naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch WNAT323471, tekst van de handleiding

Pagina's 17–43 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–16verder op pagina 44 →

Pagina 17

Plaatsen en aansluiten nl

Lengte van de slang en aansluitkabel

■a FP
a FP
a FP
aansluiting aan de rechterkant
a FP
a FP
a FP

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Tip: Bij de vakhandel/servicedienst de volgende onderdelen verkrijgbaar:

00353925

Pagina 18

nl Plaatsen en aansluiten

Watertoevoer

Waarschuwing

Levensgevaar!

Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.

Aqua-Stop-veiligheidssysteem niet in water onderdompelen (bevat een elektrisch ventiel).

Aanwijzingen

* wordt afhankelijk van het model

meegeleverd
êPLQ PP
ë

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Optimale waterdruk in de waterleiding

minimaal 100 kPa (1 bar)

maximaal 1000 kPa (10 bar)

Uit de geopende kraan stroomt ten minste 8 liter water per minuut.

Bij hogere waterdruk een drukreduceerventiel inbouwen.

Aansluiting

Sluit de watertoevoerslang aan op de waterkraan (26,4 mm = ¾" ) en het apparaat (bij modellen met Aquastop niet nodig, vast geïnstalleerd) op:

Aanwijzing: Kraan voorzichtig opendraaien en daarbij de aansluitingen op dichtheid controleren. De schroefkoppeling staat onder druk van de waterleiding.

Pagina 19

Plaatsen en aansluiten nl

Waterafvoer

Waarschuwing

Risico van verbranding!

Bij het wassen met hoge temperaturen kunnen er bij aanraking met heet zeepsop, bijv. wanneer er heet zeepsop in een wastafel wordt gepompt, brandwonden ontstaan.

Kom niet met uw handen in het hete zeepsop.

Attentie!

Waterschade

De afvoerslang staat bij het wegpompen onder waterdruk en kan uit de wastafel of uit het aansluitpunt glijden.

Borg de afvoerslang zodanig dat deze er niet uit kan schieten.

Attentie!

Beschadiging van het apparaat/textiel

Wanneer het uiteinde van de afvoerslang in het weggepompte water komt, kan het water in het apparaat worden teruggezogen en het apparaat/ de textiel beschadigd raken.

Let erop dat:

Aanwijzing: De waterafvoerslang niet knikken of in de lengte uitrekken.

Aansluiting

■ Afvoerineensifon
De aansluiting slangklem, wordengeborgd.∅24-40moetmet mm(vakhandel)een
■ Afvoerineenwastafel
Borgdeafvoerslangzodanigdat

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

deze er niet uit kan schieten.

Bochtstuk bij de klantenservice verkrijgbaar:

Onderdeelnummer00655300
■ Afvoer met afvoerputjerubberenineenkunststof mofofinstandpijp een

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Pagina 20

nl Plaatsen en aansluiten

Stellen

Stel het apparaat horizontaal m.b.v. een waterpas.

Overmatig geluid, vibraties en „lopen” kunnen het gevolg zijn van het niet correct stellen van het apparaat!

Alle vier de voetjes moeten stevig op de grond staan.

Pagina 21

Plaatsen en aansluiten nl

Elektrische aansluiting

Waarschuwing

Levensgevaar!

Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.

Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:

Aanwijzingen

De aansluitwaarde en de vereiste zekering is op het typeplaatje aangegeven.

Alleen aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de nu geldende voorschriften.

Pagina 22

nl Plaatsen en aansluiten

Vóór de eerste was

De wasautomaat is voor het verlaten van de fabriek grondig getest. Om eventuele restjes water van het testen te verwijderen, de wasautomaat de eerste keer zonder wasgoed laten draaien.

Aanwijzingen

Aanwijzing: Ter voorkoming van schuimvorming slechts de helft van de door de wasmiddelproducent aanbevolen hoeveelheid wasmiddel gebruiken. Gebruik geen wol- of fijnwasmiddel.

Uw wasautomaat is nu gebruiksklaar.

Pagina 23

Plaatsen en aansluiten nl

Transporteren

bijv. bij verhuizing

Voorbereidende werkzaamheden:

Transportbeveiligingen monteren:

Transportbeveiligingsschroeven plaatsen en met een steeksleutel SW13 aandraaien.

