naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr SFFsg 5501, tekst van de handleiding

Pagina's 18–37 van 46 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–17verder op pagina 38 →

Pagina 18

Werking van het Touch-display

► Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos.
▷ Standby-symbool verschijnt op het display.
▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt.
▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing.
SymboolBeschrijving
Op het bevestigingssymbool drukken:
Functie activeren/deactiveren. Submenu openen.
3.15 Afvalverwerking van de verpakkingTegelijk op het bevestigingssymbool en het terugsymbool drukken:
Eén menuniveau terugspringen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!
► Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:
- Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*
► Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
4 Werking van het Touch-display
U bedient uw apparaat met het Touch-display. Met het Touch-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
4.1 Navigatie en verklaring van symbolen
In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven.
Symbool Beschrijving
Pijl met klok:
Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Pijl met tijdweergave:
Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Symbool "Instellingsmenu" openen:
Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen.
Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren.
(zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
Symbool "Uitgebreid menu" openen:
Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen.
Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren.
(zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen)
Op de navigatiepijl vooruit drukken:
In het menu één stap verder‐
Geen actie gedurende 10 secondenAls u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

gaan. naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de status-Op de navigatiepijl achteruit weergave.

drukken:

Deur openen en sluiten Als u de deur opent en direct In het menu één stap teruggaan. weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave.

3 seconden op de navigatiepijl Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met achteruit drukken: Engelse begrippen weergegeven.

In het hoofdmenu of vanuit het instellingenmenu terugspringen 4.2 Menu's naar de statusweergave.

Meerdere keren achter elkaar op de navigatiepijl drukken:

In het menu verdergaan tot de gewenste functie.

De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld.

18 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 19

In gebruik nemen

MenuBeschrijving
HoofdmenuWanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu.
Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu.
InstellingenmenuHet instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat.
(zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
Uitgebreid menuHet uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1.
(zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

4.2.1 Instellingenmenu openen

Fig. 56 Voorbeeld

▷ Instellingenmenu is geopend.

4.2.2 Uitgebreid menu openen

Fig. 57 Toegang met cijfercode 151

▷ Geavanceerd menu is geopend.

4.3 Slaapstand

Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.

4.3.1 Slaapstand beëindigen

5 In gebruik nemen

5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)

Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:

- Apparaat is opgesteld en aangesloten.

- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.

Fig. 58 Voorbeeld

Het stand-bysymbool knippert tot de startprocedure is beëindigd.

Het display geeft het stand-bysymbool aan.

Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal worden geselecteerd.

Fig. 59

▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.

Aanwijzing

Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.

* afhankelijk van model en uitvoering 19

Pagina 20

Opslag

7.1.1 Statusweergave

6 Opslag

6.1 Instructies voor opslag

1

1

Fig. 60 Voorbeeld

Bij het bewaren in acht nemen:

❑Als draagplateaus Fig. 60 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.

❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).

❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken. ❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.

❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.

7 Bediening

7.1 Bedienings- en weergave-elementen

Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen.

De bediening wordt uitgevoerd met navigatiepijlen en bevestigingssymbool.

Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd.

Fig. 61 Display

Fig. 62 Statusweergave met werkelijke temperatuur

De statusweergave toont de werkelijke temperatuur en is de uitgangsweergave. Van daaruit vindt de navigatie naar de functies en instellingen plaats. De stausweergave kan verschillende weergavesymbolen weergeven.

7.1.2 Weergavesymbolen

De weergavesymbolen geven informatie over de actuele toestand van het apparaat.

