Liebherr SFTsg 1501, tekst van de handleiding
Pagina's 20–38 van 46 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–19verder op pagina 39 →
Pagina 20
Werking van het Touch-display
| Symbool | Beschrijving | Menu | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| Op het bevestigingssymbool drukken: Functie activeren/deactiveren. Submenu openen. | Hoofdmenu | Wanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu. Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu. | |
| Tegelijk op het bevestigingssymbool en het terugsymbool drukken: Eén menuniveau terugspringen. | |||
| Instellingenmenu | Het instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) | ||
| Pijl met klok: Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |||
| Uitgebreid menu | Het uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1. (zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen) | ||
| Pijl met tijdweergave: Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |||
| Symbool "Instellingsmenu" | |||
| openen: |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
4.2.1 Instellingenmenu openen
| Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen. Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) | |
| Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen) | |
| Geen actie gedurende 10 seconden | Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave. |
| Deur openen en sluiten | Als u de deur opent en direct weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Fig. 61 Voorbeeld
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Instellingenmenu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.2.2 Uitgebreid menu openen
Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met
Engelse begrippen weergegeven.
4.2 Menu's
De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld.
Fig. 62 Toegang met cijfercode 151
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Geavanceerd menu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
20 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 21
In gebruik nemen
4.3 Slaapstand
Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.
4.3.1 Slaapstand beëindigen
- Op een willekeurige navigatietoets drukken. ▷ Slaapstand is beëindigd.
5 In gebruik nemen
Aanwijzing
Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.
- Als de ingestelde temperatuur is bereikt, moet een sensorkalibratie (zie 7.2.18 Sensorkalibratie ) worden uitgevoerd.
6 Opslag
6.1 Instructies voor opslag
5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)
Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:
- Apparaat is opgesteld en aangesloten.
- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.
Fig. 63 Voorbeeld
Het stand-bysymbool knippert tot de startprocedure is beëindigd.
Het display geeft het stand-bysymbool aan.
Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal worden geselecteerd.
3s
1
1
Fig. 66 Voorbeeld
Bij het bewaren in acht nemen:
❑Als draagplateaus Fig. 66 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.
❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).
❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken. ❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.
❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.
7 Bediening
Fig. 64
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 65 ▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.
7.1 Bedienings- en weergave-elementen
Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen.
De bediening wordt uitgevoerd met navigatiepijlen en bevestigingssymbool.
Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd.
* afhankelijk van model en uitvoering 21
Pagina 22
Bediening
| Fig. 67 Display (1) Statusindicatie (2) Navigatiepijl achteruit | (3) Navigatiepijl vooruit (4) Bevestigen | ||
| Symbool | Apparaattoestand | ||
| Vol gegevensgeheugen Het gegevensgeheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden vanaf nu overschreven. | |||
| Knipperend symbool Een fout is nog actief. | |||
| Foutsymbool Apparaat is in fouttoestand. | |||
| Witte balk onder Submenu | |||
| 7.1.1 Statusweergave | Witte balk boven Voorinstelling, actieve instelling of actieve waarde |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Toenemende balk
Toets 3 seconden indrukken om instelling te activeren.
Fig. 68 Statusweergave met werkelijke temperatuur
De statusweergave toont de werkelijke temperatuur en is de uitgangsweergave. Van daaruit vindt de navigatie naar de functies en instellingen plaats. De stausweergave kan verschillende weergavesymbolen weergeven.
7.1.2 Weergavesymbolen
De weergavesymbolen geven informatie over de actuele toestand van het apparaat.
| Symbool | Apparaattoestand |
|---|---|
| Stand-by Apparaat is uitgeschakeld. | |
| Pulserend stand-bysymbool Apparaat beweegt omhoog. | |
| Pulserende temperatuur Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur. | |
| Temperatuurindicatie Toont de actuele binnentemperatuur | |
| D in de weergave Apparaat is in DemoMode. | |
| Herinnering onderhoud Het ingestelde tijdsinterval is afgelopen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
22 Afnemende balk
Toets 3 seconden indrukken om instelling te deactiveren.
Symbolen van de statusweergave
7.1.3 Akoestische signalen
In de volgende gevallen klinkt een signaal:
- Als een functie of waarde wordt bevestigd.
- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.
- Zodra een fout optreedt.
- Bij een alarmmelding.
De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.
7.2 Apparaatfuncties
7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat
De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.
Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touchdisplay) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)
7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen
Met deze instelling kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.
* afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 23
Bediening
| Apparaat inschakelen Zonder geactiveerde DemoMode: | Temperatuur instellen |
|---|---|
| Fig. 69 ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Met geactiveerde DemoMode: Fig. 70 ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. | Fig. 74 |
| Aanwijzing DemoMode voor aflopen van de countdown deactiveren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Fig. 71 ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.
Fig. 75 Temperatuurwissel van -15,5 °C tot -16,9 °C
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuur is ingesteld.
Apparaat uitschakelen
7.2.4 Temperatuurregistratie
Fig. 72
Het apparaat geeft de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.
Aanwijzing
Aanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbedrijfstelling van het apparaat en na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.
Temperatuurregistratie tonen
Fig. 73
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Display toont stand-bysymbool.
▷ Display wordt na ongeveer 10 minuten uitgeschakeld.
De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.
7.2.3 Temperatuur
| De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren: | Fig. 76 |
| - hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft | |
| - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het vriesgoed | |
| Aanwijzing | Fig. 77 |
| In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de temperatuurweergave afwijken. | ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
* afhankelijk van model en uitvoering 23
Pagina 24
Bediening
Temperatuurregistratie resetten
De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.
Fig. 78
Fig. 79
- Handelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuurregistratie is gereset.
▷ Registratie-interval start opnieuw.
7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu
Met deze instelling kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een driecijferige pincode.
Toepassing:
- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.
- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurwijzigingen vermijden.
Aanwijzing
- In de onderstaande voorbeelden wordt af fabriek de ingestelde PIN-code: 1 1 1 gebruikt.
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren
Fig. 80
Fig. 81
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.
Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen
Zie: (zie 7.2.6 Toegangscodes)
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren
Fig. 82
Fig. 83
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.
24 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 25
Beveiligd instellingenmenu openen
Bij een actieve toegangsbeveiliging is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 84
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De pincode is correct.
▷ Het instellingenmenu verschijnt.
7.2.6 Toegangscodes
Verschillende instellingen zijn mogelijk.
Toepassing:
- Wijzigen van de instellingscode. - Resetten van de instellingscode.
Toegangsbeveiliging van het instellingsmenu
Wijzigen van de instellingscode
Deze instelling maakt het wijzigen van de instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu mogelijk.
De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:
- Invoer van de instellingscode - Invoer van de nieuwe instellingscode - Bevestiging van de nieuwe instellingscode
Aanwijzing
- In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingestelde instellingscode 1 1 1 gewijzigd.
- De nieuwe instellingscode is: 2 3 4
Fig. 85
De toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moet actief zijn. (zie 7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
Bediening
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 86
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Invoer van de oude instellingscode succesvol.
Fig. 87
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Invoer van de nieuwe instellingscode succesvol.
* afhankelijk van model en uitvoering 25
Pagina 26
Bediening
Fig. 88
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Bevestiging van de nieuwe instellingscode succesvol. ▷ De instellingscode is gewijzigd.
Resetten van de instellingscode
Instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu vergeten of niet bekend.
- Apparaat op fabrieksinstellingen (zie 7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen ) resetten.
▷ Het apparaat is gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
▷ De instellingscode af fabriek is: 1 1 1
7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval
Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.
De volgende waarden kunnen worden ingesteld:
- 7 dagen
- 14 dagen
- 30 dagen
- 60 dagen
- 90 dagen
- 180 dagen
- 360 dagen
- 720 dagen
- 1080 dagen
- Uit
Herinnering onderhoudsinterval instellen
De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.
Fig. 89
Fig. 90
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.
▷ De resterende tijd wordt weergegeven.
7.2.8 Taal
Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.
Taal instellen
Fig. 91
Fig. 92
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De geselecteerde taal is ingesteld.
7.2.9 Temperatuureenheid
Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.
Temperatuureenheid instellen
Fig. 93
26 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 27
Bediening
Fig. 94 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuureenheid is ingesteld.
7.2.10 Display-helderheid
Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.
U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)
Helderheid instellen
Fig. 95
Fig. 96 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Helderheid is ingesteld.
7.2.11 Alarm Sound
Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.
Alarm Sound activeren
Fig. 97
Fig. 98
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is geactiveerd.
Alarm Sound deactiveren
Fig. 99
Fig. 100
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is gedeactiveerd.
7.2.12 Key Sound
Met deze functie kunnen alle bevestigingstonen en de Startsound worden in- en uitgeschakeld.
Key Sound activeren
Fig. 101
Fig. 102
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is geactiveerd.
Key Sound deactiveren
Fig. 103
Fig. 104
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is gedeactiveerd.
