Liebherr SCFfg 4002, tekst van de handleiding
Pagina's 19–39 van 52 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–18verder op pagina 40 →
Pagina 19
Opstellen en aansluiten
Fig. 65 Koelgedeelte
- Afdekking verwijderen.
Fig. 66 Koelgedeelte
- Beide schroeven iets losmaken en deur met scharnierhoek naar rechts of links verschuiven.
- Schroeven vastdraaien.
- Afdekking plaatsen.
3.9 Apparaat opstellen
VOORZICHTIG
Letsel- en beschadigingsgevaar!
- Apparaat met 2 personen opstellen.
VOORZICHTIG
Letsel- en beschadigingsgevaar!
De deur kan tegen de wand slaan en hierdoor worden beschadigd. Bij glazen deuren kan het beschadigde glas tot letsel leiden!
- Deur tegen het slaan tegen de wand beveiligen. Deurstopper, bijv. van vilt, op de wand aanbrengen.
- Alle benodigde onderdelen (bijv. netkabel) op de achterzijde van het apparaat aansluiten en naar de zijkant leiden.
Aanwijzing
Kabels kunnen beschadigd worden!
- Kabels bij het terugschuiven niet ingeklemd raken.
Fig. 67 Vriesgedeelte
- Middelste schroef aan onderste scharnierhoek verwijderen.
Fig. 69
- Apparaat zodanig tegen de wand schuiven dat de vasthouddelen in de borghaken vergrendelen.
▷ Het apparaat is nu tegen kantelen beveiligd.
▷ Dit kan door terugklappen van de borghaken weer worden losgemaakt.
3.10 Apparaat uitlijnen
Fig. 68 Vriesgedeelte
- Beide schroeven iets losmaken en deur met scharnierhoek naar rechts of links verschuiven.
- Schroeven tot de aanslag vastdraaien (middelste schroef is niet meer nodig).
▷ De deuren zijn uitgelijnd.
LET OP
Vervorming van het apparaat en deur sluit niet.
- Apparaat horizontaal en verticaal uitlijnen.
- Oneffen ondergrond met stelvoeten compenseren.
WAARSCHUWING
Niet-deskundige hoogteverstelling van de stelvoet! Zwaar tot dodelijk letsel. Door verkeerde hoogteverstelling kan het onderdeel van de stelvoet losraken en het apparaat kantelen.
- De stelvoet er niet te ver uitdraaien.
* afhankelijk van model en uitvoering 19
Pagina 20
Opstellen en aansluiten
Fig. 70
Apparaat optillen:
- Stelvoet rechtsom draaien.
Apparaat neerlaten:
- Stelvoet linksom draaien.
3.11 Plaatsen van meerdere apparaten
LET OP
Beschadigingsgevaar door condenswater tussen de zijwanden!
- Het apparaat niet direct naast een ander koelapparaat plaatsen.
- Apparaat met afstand van 3 cm tussen de apparaten opstellen.
- Meerdere apparaten alleen tot temperaturen van 35 °C en 65 % luchtvochtigheid naast elkaar opstellen.
- Bij hoge luchtvochtigheid afstand tussen de apparaten vergroten.
Fig. 71 Side-by-side-opstelling
Aanwijzing
Een side-by-side-kit is als toebehoren via de Liebherr-klantenservice verkrijgbaar. (zie 10.3 Klantenservice)
3.12 Na het opstellen
- Alle transportbeveiligingsdelen uit de binnenruimte verwijderen.
LET OP
Materiële schade door puntige of scherpe voorwerpen! Als u puntige of scherpe voorwerpen gebruikt bij het verwijderen van verpakkingsmateriaal, kunt u het apparaat beschadigen.
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om verpakkingsmateriaal te verwijderen.
- Beschermfolie uit de binnenruimte verwijderen: Folie vlak langs het onderdeel wegtrekken, om de hechting van de folie te beperken.
- Apparaat reinigen. (zie 9.3 Apparaat reinigen)
- Indien nodig: Apparaat desinfecteren.
- Type (model, nummer), apparaataanduiding, apparaat-/serienummer, aanschafdatum en dealeradres noteren.
