Liebherr SRFvh 5511, tekst van de handleiding
Pagina's 18–36 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–17verder op pagina 37 →
Pagina 18
Werking van het Touch & Swipe-display
- Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
3.15 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten
WAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer!
Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat.
- Controleer apparaat en netsnoer na het transport op beschadiging.
- Neem het apparaat in geen geval in gebruik, als het apparaat of netsnoer beschadigd zijn.
- Neem contact op met de klantenservice.
U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding.
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Apparaat en voedingskabel zijn onbeschadigd.
- Apparaat is volgens de voorschriften opgesteld. (zie 3.10 Apparaat opstellen)
- Vereisten aan de elektrische aansluiting zijn aangehouden.
- Maten voor de voorschriftmatige aansluiting zijn bekend en aangehouden.
- Netspanning en spanningsfrequentie komen overeen met de gegevens op het typeplaatje.
- Contactdoos is overeenkomstig de voorschriften geaard en elektrisch gezekerd.
- Uitschakelstroom van de zekering ligt tussen 10 A en 16 A.
- Contactdoos is eenvoudig toegankelijk en bevindt zich niet achter het apparaat.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik! Beschadiging van de elektrische componenten van het apparaat.
- Gebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.
Beschadigingen van het apparaat.
- Geen verlengkabel gebruiken.
- Geen verdeeldozen gebruiken.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat.
- Sluit het apparaat niet aan op stand-alone-omvormers zoals zonne-energiesystemen en benzinegenerators.
- Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos.
▷ Standby-symbool verschijnt op het display.
▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt.
▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing.
4 Werking van het Touch & Swipedisplay
U bedient uw apparaat met het Touch & Swipe-display. Met het Touch & Swipe-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken of te vegen. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
4.1 Navigatie en verklaring van symbolen
In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven.
| Symbool | Beschrijving |
|---|---|
| Display kort aanraken: Functie activeren/deactiveren. Keuze bevestigen. Submenu openen. | |
| Display een bepaalde tijd (bijv. 3 seconden) aanraken: Functie of waarde activeren/deacti-veren. | |
| Naar rechts of links vegen: In het menu navigeren. | |
| Terugsymbool kort aanraken: Eén menuniveau terugspringen. | |
| Terugsymbool 3 seconden aanraken: Terugspringen naar de statusweergave. | |
| Terugsymbool linksboven kort | |
| aanraken: Eén menuniveau terugspringen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
18 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 19
In gebruik nemen
| Symbool | Beschrijving |
|---|---|
| Pijl met klok: Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |
| Pijl met tijdweergave: Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt. | |
| Symbool "Instellingenmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen. Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen) | |
| Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Geavanceerd menu openen) | |
| Geen actie gedurende 10 seconden | Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave. |
| Deur openen en sluiten. | Als u de deur opent en direct weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met Engelse begrippen weergegeven.
4.2 Menu's
De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld:
| Menu | Beschrijving |
|---|---|
| Hoofdmenu | Wanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu. Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu. |
| Instellingenmenu | Het instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. |
| Uitgebreid menu | Het uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
4.2.1 Instellingenmenu openen
Fig. 58 Voorbeeld
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Instellingenmenu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.2.2 Geavanceerd menu openen
Fig. 59 Toegang met cijfercode 151
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Geavanceerd menu is geopend.
- Indien vereist: Naar de gewenste functie navigeren.
4.3 Slaapstand
Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.
4.3.1 Slaapstand beëindigen
- Display kort met de vinger aanraken. ▷ Slaapstand is beëindigd.
5 In gebruik nemen
5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: - Apparaat is opgesteld en aangesloten.
- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.
Fig. 60 Voorbeeld
* afhankelijk van model en uitvoering 19
Pagina 20
Opslag
- Standby-symbool knippert. Wachten totdat het startproces beëindigd is.
▷ Display geeft het Standby-symbool weer.
Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal en de datum/tijd ingesteld worden.
Fig. 61
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Taal is ingesteld.
Fig. 62
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Datum is ingesteld.
Fig. 64 Statusindicatie ▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.