Vóór het opnieuw in gebruik nemen:

Aanwijzingen

Zo voorkomt u dat bij de volgende wasbeurt wasmiddel ongebruikt in de afvoer stroomt.

Pagina 24: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 25

Het apparaat leren kennen nl

Bedieningspaneel

Bedieningspaneel afhankelijk van model

0

Programmakiezer: voor het kiezen van een programma en voor het in- en uitschakelen van de wasautomaat via de Uit-positie;

Een overzicht van alle programma's vindt u op het extra blad bij de gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding.

Temperatuur * wijzigen.

Centrifugetoerental wijzigen.

Klaar in-tijd wijzigen. Blz. 30

Kinderbeveiliging ( 3 sec.) tegen per ongeluk wijzigen van de ingestelde functies activeren/ deactiveren; Blz. 35

Hiervoor de toetsen

Centrifugetoerental en Klaar in-tijd ca. 3 sec. lang tegelijkertijd indrukken.

Extra programma-instellingen kiezen: Blz. 31

Toets voor:

Display voor instellingen en informatie Blz. 26

* afhankelijk van model

8

Pagina 26

nl Het apparaat leren kennen

Display

Aanwijzing: In de tabel vindt u instelmogelijkheden en informatie voor het gekozen programma.

- 90 °C Temperatuur * in °C; = koud - - - -, 0 - 1600** 0 Centrifugetoerental in omw/min, 0 = geen centrifugeren, alleen afpompen

Indicatie energieverbruik*

Hoe meer indicatielampjes branden, des te hoger is het relatieve energieverbruik.

* afhankelijk van model

** afhankelijk van gekozen programma, instellingen en model

Overige aanwijzingen op het display

Programmavoortgang:
Wassen
Spoelen
0Centrifugeren
EndProgramma-einde
- - - - 0Programma-einde met instelling Spoelstop
Vuldeur:
brandtVuldeur gaat niet open.
knippertNa programmastart: vuldeur is niet goed gesloten.
Waterkraan:
knippertKraan niet open geen waterdruk
brandtWaterdruk te laag (kan de programmaduur verlengen)
Kinderbeveiliging: Blz. 35
brandtKinderbeveiliging actief
knippertKinderbeveiliging is actief en er is aan de programmakiezer gedraaid.
Schuimdetectie:
brandt• Blz. 34
Foutindicatie:
E: - -• Blz. 43
Signaalinstelling:
0 - 4• Blz. 38

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Pagina 27

Wasgoed nl

Wasgoed

Wasgoed voorbereiden

Attentie!

Beschadiging van het apparaat/textiel

Vreemde voorwerpen (bijv. munten, paperclips, naalden, spijkers) kunnen het wasgoed, of onderdelen van de wasmachine beschadigen.

Neem daarom de volgende aanwijzingen in acht bij de voorbereiding van uw was:

Wasgoed sorteren

Houdt u bij het sorteren van het wasgoed aan de aanwijzingen voor de verzorging en aan de opgaven van de producent, zoals aangegeven op de waslabels:

Aanwijzing: Wasgoed kan verkleuren of niet goed schoon worden. Witte en bonte was dient u apart te wassen.

Nieuw bont wasgoed de eerste keer afzonderlijk wassen.

Enkele voorbeelden voor de mate van verontreiniging vindt u hier • Blz. 29.

Wasgoed hierna wassen met een geschikt programma.

Hardnekkige/ingedroogde vlekken verdwijnen pas na meerdere keren wassen.

Kreukherstellend

Pagina 28

nl Wasgoed

Stijven

Aanwijzing: Het wasgoed mag niet met wasverzachter gespoeld zijn.

Stijfsel is met name bij het Spoelen en Katoen programma met vloeibaar stijfsel mogelijk. Doseer het stijfsel volgens instructies van de fabrikant in het compartiment (eventueel eerst schoonmaken).

Verven/Ontkleuren

Verf uitsluitend hoeveelheden die in het huishouden gebruikelijk zijn. Zout kan roestvrijstaal aantasten! Neem de instructies van de producent van de verf in acht!

Wasgoed niet in de machine ontkleuren!

