Liebherr ICBNSd 5623, tekst van de handleiding
Pagina's 6–22 van 46 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–5verder op pagina 23 →
Pagina 6
Opstellen en aansluiten
- (2) Ventilator met FreshAir-actievekoolfilters
- (3) Deelbaar draagplateau
- (4) Draagplateau
- (5) Variabel flessenrek
- (6) Vakdeksel
Fruit & Vegetable-safe
- (8) Meat & Dairy-safe
- (9) Vriesschuiflade
- (10) Typeplaatje
- (11) Deurrekken
2.3 SmartDevice
SmartDevice is de netwerkoplossing voor uw koel-vriescombinatie.
Als uw apparaat compatibel is met SmartDevice is of hiervoor is voorbereid, kunt u uw apparaat snel en eenvoudig in uw WLAN integreren. Met de SmartDevice-app kunt u uw apparaat vanaf een mobiel eindapparaat bedienen. In de SmartDevice-app zijn aanvullende functies en instelmogelijkheden beschikbaar.
| Op een voor SmartDevice voorbereid apparaat: | Uw apparaat is op gebruik met de SmartDeviceBox voorbereid. U moet eerst de SmartDeviceBox kopen en deze dan installeren. Om uw apparaat met WLAN te kunnen verbinden, moet u de SmartDevice-app downloaden. |
| Meer informatie over SmartDevice: | smartdevice.liebherr.com |
| SmartDeviceBox in de Liebherr-Hausgeräte-shop kopen: | home.liebherr.com/shop/de/deu/ smartdevicebox.html |
| SmartDevice-app downloaden: | |
| Nadat u de SmartDevice-app geïnstalleerd en geconfigureerd hebt, kunt u uw apparaat met uw WLAN verbinden via de SmartDevice-app en de apparaatfunctie WLAN (zie WLAN) . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Aanwijzing
In de volgende landen is de SmartDevice-functie niet beschikbaar: Rusland, Belarus, Kazachstan.
U kunt de SmartDeviceBox niet gebruiken.
3 Opstellen en aansluiten
3.1 Opstellingsvoorwaarden
De opstellingsvoorwaarden zijn van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat u uw apparaat veilig, efficiënt en probleemloos kunt gebruiken.
- Neem alle veiligheidsaanwijzingen in acht.
- Let op de opstellingslocatie en positie in de ruimte.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door verkeerd opstellen!
Als een stroomkabel of stekker de achterkant van het apparaat raakt, kunnen de trillingen van het apparaat de stroomkabel of stekker beschadigen en kortsluiting veroorzaken.
- Voorkom bij het opstellen van het apparaat dat onder het apparaat stroomkabels klem komen te zitten.
- Apparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen het apparaat liggen.
- Op contactdozen in het apparaatacchterpaneel geen apparaten aansluiten.
- Meervoudige contactdozen of verdeeldozen en andere elektronische apparaten (bijv. halogeen-transformatoren) mogen niet aan het achterpaneel van apparaten worden aangebracht en gebruikt.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door vocht!
Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting vochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting.
- Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving of binnen bereik van spatwater plaatsen.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door lekkend koelmiddel en olie!
Het koelmiddel is milieuvriendelijk maar brandbaar. De olie is ook brandbaar. Uittredend koelmiddel en olie kunnen in hoge concentraties en bij contact met een externe warmtebron ontbranden.
- Leidingen van het koelmiddelcircuit en de compressor niet beschadigen.
3.1.1 Opstellingslocatie
- Stel het apparaat alleen op in gesloten ruimtes en gebruik het alleen daar.
- Gebruik het apparaat alleen als het gemonteerd is.
- Als het apparaat in zeer vochtige omgeving wordt opgesteld, kan zich aan de buitenzijde van het apparaat condenswater vormen.
Zorg altijd voor goede ventilatie en ontluchting op de opstelplaats.
- Hoe meer koelmiddel in het apparaat zit, hoe groter de ruimte moet zijn, waar het apparaat in staat. In te kleine ruimten kan bij een lekkage een brandbaar gaslucht mengsel ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet de opstellingsruimte ten minste 1 m³ groot zijn. Gegevens betreffende het koelmiddel staan op het typeplaatje in de binnenruimte in het apparaat.
- De ondergrond op de opstellingslocatie moet horizontaal en vlak zijn.
3.1.2 Plaatsing in de ruimte
- Installeer het apparaat niet in direct zonlicht of naast een verwarming of iets dergelijks.
- U kunt het apparaat direct naast een oven installeren.
- Als u het apparaat direct naast een oven installeert, kan het energieverbruik iets toenemen. Dit is afhankelijk van de duur en intensiteit van het gebruik van de oven.
- Plaats het apparaat alleen in stabiele meubels.
- Gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen is niet toegestaan.