Aanwijzing
Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.
- Als de ingestelde temperatuur is bereikt, moet een sensorkalibratie (zie 7.2.22 Sensorkalibratie ) worden uitgevoerd.
6 Opslag
6.1 Instructies voor opslag
1
Fig. 66
1
Fig. 65 Voorbeeld
Bij het bewaren in acht nemen:
❑Als draagplateaus Fig. 65 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.
❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).
❑Ventilatiesleuf Fig. 66 (2) van de ventilator in de binnenruimte vrijhouden.
❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken. ❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.
❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.
❑Gekoelde goederen mogen de stapelmarkering niet over‐
schrijden.
Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en een gelijkmatige temperatuurverdeling in de binnenruimte.
7 Bediening
Fig. 63
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Tijd is ingesteld.
7.1 Bedienings- en weergave-elementen
Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen.
De bediening gebeurt direct op het Touch & Swipe-display for vegen en aantikken.
20 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 21
Bediening
| Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd. | ||
| Symbool | Apparaattoestand | |
| Vol datageheugen (geel) Het datageheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden nu overschreven. | ||
| Vol alarmgeheugen (geel) Het alarmgeheugen is vol. Verwijder individuele alarmen of het hele geheugen. | ||
| Foutsymbool (rood) Het apparaat bevindt zich in de foutstatus. | ||
| Achtergrond (blauw) | ||
| Fig. 67 Touch & Swipe-display (1) Statusindicatie | Actieve instelling of actieve functie | |
| 7.1.1 Statusindicatie | Balk (oplopend) 3 seconden ingedrukt houden om de instelling te activeren. | |
| Fig. 68 Statusindicatie | Symbolen van de statusindicatie | Balk (dalend) 3 seconden lang indrukken om de instelling te deactiveren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
- (1) Werkelijke temperatuur (3) Status Ontdooiproces De extra symbolen aan de onderste rand van de statusin‐
- (2) Alarmstatus (4) Status Deuropening dicatie maken een snelle toegang tot alarminformatie en De statusindicatie is de uitgangsindicatie. details over de apparaattoestand mogelijk. Deze toont in het midden de temperatuur en in het onderste deel drie symbolen. De statusindicatie kan verder verschillende weergavesymbolen weergeven.
Vanuit de statusindicatie gebeurt de navigatie naar de functies en instellingen.
7.1.2 Weergavesymbolen
De weergavesymbolen geven informatie over de actuele toestand van het apparaat.
| Symbool | Apparaattoestand |
|---|---|
| Alarmsymbool (grijs) Alarmarchief is leeg. Alarmarchief opent door kort tikken. | |
| Alarmsymbool (wit) Er bevinden zich bevestigde alarmen in het alarmarchief. Alarmarchief opent door kort tikken. | |
| Alarmsymbool (rood) Er bevinden zich nog niet bevestigde alarmen in het alarmarchief. Alarmarchief opent door kort tikken. | |
| Alarmsymbool (rood, knippert) Er bevindt zich een actief alarm in het archief. Alarmarchief opent door kort tikken. | |
| Ontdooisymbool (grijs) Geen ontdooiprocedure actief. | |
| Ontdooisymbool (wit, knippert) Ontdooiproces is actief. Kort aanraken opent de apparaatfunctie Ontdooiing. (zie 7.2.20 Ontdooien ) | |
| Ontdooisymbool (wit) Automatisch ontdooiproces is actief. Functie kan niet worden geannuleerd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
| Symbool | Apparaattoestand |
|---|---|
| Stand-bysymbool Apparaat is uitgeschakeld. | |
| Stand-bysymbool (knippert) Apparaat beweegt omhoog. | |
| Temperatuur (knippert) Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur. | |
| D op het display Apparaat staat in demomodus. | |
| Onderhoudsindicator (geel) Het ingestelde tijdsinterval is verstreken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
* afhankelijk van model en uitvoering 21
Pagina 22
Bediening
| Fig. 70 ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. | ||
| Symbool | Apparaattoestand | |
| Deursymbool (grijs) De deur is gesloten. | ||
| Deursymbool (wit) De deur is geopend. | ||
| Aanwijzing Demomodus voor afloop van de countdown deactiveren. | ||
| Deursymbool (rood, knippert) De deur is sinds langere tijd geopend, de bijbehorende waarschuwing werd bevestigd. Het symbool knippert tot de deur wordt gesloten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Extra symbolen van de statusindicatie Fig. 71 Statusindicatie ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.
