Bosch WVH28443NL, tekst van de handleiding
Pagina's 5–27 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–4verder op pagina 28 →
Pagina 5
Veiligheidsvoorschriften nl
Veiligheidsvoorschriften
en ft ri ch rs o sv id he ig Ve il
Elektrische veiligheid
Waarschuwing
Kans op dodelijk letsel!
Kans op dodelijk letsel wanneer onder spanning staande onderdelen worden geraakt
- Haalt u de stekker uit het stopcontact, trek dan altijd aan de stekker zelf en niet aan de kabel, anders kan deze beschadigd raken.
- Raak de stekker nooit aan met natte handen.
Kans op letsel
Waarschuwing
Risico van letsel!
- Als er tijdens het optillen van de was-droogcombinatie onderdelen uitsteken (bijv. de deur van de machine) kunnen deze afbreken en letsel veroorzaken.
Til de was-droogcombinatie niet op aan zijn uitstekende delen.
- Wanneer u op de wasdroogcombinatie gaat zitten of staan, kan de bovenkant afbreken, met mogelijk letsel als gevolg. Niet op de was-droogcombinatie gaan zitten of staan.
- Wanneer u op of tegen de open deur leunt, kan de wasdroogcombinatie kantelen en letsel veroorzaken.
Niet op of tegen de open deur van de was-droogcombinatie leunen.
- Wanneer u in de draaiende trommel grijpt, loopt u kans op letsel aan uw handen.
Niet in de draaiende trommel grijpen. Wacht totdat de trommel niet meer draait.
Waarschuwing
Kans op brandwonden!
- Bij het wassen met een hoge temperatuur kunt u brandwonden oplopen wanneer u in contact komt met het hete waswater (bijv. wanneer dit wordt afgevoerd in een waterbassin).
Het hete waswater niet aanraken.
- Als een droogprogramma werd onderbroken, dan kunnen de wasdroogautomaat en het wasgoed erg heet zijn. Drogen of Voorzichtig drogen kiezen en het droogprogramma op 15 min instellen, zodat het wasgoed kan afkoelen, daarna het wasgoed er uit nemen.
Veiligheid van kinderen
Waarschuwing
Kans op dodelijk letsel!
Als kinderen op de wasdroogcombinatie spelen kunnen ze in levensbedreigende situaties terechtkomen of gewond raken.
- Laat kinderen niet zonder toezicht in de buurt van de wasdroogautomaat.
- Laat kinderen niet met de wasdroogautomaat spelen.
Waarschuwing
Kans op dodelijk letsel!
Kinderen kunnen zichzelf opsluiten in apparaten en stikken.
Wanneer het apparaat is afgedankt:
- Stekker uit het stopcontact halen.
- Voedingskabel doorknippen en met de stekker weggooien.
- Maak de vergrendeling van de deur van de was-droogautomaat onklaar.
Waarschuwing
Risico van verstikking!
Tijdens hun spel kunnen kinderen verstrikt raken in de verpakking/folie en verpakkingsdelen of deze over hun hoofd trekken, waardoor ze stikken.
5
Pagina 6
nl Milieubescherming
Houd verpakkingsmateriaal, kunststof folie en verpakkingsdelen uit de buurt van kinderen.
Waarschuwing
Risico van vergiftiging!
Wasmiddelen en verzorgingsproducten kunnen giftig zijn bij inname.
Houd wasmiddelen en verzorgingsproducten buiten het bereik van kinderen.
Waarschuwing
Oog-/huidirritatie!
Contact met wasmiddelen en verzorgingsproducten kan irritatie aan ogen of huid veroorzaken.
Houd wasmiddelen en verzorgingsproducten buiten het bereik van kinderen.
Waarschuwing
Risico van letsel!
Bij het wassen op hoge temperatuur wordt het glas in de deur van de wasmachine heet.
Zorg ervoor dat kinderen de hete deur niet aanraken.
7 Milieubescherming
ng rmi he sc be eu li Mi
Verpakking/Oude apparaat
De verpakking milieuvriendelijk (laten) afvoeren.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). Deze richtlijn vormt voor de gehele EU een kader voor de terugname en recycling van oude apparaten.
Besparingstips
- Gebruik de maximale hoeveelheid wasgoed voor het betreffende programma.
Overzicht van programma's
- Was normaal verontreinigd wassen zonder voorwas.
- Zie de textiellabels voor de keuze van de temperatuur. De temperatuur in de machine kan hiervan afwijken om een optimale combinatie van energiebesparing en wasresultaat te waarborgen.
- Energiebesparingsmodus: verlichting van het display dooft na enkele minuten, Start/bijvullen knippert. Om de verlichting te activeren een willekeurige toets kiezen.
De energiebesparings-modus wordt niet geactiveerd wanneer er een programma loopt.
- Wanneer het wasgoed aansluitend wordt gedroogd in het apparaat, kies dan het hoogste mogelijke centrifugetoerental. Hoe minder water het wasgoed bevat, des te minder tijd en energie is er nodig voor het drogen.
Geen druipnat wasgoed drogen.
- Ventileer de installatieruimte goed en reinig het luchtinlaatfilter regelmatig.
