Bosch WGG244FLNL, tekst van de handleiding
Pagina's 9–34 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–8verder op pagina 35 →
Pagina 9
Materiële schade vermijden nl
- Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Het gebruiken van niet originele reserveonderdelen en niet originele accessoires is gevaarlijk.
- Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen en originele accessoires van de fabrikant.
WAARSCHUWING ‒ Kans op vergiftiging!
Bij het gebruik van oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen kunnen giftige dampen ontstaan.
- Geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
2 Materiële schade vermijden
LET OP
Een verkeerde dosering van wasverzachters, wasmiddelen, verzorgingsmiddelen en reinigingsmiddelen kan de werking van het apparaat beïnvloeden.
- De doseeraanbevelingen van de fabrikant aanhouden.
Het overschrijden van de maximale beladingshoeveelheid heeft invloed op de werking van het apparaat.
- De maximale beladingshoeveelheid voor elk programma aanhouden en niet overschrijden.
"Programma's", Pagina 21
Het apparaat is voor transport met transportbeveiligingen geborgd.
Niet verwijderde transportbeveiligingen kunnen leiden tot materiële schade en schade aan het apparaat.
- Voor inbedrijfstelling alle transportbeveiligingen volledig verwijderen en bewaren.
- Voor elk transport alle transportbeveiligingen volledig inbouwen, om transportschade te vermijden.
De ondeskundige aansluiting van de watertoevoerslang kan tot materiële schade leiden.
- De schroefverbindingen aan de watertoevoer handvast aantrekken.
- De watertoevoerslang direct zonder bijkomende verbindingselementen, zoals adapter, verlengstukken of venteielen op de waterkraan aansluiten.
- De ventielbehuizing van de watertoevoerslang contactvrij met de omgeving inbouwen en niet aan externe krachtinwerking blootstellen.
- Erop letten dat de binnendiameter van de waterkraan minstens 17 mm bedraagt.
- Erop letten dat de lengte van de schroefdraad aan de aansluiting naar de waterkraan minstens 10 mm bedraagt.
Een te lage of te hoge waterdruk kan de apparaatfunctie hinderen.
- Zorg ervoor dat de waterdruk op de watertoevoerinstallatie tenminste 100 kPa (1 bar) en maximaal 1000 kPa (10 bar) is.
- Wanneer de waterdruk de aangegeven maximale waarde over-
Pagina 10
nl Milieubescherming en besparing
schrijdt, dan moet een reduceerventiel tussen de drinkwateraansluiting en de slangenset van het apparaat worden geïnstalleerd.
- Het apparaat niet op de mengkraan van een drukloze geiser of boiler aansluiten.
Gewijzigde of beschadigde waterslangen kunnen tot materiële schade en schade aan het apparaat leiden.
- Nooit waterslangen knikken, knellen, wijzigen of doorsnijden.
- Alleen meegeleverde waterslangen of originele reserveslangen gebruiken.
- Nooit gebruikte waterslangen hergebruiken.
Het gebruik met vervuild of te heet water kan materiële schade en schade aan het apparaat veroorzaken.
- Het apparat uitsluitend met koud leidingwater gebruiken.
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Het apparaat uitsluitend reinigen met water en een zachte, vochtige doek.
- Bij contact met het apparaat direct alle wasmiddelresten, sproeinevel-resten of restanten verwijderen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Zuinig met energie en hulpbronnen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom en water.
Programma's met lage temperaturen en langere wastijden gebruiken en de maximale beladingscapaciteit gebruiken. Pagina 21
Wasmiddel overeenkomstig de mate van verontreiniging van het wasgoed doseren. Wasmiddeldosering
Wastemperatuur bij licht en normaal verontreinigd wasgoed reduceren.
Stel het maximale toerental in, wanneer het wasgoed aansluitend in de wasdroger gedroogd moet worden.
Wasgoed zonder voorwas wassen.
3.3 Energiebesparingsmodus
Wanneer u het toestel korte tijd niet bedient, dan schakelt het automatisch naar de energiespaarstand. De energiebespaarmodus wordt afgesloten, wanneer u het apparaat opnieuw bedient.
Pagina 11
Opstellen en aansluiten nl
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Apparaat uitpakken
LET OP
Voorwerpen die in de trommel achterblijven, en die niet voor het gebruik van het apparaat bedoeld zijn, kunnen tot materiële- en apparaatschade leiden.
- Voor gebruik alle deze voorwerpen en de meegeleverde accessoires uit de trommel verwijderen.
- 1. Verwijder verpakkingsmateriaal en bescherming volledig van het apparaat.
"Afvoeren van de verpakking", Pagina 10
- 2. Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen.
- 3. De deur openen. Pagina 27
- 4. Verwijder de accessoires uit de trommel.
- 5. De deur sluiten.
4.2 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
LET OP
Het gebruik met onvolledig of defect toebehoren kan de werking van het apparaat hinderen of materiële schade en schade aan het apparaat veroorzaken.
- Het apparaat niet met onvolledig of defect toebehoren gebruiken.
- Het toebehoren vóór het gebruik van het apparaat vervangen.
"Accessoires", Pagina 26
Opmerking: Bij het apparaat werd af fabriek een functietest uitgevoerd.
Hierbij kunnen watervlekken in het apparaat ontstaan die de eerste wasbeurt verwijdert.
De levering bestaat uit:
Wasmachine
Begeleidende documenten Transportbeveiligingen
Afdekkap ¹
4.3 Vereisten ten aanzien van de opstelplaats
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Het apparaat bevat spanningsvoerende delen.