6 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 7
Opstellen en aansluiten
3.2 Afmetingen apparaat
Fig. 2
| ICNS.. 56..3 / IC(B)NS.... 56..3 | |
| A (mm) | 541 |
| B (mm) | 545 |
| C (mm) | 1938 |
| D (mm) | 669 |
| E (mm) | 67 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
3.3 Nismaten
Fig. 3
| ICNS.. 56.3 / ICBNS.. 56.3 | |
| F (mm) | 1940 tot 1950 |
| G (mm) | 560 tot 570 |
| H (mm) | min. 550, aanbevolen 560 |
| J (mm) | min. 500 |
| L (mm) | max. 19 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Het opgegeven energieverbruik is berekend met een keukenblokdiepte van 560 mm bepaald. Het apparaat is geschikt voor een keukenblokdiepte van 550 mm volledig functioneel, maar heeft een iets hoger energieverbruik.
- Controleer de wanddikte van aangrenzende meubels: Het moet min. 16 mm zijn.
- Het apparaat alleen in stabiele, vaste keukenmeubels inbouwen. Meubels tegen kantelen beveiligen.
- Het keukenmeubel met een waterpas en winkelhaak uitlijnen en indien nodig met vulplaatjes compenseren.
- Zorg ervoor dat de vloer en de zijwanden van het meubel in een rechte hoek ten opzichte van elkaar staan.
3.3.1 Ventilatievereisten
LET OP
Afgedekte ventilatieopeningen!
Beschadigingen. Het apparaat kan oververhit raken, wat de levensduur van diverse onderdelen van het toestel kan verminderen en kan leiden tot functiebeperkingen.
- Let altijd op de be- en ontluchting.
- Ventilatieopeningen of - roosters in de apparaatbehuizing en in het keukenmeubel (inbouwapparaat) moeten altijd vrij worden gehouden.
- Ventilatieluchtopeningen altijd vrij houden.
De ontluchtingsopeningen per se in acht nemen:
- De diepte van de ontluchtingsschacht aan de meubelachterwand moet min. 38 mm bedragen.
- Voor de ventilatieopeningen in de meubelpoot en ombouw boven zijn min. 200 cm² vereist.
- In principe geldt: hoe groter de ontluchtingsdiameter hoe zuiniger het apparaat werkt.
Voor een goede werking van het apparaat is een toereikende ventilatie vereist. De in de fabriek aangebrachte ventilatieroosters zorgen voor een effectieve ventilatieopening op het apparaat van 200 cm². Als u het ventilatierooster door een afdekplaat vervangt, moet deze minstens een even grote of grotere ventilatieopening dan het ventilatierooster van de fabrikant hebben.
3.4 Apparaat transporteren
3.4.1 Apparaat vervoeren voor de eerste inbedrijfstelling
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Het apparaat is verpakt. ❑Het apparaat staat rechtop.
- Vervoer het apparaat met behulp van twee personen.
- Apparaat uitpakken. (zie 3.5 Apparaat uitpakken)
3.4.2 Apparaat na eerste inbedrijfstelling transporteren
Neem de volgende aanwijzingen in acht als u het apparaat na de eerste inbedrijfstelling opnieuw wilt vervoeren of verplaatsen.
* afhankelijk van model en uitvoering 7
Pagina 8
Opstellen en aansluiten
| Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Het apparaat is leeg. ❑Het apparaat staat rechtop. ❑Apparaat met deur(en): De deur is beveiligd tegen ongewenst openen. ❑Apparaat met uittrekwagen: De uittrekwagen is beveiligd tegen ongewenst openen. ❑Apparaat is gedemonteerd. ► Vervoer het apparaat met behulp van twee personen. | Draai de schroeven stevig vast. |
| Controleer of de volgende stap voor uw model van toepassing is. | |
| 3.5 Apparaat uitpakken LET OP Gevaar op beschadiging door verplaatsing van het apparaat! Als het apparaat zonder bescherming over de vloer wordt verplaatst, kan het apparaat de vloer beschadigen. ► De vloer voldoende afdekken, voordat u de verpakking van het apparaat verwijdert. ► Apparaat en verpakking controleren: Als transportschade wordt vermoed, neem dan voor het aansluiten contact op met de leverancier. | Controleer of de gebruikte onderdelen correct gemonteerd / goed vastzitten. Meet de opgegeven afmetingen en corrigeer indien nodig. Gereedschap voor montage: Duimstok |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
LET OP
Materiële schade door puntige of scherpe voorwerpen! Als u puntige of scherpe voorwerpen gebruikt bij het verwijderen van verpakkingsmateriaal, kunt u het apparaat beschadigen.
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om verpakkingsmateriaal te verwijderen.
- Verwijder de verpakkingsmaterialen.
3.6 Verklaring van gebruikte symbolen
Er bestaat gevaar voor letsel bij het uitvoeren van deze stap! Neem de veiligheidsaanwijzingen in acht!
