Liebherr FCFvg 4002, tekst van de handleiding
Pagina's 24–40 van 42 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 24
Bediening
Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touchdisplay) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)
7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen
Met deze instelling kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.
Apparaat inschakelen
Zonder geactiveerde DemoMode:
Fig. 76
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Met geactiveerde DemoMode:
Fig. 77
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Aanwijzing
DemoMode voor aflopen van de countdown deactiveren.
Fig. 78 ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.
Apparaat uitschakelen
Fig. 79
Fig. 80
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display toont stand-bysymbool.
▷ Display wordt na ongeveer 10 minuten uitgeschakeld.
7.2.3 Temperatuurzone uit- en inscha‐
kelen
U kunt afzonderlijke temperatuurzones van het apparaat gescheiden van elkaar uitschakelen.
Toepassing: - Reinigen - Ontdooien
Koelgedeelte uitschakelen
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Koelgedeelte is leeggemaakt.
Fig. 81
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 82
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Koelgedeelte is uitgeschakeld.
Vriesgedeelte uitschakelen
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Vriesgedeelte is leeggemaakt.
Fig. 83
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
24 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 25
Fig. 84
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Vriesgedeelte is uitgeschakeld.
Koelgedeelte inschakelen
Fig. 85
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 86
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Koelgedeelte is ingeschakeld.
▷ Apparaat koelt af tot de laatst ingestelde temperatuur.
Vriesgedeelte inschakelen
Fig. 87
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 88
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Vriesgedeelte is ingeschakeld.
Bediening
▷ Apparaat koelt af tot de laatst ingestelde temperatuur.
7.2.4 Temperatuur
De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:
- hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het koel-/vries-goed
Aanwijzing
In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de temperatuurweergave afwijken.
Met de correcte temperatuur blijft koel- & vriesgoed langer houdbaar. Overbodig wegwerpen kan zo worden vermeden.
Temperatuur instellen
Fig. 89
Fig. 90 Temperatuurwissel van 5 °C tot 6 °C en -15 °C tot -16 °C
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuur is ingesteld.
7.2.5 Temperatuurregistratie
Het apparaat geeft de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.
* afhankelijk van model en uitvoering 25
Pagina 26
Bediening
Aanwijzing
Aanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbedrijfstelling van het apparaat en na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.
Temperatuurregistratie tonen
De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.
Fig. 91
Fig. 92
Fig. 93
Fig. 94 ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.
Temperatuurregistratie resetten
De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.
Fig. 95
Fig. 96
- Handelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren.
Fig. 97
Fig. 98
- Handelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuurregistratie is gereset.
▷ Registratie-interval start opnieuw.
7.2.6 Verlichting
Het apparaat is van een binnenverlichting voorzien. U kunt de binnenverlichting continu inschakelen.
(zie Verlichting inschakelen*) *
Als u de deur van het apparaat opent, wordt de binnenverlichting ingeschakeld.
U kunt deze functie ook deactiveren. (zie Verlichting bij deuropening uitschakelen*) *
Verlichting uitschakelen*
Fig. 99
Fig. 100
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting is uitgeschakeld.
Verlichting inschakelen*
Fig. 101
26 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 27
Bediening
Fig. 102
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting is ingeschakeld.
Verlichting bij deuropening uitschakelen*
Fig. 103
Fig. 104
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting bij deuropening is uitgeschakeld.
Verlichting bij deuropening inschakelen*
Fig. 105
Fig. 106
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting bij deuropening is ingeschakeld.
7.2.7 Verlichtingsintensiteit
Met deze instelling kan de helderheid van de binnenruimte trapsgewijs worden ingesteld.
De volgende helderheidswaarden kunnen worden ingesteld:
- 20% - 40% - 60% - 80% - 100% (voorinstelling)
Verlichtingsintensiteit instellen
Fig. 107
Fig. 108
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De verlichtingsintensiteit neemt dienovereenkomstig toe of af.
7.2.8 SuperCool
Met deze functie activeer of deactiveert u SuperCool. Als u SuperCool activeert, versterkt het apparaat het koelvermogen. Hierdoor kunt u lagere koeltemperaturen bereiken. U kunt SuperCool activeren, als u grote hoeveelheden levensmiddelen snel wilt gaan afkoelen.
