Etna AKI560ZT, tekst van de handleiding
Pagina's 2–27 van 136 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 28 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
INHOUDSOPGAVE
Uw inductiekookplaat
Inleiding
Beschrijving
Bedieningspaneel Meldingen op het display
Veiligheid
Temperatuurbeveiliging Kookduurbegrenzer Vermogensregeling
Voor het eerste gebruik
Gebruik van de aanraaktoetsen en de schuifregelaar Inductiegeluiden
Geschikte pannen
Pandetectie
Vermogensniveaus
Richtlijnen voor het koken
Gebruik van de afzuigunit
Reiniging
Bediening van de kookplaat
Bereiding starten
Boost
Pandetectiesymbool
Klaar met koken
De automatische opwarmfunctie inschakelen De warmhoudfunctie inschakelen
De Bridge-inductiekookzones koppelen
Koken pauzeren
Herstelfunctie
De eierwekker gebruiken
De timer gebruiken
Kinderslot
Vergrendelingsfunctie voor een snelle reiniging tijdens het koken
Pagina 3
INHOUDSOPGAVE
Bediening van de afzuigunit
Handmatig de afzuigunit in- en uitschakelen Boost
De automatische afzuigmodus in- en uitschakelen Instellen van een aantal minuten vertragingstijd Toegepaste filters
Verzadiging van de twin-filters
Verzadiging van de gescheiden filters voor vet en geur Geheugenreset van de indicatie van de filterverzadiging
Gebruikersmenu
Vermogensbegrenzer
Onderhoud
Filters en waterreservoir Reiniging
Problemen oplossen
Technische specificaties
Technische gegevens
Informatie volgens verordening (EU) 66/2014
Milieuaspecten
Verpakking en apparaat afdanken
Gebruikte pictogrammen
Belangrijke informatie
Handig om te weten
Elektrische aansluiting
Pagina 4
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Inleiding
Gefeliciteerd met uw keuze voor dit toestel van Etna. In het ontwerp van dit product heeft eenvoudige bediening en optimale gebruiksvriendelijkheid centraal gestaan.
In deze handleiding leest u hoe u dit toestel het best kunt gebruiken. Naast informatie over de bediening, vindt u hier ook achtergrondinformatie die u tijdens het gebruik van het toestel van pas kan komen.
Lees eerst de separate veiligheidsinstructies voordat u het toestel gebruikt.
Lees deze handleiding door voordat u het toestel in gebruik neemt, en berg de handleiding daarna veilig op voor toekomstig gebruik.
Deze handleiding dient als referentie voor de servicedienst. Plak het typeplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter op de handleiding. Het typeplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Op onze website kunt u de meest recente versie van de gebruiksaanwijzing vinden.
Pagina 5
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Beschrijving
- 1. Kookzone links voor 210 x 190 mm / 2,1 kW (boost 3,0 kW)
- 2. Kookzone links achter 210 x 190 mm / 1,60 kW (boost 1,85 kW)
- 3. Gekoppelde kookzones links 210 x 390 mm / 3,7 kW
- 4. Afzuigunit
- 5. Kookzone Ø200 mm / 2,3 kW (boost 3,0 kW)
- 6. Kookzone Ø160 mm / 1,2 kW (boost 1,4 kW)
- 7. Bedieningspaneel
Pagina 6
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Bedieningspaneel
- 1. Pauzetoets
- 2. Vergrendelingstoets
- 3. Warmhoudtoets
- 4. Eierwekkertoets
- 5. Timerdisplay
- 6. Plus-toets timer
- 7. Min-toets timer
- 8. Kookzonetoets links achter (display kookzone) en timersymbool
- 9. Afzuigtoets (display afzuigunit) en timersymbool
- 10. Kookzonetoets rechts achter (display kookzone) en timersymbool
- 11. Kookzonetoets rechts voor (display kookzone) en timersymbool
- 12. Kookzonetoets links voor (display kookzone) en timersymbool
- 13. Aan/uit-toets
- 14. Boost-toets
- 15. Schuifregelaar (van stand 0 t/m stand 9) voor het instellen van een waarde
Pagina 7
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Meldingen op het display
| Display kookzone | Beschrijving |
|---|---|
| - | Vermogensniveau: 1 = lage stand / 9 = hoge stand. |
| Boostniveau actief. | |
| Geen (geschikte) pan op de kookzone (pandetectiesymbool). | |
| Restwarmte-indicator: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicator waarmee wordt aangegeven welke kookzone nog warm is. Zelfs als de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicator ‘H’ ingeschakeld zolang de kookzone nog warm is! Raak de kookzones niet aan wanneer deze indicator brandt. Gevaar! Risico op brandwonden. | |
| Kinderslot actief. | |
| Automatische verhitting actief. | |
| Warmhoudfunctie actief. | |
| Pauzefunctie actief. | |
| Gekoppelde Bridge inductie zones actief. | |
| Timer actief. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
| Display afzuigunit | Beschrijving |
|---|---|
| - | Afzuigsnelheid: 1 = lage stand / 9 = hoge stand. |
| Boostniveau actief. | |
| / / | ‘FG’ en ‘FC’: Indicatie verzadiging twin-filters. |
| Timer actief. | |
| Display timer | Beschrijving |
| Timer niet ingesteld. | |
| Timer ingesteld (1 uur en 25 minuten). |
Pagina 8
VEILIGHEID
Lees eerst de afzonderlijke veiligheidsinstructies voordat u het apparaat in gebruik neemt!