3.13 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten
WAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer!
Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat.
- Controleer apparaat en netsnoer na het transport op beschadiging.
- Neem het apparaat in geen geval in gebruik, als het apparaat of netsnoer beschadigd zijn.
- Neem contact op met de klantenservice.
U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding.
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Apparaat en voedingskabel zijn onbeschadigd.
- Apparaat is volgens de voorschriften opgesteld. (zie 3.9 Apparaat opstellen)
- Vereisten aan de elektrische aansluiting zijn aangehouden.
- Maten voor de voorschriftmatige aansluiting zijn bekend en aangehouden.
- Netspanning en spanningsfrequentie komen overeen met de gegevens op het typeplaatje.
- Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaard en elektrisch gezekerd.
- Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en 16 A.
- Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zich niet achter het apparaat.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik! Beschadiging van de elektrische componenten van het apparaat.
- Gebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.
Beschadigingen van het apparaat.
- Geen verlengkabel gebruiken.
- Geen verdeeldozen gebruiken.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat.
- Sluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormers zoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators.
20 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 21
Werking van het Touch-display
| ► Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos. ▷ Standby-symbool verschijnt op het display. ▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt. ▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing. | ||
| Symbool | Beschrijving | |
| Op het bevestigingssymbool drukken: Functie activeren/deactiveren. Submenu openen. | ||
| 3.14 Afvalverwerking van de verpakking | Tegelijk op het bevestigingssymbool en het terugsymbool drukken: Eén menuniveau terugspringen. | |
| WAARSCHUWING Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie! ► Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal: - Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen* ► Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt. 4 Werking van het Touch-display U bedient uw apparaat met het Touch-display. Met het Touch-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave. 4.1 Navigatie en verklaring van symbolen In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven. Symbool Beschrijving | Pijl met klok: Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt. Pijl met tijdweergave: Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt. Symbool "Instellingsmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen. Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen) | |
| Op de navigatiepijl vooruit drukken: In het menu één stap verder‐ | Geen actie gedurende 10 seconden | Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
gaan. naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de status-Op de navigatiepijl achteruit weergave.
drukken:
Deur openen en sluiten Als u de deur opent en direct In het menu één stap teruggaan. weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave.
3 seconden op de navigatiepijl Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met achteruit drukken: Engelse begrippen weergegeven.
In het hoofdmenu of vanuit het instellingenmenu terugspringen 4.2 Menu's naar de statusweergave.
Meerdere keren achter elkaar op de navigatiepijl drukken:
In het menu verdergaan tot de gewenste functie.
De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld.
* afhankelijk van model en uitvoering 21
Pagina 22
In gebruik nemen
| Menu | Beschrijving |
|---|---|
| Hoofdmenu | Wanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu. Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu. |
| Instellingenmenu | Het instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) |
| Uitgebreid menu | Het uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1. (zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
4.2.1 Instellingenmenu openen
Fig. 72 Voorbeeld
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Instellingenmenu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.2.2 Uitgebreid menu openen
Fig. 73 Toegang met cijfercode 151
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Geavanceerd menu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.3 Slaapstand
Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.
4.3.1 Slaapstand beëindigen
- Op een willekeurige navigatietoets drukken. ▷ Slaapstand is beëindigd.
5 In gebruik nemen
5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)
Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:
- Apparaat is opgesteld en aangesloten.
- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.
Fig. 74 Voorbeeld
Het stand-bysymbool knippert tot de startprocedure is beëindigd.
Het display geeft het stand-bysymbool aan.
Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal worden geselecteerd.
Fig. 75
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.
Aanwijzing
Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.
- Als de ingestelde temperatuur is bereikt, moet een sensorkalibratie (zie 7.2.20 Sensorkalibratie ) worden uitgevoerd.
22 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 23
Opslag
6 Opslag
6.1 Instructies voor opslag
1
Fig. 77
1
Fig. 76 Voorbeeld
Bij het bewaren in acht nemen:
❑Als draagplateaus Fig. 76 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.
❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).