Apparaat uitschakelen
7.1.3 Akoestische signalen
In de volgende gevallen klinkt een signaal:
- Als een functie of waarde wordt bevestigd.
- Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.
- Zodra een fout optreedt.
- Bij een alarmmelding.
De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.
Fig. 72
7.2 Apparaatfuncties
7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat
De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.
Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)
7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen
Met deze functie kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.
Apparaat inschakelen
Zonder geactiveerde demomodus:
Fig. 73
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display toont stand-bysymbool.
▷ Display schakelt na ongeveer 10 minuten uit.
7.2.3 Temperatuur
De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren: - hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het koelgoed
Aanwijzing
In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de weergegeven temperatuur afwijken.
Met de correcte temperatuur blijft het koelgoed langer houdbaar. Overbodig wegwerpen kan zo worden vermeden.
Temperatuur instellen
De volgende stappen beschrijven hoe u de temperatuur van bijv. 12,1 °C tot 15,5 °C verhoogt.
Fig. 69
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Met geactiveerde demomodus:
Fig. 74
22 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 23
Fig. 75
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuur is ingesteld.
7.2.4 Temperatuurregistratie
Het apparaat geeft met deze functie de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.
Aanwijzing
Onafhankelijk van deze functie worden ook de volledige temperatuurgeschiedenis en de alarm- en servicemeldingen geregistreerd. Deze gegevens kunnen worden geëxporteerd en op een USB-opslagmedium worden opgeslagen. (zie 7.2.21 Downloaden van gegevens (gegevensback-up) )
Als er een extra productsensor op het apparaat aanwezig is, is het mogelijk deze te selecteren voor de weergave van de minimum- en maximumtemperatuur. (zie 7.2.22 Sensorkalibratie )
Aanwijzing
De temperatuurregistratie moet bij de inbedrijfstelling van het apparaat na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmaal gereset worden. (zie Temperatuurregistratie resetten) Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.
Temperatuurregistratie tonen
De temperatuurregistratie toont de duur van de meting en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.
Fig. 76
Fig. 77 ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.
Bediening
Temperatuurregistratie resetten
De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.
Fig. 78
Fig. 79
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Temperatuurregistratie is gereset.
7.2.5 Verlichting
Het apparaat is van een binnenverlichting voorzien.
U kunt de binnenverlichting continu inschakelen. (zie Verlichting inschakelen*) *
Als u de deur van het apparaat opent, schakelt u de interne verlichting in.
U kunt deze functie ook deactiveren. (zie Verlichting bij deuropening uitschakelen)
Verlichting inschakelen*
Fig. 80
Fig. 81
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting is ingeschakeld.
Verlichting uitschakelen*
Fig. 82
* afhankelijk van model en uitvoering 23
Pagina 24
Bediening
Fig. 83
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting is uitgeschakeld.
Verlichting bij deuropening uitschakelen
Fig. 84
Fig. 85
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting bij deuropening is uitgeschakeld.
Verlichting bij deuropening inschakelen
Fig. 86
Fig. 87
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verlichting bij deuropening is ingeschakeld.
7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu
Met deze functie kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een viercijferige pincode.
Toepassing:
- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.
- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurinstelling vermijden.
Aanwijzing
- In de onderstaande voorbeelden wordt af fabriek de ingestelde PIN-code: 1 1 1 1 gebruikt.
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren
Fig. 88
Fig. 89
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.
Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen
(zie 7.2.7 Toegangscodes)
Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren
Fig. 90
Fig. 91
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.
Beveiligd instellingenmenu openen
Bij een actieve toegangsbeveiliging van het menu Instellingen is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.
- Naar links of rechts vegen tot de benodigde functie wordt weergegeven.