De handleiding is geldig voor verschillende modellen. Voer deze stap alleen uit als deze op uw apparaat van toepassing is.
Zie voor de montage de gedetailleerde beschrijving in het tekstgedeelte van de handleiding.
Dit hoofdstuk is van toepassing op een ééndeurs- of een tweedeursapparaat.
Kies tussen de alternatieven: Apparaat met deuraanslag rechts of apparaat met deuraanslag links.
Vereiste montagestap voor IceMaker en / of InfinitySpring.
De schroeven alleen iets losdraaien of iets vastzetten.
Gereedschap voor montage: Accuschroevendraaier en inzetstuk
Voor een betere toegang tot de schroeven wordt een lang bit-inzetstuk aanbevolen.
Gereedschap voor montage: Waterpas
Gereedschap voor montage: Steeksleutel met SW 7 en SW 10
Voor deze stap zijn twee personen nodig.
De werkstap vindt plaats op het gemarkeerde punt op het apparaat.
Hulpmiddel voor montage: Touw
Hulpmiddel voor montage: Hoekmeter
Hulpmiddel voor montage: Schroevendraaier
8 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 9
Opstellen en aansluiten
| Hulpmiddel voor montage: Schaar | Fig. 6 ► Schroeven op het lagerblok losdraaien. Deur tegen eruit vallen borgen. |
| Hulpmiddel voor montage: Markeerstift, uitwisbaar | |
| Accessoires: Onderdelen uitnemen | |
| Gooi onderdelen die niet meer nodig zijn op de juiste manier weg. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
3.7 Deuraanslag verwisselen
Gereedschap
Fig. 4
WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar door eruit vallende deur!
Zijn de bevestigingsdelen niet correct vastgeschroefd, kan de deur eruit vallen. Dit kan tot zware verwondingen leiden. Bovendien sluit de deur eventueel niet, zodat het apparaat niet correct koelt.
- De lagerbokken onder en boven vastschroeven met 4 Nm.
Fig. 5
- Al gemonteerde afdekkingen verwijderen, zo nodig sleufschroevendraaier voor het heffen gebruiken.
Fig. 7
- Deur samen met het nog bevestigde lagerblok verwijderen.
Fig. 8
- Lagerblok 180° draaien en omzetten.
Fig. 9
- Onderste deur eruit halen: Lagerbouten in het midden met de schijf eruit trekken. Deur tegen eruit kantelen borgen. De deur omhoog tillen.
* afhankelijk van model en uitvoering 9
Pagina 10
Opstellen en aansluiten
Fig. 10
- Middelste lagerblok omzetten en vastschroeven.
Fig. 11
- Onderste lagerblok omzetten en vastschroeven.
- Bij apparaten met één deur: Deur monteren: Onder op de lagerbout plaatsen.
Fig. 14
- Bovenste lagerblok op de behuizing vastschroeven.
Fig. 15
- Afdekkingen weer monteren aan de kant van de greep. Afdekking aan de kant van het scharnier pas na de inbouw in het meubel weer monteren.
- Alle schroeven controleren en eventueel aandraaien.
3.8 Meerdere apparaten opstellen
Fig. 12
- Bij combinaties: Onderste deur monteren: Onder op de scharnierbout plaatsen en vanaf de bovenkant erin zwenken. Lagerbout in het midden door het middelste lagerblok in de deur schuiven.
Fig. 13
- Bij combinaties: Bovenste deur monteren: Onder op de lagerbout in het midden aanbrengen.
De apparaten zijn voor verschillende opstellingswijzen ontwikkeld. Als u meerdere apparaten naast elkaar of boven elkaar wilt plaatsen, garanderen dat er aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Uitsluitend apparaten naast of boven elkaar opstellen, die daarvoor ontwikkeld zijn.
❑Aanwijzingen en de volgende tabellen in acht nemen.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door condenswater!
- Plaats het apparaat niet direct naast een ander koel-/ vriesapparaat.
LET OP
Beschadigingsgevaar door condenswater!
- Plaats het apparaat niet direct boven een ander koel-/ vriesapparaat.
| Model | Opstellingswijze |
|---|---|
| alle modellen | afzonderlijk |
| Modellen waarvan de modelaanduiding met S... begint. | Side-by-Side (SBS) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
10 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 11
Opstellen en aansluiten
3.9.1 Gereedschap klaarzetten
| Model | Opstellingswijze |
| Modellen tot een maximale nishoogte van 880 mm en met verwarmd plafond kunnen „boven elkaar” worden opgesteld. Bovenste apparaat: tot maximale nishoogte 140 mm | Boven elkaar |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Modellen en hun opstellingswijze
Fig. 16
Elk apparaat in een aparte meubelnis inbouwen.
3.9 Inbouw in de nis
De apparaatinbouw in de nis gaat aan de hand van de volgende hoofdstappen:
- Gereedschap klaarzetten.
- Montagedelen in de accessoireverpakking controleren.
