naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr SFTsg 1501, tekst van de handleiding

Pagina's 20–38 van 46 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–19verder op pagina 39 →

Pagina 20

Werking van het Touch-display

SymboolBeschrijvingMenuBeschrijving
Op het bevestigingssymbool drukken:
Functie activeren/deactiveren. Submenu openen.
HoofdmenuWanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu.
Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu.
Tegelijk op het bevestigingssymbool en het terugsymbool drukken:
Eén menuniveau terugspringen.
InstellingenmenuHet instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat.
(zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
Pijl met klok:
Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Uitgebreid menuHet uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1.
(zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen)
Pijl met tijdweergave: Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Symbool "Instellingsmenu"
openen:

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

4.2.1 Instellingenmenu openen

Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen.
Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren.
(zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
Symbool "Uitgebreid menu" openen:
Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen.
Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren.
(zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen)
Geen actie gedurende 10 secondenAls u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
Deur openen en sluitenAls u de deur opent en direct weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Fig. 61 Voorbeeld

4.2.2 Uitgebreid menu openen

Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met

Engelse begrippen weergegeven.

4.2 Menu's

De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld.

Fig. 62 Toegang met cijfercode 151

▷ Geavanceerd menu is geopend.

20 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 21

In gebruik nemen

4.3 Slaapstand

Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.

4.3.1 Slaapstand beëindigen

5 In gebruik nemen

Aanwijzing

Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.

6 Opslag

6.1 Instructies voor opslag

5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)

Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:

- Apparaat is opgesteld en aangesloten.

- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.

Fig. 63 Voorbeeld

Het stand-bysymbool knippert tot de startprocedure is beëindigd.

Het display geeft het stand-bysymbool aan.

Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal worden geselecteerd.

3s

1

1

Fig. 66 Voorbeeld

Bij het bewaren in acht nemen:

❑Als draagplateaus Fig. 66 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.

❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).

❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken. ❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.

❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.

7 Bediening

Fig. 64

Fig. 65 ▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.

7.1 Bedienings- en weergave-elementen

Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen.

De bediening wordt uitgevoerd met navigatiepijlen en bevestigingssymbool.

Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd.

* afhankelijk van model en uitvoering 21

Pagina 22

Bediening

Fig. 67 Display
(1) Statusindicatie
(2) Navigatiepijl achteruit
(3) Navigatiepijl vooruit
(4) Bevestigen
SymboolApparaattoestand
Vol gegevensgeheugen
Het gegevensgeheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden vanaf nu overschreven.
Knipperend symbool
Een fout is nog actief.
Foutsymbool
Apparaat is in fouttoestand.
Witte balk onder
Submenu
7.1.1 StatusweergaveWitte balk boven
Voorinstelling, actieve instelling of actieve waarde

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Toenemende balk

Toets 3 seconden indrukken om instelling te activeren.

Fig. 68 Statusweergave met werkelijke temperatuur

De statusweergave toont de werkelijke temperatuur en is de uitgangsweergave. Van daaruit vindt de navigatie naar de functies en instellingen plaats. De stausweergave kan verschillende weergavesymbolen weergeven.

7.1.2 Weergavesymbolen

De weergavesymbolen geven informatie over de actuele toestand van het apparaat.

SymboolApparaattoestand
Stand-by
Apparaat is uitgeschakeld.
Pulserend stand-bysymbool
Apparaat beweegt omhoog.
Pulserende temperatuur
Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur.
Temperatuurindicatie
Toont de actuele binnentemperatuur
D in de weergave
Apparaat is in DemoMode.
Herinnering onderhoud
Het ingestelde tijdsinterval is afgelopen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

22 Afnemende balk

Toets 3 seconden indrukken om instelling te deactiveren.

Symbolen van de statusweergave

7.1.3 Akoestische signalen

In de volgende gevallen klinkt een signaal:

- Als een functie of waarde wordt bevestigd.

- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.

- Zodra een fout optreedt.

- Bij een alarmmelding.

De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.

7.2 Apparaatfuncties

7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat

De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.

Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touchdisplay) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)

7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen

Met deze instelling kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.

* afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 23

Bediening

Apparaat inschakelen
Zonder geactiveerde DemoMode:
Temperatuur instellen
Fig. 69
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Met geactiveerde DemoMode:
Fig. 70
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 74
Aanwijzing
DemoMode voor aflopen van de countdown deactiveren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Fig. 71 ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.

Fig. 75 Temperatuurwissel van -15,5 °C tot -16,9 °C

▷ Temperatuur is ingesteld.

Apparaat uitschakelen

7.2.4 Temperatuurregistratie

Fig. 72

Het apparaat geeft de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.

Aanwijzing

Aanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbedrijfstelling van het apparaat en na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.

Temperatuurregistratie tonen

Fig. 73

▷ Display toont stand-bysymbool.

▷ Display wordt na ongeveer 10 minuten uitgeschakeld.

De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.

7.2.3 Temperatuur

De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:Fig. 76
- hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft
- ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het vriesgoed
AanwijzingFig. 77
In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de temperatuurweergave afwijken.▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

* afhankelijk van model en uitvoering 23

Pagina 24

Bediening

Temperatuurregistratie resetten

De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.

Fig. 78

Fig. 79

▷ Registratie-interval start opnieuw.

7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu

Met deze instelling kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een driecijferige pincode.

Toepassing:

- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.

- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurwijzigingen vermijden.

Aanwijzing

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren

Fig. 80

Fig. 81

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.

Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen

Zie: (zie 7.2.6 Toegangscodes)

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren

Fig. 82

Fig. 83

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.

24 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 25

Beveiligd instellingenmenu openen

Bij een actieve toegangsbeveiliging is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.

Fig. 84

▷ Het instellingenmenu verschijnt.

7.2.6 Toegangscodes

Verschillende instellingen zijn mogelijk.

Toepassing:

- Wijzigen van de instellingscode. - Resetten van de instellingscode.

Toegangsbeveiliging van het instellingsmenu

Wijzigen van de instellingscode

Deze instelling maakt het wijzigen van de instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu mogelijk.

De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:

- Invoer van de instellingscode - Invoer van de nieuwe instellingscode - Bevestiging van de nieuwe instellingscode

Aanwijzing

Fig. 85

De toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moet actief zijn. (zie 7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Bediening

Fig. 86

Fig. 87

* afhankelijk van model en uitvoering 25

Pagina 26

Bediening

Fig. 88

▷ Bevestiging van de nieuwe instellingscode succesvol. ▷ De instellingscode is gewijzigd.

Resetten van de instellingscode

Instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu vergeten of niet bekend.

▷ Het apparaat is gereset naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De instellingscode af fabriek is: 1 1 1

7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval

Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.

De volgende waarden kunnen worden ingesteld:

Herinnering onderhoudsinterval instellen

De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.

Fig. 89

Fig. 90

▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.

▷ De resterende tijd wordt weergegeven.

7.2.8 Taal

Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.

Taal instellen

Fig. 91

Fig. 92

7.2.9 Temperatuureenheid

Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.

Temperatuureenheid instellen

Fig. 93

26 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 27

Bediening

Fig. 94 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.

▷ Temperatuureenheid is ingesteld.

7.2.10 Display-helderheid

Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.

U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)

Helderheid instellen

Fig. 95

Fig. 96 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.

▷ Helderheid is ingesteld.

7.2.11 Alarm Sound

Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.

Alarm Sound activeren

Fig. 97

Fig. 98

Alarm Sound deactiveren

Fig. 99

Fig. 100

7.2.12 Key Sound

Met deze functie kunnen alle bevestigingstonen en de Startsound worden in- en uitgeschakeld.

Key Sound activeren

Fig. 101

Fig. 102

Key Sound deactiveren

Fig. 103

Fig. 104

* afhankelijk van model en uitvoering 27

Pagina 28

Bediening

7.2.13 WLAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Aanwijzing

Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:

home.liebherr.com

Fig. 105

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 105 (1) is geplaatst.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.