Temperatuurbeveiliging
Een sensor controleert continu de temperatuur van bepaalde onderdelen van de kookplaat. Elke kookzone is voorzien van een sensor die continu de temperatuur van de bodem van de pan controleert om risico op oververhitting te voorkomen wanneer een pan droogkookt. Bij een te hoge temperatuur wordt de kookstand van de kookplaat automatisch verlaagd of wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
Kookduurbegrenzer
De kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen. Afhankelijk van het gekozen vermogensniveau wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Vermogensniveau | Maximale gebruikstijd (in uren, minuten) |
|---|---|
| 1 | 8 uur, 36 min. |
| 2 | 6 uur, 42 min. |
| 3 | 5 uur, 18 min. |
| 4 | 4 uur, 18 min. |
| 5 | 3 uur, 30 min. |
| 6 | 2 uur, 18 min. |
| 7 | 2 uur, 18 min. |
| 8 | 1 uur, 48 min. |
| 9 | 1 uur, 30 min. |
| P (boost) | 5 min. (schakelt dan terug naar stand 9) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Vermogensregeling
Twee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. Wanneer de boostfunctie wordt gekozen, wordt de andere kookzone automatisch op een iets lagere stand gezet. Staat een kookzone op boost en u wilt de andere op stand 9 of boost zetten, zal de kookzone met boost automatisch naar een lagere stand gaan. De automatische opwarmfunctie wordt uitgeschakeld.
Pagina 9
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Gebruik van de aanraaktoetsen en de schuifregelaar
Plaats uw vingertop plat op een toets of op de schuifregelaar voor het beste resultaat. U hoeft geen druk uit te voeren. De aanraaktoetsen reageren alleen op lichte druk van een vingertop. Bedien de toetsen niet met andere objecten.
Inductiegeluiden
Een tikkend geluid
Dit wordt veroorzaakt door de vermogensbegrenzer op de linker- en rechterzones. Ook bij lagere kookstanden kunt u een tikkend geluid horen.
Pannen maken geluid
Pannen kunnen tijdens het koken geluid maken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Bij hoge niveaus is dit bij sommige pannen een heel normaal verschijnsel.
De ventilator maakt geluid
Het toestel is voorzien van een ventilator om de levensduur van de elektronica te verlengen. Als u het toestel intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld om het toestel te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Geschikte pannen
Voor inductiekoken moet een pan een dikke vlakke bodem hebben (minimaal 2,25 mm). Gebruik pannen van magnetisch materiaal of pannen met een sandwichbodem. Pannen van koper, aluminium of keramisch materiaal zijn niet geschikt.
Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de droogkookbeveiliging belemmeren; het toestel kan dan te warm worden. Dit kan tot schade leiden. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Pannen die op een gaskookplaat zijn gebruikt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken.
Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen! Het emaille kan beschadigen op een hoge stand wanneer de pan te droog is. Door te hoge vermogensstanden kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.
Pagina 10
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Minimale pandiameter
- De minimale pandiameter per zone is als volgt:
▷ Ø160 mm: minimale pandiameter 120 mm.
▷ Ø200 mm: minimale pandiameter 140 mm.
▷ Octa zone: minimale pandiameter 140 mm.
- Het beste resultaat wordt bereikt met een pan die dezelfde diameter heeft als de kookzone. De kookzone wordt niet ingeschakeld als een pan te klein is.
- Op gekoppelde Bridge inductie kookzones moet de minimale pandiameter 220 mm zijn.
Let op
Zorg ervoor dat de onderzijde van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn. Wij adviseren om pannen op te tillen en niet te verschuiven over de kookplaat.
Pandetectie
- Als de kookplaat, na plaatsing van een pan op een kookzone, geen (geschikte) pan detecteert, gaat het symbool voor pandetectie op het display knipperen. De kookzone schakelt na 20 seconden uit. Het symbool verdwijnt wanneer er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst.
