Liebherr ICBNdi 5163, tekst van de handleiding
Pagina's 42–56 van 58 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 42
Uitrusting
| FreshAir-actief koolfilter vervangen Liebherr adviseert: Vervang het FreshAir-actieve koolfilter elke 6 maanden. | (2) Bevestigingsdeel voor VarioBoxen | (4) Zijdeel |
| Aanwijzing Het FreshAir-actievekoolfilter is verkrijgbaar in de Liebherr-Hausgeräte-shop op home.liebherr.com/shop/de/deu/ zubehor.html. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
Fig. 180 Voorbeeldweergave deurrek met flessenhouder
- (1) Draagplateau (2) Flessenhouder
De volgende tabel geeft voorbeelden wat u in het betreffende deurrek kunt bewaren.
Fig. 177 Voorbeeldweergave
- Display kort aanraken.
▷ Op het display verschijnt informatie als herinnering.
- Display kort aanraken.
- Actief koolfilter vervangen. (zie 10.1 FreshAir-actiefkoolfilter) ▷ Actiefkoolfilter zorgt voor optimale luchtkwaliteit in de koelkast.
▷ Herinnering verschijnt opnieuw na 6 maanden.
Als u deze herinnering niet meer wilt ontvangen, kunt u de herinnering deactiveren. (zie Herinnering deactiveren)
9 Uitrusting
| Deurrekken | Voedsel |
|---|---|
| Deurrekken (zie Fig. 178) | Boter, kaas, conserven en tubes |
| Deurrek met flessenhouder (zie Fig. 180) | Flessen Met de verschuifbare flessenhouder borgt u de flessen in het deurrek. |
| Deurrek met VarioBoxen (zie Fig. 179) | Kleine levensmiddelen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
9.1.1 VarioBoxen verwijderen
U kunt een of beide VarioBoxen gebruiken. Als u in het deurrek on het deurrek met de VarioBoxen zeer hoge flessen wilt plaatsen, kunt u één of beide VarioBoxen verwijderen.
9.1 Deurrekken
Deurrekken zijn geschikt voor het bewaren van dranken en levensmiddelen. U kunt deurrekken verplaatsen voor individueel gebruik en demonteren om ze te reinigen. Liebherr raadt echter aan om deurrekken te gebruiken in de positie in de deur zoals die af fabriek geleverd wordt.
Fig. 181
- VarioBoxen tot aan de aanslag eruit trekken.
- VarioBoxen aan de voorkant optillen.
- VarioBoxen naar voren toe verwijderen.
Fig. 178 Voorbeeldweergave deurrek
- (1) Draagplateau
9.1.2 Deurrek verwijderen
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑VarioBoxen zijn verwijderd. (zie 9.1.1 VarioBoxen verwijderen)
Fig. 179 Voorbeeldweergave deurrek met VarioBoxen
- (1) Draagplateau (3) VarioBoxen
Fig. 182 Voorbeeldweergave
- Deurrek naar boven schuiven.
- Deurrek naar voren trekken.
42 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 43
Uitrusting
9.1.3 Deurrek plaatsen
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑VarioBoxen zijn verwijderd. (zie 9.1.1 VarioBoxen verwijderen)
Fig. 183 Voorbeeldweergave
- Deurrek inschuiven.
- Deurrek omlaag drukken.
9.1.4 VarioBoxen plaatsen
Fig. 184
- VarioBoxen schuin op de rib van het deurrek plaatsen.
- VarioBoxen laten zakken.
- VarioBoxen inschuiven.
9.1.5 VarioBoxen omzetten
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑VarioBoxen zijn verwijderd. (zie 9.1.1 VarioBoxen verwijderen) ❑Deurrek is verwijderd. (zie 9.1.2 Deurrek verwijderen)
Fig. 186
- VarioBoxen in gewijzigde toewijzing plaatsen. (zie Fig. 186)
9.2 Draagplateaus
9.2.1 Draagplateaus verplaatsen / verwijderen
De draagplateaus moeten worden beveiligd tegen het per ongelijk omlaag vallen door uittrekaanslagen.
Fig. 187
- Draagplateau omhoog tillen en naar voren trekken. ▷ Zijdelingse uitsparing op positie van de steun.
- Draagplateau verplaatsen: Tot willekeurige hoogte optillen of neerlaten en er inschuiven.
-of-
Fig. 188
- Draagplateau volledig uitnemen: Naar voren uittrekken.
- Gemakkelijk verwijderbaar: Draagplateaus schuin zetten.
- Draagplateau weer inzetten: Er helemaal inschuiven. ▷ Uittrekaanslagen zijn naar onder gericht.
▷ Uittrekaanslagen bevinden zich achter het voorste draagplateau.
9.3 Deelbaar draagplateau
Fig. 185
- Bevestigingsdeel Fig. 185 (1) in positie Fig. 185 (A) naar achteren wegtrekken.
- Bevestigingsdeel Fig. 185 (1) in positie Fig. 185 (B) plaatsen.
- Deurrek plaatsen. (zie 9.1.3 Deurrek plaatsen)
9.3.1 Deelbaar draagplateau gebruiken
De draagplateaus moeten worden beveiligd tegen het per ongelijk omlaag vallen door uittrekaanslagen.