Fig. 106

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 107

Fig. 108

Fig. 109

▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 110

Fig. 111

Verbinding resetten

Fig. 112

28 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 29

Fig. 113

▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.

7.2.14 LAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Aanwijzing

Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:

home.liebherr.com

Fig. 114

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 114 (1) is geplaatst. ❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.

Bediening

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.

Fig. 115

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 116

Fig. 117

▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 118

Fig. 119

* afhankelijk van model en uitvoering 29

Pagina 30

Bediening

7.2.15 Apparaatinformatie

Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)

Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)

Apparaatinformatie weergeven

Fig. 120

Fig. 121

7.2.16 Bedrijfsuren

Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.

Bedrijfsuren weergeven

Fig. 122

Fig. 123 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.

7.2.17 Software

Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.

Softwareversie weergeven

Fig. 124

Fig. 125

7.2.18 Sensorkalibratie

U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.

Instelbereik: +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.

Sensor kalibreren

Fig. 126

Fig. 127

Aanwijzing

De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.

7.2.19 Temperatuuralarm

Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.

VoorbeeldIn te stellen verschilwaarde
Actuele binnentemperatuur5 °C
Onderste temperatuurgrens2 °C-3 °C
Bovenste temperatuurgrens8 °C+3 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

U kunt de volgende waarden instellen:

- Verschilwaarde voor de onderste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C - Verschilwaarde voor de bovenste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C

30 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 31

Bediening

- Vertragingstijd van het alarm van 0 tot 60 minuten (instelling „0” betekent geen vertraging van het temperatuuralarm).
- Herhalingsfrequentie van het alarm van 0 tot 30 minuten (instelling „0” betekent geen alarmherhaling na het bevestigen van het alarm).
Temperatuuralarm instellen
Fig. 128
Fig. 129
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
► ▷
► ▷
Fig. 132 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.
Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.
Fig. 133
Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Alarmvertragingstijd is ingesteld.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Fig. 130

Fig. 134

Ingestelde waarden temperatuuralarm weergeven

Fig. 135

Fig. 131 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van -20 °C.

▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.

Fig. 136

Fig. 137

* afhankelijk van model en uitvoering 31

Pagina 32

Bediening

Fig. 138

▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm worden weergegeven.

7.2.20 Deuralarm

Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.

U kunt de volgende waarden instellen:

Deuralarm instellen

Fig. 139

Fig. 141 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.

▷ Deuralarm is ingesteld.

Deuralarm deactiveren

Fig. 142

Fig. 143

7.2.21 Alarmsimulatie

Met deze functie kunt u een temperatuuralarm in het apparaat simuleren om bijv. het juiste activeren van een veiligheidsinrichting te controleren. De veiligheidsinrichting moet op de potentiaalvrije alarmuitgang worden aangesloten. (zie 8.3 Interfaces)

Alarmsimulatie starten

Fig. 144

Fig. 145

Fig. 146

32 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 33

Bediening

Fig. 147

▷ Simulatie is uitgevoerd.

▷ Aangesloten veiligheidssystemen zouden geactiveerd zijn.

7.2.22 Alarm doorsturen

Met deze functie kunt u instellen of een of meerdere alarmen moeten worden doorgestuurd naar een externe alarmontvanger. Hierbij moet de alarmontvanger worden aangesloten op een potentiaalvrije alarmuitgang van het apparaat. (zie 8.3 Interfaces)

U kunt de volgende instellingen kiezen:

Temperatuuralarm afhankelijk van de ingestelde tijd (zie 7.2.19 Temperatuuralarm ) (Als u de vertragingstijd van het alarm op „0” instelt, is er ook bij het alarmrelais geen alarmherhaling.)

Deuralarm na 1 of 4 minuten* (zie 7.2.20 Deuralarm )

Alarm doorsturen activeren

Fig. 148

Fig. 149

7.2.23 Demomodus

De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.

Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.

Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen )

Demomodus activeren

Fig. 150

* afhankelijk van model en uitvoering 33

Pagina 34

Bediening

7.2.24 Resetten naar fabrieksinstellingen

Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.