Reiniging en onderhoud Blz. 28 en installatie en aansluiten • Blz. 37
Pagina 7
Kort overzicht van de belangrijkste punten nl
Kort overzicht van de belangrijkste punten
t ch zi er ov e st jk ring la be
Ko rt n va de en nt pu
| 1 | |||
|---|---|---|---|
| Steek de stekker in Open de deur van de het stopcontact. was-Draai de kraan open. droogcombinatie. | Kies het was/ droogprogramma | Max. belasting op het display. | |
| -------- 2 | |||
| Pas zo nodig de standaardprogrammainstellingen aan en/of kies extra functies. | Wasgoed sorteren. | In de machine doen. | |
| -------- 3 | |||
| Open de Doseer wasmiddel wasmiddellade. overeenkomstig de doseerinstructies. • Blz. 16 | Sluit de deur van de wasdroogcombinatie. | Kies Start/bijvullen. | |
| -------- 4 | |||
| -------- | Einde van het Zet de programma. programmakiezer op Uit. | Open de deur en verwijder het wasgoed. | Draai de kraan dicht. (voor modellen zonder Aquastop) |
Pagina 8
nl Het apparaat leren kennen
en n ke
Het apparaat leren kennen
t a ar ap n re le
He t
Was-/droogautomaat
7
6
- Hete lucht uitlaat
- 0 Bedienings-/displaypaneel
- 8 Deur met handgreep
9 Open deur
9 Sluit deur
- Serviceklep in inlaat koele lucht
Pagina 9
Het apparaat leren kennen nl
Bedieningspaneel
Voorinstellingen van het gekozen programma wijzigen en extra functies kiezen:
- Toetsen °C (Temperatuur), 5 (Klaar in),
0 (Centrifugetoerental) en 5 (Drogen) voor de voorinstelling kiezen. Blz. 24
0 Toetsen (SpeedPerfect), (EcoPerfect), (Extra spoelen) en (Antikreuk) voor de extra functies kiezen. Blz. 26
8 Programma kiezen. De knop kan in beide richtingen worden gedraaid. Om de wasdroger uit te schakelen, programmakiezer op Uit zetten.
- Programma starten. Toets Start/bijvullen kiezen, om het programma te starten, te onderbreken (bijv. wasgoed bijvullen) en af te breken. Blz. 16
- Displayveld voor de instellingen en informatie.
Pagina 10
nl Het apparaat leren kennen
Display
Displays voor het programma
| : Temperatuur voor wasprogramma. | (koud) – 90°C | Temperatuur in °C |
|---|---|---|
| 0: Programma-informatie. | ||
| Tijd: | 1:50* | Programmaduur na programmaselectie in h:min (uren:minuten). |
| 1 – 24 h | Klaar in tijd in h (h=uur). | |
| Vulhoeveelheid: | 7.0 kg* | Max. belading voor geselecteerde programma's. |
| Programmastatus: | – 0 – | Programma-einde. |
| PAUS (PAUZE) | Programma onderbroken. | |
| – – – – | Einde programma bij Spoelstop. | |
| Informatie Deur open: | OPEn | De deur kan worden geopend als het programma onderbroken is. |
| A:02 | De deur kan niet worden geopend. | |
| Nadere informatie: | E : - -* | Weergave storingen. |
| 0 | Het signaal instellen. | |
| Droogmodus en droogduur: | Aut 1 | Modus Automatisch drogen 1, Kastdroog. |
| Aut 2 | Modus Automatisch drogen 2, Extra droog. | |
| 120* | Geselecteerde droogduur. | |
| OFF (UIT) | De droogfunctie is gedeactiveerd. |
Pagina 11
Het apparaat leren kennen nl
| 8: Centrifugetoerental | – 1400* | Centrifugetoerental in omwentelingen per minuut; (Spoelstop = zonder afpompen/ centrifugeren, wasgoed blijft in het water na de laatste spoelcyclus). |
| : Symbolen programmavoortgang | 9 | Wassen |
| Spoelen | ||
| 0 | Afpompen/centrifugeren | |
| Drogen | ||
| : Symbolen programmainformatie | Auto | Aan wanneer automatisch droogprogramma is gekozen. |
| Aan wanneer droogprogramma is gekozen. | ||
| Functie Automatische beladingsdetectie: | Detecteert de belading wanneer het water in de wasmachine is gelopen en stelt de juiste resterende tijd in. De symbolen geven aan de hand van de aanbevolen maximum belading ** voor het geselecteerde programma aan of de hoeveelheid wasgoed klein, gemiddeld of groot is. ** Automatische weergave van de gedetecteerde belading alleen voor wasprogramma's met een aanbevolen maximum belading van meer dan 3 kg, met uitzondering van Centrifugeren, Spoelen en (Extra spoelen). De weergegeven belading kan worden beïnvloed door verschillende soorten textiel die in verschillende mate water opnemen. | |
| Kraan | ¹ licht op | Waterdruk te laag. Hierdoor wordt de programmaduur verlengd. |
| ¹ knippert | De kraan is niet opengedraaid of er is geen waterdruk. | |
| Deur | licht op | Wanneer de deur kan worden geopend. |
| knippert | Wanneer het programma is gestart: de deur is niet goed gesloten. | |
| Te hoge dosering | Aan wanneer er te veel schuim is gedetecteerd, één spoelcyclus ingeschakeld. | |
| Kinderbeveiliging | licht op | De kinderbeveiliging is geactiveerd. |
| knippert | De kinderbeveiliging is geactiveerd, de programmakiezer is verdraaid of toetsen zijn ingedrukt. | |
| * Hangt af van geslecteerde programma's/extra functies. | ||
Pagina 12
nl Wasgoed
Wasgoed
Wa d oe sg
Wasgoed voor het wassen voorbereiden
Wasgoed sorteren aan
Sorteer uw wasgoed overeenkomstig de verzorgingsinstructies en instructies van de producent zoals aangegeven op de textiellabels:
- Soort weefsel/vezels
- Kleur
Aanwijzing: Wasgoed kan verkleuren of niet goed schoon worden.Was wit en gekleurd wasgoed afzonderlijk.
Was nieuw bont wasgoed de eerste keer gescheiden.
- Mate van verontreiniging – licht niet voorwassen; eventueel extra optie (SpeedPerfect) kiezen.
- normaal
Programma met voorwas kiezen.
Vlekken eventueel voorbehandelen.
- sterk
Minder wasgoed in de trommel doen. Programma met voorwas kiezen. Vlekken eventueel voorbehandelen.