Inweken

Aanwijzingen

Pagina 29

Wasmiddel nl

Wasmiddel

Juiste wasmiddelkeuze

Voor de juiste wasmiddelkeuze, temperatuur en behandeling van het wasgoed is het waslabel doorslaggevend. zie ook www.sartex.ch

Op de website www.cleanright.eu vindt u veel aanvullende informatie over was-, verzorgings- en reinigingsmiddelen voor huishoudelijk gebruik.

Programma: Katoen / koud - max. 60 °C

Programma: Fijn/Zijde / koud - max. 40 °C

Programma: Wol / koud - max. 40 °C

Energie en wasmiddel besparen

U kunt bij licht en normaal verontreinigde was besparen op energie (lagere wastemperatuur) en wasmiddel:

BesparenMate van verontreiniging / Aanwijzing
Lagere temperatuur en minder wasmiddel volgens doseeradvieslicht
Geen verontreiniging of vlekken zichtbaar.
Kledingstukken hebben lichaamsgeur aangenomen, bijv.:
■ lichte zomer-/ sportkleding (enkele uren gedragen)
■ T-shirts, overhemden, blouses, (max. 1 dag gedragen)
■ Beddengoed en handdoeken van gasten (1 dag gebruikt)
normaal
Verontreiniging zichtbaar / of een paar lichte vlekken herkenbaar, bijv.:
■ T-shirts, overhemden, blouses, (bezweet, meerdere malen gedragen)
■ Handdoeken, beddengoed (max. 1 week gebruikt)
Temperatuur volgens het waslabel en wasmiddelhoeveelheid volgens doseeradvies / sterk verontreinigdsterk
Verontreiniging en/of vlekken duidelijk zichtbaar, bijv. theedoeken, babywas, werkkleding

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

Aanwijzing: Bij dosering van alle was-/ hulp-/verzorgings- en reinigingsmiddelen moet u absoluut de aanwijzingen van de fabrikant en de overige aanwijzingen in acht nemen.

Pagina 30

nl

0 Programma voorinstellingen

De programmavoorinstellingen worden na het kiezen van het programma op het display weergegeven.

U kunt de voorinstellingen wijzigen.

Druk hiervoor zo vaak op de betreffende toets tot de gewenste instelling op het display verschijnt.

Aanwijzing: Door de toets langer ingedrukt te houden, lopen de instelwaarden automatisch verder tot de eindwaarde. Druk dan nogmaals op de toets en u kunt opnieuw de instelwaarde wijzigen.

Een overzicht van alle mogelijke programma-instellingen vindt u op het extra blad bij de gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding.

Temperatuur

(Temp. °C)

Toets afhankelijk van model

Voor en tijdens het programma kunt u afhankelijk van de programmavoortgang de ingestelde temperatuur wijzigen.

De maximaal in te stellen temperatuur hangt af van het gekozen programma.

Centrifugetoerental

(0, Centrifugeren)

Voor en tijdens het programma kunt u afhankelijk van de programmavoortgang het centrifugetoerental (in omw./min.; omwentelingen per minuut) wijzigen.

Instelling 0 : zonder eindcentrifugeren, het water wordt alleen afgepompd. Het wasgoed blijft nat in de trommel liggen,

bijv. voor wasgoed dat niet gecentrifugeerd mag worden.

Instelling - - - -: spoelstop = zonder eindcentrifugeren, het wasgoed blijft na de laatste keer spoelen in het water liggen.

Spoelstop kunt u kiezen om kreukvorming te voorkomen, wanneer na afloop van het programma het wasgoed niet direct uit de wasautomaat wordt genomen.

Om het programma te hervatten/ beëindigen Blz. 35

Het maximaal in te stellen toerental hangt af van het gekozen programma en het model.

Klaar in-tijd

( , Klaar in)

Vóór programmastart kunt u het programma-einde (Klaar in-tijd) in stappen van 1 uur (h=uur) tot maximaal 24h van tevoren instellen.

Hiervoor:

De programmaduur voor het gekozen programma bijv. 2:30 (uren:minuten) wordt weergegeven.

Het programma start.

Op het display wordt het gewenste aantal uren bijv. 8h weergegeven en afgeteld totdat het wasprogramma begint. Dan wordt de programmaduur weergegeven.

Aanwijzing: De programmaduur wordt bij een lopend programma automatisch aangepast.

