Bosch WGG246Z0NL, tekst van de handleiding
Wasmachine · Bosch · 45 pagina's in het Nederlands · pdf: 52 pagina's, 3,2 MB
Storingen op pagina 40
Pagina 40
Vanaf de titel; het begin van pagina 40 staat in de pdf.
17 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Het toestel of de eigenschappen van het toestel nooit technisch veranderen.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Het display is gedoofd en Start/Bijvullen knippert. | De energiebesparingsmodus is actief. ▶ Druk op Start/Bijvullen. |
| "E:30 / -80" of waswater wordt niet afgepompt. | Waterafvoerslang is te hoog aangesloten, geknikt, ingeklemd of ontoelaatbaar verlengd. ▶ Controleer de installatie van de waterafvoerslang. → Pagina 13 |
| Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt. ▶ Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang. | |
| Pomp is verstopt of pompdeksel is niet correct geïnstalleerd. ▶ Controleer of het pompdeksel correct is geïnstalleerd. → Pagina 37 ▶ Reinig de afvoerpomp. → Pagina 37 | |
| Wasmiddeldosering is te hoog. ▶ Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke belading de hoeveelheid wasmiddel. | |
| is geactiveerd. ▶ Het programma Centrifugeren of een geschikt programma om af te pompen starten. → Pagina 26 | |
| "H:32" | Toestel heeft het centrifugeren wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed afgebroken. ▶ Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel. |
Pagina 41
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| "E:30 / -10" of . | Waterkraan is gesloten. ▶ Open de waterkraan. |
| Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd. ▶ Controleer de installatie van de watertoevoerslang. → Pagina 13 | |
| De zeven in de watertoevoer zijn verstopt. ▶ Reinig de zeven in de watertoevoer. | |
| Waterdruk is laag. ▶ Controleer of de waterkraan over voldoende waterdruk beschikt. | |
| Waterpeilmeetsysteem is defect. Met de foutmelding start het toestel een afpompprocedure. 1. Wacht ca. 5 minuten tot de afpompprocedure is beëindigd. 2. Start het toestel opnieuw op. Indien nodig start de afpompprocedure opnieuw. 3. Wanneer de storing aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice. → Pagina 47 | |
| "E:30/-20" | Kritieke functiestoring. ▶ Sluit de kraan. Met de foutmelding start het toestel een afpompprocedure. 1. Wacht ca. 5 minuten tot de afpompprocedure is beëindigd. 2. Start het toestel opnieuw op. Indien nodig start de afpompprocedure opnieuw. 3. Wanneer de storing aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice. → Pagina 47 |
| Wasmiddeldosering is te hoog. ▶ Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke belading de hoeveelheid wasmiddel. | |
| Extra water werd gevuld. ▶ Vul tijdens het bedrijf geen extra water in het toestel. | |
| knippert en het programma pauzeert. | Apparaat heeft schommelingen in de voedingsspanning herkend. Geen handeling nodig. Als de voedingsspanning zich heeft gestabiliseerd, loopt het programma normaal verder. |
Pagina 42
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Sterke schuimvorming. | Wasmiddeldosering is te hoog. ▶ Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzachter met 0,5 liter water en giet dit mengsel in het compartiment II (niet bij outdoor-, sportswear- en donstextiel). ▶ Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke belading de hoeveelheid wasmiddel. |
| knippert. | Deur is niet volledig gesloten. 1. Zorg ervoor dat er geen kleine stukken wasgoed tussen de deur klem zitten. 2. Sluit de deur. |
| Trommelreiniging vereist. ▶ Reinig de trommel. → Pagina 36 | |
| Alle andere foutcodes. | Storing 1. Start het toestel opnieuw op. 2. Als de storing opnieuw optreedt, koppel het toestel dan gedurende minstens 30 seconden los van het stroomnet. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Wanneer de storing aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice. → Pagina 47 Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. Documenteer indien mogelijk de storing met foto's en video's. |
| Programma start niet. | Kinderbeveiliging is geactiveerd. ▶ Deactiveer het kinderslot. → Pagina 35 |