SymboolApparaattoestand
Stand-by
Apparaat is uitgeschakeld.
Pulserend stand-bysymbool
Apparaat beweegt omhoog.
Pulserende temperatuur
Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur.
Temperatuurindicatie
Toont de actuele binnentemperatuur
D in de weergave
Apparaat is in DemoMode.
Herinnering onderhoud
Het ingestelde tijdsinterval is afgelopen.
Vol gegevensgeheugen
Het gegevensgeheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden vanaf nu overschreven.
Knipperend symbool
Een fout is nog actief.
Foutsymbool
Apparaat is in fouttoestand.
Witte balk onder
Submenu
Witte balk boven
Voorinstelling, actieve instelling of actieve waarde

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

20 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 21

Bediening

SymboolApparaattoestand
Aanwijzing
DemoMode voor aflopen van de countdown deactiveren. Fig. 65 ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.
Apparaat uitschakelen
Toenemende balk
Toets 3 seconden indrukken om instelling te activeren.
Afnemende balk
Toets 3 seconden indrukken om instelling te deactiveren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Symbolen van de statusweergave

7.1.3 Akoestische signalen

Fig. 66

In de volgende gevallen klinkt een signaal:

- Als een functie of waarde wordt bevestigd.

- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.

- Zodra een fout optreedt.

- Bij een alarmmelding.

De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.

7.2 Apparaatfuncties

7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat

De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.

Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touchdisplay) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)

7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen

Met deze instelling kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.

Apparaat inschakelen

Zonder geactiveerde DemoMode:

Fig. 63

Met geactiveerde DemoMode:

Fig. 67

▷ Display toont stand-bysymbool.

▷ Display wordt na ongeveer 10 minuten uitgeschakeld.

7.2.3 Temperatuur

De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren: - hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het vriesgoed

Aanwijzing

In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de temperatuurweergave afwijken.

Temperatuur instellen

Fig. 68

Fig. 64

* afhankelijk van model en uitvoering 21

Pagina 22

Bediening

Fig. 69 Temperatuurwissel van -15,5 °C tot -16,9 °C

▷ Temperatuur is ingesteld.

7.2.4 Temperatuurregistratie

Het apparaat geeft de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.

Aanwijzing

Aanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbedrijfstelling van het apparaat en na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.

Temperatuurregistratie tonen

De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.

Fig. 70

Fig. 71 ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.

Temperatuurregistratie resetten

De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.

Fig. 72

Fig. 73

▷ Registratie-interval start opnieuw.

7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu

Met deze instelling kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een driecijferige pincode.

Toepassing:

- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.

- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurwijzigingen vermijden.

Aanwijzing

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren

Fig. 74

22 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 23

Fig. 75

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.

Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen

Zie: (zie 7.2.6 Toegangscodes)

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren

Fig. 76

Fig. 77

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.

Bediening

Beveiligd instellingenmenu openen

Bij een actieve toegangsbeveiliging is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.

Fig. 78

▷ Het instellingenmenu verschijnt.

7.2.6 Toegangscodes

Verschillende instellingen zijn mogelijk.

Toepassing:

- Wijzigen van de instellingscode. - Resetten van de instellingscode.

Toegangsbeveiliging van het instellingsmenu

Wijzigen van de instellingscode

Deze instelling maakt het wijzigen van de instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu mogelijk.

De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:

- Invoer van de instellingscode - Invoer van de nieuwe instellingscode - Bevestiging van de nieuwe instellingscode

Aanwijzing

Fig. 79

De toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moet actief zijn. (zie 7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

* afhankelijk van model en uitvoering 23

Pagina 24

Bediening

Fig. 80

Fig. 81

Fig. 82

▷ Bevestiging van de nieuwe instellingscode succesvol. ▷ De instellingscode is gewijzigd.

Resetten van de instellingscode

Instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu vergeten of niet bekend.

▷ Het apparaat is gereset naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De instellingscode af fabriek is: 1 1 1

7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval

Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.

De volgende waarden kunnen worden ingesteld:

Herinnering onderhoudsinterval instellen

De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.

Fig. 83

24 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 25

Bediening

Fig. 84

▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.

▷ De resterende tijd wordt weergegeven.

7.2.8 Taal

Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.

Taal instellen

Fig. 85

Fig. 86

7.2.9 Temperatuureenheid

Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.

Temperatuureenheid instellen

Fig. 87

Fig. 88 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.

▷ Temperatuureenheid is ingesteld.

7.2.10 Display-helderheid

Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.

U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)

Helderheid instellen

Fig. 89

Fig. 90 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.

▷ Helderheid is ingesteld.