* afhankelijk van model en uitvoering 43
Pagina 44
Uitrusting
Fig. 189
- Deelbare draagplateaus overeenkomstig de afbeelding eronder schuiven.
Fig. 190
In de hoogte verstellen:
- Glasplaten afzonderlijk vanaf de voorkant eruit trekken Fig. 190 (1).
- Steunrails uit de vergrendeling trekken en op de gewenste hoogte vastklikken.
- Glasplaten afzonderlijk achtereenvolgens erin schuiven. ▷ Vlakke uittrekaanslagen aan de voorkant, direct achter de steunrail.
▷ Hoge uittrekaanslagen achter.
Beide oppervlakken gebruiken:
- Met een hand de onderste glasplaat vasthouden en naar voren trekken.
▷ Glasplaat Fig. 190 (1) met sierlijst ligt voor.
▷ Stops Fig. 190 (3) zijn naar onder gericht.
9.4 Variabele flessenplank
U kunt de glasplaat of het variabele flessenrek in de bodem van het koelgedeelte gebruiken. De glasplaat is bij levering geplaatst.
Fig. 191 Voorbeeldweergave
- (1) Variabel flessenrek
9.4.1 Variabel flessenrek gebruiken
Fig. 192
- Glasplaat Fig. 192 (1) bij de uitsparing aan de voorzijde optillen en verwijderen.
- Glasplaat Fig. 192 (1) goed bewaren buiten het apparaat.
- Glasplaat (2) onder het variabele flessenrek plaatsen.
Fig. 193 Voorbeeldweergave
- Flessen met de bodem naar achteren tegen de achterwand plaatsen. (zie Fig. 193)
Aanwijzing
Als de flessen boven het variabele flessenrek aan de voorzijde uitsteken:
- Onderste deurrek een positie hoger zetten.
9.4.2 Glasplaat gebruiken
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Flessen zijn verwijderd.
❑Variabel flessenrek is gereinigd.
(zie 10.5 Variabel flessenrek verwijderen / plaatsen) (zie 10.8.3 Uitrusting reinigen)
Fig. 194
- Glasplaat Fig. 194 (1) schuin naar achteren en naar beneden plaatsen.
- Glasplaat Fig. 194 (1) aan de voorzijde laten zakken.
9.5 Laden
U kunt de laden voor reiniging verwijderen.
44 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 45
U kunt de laden verwijderen om VarioSpace te gebruiken.
De wijze van verwijderen en aanbrengen van de laden is afhankelijk van het uitschuifsysteem. Uw apparaat kan verschillende uitschuifsystemen bevatten.
Aanwijzing
Het energieverbruik stijgt en het koelvermogen neemt af als de ontluchting niet toereikende is.
- Onderste schuiflade in het apparaat laten.
- De luchtsleuf ventilator binnen aan het achterpaneel altijd vrijhouden.
9.5.1 Lade op apparaatbodem of glasplaat
De lade loopt direct op de apparaatbodem of op een glasplaat. Er zijn geen rails.
Als u de lades verwijdert, kunt u de glasplaten eronder als stelvlakken gebruiken.
Lade verwijderen
Fig. 195
- Lade overeenkomstig de afbeelding verwijderen.
Lade plaatsen
Fig. 196
- Lade overeenkomstig de afbeelding plaatsen.
9.5.2 Lade op telescooprails
De lade loopt op uitschuifbare rails (telescooprails). Er zijn volledig uitschuifbare telescooprails en gedeeltelijk uitschuifbare telescooprails. Volledig uitschuifbare laden kunnen helemaal uit het apparaat getrokken worden. Gedeeltelijk uitschuifbare laden kunnen niet helemaal uit het apparaat worden getrokken. Welk systeem in uw apparaat zit, hangt af van het type apparaat.
Volledig uitschuifbaar
U kunt de volledige uitschuifbaarheid herkennen aan een klem die zich links en rechts achteraan de rail bevindt.
Lade verwijderen
Uitrusting
- Linker klem optillen en gelijktijdig lade links naar voren trekken. Fig. 197 (1)
- Rechter klem optillen en gelijktijdig lade rechts naar voren trekken. Fig. 197 (2)
- Lade naar voren toe verwijderen. Fig. 197 (3)
- Rails erin schuiven.
Lade plaatsen
Fig. 198
- Rails erin schuiven.
- Lade op rails plaatsen.
- Lade naar achteren erin schuiven.
▷ Lade klikt aan de achterkant hoorbaar vast.
Gedeeltelijk uitschuifbaar vriesgedeelte
Aanwijzing
Als de magneet van de bovenste lade in het vriesgedeelte beschadigd of verwijderd wordt, treden storing op aan het deursensorsysteem.
- Magneet niet beschadigen of verwijderen.
Lade verwijderen
Fig. 199
Als de lade in het vriesgedeelte zich boven bevindt:
- Lade tot de aanslag eruit trekken.
- Schuifvak aan de voorkant optillen.
- Schuifvak naar voren wegnemen.
- Rails erin schuiven.
-of-
Fig. 200
Als de lade in het vriesgedeelte zich in het midden bevindt:
- Lade er half uittrekken.
- Schuifvak van achteren iets optillen.
- Schuifvak naar voren wegnemen.
- Rails erin schuiven.