Het aanraken van spanningsvoerende delen is gevaarlijk.
- Gebruik het apparaat niet zonder afdekplaat.
WAARSCHUWING
Kans op letsel!
Bij gebruik op een sokkel kan het apparaat kantelen.
- De apparaatvoeten voor inbedrijfstelling op een sokkel absoluut met de bevestigingen
Pagina 26 van de fabrikant bevestigen.
LET OP
Bevriezend restwater in het apparaat kan leiden tot beschadiging van het apparaat.
- Het apparaat niet op vorstgevoelige plaatsen of buiten plaatsen en gebruiken.
Wanneer het apparaat meer dan 40° wordt gekanteld, dan kan restwater uit het apparaat lopen en materiële schade veroorzaken.
- Kantel het apparaat voorzichtig.
- Transporteer het apparaat rechtop.
1 Het aantal afdekkappen varieert afhankelijk van het model.
11
Pagina 12
nl Opstellen en aansluiten
| Opstelplaats | Vereisten |
|---|---|
| Houder | Het apparaat met borglippen Pagina 26 bevestigen. |
| Vloer met houten balken | Plaats het apparaat op een waterbestendige houten plaat (dikte minimaal 30 mm) welke vast op de vloer is geschroefd. |
| Kitchenette | Het apparaat alleen onder een doorlopend werkblad plaatsen, dat vast met de naastliggende kast is verbonden. Benodigde nisbreedte: 60 cm. |
| Aan een wand | Geen netaansluitkabel en geen slangen tussen wand en apparaat inklemmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
4.4 Transportbeveiligingen verwijderen
Het apparaat is voor transport met transportbeveiligingen aan de achterzijde van het apparaat geborgd.
Opmerking: Bewaar de bouten van de transportbeveiligingen en de hulzen voor een later transport.
12
- 1. De slang en de netaansluitkabel uit de houders verwijderen.
- 2. Alle bouten van de 4 transportbeveiligingen met een steeksleutel met sleutelbreedte 13 losmaken en verwijderen .
- 3. De 4 hulzen verwijderen.
- 4. De afdekkap plaatsen en naar onderen schuiven.
Opmerkingen
Let op het aantal afdekkappen in de leveringsomvang Bij vier afdekkappen in de leveringsomvang de afdekkappen in
Pagina 13
de vier openingen voor de transportbeveiligingen inzetten.
Bij één afdekkap in de leveringsomvang, de afdekkap in de onderste linkeropening voor de transportbeveiliging inzetten.
Opmerking: Om de transportbeveiligingen voor het transport in het apparaat te plaatsen, maakt u deze stappen ongedaan in de omgekeerde volgorde.
4.5 Apparaat aansluiten
Watertoevoerslang aansluiten
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Het apparaat bevat spanningsvoerende delen.
Het aanraken van spanningsvoerende delen is gevaarlijk.
- De elektrische Aquastop afsluiter niet in water onderdompelen.
Opstellen en aansluiten nl
LET OP
De ondeskundige aansluiting van de watertoevoerslang kan tot materiële schade leiden.
- De schroefverbindingen aan de watertoevoer handvast aantrekken.
- 1. De watertoevoerslang op de kraan (26,4 mm = 3/4") aansluiten.
- 2. De kraan voorzichtig openen en controleren of de aansluitingen dicht zijn.
Aansluitsoorten waterafvoer
De informatie helpt u dit apparaat op de waterafvoer aan te sluiten.
LET OP
Bij het afpompen staat de waterafvoerslang onder druk en kan van de geïnstalleerde aansluitpositie losraken.
- De waterafvoerslang tegen onbedoeld losraken borgen.
Bij een verstopte of afgesloten afvoer kan opgehoopt afvalwater in het apparaat terugstromen.
- Vóór het gebruik van het apparaat ervoor zorgen dat het afvalwater snel wegstroomt en verstoppingen verhelpen.
Opmerking: Neem de afpomphoogtes in acht.
De maximale afpomphoogte bedraagt 100 cm.
Pagina 14
nl Opstellen en aansluiten
| Sifon | De aansluitpositie met een slangklem (24-40 mm) borgen. |
| Wastafel | De waterafvoerslang met een bochtstuk fixeren en borgen. "Accessoires", Pagina 26 |
| Kunststof standpijp met rubberen mof of een afvoerputje | De waterafvoerslang met een bochtstuk fixeren en borgen. "Accessoires", Pagina 26 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Apparaat elektrisch aansluiten
Opmerking: Uw elektrische huisinstallatie voor dit apparaat moet aan de lokale wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften voldoen en moet een aardlekschakelaar bevatten.
- 1. De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat vindt u in de technische gegevens Pagina 47.
- 2. De netstekker op vastheid controleren.
4.6 Stellen van het apparaat
Om geluiden en trillingen te reduceren en het wandelen van het apparaat te vermijden, stelt u het apparaat horizontaal.
- 1. Draai de contramoeren rechtsom met een steeksleutel met sleutelbreedte 17.
- 2. Om het apparaat te stellen, aan de apparaatvoetjes draaien. De horizontale afstelling van het apparaat met waterpas controleren.
Alle apparaatvoeten moeten stevig op de grond staan.
- 3. De contramoeren met een steeksleutel met sleutelbreedte 17
Pagina 15
handvast tegen de behuizing vastdraaien.
Het apparaatvoetje daarbij vasthouden en niet in de hoogte verstellen.