Als de functie actief is, werkt het apparaat met een hoger vermogen. Hierdoor kunnen bedrijfsgeluiden van het apparaat tijdelijk luider zijn en kan het energieverbruik toenemen.
SuperCool activeren
Fig. 109
Fig. 110
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ SuperCool is geactiveerd.
* afhankelijk van model en uitvoering 27
Pagina 28
Bediening
SuperCool deactiveren
SuperCool wordt afhankelijk van de hoeveelheid geplaatste levensmiddelen na 6 tot 12 uur automatisch gedeactiveerd. U kunt SuperCool echter ook te allen tijde handmatig deactiveren:
Fig. 111
Fig. 112
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ SuperCool is gedeactiveerd.
▷ Apparaat blijft in normale modus werken.
▷ Apparaat koelt af tot de eerder ingestelde temperatuur.
7.2.9 SuperFrost
Met deze functie activeer of deactiveert u SuperFrost. Als u de SuperFrost activeert, versterkt het apparaat het vriesvermogen. Hierdoor kunt u lagere vriestemperaturen bereiken.
Toepassing:
- Vries vers voedsel snel in tot op de kern.
Dit zorgt ervoor dat de voedingswaarde, het uiterlijk en de smaak van het voedsel behouden blijven.
- Verhoog de koude reserve in opgeslagen bevroren voedsel voordat u het apparaat ontdooit.
Als de functie actief is, werkt het apparaat met een hoger vermogen. Hierdoor kunnen bedrijfsgeluiden van het apparaat tijdelijk luider zijn en kan het energieverbruik toenemen.
SuperFrost activeren
Fig. 113
Fig. 114
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ SuperFrost is geactiveerd.
SuperFrost deactiveren
SuperFrost wordt afhankelijk van de hoeveelheid geplaatste levensmiddelen na 8 tot 65 uur automatisch gedeactiveerd. U kunt SuperFrost echter ook te allen tijde handmatig deactiveren:
Fig. 115
Fig. 116
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ SuperFrost is gedeactiveerd.
▷ Apparaat blijft in normale modus werken.
▷ Apparaat koelt af tot de eerder ingestelde temperatuur.
7.2.10 HumiditySelect
De vochtigheid in het koelgedeelte kan worden ingesteld afhankelijk van de levensmiddelen die worden opgeslagen.
Toepassing:
- Hoge vochtigheid is geschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groenten, fruit met een hoog eigen vochtgehalte.
- Een lage vochtigheid is geschikt om droge of verpakte levensmiddelen te bewaren (bijv. zuivelproducten, vlees, worst, vis). Hier wordt een relatief droog opslagklimaat ingesteld.
De volgende standen kunnen worden ingesteld:
- Standaard (laag) - Gemiddeld - Hoog
Luchtvochtigheid in het apparaat verhogen
Fig. 117
Fig. 118
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Luchtvochtigheid in het apparaat neemt toe.
Luchtvochtigheid in het apparaat op Standard instellen
Fig. 119
28 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 29
2s
Fig. 120
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Luchtvochtigheid in het apparaat neemt af.
7.2.11 Displayblokkering
Deze instelling vermijdt onbedoelde bediening van het apparaat.
Toepassing:
- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.
- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurinstelling vermijden.
Displayblokkering activeren
Fig. 121
Fig. 122
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De displayblokkering is geactiveerd. ▷ De statusweergave verschijnt.
Displayblokkering deactiveren
Fig. 123
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De displayblokkering is gedeactiveerd. ▷ De statusweergave verschijnt.
7.2.12 Herinnering onderhoudsinterval
Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.
Bediening
De volgende waarden kunnen worden ingesteld:
- 7 dagen
- 14 dagen
- 30 dagen
- 60 dagen
- 90 dagen
- 180 dagen
- 360 dagen
- 720 dagen
- 1080 dagen
- Uit
Herinnering onderhoudsinterval instellen
De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.
Fig. 124
Fig. 125
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.
▷ De resterende tijd wordt weergegeven.
7.2.13 Taal
Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.
Taal instellen
Fig. 126
Fig. 127
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De geselecteerde taal is ingesteld.
* afhankelijk van model en uitvoering 29
Pagina 30
Bediening
7.2.14 Temperatuureenheid
Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.
Temperatuureenheid instellen
Fig. 128
Fig. 129 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuureenheid is ingesteld.