Lade plaatsen
Fig. 197
- Lade tot de aanslag eruit trekken.
Fig. 201
- Rails erin schuiven.
- Lade rond de stoppers Fig. 201 (1) leiden.
* afhankelijk van model en uitvoering 45
Pagina 46
Uitrusting
- Lade op rails plaatsen.
- Lade naar achteren erin schuiven.
9.6 Vakdeksel Fruit & Vegetable-safe
Het vakdeksel zorgt voor een constante luchtvochtigheid.
Het vakdeksel bevindt zich direct op het schuifvak en kan door draagplateaus of extra schuifvakken zijn verborgen.
- Schuifvak Fig. 204 (1) uittrekken.
- Greeplijst Fig. 204 (2) op het vakdeksel vastpakken en het vakdeksel gelijktijdig naar achteren schuiven.
▷ Bij een gesloten schuifvak sluit het vakdeksel goed aan op het schuifvak.
9.6.3 Fruit & Vegetable-safe als Meat & Dairysafe gebruiken
U kunt de Fruit & Vegetable-safe als Meat & Dairy-safe gebruiken. Hiertoe moet u het vocht in het schuifvak verminderen. (zie 9.6.1 Luchtvochtigheid in schuifvak reduceren)
9.7 Glasplaten
Fig. 202 Voorbeeldweergave vakdeksel Fruit & Vegetable-safe
- (1) Fruit & Vegetable-safe
- (2) Vakdeksel
Fruit & Vegetable-safe
- (3) Variabel flessenrek
9.6.1 Luchtvochtigheid in schuifvak reduceren
Fig. 203
- Schuifvak Fig. 203 (1) uittrekken.
- Greeplijst Fig. 203 (2) op het vakdeksel vastpakken en het vakdeksel gelijktijdig naar voren trekken.
▷ Bij een gesloten schuifvak bevindt zich een kleine spleet tussen het vakdeksel en het schuifvak.
9.6.2 Luchtvochtigheid in schuifvak verhogen
U kunt de glasplaat onder de schuifladen verwijderen om ze te reinigen.
U kunt de glasplaat onder de schuifladen verwijderen om VarioSpace te gebruiken.
9.7.1 Glasplaat verwijderen / plaatsen
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Glasplaat onder schuiflade: Schuiflade is verwijderd. (zie 9.5 Laden)
Glasplaat verwijderen
Fig. 205 Voorbeeldweergave van de glasplaat
- Glasplaat aan de voorkant optillen.
- Glasplaat naar voren toe wegnemen.
Glasplaat plaatsen
Fig. 206 Voorbeeldweergave van de glasplaat
- Glasplaat schuin achter de stoppers plaatsen.
- Glasplaat neerlaten.
- Glasplaat naar achteren inschuiven.
9.8 IceMaker
De IceMaker dient uitsluitend voor het maken van ijsblokjes in huishoudelijke hoeveelheden.
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- IceMaker is gereinigd. (zie 10 Onderhoud) - IceMaker-lade is gereinigd.
- IceMaker-schuiflade is volledig erin geschoven.
Fig. 204
46 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 47
Uitrusting
9.8.1 IJsblokjes produceren
De productiecapaciteit is afhankelijk van de vriestemperatuur. Hoe lager de temperatuur hoe meer ijsblokjes er in een bepaalde periode gemaakt kunnen worden.
Nadat de IceMaker voor de eerste keer wordt ingeschakeld, kan het 24 uur duren totdat het eerste ijsblokje wordt geproduceerd.
- Activeer de functie IceMaker.
- Produceer veel ijsblokjes. Activeer de functie MaxIce.
- Vele ijsblokjes produceren: Scheider in de IceMakerschuiflade verplaatsen of eruit halen.
- Ijsblokjes gelijkmatig in de schuiflade verdelen om de vulhoeveelheid te verhogen.
- Schuiflade sluiten: IceMaker begint weer automatisch met de productie.
Aanwijzing
Wanneer een bepaalde vulhoogte in de IceMaker-schuiflade is bereikt, worden er geen verdere ijsblokjes geproduceerd. De IceMaker vult de schuiflade niet tot de rand.
9.8.2 Lade gebruiken als de IceMaker gedeactiveerd is
Als u de IceMaker deactiveert, kunt u de gehele IceMakerlade gebruiken als vrieslade.
- IceMaker deactiveren. (zie IceMaker en MaxIce deactiveren)
Fig. 207
- Levensmiddelen in de lade leggen.
Wanneer u levensmiddelen in de linker lade plaatst:
- Rekening houden met IceMaker Fig. 207 (1).
9.9 VarioSpace
9.10 Botervloot
9.10.1 Botervloot openen / sluiten
Fig. 209
9.10.2 Botervloot uit elkaar halen
De botorvloot kan voor het reinigen uit elkaar worden gehaald.
Fig. 210
- Botervloot uit elkaar halen.
9.11 Eierhouder
Fig. 208
U kunt laden en glazen apparaten uit het apparaat nemen. Zo hebt u plaats voor grote levensmiddelen zoals gevogelte, vlees, delen van groot wild en hoog gebak. Deze kunnen daardoor volledig worden ingevroren en verder worden verwerkt.