Bepaalde factoren kunnen de programmaduur beïnvloeden, bijv.:

Pagina 31

Extra programma-instellingen nl

Na programmastart kunt u het van tevoren ingestelde aantal uur als volgt wijzigen:

Na programmastart kunt u indien nodig wasgoed bijvullen of uitnemen.

Extra programmainstellingen

Een overzicht van alle mogelijke extra instellingen vindt u op het extra blad bij de gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding.

De instellingen zijn verschillend afhankelijk van model.

Speed Eco

( , Speed / Eco)

Toets met twee instelmogelijkheden voor het aanpassen van het geselecteerde programma:

Voor het wassen in kortere tijd met vergelijkbaar wasresultaat, maar met hoger energieverbruik dan het gekozen programma zonder instelling Speed Eco .

Aanwijzing: De maximale belading mag niet overschreden worden.

Energiezuinig wassen door tempertuurreductie bij vergelijkbaar wasresultaat bij het gekozen programma zonder instelling Speed

Eco .

Kies hiervoor toets. Eerst wordt u de Speed-instelling aangeboden. Als u de toets nogmaals indrukt, is de Ecoinstelling actief. Het betreffende symbool brandt op het display als de instelling geactiveerd is.

Als u de toets nogmaals indrukt, is er geen instelling actief.

Licht strijken

( )

Toets afhankelijk van model

Beperkt de kreukvorming door een speciale centrifugemethode met aansluitend losser maken en een verlaagd centrifugetoerental.

Aanwijzing: Het restvochtgehalte van het wasgoed neemt toe.

Water&Spoelen+

( )

Toets afhankelijk van model

Hoger waterniveau en extra spoelbeurt bij bijzonder gevoelige huid en/of voor gebieden met zeer zacht water

Voorwas

( )

Toets afhankelijk van model

Voor sterk verontreinigd wasgoed.

Aanwijzing: Wasmiddel over compartiment I en II verdelen.

Pagina 32

nl Apparaat bedienen

1 Apparaat bedienen

Wasmachine voorbereiden

Aanwijzing: De wasautomaat moet deskundig worden geplaatst en aangesloten zijn. vanaf Blz. 14

Programma kiezen/Apparaat inschakelen

Aanwijzing: Wanneer u de kinderbeveiliging hebt geactiveerd, moet u deze eerst deactiveren, voordat u een programma kunt instellen.

Kies met de programmakiezer het gewenste programma. De knop kan in beide richtingen worden gedraaid.

Het apparaat is ingeschakeld.

Op het display verschijnen de programmavoorinstellingen voor het gekozen programma:

* afhankelijk van model

Programma-voorinstellingen wijzigen

U kunt de voorinstellingen voor deze wasbeurt gebruiken of wijzigen.

Druk hiervoor zo vaak op de betreffende toets tot de gewenste instelling wordt weergegeven.

De instellingen zijn zonder bevestiging actief.

Deze blijven na het uitschakelen van de wasautomaat niet bewaard.

Programmavoorinstellingen Blz. 30

Extra programma-instellingen kiezen

Door het kiezen van extra instellingen kunt u het wasprogramma nog beter aanpassen aan uw wasgoed.

De instellingen kunnen afhankelijk van de programmavoortgang geselecteerd/ gedeselecteerd worden.

De indicatielampjes van de toesten branden wanneer de instelling actief is.

De instellingen worden na het uitschakelen van de wasautomaat niet bewaard.

Extra programma-instellingen

Pagina 33

Apparaat bedienen nl

Wasgoed in de trommel doen

Waarschuwing

Levensgevaar!

Wasgoed dat vóór het wassen met een reinigingsmiddel met oplosmiddel (bijv. vlekkenmiddel of wasbenzine) is behandeld, kan na vullen in de wastrommel tot een explosie leiden. Spoel het wasgoed van te voren grondig met de hand.

Aanwijzingen

Was- en verzoringsmiddel doseren en bijvullen

Attentie!

Schade aan het apparaat

Reinigingsmiddelen en middelen voor het voorbehandelen van was (bijv. vlekkenmiddelen, voorwasspray,...) kunnen het oppervlak van de wasmachine aantasten wanneer ze er mee in aanraking komen.

Breng deze middelen niet in contact met de oppervlakken van de wasmachine. Eventueel sproeinevelresten en andere restanten / druppels direct met een vochtige doek afvegen.

