naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr SRFvh 5511, tekst van de handleiding

Pagina's 18–36 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–17verder op pagina 37 →

Pagina 18

Werking van het Touch & Swipe-display

3.15 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten

WAARSCHUWING

Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer!

Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat.

U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding.

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

LET OP

Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik! Beschadiging van de elektrische componenten van het apparaat.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.

Beschadigingen van het apparaat.

LET OP

Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat.

▷ Standby-symbool verschijnt op het display.

▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt.

▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing.

4 Werking van het Touch & Swipedisplay

U bedient uw apparaat met het Touch & Swipe-display. Met het Touch & Swipe-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken of te vegen. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.

4.1 Navigatie en verklaring van symbolen

In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven.

SymboolBeschrijving
Display kort aanraken: Functie activeren/deactiveren. Keuze bevestigen.
Submenu openen.
Display een bepaalde tijd (bijv. 3 seconden) aanraken: Functie of waarde activeren/deacti-veren.
Naar rechts of links vegen: In het menu navigeren.
Terugsymbool kort aanraken: Eén menuniveau terugspringen.
Terugsymbool 3 seconden aanraken: Terugspringen naar de statusweergave.
Terugsymbool linksboven kort
aanraken:
Eén menuniveau terugspringen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

18 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 19

In gebruik nemen

SymboolBeschrijving
Pijl met klok:
Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Pijl met tijdweergave:
Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Symbool "Instellingenmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen.
Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Geavanceerd menu openen)
Geen actie gedurende 10 secondenAls u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
Deur openen en sluiten.Als u de deur opent en direct weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met Engelse begrippen weergegeven.

4.2 Menu's

De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld:

MenuBeschrijving
HoofdmenuWanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu.
Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu.
InstellingenmenuHet instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat.
Uitgebreid menuHet uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

4.2.1 Instellingenmenu openen

Fig. 58 Voorbeeld

▷ Instellingenmenu is geopend.

4.2.2 Geavanceerd menu openen

Fig. 59 Toegang met cijfercode 151

▷ Geavanceerd menu is geopend.

4.3 Slaapstand

Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.

4.3.1 Slaapstand beëindigen

5 In gebruik nemen

5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)

Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: - Apparaat is opgesteld en aangesloten.

- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.

Fig. 60 Voorbeeld

* afhankelijk van model en uitvoering 19

Pagina 20

Opslag

▷ Display geeft het Standby-symbool weer.

Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal en de datum/tijd ingesteld worden.

Fig. 61

Fig. 62

Fig. 64 Statusindicatie ▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.

Aanwijzing

Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.

6 Opslag

6.1 Instructies voor opslag

1

Fig. 66

1

Fig. 65 Voorbeeld

Bij het bewaren in acht nemen:

❑Als draagplateaus Fig. 65 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.

❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).

❑Ventilatiesleuf Fig. 66 (2) van de ventilator in de binnenruimte vrijhouden.

❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken. ❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.

❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.

❑Gekoelde goederen mogen de stapelmarkering niet over‐

schrijden.

Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en een gelijkmatige temperatuurverdeling in de binnenruimte.

7 Bediening

Fig. 63

7.1 Bedienings- en weergave-elementen

Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen.

De bediening gebeurt direct op het Touch & Swipe-display for vegen en aantikken.

20 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 21

Bediening

Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd.
SymboolApparaattoestand
Vol datageheugen (geel)
Het datageheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden nu overschreven.
Vol alarmgeheugen (geel)
Het alarmgeheugen is vol. Verwijder individuele alarmen of het hele geheugen.
Foutsymbool (rood)
Het apparaat bevindt zich in de foutstatus.
Achtergrond (blauw)
Fig. 67 Touch & Swipe-display
(1) Statusindicatie
Actieve instelling of actieve functie
7.1.1 StatusindicatieBalk (oplopend)
3 seconden ingedrukt houden om de instelling te activeren.
Fig. 68 StatusindicatieSymbolen van de statusindicatieBalk (dalend)
3 seconden lang indrukken om de instelling te deactiveren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Vanuit de statusindicatie gebeurt de navigatie naar de functies en instellingen.