Reset uitvoeren

Fig. 154

Fig. 151

▷ Demomodus is geactiveerd.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

Demomodus deactiveren

Fig. 152

Fig. 155

▷ Apparaat wordt gereset.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

7.3 Meldingen

Fig. 153

▷ Demomodus is gedeactiveerd.

▷ Apparaat is uitgeschakeld.

7.3.1 Waarschuwingen

Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.

MeldingOorzaakOplossing
Deur openDe melding verschijnt, als de deur te lang geopend is.Deur sluiten.
Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
Aanwijzing
De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.20 Deuralarm ) .
TemperatuuralarmDe melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn:
⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd.
⁃ De stroom is langdurig uitgevallen.
Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

34 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 35

Bediening

MeldingOorzaakOplossing
FoutFunctie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect.Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of
Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven.
Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven.
Foutcode(s) noteren.
Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing)
Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren.
Melding duidt op ongepland ontdooigedrag. De verdamper kan bijvoorbeeld abnormaal bevriezen als gevolg van het langdurig openen van de deur, waardoor de ontdooitijd niet langer voldoende is.Bevestigingsknop indrukken.
DEFR.MAX wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken.
Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven
Druk op de navigatietoetsen om de foutcode opnieuw weer te geven.
Verplaats de gekoelde producten en ontdooi het apparaat met de hand. U kunt het ontdooien ook handmatig starten.
Als het bericht herhaaldelijk wordt weergegeven en de genoemde oorzaken niet van toepassing zijn, neem dan contact op met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice)
StroomuitvalHet bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert.Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven.
Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven.
Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

* afhankelijk van model en uitvoering 35

Pagina 36

Uitrusting

MeldingOorzaakOplossing
WLAN-foutWLAN-verbinding is onderbroken.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
WWW-fout WLANHet bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
LAN-foutLAN-verbinding is onderbroken.Controleer de verbinding en de netwerkkabel.
Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.
WWW-fout LANDit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is.Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

7.3.2 Herinneringen

Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen.

Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.

MeldingOorzaakOplossing
OnderhoudsherinneringDe melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen.Bevestigingsknop indrukken.
Alarm wordt beëindigd.
Aanwijzing
Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval ) .
OpnameherinneringDe melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is.Bevestigingsknop indrukken.
Alarm wordt beëindigd.
De oudste gegevens worden overschreven.
Aanwijzing
De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.4 Temperatuurregistratie ) .

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

8 Uitrusting 8.1.1 Apparaat vergrendelen

8.1 Veiligheidsslot

Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.

Fig. 156 Voorbeeld

36 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 37

8.1.2 Apparaat opensluiten

Fig. 157 Voorbeeld

Onderhoud

8.3.1 Potentiaalvrije alarmuitgang

WAARSCHUWING

Letselgevaar door elektrische schok!

Deze drie contacten kunnen worden gebruikt voor aansluiting van een optisch of akoestisch alarmsysteem. De aansluiting is ontworpen voor maximaal 30 V (DC) - 8 A uit een bron met extra lage veiligheidsspanning SELV (minimumstroom 150 mA).

8.2 Sensoren

Het apparaat kan uitgerust zijn met de volgende sensoren voor temperatuurbewaking:

- C-sensor

8.2.1 C-sensor (controlesensor)

De C-sensor is vast ingebouwd en regelt de binnentemperatuur van het apparaat. Indien nodig kunt u de C-sensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie )

8.3 Interfaces

Aan de achterkant van het apparaat bevinden zich verschillende aansluitmogelijkheden.

Fig. 160

9 Onderhoud

9.1 Onderhoudsschema

Fig. 158

Aanwijzing

De stekkers zijn met schroeven vastgezet. Om de stekkers te kunnen lostrekken, schroeven rechts en links losdraaien.

Fig. 159

Er moeten regelmatig onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd om de werking van het apparaat in stand te houden.

VOORZICHTIG

Gevaren voor letsel een beschadiging door ondeskundig uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden!

Lichamelijk letsel en materiële schade.

