naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr ICBNc 5623, tekst van de handleiding

Pagina's 8–25 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–7verder op pagina 26 →

Pagina 8

Opstellen en aansluiten

ICN 56.. / IC(B)N..(i) 56.. / IRB..(i).56..
F (mm)1940 tot 1950
G (mm)560 tot 570
H (mm)min. 550, aanbevolen 560
J (mm)min. 500
L (mm)max. 19

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

Het opgegeven energieverbruik is berekend met een keukenblokdiepte van 560 mm bepaald. Het apparaat is geschikt voor een keukenblokdiepte van 550 mm volledig functioneel, maar heeft een iets hoger energieverbruik.

3.3 Ventilatievereisten

LET OP

Afgedekte ventilatieopeningen!

Beschadigingen. Het apparaat kan oververhit raken, wat de levensduur van diverse onderdelen van het toestel kan verminderen en kan leiden tot functiebeperkingen.

De ontluchtingsopeningen per se in acht nemen:

- De diepte van de ontluchtingsschacht aan de meubelachterwand moet min. 38 mm bedragen.

- Voor de ventilatieopeningen in de meubelpoot en ombouw boven zijn min. 200 cm² vereist.

- In principe geldt: hoe groter de ontluchtingsdiameter hoe zuiniger het apparaat werkt.

Voor een goede werking van het apparaat is een toereikende ventilatie vereist. De in de fabriek aangebrachte ventilatieroosters zorgen voor een effectieve ventilatieopening op het apparaat van 200 cm². Als u het ventilatierooster door een afdekplaat vervangt, moet deze minstens een even grote of grotere ventilatieopening dan het ventilatierooster van de fabrikant hebben.

3.4 Meubelfrontgewichten

LET OP

Gevaar voor beschadiging door zware meubeldeur!

Als de meubeldeur te zwaar is, kunnen beschadigingen van de scharnieren en daaruit ontstane functiebeperkingen niet worden uitgesloten.

Nishoogte ( mm)Maximaal gewicht van de meubeldeur ( kg)
Deur koeldeelDeur vriesdeel
19401812

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

Combinaties 600 mm breedte

3.5 Apparaat transporteren

3.5.1 Apparaat vervoeren voor de eerste inbedrijfstelling

Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑Het apparaat is verpakt. ❑Het apparaat staat rechtop.

3.5.2 Apparaat na eerste inbedrijfstelling transporteren

Neem de volgende aanwijzingen in acht als u het apparaat na de eerste inbedrijfstelling opnieuw wilt vervoeren of verplaatsen.

Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑Het apparaat is leeg.

❑Het apparaat staat rechtop.

❑Apparaat met deur(en): De deur is beveiligd tegen ongewenst openen.

❑Apparaat met uittrekwagen: De uittrekwagen is beveiligd tegen ongewenst openen.

❑Apparaat is gedemonteerd.

3.6 Apparaat uitpakken

Bij schade aan het apparaat onmiddellijk vóór het aansluiten contact met de leverancier opnemen.

3.7 Verklaring van gebruikte symbolen

Er bestaat gevaar voor letsel bij het uitvoeren van deze stap! Neem de veiligheidsaanwijzingen in acht!

De handleiding is geldig voor verschillende modellen. Voer deze stap alleen uit als deze op uw apparaat van toepassing is.

Zie voor de montage de gedetailleerde beschrijving in het tekstgedeelte van de handleiding.

Dit hoofdstuk is van toepassing op een ééndeurs- of een tweedeursapparaat.

Kies tussen de alternatieven: Apparaat met deuraanslag rechts of apparaat met deuraanslag links.

8 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 9

Opstellen en aansluiten

Vereiste montagestap voor IceMaker en / of InfinitySpring.Hulpmiddel voor montage: Schroevendraaier
De schroeven alleen iets losdraaien of iets vastzetten.Hulpmiddel voor montage: Schaar
Draai de schroeven stevig vast.Hulpmiddel voor montage: Markeerstift, uitwisbaar
Controleer of de volgende stap voor uw model van toepassing is.Accessoires: Onderdelen uitnemen
Controleer of de gebruikte onderdelen correct gemonteerd / goed vastzitten.Gooi onderdelen die niet meer nodig zijn op de juiste manier weg.
Meet de opgegeven afmetingen en

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

corrigeer indien nodig. 3.8 Deurscharniering veranderen

Gereedschap voor montage: Duimstok

Gereedschap voor montage: Accuschroevendraaier en inzetstuk

Voor een betere toegang tot de schroeven wordt een lang bit-inzetstuk aanbevolen.

