Etna KIF6472ZT, tekst van de handleiding
Pagina's 24–40 van 167 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 24
INFORMATIE!
Bij gebruik van 2 of meer timers gaat de verlichting van het symbool van de op dat moment op het scherm weergegeven timer op volle sterkte branden, met een pijl ernaast. De verlichting van de andere symbolen van de ingestelde timers gaan ook op volle sterkte branden, maar zonder een ingeschakelde pijl. Druk op de bijbehorende toets als u een andere ingestelde timerfunctie wilt weergeven.
De tijdfunctie wijzigen
- 1. Controleer of de aan te passen timerfunctie wordt weergegeven op het display. Als dat niet het geval is, geef de functie dan weer door op de bijbehorende toets te drukken. De verlichting van de pijl van de geselecteerde functie gaat branden.
- 2. Druk nogmaals op de toets
/ , zodat de timerweergave gaat knipperen.
- 3. U kunt de tijdfunctie naar wens wijzigen door op , of
te drukken.
- 4. U kunt de tijdfunctie handmatig bevestigen door op / te drukken. 7 seconden na de laatste wijziging van de tijd wordt de functie automatisch bevestigd.
De tijdfunctie uitschakelen
U kunt de tijdfunctie beëindigen door tegelijkertijd op en of te drukken wanneer de functie wordt weergegeven op het display of als de te onderbreken tijdfunctie is ingesteld op 0:00 en vervolgens wordt bevestigd (zie de informatie over het wijzigen van de tijdfunctie).
6.14 Gebruikersinstellingen
U kunt op het apparaat het volgende instellen: volume, helderheid, automatische pandetectie, kinderslot, alarmduur en verbinding met externe afzuigkap (afhankelijk van het model).
- 1. Voer het instelmenu voor parameters in door de toets 3 seconden ingedrukt te houden
- 2. Op het display wordt
weergegeven. Na 2 seconden wordt
weergegeven.
- 3. Gebruik en om door de verschillende instellingen van het menu te bladeren.
- 4. De beschikbare opties van de geselecteerde instelling worden weergegeven als cijfers op de slider rechtsvoor. Deze cijfers kunnen worden geselecteerd. De verlichting van de momenteel ingestelde waarde brandt op volle sterkte.
- 5. Sluit de gebruikersinstellingen door de toets
(als u de instellingen wilt opslaan) of de toets
(als u de instellingen niet wilt opslaan) 3 seconden ingedrukt te houden.
Pagina 25
INFORMATIE!
De knop van het instelmenu is alleen zichtbaar in de eerste 5 seconden nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld.
INFORMATIE!
De gebruikersinstellingen kunnen niet worden geopend als er een timer actief is voor de gehele kookplaat.
Toets/display
Beschrijving
De vermogenslimiet instellen
Druk nadat het apparaat op de netvoeding is aangesloten op de volgende toets: . Na 2 minuten kan het vermogen niet meer worden ingesteld.
Het volume aanpassen
Gebruik de slider om het gewenste volumeniveau in te stellen tussen 0 en
3. De helderheid instellen
Gebruik de slider om het gewenste verlichtingsniveau in te stellen tussen 1 en 3.
Automatische pandetectie
Gebruik de slider om de functie in (1) of uit (0) te schakelen.
Het kinderslot instellen
Gebruik de instelling 0 of 1 om de automatische vergrendeling van het apparaat in of uit te schakelen.
De alarmduur instellen
Gebruik de slider om de alarmduur in te stellen tussen 0 en 2. 0 = 5 seconden
1 = 1 minuut
2 = 2 minuten
Fabrieksinstellingen resetten
Druk lang op 1 om de functie te activeren en de gebruikersinstellingen te resetten naar de standaardwaarden.
Afzuigkapmodus (afhankelijk van het model)
Deze instelling werkt alleen wanneer de kookplaat is verbonden met de afzuigkap
1 = Handmatige modus
2 = Automatische modus (vooraf ingesteld)
Afzuigkapgevoeligheid (afhankelijk van het model)
Deze instelling werkt alleen wanneer de kookplaat is verbonden met de afzuigkap
Er kunnen verschillende profielen worden ingesteld die te maken hebben met de gevoeligheid van de afzuigkap in de automatische bedieningsmodus 1 = Lage gevoeligheid
2 = Gemiddelde gevoeligheid
3 = Hoge gevoeligheid
Pagina 26
6.15 Kinderslot
Hiermee kan de kookplaat worden vergrendeld tegen ongewenst inschakelen.