Doseren

Doseer de was- en onderhoudsmiddelen overeenkomstig:

Vullen

Waarschuwing

Oog-/huidirritaties!

Als de wasmiddellade tijdens het gebruik wordt geopend, kan er was-/ wasverzorgingsmiddel uitspuiten.

Open de wasmiddellade voorzichtig. Spoel bij contact met was-/ verzorgingsmiddel de ogen uit, resp. de huid af.

Raadpleeg bij per ongeluk innemen een arts.

Aanwijzing: Dikvloeibare wasverzachter en textielversteviger met wat water aanlengen. Dit voorkomt verstopping in het leidingsysteem van de wasautomaat.

Pagina 34

nl Apparaat bedienen

Doe het was- en verzorgingsmiddel in de betreffende compartimenten:

Doseerhulp A voor vloeibaar wasmiddel Compartiment II Wasmiddel voor de hoofdwas, waterontharder, bleekmiddel, vlekkenzout Compartiment Wasverzachter, vloeibaar stijfsel max niet overschrijden Compartiment I Wasmiddel voor de voorwas

Inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel

*afhankelijk van het model

Voor het doseren van vloeibaar wasmiddel positioneert u de doseerhulp:

Aanwijzing: Gebruik de doseerhulp niet bij gelachtige wasmiddelen en waspoeder en bij programma's met voorwas of wanneer Klaar in tijd gekozen is.

Bij modellen zonder inzetstuk vult u het vloeibare wasmiddel in een doseerbol en legt u deze in de trommel

Starten van het programma

Toets kiezen. Het indicatielampje brandt en het programma start.

Op het display wordt tijdens het programma de Klaar in-tijd of, na het begin van het wasprogramma, de programmaduur en de symbolen voor de voortgang van het programma weergegeven.

Display Blz. 26

Aanwijzing: Schuimdetectie

Wanneer op het display bovendien het symbool verschijnt, dan heeft de wasautomaat te veel schuim tijdens het wasprogramma geconstateerd en daarna automatisch een extra spoelbeurt toegevoegd om het schuim tegen te gaan.

Doseer bij de volgend wasbeurt met gelijke belading minder wasmiddel.

Wilt u het programma tegen onbedoeld wijzigen beveiligen, kies dan als volgt de kinderbeveiliging.

Pagina 35

Apparaat bedienen nl

Kinderbeveiliging

( 3 sec.)

U kunt de wasautomaat beveiligen tegen het per ongeluk wijzigen van de ingestelde functies. Hiervoor na de start van het programma de kinderbeveiliging activeren.

Voor het activeren/deactiveren ca. 3 seconden lang tegelijkertijd de toetsen Centrifugetoerental en Klaar in-tijd selecteren. Op het display verschijnt het symbool .

Aanwijzing: Om het afbreken van het programma te voorkomen, de programmakiezer hierbij niet over de Uit-positie heen draaien.

Aanwijzing: De kinderbeveiliging blijft na programma-einde en uitschakeling van het apparaat actief. U moet deze altijd deactiveren, wanneer u een nieuwe programma wilt starten.

Wasgoed bijvullen

Na programmastart kunt u indien gewenst wasgoed bijvullen of uitnemen.

Kies hiervoor toets .

Het indicatielampje van de toets knippert en de wasautomaat controleert of bijvullen mogelijk is.

Wanneer op het display:

Kies voor het hervatten van het programma de toets . Het programma wordt automatisch hervat.

Aanwijzingen

Programma wijzigen

Progr. annuleren

Bij programma’s met hoge temperatuur:

Bij programma’s met lage temperatuur:

Programma-einde bij spoelstop

Op het display verschijnt - - - - 0 en het indicatielampje van de toets knippert.

Hervat het programma door:

Pagina 36

nl Apparaat bedienen

Programma-einde

Op het display verschijnt End en het indicatielampje van de toets is uit.

Wasgoed uitnemen / apparaat uitschakelen

Aanwijzing: Niet nodig bij modellen met Aquastop.

Aanwijzingen

Vervolgens het apparaat inschakelen en wachten op de ontgrendeling.

Om de displayverlichting weer in te schakelen een willekeurige toets indrukken.

Pagina 37

Sensoren nl

Sensoren

Beladingsautomaat

Afhankelijk van het soort textiel en de belading past de beladingsautomaat het waterverbruik optimaal aan elk programma aan.