- Belastingsgrenzen van de lades en glazen platen in acht nemen (zie 11.1 Technische gegevens) .
De eierhouder kan eruit getrokken worden en is draaibaar. De beide delen van de eierhouder kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om verschillen qua aankoopdatum aan te geven.
* afhankelijk van model en uitvoering 47
Pagina 48
Uitrusting
9.11.1 Eierhouder gebruiken
Fig. 211
- Bovenkant: Kippeneieren opslaan.
- Onderkant: Kwarteleieren opslaan.
9.13.2 FlexSystem verwijderen
Fig. 214
- FlexSystem aan de achterkant omhoog tillen.
- Vanaf de bovenkant eruit halen.
9.13.3 FlexSystem aanbrengen
9.12 Flessenhouder
9.12.1 Flessenhouder gebruiken
Fig. 212
- Flessenhouder op de flessen schuiven. ▷ Flessen vallen niet om.
Fig. 215
- FlexSystem aan de voorkant het eerste aanbrengen.
- Achterste deel omlaag laten zakken.
9.13.4 FlexSystem uit elkaar halen
Het FlexSystem kan voor het reinigen uit elkaar worden gehaald.
9.13 FlexSystem
9.13.1 FlexSystem gebruiken
Het FlexSystem ondersteunt de overzichtelijke, flexibele opslag en sortering van levensmiddelen. Het systeem biedt een duidelijke onderverdeling in bijvoorbeeld fruit, groente of houdbaarheid.
Fig. 216
- FlexSystem uit elkaar halen.
9.14 Flexibele ijsvak-scheider
Fig. 213
- Binnenbakje verplaatsen.
Het ijsblokjesvak van de IceMaker beschikt over een flexibele ijsvak-scheider. Zo kunt u naar behoefte ook grotere ijsblokjes of extra levensmiddelen bewaren. U kunt de ijsvak-scheider verschuiven of verwijderen.
48 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 49
9.14.1 Flexibele ijsvak-scheider verschuiven
Fig. 217 Voorbeeldweergave van de ijsvak-scheider
- IJsvak-scheider in de gewenste positie verschuiven.
9.14.2 Flexibele ijsvak-scheider verwijderen
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑IJsblokjesvak is verwijderd. (zie 9.5 Laden)
Onderhoud
Wanneer de herinnering is geactiveerd, vraagt een bericht op het display u om het filter te vervangen. ❑Het actiefkoolfilter kan bij het normale huisafval worden gegooid.
Aanwijzing
Het FreshAir-actievekoolfilter is verkrijgbaar in de Liebherr-Hausgeräte-shop op home.liebherr.com/shop/de/deu/ zubehor.html.
10.1.1 FreshAir-actiefkoolfilter verwijderen
Fig. 218
- Achterste deel van de ijsvak-scheider optillen. Fig. 218 (1)
- IJsvak-scheider er naar boven toe uitnemen. Fig. 218 (2)
9.14.3 Flexibele ijsvak-scheider plaatsen
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑IJsblokjesvak is verwijderd. (zie 9.5 Laden)
Fig. 220
- Lade vanaf de voorkant eruit trekken Fig. 220 (1).
- Actiefkoolfilter verwijderen Fig. 220 (2).
10.1.2 FreshAir-actiefkoolfilter aanbrengen
Fig. 221
- Actiefkoolfilter overeenkomstig afbeelding aanbrengen Fig. 221 (1).
▷ Actiefkoolfilter klikt niet vast.
Als het actiefkoolfilter naar onder wijst:
- Lade erin schuiven Fig. 221 (2).
▷ Het actiefkoolfilter is nu gereed voor gebruik.
10.2 Deurrek demonteren
Fig. 219
- Voorste deel van de ijsvak-scheider plaatsen. Fig. 219 (1)
- Achterste deel van de ijsvak-scheider tot de bodem van de lade laten zakken. Fig. 219 (2)
10 Onderhoud
10.1 FreshAir-actiefkoolfilter
Het FreshAir-actiefkoolfilter bevindt zich in de lade boven de ventilator.
De waarborgt een optimale luchtkwaliteit.
❑Actiefkoolfilter iedere 6 maanden vervangen.
U kunt enkele deurrekken demonteren als u het deurrek wilt reinigen of reserveonderdelen wilt aanbrengen of verwijderen.
10.2.1 Deurrek demonteren
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Deurrek is verwijderd. (zie 9.1.2 Deurrek verwijderen)
* afhankelijk van model en uitvoering 49
Pagina 50
Onderhoud
Fig. 222 Deurrek met draagplateau
- Draagplateau Fig. 222 (1) verwijderen.
10.2.2 Deurrek met VarioBoxen demonteren
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Deurrek is verwijderd. (zie 9.1.2 Deurrek verwijderen)
Fig. 223
- VarioBoxen verwijderen. (zie 9.1.1 VarioBoxen verwijderen)
- Bevestigingsdeel Fig. 223 (1) wegtrekken.
- Zijdelen Fig. 223 (2) wegtrekken.
- Draagplateau Fig. 223 (3) verwijderen.
10.2.3 Deurrek met flessenhouder demonteren
Fig. 224 Deurrek met flessenhouder en draagplateau
- Flessenhouder Fig. 224 (1) tot aan de uitsparing opzij schuiven.