* afhankelijk van model en uitvoering 27
Pagina 28
Bediening
7.2.13 WLAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Fig. 105
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 105 (1) is geplaatst.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 106
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 106) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 107
Fig. 108
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
- Inrichtprocedure op uw internetcompatibele eindapparaat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring Dashboard
Fig. 109
- Verbinding wordt gemaakt.
▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 110
Fig. 111
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Verbinding resetten
Fig. 112
28 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 29
Fig. 113
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.
7.2.14 LAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Fig. 114
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 114 (1) is geplaatst. ❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.
Bediening
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 115
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 115) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 116
Fig. 117
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 118
Fig. 119
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
* afhankelijk van model en uitvoering 29
Pagina 30
Bediening
7.2.15 Apparaatinformatie
Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)
Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)
Apparaatinformatie weergeven
Fig. 120
Fig. 121
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft apparaatinformatie weer.
7.2.16 Bedrijfsuren
Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.
Bedrijfsuren weergeven
Fig. 122
Fig. 123 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.
7.2.17 Software
Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.
Softwareversie weergeven
Fig. 124
Fig. 125
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft softwareversie weer.
7.2.18 Sensorkalibratie
U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.
Instelbereik: +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.
Sensor kalibreren
Fig. 126
Fig. 127
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Sensor is gekalibreerd.
Aanwijzing
De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.
7.2.19 Temperatuuralarm
Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.
| Voorbeeld | In te stellen verschilwaarde | |
|---|---|---|
| Actuele binnentemperatuur | 5 °C | |
| Onderste temperatuurgrens | 2 °C | -3 °C |
| Bovenste temperatuurgrens | 8 °C | +3 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
U kunt de volgende waarden instellen:
- Verschilwaarde voor de onderste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C - Verschilwaarde voor de bovenste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C
30 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 31
Bediening
| - Vertragingstijd van het alarm van 0 tot 60 minuten (instelling „0” betekent geen vertraging van het temperatuuralarm). - Herhalingsfrequentie van het alarm van 0 tot 30 minuten (instelling „0” betekent geen alarmherhaling na het bevestigen van het alarm). Temperatuuralarm instellen Fig. 128 Fig. 129 ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. | ► ▷ ► ▷ | Fig. 132 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C. Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Bovenste temperatuurgrens is ingesteld. |
| Fig. 133 Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Alarmvertragingstijd is ingesteld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
Fig. 130
Fig. 134
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmherhalingsinterval is ingesteld. ▷ Temperatuuralarm is ingesteld.
Ingestelde waarden temperatuuralarm weergeven
Fig. 135
Fig. 131 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.
Fig. 136
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 137
* afhankelijk van model en uitvoering 31
Pagina 32
Bediening
Fig. 138
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm worden weergegeven.
7.2.20 Deuralarm
Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.
U kunt de volgende waarden instellen:
- 15 seconden
- 30 seconden
- 60 seconden
- 90 seconden
- 120 seconden
- 150 seconden
- 180 seconden
- Uit
Deuralarm instellen
Fig. 139
Fig. 141 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Deuralarm is ingesteld.
Deuralarm deactiveren
Fig. 142
Fig. 143
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Deuralarm is gedeactiveerd.
7.2.21 Alarmsimulatie
Met deze functie kunt u een temperatuuralarm in het apparaat simuleren om bijv. het juiste activeren van een veiligheidsinrichting te controleren. De veiligheidsinrichting moet op de potentiaalvrije alarmuitgang worden aangesloten. (zie 8.3 Interfaces)
Alarmsimulatie starten
Fig. 144
Fig. 145
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 146
32 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 33
Bediening
Fig. 147
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Simulatie is uitgevoerd.
▷ Aangesloten veiligheidssystemen zouden geactiveerd zijn.
7.2.22 Alarm doorsturen
Met deze functie kunt u instellen of een of meerdere alarmen moeten worden doorgestuurd naar een externe alarmontvanger. Hierbij moet de alarmontvanger worden aangesloten op een potentiaalvrije alarmuitgang van het apparaat. (zie 8.3 Interfaces)
U kunt de volgende instellingen kiezen:
- Alarmtype:
- Deuralarm
- Temperatuuralarm
- Deuralarm en temperatuuralarm • lles
- Bevestigen:
- Ja: Het alarm wordt op het apparaat en bij de extern gekoppelde ontvanger bevestigd.
- Nee: Het alarm wordt op het apparaat bevestigd, en blijft op de ontvanger actief, tot de fout is verholpen.