- Haalt u tijdens het koken een pan van de kookzone af, dan verschijnt het pandetectiesymbool. De kookzone schakelt uit. Het symbool verdwijnt als u de pan weer terug plaatst.
De kookzone schakelt weer in met het eerder ingestelde vermogensniveau.
Vermogensniveaus
De kookzones hebben 9 niveaus en een boostniveau (P). Stel het vermogensniveau in door de regelaar aan te raken. Door over de regelaar te vegen, verandert u de instelling. De stand wordt hoger wanneer u naar rechts schuift. De stand wordt lager wanneer u naar links schuift. Als u uw vinger van de regelaar haalt, begint de kookzone op de ingestelde stand te verwarmen.
Boostfunctie
- Met de boostfunctie kunt u gedurende korte tijd (maximaal 5 minuten) op de hoogste vermogensstand koken. Na het verstrijken van de maximale boost-tijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.
Pagina 11
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Richtlijnen voor het koken
Aangezien de instellingen afhankelijk zijn van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht in de pan, geldt de onderstaande tabel alleen als richtlijn.
Gebruik de boost-instelling voor:
- snel aan de kook brengen van vloeistof.
Gebruik instelling 8 en 9 voor:
- aanbraden van vlees;
- voedsel bruinen;
- beginnen met koken;
- bakken van wentelteefjes;
- bakken van bacon (vet);
- bakken van gekookte aardappelen;
- frituren van voedsel.
Gebruik instelling 6 en 7 voor:
- bakken van dikke pannenkoeken;
- bakken van dikke lappen gepaneerd vlees en gepaneerde vis;
- koken van rauwe aardappelen;
- bereiden van vis;
- bakken van omeletten.
Gebruik instelling 5 en 6 voor:
- iets aan de kook houden.
- zachtjes koken van voedsel;
- doorkoken van pasta;
- doorkoken van grote hoeveelheden;
- ontdooien van harde groenten.
Gebruik instelling 1-4 voor:
- trekken van bouillon;
- stoven van vlees;
- zacht koken van groenten;
- smelten van chocolade;
- pocheren;
- smelten van kaas.
Pagina 12
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Gebruik van de afzuigunit
Kook bij voorkeur met een deksel op de pan; dit vermindert kookgeuren en energieverbruik. Een te vochtig geurfilter door waterdampen, vermindert tevens de effectiviteit van het geurfilter.
Reiniging
Eerste gebruik
- Gebruik een vochtige doek om het glasoppervlak schoon te maken voor het eerste gebruik.
- Het is aan te raden om het toestel te drogen (nadat het met een vochtige doek is schoongemaakt) om kalkaanslag te voorkomen.
Pagina 13
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
Lees het hoofdstuk ‘Voor het eerste gebruik’ zorgvuldig door voordat u begint met koken. Dit voorkomt onjuist gebruik van de kookplaat.
Voor een goed gebruik van het product wordt aanbevolen om tijdens het koken altijd de afzuiging aan te zetten.
Bereiding starten
- 1. Raak de aan/uit-toets aan totdat u een geluidssignaal hoort.
▷ De displays lichten op; de inductiekookplaat staat in de stand-by modus. ▷ De kookzones en de afzuigunit hebben vermogensniveau nul.
Als de kookplaat 20 seconden niet wordt gebruikt, wordt deze automatisch uitgeschakeld.
- 2. Plaats een geschikte pan op een kookzone.
- 3. Raak de kookzonetoets van de kookzone aan.
Zolang het display van de kookzone fel brandt, is de kookzone geselecteerd en kan het vermogensniveau worden ingesteld.
Wanneer de response tijd is verstreken, of tijdens het koken, activeert u de kookzone door de kookzonetoets aan te raken.
- 4. Stel binnen 10 seconden het vermogen in door de schuifregelaar aan te raken. ▷ De kookzone start op het ingestelde niveau.
Boost
U kunt de boostfunctie gebruiken om max. 5 minuten op de hoogste kookstand te koken. De boostfunctie kan voor maximaal twee naast elkaar liggende kookzones tegelijk gebruikt worden.
- 1. Raak vermogensniveau P aan om de boostfunctie te selecteren.
▷ ‘P’ verschijnt op het display.
▷ Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.
Pandetectiesymbool
Wanneer het symbool voor pandetectie op het display verschijnt:
- hebt u de pan niet op de juiste kookzone geplaatst;
- is de gebruikte pan niet geschikt voor inductiekoken;
- is de pan te klein of niet goed op de kookzone geplaatst.
▷ De kookzone werkt niet totdat er een geschikte pan op de kookzone is geplaatst.
Pagina 14
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
Klaar met koken
- 1. Zet het vermogensniveau op ‘0’ om de kookzone uit te schakelen.