- vlekken
Vlekken zolang ze nog 'vers' zijn, verwijderen/voorbehandelen.
Vervolgens met een sopje afdeppen / niet inwrijven.
Wasgoed aansluitend met het overeenkomstige programma wassen. Hardnekkige/ ingedroogde vlekken kunnen vaak pas door meerdere keren wassen verwijderd worden.
- Symbolen op de verzorgingslabels Aanwijzing: Getallen in de symbolen verwijzen naar de maximaal in te stellen temperatuur van de wasautomaat.
- Geschikt voor normaal wasproces, bijv. programma Katoen
- Voorzichtig wasproces nodig, bijv. programma
Kreukherstellend
- Bijzonder voorzichtig wasprogramma nodig, bijv. programma Fijn/Zijde
- Geschikt voor handwas, bijv. programma Wol
- Was niet in de wasautomaat wassen.
Wasgoed en was-droogautomaat sparen:
Attentie!
Beschadiging aan het apparaat / van textiel
Vreemde voorwerpen (bijv. munten, paperclips, naalden, spijkers) kunnen het wasgoed, of onderdelen van de was-droogautomaat beschadigen.
Houd daarom de volgende instructies aan bij de voorbereiding van uw was:
- Bij dosering van alle was-, hulp-, reinigings- en verzorgingsmiddelen de aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen.
- De maximale belading niet overschrijden. Door overmatig vullen wordt het wasresultaat negatief beïnvloed.
- Reinigingsmiddelen en middelen voor het voorbehandelen van was (bijv. vlekkenmiddelen, voorwasspray,...) niet in aanraking laten komen met het oppervlak van de was-droogcombinatie. Eventueel sproeinevelresten en andere restanten / druppels direct met een vochtige doek afvegen.
Pagina 13
Wasgoed nl
- Alle zakken legen. Vreemde voorwerpen verwijderen.
- Metalen voorwerpen (zoals paperclips etc.) verwijderen.
- Broeken, gebreid wasgoed en tricot, bijv. T-shirts of sweatshirts moeten binnenstebuiten gewassen worden.
- Controleer of BH’s met beugel in de wasmachine gewassen mogen worden.
- Tere weefsels in een wasnet wassen (panty’s, BH’s met beugel).
- Ritssluitingen sluiten, overtrekken dichtknopen.
- Zand uit zakken en omslagen borstelen.
- Rollertjes van vitrage verwijderen of vastbinden in een netje.
Wasgoed voor het drogen voorbereiden
Aanwijzing: Om een gelijkmatig droogresultaat te waarborgen, dient u het wasgoed te sorteren volgens:
- de textielsoort
- het droogprogramma
- Verzorgingssymbolen die op de textiel-labels staan.
Droog uitsluitend wasgoed dat hier, volgens het label, tegen bestand is of dat is voorzien van de volgende textielbehandelingssymbolen:
- = Drogen bij normale temperatuur (Drogen)
- = Drogen bij lage temperatuur (Voorzichtig drogen)
De volgende textielsoorten mogen niet worden gedroogd:
- = textielverzorgingssymbool “niet geschikt voor droogtrommel”.
- Wol of textiel dat wol bevat.
- Fijne stoffen (zijde, synthetische gordijnen).
- Textiel dat schuimrubber of soortgelijke materialen bevat.
- Textiel dat behandeld is met ontvlambare vloeibare stoffen, bijv. met vlekkenverwijderaar, petroleum, ether, verdunners. Risico van explosie!
- Textiel dat nog haarspray of soortgelijke substanties bevat.
Aanwijzingen
- Met de hand gewassen textiel dient voor het drogen met het juiste centrifugetoerental te worden gewassen.
- Voor het drogen centrifugeren met het optimale toerental. Een centrifugetoerental van meer dan 1000 omw./min wordt aanbevolen voor katoen, meer dan 800 omw./ min voor kreukherstellend textiel.
- Strijk het wasgoed niet onmiddellijk na het drogen. Het wordt aanbevolen het wasgoed eerst op te rollen, zodat het restvocht gelijkmatig wordt verdeeld.
- Om een goed droogresultaat te krijgen dienen dekbedden, badstof en andere grote stukken apart te worden gedroogd. Droog niet meer dan vier badstofstukken (of 3 kg) tegelijk.
- Overschrijd de maximale capaciteit niet.
Pagina 14
nl Apparaat bedienen
1 Apparaat bedienen
t a ar Ap
en di be
Was-/droogautomaat voorbereiden
De was-droogautomaat werd vóór het verlaten van de fabriek getest. Om het resterende water van de testprocedure te verwijderen, moet de eerste wascyclus zonder wasgoed met het programma Trommel reinigen worden uitgevoerd.
Vóór de eerste keer wassen/drogen
- Blz. 43
Aanwijzing:
- Schakel een beschadigde wasdroogautomaat nooit in!
- Neem contact op met de servicedienst! Blz. 35
- 1. Stekker in wandcontactdoos steken.
- 2. Kraan opendraaien.
Aan het einde van het droogprogramma wordt automatisch een trommelreinigingsprocedure uitgevoerd. Kraan ook bij de selectie van een droogprogramma opendraaien.
Aanwijzing:
- Zorg altijd voor een goede ventilatie op de opstellocatie, om de tijdens het drogen ontstane lucht af te voeren.
- De in- en uitlaatopeningen voor de koellucht nooit blokkeren.
- 3. Deur openen.
Programma kiezen/Apparaat inschakelen
Aanwijzing: Wanneer u de kinderbeveiliging heeft geactiveerd, dan moet u deze deactiveren voordat u een programma kunt instellen.
Kies het gewenste programma met de programmakiezer. Deze kan in beide richtingen worden gedraaid.
De was-droogautomaat is ingeschakeld.
