Liebherr SRFfg 3501, tekst van de handleiding
Pagina's 17–36 van 46 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–16verder op pagina 37 →
Pagina 17
Opstellen en aansluiten
- Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
3.15 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten
Fig. 56
Apparaat optillen:
- Stelvoet rechtsom draaien.
Apparaat neerlaten:
- Stelvoet linksom draaien.
3.12 Plaatsen van meerdere apparaten
LET OP
Beschadigingsgevaar door condenswater tussen de zijwanden!
- Het apparaat niet direct naast een ander koelapparaat plaatsen.
- Apparaat met afstand van 3 cm tussen de apparaten opstellen.
- Meerdere apparaten alleen tot temperaturen van 35 °C en 65 % luchtvochtigheid naast elkaar opstellen.
- Bij hoge luchtvochtigheid afstand tussen de apparaten vergroten.
Fig. 57 Side-by-side-opstelling
Aanwijzing
Een side-by-side-kit is als toebehoren via de Liebherr-klantenservice verkrijgbaar. (zie 10.3 Klantenservice)
3.13 Na het plaatsen
- Beschermfolies verwijderen. *
- Apparaat reinigen. (zie 9.3 Apparaat reinigen)
- Indien nodig: Apparaat desinfecteren.
- Factuur bewaren om voor servicediensten apparaat- en dealergegevens beschikbaar te hebben.
3.14 Afvalverwerking van de verpakking
WAARSCHUWING
Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!
- Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:
- Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*
WAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer!
Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat.
- Controleer apparaat en netsnoer na het transport op beschadiging.
- Neem het apparaat in geen geval in gebruik, als het apparaat of netsnoer beschadigd zijn.
- Neem contact op met de klantenservice.
U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding.
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Apparaat en voedingskabel zijn onbeschadigd.
- Apparaat is volgens de voorschriften opgesteld. (zie 3.10 Apparaat opstellen)
- Vereisten aan de elektrische aansluiting zijn aangehouden.
- Maten voor de voorschriftmatige aansluiting zijn bekend en aangehouden.
- Netspanning en spanningsfrequentie komen overeen met de gegevens op het typeplaatje.
- Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaard en elektrisch gezekerd.
- Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en 16 A.
- Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zich niet achter het apparaat.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik! Beschadiging van de elektrische componenten van het apparaat.
- Gebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.
Beschadigingen van het apparaat.
- Geen verlengkabel gebruiken.
- Geen verdeeldozen gebruiken.
* afhankelijk van model en uitvoering 17
Pagina 18
Werking van het Touch-display
| Symbool | Beschrijving | |
| LET OP Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat. ► Sluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormers zoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators. | ||
| Pijl met tijdweergave: Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | ||
| ► Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening | ||
| aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos. ▷ Standby-symbool verschijnt op het display. ▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt. ▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing. 4 Werking van het Touch-display U bedient uw apparaat met het Touch-display. Met het Touch-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave. 4.1 Navigatie en verklaring van symbolen In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven. Symbool Beschrijving Op de navigatiepijl vooruit drukken: | Geen actie gedurende 10 seconden | Symbool "Instellingsmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen. Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen) Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave. |
| In het menu één stap verdergaan. Op de navigatiepijl achteruit | Deur openen en sluiten | Als u de deur opent en direct weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
drukken: Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met In het menu één stap teruggaan. Engelse begrippen weergegeven.
3 seconden op de navigatiepijl achteruit drukken:
In het hoofdmenu of vanuit het instellingenmenu terugspringen naar de statusweergave.
Meerdere keren achter elkaar op de navigatiepijl drukken:
In het menu verdergaan tot de gewenste functie.
Op het bevestigingssymbool drukken:
Functie activeren/deactiveren.
Submenu openen.
Tegelijk op het bevestigingssymbool en het terugsymbool drukken:
Eén menuniveau terugspringen.
Pijl met klok:
Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
4.2 Menu's
De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld.
| Menu | Beschrijving |
|---|---|
| Hoofdmenu | Wanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu. Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu. |
| Instellingenmenu | Het instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) |
| Uitgebreid menu | Het uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1. (zie 4.2.2 Uitgebreid menu openen) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
18 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 19
In gebruik nemen
4.2.1 Instellingenmenu openen
Fig. 58 Voorbeeld
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Instellingenmenu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.2.2 Uitgebreid menu openen
Fig. 59 Toegang met cijfercode 151
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Geavanceerd menu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.3 Slaapstand
Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.