- 2. Schakel de inductiekookplaat uit door de aan/uit-toets aan te raken.
Het symbool H wordt weergegeven op het display van de kookzone, als deze te heet is om te worden aangeraakt. Het symbool verdwijnt wanneer het oppervlak is afgekoeld tot een veilige temperatuur. U kunt ook energie besparen door een nog hete kookzone te gebruiken om andere pannen te verwarmen.
De automatische opwarmfunctie inschakelen
Met deze functie wordt de kookzone op het hoogste niveau ingesteld zodat uw pan snel op de gewenste temperatuur is. Na verloop van een bepaalde tijd keert het vermogensniveau weer terug naar het ingestelde vermogen. Deze functie is beschikbaar voor vermogensniveau 1 t/m 8.
| Vermogensniveau | Opwarmtijd (seconden) |
|---|---|
| 1 | 48 |
| 2 | 144 |
| 3 | 230 |
| 4 | 312 |
| 5 | 408 |
| 6 | 120 |
| 7 | 168 |
| 8 | 216 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
- 1. Schakel de kookplaat in en selecteer de gewenste kookzone .
- 2. Raak de schuifregelaar ten minste 3 seconden op het gewenste niveau aan (van 1 t/m 8). ▷ In het display verschijnt een ‘A’ afgewisseld met het geselecteerde vermogensniveau. Na afloop van de automatische opwarmtijd schakelt de kookzone automatisch over naar het gekozen niveau, dat permanent op het display wordt weergegeven.
- 3. Stop de automatische opwarmfunctie door de kookzone te selecteren en de schuifregelaar aan te raken.
De warmhoudfunctie inschakelen
- 1. Schakel de kookplaat in en plaats een geschikte pan op een kookzone.
- 2. Raak de kookzonetoets van de gewenste kookzone aan.
▷ De ‘0’ van de geselecteerde kookzone licht duidelijk op en er klinkt een enkele pieptoon.
Pagina 15
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
- 3. Raak de warmhoudtoets aan.
▷ Het warmhoudsymbool ‘u’ verschijnt op het display. De warmhoudfunctie is geselecteerd.
- 4. Zet het vermogensniveau op ‘0’ of raak de warmhoudtoets aan om de warmhoudfunctie uit te schakelen.
De Bridge-inductiekookzones koppelen
Twee Bridge-inductiezones kunnen aan elkaar worden gekoppeld. Hierdoor ontstaat één grote zone die kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld een grillplaat of een vispan op hetzelfde vermogen. De pan moet groot genoeg zijn om het midden van de voorste en achterste kookzone te bedekken (minimaal 22 cm).
Koppeling van Bridge-inductiekookzones
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak tegelijkertijd de kookzonetoetsen aan de linkerzijde aan.
▷ Een verbindingssymbool verschijnt op het display van de achterste kookzone om aan te geven dat de twee kookzones zijn verbonden.
- 3. Stel het vermogen in door de schuifregelaar aan te raken.
▷ Het display van de voorste kookzone toont het vermogensniveau.
Ontkoppeling van Bridge-inductiekookzones
- 1. Raak de kookzonetoetsen van de verbonden kookzones tegelijk aan. ▷ Het verbindingssymbool verdwijnt op het display van de achterste kookzone.
Koken pauzeren
Deze functie stopt de kookactiviteit tijdelijk (max. 10 minuten); de afzuiging gaat in de laagste stand en timers en tellers worden gepauzeerd.
- 1. Raak de pauzetoets aan.
▷ Alle displays tonen het pauzesymbool.
- 2. Om door te gaan met koken; raak minstens 1 seconde de pauzetoets aan totdat deze knippert.
- 3. Raak binnen 10 seconden een willekeurige toets aan en het kookproces wordt vervolgd. ▷ De kookplaat wordt na 10 minuten automatisch uitgeschakeld als de pauzefunctie tussendoor niet wordt beëindigd.
Pagina 16
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
Herstelfunctie
Als de kookplaat met de aan/uit-toets per ongeluk werd uitgeschakeld, kunnen alle instellingen worden teruggezet met behulp van de herstelfunctie.
- 1. Raak binnen 6 seconden opnieuw de aan/uit-toets aan.
▷ De pauzetoets knippert.
- 2. Raak binnen 6 seconden de pauzetoets aan.
▷ De vorige instellingen zijn weer actief.
De eierwekker gebruiken
De eierwekker is niet aan een kookzone gekoppeld. De eierwekker schakelt de kookzone of de afzuigunit niet uit.
De kookplaat is ingeschakeld.
- 1. Raak de eierwekkertoets aan om de eierwekker in te schakelen.
▷ Het display van de timer toont ‘0.00’.