24 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 25
Bediening
Fig. 92
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Pincode correct: Het instellingenmenu verschijnt.
7.2.7 Toegangscodes
Er zijn toegangscodes voor sommige functies. U kunt de volgende functies alleen gebruiken nadat u de bijbehorende toegangscode hebt ingevoerd:
- Menu instellingen
Toegangscode van het instellingenmenu
U kunt deze functie gebruiken om de toegangscode voor het instellingenmenu te wijzigen of te resetten.
De toegangscode voor het instellingenmenu wijzigen
U kunt de toegangscode in drie stappen wijzigen:
- Voer de oude toegangscode in. - Voer de nieuwe toegangscode in. - Bevestig de nieuwe toegangscode.
Aanwijzing
In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde toegangscode 1 1 1 1 in de nieuwe toegangscode 2 3 4 5.
Fig. 93
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu moet actief zijn. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- Naar links of rechts vegen tot de benodigde functie wordt weergegeven.
Fig. 94
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De oude toegangscode is succesvol ingevoerd.
Fig. 95
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De nieuwe toegangscode is succesvol ingevoerd.
Fig. 96
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De nieuwe toegangscode is bevestigd.
▷ De toegangscode voor het instellingenmenu is gewijzigd.
* afhankelijk van model en uitvoering 25
Pagina 26
Bediening
De toegangscode voor het instellingenmenu resetten
Als u de toegangscode voor het instellingenmenu niet meer weet, kunt u deze resetten.
- Apparaat op fabrieksinstellingen (zie 7.2.30 Resetten naar fabrieksinstellingen ) resetten.
▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.
▷ De fabriekscode is: 1 1 1 1
7.2.8 Herinnering onderhoudsinterval
Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.
De volgende waarden kunnen worden ingesteld:
- 7 dagen
- 14 dagen
- 30 dagen
- 60 dagen
- 90 dagen
- 180 dagen
- 360 dagen
- 720 dagen
- 1080 dagen
- Uit
Herinnering onderhoudsinterval instellen
De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.
Fig. 97
Fig. 98
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.
▷ De resterende tijd wordt weergegeven.
7.2.9 Taal
Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.
Taal instellen
Fig. 99
Fig. 100
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De geselecteerde taal is ingesteld.
7.2.10 Datum en tijd
Met deze instelling kan de datum en tijd worden ingesteld.
Datum en tijd instellen
Fig. 101
Fig. 102
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 103
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Datum ingesteld.
26 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 27
Bediening
Fig. 104
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Tijd ingesteld.
7.2.11 Temperatuureenheid
Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.
Temperatuureenheid instellen
Fig. 105
Fig. 107 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Temperatuureenheid is ingesteld.
7.2.12 Display-helderheid
Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.
U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)
Helderheid instellen
Fig. 108
Fig. 109 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Helderheid is ingesteld.
7.2.13 Alarmtoon
Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.
Alarmtoon activeren
Fig. 110
Fig. 111
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De alarmtoon is geactiveerd.
Alarmtoon deactiveren
Fig. 112
Fig. 113
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ De alarmtoon is gedeactiveerd.
7.2.14 Toetstoon
Met deze functie kunnen alle toetstonen, bevestigingstonen en de opstarttoon in- en uitgeschakeld worden.
Toetstoon activeren
Fig. 114
* afhankelijk van model en uitvoering 27
Pagina 28
Bediening
| ► ▷ | Fig. 115 Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. De toetstoon is geactiveerd. | Verbinding maken De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat. |
| Toetstoon deactiveren | Fig. 119 ► Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard. (zie Fig. 119) . Op het koel- of vriesapparaat: | |
| Fig. 116 | Fig. 120 | |
| Aanwijzing | ||
| ► ▷ | Fig. 117 Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. Toetstoon is gedeactiveerd. | De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu ) ► De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
7.2.15 WLAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Fig. 118
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 118 (1) is geplaatst.