INFORMATIE!
Het kinderslot kan alleen worden geactiveerd wanneer de kookplaat is uitgeschakeld.
3 s
- 1. Houd 3 seconden ingedrukt.
3 s
- 2. Op het display van de timerfunctie wordt ‘Loc’ weergegeven. Er klinkt een pieptoon. De kookplaat is nu vergrendeld.
- 3. Houd, wanneer de kookplaat is vergrendeld, De kookplaat is nu ontgrendeld.
3 seconden ingedrukt. Er klinkt een pieptoon.
6.16 Extra functies met automatische programma’s
Het apparaat is uitgerust met zes extra functies: smelten/ontdooien, warm houden, sudderen, grillen, frituren, en koken op kookpunt.
In de extra functies kan de temperatuur automatisch worden geregeld, waardoor de zone instelling tijdens de bereiding niet hoeft te worden aangepast.
- 1. Druk op om het aanvullende menu te openen. De cijfers van de slider op de geselecteerde kookzone verdwijnen en de aanvullende functies worden weergegeven.
- 2. U kunt een extra functie activeren door erop te drukken. Het extra menu wordt gesloten wanneer u nogmaals op drukt. Als er niet binnen 5 seconden een programma wordt geselecteerd, wordt het automatisch gesloten.
- 3. Wanneer er een geluidssignaal klinkt, wordt de aanvullende functie geactiveerd. Als het grill- of frituurprogramma is geselecteerd, wordt er een set aanvullende temperatuurniveaus geopend: 1, 2, 3 en 4. Het gewenste temperatuurniveau kan met een druk op het cijfer worden geselecteerd. Er klinkt een geluidssignaal en de functie wordt geactiveerd.
- 4. Alle extra functies, behalve die voor smelten, bestaan uit een voorverwarmfase en een fase waarin de temperatuur op peil wordt gehouden. Het symbool van de aanvullende functie knippert tot de ideale temperatuur is bereikt. Wanneer het voorverwarmen is voltooid, klinkt er een geluidssignaal en gaat de verlichting van het programmasymbool op volle sterkte branden.
- 5. Actieve functies kunnen op elk gewenst moment worden gedeactiveerd met een druk op de waarde 0 bij de bijbehorende kookzone.
Pagina 27
Vervolg tabel vorige pagina
- 6. Nadat de extra functie is geactiveerd, kan de programmatimer worden ingesteld op de bijbehorende kookzone. Wanneer de duur van de ingestelde programmatimer is verstreken, wordt de extra functie uitgeschakeld (zie ‘Timerfuncties’ voor informatie over het instellen ervan).
- 7. De aanvullende functie kan na het instellen ervan worden gewijzigd met een druk op . Het menu met aanvullende programma’s wordt geopend. Stel het gewenste programma opnieuw in of sluit het menu.
Toets/display Temperatuur Beschrijving van de functie
Smelten
Met deze functie kunnen voedingsmiddelen als chocola en boter snel worden gesmolten. Er kan ook bevroren voedsel mee worden ontdooid.
Warmte
Met deze functie kunnen reeds bereide maaltijden worden warmgehouden of opgewarmd.
Sudderen
Met deze functie kunnen vloeistoffen tot net onder het kookpunt worden verwarmd, zodat water niet snel verdampt. Aanbevolen voor het bereiden van gerechten met een grote hoeveelheid water, zoals soepen en stoofpotten.
Wanneer het voorverwarmen is voltooid, heeft het water de temperatuur bereikt waarbij het zacht blijft koken. Aanbevolen voor het bereiden van gerechten die meer dan 500 ml water bevatten.