- Flessenhouder Fig. 224 (1) verwijderen.
- Draagplateau Fig. 224 (2) verwijderen.
10.3 Deurrek monteren
10.3.1 Deurrek monteren
Fig. 225 Deurrek met draagplateau
- Draagplateau Fig. 225 (1) in de zijdelingse uitsparingen schuiven.
10.3.2 Deurrek met VarioBoxen monteren
Fig. 226
- Draagplateau Fig. 226 (1) in de zijdelingse uitsparingen schuiven.
- Zijdelen Fig. 226 (2) plaatsen.
- Bevestigingsdeel Fig. 226 (3) plaatsen.
- VarioBoxen plaatsen. (zie 9.1.4 VarioBoxen plaatsen)
10.3.3 Deurrek met flessenhouder monteren
Fig. 227 Deurrek met draagplateau
- Draagplateau Fig. 227 (1) in de zijdelingse uitsparingen schuiven.
- Flessenhouder Fig. 227 (2) in de uitsparing plaatsen.
- Flessenhouder Fig. 227 (2) in de gewenste positie opzij schuiven.
10.4 Uitschuifsystemen demonteren/ monteren
10.4.1 Opmerkingen over demontage
U kunt enkele uitschuifsystemen voor de reiniging demonteren. Uw apparaat kan verschillende uitschuifsystemen bevatten.
De volgende uitschuifsystemen kunnen worden gedemonteerd of niet worden gedemonteerd:
* afhankelijk van model en uitvoering
50
Pagina 51
Onderhoud
| Uitschuifsysteem | demonteerbaar / niet demonteerbaar |
|---|---|
| Lade op apparaatbodem of glasplaat | niet demonteerbaar |
| Geheel uitschuifbare lade | niet demonteerbaar |
| Gedeeltelijk uittrekbaar vriesgedeelte | demonteerbaar (zie Gedeeltelijk uitschuifbaar vriesgedeelte) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 51)
10.4.2 Lade op telescooprails
Gedeeltelijk uitschuifbaar vriesgedeelte
Uitschuifsysteem demonteren
Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:
❑Lade is verwijderd.
❑Glasplaat is verwijderd. (zie 9.7 Glasplaten)
Fig. 230
- Variabele flessenrek aan de voorkant optillen en eruit trekken.
▷ Vakdeksel is zichtbaar.
Aanwijzing
Liebherr adviseert:
Op het hieronder gelegen vakdeksel geen producten neerzetten.
10.5.2 Variabel flessenrek plaatsen
Fig. 228 Glasplaat met rails
- Voorste vergrendelhaak naar boven duwen. Fig. 228 (1)
- Uitschuifrail naar de zijkant Fig. 228 (2) en naar achteren Fig. 228 (3) wegschuiven.
Uitschuifsysteem monteren
Fig. 229 Glasplaat met rails
- Rail achter vasthaken. Fig. 229 (1)
- Rail voor vasthaken. Fig. 229 (2)
10.5 Variabel flessenrek verwijderen / plaatsen
U kunt het variabele flessenrek verwijderen om te reinigen.
10.5.1 Variabel flessenrek verwijderen
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Flessen zijn verwijderd.
❑Glasplaat is verwijderd. (zie 9.4.1 Variabel flessenrek gebruiken)
Fig. 231
- Variabel flessenrek tot aan de aanslag inschuiven en omlaag duwen.
▷ De stekkers aan de achterzijde van de variabele flessenrek zijn automatisch verbonden.
▷ LED brandt.
- Glasplaat plaatsen. (zie 9.4.2 Glasplaat gebruiken)
-of-
- Variabel flessenrek gebruiken voor flessen.
10.6 Vakdeksel Fruit & Vegetable-safe
U kunt het vakdeksel voor reiniging verwijderen.
10.6.1 Vakdeksel verwijderen
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Glasplaat direct boven het variabele flessenrek is verwijderd.
❑Variabel flessenrek is verwijderd.
❑Schuiflade direct onder het vakdeksel is verwijderd. (zie 9.5 Laden)
* afhankelijk van model en uitvoering 51
Pagina 52
Onderhoud
Fig. 232
- Vakdeksel naar achteren schuiven.
- Vakdeksel aan de voorkant optillen.
- Vakdeksel aan de voorkant schuin naar boven toe wegnemen.
10.6.2 Vakdeksel plaatsen
Fig. 233
Bij opschrift THIS SIDE UP boven ligt:
- Achterste bevestigingsdelen in de betreffende achterste openingen plaatsen.
- Vakdeksel naar achteren schuiven.
- Vakdeksel aan de voorkant neerlaten en de voorste bevestigingsdelen in de openingen vastklikken.
- Vakdeksel in de gewenste positie brengen.
10.7 Apparaat ontdooien
10.7.1 Koelgedeelte ontdooien
Het ontdooien gebeurt automatisch. Het dooiwater wordt via de afvoeropening afgevoerd en verdampt.
- Reinig regelmatig de afvoeropening. (zie 10.8 Apparaat reinigen)
10.7.2 Vriesgedeelte met NoFrost ontdooien
Met NoFrost-systeem gebeurt het ontdooien automatisch. Het vocht condenseert op de verdamper, wordt regelmatig ontdooid en verdampt.