De volgende symbolen worden continu weergegeven op het displaypaneel voor het geselecteerde programma:
- de programmaduur (deur is gesloten),
- de vooringestelde temperatuur,
- het vooringestelde centrifugetoerental en
- de maximale belasting (deur is geopend),
- ...
Wasprogramma aanpassen
U kunt de weergegeven standaardinstellingen gebruiken of het gekozen programma optimaal aanpassen aan het wasgoed door de standaardinstellingen te wijzigen of extra functies te selecteren. Het hangt van het geselecteerde was-/ droogprogramma af welke instellingen en extra functies kunnen worden gekozen.
Overzicht van programma's Blz. 20
Pagina 15
Apparaat bedienen nl
Aanwijzingen
- Opties kunnen al naar gelang de programmavoortgang worden geselecteerd, gedeselecteerd of gewijzigd.
- De knoppen zijn tiptoetsen, ze hoeven slechts licht aangeraakt te worden. Wanneer u de knop
°C (Temperatuur), 0 (Centrifugetoerental),
5 (Klaar in) ingedrukt houdt, bladert u automatisch door de instelopties.
Standaardinstellingen van een wasprogramma wijzigen, bijv. de wastemperatuur:
| ■ | Raak de knop °C (Temperatuur) aan om de gewenste wastemperatuur in te stellen. |
| De extra functies van een wasprogramma wijzigen, bijv. kies (SpeedPerfect) : | |
| ■ | Raak de knop (SpeedPerfect) aan; het signaallampje gaat aan en de extra functie is geselecteerd. Om de extra functie te deselecteren, nogmaals de knop (SpeedPerfect) aanraken. Het signaallampje gaat uit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Aanwijzing:
Na het wijzigen van de standaardinstellingen en/of extra functies kan de programmaduur veranderen.
Droogprogramma aanpassen
Aanwijzing:
Is alleen een droogprogramma of wassen en drogen zonder onderbreking gekozen, dan kunt u zo nodig de standaardinstellingen van het droogprogramma wijzigen.
Overzicht van programma's
De standaardinstellingen van een droogprogramma wijzigen:
- Raak de knop 5 (Drogen) aan om de gewenste droogmodus of -duur te kiezen (alleen voor een afzonderlijk droogprogramma).
Aanwijzing:
Na het wijzigen van de standaardinstellingen van het droogprogramma kan de programmaduur veranderen.
Wasgoed in de machine doen
Waarschuwing
Levensgevaar!
Wasgoed dat vóór het wassen met een reinigingsmiddel met oplosmiddel, bijv. vlekkenmiddel of wasbenzine is behandeld, kan na vullen in de wasdroogautomaat tot een explosie leiden. Het wasgoed van tevoren met de hand grondig uitspoelen.
Pagina 16
nl Apparaat bedienen
Aanwijzingen
- Grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel doen. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren.
Individuele stukken wasgoed kunnen tot onbalans leiden.
- Houd de aangegeven maximale belading aan. Overbelading vermindert het wasresultaat en bevordert kreukvorming.
- 1. Voorgesorteerd wasgoed uit elkaar gevouwen in de trommel doen. geen wasgoed tussen manchet
| 2. Let vuldeur ingeklemd | erop dat er en rubberen raakt. |
| 3. Sluit | de vuldeur. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Aanwijzing: Het indicatielampje op de toets Start/bijvullen knippert en in het indicatieveld verschijnen tevens continu de voorinstellingen van het programma. Wijzigingen van de voorinstellingen zijn mogelijk.
Vullen met was- en wasverzorgingsmiddel
Attentie!
Beschadiging van het apparaat
Wasmiddelen en middelen voor de voorbehandeling van wasgoed (bijv. vlekkenverwijderaars en voorwassprays) kunnen het oppervlak van de wasdroogcombinatie aantasten.
Houd deze middelen uit de buurt van de oppervlakken van de wasdroogcombinatie. Neem met een vochtige doek direct eventuele sprayresten en andere resten/druppels van het oppervlak van de wasdroogcombinatie af.
Dosering
Doseer de wasmiddelen en verzorgingsproducten aan de hand van:
- de waterhardheid (informeer bij uw waterleidingbedrijf),
- de specificaties van de producent op de verpakking,
- de hoeveelheid wasgoed,
- de mate van verontreiniging.
Vullen van de wasmiddellade
- 1. Trek de wasmiddellade open.
Waarschuwing
Oog-/huidirritatie!
Wanneer de wasmiddellade wordt geopend terwijl de machine draait, kan er wasmiddel/ verzorgingsproduct uit lopen.
Open de lade voorzichtig.
Wanneer wasmiddel/ verzorgingsmiddel in contact komt met ogen of huid, spoel dan grondig. Raadpleeg een arts in geval van per ongeluk innemen.
- 2. Doe het wasmiddel en/of reinigingsmiddel in de lade.
Compartiment I Wasmiddel voor voorwas. Compartiment Wasverzachter, stijfsel. De maximale capaciteit niet overschrijden.
Compartiment II Wasmiddel voor hoofdwas, waterontharder, bleekmiddel, vlekkenmiddel.
Compartiment A voor het doseren van vloeibaar wasmiddel.
Pagina 17
Apparaat bedienen nl
Aanwijzingen
- Houd u bij het doseren van alle wasmiddelen, reinigingshulpmiddelen, verzorgingsproducten en reinigingsmiddelen altijd aan de aanwijzingen van de fabrikant.
- Dikvloeibare wasverzachters en conditioneringsmiddelen dienen altijd te worden verdund met water. Hierdoor worden verstoppingen voorkomen.
- Wees voorzichtig bij het openen van de wasmiddellade wanneer de machine draait.
- Wanneer er alleen een droogprogramma is geselecteerd, doe dan geen wasmiddel en/of verzorgingsproduct in de machine.