- 2. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de gewenste tijd in te stellen (van 1 minuut tot 9 uur en 59 minuten).
▷ De linkerpositie van het timerdisplay geeft de uren weer, de overige posities de minuten. ▷ Wanneer de tijd is ingesteld, begint deze af te tellen.
▷ Op het timerdisplay wordt de resterende tijd weergegeven.
▷ De laatste 10 minuten worden in minuten en seconden weergegeven.
▷ De timer knippert en het alarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken.
- 3. Raak het timerdisplay aan om het alarm uit te schakelen.
▷ Het alarm stopt automatisch na 2 minuten.
Raak de eierwekkertoets aan en raak vervolgens de toets ‘-’ aan om de tijd in te stellen op ‘0.00’ om voortijdig de eierwekker uit te schakelen.
Als de kookplaat uitgeschakeld is; raak tweemaal achter elkaar de aan/uit-toets aan om voortijdig de eierwekker uit te schakelen.
De timer gebruiken
De timer is gekoppeld aan een kookzone. Nadat de ingestelde tijd is verstreken schakelt de kookzone automatisch uit.
De kookplaat is ingeschakeld en voor minimaal één kookzone is het vermogen ingesteld.
- 1. Raak de gewenste kookzonetoets aan.
Pagina 17
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
- 2. Raak het timersymbool aan.
▷ Het timersymbool van de actieve kookwekker licht helder op.
▷ Het display van de timer toont ‘0.00’.
- 3. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de gewenste tijd in te stellen (van 1 minuut tot 9 uur en 59 minuten).
▷ De linkerpositie van het timerdisplay geeft de uren weer, de overige posities de minuten. ▷ Wanneer de tijd is ingesteld, begint deze af te tellen en het timersymbool knippert langzaam.
▷ Op het timerdisplay wordt de resterende tijd weergegeven.
▷ De laatste 10 minuten worden in minuten en seconden weergegeven.
▷ De geselecteerde kookzone wordt automatisch uitgeschakeld zodra de ingestelde tijd is verstreken.
▷ De timer knippert en het alarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken.
- 4. Raak het timersymbool aan om het alarm uit te schakelen.
▷ Het alarm stopt automatisch na 2 minuten.
Alle kookzones kunnen een ingestelde timer hebben. Het display toont altijd de tijd van de kookzone met de kortst resterende tijd.
De vooraf ingestelde tijd wijzigen
U kunt de tijd op elk gewenst moment wijzigen.
- 1. Raak de betreffende kookzonetoets aan.
- 2. Raak het timersymbool aan.
- 3. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de tijd te wijzigen.
De resterende tijd controleren
- 1. Druk op de kookzonetoets om de zone te selecteren waarvan u de resterende tijd wilt zien. ▷ Een aan de timer gekoppelde zone is te herkennen aan het knipperende timersymbool boven het kookzonedisplay.
▷ De timer geeft de resterende tijd van de geselecteerde kookzone weer.
▷ Tijdens de laatste 10 minuten van de looptijd wordt de resterende tijd in minuten en seconden weergegeven.
De timer uitschakelen
Om de timer uit te schakelen voordat de ingestelde tijd is verstreken:
- 1. Raak de kookzonetoets aan om de zone te selecteren waarvan u de timer wilt uitschakelen. ▷ Een aan de timer gekoppelde zone is te herkennen aan het knipperende timersymbool boven het kookzonedisplay.
- 2. Raak het timersymbool aan.
- 3. Raak de toets(en) ‘-’ aan om de tijd in te stellen op ‘0.00’.
▷ Het timersymbool is nu niet meer helder verlicht.
- 4. Bevestig de instelling door het timersymbool nogmaals aan te raken.
Pagina 18
BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT
Kinderslot
Om het kinderslot in te schakelen, moeten de beschreven stappen binnen 10 seconden worden uitgevoerd.
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak een willekeurige kookzonetoets 3 seconden aan.
- 3. Laat de toets los en schuif van 0 naar 9 over de schuifregelaar.
▷ Alle displays tonen het symbool ‘L’.
De kookplaat is nu vergrendeld. Onbedoeld inschakelen van het toestel wordt hiermee voorkomen. Na 20 seconden wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
Om het kinderslot uit te schakelen, moeten de beschreven stappen binnen 10 seconden worden uitgevoerd.
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak een willekeurige kookzonetoets 3 seconden aan.
- 3. Laat de toets los en schuif van 9 naar 0 over de schuifregelaar.
▷ Het symbool “L” verdwijnt in alle displays; het kinderslot is nu gedeactiveerd.
Vergrendelingsfunctie voor een snelle reiniging tijdens het koken
- 1. Raak de vergendelingstoets aan.
