Liebherr BFPvg 8401, tekst van de handleiding
Pagina's 23–32 van 34 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 23
Verbinding resetten
Fig. 85
Fig. 86
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.
*
7.2.12 LAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Bediening
Fig. 87
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 87 (1) is geplaatst. ❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.*
Fig. 88
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 88) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 89
Fig. 90
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 91
* afhankelijk van model en uitvoering 23
Pagina 24
Bediening
Fig. 92
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
7.2.13 Apparaatinformatie
Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)
Apparaatinformatie weergeven
Fig. 93
7.2.15 Software
Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.
Softwareversie weergeven
Fig. 97
Fig. 98
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft softwareversie weer.
7.2.16 Ontdooien
Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.
Toepassing:
- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart.
Automatisch ontdooien handmatig starten
Fig. 94
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft apparaatinformatie weer.
7.2.14 Bedrijfsuren
Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.
Bedrijfsuren weergeven
Fig. 95
Fig. 96 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.
Fig. 99
Fig. 100
- Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf.
Aanwijzing
Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.1 Apparaat ontdooien)
Handmatig gestarte ontdooiing annuleren
Fig. 101
24 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 25
Bediening
Fig. 102
- Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.
7.2.17 Deuralarm
Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.
U kunt de volgende waarden instellen:
- 15 seconden
- 30 seconden
- 60 seconden
- 90 seconden
- 120 seconden
- 150 seconden
- 180 seconden
- Uit
Deuralarm instellen
Fig. 103
Fig. 105 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Deuralarm is ingesteld.
Deuralarm deactiveren
Fig. 106
Fig. 107
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Deuralarm is gedeactiveerd.
*
7.2.18 Lichtalarm
Met deze instelling kunnen de visuele alarmmeldingen op het display extra worden geaccentueerd door knipperende apparaatverlichting.
Lichtalarm activeren
Fig. 108
Fig. 109
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het lichtalarm is geactiveerd.
Lichtalarm deactiveren
Fig. 110
Fig. 111
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het lichtalarm is gedeactiveerd.
7.2.19 Demomodus
De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.
Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.
Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.20 Resetten naar fabrieksinstellingen )
* afhankelijk van model en uitvoering 25
Pagina 26
Bediening
Demomodus activeren
Fig. 112
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ Apparaat is teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
7.2.20 Resetten naar fabrieksinstellingen
Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
Reset uitvoeren
Fig. 116
Fig. 113
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is geactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ In de statusweergave verschijnt "D".
Demomodus deactiveren
Fig. 114
Fig. 117
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Apparaat wordt gereset.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat opnieuw starten. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling))
7.3 Meldingen
7.3.1 Waarschuwingen
Fig. 115
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Demomodus is gedeactiveerd.
Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Deur open | De melding verschijnt, als de deur te lang geopend is. | Deur sluiten. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.17 Deuralarm ) . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
26 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 27
Bediening
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Temperatuuralarm | De melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn: ⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd. ⁃ De stroom is langdurig uitgevallen. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
| Functie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect. | Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
| Fout | Bevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven. Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven. Foutcode(s) noteren. Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing) Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren. | |
| Stroomuitval | Het bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
| * WLAN-fout* | WLAN-verbinding is onderbroken.* | Controleer de verbinding.* Bevestigingsknop indrukken.* Alarm wordt beëindigd.* * |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
* afhankelijk van model en uitvoering 27
Pagina 28
Uitrusting
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| * WWW-fout WLAN* | Het bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is.* | Controleer de verbinding.* Bevestigingsknop indrukken.* Alarm wordt beëindigd.* |
| * LAN-fout* | LAN-verbinding is onderbroken.* | Controleer de verbinding en de netwerkkabel.* Bevestigingsknop indrukken.* Alarm wordt beëindigd.* |
| * WWW-fout LAN* | Dit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is.* | Controleer de verbinding.* Bevestigingsknop indrukken.* Alarm wordt beëindigd.* |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
7.3.2 Herinneringen
Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen.
Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Onderhoudsherinnering | De melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval ) . |
| Opnameherinnering | De melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. De oudste gegevens worden overschreven. Aanwijzing De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.4 Temperatuurregistratie ) . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
8 Uitrusting
8.1 Veiligheidsslot
Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.
8.1.1 Apparaat vergrendelen
Fig. 118 Voorbeeld
- Sleutel erin duwen.
- Sleutel 90° linksom draaien. ▷ Het apparaat is afgesloten.
8.1.2 Apparaat opensluiten
Fig. 119 Voorbeeld
- Sleutel erin duwen Fig. 119 (1).
28 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 29
- Sleutel 90° rechtsom draaien Fig. 119 (2). ▷ Het apparaat is opengesloten.
9 Onderhoud
9.1 Apparaat ontdooien
WAARSCHUWING
Apparaat op de verkeerde manier ontdooid!
Verwondingen en beschadigingen.
- Om het ontdooiproces te versnellen, geen mechanische hulpmiddelen of andere middelen gebruiken die niet door de fabrikant worden aanbevolen.
- Gebruik voor het ontdooien geen elektrische verwarmings- of stoomreinigingsapparaten, open vuur of ontdooisprays.
- IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen.
Om de functionaliteit van het apparaat te behouden, raden we aan het te ontdooien als er veel ijsvorming is. Voor ijsvorming in de binnenruimte zijn de plaats van opstelling (bijv. een hoge luchtvochtigheid), instellingen op het apparaat en verkeerd gebruikersgedrag bepalend.
Als de automatische ontdooicyclus niet voldoende is:
- Automatisch ontdooien handmatig starten. (zie 7.2.16 Ontdooien )
Als het probleem blijft bestaan, moet het apparaat handmatig worden ontdooid:
- Apparaat uitschakelen. (zie 7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen )
- Netstekker loskoppelen.
- Koelgoed verplaatsen.
- Apparaatdeur tijdens ontdooien open laten.
- Resterend condenswater met een doek opnemen, afvoeropening en het apparaat reinigen.
Onderhoud
9.2.2 Behuizing reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.
- Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Beschadigingsgevaar door kortsluiting!
- Bij het reinigen van het apparaat voorkomen dat reinigingswater in de elektrische componenten dringt.
- Behuizing met een zachte, schone doek schoonvegen. Bij sterke vervuiling lauwwarm water met neutraal reinigingsmiddel gebruiken. Glazen oppervlakken kunnen ook met een glasreinigingsmiddel worden gereinigd.
- Condensorspiraal jaarlijks reinigen. Als de condensorspiraal niet wordt gereinigd, leidt dit tot een aanzienlijke reductie van de efficiëntie van het apparaat.
9.2.3 Stoffilter reinigen
Het stoffilter bevindt zich aan de bovenzijde van het apparaat. Het stoffilter minstens twee keer per jaar reinigen.
- Netstekker uit het stopcontact trekken.
9.2 Apparaat reinigen
9.2.1 Voorbereiden
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
- De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.
- Apparaat leegmaken.
- Netstekker eruit halen.
- Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen.
Fig. 120
- Stoffilter naar boven toe eruit trekken.
- Stoffilter met water en spoelmiddel reinigen.
- Stoffilter plaatsen.