4.3.1 Slaapstand beëindigen
- Op een willekeurige navigatietoets drukken. ▷ Slaapstand is beëindigd.
5 In gebruik nemen
5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)
Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan: - Apparaat is opgesteld en aangesloten.
- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.
Fig. 60 Voorbeeld
Het stand-bysymbool knippert tot de startprocedure is beëindigd.
Het display geeft het stand-bysymbool aan.
Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal worden geselecteerd.
Fig. 61
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.
Aanwijzing
Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.
- Als de ingestelde temperatuur is bereikt, moet een sensorkalibratie (zie 7.2.19 Sensorkalibratie ) worden uitgevoerd.
6 Opslag
6.1 Instructies voor opslag
1
Fig. 63
1
Fig. 62 Voorbeeld
* afhankelijk van model en uitvoering 19
Pagina 20
Bediening
Bij het bewaren in acht nemen:
❑Als draagplateaus Fig. 62 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.
❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).
❑Ventilatiesleuf Fig. 63 (2) van de ventilator in de binnenruimte vrijhouden.
❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken. ❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.
❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.
❑Gekoelde goederen mogen de stapelmarkering niet over‐
schrijden.
Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en een gelijkmatige temperatuurverdeling in de binnenruimte. ❑Geen gekoelde goederen onder de condensbak bewaren.
7 Bediening
7.1 Bedienings- en weergave-elementen
Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen.
De bediening wordt uitgevoerd met navigatiepijlen en bevestigingssymbool.
Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd.
Fig. 64 Display
- (1) Statusindicatie
- (2) Navigatiepijl achteruit
- (3) Navigatiepijl vooruit
- (4) Bevestigen
7.1.1 Statusweergave
Fig. 65 Statusweergave met werkelijke temperatuur
De statusweergave toont de werkelijke temperatuur en is de uitgangsweergave. Van daaruit vindt de navigatie naar de functies en instellingen plaats. De stausweergave kan verschillende weergavesymbolen weergeven.
7.1.2 Weergavesymbolen
De weergavesymbolen geven informatie over de actuele toestand van het apparaat.
| Symbool | Apparaattoestand |
|---|---|
| Stand-by Apparaat is uitgeschakeld. | |
| Pulserend stand-bysymbool Apparaat beweegt omhoog. | |
| Pulserende temperatuur Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur. | |
| Temperatuurindicatie Toont de actuele binnentemperatuur | |
| Wisselende weergave temperatuur//Defrost-symbool met witte balk Apparaat is in handmatige ontdooiing | |
| D in de weergave Apparaat is in DemoMode. | |
| Herinnering onderhoud Het ingestelde tijdsinterval is afgelopen. | |
| Vol gegevensgeheugen Het gegevensgeheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden vanaf nu overschreven. | |
| Knipperend symbool Een fout is nog actief. | |
| Foutsymbool Apparaat is in fouttoestand. | |
| Witte balk onder Submenu | |
| Witte balk boven Voorinstelling, actieve instelling of actieve waarde | |
| Toenemende balk Toets 3 seconden indrukken om instelling te activeren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
20 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 21
Bediening
| Fig. 68 ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display. | ||
| Symbool | Apparaattoestand | |
| Afnemende balk Toets 3 seconden indrukken om instelling te deactiveren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Symbolen van de statusweergave
Apparaat uitschakelen
7.1.3 Akoestische signalen
Fig. 69
In de volgende gevallen klinkt een signaal:
- Als een functie of waarde wordt bevestigd.
- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.
- Zodra een fout optreedt.
- Bij een alarmmelding.
De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.
7.2 Apparaatfuncties
7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat
De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.
Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touchdisplay) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)
7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen
Met deze instelling kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.
Apparaat inschakelen
Zonder geactiveerde DemoMode:
Fig. 66
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Met geactiveerde DemoMode:
Fig. 67
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Aanwijzing
DemoMode voor aflopen van de countdown deactiveren.
Fig. 70
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Display toont stand-bysymbool.