▷ De vergrendeltoets licht op; de instellingen van de kookplaat zijn vergrendeld voor een snelle reiniging.
- 2. Raak de vergendelingstoets weer aan na de snelle reiniging om de functie uit te schakelen.
Pagina 19
BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT
Handmatig de afzuigunit in- en uitschakelen
- 1. Raak de afzuigtoets aan.
▷ Het display van de afzuigunit licht op.
- 2. Stel binnen 3 seconden de afzuigsnelheid in door de schuifregelaar aan te raken (1 t/m P). ▷ De afzuigunit schakelt in op het ingestelde niveau.
▷ Stel een hoger of lager niveau in met de schuifregelaar.
- 3. Zet de afzuigsnelheid op ‘0’ om de afzuigunit uit te schakelen.
- 4. Schakel de inductiekookplaat uit door de aan/uit-toets aan te raken.
In de recirculatiemodus werkt de afzuigunit nog 20 minuten in naloopstand als de kookplaat wordt uitgeschakeld.
Boost
U kunt de boostfunctie gebruiken om max. 6 minuten op de hoogste stand af te zuigen.
- 1. Raak niveau P aan om de boostfunctie te selecteren.
▷ ‘P’ verschijnt op het display.
▷ Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt de afzuigsnelheid verlaagd naar stand 9.
In de recirculatiemodus is er geen tijdslimiet en blijft de boostfunctie actief.
- 2. Zet de afzuigsnelheid op ‘0’ om de afzuigunit uit te schakelen.
- 3. Schakel de inductiekookplaat uit door de aan/uit-toets aan te raken.
De automatische afzuigmodus in- en uitschakelen
In de automatische afzuigmodus wordt de afzuigsnelheid automatisch aangepast aan het gebruik van de kookzones.
- 1. Raak de afzuigtoets 3 seconden aan.
▷ ‘A’ verschijnt op het display.
- 2. Raak de afzuigtoets weer 3 seconden aan om de automatische afzuigmodus uit te schakelen.
Pagina 20
BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT
Instellen van een aantal minuten vertragingstijd
Gebruik deze functie om de afzuigunit met een vertraging van een aantal minuten uit te schakelen.
De automatische afzuigmodus moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak de afzuigtoets aan en stel een afzuigsnelheid in.
- 3. Raak het timersymbool aan.
▷ Het timersymbool van de afzuigunit licht helder op.
- 4. Gebruik de toets ‘+’ of ‘-’ om de gewenste vertragingstijd in te stellen. ▷ De tijd begint automatisch af te tellen.
▷ De afzuigunit wordt na de ingestelde tijd uitgeschakeld.
Toegepaste filters
Uw toestel kan uitgerust zijn met òf gecombineerde filters voor vet- en geurfiltering (twin-filters), òf met gescheiden filters voor vetfiltering en geur. Alle filters hebben periodiek onderhoud nodig.
Twin-filters Vetfilters Geurfilters
Verzadiging van de twin-filters
Wanneer uw toestel is uitgevoerd met twin-filters voor vet en voor geur, volgt u onderstaande instructies.
Standaard installatie met uitblaas naar buiten
Na 30 bedrijfsuren van de afzuigunit, verschijnen ‘F’ en ‘G’ afwisselend in de display van de afzuigunit; onderhoud van de twin-filters is noodzakelijk (zie ‘Onderhoud/Filters en waterreservoir).
Standaard installatie met recirculatie
Wanneer het toestel is ingesteld voor recirculatie (zie ‘Gebruikersmenu’), verschijnt na 30 bedrijfsuren van de afzuigunit ‘F’ en ‘G’ afwisselend in de display van de afzuigunit; onderhoud van de twin-filters is noodzakelijk (zie ‘Onderhoud/Filters en waterreservoir’).
Pagina 21
BEDIENING VAN DE AFZUIGUNIT
Na verloop van tijd en meerdere wasbeurten vermindert de efficiency van de geurfiltering van de twin-filters. Afhankelijk van de gebruiksintensiteit van het toestel, het kookgedrag en de regenereringscycli dient u de twin-filters te vervangen (zie ‘Onderhoud/Filters en waterreservoir’).
Wanneer in het gebruikersmenu de instelling voor reciriculatie wordt geactiveerd, komt er (na 120 uur) een extra melding voor reiniging van het geurfilter (‘F’ en ‘C’ verschijnen afwisselend in de display van de afzuigunit). Uw toestel is voorzien van Twin-filters waarbij vetfilter en geurfilter zijn gecombineerd. U kunt daarom deze melding resetten zoals hierna beschreven en de onderhoudsvoorschriften volgen zoals beschreven in ‘Onderhoud/Filters en waterreservoir’.