Doseerhulp* voor vloeibaar wasmiddel
*afhankelijk van het model
Plaats de doseerhulp om de juiste hoeveelheid vloeibaar wasmiddel te bepalen:
- 1. Trek de wasmiddellade open. Druk de inzet naar beneden en verwijder de lade volledig.
- 2. Schuif de doseerhulp naar voren, buig hem naar beneden en klik hem op zijn plaats.
- 3. Plaats de wasmiddellade weer terug.
Aanwijzing: Gebruik de doseerhulp niet voor gel-wasmiddelen en waspoeder of voor programma's met voorwas of wanneer "Klaar in tijd" is geselecteerd.
Voor modellen zonder doseerhulp, giet het vloeibare wasmiddel in het juiste compartiment en plaats dit in de trommel.
Starten van het programma
Selecteer de toets Start/bijvullen. De indicatielamp brandt en het programma start.
Aanwijzing: Wanneer u het programma tegen onbedoeld wijzigen wilt beveiligen, selecteer dan als volgt de kinderbeveiliging
Op het display wordt tijdens het programma de Klaar in tijd resp. na het begin van het wasprogramma de programmaduur en worden de symbolen voor de programmavoortgang getoond.
Display Blz. 10
Pagina 18
nl Apparaat bedienen
Kinderslot
U kunt de was-droogautomaat tegen onbedoeld wijzigen van de ingestelde functies beveiligen. Hiervoor na de start van het programma de kinderbeveiliging activeren.
Activeren/deactiveren: toets 5 (Klaar in) ca. 5 slang ingedrukt houden. Op het display verschijnt het symbool .Wanneer het toetssignaal is geactiveerd, klinkt een akoestisch signaal.
- brandt: kinderbeveiliging is geactiveerd.
- knippert: kinderbeveiliging is geactiveerd en de programmakiezer werd verdraaid. Om afbreken van het programma te voorkomen, draait u de programmakiezer terug naar het oorspronkelijke programma. Het symbool is weer verlicht.
Aanwijzing:
De kinderbeveiliging kan tot de volgende programmastart geactiveerd blijven, ook nadat de wasdroogautomaat uitgeschakeld is. Dan moet u vóór het starten van het programma de kinderbeveiliging deactiveren en eventueel na de programmastart weer activeren.
Wasgoed bijvullen
Na de programmastart kan men naar behoefte was toevoegen of uitnemen.
Kies Start/bijvullen. De wasdroogautomaat controleert of bijvullen mogelijk is.
Aanwijzingen
- Bij een hoge waterstand, een hoge temperatuur of een draaiende trommel blijft de vuldeur om veiligheidsredenen vergrendeld en is bijvullen niet mogelijk.
Wanneer op het display:
A:02 + PAUS Bijvullen is niet mogelijk. Om het programma te hervatten kiest u de toets Start/ bijvullen.
+ OPEn branden Bijvullen is mogelijk.
- Vuldeur pas openen wanneer beide symbolen + OPEn branden.
- Vuldeur niet te lang open laten staan
- er kan water uit het wasgoed naar buiten lopen.
- De functie bijvullen kan tijdens de droogfase niet geactiveerd worden.
Programma wijzigen
Als u het per ongeluk het verkeerde programma heeft gestart, kunt u het programma als volgt wijzigen:
- 1. Kies Start/bijvullen.
- 2. Kies een ander programma. Pas zo nodig de standaardinstellingen aan en/of kies andere extra functies.
- 3. Selecteer Start/bijvullen. Het nieuwe programma gaat draaien vanaf het begin.
Programma onderbreken of beëindigen
Bij programma’s met hoge temperatuur:
- 1. Start/bijvullen kiezen.
- 2. Wasgoed afkoelen: Spoelen kiezen.
- 3. Start/bijvullen kiezen.
Bij programma’s met een lagere temperatuur:
- 1. Start/bijvullen kiezen.
- 2. Centrifugeren/Afpompen kiezen.
- 3. Start/bijvullen kiezen.
Pagina 19
Apparaat bedienen nl
Bij droogprogramma's:
- 1. Drogen of Voorzichtig drogen kiezen.
- 2. Toets 5 (Drogen) indrukken en 15 min droogtijd instellen.
- 3. Start/bijvullen kiezen.
Einde van het programma
- 0 – of – – – – (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) verschijnt in het indicatieveld en een akoestisch signaal klinkt
Signaal instellen Blz. 27
Wanneer (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) is gekozen, Start/ bijvullen kiezen, om het eindcentrifugeren te starten.
Aanwijzingen
- Het programma wordt met het afpompen van het water en met het centrifugeren van het wasgoed voortgezet (het standaardcentrifugetoerental kan tevoren gewijzigd worden).
- Als alleen het water afgepompt moet worden, ca. 1 min na de programmastart op de toets Start/ bijvullen drukken, voordat het centrifugeren begint, dan de programmakiezer op Uit zetten. Het programma wordt onderbroken en de deurvergrendeling wordt opgeheven. Het wasgoed kan uit de trommel gehaald worden.
- Wanneer in het display hot knippert, voordat het droogprogramma is beëindigd, dan is de temperatuur in de trommel hoog. Het programma voor het afkoelen van de trommel wordt uitgevoerd, totdat de temperatuur in de trommel is verlaagd.
Na het wassen/drogen
- 1. Open de deur en haal het wasgoed uit de trommel.
- 2. Draai de programmakiezer op Uit. Het apparaat wordt uitgeschakeld.
- 3. Draai de kraan dicht.
Niet nodig voor apparaten met Aquastop.
Aanwijzingen
- Zorg ervoor dat er geen stukken wasgoed in de trommel achterblijven. De volgende keer kunnen deze krimpen of andere stukken verkleuren.
- Eventuele aanwezige vreemde voorwerpen uit de trommel en van de rubberen afdichting halen - kans op roest.
- Laat de wasmiddellade en de deur open, zodat resterend water kan verdampen.