7.1.2 Weergavesymbolen

De weergavesymbolen geven informatie over de actuele toestand van het apparaat.

SymboolApparaattoestand
Alarmsymbool (grijs)
Alarmarchief is leeg.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (wit)
Er bevinden zich bevestigde alarmen in het alarmarchief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (rood)
Er bevinden zich nog niet bevestigde alarmen in het alarmarchief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (rood, knippert)
Er bevindt zich een actief alarm in het archief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Ontdooisymbool (grijs)
Geen ontdooiprocedure actief.
Ontdooisymbool (wit, knippert)
Ontdooiproces is actief.
Kort aanraken opent de apparaatfunctie Ontdooiing. (zie 7.2.20 Ontdooien )
Ontdooisymbool (wit)
Automatisch ontdooiproces is actief. Functie kan niet worden geannuleerd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

SymboolApparaattoestand
Stand-bysymbool
Apparaat is uitgeschakeld.
Stand-bysymbool (knippert)
Apparaat beweegt omhoog.
Temperatuur (knippert)
Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur.
D op het display
Apparaat staat in demomodus.
Onderhoudsindicator (geel)
Het ingestelde tijdsinterval is verstreken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

* afhankelijk van model en uitvoering 21

Pagina 22

Bediening

Fig. 70
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
SymboolApparaattoestand
Deursymbool (grijs)
De deur is gesloten.
Deursymbool (wit)
De deur is geopend.
Aanwijzing
Demomodus voor afloop van de countdown deactiveren.
Deursymbool (rood, knippert)
De deur is sinds langere tijd geopend, de bijbehorende waarschuwing werd bevestigd.
Het symbool knippert tot de deur wordt gesloten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Extra symbolen van de statusindicatie Fig. 71 Statusindicatie ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.

Apparaat uitschakelen

7.1.3 Akoestische signalen

In de volgende gevallen klinkt een signaal:

- Als een functie of waarde wordt bevestigd.

- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.

- Zodra een fout optreedt.

- Bij een alarmmelding.

De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.

Fig. 72

7.2 Apparaatfuncties

7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat

De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.

Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)

7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen

Met deze functie kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.

Apparaat inschakelen

Zonder geactiveerde demomodus:

Fig. 73

▷ Display schakelt na ongeveer 10 minuten uit.

7.2.3 Temperatuur

De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren: - hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het koelgoed

Aanwijzing

In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de weergegeven temperatuur afwijken.

Met de correcte temperatuur blijft het koelgoed langer houdbaar. Overbodig wegwerpen kan zo worden vermeden.

Temperatuur instellen

De volgende stappen beschrijven hoe u de temperatuur van bijv. 12,1 °C tot 15,5 °C verhoogt.

Fig. 69

Met geactiveerde demomodus:

Fig. 74

22 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 23

Fig. 75

7.2.4 Temperatuurregistratie

Het apparaat geeft met deze functie de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.

Aanwijzing

Onafhankelijk van deze functie worden ook de volledige temperatuurgeschiedenis en de alarm- en servicemeldingen geregistreerd. Deze gegevens kunnen worden geëxporteerd en op een USB-opslagmedium worden opgeslagen. (zie 7.2.21 Downloaden van gegevens (gegevensback-up) )

Als er een extra productsensor op het apparaat aanwezig is, is het mogelijk deze te selecteren voor de weergave van de minimum- en maximumtemperatuur. (zie 7.2.22 Sensorkalibratie )

Aanwijzing

De temperatuurregistratie moet bij de inbedrijfstelling van het apparaat na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmaal gereset worden. (zie Temperatuurregistratie resetten) Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.

Temperatuurregistratie tonen

De temperatuurregistratie toont de duur van de meting en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.