5 Voor het eerste gebruik
Bereid het apparaat voor voor het gebruik.
5.1 Wascyclus zonder wasgoed starten
Uw apparaat werd voor het verlaten van de fabriek grondig gecontroleerd. Om eventueel restwater te verwijderen, wast u de eerste keer zonder wasgoed.
- 1. De programmakiezer op Trommel reinigen zetten.
- 2. De deur sluiten.
- 3. De wasmiddellade uittrekken.
Voor het eerste gebruik nl
- 4. Ca. 1 liter leidingwater in het compartiment voor de handmatige dosering gieten.
- 5. Poederwasmiddel met zuurstofbleekmiddel in het compartiment voor de handmatige dosering doen.
Gebruik om schuimvorming te vermijden, slechts de helft van de door de wasmiddelfabrikant aanbevolen hoeveelheid voor lichte verontreiniging. Gebruik geen wol- of fijnwasmiddel.
- 6. Schuif de wasmiddellade in het toestel.
- 7. Het programma starten.
Pagina 28
- 8. De eerste wascyclus starten of de programmakiezer op Uit zetten, om het apparaat uit te schakelen. "De Bediening in essentie", Pagina 27
Pagina 16
nl Uw apparaat leren kennen
6 Uw apparaat leren kennen 6.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
| Serviceklep en pomp Pagina 34 |
| Deur Pagina 27 |
| Wasmiddellade Pagina 16 |
| Bedieningspaneel Pagina 17 |
| 6.2 Wasmiddellade |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Opmerking: Neem de gegevens van de fabrikanten over het gebruik en
Waterafvoerslang Pagina 13
Netaansluitkabel Pagina 14
Transportbeveiligingen Watertoevoerslang Pagina 13
de dosering van de wasmiddelen en onderhoudsmiddelen en de informa-
Pagina 17
Display nl
tie in de programmabeschrijvingen in acht.
6.3 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies matie krijgen over de gebruikstoestand.
| Bakje voor handmatige dosering "Bakje voor handmatige dosering gebruiken", Pagina 30 | |
| : doseerbakje voor wasverzachter "Inteligent doseersysteem", Pagina 29 | |
| : doseerbakje voor vloeibaar wasmiddel "Inteligent doseersysteem", Pagina 29 | |
| van | uw apparaat instellen en infor- |
| 1 | 3 4 4 |
| Display Pagina 17 | |
| Knoppen Pagina 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Programma's Pagina 21
Programmakiezer Pagina 27
7 Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwijzingsteksten.
Pagina 18
nl Display
Het display toont afhankelijk van de programmastatus enkele aanwijzingen in het bereik , bijv. .
Voorbeeld display-indicatie
| Indicatie | Beschrijving |
|---|---|
| 0:40 ¹ | Verwachte programmaduur of resterende tijd van het programma in uren en minuten. |
| "10" / 1 | Programma-eindtijd "Toetsen", Pagina 20 |
| 9,0 ¹ | Aanbeveling van de maximale beladingshoeveelheid voor het ingestelde programma in kg. |
| - 1400 | Ingestelde centrifugetoerental in t/min. Pagina 20 : zonder eindcentrifugeren, alleen afpompen : Spoelstop, zonder afpompen |
| - 90 | Ingestelde temperatuur in °C. Pagina 20 (koud) |
| (Start/Bijvullen ) | Starten, annuleren of pauzeren brandt: het programma draait en kan worden afgebroken of gepauzeerd. knippert: het programma kan worden gestart of hervat. |
| Programmastatus: voorwas | |
| Programmastatus: wassen | |
| Programmastatus: spoelen | |
| Programmastatus: centrifugeren |
Pagina 19
Display nl
| Indicatie | Beschrijving |
|---|---|
| End | Programmastatus: programma-einde |
| Programmastatus: bedampen | |
| brandt: het kinderslot is geactiveerd. knippert: het kinderslot is geactiveerd en het apparaat werd bediend. "Kinderslot deactiveren", Pagina 29 | |
| (Antikreuk) | De antikreukfunctie is geactiveerd. Pagina 21 |
| (Voorwas) | De voorwas is geactiveerd. Pagina 21 |
| Spoelstop is geactiveerd. | |
| (SpeedPerfect) | Verkorte programmaduur is geactiveerd. "Toetsen", Pagina 20 |
| Het vlektype bloed is geactiveerd. | |
| Het vlektype gras is geactiveerd. | |
| Het vlektype rode wijn is geactiveerd. | |
| Het vlektype spijsvet/spijsolie is geactiveerd. | |
| knippert: trommelreiniging vereist. Voer het programma Trommel reinigen voor de reiniging en het onderhoud van de trommel en van het loogreservoir uit. "Trommel reinigen", Pagina 32 | |
| brandt: het intelligente doseersysteem voor vloeibaar wasmiddel is geactiveerd. knippert: het minimale vulpeil van het doseerbakje is onderschreden. Pagina 30 (Vloeibaar wasmiddel) | |
| brandt: het intelligente doseersysteem voor wasverzachter is geactiveerd. knippert: het minimale vulpeil van het doseerbakje is onderschreden. "Inteligent doseersysteem", Pagina 29 (wasverzachter) | |
| 50 ml ¹ | Basisdoseerhoeveelheid voor het wasmiddel of de wasverzachter. Pagina 30 |
| brandt: de deur is vergrendeld en kan niet worden geopend. knippert: de deur is niet gesloten. uit: de deur is ontgrendeld en kan worden geopend. | |
| Geen waterdruk. De waterdruk van de waterkraan is te laag. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
1 Voorbeeld
19
Pagina 20
nl Toetsen
| Indicatie | Beschrijving |
|---|---|
| De wasmiddellade is niet volledig ingeschoven. " ", Pagina 40 | |
| 1 | Foutcode, foutindicatie, signaal. Pagina 37 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
8 Toetsen
De selectie van de programma-instellingen is afhankelijk van het ingestelde programma.