Grillen
| 120 °C | Aanbevolen voor het grillen van vlees, groente, vis en eieren. |
| 160 °C | Te gebruiken met maximaal 150 ml olie. Wanneer het voorverwarmen is voltooid, heeft de pan de ideale |
| 180 °C | temperatuur bereikt en is deze klaar voor gebruik. De |
| 220 °C | aanvullende grillfunctie kan niet worden gebruikt op de kleine kookzone (met een diameter van 145 mm). Afhankelijk van het model kan de grillfunctie ook worden gebruikt op aaneengesloten zones. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Frituren
| 1 | 160 °C | Aanbevolen voor het bakken van aardappelen, vlees, vis, |
| 2 | 180 °C | deegwaren en groenten. Te gebruiken met meer dan 150 ml olie. Wanneer het voorverwarmen is voltooid, heeft de |
| 3 | 200 °C | olie in de pan de ideale temperatuur bereikt en is deze klaar voor gebruik. De aanvullende functie frituurfunctie kan niet worden gebruikt op de kleine kookzone (met een diameter van 145 mm). |
| Water koken |
Pagina 28
Vervolg tabel vorige pagina
Toets/display Temperatuur
Beschrijving van de functie
Met deze functie wordt water automatisch aan de kook gebracht, waarna het blijft koken. Wanneer het voorverwarmen is voltooid, heeft het water de juiste temperatuur bereikt en is het klaar voor gebruik. Voeg voedsel toe na het voorverwarmen. Aanbevolen voor het bereiden van gerechten die meer dan 500 ml water bevatten.
INFORMATIE!
Met de ConnectLife-app zijn niet alleen extra functies beschikbaar, maar ook meer dan 100 stapsgewijze recepten. Ook kan met de app de status van de bereiding in de gaten worden gehouden. Als er een extra functie wordt gestart via de ConnectLife-app, verschilt de weergave van de gebruikersinterface van de weergave hierboven. De gebruiksaanwijzing is te vinden in de ConnectLife-app.
INFORMATIE!
Als de pan van de kookzone wordt gehaald terwijl er een automatische programma a functie actief is, wordt deze functie onderbroken. Het symbool van de functie knippert, samen met het symbool ‘A’. Als de pan binnen 20 seconden wordt teruggeplaatst, wordt de aanvullende functie hervat. Als dat niet gebeurt, dan wordt de functie uitgeschakeld.
INFORMATIE!
De extra functie blijft actief als de functie Stop&Go korter dan 20 seconden wordt gebruikt. De extra functie kan ook worden hersteld met de geheugenfunctie.
6.17 ConnectLife
Het apparaat verbinden met de ConnectLife-app
ConnectLife is een Smart Home-platform dat mensen, apparaten en services met elkaar verbindt. De ConnectLife-app bevat geavanceerde digitale services en oplossingen waarmee de gebruikers zorgeloos hun apparaten kunnen bewaken en bedienen, smartphonemeldingen kunnen ontvangen en software kunnen bijwerken (de ondersteunde functies kunnen variëren per apparaat en regio/land).
Voor het verbinden van uw slimme apparaat hebt u een eigen wifinetwerk nodig (alleen 2,4GHz-netwerken worden ondersteund) en een smartphone waarop de ConnectLife-app is geïnstalleerd.
Pagina 29
Scan de QR-code of zoek in de appstore van uw voorkeur naar ConnectLife om de ConnectLife-app te downloaden.
- 1. Installeer de ConnectLife-app en maak een account.
- 2. Ga in de ConnectLife-app naar het menu voor het toevoegen van apparaten en selecteer het juiste type apparaat. Scan vervolgens de QR-code, die u kunt vinden op het typeplaatje van het apparaat. U kunt ook handmatig het AUID-/MV-nummer invoeren.
- 3. De app leidt u vervolgens door het proces om het apparaat te verbinden met uw smartphone.
- 4. Als de verbinding tot stand is gebracht, kunt u het apparaat op afstand bedienen met de mobiele app.
6.18 Wifibeheer
(afhankelijk van het model)
.
Schakel, om naar de functie-instellingen van de wifimodule te gaan, het apparaat in en druk op
1-4s
4-7s
7-10s
10-13 s
13-16 s
De wifimodule inschakelen:
Houd de toets 1 tot 4 seconden ingedrukt om de wifimodule te activeren. Op het display wordt
- 1. ‘On’ weergegeven. Zodra u de toets loslaat, wordt de wifimodule geactiveerd. Het symbool gaat dan knipperen.
Verbinding maken met het apparaat:
Houd de toets lang (4 tot 7 seconden) ingedrukt. Op het display wordt ‘CSt’ weergegeven.
- 2. Wanneer u de toets loslaat, wordt de verbinding geactiveerd. Op het display wordt een timer van 5 minuten weergegeven. Scan tijdens deze 5 minuten de meegeleverde 3D-code.
OPMERKING: volg de instructies in de ConnectLife-app voor meer instellingen.
