naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr FFPSvg 6501, tekst van de handleiding

Pagina's 23–33 van 34 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 4–22

Pagina 23

Bediening

Temperatuureenheid instellen
Fig. 85
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet: home.liebherr.com
► ▷Fig. Fig. 86 86 Voorbeeldweergave: Voorbeeldweergave: Tussen Tussen Celsius Celsius en en graden graden Fahrenheit schakelen.
Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Temperatuureenheid is ingesteld.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

7.2.12 Display-helderheid

Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.

U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)

Helderheid instellen

Fig. 87

Fig. 88 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.

▷ Helderheid is ingesteld.

Fig. 89

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑SmartModule Fig. 89 (1) is geplaatst.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.

Fig. 90

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 91

7.2.13 WLAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

* afhankelijk van model en uitvoering 23

Pagina 24

Bediening

Fig. 92

Fig. 93

▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 94

Fig. 95

Verbinding resetten

Fig. 96

Fig. 97

▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.

7.2.14 LAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Aanwijzing

Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:

home.liebherr.com

Fig. 98

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 98 (1) is geplaatst.

24 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 25

❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.

Fig. 99

Op het koel- of vriesapparaat:

Bediening

7.2.15 Apparaatinformatie

Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)

Apparaatinformatie weergeven

Fig. 104

Fig. 100

Fig. 101

▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 102

Fig. 103

Fig. 105

7.2.16 Bedrijfsuren

Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.

Bedrijfsuren weergeven

Fig. 106

Fig. 107 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.

7.2.17 Software

Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.

Softwareversie weergeven

Fig. 108

Fig. 109

* afhankelijk van model en uitvoering 25

Pagina 26

Bediening

7.2.18 Ontdooien

Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.

Toepassing:

- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart.

Automatisch ontdooien handmatig starten

Fig. 110

Fig. 111

▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf.

Aanwijzing

Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.1 Apparaat ontdooien)

Handmatig gestarte ontdooiing annuleren

Fig. 112

Fig. 113

▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.

7.2.19 Deuralarm

Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.

U kunt de volgende waarden instellen:

- 15 seconden

- 30 seconden - 60 seconden - 90 seconden - 120 seconden - 150 seconden - 180 seconden - Uit

Deuralarm instellen

Fig. 114

Fig. 116 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.

▷ Deuralarm is ingesteld.

Deuralarm deactiveren

Fig. 117

Fig. 118

7.2.20 Lichtalarm

Met deze instelling kunnen de visuele alarmmeldingen op het display extra worden geaccentueerd door knipperende apparaatverlichting.

Lichtalarm activeren

Fig. 119

26 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 27

Fig. 120

Lichtalarm deactiveren

Fig. 121

Fig. 122

7.2.21 Demomodus

De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.

Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.

Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.22 Resetten naar fabrieksinstellingen )

Demomodus activeren

Fig. 123

Fig. 124

▷ Demomodus is geactiveerd.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

Bediening

Demomodus deactiveren

Fig. 125

Fig. 126

▷ Demomodus is gedeactiveerd.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

7.2.22 Resetten naar fabrieksinstellingen

Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.

Reset uitvoeren

Fig. 127

Fig. 128

▷ Apparaat wordt gereset.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

7.3 Meldingen

7.3.1 Waarschuwingen

Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.

* afhankelijk van model en uitvoering 27

Pagina 28

Bediening

MeldingOorzaakOplossing
Deur openDe melding verschijnt, als de deur te lang geopend is.Deur sluiten.
Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
Aanwijzing
De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.19 Deuralarm ) .
TemperatuuralarmDe melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn:
⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd.
⁃ De stroom is langdurig uitgevallen.
Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten.
Functie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect.Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

FoutBevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of
Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven.
Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven.
Foutcode(s) noteren.
Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing)
Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren.
StroomuitvalHet bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert.Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven.
Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

28 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 29

Uitrusting

MeldingOorzaakOplossing
WLAN-foutWLAN-verbinding is onderbroken.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
WWW-fout WLANHet bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
LAN-foutLAN-verbinding is onderbroken.Controleer de verbinding en de netwerkkabel.
Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
WWW-fout LANDit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

7.3.2 Herinneringen

Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen.

Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.

MeldingOorzaakOplossing
OnderhoudsherinneringDe melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen.Bevestigingsknop indrukken.
Alarm wordt beëindigd.
Aanwijzing
Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.9 Herinnering onderhoudsinterval ) .
OpnameherinneringDe melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is.Bevestigingsknop indrukken.
Alarm wordt beëindigd.
De oudste gegevens worden overschreven.
Aanwijzing
De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.4 Temperatuurregistratie ) .