- Haal altijd het wasgoed uit de machine.
- Altijd wachten tot het programma afgelopen is. Het apparaat kan nog geblokkeerd zijn. Schakel vervolgens het apparaat in en wacht tot het ontgrendeld is.
- Wanneer het display na afloop van het programma niet meer verlicht is, is de energiebesparingsmodus actief. Het kan met een willekeurige knop worden geactiveerd.
Pagina 20
nl Programma-overzicht
Programma-overzicht
t ch zi er ma- ov ra og Pr
Programma's op de programmakiezer
| Programma/Soort wasgoed | Opties/Aanwijzingen |
|---|---|
| Naam programma Korte toelichting bij het programma en voor welke textielsoorten het geschikt is. | maximale belading conform EN50229 maximale belading voor het wassen/ maximale belading voor het drogen |
| kiesbare temperatuur in °C | |
| te kiezen centrifugetoerental in tpm | |
| mogelijke extra functies voor het wassen | |
| mogelijke extra functies voor het drogen | |
| Katoen Stevig textiel, kookvast textiel van katoen of linnen. Aanwijzing: * gereduceerde belading voor extra functies. | max. 7(4)* kg/4 kg |
| (koud) – 90 °C | |
| – 1400 tpm | |
| , , , | |
| Aut 1, Aut 2 | |
| + Voorwas Energie-intensief programma voor sterk verontreinigd stevig textiel van katoen of linnen. Aanwijzing: * gereduceerde belading voor extra functies. | max. 7(4)* kg/4 kg |
| (koud) – 90 °C | |
| – 1400 tpm | |
| , , , | |
| Aut 1, Aut 2 | |
| Kreukherstellend Textiel van synthetisch materiaal of gemengd weefsel. | max. 3,5 kg/2,5 kg |
| (koud) – 60 °C | |
| – 1000 tpm | |
| , , , | |
| Aut 1, Aut 2 | |
| Mix Gemengde lading van katoen en synthetisch textiel. | max. 3,5 kg/2,5 kg |
| (koud) – 60 °C | |
| – 1400 tpm | |
| , , , | |
| Aut 1, Aut 2 |
Pagina 21
Programma-overzicht nl
| Programma/Soort wasgoed | Opties/Aanwijzingen |
|---|---|
| Fijn/Zijde Voor gevoelige, wasbare textiel, bijv. van zijde, satijn, synthetische of gemengde weefsels. Aanwijzing: Een machinewasmiddel gebruiken dat geschikt is voor fijne was of zijde. | max. 2 kg |
| (koud) – 40 °C | |
| – 800 tpm | |
| , , | |
| – | |
| Wol Hand- en machinewasbaar textiel van wol of met wolaandeel. Bijzonder voorzichtig wasprogramma om krimpen van het wasgoed te voorkomen, met langere programmapauzes (het wasgoed rust in het sop). Aanwijzing: ■ Wol is een dierlijk product, bijv. angora, alpaca, lama, schaap. ■ Een machinewasmiddel gebruiken dat geschikt is voor wol. | max. 2 kg |
| (koud) – 40 °C | |
| – 800 tpm | |
| – | |
| – | |
| Spoelen Handwasbaar textiel, extra spoelen met centrifugeren. | max. 7kg |
| – | |
| – 1400 tpm | |
| , | |
| – | |
| Centrifugeren/ Afpompen Alleen centrifugeren met selecteerbaar centrifugetoerental. Voor de selectie van het programma Afpompen op de toets Start/ bijvullen drukken om het programma te starten. Na ca. 1 min, voordat het centrifugeren begint, op de toets Start/bijvullen drukken. | max. 7kg |
| – | |
| 400 – 1400 tpm | |
| – | |
| Extra Snel 15’/Wassen& Drogen 60' Voor kleine hoeveelheden (≤1 kg) licht verontreinigde kleding van katoen, linnen, synthetisch materiaal of gemengd weefsel. Ca. 15 min wastijd. Wanneer de droogfunctie is gekozen, volgt daarna een 45 min lang droogproces. Aanwijzing: * gereduceerde belading voor extra functies. | max. 3,5 (2,0)* kg/1 kg |
| (koud) – 40 °C | |
| – 1000 tpm | |
| , | |
| Aut 1 | |
| HygieneCare Een innovatief programma voor de voorbehandeling van gedroogd wasgoed door hete lucht (tot 70 °C) voor hoge hygiënische vereisten, aansluitend volgt een wascyclus bij lage temperatuur. Hierdoor is hygiëne alsmede het verzorgen van het textiel mogelijk. Geschikt voor de meeste niet gevoelige textielsoorten. | max. 4 kg/4 kg |
| (koud) – 40 °C | |
| – 1400 tpm | |
| Aut 1, Aut 2 |
Pagina 22
nl Programma-overzicht
| Programma/Soort wasgoed | Opties/Aanwijzingen |
|---|---|
| Allergie+ Stevig textiel van katoen of linnen. Aanwijzingen ■ Bijzonder geschikt voor hoge hygiënische vereisten of bijzonder gevoelige huid, dankzij langer wassen bij een vaste temperatuur, met een hoger waterniveau en langere spoelcyclus. ■ * gereduceerde belading voor extra functies. | max. 7(4)* kg/4 kg |
| (koud) – 60 °C | |
| – 1400 tpm | |
| , , , | |
| Aut 1, Aut 2 | |
| Trommel reinigen Speciaal programma voor de trommelhygiëne of het verwijderen van pluizen: 90 °C = anti-bacterieel programma, geen wasmiddel gebruiken. 40 °C = anti-bacterieel programma, speciaal trommelreinigingsmiddel kan worden gebruikt. (koud)= pluizenverwijderprogramma voor het verwijderen van pluizen, welke zich bij het drogen in de trommel verzameld hebben | – |