Het apparaat hoeft niet te worden ontdooid.
10.8 Apparaat reinigen
10.8.1 Voorbereiden
WAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schok!
- Trek de stekker van de koelkast uit het stopcontact of onderbreek de stroomtoevoer.
WAARSCHUWING
Brandgevaar
- De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.
- Apparaat leegmaken.
- Netstekker eruit halen.
-of-
- CleaningMode activeren. (zie CleaningMode)
10.8.2 Binnenruimte reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
- Kunststof vlakken: met een zachte, schone doek, lauwwarm water en een beetje spoelmiddel met de hand reinigen.
- Metalen vlakken: met een zachte, schone doek, lauwwarm water en een beetje spoelmiddel met de hand reinigen.
- Afvoeropening: afzettingen verwijderen met een dun hulpmiddel, bijv. wattenstaafje.
10.8.3 Uitrusting reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging!
Beschadigingen aan het apparaat.
- Uitsluitend zachte poetsdoekjes en een ph-neutrale allesreiniger gebruiker.
- Gebruik geen schurende of krassende sponzen of staalwol.
- Gebruik geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen.
Reinigen met een zachte, schone doek, lauwwarm water en een beetje spoelmiddel:
- Draagplateaus
- Deelbaar draagplateau
- Vakdeksel Fruit & Vegetable-safe
- Schuiflade
Let op: Magneet van de schuiflade niet verwijderen!
Magneet zorgt voor correcte werking van de IceMaker.
- Flexibele ijsvakverdeler in de ijsblokjeslade van de IceMaker
- Variabele flessenplank
- FlexSystem
Reinigen met een vochtige doek:
- Telescooprails
Let op: Het vet in de geleiders dient voor de smering en mag niet worden verwijderd!
Reinigen in de vaatwasser tot 60 °C:
- Deurafsteller - VarioBox - Flessenhouder - Vasthouddeel deelbaar draagplateau - Eierhouder - Botervloot - IJsblokjesschep
- Uitrusting demonteren: zie betreffende hoofdstuk.
- Uitrusting reinigen.
52 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 53
Klantenhulp
10.8.4 IceMaker reinigen
De IceMaker kan op verschillende manieren worden gereinigd.
De reiniging moet worden uitgevoerd bij:
❑Eerste inbedrijfname ❑Met wateraansluiting:
Niet gebruik langer dan 5 dagen.
Zorg ervoor dat aan de volgende eisen zijn voldaan:
❑IceMaker-schuiflade is leeggemaakt. ❑IceMaker-schuiflade is erin geschoven. ❑IceMaker is geactiveerd.
Bij de eerste inbedrijfstelling of wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet is gebruikt
IceMaker met functie TubeClean reinigen.
- Lege bak van 1,5 l (max. hoogte 10 cm) in de lade onder de IceMaker plaatsen.
- Functie TubeClean activeren.
▷ Spoelen wordt voorbereid (max. 60 min.): Symbool pulseert.
▷ Waterleidingen worden gespoeld: Symbool knippert. ▷ Spoelproces is beëindigd: Functie is automatisch gedeactiveerd.
- IceMaker-schuiflade eruit halen en bak verwijderen.
- IceMaker-schuiflade met warm water en een beetje spoelmiddel reinigen.
- De IceMaker-schuiflade er weer inschuiven.
▷ De productie van ijsblokjes start automatisch.
Zonder waterfilter
- IJsblokjes die 24 uur na de eerste productie van ijsblokjes zijn gemaakt, afvoeren.
Bij een reinigingsbehoefte
IceMaker handmatig reinigen.
- IceMaker-schuiflade eruit halen en met warm water en een beetje spoelmiddel reinigen.
- De IceMaker-schuiflade er weer inschuiven.
▷ De productie van ijsblokjes start automatisch.
10.8.5 Na het reinigen
- Apparaat en uitrustingsdelen droogwrijven.
- Apparaat aansluiten en inschakelen.
- SuperFrost inschakelen (zie 8.2 Apparaatfuncties) . Wanneer de temperatuur voldoende koud is:
- Levensmiddelen plaatsen.
- Reiniging regelmatig herhalen.
11 Klantenhulp
11.1 Technische gegevens
| Temperatuurbereik | |
| Koelen | 3 °C tot 9 °C |
| BioFresh | 0 °C tot 3 °C |
| Invriezen | -26 °C tot -15 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
Maximale invrieshoeveelheid / 24 uur
Vriesgedeelte
zie typeplaatje onder „vriesvermogen …/ 24 h”
| Maximaal laadgewicht van de uitrusting | |||
| Uitrusting | Apparaatbreedte 550 mm (zie monta-gehandlei-ding, appa-raatafmetingen) | Apparaatbreedte 600 mm (zie montage-handleiding, apparaa-tafme-tingen) | Apparaatbreedte 700 mm (zie monta-gehandlei-ding, appa-raatafmetingen) |
| Schuiflade op glasplaat (zie 9.5.1 Lade op apparaatbodem of glasplaat) | 12 kg | 15 kg | -- |
| Gedeeltelijk uittrekbaar vriesgedeelte (zie 9.5.2 Lade op telescooprails) | 12 kg | 15 kg | -- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
| Product van ijsblokjes met IceMaker | |
| IJsblokjesproductie / 24 uur | Bij temperatuur -18 °C: 1,2 kg ijsblokjes |
| Maximale ijsblokjesproductie / 24 uur | Als de functie MaxIce actief is: 1,5 kg ijsblokjes |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
| Duur tot het bereiken van verschillende temperaturen bij VarioTemp | ||
| Uitgangstemperatuur | Doeltemperatuur | Tijd tot het bereiken van de doeltemperatuur |
| -18 °C | 0 °C | > 8 uur |
| -18 °C | 8 °C | > 12 uur |
| 8 °C | 14 °C | > 6 uur |
| 14 °C | -18 °C | > 4 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
| Verlichting | |
| Energie-efficiëntieklasse¹ | Lichtbron |
| Dit product bevat een of meerdere lichtbronnen van energie-efficiëntieklasse G. | LED |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
1 Het apparaat kan lichtbronnen met verschillende energie-efficiëntieklassen bevatten. De laagste energie-efficiëntieklasse is aangegeven.