Verzadiging van de gescheiden filters voor vet en geur
Wanneer uw toestel is uitgevoerd met gescheiden filters voor vet en voor geur, volgt u onderstaande instructies.
Standaard installatie met uitblaas naar buiten
Na 30 bedrijfsuren van de afzuigunit, verschijnen ‘F’ en ‘G’ afwisselend in de display van de afzuigunit; onderhoud van de vetfilters is noodzakelijk (zie ‘Onderhoud/Filters en waterreservoir).
Standaard installatie met recirculatie
Wanneer het toestel is ingesteld voor recirculatie (zie ‘Gebruikersmenu’), verschijnt na 30 bedrijfsuren van de afzuigunit ‘F’ en ‘G’ afwisselend in de display van de afzuigunit; onderhoud van de vetfilters is noodzakelijk (zie ‘Onderhoud/Filters en waterreservoir’).
Na 120 uur komt er een extra melding voor reiniging van de losse geurfilters (‘F’ en ‘C’ verschijnen afwisselend in de display van de afzuigunit). Verwijder en reinig de geurfilters en droog ze goed voordat u ze terugplaatst (zie ‘Onderhoud/Filters en waterreservoir’).
Na verloop van tijd en meerdere wasbeurten vermindert de efficiency van de geurfiltering van de losse geurfilters. Afhankelijk van de gebruiksintensiteit van het toestel, het kookgedrag en de regenereringscycli dient u de losse geurfilters te vervangen (zie ‘Onderhoud/Filters en waterreservoir’).
Geheugenreset van de indicatie van de filterverzadiging
Reset het geheugen na het onderhoud/vervangen van de filters.
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak gedurende 3 seconden de afzuigtoets aan.
▷ Op het display van de afzuigunit verdwijnt de verzadigingsmelding en het geheugen start opnieuw met tellen.
Pagina 22
GEBRUIKERSMENU
In het gebruikersmenu kan de gebruiker o.a. de signaleringen van de kookplaat naar wens instellen. Het gaat hierbij om zowel akoestische (toon en volume) als visuele signaleringen.
| Menu code | Beschrijving | Configuratiewaarde |
|---|---|---|
| U0 | Toont het ingestelde maximale vermogen. | 7400 W (standaard) |
| U1 | Uitblaas naar buiten / Recirculatie | 0: uitblaas naar buiten (standaard) 1: recirculatie |
| U2 | Volume geluidssignaal toetsen | 0 (uit) - 1 - 2 - 3 max. (standaard) |
| U3 | Volume geluidssignaal alarm | 0 (uit) - 1 - 2 - 3 max. (standaard) |
| U4 | Lichtsterkte display | Max. 0 (standaard) - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 Min. |
| U5 | Aftelanimatie | 0: uit (standaard) 1: aan |
| U7 | Geluidssignaal na aftellen timer | 0: geluidssignaal gedurende 120 seconden (standaard) 1: geluidssignaal gedurende 10 seconden 2: geen geluidssignaal |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Open het gebruikersmenu
- 1. Raak binnen drie seconden de aan/uit-toets twee keer aan.
▷ De pauzetoets knippert.
- 2. Raak de pauzetoets aan en houd deze vast.
- 3. Raak vervolgens, met de klok mee, elke kookzonetoets aan (begin met de kookzonetoets links voor).
Pagina 23
GEBRUIKERSMENU
- 4. Laat de pauzetoets los.
▷ “U” knippert afwisselend met nummer “0” op het display van de kookzone links achter. ▷ De configuratiewaarde voor U0 verschijnt op het timerdisplay.
- 5. Raak de kookzonetoets van de kookzone links achter aan en kies het juiste nummer van het menu (zie tabel).
▷ De configuratiewaarde verschijnt op het display van de kookzone links voor.
- 6. Raak de kookzonetoets van de kookzone links voor aan en kies de juiste waarde (zie tabel).
- 7. Bevestig de instelling door de aan/uit-toets aan te raken totdat u een geluidssignaal hoort.
Pagina 24
VERMOGENSBEGRENZER
Het instellen van de vermogensbegrenzer mag alleen worden uitgevoerd door een erkende en gekwalificeerde installateur. Lees de veiligheidsvoorschriften en de installatie-instructies zorgvuldig door.
De kookplaat is voorzien van een vermogensbegrenzer. Als het totale vermogen van de actieve kookzones het maximaal beschikbare vermogen overschrijdt, wordt het vermogen automatisch verlaagd. Het display van de kookzone die in vermogen wordt verlaagd knippert eerst; het niveau wordt dan automatisch verlaagd naar het hoogste beschikbare vermogen.
- De begrenzer is af fabriek ingesteld op 7400W, maar het is mogelijk om deze instelling te wijzigen naar 4500W of 3600W.