▷ Display wordt na ongeveer 10 minuten uitgeschakeld.
7.2.3 Temperatuur
De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren: - hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het koelgoed
Aanwijzing
In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de temperatuurweergave afwijken.
Temperatuur instellen
Fig. 71
* afhankelijk van model en uitvoering 21
Pagina 22
Bediening
Fig. 72 Temperatuurwissel van 5,5 °C tot 6,9 °C
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuur is ingesteld.
7.2.4 Temperatuurregistratie
Het apparaat geeft de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.
Aanwijzing
Aanbevolen wordt om de temperatuurregistratie bij inbedrijfstelling van het apparaat en na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmalig te resetten. Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.
Temperatuurregistratie tonen
De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.
Fig. 73
Fig. 74 ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.
Temperatuurregistratie resetten
De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.
Fig. 75
Fig. 76
- Handelingsstappen volgens afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuurregistratie is gereset.
▷ Registratie-interval start opnieuw.
7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu
Met deze instelling kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een driecijferige pincode.
Toepassing:
- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.
- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurwijzigingen vermijden.
Aanwijzing
- In de onderstaande voorbeelden wordt af fabriek de ingestelde PIN-code: 1 1 1 gebruikt.
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren
Fig. 77
22 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 23
Fig. 78
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.
Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen
Zie: (zie 7.2.6 Toegangscodes)
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren
Fig. 79
Fig. 80
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.
Bediening
Beveiligd instellingenmenu openen
Bij een actieve toegangsbeveiliging is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 81
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De pincode is correct.
▷ Het instellingenmenu verschijnt.
7.2.6 Toegangscodes
Verschillende instellingen zijn mogelijk.
Toepassing:
- Wijzigen van de instellingscode. - Resetten van de instellingscode.
Toegangsbeveiliging van het instellingsmenu
Wijzigen van de instellingscode
Deze instelling maakt het wijzigen van de instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu mogelijk.
De instelling wordt in 3 stappen uitgevoerd:
- Invoer van de instellingscode - Invoer van de nieuwe instellingscode - Bevestiging van de nieuwe instellingscode
Aanwijzing
- In het volgende voorbeeld wordt de af fabriek ingestelde instellingscode 1 1 1 gewijzigd.
- De nieuwe instellingscode is: 2 3 4
Fig. 82
De toegangsbeveiliging van het instellingsmenu moet actief zijn. (zie 7.2.5 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
* afhankelijk van model en uitvoering 23
Pagina 24
Bediening
- Navigatiepijl indrukken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Fig. 83
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Invoer van de oude instellingscode succesvol.
Fig. 84
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Invoer van de nieuwe instellingscode succesvol.
Fig. 85
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Bevestiging van de nieuwe instellingscode succesvol. ▷ De instellingscode is gewijzigd.
Resetten van de instellingscode
Instellingscode voor de toegangsbeveiliging van het instellingsmenu vergeten of niet bekend.
- Apparaat op fabrieksinstellingen (zie 7.2.25 Resetten naar fabrieksinstellingen ) resetten.
▷ Het apparaat is gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
▷ De instellingscode af fabriek is: 1 1 1
7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval
Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.
De volgende waarden kunnen worden ingesteld:
- 7 dagen
- 14 dagen
- 30 dagen
- 60 dagen
- 90 dagen
- 180 dagen
- 360 dagen
- 720 dagen
- 1080 dagen
- Uit
Herinnering onderhoudsinterval instellen
De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.
Fig. 86
24 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 25
Bediening
Fig. 87
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.
▷ De resterende tijd wordt weergegeven.
7.2.8 Taal
Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.
Taal instellen
Fig. 88
Fig. 89
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De geselecteerde taal is ingesteld.
7.2.9 Temperatuureenheid
Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.
Temperatuureenheid instellen
Fig. 90
Fig. 91 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuureenheid is ingesteld.
7.2.10 Display-helderheid
Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.
U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)
Helderheid instellen
Fig. 92
Fig. 93 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Helderheid is ingesteld.
7.2.11 Alarm Sound
Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.
Alarm Sound activeren
Fig. 94
* afhankelijk van model en uitvoering 25
Pagina 26
Bediening
Fig. 95
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is geactiveerd.