Fig. 76

Fig. 77 ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.

Bediening

Temperatuurregistratie resetten

De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.

Fig. 78

Fig. 79

7.2.5 Verlichting

Het apparaat is van een binnenverlichting voorzien.

U kunt de binnenverlichting continu inschakelen. (zie Verlichting inschakelen*) *

Als u de deur van het apparaat opent, schakelt u de interne verlichting in.

U kunt deze functie ook deactiveren. (zie Verlichting bij deuropening uitschakelen)

Verlichting inschakelen*

Fig. 80

Fig. 81

Verlichting uitschakelen*

Fig. 82

* afhankelijk van model en uitvoering 23

Pagina 24

Bediening

Fig. 83

Verlichting bij deuropening uitschakelen

Fig. 84

Fig. 85

Verlichting bij deuropening inschakelen

Fig. 86

Fig. 87

7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu

Met deze functie kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een viercijferige pincode.

Toepassing:

- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.

- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurinstelling vermijden.

Aanwijzing

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren

Fig. 88

Fig. 89

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.

Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen

(zie 7.2.7 Toegangscodes)

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren

Fig. 90

Fig. 91

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.

Beveiligd instellingenmenu openen

Bij een actieve toegangsbeveiliging van het menu Instellingen is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.

24 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 25

Bediening

Fig. 92

7.2.7 Toegangscodes

Er zijn toegangscodes voor sommige functies. U kunt de volgende functies alleen gebruiken nadat u de bijbehorende toegangscode hebt ingevoerd:

- Menu instellingen

Toegangscode van het instellingenmenu

U kunt deze functie gebruiken om de toegangscode voor het instellingenmenu te wijzigen of te resetten.

De toegangscode voor het instellingenmenu wijzigen

U kunt de toegangscode in drie stappen wijzigen:

- Voer de oude toegangscode in. - Voer de nieuwe toegangscode in. - Bevestig de nieuwe toegangscode.

Aanwijzing

In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde toegangscode 1 1 1 1 in de nieuwe toegangscode 2 3 4 5.

Fig. 93

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu moet actief zijn. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 94

Fig. 95

Fig. 96

▷ De nieuwe toegangscode is bevestigd.

▷ De toegangscode voor het instellingenmenu is gewijzigd.

* afhankelijk van model en uitvoering 25

Pagina 26

Bediening

De toegangscode voor het instellingenmenu resetten

Als u de toegangscode voor het instellingenmenu niet meer weet, kunt u deze resetten.

▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De fabriekscode is: 1 1 1 1

7.2.8 Herinnering onderhoudsinterval

Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.

De volgende waarden kunnen worden ingesteld:

Herinnering onderhoudsinterval instellen

De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.

Fig. 97

Fig. 98

▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.

▷ De resterende tijd wordt weergegeven.

7.2.9 Taal

Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.

Taal instellen

Fig. 99

Fig. 100

7.2.10 Datum en tijd

Met deze instelling kan de datum en tijd worden ingesteld.

Datum en tijd instellen

Fig. 101

Fig. 102

Fig. 103

26 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 27

Bediening

Fig. 104

7.2.11 Temperatuureenheid

Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.

Temperatuureenheid instellen

Fig. 105

Fig. 107 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.

▷ Temperatuureenheid is ingesteld.

7.2.12 Display-helderheid

Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.

U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)

Helderheid instellen

Fig. 108

Fig. 109 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.

▷ Helderheid is ingesteld.

7.2.13 Alarmtoon

Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.

Alarmtoon activeren

Fig. 110

Fig. 111

Alarmtoon deactiveren

Fig. 112

Fig. 113

7.2.14 Toetstoon

Met deze functie kunnen alle toetstonen, bevestigingstonen en de opstarttoon in- en uitgeschakeld worden.