Gereedschap voor montage: Waterpas

Gereedschap voor montage: Steeksleutel met SW 7 en SW 10

Voor deze stap zijn twee personen nodig.

De werkstap vindt plaats op het gemarkeerde punt op het apparaat.

Hulpmiddel voor montage: Touw

Hulpmiddel voor montage: Hoekmeter

Gereedschap

Fig. 5

LET OP

Onder stroom staande onderdelen!

Beschadiging van elektrische onderdelen.

Fig. 6

Aanwijzing

Indien de sluitdemper zich net boven de vloer bevindt, kunt u de kogelpen uitsluitend bij een gedemonteerde deur demonteren.

* afhankelijk van model en uitvoering 9

Pagina 10

Opstellen en aansluiten

Fig. 7

Aanwijzing

Bij het verwijderen van de afdekkingen erop letten, dat de oppervlakken niet beschadigd raken.

Fig. 8

Fig. 9 *

Fig. 10

Fig. 11

Fig. 12

10 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 11

Fig. 13

Opstellen en aansluiten

Fig. 17

3.9 Apparaat plaatsen

Fig. 14

Fig. 15 *

VOORZICHTIG

Gevaar voor letsel door zwaar apparaat!

WAARSCHUWING

Verwondings- en beschadigingsgevaar door instabiele stand van het apparaat!

Apparaat kan kantelen.

WAARSCHUWING

Gevaar voor brand en beschadiging!

Laat het apparaat bij voorkeur door een vakman in het keukenmeubel inbouwen.

Het apparaat niet zonder hulp plaatsen.

3.9.1 Na het plaatsen

*

3.10 Meerdere apparaten opstellen

De apparaten zijn voor verschillende opstellingswijzen ontwikkeld. Als u meerdere apparaten naast elkaar of boven elkaar wilt plaatsen, garanderen dat er aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Fig. 16

* afhankelijk van model en uitvoering 11

Pagina 12

Opstellen en aansluiten

❑Uitsluitend apparaten naast of boven elkaar opstellen, die daarvoor ontwikkeld zijn.

❑Aanwijzingen en de volgende tabellen in acht nemen.

LET OP

Gevaar voor beschadiging door condenswater!

LET OP

Beschadigingsgevaar door condenswater!

ModelOpstellingswijze
alle modellenafzonderlijk
Modellen waarvan de modelaanduiding met S... begint.Side-by-Side (SBS)
Modellen tot een maximale nishoogte van 880 mm en met verwarmd plafond kunnen „boven elkaar” worden opgesteld. Bovenste apparaat: tot maximale nishoogte 140 mmBoven elkaar

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Modellen en hun opstellingswijze

Fig. 18

Elk apparaat in een aparte meubelnis inbouwen.

Fig. 19

Bijgevoegde montageonderdelen

3.11 Afvalverwerking van de verpakking

WAARSCHUWING

Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!

De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:

- Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*

3.12 Apparaat in uitsparing inbouwen

Gereedschap

Fig. 20

Fig. 21

12 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 13

Opstellen en aansluiten

Fig. 22

Fig. 23

Fig. 24

LET OP

Correcte inbouwdiepte van het apparaat.

Fig. 25

Fig. 26 *

Fig. 27

* afhankelijk van model en uitvoering 13

Pagina 14

Opstellen en aansluiten

Fig. 28 *

Fig. 32

Fig. 29

Fig. 33

Fig. 30 *

Fig. 34

Fig. 35

Fig. 31

14 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 15

Opstellen en aansluiten

WAARSCHUWING

Brandgevaar door kortsluiting!

Fig. 36

Fig. 37

Fig. 38 *

Aanwijzing

Bij 16 mm dikke meubelzijwanden zitten de afstandhouders aan de scharnierzijde van de meubelnis.

Fig. 39 *

Fig. 40

Fig. 41

Fig. 42

* afhankelijk van model en uitvoering 15

Pagina 16

Opstellen en aansluiten

Fig. 43

Fig. 47

U moet vanaf een nishoogte van 1400 mm de nivelleerrail onder het apparaat inbouwen. De nivelleerrail vermindert het geluidsniveau. Twee nivelleerrails en een montagegreep zijn vanaf nishoogte 1400 mm standaard meegeleverd.