7.2.11 Alarm Sound

Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.

Alarm Sound activeren

Fig. 91

* afhankelijk van model en uitvoering 25

Pagina 26

Bediening

Fig. 92

Alarm Sound deactiveren

Fig. 93

Fig. 94

7.2.12 Key Sound

Met deze functie kunnen alle bevestigingstonen en de Startsound worden in- en uitgeschakeld.

Key Sound activeren

Fig. 95

Fig. 96

Key Sound deactiveren

Fig. 97

Fig. 98

7.2.13 WLAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Aanwijzing

Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:

home.liebherr.com

Fig. 99

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 99 (1) is geplaatst.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.

Fig. 100

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 101

26 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 27

Bediening

Fig. 102

Fig. 103

▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 104

Fig. 105

Verbinding resetten

Fig. 106

Fig. 107

▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.

7.2.14 LAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Aanwijzing

Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:

home.liebherr.com

Fig. 108

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 108 (1) is geplaatst.

* afhankelijk van model en uitvoering 27

Pagina 28

Bediening

❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.

Fig. 109

Op het koel- of vriesapparaat:

7.2.15 Apparaatinformatie

Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)

Apparaatinformatie weergeven

Fig. 114

Fig. 110

Fig. 111

▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 112

Fig. 113

Fig. 115

7.2.16 Bedrijfsuren

Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.

Bedrijfsuren weergeven

Fig. 116

Fig. 117 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.

7.2.17 Software

Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.

Softwareversie weergeven

Fig. 118

Fig. 119

28 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 29

7.2.18 Sensorkalibratie

U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.

Instelbereik: +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.

Sensor kalibreren

Fig. 120

Fig. 121

Aanwijzing

De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.

7.2.19 Temperatuuralarm

Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.

VoorbeeldIn te stellen verschilwaarde
Actuele binnentemperatuur5 °C
Onderste temperatuurgrens2 °C-3 °C
Bovenste temperatuurgrens8 °C+3 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

U kunt de volgende waarden instellen:

- Verschilwaarde voor de onderste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C - Verschilwaarde voor de bovenste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C

Bediening

- Vertragingstijd van het alarm van 0 tot 60 minuten (instelling „0” betekent geen vertraging van het temperatuuralarm).

- Herhalingsfrequentie van het alarm van 0 tot 30 minuten (instelling „0” betekent geen alarmherhaling na het bevestigen van het alarm).

Temperatuuralarm instellen

Fig. 122

Fig. 123

Fig. 124

Fig. 125 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.

▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.

* afhankelijk van model en uitvoering 29

Pagina 30

Bediening

Fig. 126 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.

▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.

Fig. 127

Fig. 128

Ingestelde waarden temperatuuralarm weergeven

Fig. 129

Fig. 130

Fig. 131

Fig. 132

▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm worden weergegeven.

7.2.20 Deuralarm

Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.

U kunt de volgende waarden instellen:

Deuralarm instellen

Fig. 133

Fig. 135 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.

▷ Deuralarm is ingesteld.

Deuralarm deactiveren

Fig. 136

30 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 31

Bediening

Fig. 137

7.2.21 Alarmsimulatie

Met deze functie kunt u een temperatuuralarm in het apparaat simuleren om bijv. het juiste activeren van een veiligheidsinrichting te controleren. De veiligheidsinrichting moet op de potentiaalvrije alarmuitgang worden aangesloten. (zie 8.3 Interfaces)

Alarmsimulatie starten

Fig. 138

Fig. 139

Fig. 140

Fig. 141

▷ Simulatie is uitgevoerd.

▷ Aangesloten veiligheidssystemen zouden geactiveerd zijn.

7.2.22 Alarm doorsturen

Met deze functie kunt u instellen of een of meerdere alarmen moeten worden doorgestuurd naar een externe alarmontvanger. Hierbij moet de alarmontvanger worden aangesloten op een potentiaalvrije alarmuitgang van het apparaat. (zie 8.3 Interfaces)

U kunt de volgende instellingen kiezen:

Temperatuuralarm afhankelijk van de ingestelde tijd (zie 7.2.19 Temperatuuralarm ) (Als u de vertragingstijd van het alarm op „0” instelt, is er ook bij het alarmrelais geen alarmherhaling.)