7.2.15 Display-helderheid
Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.
U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen:
- 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)
Helderheid instellen
Fig. 130
Fig. 131 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Helderheid is ingesteld.
7.2.16 WLAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Fig. 132
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 132 (1) is geplaatst.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 133
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 133) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 134
30 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 31
Bediening
Fig. 135
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
- Inrichtprocedure op uw internetcompatibele eindapparaat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring Dashboard
Fig. 136
- Verbinding wordt gemaakt.
▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 137
Fig. 138
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Verbinding resetten
Fig. 139
Fig. 140
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.
7.2.17 LAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Fig. 141
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 141 (1) is geplaatst.
* afhankelijk van model en uitvoering 31
Pagina 32
Bediening
❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 142
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 142) .
Op het koel- of vriesapparaat:
7.2.18 Apparaatinformatie
Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)
Apparaatinformatie weergeven
Fig. 147
Fig. 143
Fig. 144
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 145
Fig. 146
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Fig. 148
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft apparaatinformatie weer.
7.2.19 Bedrijfsuren
Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.
Bedrijfsuren weergeven
Fig. 149
Fig. 150 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.
7.2.20 Software
Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.
Softwareversie weergeven
Fig. 151
Fig. 152
32 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 33
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft softwareversie weer.
7.2.21 Ontdooien
Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.
Toepassing:
- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart. - Alleen het koelgedeelte wordt ontdooid.
Automatisch ontdooien handmatig starten
Fig. 153
Fig. 154
- Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf.
Aanwijzing
Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.1 Apparaat ontdooien)
Handmatig gestarte ontdooiing annuleren
Fig. 155
Fig. 156
- Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.
7.2.22 Deuralarm
Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.
Bediening
U kunt de volgende waarden instellen:
- 15 seconden
- 30 seconden
- 60 seconden
- 90 seconden
- 120 seconden
- 150 seconden
- 180 seconden
- Uit
Deuralarm instellen
Fig. 157
Fig. 159 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Deuralarm is ingesteld.
Deuralarm deactiveren
Fig. 160
Fig. 161
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Deuralarm is gedeactiveerd.
*
7.2.23 Lichtalarm
Met deze instelling kunnen de visuele alarmmeldingen op het display extra worden geaccentueerd door knipperende apparaatverlichting.
Lichtalarm activeren
* afhankelijk van model en uitvoering 33
Pagina 34
Bediening
Fig. 162
Fig. 163
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het lichtalarm is geactiveerd.
Lichtalarm deactiveren
Fig. 164
Fig. 165
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het lichtalarm is gedeactiveerd.
7.2.24 Demomodus
De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.
Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.
Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.25 Resetten naar fabrieksinstellingen )
Demomodus activeren
Fig. 166
Fig. 167
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is geactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ In de statusweergave verschijnt "D".
Demomodus deactiveren
Fig. 168
Fig. 169
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is gedeactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ Apparaat is teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
7.2.25 Resetten naar fabrieksinstellingen
Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
Reset uitvoeren
Fig. 170
Fig. 171
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Apparaat wordt gereset.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat opnieuw starten. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling))
7.3 Meldingen
7.3.1 Waarschuwingen
Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.
34 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 35
Bediening
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Deur open | De melding verschijnt, als de deur te lang geopend is. | Deur sluiten. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.22 Deuralarm ) . |
| Temperatuuralarm | De melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn: ⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd. ⁃ De stroom is langdurig uitgevallen. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
| Functie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect. | Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
| Fout | Bevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven. Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven. Foutcode(s) noteren. Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing) Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren. | |
| Stroomuitval | Het bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
* afhankelijk van model en uitvoering 35
Pagina 36
Uitrusting
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| WLAN-fout | WLAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| WWW-fout WLAN | Het bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| LAN-fout | LAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding en de netwerkkabel. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| WWW-fout LAN | Dit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
7.3.2 Herinneringen
Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen. Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Onderhoudsherinnering | De melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.12 Herinnering onderhoudsinterval ) . |
| Opnameherinnering | De melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. De oudste gegevens worden overschreven. Aanwijzing De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.5 Temperatuurregistratie ) . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
8 Uitrusting
8.1 Veiligheidsslot
Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.
8.1.1 Apparaat vergrendelen
Vriesgedeelte afsluiten.