❑Ventilatiesleuf Fig. 77 (2) van de ventilator in de binnenruimte vrijhouden.
❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken. ❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.
❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.
❑Gekoelde goederen mogen de stapelmarkering niet over‐
schrijden.
Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en een gelijkmatige temperatuurverdeling in de binnenruimte. ❑Geen gekoelde goederen onder de condensbak bewaren.
7 Bediening
7.1 Bedienings- en weergave-elementen
Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen.
De bediening wordt uitgevoerd met navigatiepijlen en bevestigingssymbool.
Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd.
Fig. 78 Display
- (1) Statusindicatie
- (2) Navigatiepijl achteruit
- (3) Navigatiepijl vooruit
- (4) Bevestigen
7.1.1 Statusweergave
Fig. 79 Statusweergave
- (1) Werkelijke temperatuur koelgedeelte
- (2) Werkelijke temperatuur vriesgedeelte
De statusweergave toont de werkelijke temperatuur en is de uitgangsweergave. Van daaruit vindt de navigatie naar de functies en instellingen plaats. De stausweergave kan verschillende weergavesymbolen weergeven.
7.1.2 Weergavesymbolen
De weergavesymbolen geven informatie over de actuele toestand van het apparaat.
| Symbool | Apparaattoestand |
|---|---|
| Stand-by Apparaat is uitgeschakeld. | |
| Pulserend stand-bysymbool Apparaat beweegt omhoog. | |
| Pulserende temperatuur Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur. | |
| Temperatuurindicatie Toont de actuele binnentemperatuur | |
| Wisselende weergave temperatuur//Defrost-symbool met witte balk Apparaat is in handmatige ontdooiing |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
* afhankelijk van model en uitvoering 23
Pagina 24
Bediening
| Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touchdisplay) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen) | ||
| Symbool | Apparaattoestand | |
| D in de weergave Apparaat is in DemoMode. | ||
| Herinnering onderhoud Het ingestelde tijdsinterval is afgelopen. | ||
| Vol gegevensgeheugen Het gegevensgeheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden vanaf nu overschreven. Knipperend symbool Een fout is nog actief. | 7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen Met deze instelling kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld. Apparaat inschakelen Zonder geactiveerde DemoMode: |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Foutsymbool
Apparaat is in fouttoestand.
Witte balk onder
Submenu
Witte balk boven
Voorinstelling, actieve instelling of actieve waarde
Toenemende balk
Toets 3 seconden indrukken om instelling te activeren.
Afnemende balk
Toets 3 seconden indrukken om instelling te deactiveren.
Symbolen van de statusweergave
7.1.3 Akoestische signalen
In de volgende gevallen klinkt een signaal:
- Als een functie of waarde wordt bevestigd.
- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.
- Zodra een fout optreedt.
- Bij een alarmmelding.
De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.
Fig. 80
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Met geactiveerde DemoMode:
Fig. 81
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Aanwijzing
DemoMode voor aflopen van de countdown deactiveren.
Fig. 82 ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.
Apparaat uitschakelen
Fig. 83
7.2 Apparaatfuncties
7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat
De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.
Fig. 84
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display toont stand-bysymbool.
24 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 25
▷ Display wordt na ongeveer 10 minuten uitgeschakeld.
7.2.3 Temperatuurzone uit- en inscha‐
kelen
U kunt afzonderlijke temperatuurzones van het apparaat gescheiden van elkaar uitschakelen.
Toepassing: - Reinigen - Ontdooien
Koelgedeelte uitschakelen
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Koelgedeelte is leeggemaakt.
Fig. 85
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 86
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Koelgedeelte is uitgeschakeld.
Vriesgedeelte uitschakelen
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Vriesgedeelte is leeggemaakt.
Fig. 87
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Bediening
Fig. 88
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Vriesgedeelte is uitgeschakeld.
Koelgedeelte inschakelen
Fig. 89
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 90
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Koelgedeelte is ingeschakeld.
▷ Apparaat koelt af tot de laatst ingestelde temperatuur.
Vriesgedeelte inschakelen
Fig. 91
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 92
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Vriesgedeelte is ingeschakeld.