- Nis voorbereiden.
- Netaansluiting voorbereiden.
- Het apparaat voorbereiden.
- Apparaat uitlijnen.
- Apparaat bevestigen.
- Nivelleerrail plaatsen.
- Meubelfront monteren.
- Inbouw controleren.
- Afdekkingen aanbrengen.
Fig. 17
3.9.2 Montagedelen in de accessoireverpakking controleren
Fig. 18
4x15 2x
1x
Fig. 18
* afhankelijk van model en uitvoering 11
Pagina 12
Opstellen en aansluiten
| 4x36 Fig. 22 1x 4x14 3x Fig. 23 1x 3,5x12,7 1x | 1x | |
| Fig. 18 | ||
| 1x 1x | ||
| Fig. 18 | ||
| 4x59 1x | ||
| Fig. 19 * |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Fig. 20
Fig. 21
Fig. 24
3.9.3 Nis voorbereiden
Fig. 25
- Montagehulp op de perforatie loskoppelen.
12 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 13
Opstellen en aansluiten
Fig. 26
LET OP
Onjuiste inbouwdiepte van het apparaat.
- Als u het apparaat inbouwt: Montagehulpmiddel gebruiken.
| 4x15 | 2x | |
| Fig. 27 Deuraanslag rechts: Bevestig de montagehulp links op de bodem van de meubelnis. | ||
| 4x15 | 2x | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
►
Fig. 28
Deuraanslag links:
- Bevestig de montagehulp rechts op de bodem van de meubelnis.
▷ De montagebeugel sluit naadloos aan op de zijwand van het meubel.
3.9.4 Netaansluiting voorbereiden
Fig. 29
- Neem de netkabel uit de verpakking.
- Steek de koelapparaatbus van de netkabel volledig in de apparaatstekker aan de achterkant van het apparaat. ▷ De koelapparaatbus zit stevig in de apparaatstekker.
Fig. 30
- Leid de netkabel met behulp van een snoer naar een vrij toegankelijk stopcontact.
▷ Het netsnoer kan na installatie van het apparaat in het stopcontact worden gestoken.
3.9.5 Het apparaat voorbereiden
| ► ▷ | |
| Fig. 31 Plaats de compensatieplaat aan de bovenkant van het apparaat. Het paneel kan naar beide kanten worden verschoven. | |
| WAARSCHUWING Brandgevaar door kortsluiting! ► Als u het apparaat in de nis schuift: Netkabel niet knikken, klemmen of beschadigen. ► Apparaat niet gebruiken met een defecte netkabel. | |
| 2/3 | |
| ► | Fig. 32 Schuif het apparaat voor 2/3 in de meubelnis. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
* afhankelijk van model en uitvoering 13
Pagina 14
Opstellen en aansluiten
►
►
►
►
| Deur openen. Afdekking linksboven loskoppelen. Afdekking wegnemen. | Fig. 33 |
| Fig. 34 Plaats de bevestigingsbeugel. De onderste markering van de bevestigingsbeugel de voeg van de behuizing. | ligt op |
| 6x24 | 1x |
| Fig. 35 Schroef de bevestigingsbeugel losjes vast. De beugel kan worden verschoven. Deur sluiten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
▷
- ▷
►
Fig. 36 *
- Schuif het apparaat volledig in de nis.
3.9.6 Apparaat uitlijnen
Fig. 37
- Plaats de verstelbare poot in de uitsparing van de montagehulp.
- Deur openen.
Fig. 38
- Maak de aanslag van de montagehulp los door deze te bewegen.
- Breek deze indien nodig af met een tang.
Fig. 39
- Controleer of het apparaat waterpas in de meubelnis staat.
▷ De bevestigingsbeugel linksboven ligt stevig tegen de zijwand van de meubelnis.
Fig. 40
14 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 15
Opstellen en aansluiten
Fig. 41
De helling van het apparaat kan met de verstelbare poten worden afgesteld.
- Verstelbare poot uitdraaien:
▷ het apparaat kantelt naar achteren.
- Verstelbare poot indraaien:
▷ het apparaat kantelt naar voren.
3.9.7 Apparaat bevestigen
Fig. 42
- Druk de bevestigingsbeugel tegen de zijwand van de meubelniche.
- Draai de schroeven stevig vast.
Fig. 43
- Maak de aanslag los van de beugel.
- Gooi de aanslag weg.
Bevestig het apparaat aan de scharnierzijde via het middelste lagerbok in de nis:*
Fig. 44 *
LET OP
Beschadiging van de zijwand van het meubel.*
- Wanneer u het apparaat in de nis bevestigt: Draai de stelschroef niet te ver uit.