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

8 Uitrusting 8.1.1 Apparaat vergrendelen

8.1 Veiligheidsslot

Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.

Fig. 129 Voorbeeld

* afhankelijk van model en uitvoering 29

Pagina 30

Onderhoud

8.1.2 Apparaat opensluiten

Fig. 130 Voorbeeld

9 Onderhoud

9.1 Apparaat ontdooien

WAARSCHUWING

Apparaat op de verkeerde manier ontdooid!

Verwondingen en beschadigingen.

Om de functionaliteit van het apparaat te behouden, raden we aan het te ontdooien als er veel ijsvorming is. Voor ijsvorming in de binnenruimte zijn de plaats van opstelling (bijv. een hoge luchtvochtigheid), instellingen op het apparaat en verkeerd gebruikersgedrag bepalend.

Als de automatische ontdooicyclus niet voldoende is:

Als het probleem blijft bestaan, moet het apparaat handmatig worden ontdooid:

WAARSCHUWING

Brandgevaar!

9.2.2 Behuizing reinigen

LET OP

Ondeskundige reiniging!

Beschadigingen aan het apparaat.

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.

LET OP

Beschadigingsgevaar door kortsluiting!

9.2.3 Stoffilter reinigen

Het stoffilter bevindt zich aan de bovenzijde van het apparaat. Het stoffilter minstens twee keer per jaar reinigen.

9.2 Apparaat reinigen

9.2.1 Voorbereiden

WAARSCHUWING

Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!

Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.

Fig. 131

30 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 31

Klantenhulp

9.2.4 Binnenruimte reinigen

WAARSCHUWING

Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!

Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.

LET OP

Ondeskundige reiniging!

Beschadigingen aan het apparaat.

Aanwijzing

Typeplaatje aan binnenzijde van apparaat niet beschadigen of verwijderen. Typeplaatje is belangrijk voor de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)

9.2.5 Na het reinigen

Als de temperatuur voldoende koud is:

Maximale belading oplegrooster A)Maximale belading tussenrooster A) (zie 5.2 Uitrusting aanbrengen)
60 kg10 kg

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

A) Bij zware belading kunnen de steunen iets doorbuigen.

Netto-inhoud
Zie de nuttige inhoud op het typeplaatje. (zie 2.2 en uitrustingsoverzicht)Apparaat-
Verlichting
Energie-efficiëntieklasse A)Lichtbron
Dit product bevat een of meerdere lichtbronnen van energie-efficiëntieklasse GLed
A) Dit product kan lichtbronnen met verschillendeenergie-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

efficiëntieklassen bevatten. De laagste energie-efficiëntieklasse is aangegeven.

Specificatie WLAN-frequentie
Frequentieband2,4 GHz
Maximum uitgestraald vermogen<100 mW
Beoogd gebruik van de radioapparatuurIntegratie in het plaatselijke WLAN-netwerk voor gegevenscommunicatie

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

10.2 Technische storing

Uw apparaat is zodanig geconstrueerd en gemaakt dat functieveiligheid en lange levensduur gegarandeerd zijn. Als er tijdens de werking een storing optreedt, controleer dan of de storing werd veroorzaakt door een bedieningsfout. In dat geval moeten ook de tijdens de garantieperiode gemaakte kosten aan u worden doorberekend.

De volgende storingen kunt u zelf verhelpen.

10.2.1 Apparaatfunctie

10 Klantenhulp

10.1 Technische gegevens

Temperatuurbereik

Vriezen -9 °C tot -26 °C

ProbleemOorzaakOplossing
Het apparaat werkt niet.→Het apparaat is niet ingeschakeld.► Apparaat inschakelen.
→De netstekker steekt niet correct in het stopcontact.► Netstekker controleren.
→De zekering van het stopcontact is niet in orde.► Zekering controleren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

