugeren. | Geen fout – het onbalans controlesysteem heft de onbalans op. |
| Programmaduur langer dan gewoonlijk. | ■ Geen fout - het onbalans controlesysteem heft de onbalans op door het wasgoed meermaals te verdelen. ■ Geen fout – schuimcontrolesysteem actief – er wordt een extra spoelbeurt uitgevoerd. |
| De programmaduur verandert tijdens de wascyclus. | Geen fout – het programmaverloop wordt geoptimaliseerd voor het betreffende wasproces. Dit kan leiden tot een verandering van de programmaduur op het display. |
| Resterend water in compartiment voor verzorgingsmiddel. | ■ Geen fout - werking van het verzorgingsmiddel wordt niet beïnvloed. ■ Eventueel het inzetstuk reinigen. |
Pagina 26
nl Storingen, wat te doen?
| Storingen | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| Geurvorming in de wasautomaat. | Afhankelijk van het model programma Trommelreiniging of Katoen 90 °C zonder wasgoed uitvoeren. Gebruik daarbij een poederwasmiddel of een bleekmiddelhoudend wasmiddel. Aanwijzing: Ter voorkoming van schuimvorming slechts de helft van de door de wasmiddelproducent aanbevolen hoeveelheid wasmiddel gebruiken. Gebruik geen wol- of fijnwasmiddel. |
| Symbool gaat branden op het display. Er komt eventueel schuim uit de wasmiddellade. | Teveel wasmiddel gebruikt? Een eetlepel wasverzachter met 1/2 l water mengen en in compartiment II doen (niet bij outdoor- en sportkleding en textiel met dons!). Bij de volgende was minder wasmiddel gebruiken. |
| Harde geluiden, trillingen en „wandelen” tijdens het centrifugeren. | ■ Is het apparaat afgesteld? Apparaat afstellen. Blz. 34 ■ Zijn de voetjes vastgezet? Voetjes van het apparaat vastzetten. Blz. 34 ■ Transportbeveiligingen verwijderd? Transportbeveiligingen verwijderen. • Blz. 30 |
| Display/indicatielampjes werken niet tijdens het gebruik. | ■ Stroomstoring? ■ Zekeringen geactiveerd? Zekeringen inschakelen/vervangen. ■ Doet de storing zich vaker voor, servicedienst inschakelen. |
| Wasmiddelresten op het wasgoed. | ■ Soms bevatten fosfaatvrije wasmiddelen resten die niet in water oplosbaar zijn. ■ Spoelen kiezen of wasgoed na het wassen uitborstelen. |
| In de pauze-toestand brandt het symbool op het display. | ■ Waterniveau te hoog. Bijvullen van wasgoed niet mogelijk. Eventueel vuldeur direct sluiten. ■ Toets kiezen om het programma te hervatten. |
| In de pauze-toestand is het symbool op het display uit. | De vuldeur is ontgrendeld. Bijvullen van wasgoed mogelijk. |
| Wanneer u een storing niet zelf kunt verhelpen (na uit-/inschakelen) of wanneer een reparatie noodzakelijk is: ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. ■ Kraan dichtdraaien en de servicedienst inschakelen. | |
Pagina 27
Servicedienst nl
4 Klantenservice
Neem wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen a.u.b. contact op met onze Servicedienst. Omslagpagina
Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van een monteur te voorkomen.
Aan de servicedienst dient u het typenummer (E-Nr.) en het fabricagenummer (FD) van de machine op te geven.
| ( 1U | )' |
|---|---|
| E-nr. | Typenummer |
| FD | Fabricagenummer |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Deze gegevens vindt u *afhankelijk van het model:
aan de binnenkant van de vuldeur* / de geopende serviceklep* en aan de achterkant van het apparaat..
Vertrouw op de competentie van de fabrikant.
Neem contact met ons op. Zo weet u zeker dat de reparatie wordt uitgevoerd door goed opgeleide servicemonteurs die de beschikking hebben over originele reserve-onderdelen.
Technische gegevens
Afmetingen:
85 x 60 x 55 cm (hoogte x breedte x diepte)
Gewicht:
66 - 73 kg*
Netaansluiting:
Nominale spanning: 220-240 V / 50 Hz
Nominale stroom: 10 A / 13 A* Nominaal vermogen: 1900 - 2300 W
Waterdruk:
100 - 1000 kPa (1 - 10 bar)
Opgenomen vermogen in uitgeschakelde toestand: 0,12 W
Opgenomen vermogen in nietuitgeschakelde toestand: 0,43 W
* afhankelijk van model
Pagina 28
nl Plaatsen en aansluiten
5 Plaatsen en aansluiten
Inhoud van de verpakking
Aanwijzing: Controleer de wasautomaat op transportschade. Een beschadigde wasautomaat nooit in gebruik nemen. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst. Blz. 27
3
- Netvoedingskabel 0 Zak:
- Gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding
- Overzicht servicediensten*
- Garantie*
- Afdekkappen voor openingen, na het verwijderen van de transportbeveiligingen Watertoevoerslang bij model Aquastop
Waterafvoerslang
8
•
- Bochten voor het fixeren van de waterafvoerslang*
- Koudwatertoevoerslang bij modellen Standard/Aqua-Secure, bij modellen met warmwateraansluiting aanvullend een warmwatertoevoerslang
- afhankelijk van model
Daarnaast is bij het aansluiten van de waterafvoerslang op een sifon een slangenklem ∅ 24 - 40 mm (vakhandel) nodig.