- Draai de stelschroef in het middelste lagerbok in de richting van de zijwand van het meubel uit.* ▷ Het apparaat zit stevig in de nis.* ▷ De zijwand van het meubel is niet beschadigd.*
Fig. 45 *
- Draai de schroef uit de bijgeleverde set in de stelschroef.*
- Schroef het apparaat aan de zijwand van het meubel vast.*
Fig. 46
- Draai de schroef uit de bijgeleverde set in de bovenste middelste opening van het lagerbok.
- Schroef het apparaat via het onderste lagerbok in de nis vast.
3.9.8 Nivelleringsrails plaatsen
U moet vanaf een nishoogte van 1400 mm de nivelleerrail onder het apparaat inbouwen. De nivelleerrail vermindert het geluidsniveau. Twee nivelleerrails en een montagegreep zijn vanaf nishoogte 1400 mm meegeleverd.
*
- 1 2
Fig. 47
- Steek de montagegreep Fig. 47 (1) op de nivelleerrail Fig. 47 (2).
* afhankelijk van model en uitvoering 15
Pagina 16
Opstellen en aansluiten
Fig. 48
Fig. 49
- Schuif de nivelleerrail in de geleiding onder de apparaatbodem tot aan de aanslag in.
- Trek de montagegreep eraf en steek deze aan de tweede nivelleerrail.
- Schuif de tweede nivelleerrail in de geleiding onder de apparaatbodem tot aan de aanslag in.
- Verwijder de montagegreep.
▷ Het apparaat is nu waterpas.
3.9.9 Meubelfront monteren
3,5x12,7 1x
Fig. 50
- Open de deur volledig.
- Monteer de hoek op de apparaatdeur.
Bevestig de meubelfront:
Fig. 51
- Schuif de rail in de houder van de bevestigingshoek. ▷ Afstand tussen het uiteinde van de rail en de buitenrand van de meubeldeur: Dikte van de zijwand van het meubel + 3 mm.
d
Fig. 52
Fig. 52
- Markeer de afstand met een afwasbare stift.
4 x 14 3x
Fig. 53
- Schuif de rail tot aan de markering.
- Schroef de rail vast aan de meubeldeur.
- Deur sluiten.
16 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 17
Opstellen en aansluiten
3.9.10 Inbouw controleren
1mm
Fig. 54
- Controleer de afstand tussen de meubeldeur en het meubelelement.
- Controleer alle schroeven.
- Indien vereist: Schroeven vastdraaien.
▷ De deur sluit correct.
▷ De meubeldeur raakt het meubelelement niet.
▷ De afstand tussen de meubeldeur en de meubelelement bedraagt rondom ten minste 1 mm.
3.9.11 Afdekkingen aanbrengen
- Deur openen.
Fig. 55
- Plaats de afdekking linksboven.
Fig. 56 *
- Plaats de afdekking op het middelste scharnier.*
Fig. 57
- Plaats de afdekking op het onderste scharnier.
Fig. 58
- Plaats de afdekking op de onderste lagerbok.
Fig. 59
- Verplaats de compensatieplaat naar de kant van de greep.
▷ De compensatieplaat ligt tegen de zijwand van het meubel aan.
Bevestig het magnetische kederprofiel:
Fig. 60
- Indien nodig: Knip het kederprofiel met een scherpe schaar op de gewenste lengte.
* afhankelijk van model en uitvoering 17
Pagina 18
Werking van het Touch-display
Fig. 61
- Plaats het kederprofiel onder de linker afdekking en druk deze aan.
3.10 Na het inbouwen
- Alle transportbeveiligingsdelen uit de binnenruimte verwijderen.
LET OP
Materiële schade door puntige of scherpe voorwerpen! Als u puntige of scherpe voorwerpen gebruikt bij het verwijderen van verpakkingsmateriaal, kunt u het apparaat beschadigen.
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om verpakkingsmateriaal te verwijderen.
- Beschermfolie uit de binnenruimte verwijderen: Folie vlak langs het onderdeel wegtrekken, om de hechting van de folie te beperken.
- Apparaat reinigen. (zie 10.7 Apparaat reinigen)
- Type (model, nummer), apparaataanduiding, apparaat-/serienummer, aanschafdatum en dealeradres noteren.
3.11 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten
WAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer!
Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat.
- Controleer apparaat en netsnoer na het transport op beschadiging.
- Neem het apparaat in geen geval in gebruik, als het apparaat of netsnoer beschadigd zijn.
- Neem contact op met de klantenservice.
U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding.
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Apparaat en voedingskabel zijn onbeschadigd.
- Apparaat is volgens de voorschriften ingebouwd. (zie 3.9 Inbouw in de nis)
- Vereisten aan de elektrische aansluiting zijn aangehouden.
- Maten voor de voorschriftmatige aansluiting zijn bekend en aangehouden.
- Netspanning en spanningsfrequentie komen overeen met de gegevens op het typeplaatje.
- Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaard en elektrisch gezekerd.
- Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en 16 A.
- Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zich niet achter het apparaat. (zie 3.3 Nismaten)
LET OP
Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik! Beschadiging van de elektrische componenten van het apparaat.
- Gebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.
Beschadigingen van het apparaat.
- Geen verlengkabel gebruiken.
- Geen verdeeldozen gebruiken.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat.
- Sluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormers zoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators.
- Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos.
▷ Liebherr-logo verschijnt op het display.
▷ Weergave wisselt naar standby-symbool.
▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt.
▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing.
3.12 Afvalverwerking van de verpakking
WAARSCHUWING
Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!
- Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:
- Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*
- Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
4 Werking van het Touch-display
U bedient uw apparaat met het Touch-display. Met het Touch-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
18 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 19
Werking van het Touch-display
4.1 Navigatie en verklaring van symbolen
In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven.
| Symbool | Beschrijving |
|---|---|
| Op de navigatiepijl vooruit drukken: In het menu één stap verdergaan. | |
| Op de navigatiepijl achteruit drukken: In het menu één stap teruggaan. | |
| Meerdere keren achter elkaar op de navigatiepijl drukken: In het menu verdergaan tot de gewenste functie. | |
| Op het bevestigingssymbool drukken: Functie activeren/deactiveren. Submenu openen. | |
| Tegelijk op het bevestigingssymbool en het terugsymbool drukken: Eén menuniveau terugspringen. | |
| Pijl met klok: Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |
| Pijl met tijdweergave: Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |
| Symbool "Instellingsmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen. Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) | |
| Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
| Symbool | Beschrijving |
|---|---|
| Geen actie gedurende 10 seconden | Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave. |
| Deur sluiten en weer openen. | Als u de deur sluit en direct weer opent, springt het display direct terug naar de statusweergave. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met Engelse begrippen weergegeven.
4.2 Menu's
De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld.
| Menu | Beschrijving |
|---|---|
| Hoofdmenu | Wanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu. Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu. |
| Instellingenmenu | Het instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) |
| Uitgebreid menu | Het uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1. (zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
4.2.1 Instellingenmenu openen
Fig. 62 Voorbeeld
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Instellingenmenu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.2.2 Uitgebreid menu openen
Fig. 63
* afhankelijk van model en uitvoering 19
Pagina 20
In gebruik nemen
| Fig. 64 Voorbeeldweergave, toegang met cijfercode 151 ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Geavanceerd menu is geopend. | ▷ Apparaat start in de demomodus (statusweergave met DEMO verschijnt): Als het apparaat in de demomodus start, kunt u de demomodus binnen de volgende 5 minuten deactiveren. (zie Demomodus) Meer informatie: - SmartDevice in gebruik nemen. (zie 2.3 SmartDevice) en (zie WLAN) |
| Aanwijzing De fabrikant adviseert het volgende: ► Levensmiddelen plaatsen: ca. 6 uur wachten tot de ingestelde temperatuur is bereikt. ► Diepvriesproducten bij -18 °C of kouder in de diepvriezer leggen. ► Bewaarinstructies in acht nemen. (zie 6.1 Instructies voor opslag) | |
| Aanwijzing Sie erhalten Zubehör im Liebherr-Hausgeräte-Shop unter go.liebherr.com/47wtc4. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.3 Slaapstand
Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.
4.3.1 Slaapstand beëindigen
- Op een willekeurige navigatietoets drukken. ▷ Slaapstand is beëindigd.
5 In gebruik nemen
5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑Apparaat is overeenkomstig de montage-instructies ingebouwd en aangesloten.
❑Alle plakstroken, plak- en beschermfolies alsook de transportbeveiligingen in en op het apparaat zijn verwijderd.
❑Alle reclame-inserts zijn uit de laden verwijderd.
❑Werking van het Touch-display is bekend. (zie 4 Werking van het Touch-display)
Apparaat via het Touch-display inschakelen:
- Als het display in de sluimermodus staat: Bevestigingssymbool indrukken.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
6 Opslag
6.1 Instructies voor opslag
WAARSCHUWING
Brandgevaar door elektrische apparaten!
Als u elektrische apparaten in het levensmiddelengedeelte van uw apparaat gebruikt, kunnen ze brand veroorzaken.
- Gebruik geen elektrische apparaten in het levensmiddelengedeelte van het apparaat, tenzij ze door de fabrikant worden aanbevolen.
Aanwijzing
Het energieverbruik stijgt en het koelvermogen neemt af als de ontluchting niet toereikende is.
- Houd de luchtopening altijd vrij.
De volgende bewaarvoorschriften in acht nemen:
- Luchtspleten bij de ventilator vrijhouden.
- In het vriesgedeelte: Levensmiddelen goed verpakken.
- Levensmiddelen die gemakkelijk geur of smaak aannemen of afgeven, in gesloten containers verpakken of afdekken.
- Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.
- Levensmiddelen met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.
- Levensmiddelen overeenkomstig de aanwijzingen op de verpakking bewaren.