Meer gebruikers toevoegen:
Houd, als u meer gebruikers wilt toevoegen, de toets (7 tot 10 seconden) ingedrukt tot op het display ‘PAr’ wordt weergegeven. Wanneer u de toets loslaat, wordt een timer van 3 minuten
- 3. weergegeven. Tijdens deze 3 minuten kunnen met de ConnectLife-app meer gebruikers aan het apparaat worden toegevoegd. Wanneer de verbinding tot stand is gebracht, blijft de verlichting van het wifisymbool branden.
OPMERKING: volg de instructies in de ConnectLife-app om door te gaan met het instelproces.
Pagina 30
Vervolg tabel vorige pagina
Alle aangesloten gebruikers verwijderen:
Druk lang (10 tot 13 seconden) op de toets. Op het display wordt ‘UPr’ weergegeven. Laat de toets los. Het symbool van de gebruikersinstellingen gaat knipperen. Druk op dit symbool om
- 4. de verwijderfunctie te activeren. Wanneer u het menu opent, wordt er een timer van 1 minuut weergegeven, tot de aangesloten gebruikers zijn verwijderd van het apparaat. Met deze instelling kunnen alle aangesloten gebruikers worden verwijderd uit de ConnectLife-app.
De wifimodule uitschakelen:
- 5. Druk lang (13 tot 16 seconden) op de toets. Op het display wordt ‘OFF’ weergegeven. Wanneer u de toets loslaat, wordt de wifimodule uitgeschakeld. Hierna verdwijnt het symbool .
Pagina 31
7. Tips en aanwijzingen
7.1 Kookoppervlak
- De kookplaat is bestand tegen temperatuur veranderingen.
- Als de glaskeramische kookplaat wordt gebruikt als opbergplaats, kan de plaat beschadigd en bekrast raken.
- Gebruik de glaskeramische kookplaat niet als deze gebarsten of gebroken is. Als er een scherp object op de kookplaat valt, kan deze breken. De gevolgen hiervan kunnen meteen zichtbaar zijn, maar ook pas na verloop van tijd.
- Koppel het apparaat onmiddellijk los van de stroomvoorziening als er barsten zichtbaar zijn op de kookplaat.
- Houd de kookzone en de bodem van het kookgerei schoon en droog. Dit zorgt voor een betere warmtegeleiding en voorkomt schade aan het verwarmingsoppervlak.
- Plaats geen lege pan op de kookzone, want dat kan schade veroorzaken.
WAARSCHUWING!
Als er suiker of voedsel met een hoog suikergehalte is gemorst op een hete glaskeramische kookplaat, veeg de kookplaat dan onmiddellijk schoon of verwijder de suiker met een schraper, zelfs als de kookzone nog heet is. Dit voorkomt schade aan het glaskeramische oppervlak.
Maak de hete glaskeramische kookplaat niet schoon met schoonmaakmiddelen, want dat kan het oppervlak beschadigen.
7.2 Werkingsprincipe van de inductiekookzones
Koken op een inductiekookplaat werkt anders dan koken op traditionele apparaten. Inductiekookplaten maken gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken en te koken. Hierdoor zijn niet alle soorten pannen geschikt voor gebruik op een inductiekookplaat.
De kookplaat is uitgerust met zeer efficiënte inductiekookzones. De warmte wordt rechtstreeks in de bodem van de pan gegenereerd, waar het het meest nodig is. Hierdoor gaat er geen warmte verloren via het glaskeramische oppervlak. Het stroomverbruik is aanzienlijk lager dan bij conventionele kookzones met stralingsverwarming.
De glaskeramische kookzone wordt niet rechtstreeks verwarmd, maar alleen indirect met de warmte die door de pan wordt teruggestraald. Nadat de kookzone is uitgeschakeld, wordt deze restwarmte aangegeven
met het symbool .
In inductiekookzones wordt verwarming mogelijk gemaakt door de inductiespoel die onder het glaskeramische oppervlak is geïnstalleerd. De spoel genereert een magnetisch veld dat wervelstromen opwekt in de bodem van een ferromagnetische pan, waardoor vervolgens de pan wordt verwarmd.
De inductie werkt correct bij gebruik van geschikte pannen.
Pagina 32
7.3 Inductiekookgerei
De magneettest: gebruik een kleine magneet om te controleren of de bodem van de pan ferromagnetisch is. Als de magneet blijft plakken aan de bodem, dan is deze geschikt voor een inductiekookplaat.
Plaats de pan in het midden van de kookzone.