| Knop | Keuze | Meer informatie |
|---|---|---|
| Start/Bijvullen | starten annuleren pauzeren | Programma starten, annuleren of pauzeren. |
| SpeedPerfect | activeren deactiveren | Verkorte programmaduur activeren of deactiveren. Opmerking: Het energieverbruik wordt hoger. Het wasresultaat wordt daardoor niet beïnvloed. |
| Anti Vlekken | Meervoudige selectie | De vlekkensoort kiezen. De temperatuur, de trommelbeweging en de inweektijd worden aan de vlekkensoort aangepast. |
| i-DOS | activeren deactiveren Basisdoseerhoeveelheid instellen | Wanneer u de toets kort indrukt, activeert of deactiveert u het intelligente doseersysteem voor wasverzachter of vloeibaar wasmiddel . Wanneer u de toets ca. 3 seconden indrukt, kunt u de basisdoseerhoeveelheid instellen. Pagina 30 |
| Klaar in | tot 24 uur | De programma-eindtijd vastleggen. De programmaduur is reeds in het ingestelde aantal uren inbegrepen. Na de start van het programma wordt de programmaduur weergegeven. |
| Temp. °C | - 90 | De temperatuur aanpassen. Ingestelde temperatuur in °C. |
| - 1400 | Het centrifugetoerental aanpassen of (spoelstop) activeren. Ingestelde centrifugetoerental in t/min. |
Pagina 21
Programma's nl
| Knop | Keuze | Meer informatie |
|---|---|---|
| Met de selectie wordt het water aan het einde van de wascyclus niet afgepompt en het centrifugeren gedeactiveerd. Het wasgoed blijft in het spoelwater liggen. | ||
| 3 sec. | activeren deactiveren | "Kinderslot", Pagina 29 |
| Voorwas | activeren deactiveren | Voorwas activeren of deactiveren, bijv. voor het wassen van sterk verontreinigd wasgoed. Opmerking: Wanneer het intelligente doseersysteem is geactiveerd, dan wordt het wasmiddel automatisch voor de voorwas en de hoofdwas gedoseerd. Als het intelligente doseersysteem is gedeactiveerd, doet u het wasmiddel voor de voorwas direct in de trommel en voor de hoofdwas in het doseerbakje voor de handmatige dosering. Pagina 16 |
| Antikreuk | activeren deactiveren | Wassen met minder kreuk activeren of deactiveren. Om kreukvorming in het wasgoed te reduceren, wordt het centrifugeproces en het centrifugetoerental aangepast. Opmerking: Het wasgoed heeft na het wassen een hogere restvochtigheid. Hang de was na het wassen direct op om kreukvorming te verminderen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
9 Programma's
Opmerkingen
De verzorgingslabels van het wasgoed geven u extra aanwijzingen voor de programmakeuze.
"Verzorgingsaanwijzingen op verzorgingslabels", Pagina 26
Met de temperatuurinstelling van het programma wordt gegarandeerd dat de op het waslabel aanbevolen temperatuur niet wordt overschreden. De in het apparaat bereikte temperatuur kan van de ingestelde temperatuur afwijken. Hierbij wordt bij optimale energie-efficiëntie een zo goed mogelijk wasresultaat bereikt.
21
Pagina 22
nl Programma's
| Programma | Beschrijving | Maximale belading (kg) |
|---|---|---|
| Katoen | Stevig textiel van katoen en linnen wassen. Ook geschikt als verkort programma voor normaal vervuild wasgoed als u SpeedPerfect activeert. Programma-instelling: max. 90 °C max. 1400 t/min | 9,0 5,0 ¹ |
| Eco 40-60 | Textiel van katoen en linnen wassen. Opmerking: Textiel dat volgens het onderhoudssymbool met 40 °C tot 60 °C wasbaar is, kan samen worden gewassen. Het wasresultaat komt overeen met de best mogelijke wasresultaatklasse en is conform de wettelijke voorschriften.Het wasresultaat komt overeen met de best mogelijke wasresultaatklasse en is conform de wettelijke voorschriften. Voor dit programma wordt de wastemperatuur automatisch afhankelijk van de beladingscapaciteit aangepast om een optimale energie-efficiëntie bij een zo goed mogelijk wasresultaat te bereiken. De wastemperatuur kan niet worden gewijzigd. Het centrifugetoerental bedraagt maximaal 1400 t/ min. | 9,0 |
| Kreukherstellend | Textiel van synthetisch materiaal wassen. Programma-instelling: max. 60 °C max. 1200 t/min | 4,0 |
| Snel/Mix | Textiel van katoen, linnen en synthetisch materiaal wassen. Geschikt voor licht verontreinigd wasgoed. Programma-instelling: max. 60 °C max. 1400 t/min | 4,0 |
| Fijne was/Zijde | Gevoelig, wasbaar textiel van zijde, viscose en synthetische stof wassen. Gebruik een wasmiddel voor fijne was of zijde. | 2,0 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
1 SpeedPerfect geactiveerd
22
Pagina 23
Programma's nl
| Programma | Beschrijving | Maximale belading (kg) |
|---|---|---|
| Opmerking: Was bijzonder gevoelig textiel of textiel met haken, ogen of beugels in een wasnetje. Tip: Door de zachte reiniging van het wasgoed geringe slijtage van textielvezels en microplasticvezels. Programma-instelling: max. 40 °C max. 800 t/min | ||