Fig. 44

Fig. 48

Fig. 45

Fig. 49

Fig. 46 *

Vanaf nishoogte 1400 mm nivelleerrail inbouwen:

Fig. 50 *

16 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 17: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 18

Opstellen en aansluiten

Fig. 59 *

Fig. 60

Meubelfronten die dikker dan 19 mm zijn:

Fig. 61 *

Montage van de bevestigingshoek aan de meubeldeur:

Montage van de bevestigingshoek aan de meubeldeur:

Montage van de bevestigingshoek aan de meubeldeur:

Fig. 62

Meubeldeur in Z-richting uitlijnen:

Fig. 63 *

Fig. 64

Fig. 65

18 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 19

Om ervoor te zorgen dat het apparaat correct ingebouwd is en geen ijsvorming, condensvorming en storingen optreden, gelden de volgende criteria:

- De deur moet correct sluiten.

- De meubeldeur mag de behuizing van het meubel niet raken.

- De afdichting aan greepzijde bovenhoek moet optimaal afdichten.

3.12 Meubelfronten

3.13 Maten

Afhankelijk van de apparaatvariant heeft u één of twee meubeldeuren nodig. De maat van de meubeldeur(en) is afhankelijk van de maat van de nis en de dikte van de meubelbehuizing.

Aanwijzing

Neem de betreffende afmetingen van het apparaat en de nis en de installatieschema's in acht.

Algemene specificaties:

- Neem onze apparaatspecifieke aanbevelingen voor afmetingen en gewicht voor vaste deurmontage in acht. - De dikte van de meubelbehuizing moet minstens 16 mm en maximaal 19 mm bedragen.

- Neem voor een meubeldeurmontage met twee deuren de positie van de naad in acht.

Opstellen en aansluiten

Verdere meubeldeur erboven, eronder of ernaast:

- Verticale spleetmaat tussen meubeldeuren moet 4 mm bedragen.

- Horizontale spleetmaat tussen meubeldeuren moet 4 mm bedragen. Controleer hier de botsingseigenschappen (zie 3.15 Spleetmaat zonder botsing instellen) .

Gewicht en scharnieren:

3.14 Meubelfront(en) monteren

Bij de inbouw in acht nemen:

- Het meubelfront moet symmetrisch ten opzichte van de apparaatdeur zijn ingebouwd.

- Aangrenzend meubelfront ligt op exact hetzelfde niveau. - Aangrenzend meubelfront heeft dezelfde randradius als het apparaatfront.

- Meubelfront is vlak en vrij van spanningen.

- Meubelfront heeft een minimale diepte-instelling van ca. 2 mm ten opzichte van de behuizing.

3.15 Spleetmaat zonder botsing instellen

Fig. 66 Positie naad meubelfront met twee deuren

Nishoogte 194 met 3 schuiflades
Apparaathoogte (A) ( mm)1938
Afstand (B) ( mm)15
Voegpositie (C) vaste deur ( mm)695 + 15

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Nadat de meubelfronten zijn gemonteerd, moet worden gecontroleerd of de meubelfronten niet botsen.

* afhankelijk van model en uitvoering 19

Pagina 20

Opstellen en aansluiten

Fig. 67

Fig. 68 Tabel grensbereik spleetmaat*

Gmin = onderste grensbereik van de spleetmaat in mm*

Gmax = bovenste grensbereik van de spleetmaat in mm*

Aanwijzing

Bij correcties altijd opletten dat het meubelfront wordt aangepast aan de algemene optische indruk van het front.

Botsingseigenschappen controleren en indien nodig corrigeren:

SpleetmaatBeschrijving
S > GmaxAls de spleetmaat groter is dan de beide grenswaarden, is geen correctie vereist.
S < GminAls de spleetmaat onder de grenswaarden ligt, moet de spleetmaat worden vergroot. Een andere mogelijkheid is het vergroten van de randradius.
Gmin ≤ S ≤ GmaxAls de spleetmaat tussen beide grenswaarden ligt, moet nauwkeurig te werk worden gegaan. In dit geval kan snel een botsing optreden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

3.16 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten

WAARSCHUWING

Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer!

Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat.

U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding.

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

LET OP

Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik! Beschadiging van de elektrische componenten van het apparaat.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.

Beschadigingen van het apparaat.

LET OP

Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat.