* afhankelijk van model en uitvoering 25
Pagina 26
Bediening
▷ Apparaat koelt af tot de laatst ingestelde temperatuur.
7.2.4 Temperatuur
De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:
- hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het koel-/vries-goed
Aanwijzing
In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de temperatuurweergave afwijken.
Temperatuur instellen
Fig. 93
Fig. 94 Temperatuurwissel van 5,5 °C tot 6,9 °C en -15,5 °C tot -16,9 °C
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuur is ingesteld.
7.2.5 Temperatuurregistratie
Het apparaat geeft de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.
Aanwijzing
Aanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbedrijfstelling van het apparaat en na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.
Temperatuurregistratie tonen
De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.
Fig. 95
Fig. 96
Fig. 97
Fig. 98 ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.
Temperatuurregistratie resetten
De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.
Fig. 99
26 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 27
Bediening
Fig. 100
- Handelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren.
Fig. 101
Fig. 102
- Handelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuurregistratie is gereset.
▷ Registratie-interval start opnieuw.
7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu
Met deze instelling kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een driecijferige pincode.
Toepassing:
- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.
- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurwijzigingen vermijden.
Aanwijzing
- In de onderstaande voorbeelden wordt af fabriek de ingestelde PIN-code: 1 1 1 gebruikt.
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren
Fig. 103
Fig. 104
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.
Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen
Zie: (zie 7.2.7 Toegangscodes)
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren
Fig. 105
Fig. 106
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.
* afhankelijk van model en uitvoering 27
Pagina 28
Bediening
Beveiligd instellingenmenu openen
Bij een actieve toegangsbeveiliging is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 107
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De pincode is correct.
▷ Het instellingenmenu verschijnt.
7.2.7 Toegangscodes
Verschillende instellingen zijn mogelijk.
Toepassing:
- Wijzigen van de instellingscode. - Resetten van de instellingscode.
Toegangsbeveiliging van het instellingsmenu
Wijzigen van de instellingscode
Deze instelling maakt het wijzigen van de instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu mogelijk.
De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:
- Invoer van de instellingscode - Invoer van de nieuwe instellingscode - Bevestiging van de nieuwe instellingscode
Aanwijzing
- In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingestelde instellingscode 1 1 1 gewijzigd.
- De nieuwe instellingscode is: 2 3 4
Fig. 108
De toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moet actief zijn. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 109
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Invoer van de oude instellingscode succesvol.
Fig. 110
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Invoer van de nieuwe instellingscode succesvol.
28 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 29
Bediening
Fig. 111
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Bevestiging van de nieuwe instellingscode succesvol. ▷ De instellingscode is gewijzigd.
Resetten van de instellingscode
Instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu vergeten of niet bekend.
- Apparaat op fabrieksinstellingen (zie 7.2.26 Resetten naar fabrieksinstellingen ) resetten.
▷ Het apparaat is gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
▷ De instellingscode af fabriek is: 1 1 1
7.2.8 Herinnering onderhoudsinterval
Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.
De volgende waarden kunnen worden ingesteld:
- 7 dagen
- 14 dagen
- 30 dagen
- 60 dagen
- 90 dagen
- 180 dagen
- 360 dagen
- 720 dagen
- 1080 dagen
- Uit
Herinnering onderhoudsinterval instellen
De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.
Fig. 112
Fig. 113
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.
▷ De resterende tijd wordt weergegeven.
7.2.9 Taal
Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.
Taal instellen
Fig. 114
Fig. 115
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De geselecteerde taal is ingesteld.
7.2.10 Temperatuureenheid
Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.
Temperatuureenheid instellen
Fig. 116
* afhankelijk van model en uitvoering 29
Pagina 30
Bediening
Fig. 117 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuureenheid is ingesteld.
7.2.11 Display-helderheid
Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.
U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)
Helderheid instellen
Fig. 118
Fig. 119 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Helderheid is ingesteld.
7.2.12 Alarm Sound
Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.
Alarm Sound activeren
Fig. 120
Fig. 121
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is geactiveerd.