Deuralarm na 1 of 4 minuten* (zie 7.2.20 Deuralarm )

Alarm doorsturen activeren

Fig. 142

* afhankelijk van model en uitvoering 31

Pagina 32

Bediening

Fig. 143

7.2.23 Demomodus

De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.

Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.

Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen )

Demomodus activeren

Fig. 144

Fig. 145

▷ Demomodus is geactiveerd.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

Demomodus deactiveren

Fig. 146

Fig. 147

▷ Demomodus is gedeactiveerd.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen

Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.

Reset uitvoeren

Fig. 148

32 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 33

Bediening

▷ Apparaat wordt gereset.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

7.3 Meldingen

7.3.1 Waarschuwingen

Fig. 149

Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.

MeldingOorzaakOplossing
Deur openDe melding verschijnt, als de deur te lang geopend is.Deur sluiten.
Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
Aanwijzing
De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.20 Deuralarm ) .
TemperatuuralarmDe melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn:
⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd.
⁃ De stroom is langdurig uitgevallen.
Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

* afhankelijk van model en uitvoering 33

Pagina 34

Bediening

MeldingOorzaakOplossing
FoutFunctie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect.Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of
Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven.
Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven.
Foutcode(s) noteren.
Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing)
Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren.
Melding duidt op ongepland ontdooigedrag. De verdamper kan bijvoorbeeld abnormaal bevriezen als gevolg van het langdurig openen van de deur, waardoor de ontdooitijd niet langer voldoende is.Bevestigingsknop indrukken.
DEFR.MAX wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken.
Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven
Druk op de navigatietoetsen om de foutcode opnieuw weer te geven.
Verplaats de gekoelde producten en ontdooi het apparaat met de hand. U kunt het ontdooien ook handmatig starten.
Als het bericht herhaaldelijk wordt weergegeven en de genoemde oorzaken niet van toepassing zijn, neem dan contact op met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)
StroomuitvalHet bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert.Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven.
Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

34 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 35

Uitrusting

MeldingOorzaakOplossing
WLAN-foutWLAN-verbinding is onderbroken.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
WWW-fout WLANHet bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
LAN-foutLAN-verbinding is onderbroken.Controleer de verbinding en de netwerkkabel.
Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
WWW-fout LANDit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

7.3.2 Herinneringen

Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen.

Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.

MeldingOorzaakOplossing
OnderhoudsherinneringDe melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen.Bevestigingsknop indrukken.
Alarm wordt beëindigd.
Aanwijzing
Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval ) .
OpnameherinneringDe melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is.Bevestigingsknop indrukken.
Alarm wordt beëindigd.
De oudste gegevens worden overschreven.
Aanwijzing
De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.4 Temperatuurregistratie ) .

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

8 Uitrusting 8.1.1 Apparaat vergrendelen

8.1 Veiligheidsslot

Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.

Fig. 150 Voorbeeld

* afhankelijk van model en uitvoering 35

Pagina 36

Onderhoud

8.1.2 Apparaat opensluiten

Fig. 151 Voorbeeld

8.3.1 Potentiaalvrije alarmuitgang

WAARSCHUWING

Letselgevaar door elektrische schok!

Deze drie contacten kunnen worden gebruikt voor aansluiting van een optisch of akoestisch alarmsysteem. De aansluiting is ontworpen voor maximaal 30 V (DC) - 8 A uit een bron met extra lage veiligheidsspanning SELV (minimumstroom 150 mA).

8.2 Sensoren

Het apparaat kan uitgerust zijn met de volgende sensoren voor temperatuurbewaking:

- C-sensor

8.2.1 C-sensor (controlesensor)

De C-sensor is vast ingebouwd en regelt de binnentemperatuur van het apparaat. Indien nodig kunt u de C-sensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie )

8.3 Interfaces

Aan de achterkant van het apparaat bevinden zich verschillende aansluitmogelijkheden.