| Klaar in is geactiveerd. ▶ Controleer of Klaar in is geactiveerd. → Pagina 24 | |
| Programma is gepauzeerd of afgebroken, maar deur kan niet worden geopend. | Temperatuur is te hoog. ▶ Start het programma Spoelen of wacht tot de temperatuur is gedaald. |
| Waterniveau is te hoog. ▶ Start het programma Centrifugeren of een geschikt programma om af te pompen. → Pagina 26 | |
| Deur kan bij een stroomuitval niet worden geopend. | Deur is vergrendeld. ▶ Open de deur met de noodontgrendeling. → Pagina 46 |
| Trommel schokt na programmastart. | Geen storing. Interne motortest is gestart. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Pagina 43
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Trommel draait, er stroomt geen water in het apparaat. | Geen storing. Beladingsherkenning is gedurende 2 minuten actief. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Het water is in de trommel niet zichtbaar. | Geen storing. Water is onder het zichtbare bereik. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Meermaals beginnen met centrifugeren. | Geen storing. Toestel compenseert onbalans door meermaals verdelen van het wasgoed. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Trillingen, bewegingen en luide geluiden van het toestel tijdens het centrifugeren. | Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld. ▶ Lijn het toestel uit. → Pagina 17 |
| Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd. ▶ Zet de apparaatvoeten vast. → Pagina 17 | |
| Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd. ▶ Verwijder de transportbeveiligingen. → Pagina 14 | |
| Hoog centrifugetoerental wordt niet bereikt. | Antikreuk is geactiveerd. ▶ Kies een voor het type textiel geschikte programma. → Pagina 26 |
| Toestel compenseert onbalans door gereduceerd centrifugetoerental. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
| De programmaduur wijzigt tijdens de wascyclus. | Geen storing. Programmaverloop wordt elektronisch geoptimaliseerd, extra spoelbewerking wordt door sterke schuimvorming ingeschakeld of onbalans wordt gecompenseerd. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Ruisende, sissende of zuigende geluiden. | Geen storing. Water wordt ingespoeld of waswater wordt afgepompt. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Geklapper, gerammel in de pomp. | Er is een vreemd voorwerp in de pomp. ▶ Reinig de afvoerpomp. → Pagina 37 |
| Wasmiddelresten op het wasgoed. | Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen bevatten, welke zich op het wasgoed afzetten. ▶ Start het programma Spoelen of borstel het wasgoed na het drogen uit. |
| Op het textiel hebben zich na het einde van het programma Iron Assist vochtige vlekken gevormd. | Waterdruppels uit de trommel of van de deur hebben het textiel vochtig gemaakt. De druppels komen ofwel van gecondenseerde damp of van restvochtigheid van het vorige wasprogramma. ▶ Strijk het textiel of hang het op om te drogen. |
Pagina 44
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Wasgoed is na het centrifugeren te nat. | Laag centrifugetoerental is ingesteld. ▶ Start het programma Centrifugeren. ▶ Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifugetoerental in. |
| Toestel compenseert onbalans door gereduceerd centrifugetoerental. 1. Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel. 2. Start het programma Centrifugeren. | |
| Antikreuk is geactiveerd. ▶ Stel een geschikt programma in. → Pagina 26 | |
| Kreukvorming. | Gekozen programma is niet geschikt voor de textielsoort. ▶ Stel een geschikt programma in. → Pagina 26 |
| Hoog centrifugetoerental is ingesteld. ▶ Stel bij de volgende wasbeurt een lager centrifugetoerental in. | |
| Belading is niet geschikt. ▶ Neem de maximale beladingshoeveelheid van de programma's in acht. → Pagina 26 ▶ Bereid het wasgoed voor. → Pagina 31 | |
| Bij de watertoevoerslang lekt water. | De watertoevoerslang is niet aangesloten of beschadigd. ▶ Controleer de installatie van de watertoevoerslang. → Pagina 13 Vervang bij beschadiging de watertoevoerslang. |