| (kalt), 40, 90 °C | |
| 400 – 1400 tpm | |
| – | |
| – | |
| Opfrissen Programma voor het verwijderen van geur en reduceren van kreukels, geschikt voor wol, linnen, kostuums etc., die niet vaak gewassen moeten worden. | max. 1 kg |
| – | |
| – | |
| – | |
| – | |
| Voorzichtig drogen Individueel voorzichtig droogprogramma voor het drogen van kleding bij lage temperatuur, - bij selectie van Aut1 wordt het wasgoed automatisch kastdroog, - bij selectie van Aut2 wordt het wasgoed automatisch extra droog, - handmatig vastgelegde droogtijd van 30, 60, 90 tot 120 min instelbaar. Aanwijzing: ** De 15-minuten droogtijd is bedoeld voor het afkoelen van het wasgoed en de automaat na het droogproces. | max. 2,5 kg |
| – | |
| – | |
| – | |
| Aut 1, Aut 2, tijddrogen** | |
| Drogen Normaal individueel droogprogramma voor het drogen van kleding bij hogere temperatuur, - bij selectie van Aut1 wordt het wasgoed automatisch kastdroog, - bij selectie van Aut2 wordt het wasgoed automatisch extra droog, - handmatig vastgelegde droogtijd van 30, 60, 90 tot 120 min instelbaar. Aanwijzing: ** De 15-minuten droogtijd is bedoeld voor het afkoelen van het wasgoed en de automaat na het droogproces. | max. 4 kg |
| – | |
| – | |
| – | |
| Aut 1, Aut 2, tijddrogen** |
Pagina 23
Programma-overzicht nl
Droogtabel
| Katoen/bonte was (textiel van katoen of linnen, zoals ondergoed, T-shirts, sweaters, broeken, keukenhanddoeken) | |||||||||
| Droog gewicht in kg | 0,5 a1,0 | 1,0 a 2,0 | 2,0 a 3,0 | 3,0 a 4,0 | a 0,5 | a 1,0 | a 2,0 | a 2,5 | |
| Geschatte droogduur in min. | In te stellen droogduur in min. | ||||||||
| Kastdroog | Aut 1 | < 60 | 60 a 85 | 85 a 120 | 120 a 160 | 30 | 60 | 90 | 120 |
| Extra Droog | Aut 2 | < 65 | 65 a 100 | 100 a140 | 140 a170 | ||||
| Aanbevolen programma | Drogen (Auto) | Drogen (Tijd) | |||||||
| Dekens/badstof (grotere of dikke stukken textiel van katoen, zoals badstof, lakens, tafelkleden, jeans, werkkleding) | |||||||||
| Droog gewicht in kg | 0,5 a1,0 | 1,0 a 2,0 | 2,0 a 3 ,0 | 3,0 a 4,0 | a 0,5 | a 1,0 | a1,5 | a 2,0 | |
| Geschatte droogduur in min. | In te stellen droogduur in min. | ||||||||
| Kastdroog | Aut 1 | < 70 | 70 a 95 | 95 a 130 | 130 a 170 | 30 | 60 | 90 | 120 |
| Extra Droog | Aut 2 | < 75 | 75 a 110 | 110 a 150 | 150 a 180 | ||||
| Aanbevolen programma | Drogen (Auto) | Drogen (Tijd) | |||||||
| Kreukherstellend (Textiel van synthetische of gemengde materialen zoals shirts, sportkleding, kwetsbare stukken) | |||||||||
| Droog gewicht in kg | 0,5 a 1,0 | 1,0 a 2,0 | 2,0 a 2,5 | a 0,5 | a 1,0 | a 1,5 | a 2,0 | ||
| Geschatte droogduur in min. | In te stellen droogduur in min. | ||||||||
| Kastdroog | Aut 1 | < 55 | 55 a 95 | 95 a 130 | 30 | 60 | 90 | 120 | |
| Extra Droog | Aut 2 | < 65 | 65 a 130 | 130 a 160 | |||||
| Aanbevolen programma | Voorzichtig drogen (Auto) | Voorzichtig drogen (Tijd) | |||||||
| • De tijden zijn bij benadering en hebben betrekking op een normale hoeveelheid, een standaard centrifugeprogramma en op kamertemperatuur. • De maximale droogduur is 120 min. Weegt de was meer dan 2,5 kg, kies dan Automatisch drogen. Deze functie wordt aanbevolen om goede droogresultaten te krijgen en energie te besparen. Het droogprogramma van 15 minuten dient voor het afkoelen van het wasgoed. | |||||||||
Pagina 24
nl Standaardinstellingen van het programma wijzigen
Stijven
Aanwijzing: Het wasgoed mag niet met wasverzachter gespoeld zijn.
Stijven in alle wasprogramma's met vloeibaar stijfsel. Doseer het stijfsel volgens instructies van de fabrikant in het compartiment (eventueel eerst schoonmaken).
Verven/Ontkleuren
Verf uitsluitend in het huishouden gebruikelijke hoeveelheden. Zout kan roestvrijstaal aantasten! Houd de instructies van de producent van de verf aan! Ontkleur het wasgoed niet in de was-droogautomaat!
Inweken
- 1. Giet inweekmiddel/wasmiddel in compartiment II volgens de aanwijzingen van de producent.
- 2. Zet de programmakiezer op Katoen 60°C en kies Start/bijvullen .
- 3. Kies vervolgens, na ca. 10 minuten, Start/bijvullen.
- 4. Na afloop van de gewenste inweektijd kiest u opnieuw Start/ bijvullen wanneer het programma hervat of gewijzigd moet worden.
Aanwijzing:
Doe wasgoed van dezelfde kleur in de machine. Er is geen extra wasmiddel nodig, de inweekoplossing wordt gebruikt voor het wassen.