WAARSCHUWING

Gevaar voor kortsluiting door onder stroom staande onderdelen!

Elektrische schok of beschadiging van de elektronica.

Aanwijzing

Er kan een herinneringsfunctie voor het onderhoud geactiveerd worden. (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval )

Aanwijzing

Aanbevolen wordt een onderhoudslogboek aan te leggen waarin alle uitgevoerde werkzaamheden (reparaties, inspecties) worden gedocumenteerd.

* afhankelijk van model en uitvoering 37

Pagina 38

Onderhoud

Aanwijzing
Liebherr adviseert een jaarlijkse onderhoudsbeurt. Neem contact op met de klantenservice voor een individuele offerte (zie 10.3 Klantenservice) .
OnderdeelActiviteitOnderhoudsinterval
Plaatstalen onderdelenOp beschadigingen en corrosie controleren. Vervangen van beschadigde onderdelen: (zie 10.3 Klantenservice)Jaarlijks
Deur, scharnierenOp de uitlijning (zie 3.7 Deur uitlijnen) , soepele beweging en goed vastzitten controleren.Jaarlijks
Slot, deurgreep*Op gemakkelijke beweging en vastzitten controleren.Jaarlijks
DeurafdichtingOp beschadiging, slijtage en vastzitten controleren. Er is een vervangende deurafdichting via de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) verkrijgbaar.Jaarlijks
SensorSensor kalibreren. (zie 7.2.18 Sensorkalibratie )Jaarlijks
SensordoorvoerControleren of de afdichtingsmassa onbeschadigd is.Jaarlijks
OppervlakkenReinigen (zie 9.3 Apparaat reinigen)Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling
OppervlakkenDesinfecteren
De volgende desinfectiemiddelen zijn getest voor gebruik op het apparaat:
Dismozon pur 1 % Lösung (Bode Chemie), Suma Quicksan (Diversey), Incidin Extra N (Ecolab Healthcare), Acrylan (Antiseptica chem.-pharm. Produkte), Buraton 10 F (Schülke und Mayr), Frankocid N (Franken Chemie), Apesin DSR 50 (Tana), Nüscosept Spray (Dr. Nüsken), Melsept SF (B. Braun Melsungen), Kohrsolin (Bode Chemie), Neoquat S (Dr. Weigert), Indicin Rapid (Ecolab Healthcare), Bacillocid Spezial (Bode Chemie), Neoform K Spray (Dr. Weigert), Apesin Desinf. Spray (Tana), Nüscosept 100 (Dr. Nüsken), Antisept T (Fink Tec), Apesin AP 100 0,50% Lösung (Tana), Perform Pulver 2% Lösung (Schülke und Mayr) De gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht nemen. Als er andere dan genoemde desinfectiemiddelen worden gebruikt, moeten deze eerst op een onopvallende plaats worden getest.
Aanbeveling: maandelijks, indien nodig of volgens de eisen op de plaats van opstelling
Plaats van opstelling, apparaatDecontamineren
Het apparaat is geschikt voor de ruimtedecontami-natie met waterstofperoxide H2O2.
De waarden van de volgende toepassingsspecificatie mogen niet overschreden worden:
Maximale concentratie 250 ppm.
Maximale vochtigheid 85 %.
Maximaal toelaatbare ruimtetemperatuur volgens klimaatklasse. (zie 2.4 Toepassingsgebied van het apparaat)
Aanbeveling: indien nodig of volgens eisen op de plaats van opstelling, maximaal 2 keer per jaar
Ventilator ventilatoropeningReinigenJaarlijks
Alarm doorsturenControleren of de stekkerverbindingen goed vastzitten.Jaarlijks
NetkabelOp beschadiging controleren.Jaarlijks of
Bij locatieverandering
Stelpoten/wieltjesOp werking, beschadiging en goede bevestiging controleren.
Beschadigde onderdelen vervangen. (zie 10.3 Klantenservice)
Jaarlijks

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

38 * afhankelijk van model en uitvoering

← pagina's 2–19verder op pagina 39 →Inhoud