Voor de beste kookresultaten moet de ferromagnetische zone op de bodem van de pan overeenkomen met de grootte van de kookzone. Als de kookzone de pan niet herkent, plaats deze dan op een andere kookzone, met een kleinere diameter.
| Geschikt kookgerei | Ongeschikt kookgerei |
|---|---|
| Staal | Glas |
| Geëmailleerd staal | Gelegeerd staal met koperen bodem |
| Gietijzer | Gelegeerd staal met aluminium bodem |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
- Als u een snelkookpan gebruikt, houd deze dan goed in de gaten tot de juiste druk is bereikt. Stel de kookzone eerst in op het hoogste vermogen en verminder het vermogen vervolgens volgens de instructies van de fabrikant van de pan.
- Zorg ervoor, dat de hogedrukpan altijd genoeg vocht bevat, aangezien het gebruik van een lege pan zowel de pan als de kookplaat kan beschadigen.
- Bepaalde pannen hebben geen volledig ferromagnetische bodem. In dat geval wordt alleen het magnetische deel warm, terwijl de rest van de bodem koud blijft.
- Bij gebruik van een speciale pan moeten de aanwijzingen van de fabrikant worden opgevolgd.
| Kookzone | Minimale bodemdiameter pan |
|---|---|
| Ø 145 mm | Ø 90 mm |
| Ø 230 mm | Ø 110 mm |
| 210 x 190 mm | Ø 110 mm |
Pagina 33
De bodem van de pan moet vlak zijn.
.
7.4 Tips voor het besparen van energie.
- Houd er bij de aanschaf van pannen rekening mee dat de op de pan vermelde diameter meestal betrekking heeft op de bovenrand of het deksel, wat meestal groter is dan de diameter van de bodem van de pan.
- Bereid eten met een langere kooktijd in een snelkookpan. Zorg ervoor dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan zit. Als er een lege snelkookpan op de kookplaat wordt geplaatst, kan deze oververhit raken, wat weer kan leiden tot schade aan zowel de pan als de kookzone.
- Dek waar mogelijk de pan af met een deksel van de juiste grootte. Gebruik pannen dat past bij de hoeveelheid voedsel die u kookt. Koken in een grote, slechts gedeeltelijk gevulde pan verbruikt veel meer energie.
- Zelfs als er geen pan op de kookzone staat of als de gebruikte pan een kleinere diameter heeft dan de kookzone, gaat er geen energie verloren.
- Als de pan veel kleiner is dan de kookzone, kan het gebeuren dat de pan niet wordt gedetecteerd.
- Als er een kleinere pan op de kookzone wordt geplaatst en deze wordt herkend, gebruikt de kookplaat slechts het vermogen dat nodig is voor de grootte van de pan.
Pagina 34
8. Reiniging en onderhoud
Maak het afgekoelde glaskeramische oppervlak na ieder gebruik schoon, aangezien ook het kleinste beetje vuil bij het volgende gebruik van de kookplaat kan inbranden op het hete oppervlak. Gebruik voor regelmatig onderhoud van het glaskeramische oppervlak speciale verzorgingsproducten die een beschermende laag achterlaten op het oppervlak om te voorkomen dat vuil eraan blijft vastplakken.
Veeg voorafgaand aan elk gebruik van het glaskeramische oppervlak stof en andere onzuiverheden die tot krassen in het oppervlak kunnen leiden van zowel de kookplaat als de onderkant van de pan.
INFORMATIE!
Staalwol, schuursponsjes en schurend poeder maken krassen op het oppervlak. Ook sprays en ongeschikte vloeibare reinigingsmiddelen kunnen het oppervlak beschadigen.
Door het gebruik van schurende middelen, maar ook door het gebruik van beschadigde onderkanten van kookgerei, kan de markering op het apparaat wegslijten.
Verwijder kleinere vuilresten met een zachte vochtige doek en maak het oppervlak vervolgens droog. Verwijder watervlekken met een milde azijnoplossing. Veeg hiermee niet over het frame (bepaalde modellen), omdat dat daardoor zijn glans kan verliezen. Gebruik geen agressieve sprays of reinigingsmiddelen om kalk te verwijderen.
Verwijder hardnekkig vuil met een speciaal reinigingsmiddel voor het schoonmaken van glaskeramische oppervlakken. Volg de instructies van de fabrikant van het reinigingsmiddel. Verwijder resten van het reinigingsmiddel na het reinigen grondig, want die kunnen het glaskeramische oppervlak beschadigen wanneer ze warm worden.