Configuratie van de vermogensbegrenzer
Controleer voordat u begint of er geen pannen op de kookplaat staan.
- 1. Koppel het toestel los van de hoofdvoeding door de stekker uit het stopcontact te halen, de zekering te verwijderen of de stroomonderbreker uit te schakelen.
- 2. Sluit het toestel weer aan op de stroomvoorziening.
▷ De eierwekkertoets knippert.
- Voer, binnen 2 minuten na het aansluiten van de kookplaat op de stroomvoorziening, de volgende stappen uit.
- Zorg ervoor dat alle kookzones uitgeschakeld zijn.
- 3. Raak de eierwekkertoets aan en houd deze vast.
- 4. Raak vervolgens, tegen de klok in, elke kookzonetoets aan (begin met de kookzonetoets rechts voor).
- 5. Laat de eierwekkertoets los ▷ “C” knippert afwisselend met “0” op het display van de kookzone links achter. ▷ De configuratiewaarde verschijnt op het display van de kookzone links voor.
- 6. Raak de kookzonetoets links achter aan en kies “8” met behulp van de schuifregelaar. ▷ “C” knippert afwisselend met “8” in het display van de kookzone links achter.
Pagina 25
VERMOGENSBEGRENZER
- 7. Raak de kookzonetoets links voor aan en selecteer de gewenste vermogensbegrenzing met de schuifregelaar (zie tabel).
- 8. Raak vervolgens de aan/uit-toets aan en houd vast totdat alle segmenten van het display zijn verdwenen.
▷ De kookplaat is nu klaar voor gebruik met de geselecteerde vermogensbegrenzer.
| Stand schuifregelaar 0 | Instelling van de vermogensbegrenzing 7400W |
| 1 | 4500W |
| 2 | 3600W |
Pagina 26
ONDERHOUD
Filters en waterreservoir
ONDERHOUD MOET WORDEN UITGEVOERD MET DE AFZUIGING UIT.
Waterreservoir
- Aanbevolen wordt om het waterreservoir elke twee weken te controleren en leeg te maken.
- Verwijder de filters en droog de binnenkant van het waterreservoir met een droge doek.
Pagina 27
ONDERHOUD
Filter unit
De gebruikte filters in deze filtercassette zijn ofwel gecombineerde filters voor vet- en geurfiltering of gescheiden filters voor vet- en geurfiltering. De twin-filters en losse geurfilters zijn regenereerbaar en hebben periodiek onderhoud nodig.
Onderhoud van de twin-filters
- Na 30 werkuren, knipperen afwisselend ‘F’ en ‘G’ in de display van de afzuigunit; de twinfilters moeten gewassen worden.
- De twin-filters moeten zonder reinigingsmiddel worden gewassen.
- De twin-filters kunnen in de gootsteen met heet water worden gewassen of kunnen in de vaatwasser worden geplaatst met een snel wasprogramma, zonder enig ander vaatwerk (om de aanwezigheid van vetten of oliën te vermijden) en bij een aanbevolen temperatuur van maximaal 60/65 °C.
- De twin-filters kunnen op natuurlijke wijze worden gedroogd door ze af te dekken met een schone, residuvrije doek, of in een oven met boven- en onderwarmte bij een temperatuur van 80 °C gedurende maximaal 1 uur.
De twin-filters moeten worden vervangen:
- wanneer u merkt dat de geurfiltering niet meer voldoende is (de gemiddelde tijd is 240 bedrijfsuren).
- uiterlijk na 1 jaar gebruik.
- wanneer de filters duidelijk beschadigd zijn.
LET OP: Het drogen mag nooit met luchtstromen gebeuren. Het is belangrijk dat de twin-filters goed droog zijn voordat u ze plaatst. Na het onderhoud moet het geheugen van de filterverzadigingsindicatie gereset worden.
Onderhoud van de gescheiden filters voor vet en geur / vetfilters
- Na 30 werkuren, knipperen afwisselend ‘F’ en ‘G’ in de display van de afzuigunit; de vetfilters in de cassette moeten gewassen worden.
- De vetfilters moeten zonder reinigingsmiddel worden gewassen.
- De vetfilters kunnen in de gootsteen met heet water worden gewassen of kunnen in de vaatwasser worden geplaatst met een snel wasprogramma, zonder enig ander vaatwerk (om de aanwezigheid van vetten of oliën te vermijden) en bij een aanbevolen temperatuur van maximaal 60/65 °C.
- De vetfilters kunnen op natuurlijke wijze worden gedroogd door ze af te dekken met een schone, residuvrije doek.
LET OP: Het is belangrijk dat de filters goed droog zijn voordat u ze plaatst. Na het onderhoud moet het geheugen van de filterverzadigingsindicatie gereset worden.