Onbalans-controlesysteem

Het automatische onbalanscontrolesysteem herkent onbalans en zorgt door meermaals aanloopcentrifugeren voor een gelijkmatige verdeling van het wasgoed.

Bij een zeer ongunstige verdeling van het wasgoed wordt om veiligheidsredenen het toerental verlaagd of wordt er niet gecentrifugeerd.

Aanwijzing: Kleine en grote stukken wasgoed in de trommel doen.

VoltCheck

afhankelijk van model

Het automatische spanningscontrolesysteem herkent een ontoelaatbare spanningsonderschrijding. Op het display knippert de dubbele punt van de Klaar in-indicatie. Blz. 26

Is de voedingsspanning weer stabiel, dan brandt de dubbele punt in de Klaar in-indicatie (normale toestand).

De herkende spanningsonderschrijding wordt in het verdere programmaverloop door het branden van alle drie de punten op het display weergegeven.

Aanwijzing:

Spanningsonderschrijdingen kunnen bijv. tot programmaverlenging en/of een niet bevredigend centrifugeerresultaat leiden.

Pagina 38

nl Signaalinstelling

Signaalinstelling

U kunt de volgende instellingen veranderen:

Voor het wijzigen van de instellingen moet u eerst altijd de instelmodus activeren.

Instelmodus activeren

De instelmodus is geactiveerd en op het display verschijnt het vooringestelde volume voor de instructiesignalen (bijv. aan het programma-einde).

Volume wijzigen

Met de toets Klaar in-tijd verandert u op de programmakiezer-posities:

0 = uit, 1 = zacht, 2 = middel, 3 = luid, 4 = zeer luid

Instelmodus afronden

U kunt de procedure nu beëindigen en de programmakiezer op Uit zetten. De instellingen zijn opgeslagen.

Pagina 39

Reinigen en onderhouden nl

2 Reinigen en onderhouden

Waarschuwing

Levensgevaar!

Bij contact met onderdelen die onder spanning staan bestaat het risico van een elektrische schok.

Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.

Waarschuwing

Kans op vergiftiging!

Door oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen zoals wasbenzine kunnen giftige dampen ontstaan. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.

Attentie!

Schade aan het apparaat

Oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen, zoals bijv.

wasbenzine, kunnen oppervlakken en onderdelen van het apparaat aantasten. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.

Zo voorkomt u biofilmvorming en geuroverlast:

Aanwijzingen

Buitenkant van het apparaat/ Bedieningspaneel

Wastrommel

Gebruik een chloorvrij reinigingsmiddel, geen staalwol.

Bij geurvorming in de wasautomaat, of om de trommel te reinigen, afhankelijk van het model programma

Trommelreiniging 90 °C of

Katoen 90 °C zonder wasgoed uitvoeren. Gebruik daarbij een poederwasmiddel.

Ontkalken

Bij een correcte dosering van het wasmiddel is ontkalken niet nodig. Indien toch: te werk gaan volgens de opgaven van de fabrikant van het ontkalkingsmiddel. Geschikte ontkalkers zijn verkrijgbaar via onze website of via de servicedienst.

Pagina 40

nl Reinigen en onderhouden

Wasmiddellade en behuizing

Als er resten wasmiddel of wasverzachter aanwezig zijn:

Aanwijzing: Wasmiddellade open laten, zodat het resterende vocht kan opdrogen.

Afvoerpomp verstopt

Waarschuwing

Risico van verbranding!

Zeepsop wordt heet bij het wassen op hoge temperaturen. Door contact met heet zeepsop kunnen brandwonden ontstaan.

Laat het zeepsop afkoelen.

Binnenruimte, schroefdraad van het pompdeksel en pomphuis reinigen. De waaier van de pomp moet gedraaid kunnen worden.

Pompdeksel weer plaatsen en vastschroeven. De handgreep moet verticaal staan.

Pagina 41

Reinigen en onderhouden nl

Aanwijzing: Om te voorkomen dat bij de volgende wasbeurt ongebruikt wasmiddel in de afvoer loopt, raden wij u het volgende aan: 1 liter water in compartiment II gieten en het programma Afpompen starten.