Verwijder hardnekkig en aangebrand vuil met een schraper. Wees hierbij voorzichtig, om te voorkomen dat u zich verwondt.
Suiker en voedselresten die veel suiker bevatten, kunnen het glaskeramische oppervlak beschadigen. Daarom moeten suikerresten meteen met een schraper van het glazen oppervlak worden verwijderd, ook als de kookplaat nog heet is.
INFORMATIE!
De schraper wordt niet meegeleverd met het apparaat.
INFORMATIE!
Gebruik de schraper alleen als het vuil niet te verwijderen is met een vochtige doek of met speciale reinigingsmiddelen voor glaskeramische oppervlakken.
Houd de schraper onder een hoek van (45° tot 60°). Met zachte druk glijdt u over het glas en over de markeringen om het vuil te verwijderen. Zorg ervoor dat het plastic handvat (bij sommige modellen) niet in contact komt met het hete kookoppervlak.
INFORMATIE!
Plaats de schraper niet op het glas onder een rechte hoek en kras niet met de punt van de schraper over het glazen oppervlak.
Pagina 35
9. Problemen en fouten
Binnen de garantietermijn mogen reparaties alleen worden uitgevoerd door een door de fabrikant gemachtigd servicecentrum.
Koppel het apparaat los van de netvoeding door de zekering te verwijderen voordat er reparaties op worden uitgevoerd.
Ongeoorloofde reparaties aan het apparaat kunnen leiden tot elektrische schokken en kortsluiting. Voer deze daarom niet uit. Laat dergelijke werkzaamheden over aan een vakman of een onderhoudsmonteur.
Raadpleeg bij kleine problemen met de werking van het apparaat deze handleiding om te kijken of u het probleem zelf kunt oplossen.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstig gebruik en geef deze door aan eventuele volgende eigenaren of gebruikers van het apparaat.
Hier onder vindt u enkele adviezen voor het verhelpen van storingen.
| Storing/fout | Oorzaak/oplossing van fouten |
|---|---|
| Om het probleem op te lossen, controleert u of u de juiste stroomlimiet hebt ingevoerd in de gebruikersinstellingen | |
| De zekering in huis slaat meerdere malen door. | (parameter). In het geval dat het probleem aanhoudt, dient u een servicemonteur te bellen. |
| Er is water over het sensoroppervlak gemorst of er is een voorwerp over de sensoren geplaatst. | |
| Geluidssignaal en display | |
| Veeg het sensoroppervlak schoon. | |
| Toetsen reageren niet goed | Maak het werkingsgebied van het apparaat schoon en helemaal droog. Verwijder pannen of platen. Laat het apparaat afkoelen. Koppel het apparaat gedurende één minuut los van de stroomvoorziening (draai de zekering los of zet de hoofdschakelaar uit). |
| Hot | De gebruikersinterface is te heet om te gebruiken. Wacht tot de interface is afgekoeld. |
| Err | Het apparaat kan geen verbinding maken met de ConnectLife-app, of de verbinding is verbroken. Zet het apparaat terug naar de fabrieksinstellingen. |
| E20, E47, E48 | Interne fout in de elektronica. Koppel het apparaat gedurende één minuut los van de stroomvoorziening (draai de zekering los of zet de hoofdschakelaar uit). |
| E42 | Fout in de bedieningsinterface. Maak het gebied van de bedieningsinterface schoon en laat het drogen. Koppel het apparaat gedurende één minuut los van de stroomvoorziening (draai de zekering los of zet de hoofdschakelaar uit). |
| E00, E01, E02, E03, E04, E05, E21 | Controleer of het apparaat juist is aangesloten op de netvoeding en dat alle aansluitpunten goed zijn aangedraaid. |
| Controleer of de aangesloten netspanning correct is. | |
| E18 | Onvoldoende koeling van het apparaat. Controleer of het apparaat is geïnstalleerd volgens de instructies in de gebruikershandleiding. |
Pagina 36
Vervolg tabel vorige pagina
Storing/fout
Oorzaak/oplossing van fouten
De temperatuur van de kookzone is te hoog. Probeer geen lege pannen te verwarmen.