| Wol | Met de hand of in de machine wasbaar textiel van wol of met en groot wolaandeel wassen. Om krimp van het wasgoed te vermijden, beweegt de trommel met textiel bijzonder voorzichtig met lange pauzes. Gebruik een wasmiddel voor wol. Programma-instelling: max. 40 °C max. 800 t/min | 2,0 |
| Spoelen | Spoelen met aansluitend centrifugeren en afpompen van het water. Programma-instelling: max. 1400 t/min | – |
| Centrifugeren/ Afpompen | Centrifugeren en water afpompen. Wanneer u alleen het water wilt afpompen, activeer dan . Het wasgoed wordt niet gecentrifugeerd. Programma-instelling: max. 1400 t/min | – |
| Hygiene Plus | Stevig textiel van katoen en linnen wassen. Geschikt voor mensen met allergieën en bij hoge hygiënische eisen. Opmerking: Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, dan blijft deze tijdens het gehele wasproces constant. Programma-instelling: max. 60 °C max. 1400 t/min | 6,5 |
| Sport | Sporttextiel en vrijetijdstextiel van synthetische stoffen wassen. Gebruik een wasmiddel voor sporttextiel. Gebruik geen wasverzachter. | 2,0 |
Pagina 24
nl Programma's
| Programma | Beschrijving | Maximale belading (kg) |
|---|---|---|
| Tip: Was sterk verontreinigd wasgoed met programma Kreukherstellend. Programma-instelling: max. 40 °C max. 800 t/min | ||
| Iron Assist | Geschikt voor overhemden, t-shirts en soortgelijk textiel van katoen en linnen. Programma voor het opwarmen en bevochtigen van droog textiel met waterdamp om het textiel na het einde van het programma op te hangen of gemakkelijker te kunnen strijken. De belading van het programma is maximaal vijf overhemden of vijf t-shirts. Activeer SpeedPerfect als u slechts een stuk wasgoed wilt dampen. Opmerkingen Hang het warme en bevochtigde textiel onmiddellijk na het einde van het programma op of strijk het textiel. Het textiel wordt niet gewassen of gereinigd. Gebruik geen was- of verzorgingsmiddelen. De waterdamp is heet en kan schade aan bepaalde soorten weefsel of textiel veroorzaken. Het programma is daarom niet geschikt voor outdoor-textiel of textiel van zijde en wol, zoals bijv. pullovers. | – ¹ |
| Auto 30 °C | Gevoelig textiel van katoen en synthetisch materiaal wassen. Voorzichtige wasbehandeling. Mate van verontreiniging en soort textiel worden automatisch herkend. Het wasproces wordt aangepast. | 3,5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
1 Wassen niet mogelijk
24
Pagina 25
Programma's nl
| Programma | Beschrijving | Maximale belading (kg) |
|---|---|---|
| Opmerking: De temperatuur en het centrifugetoerental zijn in dit programma niet instelbaar en worden automatisch vastgelegd. De temperatuur bedraagt maximaal 30 °C. Het centrifugetoerental bedraagt maximaal 800 t/ min. | ||
| Trommel reinigen | Reiniging en onderhoud van de trommel. Pagina 32 Gebruik het programma in de volgende gevallen: vóór het eerste gebruik bij frequent wassen met een wastemperatuur van 40°C en lager na lange afwezigheid Gebruik een poederwasmiddel met zuurstofbleekmiddel. Doe het poederwasmiddel met zuurstofbleekmiddel in de doseerlade voor handmatige dosering. Pagina 16 Halveer de hoeveelheid wasmiddel om schuimvorming te vermijden. Gebruik geen wasverzachter. Gebruik geen wol-, fijn- of vloeibaar wasmiddel. Opmerking: Wanneer u langere tijd geen programma met 60°C of hogere temperatuur heeft gebruikt, knippert de indicatie voor de trommelreiniging ter herinnering. | – ¹ |
| SuperKort 15/30 min. | Textiel van katoen en synthetisch materiaal wassen. Kort programma voor licht verontreinigde kleine stukken wasgoed. De programmaduur bedraagt ca. 30 minuten. Wilt u de programmaduur tot 15 minuten inkorten, activeer dan SpeedPerfect. De maximale beladingscapaciteit wordt tot 2,0 kg verlaagd. Programma-instelling: max. 40 °C max. 1200 t/min | 4,0 2,0 ² |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
1 Wassen niet mogelijk
2 SpeedPerfect geactiveerd
25
Pagina 26
nl Accessoires
10 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Tip: Sommig toebehoren is in andere kleuren beschikbaar. Neem contact op met de servicedienst. Pagina 45
| Gebruik | Bestelnummer | |
|---|---|---|
| Verlenging watertoevoerslang | Koudwater- of Aquastop-watertoevoerslang verlengen (2,50 m). | WMZ2381 |
| Verlenging waterafvoerslang | Waterafvoerslang verlengen (2,20 m). | 11057910 |
| Bevestigingsbeugels | Stevige stand van het apparaat verbeteren. | WMZ2200 |
| Bochtstuk | Waterafvoerslang fixeren. | 00655300 |
| Verhoging | Het apparaat hoger plaatsen, zodat het gemakkelijk gevuld en leeggehaald kan worden. | WMZPW20W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
11 Wasgoed
11.1 Wasgoed voorbereiden
LET OP
In het wasgoed achtergebleven voorwerpen kunnen het wasgoed en de trommel beschadigen.