- Verversen (alleen zichtbaar, als u bij het bevestigen „Ja” kiest):
- Ja: alarm wordt herhaald.
Temperatuuralarm afhankelijk van de ingestelde tijd (zie 7.2.19 Temperatuuralarm ) (Als u de vertragingstijd van het alarm op „0” instelt, is er ook bij het alarmrelais geen alarmherhaling.)
Deuralarm na 1 of 4 minuten* (zie 7.2.20 Deuralarm )
- Nee: Alarm constant bevestigd.
Alarm doorsturen activeren
Fig. 148
Fig. 149
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het doorsturen van het alarm is ingesteld.
7.2.23 Demomodus
De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.
Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.
Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen )
Demomodus activeren
Fig. 150
* afhankelijk van model en uitvoering 33
Pagina 34
Bediening
7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen
Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
Reset uitvoeren
Fig. 154
Fig. 151
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is geactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ In de statusweergave verschijnt "D".
Demomodus deactiveren
Fig. 152
Fig. 155
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Apparaat wordt gereset.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat opnieuw starten. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling))
7.3 Meldingen
Fig. 153
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is gedeactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ Apparaat is teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
7.3.1 Waarschuwingen
Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Deur open | De melding verschijnt, als de deur te lang geopend is. | Deur sluiten. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.20 Deuralarm ) . |
| Temperatuuralarm | De melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn: ⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd. ⁃ De stroom is langdurig uitgevallen. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
34 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 35
Bediening
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Fout | Functie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect. | Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven. Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven. Foutcode(s) noteren. Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing) Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren. |
| Melding duidt op ongepland ontdooigedrag. De verdamper kan bijvoorbeeld abnormaal bevriezen als gevolg van het langdurig openen van de deur, waardoor de ontdooitijd niet langer voldoende is. | Bevestigingsknop indrukken. DEFR.MAX wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven Druk op de navigatietoetsen om de foutcode opnieuw weer te geven. Verplaats de gekoelde producten en ontdooi het apparaat met de hand. U kunt het ontdooien ook handmatig starten. Als het bericht herhaaldelijk wordt weergegeven en de genoemde oorzaken niet van toepassing zijn, neem dan contact op met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | |
| Stroomuitval | Het bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
* afhankelijk van model en uitvoering 35
Pagina 36
Uitrusting
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| WLAN-fout | WLAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| WWW-fout WLAN | Het bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| LAN-fout | LAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding en de netwerkkabel. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| WWW-fout LAN | Dit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
7.3.2 Herinneringen
Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen.
Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Onderhoudsherinnering | De melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval ) . |
| Opnameherinnering | De melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. De oudste gegevens worden overschreven. Aanwijzing De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.4 Temperatuurregistratie ) . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
8 Uitrusting 8.1.1 Apparaat vergrendelen
8.1 Veiligheidsslot
Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.
Fig. 156 Voorbeeld
36 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 37
- Sleutel erin duwen.
- Sleutel 90° linksom draaien. ▷ Het apparaat is afgesloten.
8.1.2 Apparaat opensluiten
Fig. 157 Voorbeeld
- Sleutel erin duwen Fig. 157 (1).
- Sleutel 90° rechtsom draaien Fig. 157 (2). ▷ Het apparaat is opengesloten.
Onderhoud
8.3.1 Potentiaalvrije alarmuitgang
WAARSCHUWING
Letselgevaar door elektrische schok!
- Uitsluitend deskundig en daarvoor geschoold personeel mag het apparaat op een extern alarmsysteem aansluiten!
Deze drie contacten kunnen worden gebruikt voor aansluiting van een optisch of akoestisch alarmsysteem. De aansluiting is ontworpen voor maximaal 30 V (DC) - 8 A uit een bron met extra lage veiligheidsspanning SELV (minimumstroom 150 mA).
8.2 Sensoren
Het apparaat kan uitgerust zijn met de volgende sensoren voor temperatuurbewaking:
- C-sensor
8.2.1 C-sensor (controlesensor)
De C-sensor is vast ingebouwd en regelt de binnentemperatuur van het apparaat. Indien nodig kunt u de C-sensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie )
8.3 Interfaces
Aan de achterkant van het apparaat bevinden zich verschillende aansluitmogelijkheden.
Fig. 160
- (1) NO (normally open) Aansluiting voor controlelampje dat bij normaal bedrijf of wanneer het apparaat is uitgeschakeld actief is.
- (2) COM (common) Externe spanningsbron
9 Onderhoud
- (3) NC (normally closed) Aansluiting voor alarmlampje of akoestisch alarm dat bij alarm of ontbrekende stroomvoorziening actief is.