E19
Indien u de storing, ondanks dat u de bovenstaande tips hebt opgevolgd, niet hebt kunnen verhelpen, dient u het apparaat gedurende één minuut los te koppelen van de stroomvoorziening (draai de zekering los of zet de hoofdschakelaar uit). Als de fout opnieuw optreedt, dient u een servicemonteur te bellen. Het verhelpen van defecten of klachten die zijn ontstaan als gevolg van een verkeerde aansluiting of verkeerd gebruik van het apparaat valt niet onder de garantie. De kosten van de reparatie worden in dit soort gevallen door de gebruiker zelf gedragen.
WAARSCHUWING!
Koppel het apparaat los van de netvoeding (door de zekering te verwijderen) voordat er reparaties op worden uitgevoerd.
Pagina 37
9.1 Geluiden tijdens inductiekoken
| Lawaai en geluiden | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Door de inductie gegenereerd werkingsgeluid | Inductietechnologie maakt gebruik van de eigenschappen van bepaalde metalen onder invloed van elektromagnetisme. Dit resulteert in zogenaamde wervelstromen die de moleculen laten trillen. Deze trillingen worden omgezet in warmte. Afhankelijk van het type metaal kan hierbij wat geluid worden geproduceerd. | Dit is normaal en niet het gevolg van een storing. |
| Gezoem als van een transformator | Dit doet zich voor bij koken met een hoog vermogensniveau en wordt veroorzaakt door de hoeveelheid energie die wordt overgedragen van de kookplaat naar de pan. | Dit geluid verdwijnt of neemt af wanneer het vermogensniveau wordt verlaagd. |
| Trillingen en geknetter van het kookgerei | Dit geluid komt voor in kookgerei (potten of pannen) die zijn gemaakt van verschillende materialen. | Het ontstaat door trillingen langs de aangrenzende oppervlakken van de verschillende materiaallagen. |
| Dit geluid is afhankelijk van het kookgerei. Het kan variëren afhankelijk van de hoeveelheid en het type voedsel dat wordt gekookt. | ||
| Ventilatorgeluid | Voor een juiste werking van elektronische inductiecomponenten is temperatuurregeling nodig. Daarom is de kookplaat uitgerust met een ventilator die de componenten koelt op basis van de waargenomen temperatuur. | De ventilator kan ook na het uitschakelen van de kookplaat nog blijven werken, als de temperatuur nog te hoog is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
10. Technische gegevens
(afhankelijk van het model)
A. Bedradingsschema
B. Handelsmerk
C. Model
D. Type
E. Code
F. Serienummer
G. Technische gegevens
H. QR-code
I. Conformiteitsaanduidingen
Pagina 38: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 39
- 11. Verwijdering
Voor de verpakking van de producten zijn milieuvriendelijke materialen gebruikt die zonder gevaar voor de omgeving gestort, vernietigd of opnieuw gebruikt (gerecycled) kunnen worden. Met dit doel zijn de verpakkingsmaterialen ook gemerkt.
Het symbool op het product of de verpakking geeft aan dat het product bij afdanking niet behandeld mag worden als gewoon huisafval. Het product moet afgevoerd worden naar een verzamelplaats voor de verwerking van elektrische en elektronische uitrusting.
Met de juiste wijze van afdanken van het apparaat helpt u mee mogelijke negatieve gevolgen en invloeden op het milieu en de menselijke gezondheid die kunnen optreden bij het onjuist afdanken van het product te voorkomen. Wend u zich voor meer gedetailleerde informatie over verwijdering en verwerking tot de officiële instantie, de gemeentelijke dienst of tot de winkel, waar u het product heeft gekocht.
Wij behouden ons het recht voor tot veranderingen en mogelijke fouten in deze gebruiksaanwijzingen.
Pagina 40
12. Nalevingsinformatie
Type radioapparatuur:
Wifi indicatielampje
Frequentiebereik.:
Maximaal uitgangsvermogen:
Maximale antenneversterking:
Bluetooth-indicator
Frequentiebereik:
Drageruitgang:
Emissietype:
HLW3215-TG01-module
2.4000 GHz - 2.4835 GHz ≤ 10 dBm/MHz (EIRP) (antenneversterking <10 dBi)
Versterking: 0 dBi
2.400 GHz - 2.4835 GHz 6 dBm (≤10 dBm) F1D
Het bedrijf verklaart dat het apparaat met de functie Connectlife voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van Richtlijn 2014/53/EU. De gedetailleerde verklaring van conformiteit is in te zien op het webadres https://auid.connectlife.io van de pagina van uw apparaat onder de aanvullende documenten.