Voor apparaten met WLAN-verbinding:
| Frequentievermelding | |
| Frequentieband | 2,4 GHz |
| Maximum uitgestraald vermogen | < 100 mW |
| Beoogd gebruik van de radioapparatuur | Integratie in het plaatselijke WLANnetwerk voor gegevenscommunicatie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
* afhankelijk van model en uitvoering 53
Pagina 54
Klantenhulp
11.2 Bedrijfsgeluiden
Het apparaat veroorzaakt tijdens de werking verschillende loopgeluiden.
- Bij een lage koelcapaciteit werkt het apparaat zuiniger, maar langer. De geluidssterkte is lager.
- Bij hoog koelvermogen worden levensmiddelen sneller gekoeld. Het geluidsniveau is hoger.
Voorbeelden:
- Geactiveerde functies (zie 8.2 Apparaatfuncties)
- Draaiende ventilator
- Vers erin gelegde levensmiddelen
- Hoge omgevingstemperatuur
- Lang geopende deur
| Geluiden | Mogelijke oorzaak | Type geluid |
|---|---|---|
| Borrelen en ruisen | Koelmiddel stroomt in het koelcircuit. | Normaal werkingsgeluid |
| Blazen en sissen | Koelmiddel spuit in het koelcircuit. | Normaal werkingsgeluid |
| Brommen | Het apparaat koelt. De geluidssterkte is afhankelijk van de koelcapaciteit. | Normaal werkingsgeluid |
| Slurpgeluiden | De deur met sluitdemper wordt geopend en gesloten. | Normaal werkingsgeluid |
| Zoemen en ruisen | De ventilator draait. | Normaal bedrijfsgeluid |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
| Geluiden | Mogelijke oorzaak | Type geluid |
|---|---|---|
| Klikken | Componenten worden in- en uitgeschakeld. | Normaal schakelgeluid |
| Ratelen of zoemen | Ventielen of klappen zijn actief. | Normaal schakelgeluid |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
| Geluiden | Mogelijke oorzaak | Type geluid | Oplossen |
|---|---|---|---|
| Trilling | Ongeschikte inbouw | Foutgeluid | Inbouw controleren. Apparaat uitlijnen. |
| Klapperen | Uitrusting, Voorwerpen aan de binnenkant van het apparaat | Foutgeluid | Uitrustingsdelen bevestigen. Afstand tussen de voorwerpen laten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
11.3 Technische storing
Uw apparaat is zo geconstrueerd en gemaakt dat de functionele veiligheid en een lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht er tijdens het bedrijf toch een storing optreden, controleer dan a.u.b. of de storing te wijten is aan een bedieningsfout. In dat geval moet u tijdens de garantieperiode de ontstane kosten zelf betalen.
De volgende storingen kunt u zelf oplossen.