Afvoerslang aan de sifon verstopt

1. Apparaat de wandcontactdoosuitschakelen.Stekker nemen.uit
2. Slangenklem er voorzichtiglosmaken. aftrekken,Afvoerslang erkan
resterend
3. Afvoerslang sifon
schoonmaken.waterenuit aansluitstuklopen.vande

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)

Zeef in de watertoevoer verstopt.

Verlaag hiervoor eerst de waterdruk in de toevoerslang:

Slang aan de achterkant van het apparaat eraf halen, Zeef met een tang eruit halen en schoonmaken.

Pagina 42

nl Storingen, wat te doen?

3 Storingen, wat te doen?

Noodontgrendeling

bijv. bij een stroomstoring.

Het programma wordt hervat als er weer stroom is.

Als het wasgoed toch uit de trommel gehaald moet worden, dan kan de vuldeur geopend worden zoals hierna beschreven:

Waarschuwing

Risico van verbranding!

Bij het wassen met hoge temperaturen kunnen er bij aanraking met heet zeepsop en wasgoed brandwonden ontstaan.

Eventueel eerst laten afkoelen.

Waarschuwing

Risico van letsel!

Wanneer u met uw handen in de draaiende trommel komt, kunt u letsel oplopen.

Niet met uw handen in de draaiende trommel komen.

Wacht tot de trommel niet meer draait.

Attentie!

Waterschade

Wegstromend water kan tot waterschade leiden.

De vuldeur niet openen zolang er water achter het glas te zien is.

Hierna kan de vuldeur geopend worden.

Pagina 43

Storingen, wat te doen? nl

Aanwijzingen op het display

IndicatieOorzaak/Oplossing
brandt■ Temperatuur te hoog. Wachten tot de temperatuur is gedaald.
■ Waterniveau te hoog. Bijvullen van wasgoed niet mogelijk. Eventueel vuldeur direct sluiten. Toets kiezen om het programma te hervatten.
knippert■ Wasgoed eventueel ingeklemd. Vuldeur a.u.b. nogmaals openen en sluiten en toets kiezen.
■ Eventueel de vuldeur dichtdrukken of wasgoed verwijderen en de deur opnieuw dichtdrukken.
■ Eventueel apparaat uit- en weer inschakelen; programma instellen en individuele instellingen uitvoeren; programma starten.
brandt■ Waterkraan voor koud water helemaal open draaien.
■ Toevoerslang is geknikt of zit klem. De manier waarop de slang is gelegd corrigeren.
■ Waterdruk te laag. Zeef schoonmaken. Blz. 41
Kinderbeveiliging geactiveerd; deactiveren.
brandtTe veel schuim herkend, extra spoelbeurten toegevoegd. Doseer bij de volgend wasbeurt met gelijke belading minder wasmiddel. Blz. 34
: van de Klaar in-tijd knippertNetspanning te laag.
. van de Klaar in-tijd knippertOnderspanning in het wasprogramma. Het programma wordt verlengd. Blz. 37
E:18■ Afvoerpomp verstopt. Afvoerpomp schoonmaken. Blz. 40
■ Afvoerslang/afvoerpijp verstopt. Afvoerslang bij de sifon reinigen.
• Blz. 41
E:23Water in de bodemplaat, lekkage van het apparaat. Kraan dichtdraaien. Servicedienst inschakelen!
E:32knippert met End afwisselend aan het einde van het programma.
Geen fout - het onbalans controlesysteem heeft het centrifugeren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed.
Kleine en grote stukken wasgoed verdelen over de trommel. Eventueel wasgoed nogmaals centrifugeren.
E:93 (bij modellen met warm- en koudwateraansluiting)Waterdruk te laag:
■ Waterkraan voor warmwater volledig openen.
■ Toevoerslang voor warmwater geknikt/afgeklemd. De manier waarop de slang is gelegd corrigeren.
■ Zeef schoonmaken. Blz. 41
■ Toevoerslang voor warmwater niet aangesloten. Apparaat wordt uitsluitend met koud water gebruikt. Indicatie verschijnt alleen bij de eerste keer wassen na de installatie van het apparaat zonder warmwateraansluiting.
Andere indicatiesApparaat uitschakelen, 5 seconden wachten en weer inschakelen. Verschijnt de indicatie opnieuw, schakel dan de servicedienst in. Blz. 46

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)

← pagina's 2–16verder op pagina 44 →Inhoud