Toetstoon activeren

Fig. 114

* afhankelijk van model en uitvoering 27

Pagina 28

Bediening

► ▷Fig. 115
Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. De toetstoon is geactiveerd.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Toetstoon deactiverenFig. 119
► Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard. (zie Fig. 119) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 116Fig. 120
Aanwijzing
► ▷Fig. 117
Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Toetstoon is gedeactiveerd.
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
► De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

7.2.15 WLAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Fig. 118

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 118 (1) is geplaatst.

Fig. 121

Fig. 122

Fig. 123

▷ Verbinding wordt gemaakt: WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 124

28 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 29

Bediening

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 125

Fig. 126

Verbinding resetten

Fig. 127

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 128

Fig. 129

▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.

7.2.16 LAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Fig. 130

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 130 (1) is geplaatst. ❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Fig. 131

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 132

* afhankelijk van model en uitvoering 29

Pagina 30

Bediening

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 133

▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 134

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 135

7.2.17 Apparaatinformatie

Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.4 Klantenservice)

Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display)

Apparaatinformatie weergeven

Fig. 136

Fig. 137

7.2.18 Bedrijfsuren

Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.

Bedrijfsuren weergeven

Fig. 138

Fig. 139 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.

7.2.19 Software

Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.

Softwareversie weergeven

Fig. 140

Fig. 141

7.2.20 Ontdooien

Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.

Toepassing:

- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart.

30 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 31

Bediening

Automatisch ontdooien handmatig starten
Fig. 142
Fig. 143
► Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf.
WeergaveBeschrijving
Def 2Symbool „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer.
Def 3Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800:Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800:Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer.
Def 4Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800:Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800:Aanwijzing „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Aanwijzing
Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.2 Apparaat ontdooien)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Handmatig gestarte ontdooiing annuleren

Fig. 144

Fig. 145

▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.

Ontdooi-info

Met deze instelling wordt de weergave tijdens een automatische ontdooiproces aangepast.

WeergaveBeschrijving
Def 1Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Weergave van de aanwijzing „automatische ontdooiproces” in de statusweergave

Hier ziet u de op uw apparaat geïnstalleerde softwareversie PW SW: (zie 7.2.19 Software )

Fig. 146

Fig. 147

7.2.21 Downloaden van gegevens (gegevens‐

back-up)

Met deze functie kunt u een gegevensback-up van uw apparaat naar een USB-stick. Het apparaat registreert automatisch het hele temperatuurproces van verschillende sensoren, evenals alarm- en onderhoudsmeldingen. De regi‐

* afhankelijk van model en uitvoering 31

Pagina 32

Bediening

stratie begint automatisch nadat het apparaat is ingeschakeld. Het apparaat registreert elke minuut gegevens van de afgelopen 5 jaar.Instelbereik P-sensor (productsensor): +/- 9,9 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin
Sensor kalibreren
Wanneer u de gegevensback-up inschakelt, kunt u kiezen welke gegevens u wilt opslaan op een USB-stick: - Temperatuurverloopbestand (Temperature_Log_000) - Gebeurtenissenlogboek (Event_Log_000) - Service-informatie (Service_Info) - Alles
De gegevensback-up bestrijkt de gehele registratieduur. De opgeslagen tekstbestanden zijn niet gecodeerd en de bestandsextensie „.log“.
Fig. 150
Fig. 151
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ C-sensor is gekalibreerd.
Fig. 152
► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ P-sensor is gekalibreerd.
▷ Sensorkalibratie is afgesloten.
Meer informatie over de opge‐ (zie 10.3 Gegevensregi-slagen tekstbestanden: stratie)
Gegevensback-up op USB-stick activeren
Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan: ❑USB-stick is FAT32 geformatteerd.
❑USB-stick is aangesloten. Het apparaat herkent de USBharde schijf niet.
Fig. 148
Aanwijzing
Verwijder de USB-stick niet tijdens de gegevensback-up.
Aanwijzing
De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

7.2.23 Temperatuuralarm

Fig. 149

▷ Gegevensback-up op USB-stick succesvol: U kunt meer gegevens selecteren en op een USB-stick opslaan.