Alarm Sound deactiveren
Fig. 96
Fig. 97
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarm Sound is gedeactiveerd.
7.2.12 Key Sound
Met deze functie kunnen alle bevestigingstonen en de Startsound worden in- en uitgeschakeld.
Key Sound activeren
Fig. 98
Fig. 99
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is geactiveerd.
Key Sound deactiveren
Fig. 100
Fig. 101
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Key Sound is gedeactiveerd.
7.2.13 WLAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Fig. 102
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 102 (1) is geplaatst.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 103
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 103) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 104
26 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 27
Bediening
Fig. 105
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
- Inrichtprocedure op uw internetcompatibele eindapparaat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring Dashboard
Fig. 106
- Verbinding wordt gemaakt.
▷ WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 107
Fig. 108
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Verbinding resetten
Fig. 109
Fig. 110
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.
7.2.14 LAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Aanwijzing
Accessoires zijn verkrijgbaar bij de klantenservice (zie 10.3 Klantenservice) of bij gespecialiseerde dealers via de dealerzoekfunctie op onze servicepagina op internet:
home.liebherr.com
Fig. 111
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 111 (1) is geplaatst.
* afhankelijk van model en uitvoering 27
Pagina 28
Bediening
❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Op het Liebherr SmartMonitoring Dashboard vindt u ook informatie over de inbouw achteraf van de SmartModule.
Fig. 112
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard (zie Fig. 112) .
Op het koel- of vriesapparaat:
7.2.15 Apparaatinformatie
Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch-display)
Apparaatinformatie weergeven
Fig. 117
Fig. 113
Fig. 114
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 115
Fig. 116
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Fig. 118
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft apparaatinformatie weer.
7.2.16 Bedrijfsuren
Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.
Bedrijfsuren weergeven
Fig. 119
Fig. 120 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.
7.2.17 Software
Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.
Softwareversie weergeven
Fig. 121
Fig. 122
28 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 29
Bediening
| ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft softwareversie weer. | |||
| Weergave | Beschrijving | ||
| Def 1 | Het temperatuurdisplay wordt niet Deze toont de laatste temperatuur | bijgewerkt. voor het starten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
7.2.18 Ontdooien
Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.
Toepassing:
- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart.
Automatisch ontdooien handmatig starten
| van het automatische ontdooiproces. | ||
| Def 2 | Symbool „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer. | |
| Def 3 | Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800: | Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. |
| Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800: | Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer. | |
| Def 4 | Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800: | Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. |
| Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800: | Aanwijzing „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
Fig. 123
Fig. 124
- Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf.
Aanwijzing
Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig Weergave van de aanwijzing „automatische zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. ontdooiproces” in de statusweergave (zie 9.2 Apparaat ontdooien) Hier ziet u de op uw apparaat geïnstalleerde softwareversie PW SW: (zie 7.2.17 Software )
Handmatig gestarte ontdooiing annuleren
Fig. 125
Fig. 126
- Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.
Ontdooi-info
Met deze instelling wordt de weergave tijdens een automatische ontdooiproces aangepast.
Fig. 127
Fig. 128
- Voer stappen volgens de afbeelding uit. ▷ De gewenste weergavevariant is geselecteerd.
* afhankelijk van model en uitvoering 29
Pagina 30
Bediening
7.2.19 Sensorkalibratie
U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.
Instelbereik: +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.
Sensor kalibreren
Fig. 129
Fig. 130
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Sensor is gekalibreerd.
Aanwijzing
De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.
7.2.20 Temperatuuralarm
Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.
| Voorbeeld | In te stellen verschilwaarde | |
|---|---|---|
| Actuele binnentemperatuur | 5 °C | |
| Onderste temperatuurgrens | 2 °C | -3 °C |
| Bovenste temperatuurgrens | 8 °C | +3 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
U kunt de volgende waarden instellen:
- Verschilwaarde voor de onderste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C - Verschilwaarde voor de bovenste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C
- Vertragingstijd van het alarm van 0 tot 60 minuten (instelling „0” betekent geen vertraging van het temperatuuralarm).
- Herhalingsfrequentie van het alarm van 0 tot 30 minuten (instelling „0” betekent geen alarmherhaling na het bevestigen van het alarm).