20 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 21

Werking van het Touch-display

► Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contact‐
SymboolBeschrijving
doos.
▷ Liebherr-logo verschijnt op het display.
▷ Weergave wisselt naar standby-symbool.
▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt.
▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing.
4 Werking van het Touch-display
U bedient uw apparaat met het Touch-display. Met het Touch-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
4.1 Navigatie en verklaring van symbolen
In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven.
Symbool Beschrijving
Op de navigatiepijl vooruit drukken:
In het menu één stap verdergaan.
Op de navigatiepijl achteruit drukken:
Geen actie gedurende 10 seconden
Deur sluiten en weer openen.
Symbool "Instellingsmenu" openen:
Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen.
Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren.
(zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
Symbool "Uitgebreid menu" openen:
Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen.
Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren.
(zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen)
Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
Als u de deur sluit en direct weer opent, springt het display direct terug naar de statusweergave.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met In het menu één stap teruggaan. Engelse begrippen weergegeven.

Meerdere keren achter elkaar op de navigatiepijl drukken: In het menu verdergaan tot de gewenste functie.

Op het bevestigingssymbool drukken:

Functie activeren/deactiveren. Submenu openen.

Tegelijk op het bevestigingssymbool en het terugsymbool drukken:

Eén menuniveau terugspringen.

Pijl met klok:

Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt.

Pijl met tijdweergave: Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt.

4.2 Menu's

De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld.

MenuBeschrijving
HoofdmenuWanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu.
Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu.
InstellingenmenuHet instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat.
(zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
Uitgebreid menuHet uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1.
(zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

* afhankelijk van model en uitvoering 21

Pagina 22

In gebruik nemen

4.2.1 Instellingenmenu openen

Fig. 69 Voorbeeld

▷ Instellingenmenu is geopend.

4.2.2 Uitgebreid menu openen

Fig. 70

Fig. 71 Voorbeeldweergave, toegang met cijfercode 151

▷ Geavanceerd menu is geopend.

4.3 Slaapstand

Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.

4.3.1 Slaapstand beëindigen

5 In gebruik nemen

5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑Apparaat is overeenkomstig de montage-instructies ingebouwd en aangesloten.

❑Alle plakstroken, plak- en beschermfolies alsook de transportbeveiligingen in en op het apparaat zijn verwijderd.

❑Alle reclame-inserts zijn uit de laden verwijderd.

❑Werking van het Touch-display is bekend. (zie 4 Werking van het Touch-display)

Apparaat via het Touch-display inschakelen:

Fig. 72 Voorbeeld ▷ De statusweergave verschijnt.

▷ Apparaat koelt af tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.

▷ Apparaat start in de demomodus (statusweergave met DEMO verschijnt): Als het apparaat in de demomodus start, kunt u de demomodus binnen de volgende 5 minuten deactiveren. (zie Demomodus)

Meer informatie:

- SmartDevice in gebruik nemen. (zie 2.3 SmartDevice) en (zie WLAN)

Aanwijzing

De fabrikant adviseert het volgende:

Aanwijzing

Toebehoren zijn verkrijgbaar in de Liebherr-Hausgeräte-shop op home.liebherr.com/shop/de/deu/zubehor.html.

6 Opslag

6.1 Instructies voor opslag

WAARSCHUWING

Brandgevaar door elektrische apparaten!

Als u elektrische apparaten in het levensmiddelengedeelte van uw apparaat gebruikt, kunnen ze brand veroorzaken.

Aanwijzing

Het energieverbruik stijgt en het koelvermogen neemt af als de ontluchting niet toereikende is.

De volgende bewaarvoorschriften in acht nemen:

22 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 23

- Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.

- Levensmiddelen met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.

- Levensmiddelen overeenkomstig de aanwijzingen op de verpakking bewaren.

- Altijd de op de verpakking vermelde minimale houdbaarheidsdatum in acht nemen.

Aanwijzing

Het niet opvolgen van deze gegevens kan leiden tot bederf van levensmiddelen.

6.2 Koelgedeelte

Door de luchtcirculatie in het apparaat kunnen verschillende temperatuurzones worden ingesteld. U vindt de verschillende temperatuurzones in het apparaat- en uitrustingsoverzicht. (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht)

6.2.1 Levensmiddelen sorteren

6.3 BioFresh

BioFresh verlengt bij sommige verse levensmiddelen de versheid in vergelijking met gebruikelijke koelmethodes.

Aanwijzing

Als de temperatuur onder 0 °C daalt, kunnen levensmiddelen bevriezen.