| Er lekt water bij de waterafvoerslang. | Waterafvoerslang is niet correct aangesloten of beschadigd. ▶ Controleer de installatie van de waterafvoerslang. → Pagina 13 Vervang bij beschadiging de waterafvoerslang. |
| Water komt onder de deur naar buiten. | Vervuiling aan deur of manchet veroorzaakt lekkage. ▶ Reinig de deur en de manchet. |
| Wasmiddel of wasverzachter druppelt van de manchet en verzamelt zich op de deur of in de manchetplooi. | In de wasmiddellade is te veel wasmiddel of wasverzachter. ▶ Let bij het doseren op de markering in de wasmiddellade. |
| In het compartiment bevindt zich restwater. | Inzet in compartiment is verstopt. ▶ Reinig de wasmiddellade. → Pagina 36 |
Pagina 45
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Wasverzachter blijft in de wasmiddellade. | Gebruik met wasverzachter is voor het gekozen programma niet mogelijk. ▶ Controleer of wasverzachter voor het gekozen programma mogelijk is. → Pagina 26 |
| In het apparaat is geurvorming opgetreden. | Vochtigheid en wasmiddelresten kunnen de bacteriegroei stimuleren. ▶ Reinig de trommel. → Pagina 36 ▶ Als u het apparaat niet gebruikt, laat dan de deur en wasmiddellade open zodat het restwater kan opdrogen. |
Pagina 46
nl Transporteren, opslaan en afvoeren
17.1 Noodontgrendeling
Deur ontgrendelen
Vereiste: De afvoerpomp is leeg. → Pagina 37
- 1. LET OP! Wegstromend water kan tot materiële schade leiden.
- Open de deur niet als er water achter het glas te zien is.
De noodontgrendeling met behulp van gereedschap naar onderen trekken en loslaten.
- Het deurslot is ontgrendeld.
- 2. De serviceklep plaatsen en vastklikken.
- 3. De serviceklep sluiten.
18 Transporteren, opslaan en afvoeren
18.1 Apparaat demonteren
- 1. De kraan sluiten.
- 2. Watertoevoerslang legen.
- 3. Het apparaat uitschakelen.
→ "Apparaat uitschakelen", Pagina 35
- 4. De stekker van het apparaat uit het stopcontact halen.
- 5. Het sop laten laten weglopen.
→ "Afvoerpomp reinigen", Pagina 37
46
- 6. De slangen demonteren.
18.2 Transportbeveiligingen plaatsen
Om transportschade te vermijden, beveiligt u het apparaat vóór het transport met transportbeveiligingen.
- 1. Verwijder de 4 afdekkapjes met behulp van een schroevendraaier.
Bewaar de afdekkapjes.
- 2. De 4 transportbeveiligingen plaatsen.
→ "Transportbeveiligingen verwijderen", Pagina 14
18.3 Apparaat opnieuw in gebruik nemen
- Voor meer informatie, zie → "Opstellen en aansluiten", Pagina 13 en → "Wascyclus zonder wasgoed starten", Pagina 17.
Pagina 47
Servicedienst nl
18.4 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van de apparaatdeur blokkeert of verhindert.
- Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaatdeur niet langer sluit.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
19 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
19.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:
aan de binnenkant van de deur.
47
Pagina 48
nl Servicedienst
aan de binnenkant van de onderhoudsklep.
aan de achterkant van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.....................................
1.1 Algemene aanwijzingen ............ 1.2 Bestemming van het apparaat ............................................ 1.3 Inperking van de gebruikers ..... 1.4 Veilige installatie........................ 1.5 Veiliger gebruik ......................... 1.6 Veilige reiniging en onderhoud ..........................................
2 Materiële schade vermijden ..... 11
3 Milieubescherming en besparing............................................. 12
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 12 3.2 Zuinig met energie en hulpbronnen ................................... 12 3.3 Energiebesparingsmodus ....... 12
4 Opstellen en aansluiten............
4.1 Apparaat uitpakken ................. 4.2 Inhoud van de verpakking....... 4.3 Vereisten ten aanzien van de opstelplaats ............................. 4.4 Transportbeveiligingen verwijderen ................................... 4.5 Apparaat aansluiten ................ 4.6 Stellen van het apparaat .........