Temperatuuralarm instellen
Fig. 131
Fig. 132
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 133
Fig. 134 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.
30 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 31
Bediening
Fig. 135 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.
Fig. 136
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmvertragingstijd is ingesteld.
Fig. 137
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmherhalingsinterval is ingesteld. ▷ Temperatuuralarm is ingesteld.
Ingestelde waarden temperatuuralarm weergeven
Fig. 138
Fig. 139
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 140
Fig. 141
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm worden weergegeven.
7.2.21 Deuralarm
Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.
U kunt de volgende waarden instellen:
- 15 seconden
- 30 seconden
- 60 seconden
- 90 seconden
- 120 seconden
- 150 seconden
- 180 seconden
- Uit
Deuralarm instellen
Fig. 142
Fig. 144 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Deuralarm is ingesteld.
Deuralarm deactiveren
Fig. 145
* afhankelijk van model en uitvoering 31
Pagina 32
Bediening
Fig. 146
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Deuralarm is gedeactiveerd.
7.2.22 Alarmsimulatie
Met deze functie kunt u een temperatuuralarm in het apparaat simuleren om bijv. het juiste activeren van een veiligheidsinrichting te controleren. De veiligheidsinrichting moet op de potentiaalvrije alarmuitgang worden aangesloten. (zie 8.3 Interfaces)
Alarmsimulatie starten
Fig. 147
Fig. 148
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 149
Fig. 150
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Simulatie is uitgevoerd.
▷ Aangesloten veiligheidssystemen zouden geactiveerd zijn.
7.2.23 Alarm doorsturen
Met deze functie kunt u instellen of een of meerdere alarmen moeten worden doorgestuurd naar een externe alarmontvanger. Hierbij moet de alarmontvanger worden aangesloten op een potentiaalvrije alarmuitgang van het apparaat. (zie 8.3 Interfaces)
U kunt de volgende instellingen kiezen:
- Alarmtype:
- Deuralarm
- Temperatuuralarm
- Deuralarm en temperatuuralarm • lles
- Bevestigen:
- Ja: Het alarm wordt op het apparaat en bij de extern gekoppelde ontvanger bevestigd.
- Nee: Het alarm wordt op het apparaat bevestigd, en blijft op de ontvanger actief, tot de fout is verholpen.
- Verversen (alleen zichtbaar, als u bij het bevestigen „Ja” kiest):
- Ja: alarm wordt herhaald.
Temperatuuralarm afhankelijk van de ingestelde tijd (zie 7.2.20 Temperatuuralarm ) (Als u de vertragingstijd van het alarm op „0” instelt, is er ook bij het alarmrelais geen alarmherhaling.)
Deuralarm na 1 of 4 minuten* (zie 7.2.21 Deuralarm )
- Nee: Alarm constant bevestigd.
Alarm doorsturen activeren
Fig. 151
32 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 33
Bediening
Fig. 152
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het doorsturen van het alarm is ingesteld.
7.2.24 Demomodus
De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.
Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.
Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.25 Resetten naar fabrieksinstellingen )
Demomodus activeren
Fig. 153
Fig. 154
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is geactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ In de statusweergave verschijnt "D".
Demomodus deactiveren
Fig. 155
Fig. 156
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Demomodus is gedeactiveerd.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat inschakelen. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)) ▷ Apparaat is teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
7.2.25 Resetten naar fabrieksinstellingen
Gebruik deze functie om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen. Alle instellingen die u tot nu toe hebt gemaakt, worden gereset naar de oorspronkelijke instellingen.
Reset uitvoeren
Fig. 157
* afhankelijk van model en uitvoering 33
Pagina 34
Bediening
▷ Apparaat wordt gereset.
▷ Apparaat is uitgeschakeld.