- Sleutel erin duwen.
- Sleutel 45° rechtsom draaien. ▷ Het vriesgedeelte is afgesloten.
Vries- en koelgedeelte afsluiten.
- Sleutel erin duwen.
- Sleutel 90° rechtsom draaien.
36 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 37
▷ Het vries- en koelgedeelte is afgesloten.
8.1.2 Apparaat opensluiten
Koelgedeelte opensluiten.
- Sleutel erin duwen.
- Sleutel 45° linksom draaien.
▷ Het koelgedeelte is opengesloten.
Vries- en koelgedeelte opensluiten.
- Sleutel erin duwen.
- Sleutel 90° linksom draaien.
▷ Het vries- en koelgedeelte is open.
9 Onderhoud
9.1 Apparaat ontdooien
WAARSCHUWING
Apparaat op de verkeerde manier ontdooid!
Verwondingen en beschadigingen.
- Om het ontdooiproces te versnellen, geen mechanische hulpmiddelen of andere middelen gebruiken die niet door de fabrikant worden aanbevolen.
- Gebruik voor het ontdooien geen elektrische verwarmings- of stoomreinigingsapparaten, open vuur of ontdooisprays.
- IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen.
Het ontdooien gebeurt automatisch. Het dooiwater wordt via de afvoeropening afgevoerd en verdampt.
Om de functionaliteit van het apparaat te behouden, raden we aan het te ontdooien als er veel ijsvorming is. Voor ijsvorming in de binnenruimte zijn de plaats van opstelling (bijv. een hoge luchtvochtigheid), instellingen op het apparaat en verkeerd gebruikersgedrag bepalend.
Als de automatische ontdooicyclus niet voldoende is:
- Automatisch ontdooien handmatig starten. (zie 7.2.21 Ontdooien )
Als het probleem blijft bestaan, moet het apparaat handmatig worden ontdooid:
- Apparaat uitschakelen. (zie 7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen )
- Netstekker loskoppelen.
- Koelgoed verplaatsen.
- Apparaatdeur tijdens ontdooien open laten.
- Resterend condenswater met een doek opnemen, afvoeropening en het apparaat reinigen.
9.2 Apparaat reinigen
9.2.1 Voorbereiden
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
- De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.
- Apparaat leegmaken.
Onderhoud
- Netstekker eruit halen.
- Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen.
9.2.2 Behuizing reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.
- Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Beschadigingsgevaar door kortsluiting!
- Bij het reinigen van het apparaat voorkomen dat reinigingswater in de elektrische componenten dringt.
- Behuizing met een zachte, schone doek schoonvegen. Bij sterke vervuiling lauwwarm water met neutraal reinigingsmiddel gebruiken. Glazen oppervlakken kunnen ook met een glasreinigingsmiddel worden gereinigd.
- Condensorspiraal jaarlijks reinigen. Als de condensorspiraal niet wordt gereinigd, leidt dit tot een aanzienlijke reductie van de efficiëntie van het apparaat.
9.2.3 Ventilatorafdekking reinigen
LET OP
Beschadigingsgevaar door kortsluiting!
- Bij het reinigen van het apparaat voorkomen dat reinigingswater in de elektrische componenten dringt.
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
Fig. 172
* afhankelijk van model en uitvoering 37
Pagina 38
Klantenhulp
- Ventilatorafdekkingen voorzichtig aan de zijkant eruit halen Fig. 172 (1) en naar de voorkant toe verwijderen Fig. 172 (2).
- Ventilatieopeningen van de ventilatorafdekkingen onder stromend water doorspoelen. Bij sterke vervuiling: lauwwarm water met neutraal reinigingsmiddel gebruiken.
- Ventilatorafdekkingen volledig in de lucht laten drogen.
- Ventilatorafdekkingen weer in het apparaat plaatsen.
9.2.4 Binnenruimte reinigen
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.
- Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
Aanwijzing
- Condensafvoer (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht) : Afzettingen met een dun hulpmiddel (bijvoorbeeld wattenstaafjes) verwijderen.
Aanwijzing
Typeplaatje aan binnenzijde van apparaat niet beschadigen of verwijderen. Typeplaatje is belangrijk voor de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)
- Deur openen.
- Apparaat leegmaken.