5 Voor het eerste gebruik ............
5.1 Wascyclus zonder wasgoed starten......................................
6 Uw apparaat leren kennen........
6.1 Apparaat.................................. 6.2 Wasmiddellade........................ 6.3 Bedieningspaneel....................
7 Display.......................................
2
8 Toetsen......................................
9 Programma's .............................
10 Accessoires.............................
11 Wasgoed..................................
11.1 Wasgoed voorbereiden.........
12 Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel.............................
13 De Bediening in essentie........
13.1 Apparaat inschakelen............ 13.2 Programma instellen ............. 13.3 Programma-instellingen aanpassen............................. 13.4 Trommel vullen met wasgoed ...................................... 13.5 Doseerhulp plaatsen ............. 13.6 Doseerhulp gebruiken........... 13.7 Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel doseren ............ 13.8 Starten van het programma .. 13.9 Wasgoed inweken................. 13.10 Wasgoed bijvullen ............... 13.11 Progr. annuleren.................. 13.12 Programma bij spoelstop hervatten.............................. 13.13 Wasgoed uitnemen ............. 13.14 Apparaat uitschakelen.........
14 Kinderslot ................................
14.1 Kinderslot inschakelen .......... 14.2 Kinderslot deactiveren...........
Pagina 3
nl
15 Basisinstellingen ....................
15.1 Overzicht van de basisinstellingen ............................... 15.2 Basisinstellingen wijzigen......
16 Reiniging en onderhoud.........
16.1 Trommel reinigen .................. 16.2 Schoonmaken van de wasmiddellade............................. 16.3 Afvoerpomp reinigen.............
17 Storingen verhelpen ...............
17.1 Noodontgrendeling................
18 Transporteren, opslaan en afvoeren...................................
18.1 Apparaat demonteren ........... 18.2 Transportbeveiligingen plaatsen................................. 18.3 Apparaat opnieuw in gebruik nemen .......................... 18.4 Afvoeren van uw oude apparaat ....................................
19 Servicedienst...........................
19.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)..........
20 Verbruikswaarden...................
21 Technische gegevens.............
Pagina 4
nl Veiligheid
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om wasmachinebestendig textiel en wol voor de handwas volgens het onderhoudsetiket te wassen.
met leidingwater en gangbare, voor de wasmachine geschikte wasmiddelen en onderhoudsmiddelen.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen tot 3 jaar en huisdieren niet bij het apparaat kunnen komen.
Pagina 5
Veiligheid nl
1.4 Veilige installatie
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. De installatie moet zijn voorzien van een afdoende grote aderdiameter.
- Bij het gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met het teken gebruiken.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
5
Pagina 6
nl Veiligheid
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
Als dit apparaat op ondeskundige wijze in een was-droogzuil wordt opgesteld, kan het opgestelde apparaat naar beneden vallen.
- De droger uitsluitend met de verbindingset van de drogerfabrikant op een wasmachine stapelen Een andere plaatsingsmethode is niet toegestaan.
- Het apparaat niet in een was-droogzuil opstellen als de drogerfabrikant geen passende verbindingsset aanbiedt.
- Geen apparaten van verschillende fabrikanten en met verschillende diepte en breedte in een was-droogzuil opstellen.
- Geen was-droogzuil op een platform opstellen, de apparaten kunnen kantelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
VOORZICHTIG ‒ Kans op letsel!
Het apparaat kan tijdens het bedrijf trillen of bewegen.
- Het apparaat op een schone, vlakke en stevige ondergrond opstellen.
- Het apparaat middels de apparaatvoeten en een waterpas horizontaal stellen.
Bij ondeskundig gelegde slangen en netaansluitleidingen bestaat er struikelgevaar.
- De slangen en aansluitkabels zodanig leggen dat men er niet over kan struikelen.