- Voor gebruik alle voorwerpen uit de zakken van het wasgoed verwijderen.
Opmerking
Wanneer u uw wasgoed voorbereid, beschermt u het apparaat en het textiel.
Zand en aarde uitborstelen Wasgoed op kleur en textielsoort sorteren en daarbij de verzorgingslabels aanhouden
Ritssluitingen, klittenbandsluitingen, haken en ogen sluiten Stoffenriemen, stoffen banden en koorden samenbinden
Gordijnrollen en loodranden verwijderen
26
was kleine of gevoelige items in een wasnet grote en kleine stukken wasgoed door elkaar wassen
Wasgoed met vlekken direct wassen
Wasgoed met gedroogde vlekken voorbehandelen en meerdere malen wassen
Wasgoed uit elkaar gevouwen in de trommel doen
Wasgoed dat met een chloorbleekmiddel is voorbereid, meerdere malen uitspoelen voordat het in de trommel wordt gedaan
11.2 Verzorgingsaanwijzingen op verzorgingslabels
Verzorgingsaanwijzingen wassen
Symbool
Aanbevolen programma
Katoen (normaal)
Pagina 27
| Symbool | Aanbevolen programma |
|---|---|
| Kreukherstellend (voorzichtig) | |
| Fijn/zijde voor handwas (bijzonder voorzichtig) | |
| Wol (handwas) | |
| (niet in de wasmachine wasbaar) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
12 Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
Met de juiste selectie en het gebruik van wasmiddelen en verzorgingsmiddelen beschermt u uw apparaat en uw wasgoed.
Informatie van de fabrikant over gebruik en dosering vindt u op de verpakking.
Opmerkingen bij gebruik van vloeibare wasmiddelen uitsluitend zelf stromende vloeibare wasmiddelen gebruiken verschillende vloeibare wasmiddelen niet mengen wasmiddel en wasverzachter niet mengen
Geen te lang bewaarde en sterk ingedikte producten gebruiken.
gebruik geen oplosmiddelhoudende, bijtende of gasvormende middelen geen chloorbleek gebruiken Kleurmiddel zelden gebruiken omdat het fixeerzout het roestvrij straal kan aantasten geen ontkleuringsmiddel in het apparaat gebruiken
Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel nl
Geen azijn in het doseerreservoir vullen Pagina 30 voor het intelligente doseersysteem
13 De Bediening in essentie
13.1 Apparaat inschakelen
Vereiste: Het toestel is correct opgesteld en aangesloten. Pagina 11
- De programmakiezer op een programma instellen.
Er wordt een hoorbare functietest uitgevoerd.
13.2 Programma instellen
- 1. Programmakiezer draaien en op het gewenste programma zetten. "Programma's", Pagina 21
- 2. Indien gewenst de programma-instellingen aanpassen.
"Toetsen", Pagina 20
De programma-instellingen worden niet permanent voor het programma opgeslagen.
Opmerking: Wanneer u het intelligente doseersysteem activeert of deactiveert, wordt de instelling opgeslagen.
13.3 Deur openen
- 1. Onder de deur grijpen en aan de deur trekken.
Pagina 28
nl De Bediening in essentie
- 2. De deur openen.
13.4 Trommel vullen met wasgoed
Opmerking: Om kreukvorming te vermijden, dient u de maximale belading van de programma's in acht te nemen.
"Programma's", Pagina 21
Vereisten
Het wasgoed is voorbereid en gesorteerd.
"Wasgoed", Pagina 26
De trommel is leeg.
- 1. De deur openen. Pagina 27
- 2. Het wasgoed in de trommel leggen.
- 3. De deur sluiten.
Zorg ervoor dat er geen kleine stukken wasgoed tussen de deur klem zitten.
13.5 Starten van het programma
Opmerking: Als het intelligente doseersysteem is geactiveerd, zorg er dan voor dat de doseerbakjes gevuld zijn Pagina 30 en de basisdoseerhoeveelheid is ingesteld
Pagina 30.
Vereisten
Een programma is ingesteld. Pagina 27
De deur is gesloten.
- Druk op Start/Bijvullen .
De trommel draait en er vindt een beladingsherkenning plaats, welke tot wel 2 minuten kan duren en daarna stroomt het water in het apparaat.
Het display toont de programmaduur of de programma-eindtijd.
Na het programma-einde toont het display: "End".
13.6 Wasgoed inweken
Opmerking: Om in te weken is geen extra wasmiddel nodig. Het apparaat gebruikt het ingespoelde wasmiddel om in te weken en te wassen.
Vereisten
Het wasgoed is geplaatst.
Pagina 28
Het programma is gestart.
Pagina 28
- 1. Ca. 10 minuten na het starten van het programma op Start/Bijvul-len drukken.
Het programma pauzeert en het wasgoed kan inweken.
- 2. Na de gewenste inweektijd op Start/Bijvullen drukken.
13.7 Wasgoed bijvullen
Na het starten van het programma kunt u het wasgoed afhankelijk van de programmastatus verwijderen of bijvullen.
- 1. Druk op Start/Bijvullen .
Het toestel pauzeert.
Opmerking: Als u wasgoed wilt bijleggen, neem dan de aanwijzingen op het display in acht.