* afhankelijk van model en uitvoering 31

Pagina 32

Buiten bedrijf stellen

ProbleemOorzaakOplossing
Stroomuitval► Apparaat gesloten houden.
► Levensmiddelen beschermen: Koelaccu’s boven op levensmiddelen leggen of een decentrale vrieskast gebruiken, als de stroomuitval langer duurt.
► Ontdooide levensmiddelen niet weer bevriezen.
De koelapparaatbus steekt niet correct in het apparaat.► Koelapparaatbus controleren.
Temperatuur is te laag.De apparaatdeur is niet correct aangesloten.► Apparaatdeur sluiten.
De be- en ontluchting is onvoldoende.► Ventilatieroosters vrijmaken en reinigen.
De omgevingstemperatuur is te hoog.► Let op de juiste omgevingsvoorwaarden:
Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.► Afwachten of de noodzakelijke temperatuur vanzelf weer wordt ingesteld. Als dit niet gebeurt, dan contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)
De temperatuur is verkeerd ingesteld.► Temperatuur lager instellen en na 24 uur controleren.
Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis, verwarming etc.).► Opstelplaats van het apparaat of de warmtebron veranderen.
Rijpvorming op het behuizingsframe en/of aan de binnenzijde van de deur.Deurafdichting is beschadigd.► Deurafdichting vervangen.
Plug in de uitvoeropening is niet of onjuist gemonteerd.► Plug juist monteren. (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht)
U heeft de temperatuur te koud ingesteld of u heeft de deur te weinig geopend.► Apparaatfunctie is niet beïnvloed, rijpvorming met een doek verwijderen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

10.3 Klantenservice

Controleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen . Als dit niet het geval is, contact met de klantenservice opnemen.

U vindt het adres in de bijgevoegde brochure „Liebherr Service” of op home.liebherr.com/service.

WAARSCHUWING

Ondeskundige reparatie!

Verwondingen.

10.3.1 Contact met de klantenservice opnemen

Zorg ervoor dat u de volgende apparaatinformatie beschikbaar hebt:

❑Apparaataanduiding (model en index) ❑Servicenr. (Service) ❑Serienr. (S-Nr.)

-of-

▷ Zo is een snelle en doelgerichte service mogelijk.

10.4 Typeplaatje

Het typeplaatje bevindt zich aan de binnenkant van het apparaat. Zie apparaatoverzicht.

Fig. 132

11 Buiten bedrijf stellen

32 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 33

Afvalverwijdering

► Verwijder indien nodig de koelapparaatbus: Trek de koelapparaatbus uit de apparaatstekker en beweeg tegelijkertijd naar links en rechts.
► Apparaat reinigen. (zie 9.2 Apparaat reinigen)
► Indien beschikbaar: Verwijder afdekkingen en isolatie van de sensordoorvoer om schimmelvorming te voorkomen.
► Deur open laten, zodat geen slechte geur kan ontstaan.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door lekkend koelmiddel en olie!
Het koelmiddel is milieuvriendelijk maar brandbaar. De olie is ook brandbaar. Uittredend koelmiddel en olie kunnen in hoge concentraties en bij contact met een externe warmtebron ontbranden.
► Leidingen van het koelmiddelcircuit en de compressor niet beschadigen.
Aanwijzing
Beschadiging van het apparaat en storingen!
► Na de buitenbedrijfstelling mag het apparaat alleen worden gebruikt bij een toelaatbare kamertemperatuur tussen -10 °C en +50 °C opslaan.
► Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen.
12 Afvalverwijdering► Voer het apparaten af zonder het te beschadigen.
► Voer batterijen, lampen en het apparaat af zoals hierboven beschreven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

12.1 Apparaat op afvoer voorbereiden

Liebherr maakt bij sommige apparaten gebruik van batterijen. In de EU is het nu voor de consument wettelijk verplicht deze batterijen voor de afvoer van apparaten te verwijderen. Als uw apparaat batterijen bevat, wordt dit op het apparaat aangegeven.

Lampen

Als u lampen zelfstandig en zonder kapot te maken kunt verwijderen, verwijder deze dan eveneens voor het voeren.

13 Aanvullende informatie

Meer informatie over garantiebepalingen vindt u in de meegeleverde servicebrochure of op internet op https:// home.liebherr.com.

12.2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren

Het apparaat bevat waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde, huishoudelijke afval worden afgevoerd.

Voer batterijen gescheiden van het apparaat af. Batterijen kunnen gratis worden ingeleverd bij de winkel en bij andere inleverpunten zoals het gemeentelijk depot en de chemokar.

Lampen

Voor Duitsland:

Lever gedemonteerde lampen in bij een daarvoor bestemd inleverpunt.

U kunt het apparaat gratis inleveren bij de milieustraat. Bij de aankoop van een nieuwe koelkast of vriezer en een verkoopoppervlak > 400 m² neemt de dealer het oude apparaat ook gratis terug.

* afhankelijk van model en uitvoering 33

← pagina's 4–22Inhoud