11.3.1 Apparaatfunctie
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat is niet ingeschakeld. | ► Apparaat inschakelen. | |
| De netstekker zit niet correct in het stopcontact. | ► De netstekker controleren. | ||
| De zekering van de netstekker is niet in orde. | ► Zekering controleren. | ||
| Stroomuitval | ► Apparaat gesloten houden. ► Levensmiddelen beschermen: Koelaccu's boven op levensmiddelen leggen of een andere vriezer gebruiken als de stroomstoring langer duurt. ► Ontdooide levensmiddelen niet meer invriezen. | ||
| De koelapparaatbus steekt niet correct in het apparaat. | ► Koelapparaatbus controleren. | ||
| Temperatuur is niet voldoende koud. | De apparaatdeur is niet correct gesloten. | ► Apparaat sluiten. | |
| De be- en ontluchting is niet toereikend. | ► Ventilatieroosters vrijmaken en reinigen. | ||
| De omgevingstemperatuur is te hoog. | ► Probleemoplossing: | ||
| Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. | ► Afwachten of de vereiste temperatuur vanzelf terugkeert. Als dit niet gebeurt, contact opnemen met de klantenservice. (zie 11.4 Klantenservice) | ||
| Er werden grote hoeveelheden verse levensmiddelen zonder SuperFrost erin gelegd. | ► Probleemoplossing: (zie SuperFrost) | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
54 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 55
Klantenhulp
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | ► Stel de temperatuur lager in en controleer deze na 24 uur. | ||
| Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis, verwarming enz.). | ► Verander de standplaats van het apparaat of van de warmtebron. | ||
| Het apparaat werd niet correct in de nis ingebouwd. | ► Controleer of het apparaat correct werd ingebouwd en de deur goed sluit. | ||
| De temperatuur die op het display wordt weergegeven, is hoger dan de werkelijke temperatuur in het apparaat. | De apparaatdeur stond lange tijd open en het deuralarm werd automatisch geactiveerd. Hierdoor koelt het apparaat meer af. | ► Apparaatdeur sluiten. | |
| Het deurrubber is defect of moet om een andere reden worden vervangen. | Het deurrubber kan worden vervangen. Er kan zonder gereedschap een nieuw deurrubber worden geplaatst. | ► Contact opnemen met de klantenservice. (zie 11.4 Klantenservice) | |
| Het apparaat is bevroren of er heeft zich condenswater gevormd. | Het deurrubber kan uit de groef geschoven zijn. | ► Het deurrubber op een correcte passing in de groef controleren. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)
11.3.2 Uitrusting
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| De IceMaker kan niet worden ingeschakeld. | Het apparaat en zodoende de IceMaker zijn niet aangesloten. | ► Apparaat sluiten (zie montagehandleiding). | |
| De IceMaker maakt geen ijsblokjes. | De IceMaker is niet ingeschakeld. | ► IceMaker inschakelen. | |
| De schuiflade van de IceMaker is niet correct gesloten. | ► De schuiflade correct erin schuiven. | ||
| De wateraansluiting is niet open. | ► De wateraansluiting openen. | ||
| De binnenverlichting brandt niet. | Het apparaat is niet ingeschakeld. | ► Apparaat inschakelen. | |
| De deur is langer dan 15 minuten open. | ► De binnenverlichting gaat automatisch uit na ongeveer 15 minuten wanneer de deur open is. | ||
| De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd. | ► Contact opnemen met de klantenservice. (zie 11.4 Klantenservice) | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)
11.4 Klantenservice
Controleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen (zie 11 Klantenhulp) . Als dit niet het geval is, dient u contact op te nemen met de klantenservice.
U vindt het adres in de bijgevoegde brochure „Liebherr Service” of op home.liebherr.com/service.
WAARSCHUWING
Ondeskundige reparatie!
Verwondingen.
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 10 Onderhoud) , uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren.
- Beschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, de klantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoon laten vervangen.
- Bij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook de klant zelf de vervanging uitvoeren.
* afhankelijk van model en uitvoering 55
Pagina 56
Buiten bedrijf stellen
11.4.1 Contact opnemen met de klantenservice
Controleren of de volgende apparaatinformatie beschikbaar is:
❑Apparaataanduiding (model en index) ❑Servicenr. (Service) ❑Serienr. (S-Nr.)
- Apparaatinformatie via het display oproepen. (zie Apparaatinformatie)
-of-
- Apparaatinformatie van het typeplaatje aflezen.
(zie 11.5 Typeplaatje)
- Apparaatinformatie noteren.
- De klantenservice informeren: Fout en apparaatinformatie mededelen.
▷ Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk.
- Verdere instructies van de klantenservice opvolgen.
11.5 Typeplaatje
Het typeplaatje bevindt zich aan de achterkant van de schuifladen, aan de binnenkant van het apparaat.
Fig. 234
- (1) Apparaatbeschrijving (3) Serienr.
- (2) Servicenr.
- Informatie van het typeplaatje lezen.
12 Buiten bedrijf stellen
- Apparaat leegmaken.
- IceMaker deactiveren. (zie IceMaker en MaxIce deactiveren)
- Apparaat uitschakelen. (zie Apparaat uit- en inschakelen)
- Trek de netstekker uit het stopcontact.
- Verwijder indien nodig de koelapparaatbus: Trek de koelapparaatbus uit de apparaatstekker en beweeg tegelijkertijd naar links en rechts.
- Apparaat reinigen. (zie 10.8 Apparaat reinigen)
- Deur open laten, zodat er geen slechte geuren ontstaan.
13 Afvoeren
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Betekenis van de symbolen op het apparaat zijn bekend. (zie 1.14 Symbolen op het apparaat) ❑Aanwijzingen betreffende het afvoeren zijn bekend. (zie 1.7 Afvoeren)
13.1 Apparaat voor afvoeren voorbereiden
- Apparaat buiten bedrijf stellen. (zie 12 Buiten bedrijf stellen)
13.2 Verwijder het apparaat op een mili-euvriendelijke manier
WAARSCHUWING
Vrijkomend koudemiddel en olie!
Brand. Het gebruikte koelmiddel is milieuvriendelijk maar wel brandbaar. De gebruikte olie is ook brandbaar. Vrijkomend koelmiddel en vrijkomende olie kunnen bij hoge concentratie en in contact met een externe warmtebron ontvlammen.
- Buisleidingen van de koelmiddelkringloop en compressor niet beschadigen.
- Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen. (zie 3.6 Apparaat transporteren)
- Voer het apparaat af zonder het te beschadigen.
- Voer het apparaat weg volgens de bovenstaande specificaties.
56 * afhankelijk van model en uitvoering