Fig. 154

9 Onderhoud

9.1 Onderhoudsschema

Fig. 152

Aanwijzing

De stekkers zijn met schroeven vastgezet. Om de stekkers te kunnen lostrekken, schroeven rechts en links losdraaien.

Fig. 153

Er moeten regelmatig onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd om de werking van het apparaat in stand te houden.

VOORZICHTIG

Gevaren voor letsel een beschadiging door ondeskundig uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden!

Lichamelijk letsel en materiële schade.

WAARSCHUWING

Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!

Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.

Aanwijzing

Er kan een herinneringsfunctie voor het onderhoud geactiveerd worden. (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval )

Aanwijzing

Aanbevolen wordt een onderhoudslogboek aan te leggen waarin alle uitgevoerde werkzaamheden (reparaties, inspecties) worden gedocumenteerd.

36 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 37

Onderhoud

Aanwijzing
Liebherr adviseert een jaarlijkse onderhoudsbeurt. Neem contact op met de klantenservice voor een individuele offerte (zie 10.3 Klantenservice) .
OnderdeelActiviteitOnderhoudsinterval
Plaatstalen onderdelenOp beschadigingen en corrosie controleren. Vervangen van beschadigde onderdelen: (zie 10.3 Klantenservice)Jaarlijks
Deur, scharnierenOp de uitlijning (zie 3.9 Deur uitlijnen) , soepele beweging en goed vastzitten controleren.Jaarlijks
Slot, deurgreep*Op gemakkelijke beweging en vastzitten controleren.Jaarlijks
DeurafdichtingOp beschadiging, slijtage en vastzitten controleren. Er is een vervangende deurafdichting via de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) verkrijgbaar.Jaarlijks
SensorSensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie )Jaarlijks
SensordoorvoerControleren of de afdichtingsmassa onbeschadigd is.Jaarlijks
OppervlakkenReinigen (zie 9.3 Apparaat reinigen)Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling
OppervlakkenDesinfecteren
De volgende desinfectiemiddelen zijn getest voor gebruik op het apparaat:
Dismozon pur 1 % Lösung (Bode Chemie), Suma Quicksan (Diversey), Incidin Extra N (Ecolab Healthcare), Acrylan (Antiseptica chem.-pharm. Produkte), Buraton 10 F (Schülke und Mayr), Frankocid N (Franken Chemie), Apesin DSR 50 (Tana), Nüscosept Spray (Dr. Nüsken), Melsept SF (B. Braun Melsungen), Kohrsolin (Bode Chemie), Neoquat S (Dr. Weigert), Indicin Rapid (Ecolab Healthcare), Bacillocid Spezial (Bode Chemie), Neoform K Spray (Dr. Weigert), Apesin Desinf. Spray (Tana), Nüscosept 100 (Dr. Nüsken), Antisept T (Fink Tec), Apesin AP 100 0,50% Lösung (Tana), Perform Pulver 2% Lösung (Schülke und Mayr) De gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht nemen. Als er andere dan genoemde desinfectiemiddelen worden gebruikt, moeten deze eerst op een onopvallende plaats worden getest.
Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling
Plaats van opstelling, apparaatDecontamineren
Het apparaat is geschikt voor de ruimtedecontami-natie met waterstofperoxide H2O2.
De waarden van de volgende toepassingsspecificatie mogen niet overschreden worden:
Maximale concentratie 250 ppm.
Maximale vochtigheid 85 %.
Maximaal toelaatbare ruimtetemperatuur volgens klimaatklasse. (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat)
Aanbeveling: indien nodig of volgens eisen op de plaats van opstelling, maximaal 2 keer per jaar
Ventilator ventilatoropeningReinigenJaarlijks
Alarm doorsturenControleren of de stekkerverbindingen goed vastzitten.Jaarlijks
NetkabelOp beschadiging controleren.Jaarlijks of
Bij locatieverandering
HellingshoekOp werking en goede bevestiging controleren.Jaarlijks of
Bij locatieverandering

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

* afhankelijk van model en uitvoering 37

← pagina's 2–17verder op pagina 38 →Inhoud