- Apparaat opnieuw starten. (zie 5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling))
7.3 Meldingen
7.3.1 Waarschuwingen
Fig. 158
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Waarschuwingen worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. De signaaltoon wordt sterker en luider tot de melding wordt bevestigd.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Deur open | De melding verschijnt, als de deur te lang geopend is. | Deur sluiten. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing De tijdsduur tot verschijnen van de melding kan worden ingesteld (zie 7.2.21 Deuralarm ) . |
| Temperatuuralarm | De melding verschijnt, als de temperatuur niet overeenkomt met de ingestelde temperatuur. Oorzaak voor temperatuurverschillen kan zijn: ⁃ Er werden koelgoederen in gelegd. ⁃ Bij het hersorteren en het verwijderen van levensmiddelen is te veel warme lucht het apparaat in gestroomd. ⁃ De stroom is langdurig uitgevallen. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. De huidige temperatuur knippert en op het display verschijnt afwisselend het temperatuuralarmsymbool totdat de ingestelde temperatuur bereikt is. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
34 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 35
Bediening
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Fout | Functie van het apparaat is beperkt, een onderdeel van het apparaat vertoont een fout of het apparaat is defect. | Bevestigingsknop indrukken. Foutcode wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Indien aanwezig, wordt een andere foutcode weergegeven. of Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven. Druk op de navigatietoetsen om de foutcode(s) opnieuw weer te geven. Foutcode(s) noteren. Controleer of de fout op de lijst staat en of u de fout zelf kunt verhelpen. (zie 10.2 Technische storing) Fout staat niet op de lijst of bestaat nog steeds: Contact opnemen met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) Gekoelde producten ergens anders bewaren. |
| Melding geeft aan dat de vriezerbeschermingsmodus actief is (bijv. als gevolg van het vaak openen van de deur of het laden met goederen). | Bevestigingsknop indrukken. FRZ.PROT wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het statusscherm met knipperend foutsymbool wordt weergegeven Druk op de navigatietoetsen om de foutcode opnieuw weer te geven. Het apparaat schakelt na een paar uur automatisch over naar de normale bedrijfsmodus en de melding verdwijnt. Als het bericht herhaaldelijk wordt weergegeven en de genoemde oorzaken niet van toepassing zijn, neem dan contact op met de klantenservice. (zie 10.3 Klantenservice) | |
| Stroomuitval | Het bericht verschijnt na een onderbreking in de stroomtoevoer als de temperatuur boven de alarmgrens ligt wanneer de stroom terugkeert. | Bevestigingsknop indrukken. Warmste temperatuur wordt weergegeven. Bevestigingsknop indrukken. Het alarm wordt geannuleerd en de huidige temperatuur wordt weergegeven. Controleer de kwaliteit van de gekoelde producten. |
| WLAN-fout | WLAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
* afhankelijk van model en uitvoering 35
Pagina 36
Uitrusting
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| WWW-fout WLAN | Het bericht verschijnt als er geen internetverbinding via WLAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| LAN-fout | LAN-verbinding is onderbroken. | Controleer de verbinding en de netwerkkabel. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
| WWW-fout LAN | Dit bericht verschijnt als er geen internetverbinding via LAN is. | Controleer de verbinding. Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
7.3.2 Herinneringen
Er verschijnen herinneringen bij oproepen om iets te doen.
Ze worden akoestisch door een signaaltoon en optisch door een symbool op het display weergegeven. Bevestigen van de melding door drukken op de bevestigingstoets.
| Melding | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Onderhoudsherinnering | De melding verschijnt als de timer van het ingestelde onderhoudsinterval is afgelopen. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. Aanwijzing Het onderhoudsinterval kan worden ingesteld (zie 7.2.7 Herinnering onderhoudsinterval ) . |
| Opnameherinnering | De melding verschijnt, als het geheugen van de temperatuurregistratie (999 uur) vol is. | Bevestigingsknop indrukken. Alarm wordt beëindigd. De oudste gegevens worden overschreven. Aanwijzing De temperatuurregistratie kan worden gereset (zie 7.2.4 Temperatuurregistratie ) . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
8 Uitrusting
8.1 Veiligheidsslot
Het slot in de deur van het apparaat is voorzien van een veiligheidsmechanisme.
8.1.1 Apparaat vergrendelen
Fig. 159 Voorbeeld
- Sleutel erin duwen.
- Sleutel 90° linksom draaien. ▷ Het apparaat is afgesloten.
8.1.2 Apparaat opensluiten
Fig. 160 Voorbeeld
- Sleutel erin duwen Fig. 160 (1).
36 * afhankelijk van model en uitvoering