9.2.4 Binnenruimte reinigen
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
* afhankelijk van model en uitvoering 29
Pagina 30
Klantenhulp
| Maximale belading ople‐ Maximale belading tussen-grooster A) rooster A) (zie 5.2 Uitrusting aanbrengen) | |
| WAARSCHUWING Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen. ► Gebruik geen stoomreinigers! | |
| 60 kg 10 kg | |
| A) Bij zware belading kunnen de steunen iets doorbuigen. Netto-inhoud | |
| LET OP Ondeskundige reiniging! Beschadigingen aan het apparaat. ► Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker. ► Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol. ► Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen. | |
| Zie de nuttige inhoud op het typeplaatje. (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht) | |
| Specificatie WLAN-frequentie* | |
| Frequentieband 2,4 GHz | |
| Maximum uitgestraald <100 mW vermogen | |
| Aanwijzing Typeplaatje aan binnenzijde van apparaat niet beschadigen of verwijderen. Typeplaatje is belangrijk voor de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | |
| Beoogd gebruik van de Integratie in het plaatselijke radioapparatuur WLAN-netwerk voor gegevenscommunicatie | |
| ► Deur openen. ► Apparaat leegmaken. ► Binnenruimte en uitrustingsdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel reinigen. Geen zand- of zuurhoudende reinigingsmiddelen en geen chemische oplosmiddelen gebruiken. 9.2.5 Na het reinigen ► Apparaat en uitrustingsdelen droogwrijven. ► Apparaat aansluiten en inschakelen. Als de temperatuur voldoende koud is: ► Koelgoed erin leggen. ► Reiniging regelmatig herhalen. ► Koelmachine met warmtewisselaar een keer per jaar reinigen en ontstoffen. | 10.2 Technische storing Uw apparaat is zodanig geconstrueerd en gemaakt dat functieveiligheid en lange levensduur gegarandeerd zijn. Als er tijdens de werking een storing optreedt, controleer dan of de storing werd veroorzaakt door een bedieningsfout. In dat geval moeten ook de tijdens de garantieperiode gemaakte kosten aan u worden doorberekend. De volgende storingen kunt u zelf verhelpen. 10.2.1 Apparaatfunctie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
10 Klantenhulp 10.1 Technische gegevens
Temperatuurbereik
Vriezen -9 °C tot -35 °C
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat is niet ingeschakeld. | ► Apparaat inschakelen. | |
| De netstekker steekt niet correct in het stopcontact. | ► Netstekker controleren. | ||
| De zekering van het stopcontact is niet in orde. | ► Zekering controleren. | ||
| Stroomuitval | ► Apparaat gesloten houden. ► Levensmiddelen beschermen: Koelaccu’s boven op levensmiddelen leggen of een decentrale vrieskast gebruiken, als de stroomuitval langer duurt. ► Ontdooide levensmiddelen niet weer bevriezen. | ||
| De koelapparaatbus steekt niet correct in het apparaat. | ► Koelapparaatbus controleren. | ||
| Temperatuur is te laag. | De apparaatdeur is niet correct aangesloten. | ► Apparaatdeur sluiten. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
30 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 31
Buiten bedrijf stellen
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| De be- en ontluchting is onvoldoende. | ► Ventilatieroosters vrijmaken en reinigen. | ||
| De omgevingstemperatuur is te hoog. | ► Let op de juiste omgevingsvoorwaarden: | ||
| Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. | ► Afwachten of de noodzakelijke temperatuur vanzelf weer wordt ingesteld. Als dit niet gebeurt, dan contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | ||
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | ► Temperatuur lager instellen en na 24 uur controleren. | ||
| Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis, verwarming etc.). | ► Opstelplaats van het apparaat of de warmtebron veranderen. | ||
| Rijpvorming op het behuizingsframe en/of aan de binnenzijde van de deur. | Deurafdichting is beschadigd. | ► Deurafdichting vervangen. | |
| Plug in de uitvoeropening is niet of onjuist gemonteerd. | ► Plug juist monteren. (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht) | ||
| U heeft de temperatuur te koud ingesteld of u heeft de deur te weinig geopend. | ► Apparaatfunctie is niet beïnvloed, rijpvorming met een doek verwijderen. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
10.3 Klantenservice
Controleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen . Als dit niet het geval is, contact met de klantenservice opnemen.
U vindt het adres in de bijgevoegde brochure „Liebherr Service” of op home.liebherr.com/service.
WAARSCHUWING
Ondeskundige reparatie!
Verwondingen.
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 9 Onderhoud) , uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren.
- Beschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, de klantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoon laten vervangen.
- Bij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook de klant zelf de vervanging uitvoeren.
10.3.1 Contact met de klantenservice opnemen
Zorg ervoor dat u de volgende apparaatinformatie beschikbaar hebt:
❑Apparaataanduiding (model en index) ❑Servicenr. (Service) ❑Serienr. (S-Nr.)
- Apparaatinformatie via het display oproepen (zie 7.2.13 Apparaatinformatie ) .
-of-
- Apparaatinformatie van het typeplaatje aflezen. (zie 10.4 Typeplaatje)
- Apparaatinformatie noteren.
- Klantenservice informeren: Fout en apparaatinformatie mededelen.
▷ Zo is een snelle en doelgerichte service mogelijk.
- Verdere instructies van de klantenservice opvolgen.
10.4 Typeplaatje
Het typeplaatje bevindt zich aan de binnenkant van het apparaat. Zie apparaatoverzicht.
Fig. 121
- (1) Apparaataanduiding
- (2) Service-nr.
- (3) Serie-nr.
11 Buiten bedrijf stellen
- Apparaat leegmaken.
- Apparaat uitschakelen.
- Trek de netstekker uit het stopcontact.
- Verwijder indien nodig de koelapparaatbus: Trek de koelapparaatbus uit de apparaatstekker en beweeg tegelijkertijd naar links en rechts.
- Apparaat reinigen. (zie 9.2 Apparaat reinigen)
- Indien beschikbaar: Verwijder afdekkingen en isolatie van de sensordoorvoer om schimmelvorming te voorkomen.
- Deur open laten, zodat geen slechte geur kan ontstaan.
Aanwijzing
Beschadiging van het apparaat en storingen!
- Na de buitenbedrijfstelling mag het apparaat alleen worden gebruikt bij een toelaatbare kamertemperatuur tussen -10 °C en +50 °C opslaan.
* afhankelijk van model en uitvoering 31
Pagina 32
Afvalverwijdering
12 Afvalverwijdering
12.1 Apparaat op afvoer voorbereiden
Liebherr maakt bij sommige apparaten gebruik van batterijen. In de EU is het nu voor de consument wettelijk verplicht deze batterijen voor de afvoer van apparaten te verwijderen. Als uw apparaat batterijen bevat, wordt dit op het apparaat aangegeven.
Lampen
Als u lampen zelfstandig en zonder kapot te maken kunt verwijderen, verwijder deze dan eveneens voor het voeren.
- Apparaat buiten bedrijf stellen.
- Indien mogelijk: verwijder lampen zonder deze kapot te maken.
12.2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren
Het apparaat bevat waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde, huishoudelijke afval worden afgevoerd.
Voer batterijen gescheiden van het apparaat af. Batterijen kunnen gratis worden ingeleverd bij de winkel en bij andere inleverpunten zoals het gemeentelijk depot en de chemokar.
Lampen
Voor Duitsland:
Lever gedemonteerde lampen in bij een daarvoor bestemd inleverpunt.
U kunt het apparaat gratis inleveren bij de milieustraat. Bij de aankoop van een nieuwe koelkast of vriezer en een verkoopoppervlak > 400 m² neemt de dealer het oude apparaat ook gratis terug.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door lekkend koelmiddel en olie!
Het koelmiddel is milieuvriendelijk maar brandbaar. De olie is ook brandbaar. Uittredend koelmiddel en olie kunnen in hoge concentraties en bij contact met een externe warmtebron ontbranden.
- Leidingen van het koelmiddelcircuit en de compressor niet beschadigen.
- Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen.
- Voer het apparaten af zonder het te beschadigen.
- Voer batterijen, lampen en het apparaat af zoals hierboven beschreven.
13 Aanvullende informatie
Meer informatie over garantiebepalingen vindt u in de meegeleverde servicebrochure of op internet op https:// home.liebherr.com.
32 * afhankelijk van model en uitvoering