6.3.1 Fruit & Vegetable-safe

Hier wordt een bewaarklimaat rond 0 °C ingesteld. Het vakdeksel zorgt voor een constante luchtvochtigheid. Dit klimaat is geschikt voor het bewaren van onverpakte levensmiddelen met een hoog vochtgehalte (bijv. sla, groenten, fruit).

De luchtvochtigheid in het vak is afhankelijk van het vochtgehalte van de bewaarde producten en hoe vaak het vak wordt geopend. U kunt de luchtvochtigheid regelen.

Levensmiddelen sorteren

6.3.2 Meat & Dairy-safe

Hier wordt een bewaarklimaat rond 0 °C ingesteld. Dit klimaat is geschikt voor gevoelige levensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, worst).

Levensmiddelen sorteren

6.4 Vriesgedeelte

Hier heerst bij -18 °C een droog, ijskoud klimaat. Een ijskoud klimaat is geschikt voor het bewaren van diepvriesproducten gedurende meerdere maanden, voor het maken van ijsblokjes en voor het invriezen van verse levensmiddelen.

Opslag

6.4.1 Levensmiddelen invriezen

Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen

U kunt binnen 24 uur maximaal zoveel verse levensmiddelen invriezen als op het typeplaatje (zie 11.5 Typeplaatje) onder "Invriescapaciteit ... kg/24h" wordt aangegeven.

Houd u aan de volgende hoeveelheden per verpakking zodat de levensmiddelen snel tot de kern bevriezen:

- Groenten en fruit tot 1 kg - Vlees tot 2,5 kg

Levensmiddelen invriezen met SuperFrost

Afhankelijk van de vrieshoeveelheid kunt u voor het invriezen SuperFrost activeren om lagere vriestemperaturen te verkrijgen. (zie SuperFrost)

Het tijdstip waarop u SuperFrost activeert is afhankelijk van de hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:

Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelenTijdstip voor activering van SuperFrost
Kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelenSuperFrost ongeveer 6 uur vóór het invriezen activeren.
Zodra het apparaat SuperFrost automatisch deactiveert, kunt u het voedsel opnieuw sorteren.
Maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelenSuperFrost ongeveer 24 uur vóór het invriezen activeren.
Zodra het apparaat SuperFrost automatisch deactiveert, kunt u het voedsel opnieuw sorteren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Levensmiddelen sorteren

VOORZICHTIG

Risico van letsel door glasscherven!

Flessen en blikjes dranken kunnen barsten tijdens het invriezen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudende dranken.

► Flessen en blikjes met dranken alleen invriezen als u de BottleTimer-functie in de SmartDevice-app hebt geactiveerd.
Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelenLevensmiddelen sorteren
Kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelenVerpakte levensmiddelen over alle lades verdelen.
Levensmiddelen indien mogelijk achter in de lade tegen de achterzijde leggen.
Maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelenVerpakte levensmiddelen over alle lades verdelen.
Levensmiddelen indien mogelijk achter in de lade tegen de achterzijde leggen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

6.4.2 Levensmiddelen ontdooien

WAARSCHUWING

Gevaar voor voedselvergiftiging!

* afhankelijk van model en uitvoering 23

Pagina 24

Energie sparen

U kunt levensmiddelen op verschillende manieren ontdooien:

- In het koelgedeelte - In de magnetron - In de oven/heteluchtoven - Bij kamertemperatuur

6.5 Opslagtijden

De aangegeven opslagtijden zijn richtwaarden.

Bij levensmiddelen met gegevens over de minimale houdbaarheid geldt altijd de op de verpakking aangegeven datum.

6.5.1 Koelgedeelte

De minimale houdbaarheidsdatum op de verpakking is van toepassing.

6.5.2 BioFresh

Richtwaarden voor de opslagduur in Meat & Dairy-Safe
boterbij 1 °Ctot 90 dagen
harde kaasbij 1 °Ctot 110 dagen
melkbij 1 °Ctot 12 dagen
worst, belegbij 1 °Ctot 8 dagen
gevogeltebij 1 °Ctot 6 dagen
varkensvleesbij 1 °Ctot 6 dagen
rundvleesbij 1 °Ctot 6 dagen
wildbij 1 °Ctot 6 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Aanwijzing