Alarm Sound deactiveren
Fig. 122
Fig. 123
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is gedeactiveerd.
7.2.13 Key Sound
Met deze functie kunnen alle bevestigingstonen en de Startsound worden in- en uitgeschakeld.
Key Sound activeren
Fig. 124
Fig. 125
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is geactiveerd.
Key Sound deactiveren
Fig. 126
Fig. 127
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is gedeactiveerd.
30 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 31
Bediening
7.2.14 WLAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Fig. 128
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 128 (1) is geplaatst.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 129
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 129) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 130
Fig. 131
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
- Inrichtprocedure op uw internetcompatibele eindapparaat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring Dashboard
Fig. 132
- Verbinding wordt gemaakt.
▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 133
Fig. 134
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Verbinding resetten
Fig. 135
* afhankelijk van model en uitvoering 31
Pagina 32
Bediening
Fig. 136
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.
7.2.15 LAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 138
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 138) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 139
Fig. 140
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 141
Fig. 137
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 137 (1) is geplaatst.
Fig. 142
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
32 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 33
7.2.16 Apparaatinformatie
Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)
Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)
Apparaatinformatie weergeven
Fig. 143
Fig. 144
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft apparaatinformatie weer.
7.2.17 Bedrijfsuren
Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.
Bedrijfsuren weergeven
Fig. 145
Bediening
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft softwareversie weer.
7.2.19 Ontdooien
Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.
Toepassing:
- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart. - Alleen het koelgedeelte wordt ontdooid.
Automatisch ontdooien handmatig starten
Fig. 149
Fig. 150
- Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf.
Aanwijzing
Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.2 Apparaat ontdooien)
Handmatig gestarte ontdooiing annuleren
Fig. 146 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.
7.2.18 Software
Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.
Softwareversie weergeven
Fig. 147
Fig. 148
Fig. 151
Fig. 152
- Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.
Ontdooi-info
Met deze instelling wordt de weergave tijdens een automatische ontdooiproces aangepast.
* afhankelijk van model en uitvoering 33
Pagina 34
Bediening
| Weergave | Beschrijving | |
|---|---|---|
| Def 1 | Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. | |
| Def 2 | Symbool „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer. | |
| Def 3 | Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800: | Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. |
| Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800: | Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer. | |
| Def 4 | Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800: | Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. |
| Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800: | Aanwijzing „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
Weergave van de aanwijzing „automatische ontdooiproces” in de statusweergave
Hier ziet u de op uw apparaat geïnstalleerde softwareversie PW SW: (zie 7.2.18 Software )
Fig. 153
Fig. 154
- Voer stappen volgens de afbeelding uit. ▷ De gewenste weergavevariant is geselecteerd.
7.2.20 Sensorkalibratie
U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.
Instelbereik: +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.
Sensor kalibreren
Fig. 155
Fig. 156
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Sensor is gekalibreerd.
Aanwijzing
De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.
7.2.21 Temperatuuralarm
Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik
34 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 35
Bediening
| verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken. | |
| Voorbeeld In te stellen verschilwaarde | |
| Actuele binnentemperatuur 5 °C | |
| Onderste temperatuurgrens 2 °C -3 °C | |
| Bovenste temperatuurgrens 8 °C +3 °C | |
| U kunt de volgende waarden instellen: - Verschilwaarde voor de onderste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C - Verschilwaarde voor de bovenste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C - Vertragingstijd van het alarm van 0 tot 60 minuten (instelling „0” betekent geen vertraging van het temperatuuralarm). - Herhalingsfrequentie van het alarm van 0 tot 30 minuten (instelling „0” betekent geen alarmherhaling na het bevestigen van het alarm). Temperatuuralarm koelgedeelte instellen Fig. 157 | |
| Fig. 161 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C. ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld. | |
| Fig. 162 ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmvertragingstijd is ingesteld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
Fig. 158
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 159
Fig. 163
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmherhalingsinterval is ingesteld.
▷ Temperatuuralarm koelgedeelte is ingesteld.
Temperatuuralarm vriesgedeelte instellen
Fig. 164
Fig. 160 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.