- Altijd de op de verpakking vermelde minimale houdbaarheidsdatum in acht nemen.
Aanwijzing
Het niet opvolgen van deze gegevens kan leiden tot bederf van levensmiddelen.
6.2 Koelgedeelte
Fig. 65 Voorbeeld ▷ De statusweergave verschijnt.
▷ Apparaat koelt af tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.
Door de luchtcirculatie in het apparaat kunnen verschillende temperatuurzones worden ingesteld. U vindt de verschillende temperatuurzones in het apparaat- en uitrustingsoverzicht. (zie 2.2 Apparaat- en uitrustingsoverzicht)
20 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 21
Opslag
6.2.1 Levensmiddelen sorteren
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en schade door verkeerd geclassificeerde levensmiddelen of voorwerpen!
Als u levensmiddelen of voorwerpen op de onderste glasplaat plaatst, kan de deur niet goed sluiten. Daarbij kan het deurrek breken, levensmiddelen of voorwerpen eruit vallen en verwondingen veroorzaken.
- Houd het voorste gedeelte van de onderste glasplaat vrij.
1
Fig. 66 Voorbeeldweergave
- (1) Voorste gedeelte
- Bovenste gedeelte en deur: Boter, kaas, conserven en tubes bewaren.
- Koudste temperatuurzone: Licht bederfelijke levensmiddelen zoals kant-en-klare maaltijden bewaren.
6.3 BioFresh
BioFresh verlengt bij sommige verse levensmiddelen de versheid in vergelijking met gebruikelijke koelmethodes.
Aanwijzing
Als de temperatuur onder 0 °C daalt, kunnen levensmiddelen bevriezen.
- Groenten die gevoelig zijn voor kou, zoals komkommer, aubergine, courgette en zuidvruchten, moeten in het koelgedeelte worden bewaard.
6.3.1 Fruit & Vegetable-safe
Hier wordt een bewaarklimaat rond 0 °C ingesteld. Het vakdeksel zorgt voor een constante luchtvochtigheid. Dit klimaat is geschikt voor het bewaren van onverpakte levensmiddelen met een hoog vochtgehalte (bijv. sla, groenten, fruit).
De luchtvochtigheid in het vak is afhankelijk van het vochtgehalte van de bewaarde producten en hoe vaak het vak wordt geopend. U kunt de luchtvochtigheid regelen.
Levensmiddelen sorteren
- Onverpakte groenten en fruit bewaren. Als de luchtvochtigheid te hoog is:
- Luchtvochtigheid regelen.
6.3.2 Meat & Dairy-safe
Hier wordt een bewaarklimaat rond 0 °C ingesteld. Dit klimaat is geschikt voor gevoelige levensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, worst).
Levensmiddelen sorteren
- Droge of verpakte levensmiddelen bewaren.
6.4 Vriesgedeelte
Hier heerst bij -18 °C een droog, ijskoud klimaat. Een ijskoud klimaat is geschikt voor het bewaren van diepvriesproducten gedurende meerdere maanden, voor het maken van ijsblokjes en voor het invriezen van verse levensmiddelen.
6.4.1 Levensmiddelen invriezen
Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen
U kunt binnen 24 uur maximaal zoveel verse levensmiddelen invriezen als op het typeplaatje (zie 11.5 Typeplaatje) onder "Invriescapaciteit ... kg/24h" wordt aangegeven.
Houd u aan de volgende hoeveelheden per verpakking zodat de levensmiddelen snel tot de kern bevriezen:
- Groenten en fruit tot 1 kg - Vlees tot 2,5 kg
Levensmiddelen invriezen met SuperFrost
Afhankelijk van de vrieshoeveelheid kunt u voor het invriezen SuperFrost activeren om lagere vriestemperaturen te verkrijgen. (zie SuperFrost)
- SuperFrost activeren als de hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen groter dan ca. 2 kg is.
Het tijdstip waarop u SuperFrost activeert is afhankelijk van de hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:
| Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | Tijdstip voor activering van SuperFrost |
| Kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | SuperFrost ongeveer 6 uur vóór het invriezen activeren. Zodra het apparaat SuperFrost automatisch deactiveert, kunt u het voedsel opnieuw sorteren. |
| Maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | SuperFrost ongeveer 24 uur vóór het invriezen activeren. Zodra het apparaat SuperFrost automatisch deactiveert, kunt u het voedsel opnieuw sorteren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Levensmiddelen sorteren
VOORZICHTIG
Risico van letsel door glasscherven!
Flessen en blikjes dranken kunnen barsten tijdens het invriezen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudende dranken.
| ► Flessen en blikjes met dranken alleen invriezen als u de BottleTimer-functie in de SmartDevice-app hebt geactiveerd. | |
| Hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | Levensmiddelen sorteren |
| Kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | Verpakte levensmiddelen over alle lades verdelen. Levensmiddelen indien mogelijk achter in de lade tegen de achterzijde leggen. |
| Maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen | Verpakte levensmiddelen over alle lades verdelen. Levensmiddelen indien mogelijk achter in de lade tegen de achterzijde leggen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
* afhankelijk van model en uitvoering 21
Pagina 22
Opslag
6.4.2 Levensmiddelen ontdooien
WAARSCHUWING
Gevaar voor voedselvergiftiging!