Nuttig gereedschap
- Waterpas voor het afstellen
- Steeksleutel met:
- SW13 voor het losdraaien van de transportbeveiligingen en – SW17 voor het afstellen van de apparaatvoetjes
Veiligheidsvoorschriften
Waarschuwing
Gevaar voor letsel!
- De wasmachine is zwaar.
Wees voorzichtig bij het tillen/ transporteren van de wasmachine.
- Wanneer de wasmachine wordt opgetild aan uitstekende onderdelen (bijv. de vuldeur), kunnen deze onderdelen afbreken en letsel veroorzaken.
De wasmachine niet optillen aan uitstekende onderdelen.
- Wanneer de slangleidingen en de aansluitkabel onjuist worden aangelegd, bestaat er struikel- en letselgevaar.
Slangen en kabels zodanig leggen dat u er niet over kunt struikelen.
Attentie!
Schade aan het apparaat
Bevroren slangen kunnen barsten/ springen.
De wasmachine niet op vorstgevoelige plaatsen en/of buiten zetten.
Pagina 29
Plaatsen en aansluiten nl
Attentie!
Waterschade
De aansluitingen van de watertoevoer- en waterafvoerslang staan onder druk van het water. Om lekkage of waterschade te voorkomen dient u zich absoluut te houden aan de aanwijzingen in dit hoofdstuk.
Aanwijzingen
- Naast de hier vermelde aanwijzingen kunnen speciale voorschriften van het waterleiding- en energiebedrijf in uw regio van toepassing zijn.
- In geval van twijfel de aansluiting door een vakkundig monteur laten uitvoeren.
De juiste plaats
Aanwijzing: Stabilliteit is belangrijk, zodat de wasmachine niet gaat "wandelen"!
- De ondergrond moet stevig en waterpas zijn.
- Niet geschikt voor zachte vloerbedekking.
Plaatsing op een verhoging of op een houten vloer
Attentie!
Schade aan het apparaat
De wasmachine kan tijdens het centrifugeren gaan schuiven en van zijn sokkel kantelen/vallen.
Bevestig de apparaatvoeten absoluut met bevestigingsbeugels.
Bestelnr. WMZ 2200, WX 9756, Z 7080X0
Aanwijzing: Plaats bij vloeren met houten balken de wasmachine:
- indien mogelijk in een hoek,
- op een watervaste houten plaat (min. 30 mm dik) welke vast op de vloer is geschroefd.
Opstellen op een verhoging met lade
Verhoging bestelnr.: WMZ 20490, WZ 20490, WZ 20510, WZ 20520
Onder-/inbouw van het apparaat in een rij keukenmeubelen
Waarschuwing
Levensgevaar!
Bij contact met onderdelen die onder spanning staan bestaat het risico van een elektrische schok.
De afdekplaat van het apparaat niet verwijderen.
Aanwijzingen
- Noodzakelijke nisbreedte 60 cm.
- Plaats de wasmachine uitsluitend onder een doorlopend werkblad dat vast verbonden is met de keukenmeubelen ernaast.
Pagina 30
nl Plaatsen en aansluiten
Transportbeveiligingen verwijderen.
Attentie!
Schade aan het apparaat
- De machine is voor transport met transportbeveiligingen geborgd. Niet verwijderde transportbeveiligingen kunnen bij gebruik van de machine bijv. de trommel beschadigen.
Verwijder voorafgaand aan het eerste gebruik absoluut de vier transportborgingen. Bewaar de transport- beveiligingen.
- Om bij later transport transportschade te voorkomen, moet u de transportbeveiligingen voor het transport beslist weer aanbrengen.
Aanwijzing: Bewaar schroeven en hulzen.
- 1. Slangen uit de houders halen.
- 2. De vier transportbeveiligingsschroeven losdraaien en verwijderen.
Hulzen verwijderen. Hierbij de aansluitkabel uit de houders halen.
- 3. Afdekkingen plaatsen.
Afdekkingen vast vergrendelen door op de sluithaak te drukken.