- Binnenruimte en uitrustingsdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel reinigen. Geen zand- of zuurhoudende reinigingsmiddelen en geen chemische oplosmiddelen gebruiken.
9.2.5 Na het reinigen
- Apparaat en uitrustingsdelen droogwrijven.
- Apparaat aansluiten en inschakelen.
Als de temperatuur voldoende koud is:
- Koelgoed erin leggen.
- Reiniging regelmatig herhalen.
- Koelmachine met warmtewisselaar een keer per jaar reinigen en ontstoffen.
10 Klantenhulp
10.1 Technische gegevens
| Temperatuurbereik | |
|---|---|
| Koelen | +1 °C tot +15 °C |
| Vriezen | -9 °C tot -26 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
| Maximale belading per steunvlak A) | |||
|---|---|---|---|
| Apparaatbreedte | 550 mm | 600 mm | 750 mm |
| Oplegroosters | -- | 45 kg | 60 kg |
| Glasplaat | 40 kg | 40 kg | 40 kg |
| Schuiflade (vriesapparatuur) | 15 kg | 15 kg | 15 kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
A) Bij zware belading kunnen de steunen iets doorbuigen.
| Netto-inhoud | |
|---|---|
| Zie de nuttige inhoud op het typeplaatje. (zie 2.2 en uitrustingsoverzicht) | Apparaat- |
| Verlichting | |
| Energie-efficiëntieklasse A) | Lichtbron |
| Dit product bevat een of meerdere lichtbronnen van energie-efficiëntieklasse F | Led |
| A) Dit product kan lichtbronnen met verschillende | energie- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
efficiëntieklassen bevatten. De laagste energie-efficiëntieklasse is aangegeven.
| Specificatie WLAN-frequentie | |
|---|---|
| Frequentieband | 2,4 GHz |
| Maximum uitgestraald vermogen | <100 mW |
| Beoogd gebruik van de radioapparatuur | Integratie in het plaatselijke WLAN-netwerk voor gegevenscommunicatie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
10.2 Technische storing
Uw apparaat is zodanig geconstrueerd en gemaakt dat functieveiligheid en lange levensduur gegarandeerd zijn. Als er tijdens de werking een storing optreedt, controleer dan of de storing werd veroorzaakt door een bedieningsfout. In dat geval moeten ook de tijdens de garantieperiode gemaakte kosten aan u worden doorberekend.
De volgende storingen kunt u zelf verhelpen.
10.2.1 Apparaatfunctie
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | → Het apparaat is niet ingeschakeld. | ► Apparaat inschakelen. |
| → De netstekker steekt niet correct in het stopcontact. | ► Netstekker controleren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
38 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 39
Buiten bedrijf stellen
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| De zekering van het stopcontact is niet in orde. | ► Zekering controleren. | ||
| Stroomuitval | ► Apparaat gesloten houden. ► Levensmiddelen beschermen: Koelaccu’s boven op levensmiddelen leggen of een decentrale vrieskast gebruiken, als de stroomuitval langer duurt. ► Ontdooide levensmiddelen niet weer bevriezen. | ||
| De koelapparaatbus steekt niet correct in het apparaat. | ► Koelapparaatbus controleren. | ||
| Temperatuur is te laag. | De apparaatdeur is niet correct aangesloten. | ► Apparaatdeur sluiten. | |
| De be- en ontluchting is onvoldoende. | ► Ventilatieroosters vrijmaken en reinigen. | ||
| De omgevingstemperatuur is te hoog. | ► Let op de juiste omgevingsvoorwaarden: | ||
| Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. | ► Afwachten of de noodzakelijke temperatuur vanzelf weer wordt ingesteld. Als dit niet gebeurt, dan contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | ||
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | ► Temperatuur lager instellen en na 24 uur controleren. | ||
| Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis, verwarming etc.). | ► Opstelplaats van het apparaat of de warmtebron veranderen. | ||
| Rijpvorming op het behuizingsframe en/of aan de binnenzijde van de deur. | Deurafdichting is beschadigd. | ► Deurafdichting vervangen. | |
| U heeft de temperatuur te koud ingesteld of u heeft de deur te weinig geopend. | ► Apparaatfunctie is niet beïnvloed, rijpvorming met een doek verwijderen. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
10.3 Klantenservice
Controleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen . Als dit niet het geval is, contact met de klantenservice opnemen.