"Display", Pagina 19
- 2. De deur openen. Pagina 27
- 3. Het wasgoed bijvullen of uitnemen.
- 4. De deur sluiten.
- 5. Het programma starten.
Pagina 28
Pagina 29
13.8 Progr. annuleren
- 1. Druk op Start/Bijvullen .
- 2. De deur openen. Pagina 27
Bij hoge temperatuur en hoog waterniveau blijft de deur van het apparaat om veiligheidsredenen vergrendeld.
- Start bij hoge temperatuur het programma Spoelen.
- Start bij een hoog waterniveau het programma Centrifugeren of kies een geschikt programma voor het afpompen.
"Programma's", Pagina 21
- 3. Het wasgoed verwijderen.
Pagina 29
13.9 Programma bij spoelstop hervatten
Vereisten
De spoelstop is geactiveerd.
"Toetsen", Pagina 20
De laatste spoelbeurt van het ingestelde programma is beëindigd en het wasgoed ligt in het spoelwater.
- 1. Het programma Centrifugeren of een programma voor het afpompen instellen. Pagina 21
- 2. Druk op Start/Bijvullen .
13.10 Wasgoed uitnemen
- 1. De deur openen. Pagina 27
- 2. Het wasgoed uit de trommel nemen.
13.11 Apparaat uitschakelen
- 1. De programmakiezer op Uit zetten.
- 2. De rubbermanchet reinigen.
Pagina 37
Opmerking: De toesteldeur en de wasmiddellade open laten om te drogen.
Kinderslot nl
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat tegen ongewenst bedienen via de bedieningselementen.
14.1 Kinderslot inschakelen
- Op beide toetsen gedurende 3 sec. ca. 3 seconden drukken. Het display toont .
De bedieningselementen zijn geblokkeerd.
Het kinderslot blijft ook na het uitschakelen van het apparaat en bij een stroomuitval geactiveerd.
14.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste: Om het kinderslot te deactiveren, moet het apparaat zijn ingeschakeld.
- Op beide toetsen gedurende 3 sec. ca. 3 seconden drukken. Om het lopende programma niet te annuleren, moet de programmakiezer op het uitgangsprogramma staan.
In het display dooft .
15 Intelligent doseersysteem
Het intelligente doseersysteem van het apparaat is af fabriek geactiveerd en doseert automatisch vloeibaar wasmiddel en wasverzachter voor programma's waarbij een intelligente dosering mogelijk is.
Opmerking: U kunt het intelligente doseersysteem met de toetsen Pagina 20 deactiveren, bijv. om poederwasmiddel handmatig te doseren Pagina 30.
Pagina 30
nl Intelligent doseersysteem
15.1 Het doseerbakje met vloeibaar wasmiddel en wasverzachter vullen
Als u het intelligente doseersysteem gebruikt of als het toestel tijdens het gebruik een aanwijzing toont, vul dan de doseerbakjes.
Opmerkingen
De doseerbakjes uitsluitend met geschikt vloeibaar wasmiddel en wasverzachter vullen. Pagina 27
Als u vloeibaar wasmiddel of wasverzachter in het doseerbakje bijvult, gebruik dan hetzelfde product. Als u vloeibaar wasmiddel of wasverzachter in het doseerbakje door een ander product vervangt, reinig dan voordien de wasmiddellade Pagina 32.
Als u het intelligente doseersysteem gebruikt, vul dan geen extra wasmiddel of wasverzachter in het doseerbakje voor de handmatige dosering om een overdosering of schuimvorming te vermijden.
- 1. De wasmiddellade uittrekken.
- 2. De deksels openen en vloeibaar wasmiddel en wasverzachter in de betreffende doseerbakjes Pagina 16 doen.
Overschrijd bij het vullen de markering van het maximale vulpeil niet.
- 3. De deksels sluiten.
Opmerking: Sluit de deksels direct na het vullen om ervoor te zorgen dat het vloeibare wasmiddel of de wasverzachter niet uitdrogen.
- 4. Schuif de wasmiddellade in het toestel.
15.2 Bakje voor handmatige dosering gebruiken
Als u het intelligente doseersysteem niet gebruikt, als een intelligente dosering bij een programma niet mogelijk is of als u andere verzorgingsmiddelen, bijv. vlekkenzout of zetmeel, wilt toevoegen, gebruik dan het bakje voor handmatige dosering.
Opmerking: Houd de aanwijzingen voor wasmiddel en wasverzorgingsmiddel Pagina 27 aan.
- 1. De wasmiddellade uittrekken.
- 2. Het wasmiddel of het verzorgingsmiddel in het bakje voor handmatige dosering Pagina 16 toevoegen.
- 3. Schuif de wasmiddellade in het apparaat.
15.3 Basisdoseerhoeveelheid instellen
Om een intelligente dosering mogelijk te maken, stelt u de basisdoseerhoeveelheid voor de doseerbakjes in. De basisdoseerhoeveelheid komt overeen met de doseeraanbeveling van de wasmiddelfabrikant op de verpakking. Stel een basisdoseerhoeveelheid in die met de doseeraanbeveling voor 4,5 kg normaal vervuild wasgoed overeenkomt. Neem hierbij de waterhardheid in acht.
- 1. Ca. 3 seconden op i-DOS drukken.
Het display toont de ingestelde basisdoseerhoeveelheid voor .
Pagina 31
- 2. Om de basisdoseerhoeveelheid voor in te stellen, op i-DOS drukken.
- 3. Druk op Klaar in om de instelling aan te passen.