Pagina 7
Veiligheid nl
Wanneer het apparaat aan uitstekende onderdelen wordt verplaatst, zoals bijvoorbeeld de vuldeur, dan kunnen de onderdelen afbreken.
- Het apparaat niet aan uitstekende onderdelen verplaatsen.
VOORZICHTIG ‒ Kans op snijden!
Scherpe randen aan het apparaat kunnen bij aanrakingen tot snijwonden leiden.
- Het apparaat niet aan scherpe randen aanraken.
- Veiligheidshandschoenen gebruiken bij installatie en transport van het apparaat.
1.5 Veiliger gebruik
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen en de kraan sluiten.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 47
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
- Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van de apparaatdeur blokkeert of verhindert.
Pagina 8
nl Veiligheid
- Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaatdeur niet langer sluit.
Bij het centrifugeren van grotere, waterondoorlaatbare stukken wasgoed kan er onbalans ontstaan die tot letsels kan leiden.
- Geen grotere, waterondoorlaatbare stukken wasgoed zoals dekens of matrasbeschermers in het apparaat wassen en centrifugeren.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op vergiftiging!
Was- en verzorgingsmiddelen kunnen bij inname tot vergiftigingen leiden.
- Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
- Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewaren.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Wanneer wasgoed met oplosmiddelhoudende, ontvlambare reinigingsmiddelen werd voorbehandeld, kan dit in het apparaat tot een explosie leiden.
- Voorbehandeld wasgoed voor het wassen grondig met water spoelen.
VOORZICHTIG ‒ Kans op letsel!
Bij het op het apparaat klimmen of klauteren kan de afdekplaat breken.
- Niet op het apparaat klimmen of klauteren.
Bij het zitten of leunen op de geopende deur kan het apparaat kantelen.
- Niet op de apparaatdeur zitten of leunen.
- Geen voorwerpen op de apparaatdeur plaatsen.
8
Pagina 9
Veiligheid nl
Grijpen in de draaiende trommel kan tot letsel aan de handen leiden.
- Wacht tot de trommel volledig stil staat voordat u met uw hand in de trommel grijpt.
VOORZICHTIG ‒ Kans op brandwonden!
Het sop wordt heet bij het wassen met hoge temperaturen.
- Raak het hete sop niet aan.
VOORZICHTIG ‒ Kans op chemische brandwonden!
Bij het openen van de wasmiddellade kunnen wasmiddel en verzorgingsmiddel uit het apparaat spatten. Contact met ogen of huid kan tot irritaties leiden.
- Bij contact met wasmiddelen of verzorgingsmiddelen de ogen of de huid grondig spoelen met schoon water.
- Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
- Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewaren.
1.6 Veilige reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Het toestel of de eigenschappen van het toestel nooit technisch veranderen.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers gebruiken om het apparaat te reinigen.
Pagina 10
nl Veiligheid
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Het gebruiken van niet originele reserveonderdelen en niet originele accessoires is gevaarlijk.
- Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen en originele accessoires van de fabrikant.
WAARSCHUWING ‒ Kans op vergiftiging!
Bij het gebruik van oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen kunnen giftige dampen ontstaan.
- Geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Pagina 11
2 Materiële schade vermijden
LET OP!
Een verkeerde dosering van wasverzachters, wasmiddelen, verzorgingsmiddelen en reinigingsmiddelen kan de werking van het apparaat beïnvloeden.
- De doseeraanbevelingen van de fabrikant aanhouden.
Het overschrijden van de maximale beladingshoeveelheid heeft invloed op de werking van het apparaat.
- De maximale beladingshoeveelheid voor elk programma aanhouden en niet overschrijden.
→ "Programma's", Pagina 26
Het apparaat is voor transport met transportbeveiligingen geborgd. Niet verwijderde transportbeveiligingen kunnen leiden tot materiële schade en schade aan het apparaat.
- Voor inbedrijfstelling alle transportbeveiligingen volledig verwijderen en bewaren.