Fig. 165
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
* afhankelijk van model en uitvoering 35
Pagina 36
Bediening
Fig. 166
Fig. 167 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.
Fig. 168 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.
Fig. 169
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmvertragingstijd is ingesteld.
Fig. 170
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmherhalingsinterval is ingesteld.
▷ Temperatuuralarm vriesgedeelte is ingesteld.
Ingestelde waarden temperatuuralarm voor koelgedeelte weergeven
Fig. 171
Fig. 172
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 173
Fig. 174
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm voor het koelgedeelte worden weergegeven.
Ingestelde waarden temperatuuralarm voor vriesgedeelte weergeven
Fig. 175
Fig. 176
36 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 37
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 177
Fig. 178
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm voor het vriesgedeelte worden weergegeven.
7.2.22 Deuralarm
Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.
U kunt de volgende waarden instellen:
- 15 seconden
- 30 seconden
- 60 seconden
- 90 seconden
- 120 seconden
- 150 seconden
- 180 seconden
- Uit
Deuralarm instellen
Fig. 179
Fig. 181 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Deuralarm is ingesteld.
Bediening
Deuralarm deactiveren
Fig. 182
Fig. 183
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Deuralarm is gedeactiveerd.
7.2.23 Alarmsimulatie
Met deze functie kunt u een temperatuuralarm in het apparaat simuleren om bijv. het juiste activeren van een veiligheidsinrichting te controleren. De veiligheidsinrichting moet op de potentiaalvrije alarmuitgang worden aangesloten. (zie 8.3 Interfaces)
Alarmsimulatie starten
Fig. 184
Fig. 185
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 186
* afhankelijk van model en uitvoering 37
Pagina 38
Bediening
Fig. 187
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Simulatie is uitgevoerd.
▷ Aangesloten veiligheidssystemen zouden geactiveerd zijn.
7.2.24 Alarm doorsturen
Met deze functie kunt u instellen of een of meerdere alarmen moeten worden doorgestuurd naar een externe alarmontvanger. Hierbij moet de alarmontvanger worden aangesloten op een potentiaalvrije alarmuitgang van het apparaat. (zie 8.3 Interfaces)
U kunt de volgende instellingen kiezen:
- Alarmtype:
- Deuralarm
- Temperatuuralarm
- Deuralarm en temperatuuralarm • lles
- Bevestigen:
- Ja: Het alarm wordt op het apparaat en bij de extern gekoppelde ontvanger bevestigd.
- Nee: Het alarm wordt op het apparaat bevestigd, en blijft op de ontvanger actief, tot de fout is verholpen.
- Verversen (alleen zichtbaar, als u bij het bevestigen „Ja” kiest):
- Ja: alarm wordt herhaald.
Temperatuuralarm afhankelijk van de ingestelde tijd (zie 7.2.21 Temperatuuralarm ) (Als u de vertragingstijd van het alarm op „0” instelt, is er ook bij het alarmrelais geen alarmherhaling.)
Deuralarm na 1 of 4 minuten* (zie 7.2.22 Deuralarm )
- Nee: Alarm constant bevestigd.
Alarm doorsturen activeren
Fig. 188
Fig. 189
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het doorsturen van het alarm is ingesteld.
7.2.25 Demomodus
De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.
Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.
Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.26 Resetten naar fabrieksinstellingen )
Demomodus activeren
Fig. 190
38 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 39
Bediening
7.2.26 Resetten naar fabrieksinstellingen
Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
Reset uitvoeren
Fig. 194
Fig. 191
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is geactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ In de statusweergave verschijnt "D".
Demomodus deactiveren
Fig. 192
Fig. 195
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Apparaat wordt gereset.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat opnieuw starten. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling))
7.3 Meldingen
Fig. 193
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is gedeactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ Apparaat is teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
7.3.1 Waarschuwingen
Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Deur open | De melding verschijnt, als de deur te lang geopend is. | Deur sluiten. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.22 Deuralarm ) . |
| Temperatuuralarm | De melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn: ⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd. ⁃ De stroom is langdurig uitgevallen. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
* afhankelijk van model en uitvoering 39