Richtwaarden voor de opslagduur in Fruit & Vegetable-Safe
groenten, salade
artisjokkenbij 1 °Ctot 14 dagen
selderijbij 1 °Ctot 28 dagen
bloemkoolbij 1 °Ctot 21 dagen
Broccolibij 1 °Ctot 13 dagen
chicoréebij 1 °Ctot 27 dagen
veldslabij 1 °Ctot 19 dagen
erwtenbij 1 °Ctot 14 dagen
boerenkoolbij 1 °Ctot 14 dagen
wortelsbij 1 °Ctot 80 dagen
knoflookbij 1 °Ctot 160 dagen
koolrabibij 1 °Ctot 14 dagen
kropslabij 1 °Ctot 13 dagen
kruidenbij 1 °Ctot 13 dagen
preibij 1 °Ctot 29 dagen
champignonsbij 1 °Ctot 7 dagen
radijsjesbij 1 °Ctot 10 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Richtwaarden voor de opslagduur in Fruit & Vegetable-Safe
spruitjesbij 1 °Ctot 20 dagen
aspergebij 1 °Ctot 18 dagen
spinaziebij 1 °Ctot 13 dagen
savooiekoolbij 1 °Ctot 20 dagen
Fruit
abrikozenbij 1 °Ctot 13 dagen
appelsbij 1 °Ctot 80 dagen
perenbij 1 °Ctot 55 dagen
braambessenbij 1 °Ctot 3 dagen
dadelsbij 1 °Ctot 180 dagen
aardbeienbij 1 °Ctot 7 dagen
vijgenbij 1 °Ctot 7 dagen
blauwe bosbessenbij 1 °Ctot 9 dagen
frambozenbij 1 °Ctot 3 dagen
rode bessenbij 1 °Ctot 7 dagen
kersen, zoetbij 1 °Ctot 14 dagen
kiwibij 1 °Ctot 80 dagen
perzikenbij 1 °Ctot 13 dagen
pruimenbij 1 °Ctot 20 dagen
vossenbessenbij 1 °Ctot 60 dagen
rabarberbij 1 °Ctot 13 dagen
kruisbessenbij 1 °Ctot 13 dagen
druivenbij 1 °Ctot 29 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

6.5.3 Vriesgedeelte

Richtwaarden voor de opslagduur levensmiddelenvan verschillende
IJsbij -18°C2 tot 6 maanden
Worst, hambij -18°C2 tot 3 maanden
Brood, bakkerijproductenbij -18°C2 tot 6 maanden
Wild, varkenbij -18°C6 tot 9 maanden
Vis, vetbij -18°C2 tot 6 maanden
Vis, magerbij -18°C6 tot 8 maanden
Kaasbij -18°C2 tot 6 maanden
Gevogelte, rundvleesbij -18°C6 tot 12 maanden
Groente, fruitbij -18°C6 tot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

7 Energie sparen

24 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 25

Condensvorming wordt voorkomen.

8 Bediening

Bediening

Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touchdisplay) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat.

Apparaat uit- en inschakelen

Gebruik deze functie om het hele apparaat uit en in te schakelen.

Apparaat uitschakelen

Als u het apparaat uitschakelt, blijven de eerder aangebrachte instellingen opgeslagen.

Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑Instructies (zie 12 Buiten bedrijf stellen) zijn uitgevoerd.

8.1 Bedienings- en weergave-elementen

8.1.1 Status-weergave

Fig. 74

Fig. 73

De Status-weergave toont de ingestelde temperatuur en staat in de beginweergave. Van hieruit vindt de navigatie naar de functies en instellingen plaats.

8.1.2 Symbolen

De symbolen geven informatie over de actuele staat van het apparaat.

Symbool Toestand van het apparaat

Stand-by

Apparaat of temperatuurzone is uitgeschakeld.

Knipperend cijfer

Apparaat werkt. Temperatuur pulseert tot de ingestelde waarde is bereikt.

Knipperend symbool

Apparaat werkt. Instelling wordt uitgevoerd.

Balk wordt opgebouwd

Functie wordt geactiveerd.

8.2 Apparaatfuncties

8.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat

De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.

Fig. 75

▷ Stand-bysymbool verschijnt op het display. ▷ Display wordt zwart.

Apparaat inschakelen

Als het display zich in sluimermodus bevindt:

Fig. 76 Voorbeeldweergave

Wanneer het apparaat opstart in demomodus:

▷ Eerder aangebrachte instellingen zijn hersteld.

▷ Apparaat koelt tot de ingestelde doeltemperatuur.

Temperatuurzone uit- en inschakelen

U kunt afzonderlijke temperatuurzones van het apparaat gescheiden van elkaar uitschakelen.

* afhankelijk van model en uitvoering 25

← pagina's 2–7verder op pagina 26 →Inhoud