- Voor elk transport alle transportbeveiligingen volledig inbouwen, om transportschade te vermijden. De ondeskundige aansluiting van de watertoevoerslang kan tot materiële schade leiden.
- De schroefverbindingen aan de watertoevoer handvast aantrekken.
- De watertoevoerslang direct zonder bijkomende verbindingselementen, zoals adapter, verlengstukken of venteielen op de waterkraan aansluiten.
- De ventielbehuizing van de watertoevoerslang contactvrij met de omgeving inbouwen en niet aan externe krachtinwerking blootstellen.
- Erop letten dat de binnendiameter van de waterkraan minstens 17 mm bedraagt.
Materiële schade vermijden nl
- Erop letten dat de lengte van de schroefdraad aan de aansluiting naar de waterkraan minstens 10 mm bedraagt.
Een te lage of te hoge waterdruk kan de apparaatfunctie hinderen.
- Zorg ervoor dat de waterdruk op de watertoevoerinstallatie tenminste 100 kPa (1 bar) en maximaal 1000 kPa (10 bar) is.
- Wanneer de waterdruk de aangegeven maximale waarde overschrijdt, dan moet een reduceerventiel tussen de drinkwateraansluiting en de slangenset van het apparaat worden geïnstalleerd.
- Het apparaat niet op de mengkraan van een drukloze geiser of boiler aansluiten.
Gewijzigde of beschadigde waterslangen kunnen tot materiële schade en schade aan het apparaat leiden.
- Nooit waterslangen knikken, knellen, wijzigen of doorsnijden.
- Alleen meegeleverde waterslangen of originele reserveslangen gebruiken.
- Nooit gebruikte waterslangen hergebruiken.
Het gebruik met vervuild of te heet water kan materiële schade en schade aan het apparaat veroorzaken.
- Het apparat uitsluitend met koud leidingwater gebruiken.
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Het apparaat uitsluitend reinigen met water en een zachte, vochtige doek.
11
Pagina 12
nl Milieubescherming en besparing
- Bij contact met het apparaat direct alle wasmiddelresten, sproeinevel-resten of restanten verwijderen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Zuinig met energie en hulpbronnen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom en water.
Programma's met lage temperaturen en langere wastijden gebruiken en de maximale beladingscapaciteit gebruiken.
- Het energieverbruik en het waterverbruik zijn het efficiëntst.
Wasmiddel overeenkomstig de mate van verontreiniging van het wasgoed doseren.
- Voor een lichte tot normale mate van verontreiniging is een geringe hoeveelheid wasmiddel voldoende. Houd het doseeradvies van de fabrikant van het wasmiddel aan.
Wastemperatuur bij licht en normaal verontreinigd wasgoed reduceren.
- Bij lage temperaturen verbruikt het apparaat minder energie. Voor een lichte tot normale verontreiniging zijn ook lagere temperaturen dan op het verzorgingslabel vermeld afdoende.
Stel het maximale toerental in, wanneer het wasgoed aansluitend in de wasdroger gedroogd moet worden.
- Droger wasgoed verkort de programmaduur bij het drogen en verlaagt het energieverbruik. Met een hoger centrifugetoerental vermindert de restvochtigheid in de was en het geluidsvolume van het centrifugeren neemt toe.
Wasgoed zonder voorwas wassen.
- Het wassen met voorwas verlengt de programmaduur en verhoogt het energie- en waterverbruik.
Het apparaat beschikt over een automatische ladingafstemming.
- De automatische ladingafstemming past het waterverbruik en de programmaduur optimaal aan de textielsoort en de beladingscapaciteit aan.
3.3 Energiebesparingsmodus
Wanneer u het toestel korte tijd niet bedient, dan schakelt het automatisch naar de energiespaarstand. De energiebespaarmodus wordt afgesloten, wanneer u het apparaat opnieuw bedient.
Pagina 13
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Apparaat uitpakken
LET OP!
Voorwerpen die in de trommel achterblijven, en die niet voor het gebruik van het apparaat bedoeld zijn, kunnen tot materiële- en apparaatschade leiden.