0 Standaardinstellingen van het programma wijzigen
n ge in el st in rd da an St
n va the ma ra og pr
en ig jz wi
U kunt de standaardinstellingen van geselecteerde programma's wijzigen. De instellingen kunnen zelfs wanneer het gekozen programma al draait worden gewijzigd. Het effect hangt af van de voortgang van het programma.
°C (Temperatuur)
- De aangegeven wastemperatuur kan worden gewijzigd. De maximum instelbare wastemperatuur varieert, afhankelijk van het geselecteerde programma.
Overzicht van programma's
0 (Klaar in)
0 Stelt Klaar in tijd (einde van het programma) uit.
Aanwijzing:
Bij het kiezen van een programma wordt de betreffende programmaduur weergegeven. Moet de programmaduur, bijv. als gevolg van wijzigingen in de standaardinstellingen, veranderd worden terwijl het programma draait, dan gebeurt dit automatisch.
Voor de start van het programma kan het einde van het programma worden vooringesteld in stappen van 1 uur, tot een maximum van 24h.
Pagina 25
Standaardinstellingen van het programma wijzigen nl
Wanneer het programma is gestart, wordt de vooringestelde tijd, bijv. 8h, weergegeven en afgeteld totdat het programma start. Vervolgens wordt de programmaduur weergegeven, bijv.2:30.
Wanneer het programma is gestart, kan de vooringestelde tijd als volgt worden gewijzigd:
- 1. Kies Start/bijvullen.
- 2. Kies 5 (Klaar in) en wijzig deze instelling.
- 3. Kies Start/bijvullen.
0 (Centrifugetoerental)
8 Het centrifugetoerental kan zowel voor als tijdens het programma (in omw. per min.), afhankelijk van de programmavoortgang, worden gewijzigd. Instelling (Spoelstop = zonder afpompen/centrifugeren), het wasgoed blijft na de laatste spoelbeurt in het water). Het maximale centrifugetoerental hangt af van het programma en het soort apparaat.
Overzicht van programma's Blz. 20
5 (Drogen)
- De droogfunctie kan met deze toets geactiveerd, gedeactiveerd en ingesteld worden. Wassen en drogen zonder onderbreking is alleen in de automatische modus mogelijk. Als het programma voor alleen drogen wordt gekozen, dan kunt u kiezen uit automatisch drogen of tijddrogen met een droogduur naar wens.
Aanwijzingen
- Programmakeuze in stand Drogen of Voorzichtig drogen voor de selectie van het betreffende droogprogramma.
Programma-overzicht Blz. 20
De standaard droogmodus is Aut1. In deze modus wordt de droogtijd automatisch overeenkomstig de hoeveelheid wasgoed ingesteld. Het resultaat is kastdroog wasgoed. De droogmodus kan op Aut2 ingesteld worden, om extra droog wasgoed te verkrijgen of met voorinstelling van de droogtijd, welke door het kiezen van de toets 5 (Drogen) kan worden vastgelegd.
Kastdroog (Aut1): Voor eenlaags wasgoed. De kledingstukken kunnen worden opgevouwen of in een kast opgehangen worden.
Extra droog(Aut2): Voor wasgoed met dikke, meerlaagse delen, welke langer gedroogd moeten worden. De kledingstukken kunnen worden opgevouwen of in een kast opgehangen worden. Wasgoed droger dan kastdroog.
- Programmaselectie in wasprogramma's en wanneer wassen en drogen zonder onderbreking is gewenst (alleen mogelijk voor Katoen, +Voorwas,
Kreukherstellend, Mix, Extra snel
15’ en Allergie +).
- 1. Selecteer de knop 5 (Drogen) en de functie Aut1 of Aut2 activeren.
- 2. De maximale belading voor het drogen niet overschrijden.
Programma-overzicht Blz. 20
- 3. Het maximale centrifugetoerental van het wasprogramma wordt automatisch gekozen, om een goed droogresultaat te realiseren.
Pagina 26
nl Kiezen van extra functies
es ti nc fu
Kiezen van extra functies
n va a tr ex
en ez Ki
U kunt de gewenste extra functies kiezen door de betreffende knoppen aan te raken.
(SpeedPerfect)
- Om in kortere tijd te wassen bij een wasresultaat vergelijkbaar met het standaardprogramma.
Aanwijzing: Overschrijd de maximale belading niet.
Programma-overzicht Blz. 20
(EcoPerfect)
0 Energiezuinig wassen door temperatuurreductie bij gelijkblijvend wasresultaat.
Aanwijzing: De wastemperatuur is lager dan de geselecteerde temperatuur. Bij bijzondere hygiënische vereisten is het programma Allergie + aan te raden.
(Extra spoelen)
8 Extra spoelcyclus. Voor gebieden met zeer zacht water of voor verdere verbetering van het spoelresultaat.
(Antikreuk)
- Speciaal centrifugeprogramma met aansluitend losmaken. Voorzichtige laatste keer centrifugeren – restvochtgehalte in het wasgoed iets verhoogd.
Pagina 27
Geluidssterkte van het signaal instellen nl
te rk te s id Ge lu
Geluidssterkte van het signaal instellen
n va the l a gn si
en el st in
| 1. Activeer instelmodus voor signaalvolume | |||
|---|---|---|---|
| Draai naar Uit | Draai één positie naar rechts | Druk en houd ° C knop + één stap rechtsom | Laat de knop los |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
| 2.a Stel het volume in voor knopsignalen (afhankelijk van het | model) | |
|---|---|---|
| Druk op de 0 knop totdat het vereiste volume wordt bereikt | tot stap 2.b of | Zet op Uit, de instelmodus voor het signaalvolume wordt afgesloten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
2.b Instellen van het volume van de informatiesignalen
Draai één positie naar rechts Druk op de 0 knop Zet op Uit, de totdat het vereiste instelmodus voor volume wordt bereikt het signaalvolume wordt afgesloten