7.2.22 Sensorkalibratie

U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.

Instelbereik C-sensor (controlesensor): +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.

Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.

VoorbeeldIn te stellen verschilwaarde
Actuele binnentemperatuur5 °C
Onderste temperatuurgrens2 °C-3 °C
Bovenste temperatuurgrens8 °C+3 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

32 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 33

U kunt de volgende waarden instellen:

Temperatuuralarm instellen

Fig. 153

Fig. 154

Fig. 155

Fig. 156 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.

▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.

Bediening

Fig. 157 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.

▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.

Fig. 158

Fig. 159

Ingestelde waarden temperatuuralarm weergeven

Fig. 160

Fig. 161

Fig. 162

Fig. 163

▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm worden weergegeven.

* afhankelijk van model en uitvoering 33

Pagina 34

Bediening

7.2.24 Deuralarm

Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.

U kunt de volgende waarden instellen:

Deuralarm instellen

Fig. 164

Fig. 166 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.

▷ Deuralarm is ingesteld.

Deuralarm deactiveren

Fig. 167

Fig. 168

7.2.25 Lichtalarm

*

Met deze instelling kunnen de visuele alarmmeldingen op het display extra worden geaccentueerd door knipperende apparaatverlichting.

Lichtalarm activeren

Fig. 169

Fig. 170

Fig. 171

Fig. 172

Lichtalarm deactiveren

Fig. 173

Fig. 174

Fig. 175

Fig. 176

34 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 35

7.2.26 Alarmsimulatie

Met deze functie kunt u een temperatuuralarm in het apparaat simuleren om bijv. het juiste activeren van een veiligheidsinrichting te controleren. De veiligheidsinrichting moet op de potentiaalvrije alarmuitgang worden aangesloten. (zie 8.4 Interfaces)

Alarmsimulatie starten

Fig. 177

Fig. 178

Fig. 179

Fig. 180

▷ Simulatie is uitgevoerd.

▷ Aangesloten veiligheidssystemen zouden geactiveerd zijn.

7.2.27 Alarmlogboek

Deze instelling maakt het mogelijk de laatste 10 op het apparaat opgetreden alarmen op te vragen en te wissen.

Het volgende wordt weergegeven:

- Datum en tijd - Actieve alarmen (rood).

- Alarmen uit het verleden die nog niet zijn opgevraagd worden als niet bevestigd (rood) weergegeven.

Bediening

Deze worden bevestigd door vegen naar de volgende fout.

- Aannamen die opgevraagd werden worden als bevestigd weergegeven.

- Wissen van alle alarmen (ook actieve en niet bevestigdealarmen).

Alarmlogboek weergeven en een enkel alarm wissen

Fig. 181

-of-

Fig. 182

Alarmlogboek weergeven en alle alarmen wissen

Fig. 183

-of-

* afhankelijk van model en uitvoering 35

Pagina 36

Bediening

Fig. 184

7.2.28 Alarm doorsturen

Met deze functie kunt u instellen of een of meerdere alarmen moeten worden doorgestuurd naar een externe alarmontvanger. Hierbij moet de alarmontvanger worden aangesloten op een potentiaalvrije alarmuitgang van het apparaat. (zie 8.4 Interfaces)

U kunt de volgende instellingen kiezen:

Temperatuuralarm afhankelijk van de ingestelde tijd (zie 7.2.23 Temperatuuralarm ) (Als u de vertragingstijd van het alarm op „0” instelt, is er ook bij het alarmrelais geen alarmherhaling.)

Deuralarm na 1 of 4 minuten* (zie 7.2.24 Deuralarm )

Alarm doorsturen activeren

Fig. 185

Fig. 186

7.2.29 Demomodus

De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.

Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.

Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.30 Resetten naar fabrieksinstellingen )

Demomodus activeren

Fig. 187

Fig. 188

36 * afhankelijk van model en uitvoering

← pagina's 2–17verder op pagina 37 →Inhoud