- Voor gebruik alle deze voorwerpen en de meegeleverde accessoires uit de trommel verwijderen.
- 1. Verwijder verpakkingsmateriaal en bescherming volledig van het apparaat.
→ "Afvoeren van de verpakking", Pagina 12
- 2. Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen.
- 3. De deur openen.
- 4. Verwijder de accessoires uit de trommel.
- 5. De deur sluiten.
4.2 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
LET OP!
Het gebruik met onvolledig of defect toebehoren kan de werking van het apparaat hinderen of materiële schade en schade aan het apparaat veroorzaken.
- Het apparaat niet met onvolledig of defect toebehoren gebruiken.
- Het toebehoren vóór het gebruik van het apparaat vervangen.
→ "Accessoires", Pagina 31
Opstellen en aansluiten nl
Opmerking: Bij het apparaat werd af fabriek een functietest uitgevoerd. Hierbij kunnen watervlekken in het apparaat ontstaan die de eerste wasbeurt verwijdert.
De levering bestaat uit:
- Wasmachine
- Begeleidende documenten
- Transportbeveiligingen → "Transportbeveiligingen verwijderen", Pagina 14
- Afdekkapjes
- Watertoevoerslang → "Watertoevoerslang aansluiten", Pagina 15
4.3 Vereisten ten aanzien van de opstelplaats
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Het apparaat bevat spanningsvoerende delen. Het aanraken van spanningsvoerende delen is gevaarlijk.
- Gebruik het apparaat niet zonder afdekplaat.
WAARSCHUWING
Kans op letsel!
Bij gebruik op een sokkel kan het apparaat kantelen.
- De apparaatvoeten voor inbedrijfstelling op een sokkel absoluut met de bevestigingen → Pagina 31 van de fabrikant bevestigen.
LET OP!
Bevriezend restwater in het apparaat kan leiden tot beschadiging van het apparaat.
- Het apparaat niet op vorstgevoelige plaatsen of buiten plaatsen en gebruiken.
Pagina 14
nl Opstellen en aansluiten
Wanneer het apparaat meer dan 40° wordt gekanteld, dan kan restwater uit het apparaat lopen en materiële schade veroorzaken.
- Kantel het apparaat voorzichtig.
- Transporteer het apparaat rechtop.
| Opstelplaats | Vereisten |
|---|---|
| Houder | Het apparaat met borglippen → Pagina 31 bevestigen. |
| Vloer met houten balken | Plaats het apparaat op een waterbestendige houten plaat (dikte minimaal 30 mm) welke vast op de vloer is geschroefd. |
| Kitchenette | Het apparaat alleen onder een doorlopend werkblad plaatsen, dat vast met de naastliggende kast is verbonden. Benodigde nisbreedte: 60 cm. |
| Aan een wand | Geen netaansluitkabel en geen slangen tussen wand en apparaat inklemmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
4.4 Transportbeveiligingen verwijderen
Het apparaat is voor transport met transportbeveiligingen aan de achterzijde van het apparaat geborgd.
Opmerking: Bewaar de bouten van de transportbeveiligingen en de hulzen voor een later transport.
→ "Transportbeveiligingen plaatsen", Pagina 46
- 1. De slangen uit de houders trekken.
- 2. Alle bouten van de 4 transportbeveiligingen met een steeksleutel met sleutelbreedte 13 losmaken en verwijderen .
Pagina 15
- 3. De netaansluitkabel van de houder verwijderen.
- 4. De 4 hulzen verwijderen.
- 5. De 4 afdekkappen plaatsen.
Opstellen en aansluiten nl
- 6. De 4 afdekkappen naar onderen schuiven.
Opmerking: Om de transportbeveiligingen voor het transport in het apparaat te plaatsen, maakt u deze stappen ongedaan in de omgekeerde volgorde.
4.5 Apparaat aansluiten
Watertoevoerslang aansluiten
- 1. De watertoevoerslang op het apparaat aansluiten.
Verder lezen op pagina 16Inhoud