- Ontdooide levensmiddelen nooit weer terug invriezen.
- Verwerk ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk.
U kunt levensmiddelen op verschillende manieren ontdooien:
- In het koelgedeelte - In de magnetron - In de oven/heteluchtoven - Bij kamertemperatuur
- Slechts zoveel levensmiddelen verwijderen als nodig is.
6.5 Opslagtijden
De aangegeven opslagtijden zijn richtwaarden.
Bij levensmiddelen met gegevens over de minimale houdbaarheid geldt altijd de op de verpakking aangegeven datum.
6.5.1 Koelgedeelte
De minimale houdbaarheidsdatum op de verpakking is van toepassing.
6.5.2 BioFresh
| Richtwaarden voor de opslagduur in Meat & Dairy-Safe | ||
| boter | bij 1 °C | tot 90 dagen |
| harde kaas | bij 1 °C | tot 110 dagen |
| melk | bij 1 °C | tot 12 dagen |
| worst, beleg | bij 1 °C | tot 8 dagen |
| gevogelte | bij 1 °C | tot 6 dagen |
| varkensvlees | bij 1 °C | tot 6 dagen |
| rundvlees | bij 1 °C | tot 6 dagen |
| wild | bij 1 °C | tot 6 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Aanwijzing
- Let op: eiwitrijkere levensmiddelen bederven sneller. d.w.z. schaaldieren bederven sneller dan vis en vis sneller dan vlees.
| Richtwaarden voor de opslagduur in Fruit & Vegetable-Safe | ||
| groenten, salade | ||
| artisjokken | bij 1 °C | tot 14 dagen |
| selderij | bij 1 °C | tot 28 dagen |
| bloemkool | bij 1 °C | tot 21 dagen |
| Broccoli | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| chicorée | bij 1 °C | tot 27 dagen |
| veldsla | bij 1 °C | tot 19 dagen |
| erwten | bij 1 °C | tot 14 dagen |
| boerenkool | bij 1 °C | tot 14 dagen |
| wortels | bij 1 °C | tot 80 dagen |
| knoflook | bij 1 °C | tot 160 dagen |
| koolrabi | bij 1 °C | tot 14 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
| Richtwaarden voor de opslagduur in Fruit & Vegetable-Safe | ||
| kropsla | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| kruiden | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| prei | bij 1 °C | tot 29 dagen |
| champignons | bij 1 °C | tot 7 dagen |
| radijsjes | bij 1 °C | tot 10 dagen |
| spruitjes | bij 1 °C | tot 20 dagen |
| asperge | bij 1 °C | tot 18 dagen |
| spinazie | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| savooiekool | bij 1 °C | tot 20 dagen |
| Fruit | ||
| abrikozen | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| appels | bij 1 °C | tot 80 dagen |
| peren | bij 1 °C | tot 55 dagen |
| braambessen | bij 1 °C | tot 3 dagen |
| dadels | bij 1 °C | tot 180 dagen |
| aardbeien | bij 1 °C | tot 7 dagen |
| vijgen | bij 1 °C | tot 7 dagen |
| blauwe bosbessen | bij 1 °C | tot 9 dagen |
| frambozen | bij 1 °C | tot 3 dagen |
| rode bessen | bij 1 °C | tot 7 dagen |
| kersen, zoet | bij 1 °C | tot 14 dagen |
| kiwi | bij 1 °C | tot 80 dagen |
| perziken | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| pruimen | bij 1 °C | tot 20 dagen |
| vossenbessen | bij 1 °C | tot 60 dagen |
| rabarber | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| kruisbessen | bij 1 °C | tot 13 dagen |
| druiven | bij 1 °C | tot 29 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
6.5.3 Vriesgedeelte
| Richtwaarden voor de opslagduur levensmiddelen | van verschillende | ||
| IJs | bij -18 | °C | 2 tot 6 maanden |
| Worst, ham | bij -18 | °C | 2 tot 3 maanden |
| Brood, bakkerijproducten | bij -18 | °C | 2 tot 6 maanden |
| Wild, varken | bij -18 | °C | 6 tot 9 maanden |
| Vis, vet | bij -18 | °C | 2 tot 6 maanden |
| Vis, mager | bij -18 | °C | 6 tot 8 maanden |
| Kaas | bij -18 | °C | 2 tot 6 maanden |
| Gevogelte, rundvlees | bij -18 | °C | 6 tot 12 maanden |
| Groente, fruit | bij -18 | °C | 6 tot 12 maanden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
22 * afhankelijk van model en uitvoering