U vindt het adres in de bijgevoegde brochure „Liebherr Service” of op home.liebherr.com/service.
WAARSCHUWING
Ondeskundige reparatie!
Verwondingen.
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 9 Onderhoud) , uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren.
- Beschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, de klantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoon laten vervangen.
- Bij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook de klant zelf de vervanging uitvoeren.
10.3.1 Contact met de klantenservice opnemen
Zorg ervoor dat u de volgende apparaatinformatie beschikbaar hebt:
❑Apparaataanduiding (model en index) ❑Servicenr. (Service) ❑Serienr. (S-Nr.)
- Apparaatinformatie via het display oproepen (zie 7.2.18 Apparaatinformatie ) .
-of-
- Apparaatinformatie van het typeplaatje aflezen. (zie 10.4 Typeplaatje)
- Apparaatinformatie noteren.
- Klantenservice informeren: Fout en apparaatinformatie mededelen.
▷ Zo is een snelle en doelgerichte service mogelijk.
- Verdere instructies van de klantenservice opvolgen.
10.4 Typeplaatje
Het typeplaatje bevindt zich aan de binnenkant van het apparaat. Zie apparaatoverzicht.
Fig. 173
- (1) Apparaataanduiding
- (2) Service-nr.
- (3) Serie-nr.
11 Buiten bedrijf stellen
- Apparaat leegmaken.
- Apparaat uitschakelen.
- Trek de netstekker uit het stopcontact.
* afhankelijk van model en uitvoering 39
Pagina 40
Afvalverwijdering
| ► Verwijder indien nodig de koelapparaatbus: Trek de koelapparaatbus uit de apparaatstekker en beweeg tegelijkertijd naar links en rechts. ► Apparaat reinigen. (zie 9.2 Apparaat reinigen) ► Indien beschikbaar: Verwijder afdekkingen en isolatie van de sensordoorvoer om schimmelvorming te voorkomen. ► Deur open laten, zodat geen slechte geur kan ontstaan. | |
| WAARSCHUWING Brandgevaar door lekkend koelmiddel en olie! Het koelmiddel is milieuvriendelijk maar brandbaar. De olie is ook brandbaar. Uittredend koelmiddel en olie kunnen in hoge concentraties en bij contact met een externe warmtebron ontbranden. ► Leidingen van het koelmiddelcircuit en de compressor niet beschadigen. | |
| Aanwijzing Beschadiging van het apparaat en storingen! ► Na de buitenbedrijfstelling mag het apparaat alleen worden gebruikt bij een toelaatbare kamertemperatuur tussen -10 °C en +50 °C opslaan. | |
| ► Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen. | |
| 12 Afvalverwijdering | ► Voer het apparaten af zonder het te beschadigen. ► Voer batterijen, lampen en het apparaat af zoals hierboven beschreven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
12.1 Apparaat op afvoer voorbereiden
Liebherr maakt bij sommige apparaten gebruik van batterijen. In de EU is het nu voor de consument wettelijk verplicht deze batterijen voor de afvoer van apparaten te verwijderen. Als uw apparaat batterijen bevat, wordt dit op het apparaat aangegeven.
Lampen
Als u lampen zelfstandig en zonder kapot te maken kunt verwijderen, verwijder deze dan eveneens voor het voeren.
- Apparaat buiten bedrijf stellen.
- Indien mogelijk: verwijder lampen zonder deze kapot te maken.
13 Aanvullende informatie
Meer informatie over garantiebepalingen vindt u in de meegeleverde servicebrochure of op internet op https:// home.liebherr.com.
12.2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren
Het apparaat bevat waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde, huishoudelijke afval worden afgevoerd.
Voer batterijen gescheiden van het apparaat af. Batterijen kunnen gratis worden ingeleverd bij de winkel en bij andere inleverpunten zoals het gemeentelijk depot en de chemokar.
Lampen
Voor Duitsland:
Lever gedemonteerde lampen in bij een daarvoor bestemd inleverpunt.
U kunt het apparaat gratis inleveren bij de milieustraat. Bij de aankoop van een nieuwe koelkast of vriezer en een verkoopoppervlak > 400 m² neemt de dealer het oude apparaat ook gratis terug.
40 * afhankelijk van model en uitvoering