- 4. Kort wachten om de instelling op te slaan.
16 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
16.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Programmakiezer met programmaposities | |
| Geen basisinstelling. | |
| Het volume van het signaal na het programma-einde instellen: 0 (uit) tot 4 (heel luid) Fabrieksinstelling: 3 | |
| Het volume van het signaal bij het kiezen van de toetsen instellen: 0 (uit) tot 4 (heel luid) Fabrieksinstelling: 3 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
Basisinstellingen nl
| De herinnering voor de trommelreiniging activeren (On) of deactiveren (OFF). Fabrieksinstelling: On |
| Het aantal beëindigde programma's weergeven. |
| 16.2 Basisinstellingen wijzigen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
- 1. Zet de programmakiezer op stand
- 1. Pagina 31
- 2. Druk op en draai tegelijkertijd de programmakiezer op stand 2. Het display geeft de actuele waarde aan.
- 3. De gewenste basisinstelling met de programmakiezer selecteren. Pagina 31
- 4. Druk op Klaar in om de waarde te wijzigen.
- 5. Schakel het apparaat uit om de wijziging op te slaan.
17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Toestel onderhouden
| Maatregel | Omstandigheid/inter-val |
|---|---|
| Trommel reinigen Pagina 32 | knippert. U hebt 20 wasbeurten met een temperatuur van 40 °C of lager uitgevoerd. U hebt het toestel langere tijd niet gebruikt. |
| Zeef in de watertoe- | Het display toont de foutcode E:30 -10 / . |
Pagina 32
nl Reiniging en onderhoud
| Maatregel | Omstandigheid/inter-val |
|---|---|
| voer reinigen ¹ | |
| Afvoerpomp reinigen Pagina 34 | U hoort klepperende geluiden. Het display toont de foutcode E:36 -25 -26. |
| Wasmiddellade reinigen Pagina 32 | U schakelt over van wasverzachter naar een tweede wasmiddel of omgekeerd. De doseerfunctie valt uit. Het display toont de foutcode E:10 -00 -10 -20 / E:79. Om de twee maanden. |
| Rubbermanchet reinigen Pagina 37 | Na elke wasbeurt. |
| Apparaat ontkalken | U ziet kalkvlekken aan de binnenkant van de deur of op de rubbermanchet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
17.2 Trommel reinigen
Reinig de trommel als u 20 wasbeurten bij een temperatuur van 40°C of lager hebt uitgevoerd, als knippert of als u het toestel langere tijd niet hebt gebruikt, minstens echter een keer per jaar.
VOORZICHTIG
Kans op letsel!
Het permanent wassen op lage temperaturen en een ontbrekende be-
luchting van het apparaat kunnen de trommel beschadigen en kunnen letsels veroorzaken.
- Regelmatig een programma voor de reiniging van de trommel uitvoeren of met temperaturen van minstens 60 °C wassen.
- Het apparaat na elk gebruik bij een geopende deur en wasmiddellade laten drogen.
Tip: Onze geteste en goedgekeurde machineonderhoudsmiddelen en machinereinigers kunt u op internet op htps://www.bosch-home.com/store of via onze servicedienst bestellen.
- Het programma Trommel reinigen zonder wasgoed met een poederreinigingsmiddel met zuurstofbleekmiddel of een reinigingsmiddel voor het onderhoud van de binnenruimte van het apparaat uitvoeren.
17.3 Schoonmaken van de wasmiddellade
Als u vloeibaar wasmiddel of wasverzachter in het doseerreservoir door een ander product wilt vervangen of de wasmiddellade verontreinigd is, reinig dan de wasmiddellade.
LET OP
De pompeenheid bevat elektrische componenten.
Elektrische componenten kunnen bij contact met water beschadigd raken.
- De pompunit niet in de vaatwasser reinigen of in water dompelen.
- De elektrische aansluitingen aan de achterkant tegen vocht, wasmiddel- en wasverzachterresten beschermen.
1 Meer informatie vindt u in de digitale gebruiksaanwijzing door het inscannen van de QR-code in de inhoudsopgave of op www.bosch-home.com.
32
Pagina 33
Opmerking: Scan de QR-code om een animatie van het verloop te zien.
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 29
- 2. De wasmiddellade uittrekken.
- 3. Inzetstuk naar beneden drukken en de wasmiddellade verwijderen.
- 4. De pompeenheid verwijderen.
Reiniging en onderhoud nl
- 5. Het deksel van de wasmiddellade ontgrendelen en verwijderen.
- 6. De wasmiddellade legen.
- 7. De pompunit met een vochtige doek reinigen.
Pagina 34
nl Reiniging en onderhoud
- 8. De wasmiddellade en het deksel met een zachte, vochtige doek of handdouche reinigen.
- 9. De wasmiddellade plaatsen, het deksel en de pompeenheid afdrogen en plaatsen.
- 10. De behuizing van de wasmiddellade in het apparaat reinigen.
- 11. Schuif de wasmiddellade in het toestel.
17.4 Afvoerpomp reinigen
Reinig de afvoerpomp regelmatig, minstens echter een keer per jaar evenals in geval van storingen, bijv. bij verstoppingen of geklapper.
Opmerking: Scan de QR-code om een animatie van het verloop te zien. Voordat u de animatie start, de volgende veiligheidsvoorschriften in acht nemen.
Afvoerpomp legen
- 1. De waterkraan sluiten.
- 2. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 29
- 3. Stekker van het apparaat van het stroomnet scheiden.