9.1 Onderhoudsschema
Fig. 158
Aanwijzing
De stekkers zijn met schroeven vastgezet. Om de stekkers te kunnen lostrekken, schroeven rechts en links losdraaien.
Fig. 159
- (1) Potentiaalvrije alarmuitgang
Er moeten regelmatig onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd om de werking van het apparaat in stand te houden.
VOORZICHTIG
Gevaren voor letsel een beschadiging door ondeskundig uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden!
Lichamelijk letsel en materiële schade.
- Onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door opgeleid en deskundig personeel worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING
Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!
Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.
- Apparaat uitschakelen.
- Netstekker eruit trekken of zekering uitschakelen.
Aanwijzing
Er kan een herinneringsfunctie voor het onderhoud geactiveerd worden. (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval )
Aanwijzing
Aanbevolen wordt een onderhoudslogboek aan te leggen waarin alle uitgevoerde werkzaamheden (reparaties, inspecties) worden gedocumenteerd.
* afhankelijk van model en uitvoering 37
Pagina 38
Onderhoud
| Aanwijzing | ||
|---|---|---|
| Liebherr adviseert een jaarlijkse onderhoudsbeurt. Neem contact op met de klantenservice voor een individuele offerte (zie 10.3 Klantenservice) . | ||
| Onderdeel | Activiteit | Onderhoudsinterval |
| Plaatstalen onderdelen | Op beschadigingen en corrosie controleren. Vervangen van beschadigde onderdelen: (zie 10.3 Klantenservice) | Jaarlijks |
| Deur, scharnieren | Op de uitlijning (zie 3.7 Deur uitlijnen) , soepele beweging en goed vastzitten controleren. | Jaarlijks |
| Slot, deurgreep* | Op gemakkelijke beweging en vastzitten controleren. | Jaarlijks |
| Deurafdichting | Op beschadiging, slijtage en vastzitten controleren. Er is een vervangende deurafdichting via de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) verkrijgbaar. | Jaarlijks |
| Sensor | Sensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie ) | Jaarlijks |
| Sensordoorvoer | Controleren of de afdichtingsmassa onbeschadigd is. | Jaarlijks |
| Oppervlakken | Reinigen (zie 9.3 Apparaat reinigen) | Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling |
| Oppervlakken | Desinfecteren De volgende desinfectiemiddelen zijn getest voor gebruik op het apparaat: Dismozon pur 1 % Lösung (Bode Chemie), Suma Quicksan (Diversey), Incidin Extra N (Ecolab Healthcare), Acrylan (Antiseptica chem.-pharm. Produkte), Buraton 10 F (Schülke und Mayr), Frankocid N (Franken Chemie), Apesin DSR 50 (Tana), Nüscosept Spray (Dr. Nüsken), Melsept SF (B. Braun Melsungen), Kohrsolin (Bode Chemie), Neoquat S (Dr. Weigert), Indicin Rapid (Ecolab Healthcare), Bacillocid Spezial (Bode Chemie), Neoform K Spray (Dr. Weigert), Apesin Desinf. Spray (Tana), Nüscosept 100 (Dr. Nüsken), Antisept T (Fink Tec), Apesin AP 100 0,50% Lösung (Tana), Perform Pulver 2% Lösung (Schülke und Mayr) De gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht nemen. Als er andere dan genoemde desinfectiemiddelen worden gebruikt, moeten deze eerst op een onopvallende plaats worden getest. | Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling |
| Plaats van opstelling, apparaat | Decontamineren Het apparaat is geschikt voor de ruimtedecontami-natie met waterstofperoxide H2O2. De waarden van de volgende toepassingsspecificatie mogen niet overschreden worden: Maximale concentratie 250 ppm. Maximale vochtigheid 85 %. Maximaal toelaatbare ruimtetemperatuur volgens klimaatklasse. (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat) | Aanbeveling: indien nodig of volgens eisen op de plaats van opstelling, maximaal 2 keer per jaar |
| Ventilator ventilatoropening | Reinigen | Jaarlijks |
| Alarm doorsturen | Controleren of de stekkerverbindingen goed vastzitten. | Jaarlijks |
| Netkabel | Op beschadiging controleren. | Jaarlijks of Bij locatieverandering |
| Stelpoten/wieltjes | Op werking, beschadiging en goede bevestiging controleren. Beschadigde onderdelen vervangen. (zie 10.3 Klantenservice) | Jaarlijks |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
38 * afhankelijk van model en uitvoering