Fig. 121
Fig. 122
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
- Inrichtprocedure op uw internetcompatibele eindapparaat voortzetten: Liebherr SmartMonitoring Dashboard
Fig. 123
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 124
28 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 29
Bediening
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
Fig. 125
Fig. 126
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
Verbinding resetten
Fig. 127
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
Fig. 128
Fig. 129
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.
7.2.16 LAN-verbinding
Aanwijzing
Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.
Aanwijzing
Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.
Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.
Fig. 130
Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
❑SmartModule Fig. 130 (1) is geplaatst. ❑Een netwerkkabel is aangesloten. ❑Netwerk is met internet verbonden.
Verbinding maken
De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.
Fig. 131
- Open het Liebherr SmartMonitoring Dashboard. (zie Fig. 131) .
Op het koel- of vriesapparaat:
Fig. 132
* afhankelijk van model en uitvoering 29
Pagina 30
Bediening
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
Fig. 133
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.
- Instructies van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard opvolgen.
▷ Verbinding is gemaakt.
Verbinding verbreken
Fig. 134
Aanwijzing
De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.6 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )
- De gekozen pincode invoeren. Het instellingenmenu verschijnt.
Fig. 135
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Verbinding is verbroken.
7.2.17 Apparaatinformatie
Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.4 Klantenservice)
Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display)
Apparaatinformatie weergeven
Fig. 136
Fig. 137
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft apparaatinformatie weer.
7.2.18 Bedrijfsuren
Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.
Bedrijfsuren weergeven
Fig. 138
Fig. 139 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.
7.2.19 Software
Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.
Softwareversie weergeven
Fig. 140
Fig. 141
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Display geeft softwareversie weer.
7.2.20 Ontdooien
Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.
Toepassing:
- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart.
30 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 31
Bediening
| Automatisch ontdooien handmatig starten Fig. 142 Fig. 143 ► Voer stappen volgens de afbeelding uit. ▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf. | |||
| Weergave | Beschrijving | ||
| Def 2 | Symbool „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer. | ||
| Def 3 | Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800: | Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. | |
| Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800: | Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer. | ||
| Def 4 | Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800: | Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. | |
| Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800: | Aanwijzing „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. | ||
| Aanwijzing Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.2 Apparaat ontdooien) | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
Handmatig gestarte ontdooiing annuleren
Fig. 144
Fig. 145
- Voer stappen volgens de afbeelding uit.
▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.
Ontdooi-info
Met deze instelling wordt de weergave tijdens een automatische ontdooiproces aangepast.
| Weergave | Beschrijving |
| Def 1 | Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
Weergave van de aanwijzing „automatische ontdooiproces” in de statusweergave
Hier ziet u de op uw apparaat geïnstalleerde softwareversie PW SW: (zie 7.2.19 Software )
Fig. 146
Fig. 147
- Voer stappen volgens de afbeelding uit. ▷ De gewenste weergavevariant is geselecteerd.
7.2.21 Downloaden van gegevens (gegevens‐
back-up)
Met deze functie kunt u een gegevensback-up van uw apparaat naar een USB-stick. Het apparaat registreert automatisch het hele temperatuurproces van verschillende sensoren, evenals alarm- en onderhoudsmeldingen. De regi‐
* afhankelijk van model en uitvoering 31
Pagina 32
Bediening
| stratie begint automatisch nadat het apparaat is ingeschakeld. Het apparaat registreert elke minuut gegevens van de afgelopen 5 jaar. | Instelbereik P-sensor (productsensor): +/- 9,9 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin Sensor kalibreren |
| Wanneer u de gegevensback-up inschakelt, kunt u kiezen welke gegevens u wilt opslaan op een USB-stick: - Temperatuurverloopbestand (Temperature_Log_000) - Gebeurtenissenlogboek (Event_Log_000) - Service-informatie (Service_Info) - Alles De gegevensback-up bestrijkt de gehele registratieduur. De opgeslagen tekstbestanden zijn niet gecodeerd en de bestandsextensie „.log“. | Fig. 150 Fig. 151 ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ C-sensor is gekalibreerd. Fig. 152 ► Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ P-sensor is gekalibreerd. ▷ Sensorkalibratie is afgesloten. |
| Meer informatie over de opge‐ (zie 10.3 Gegevensregi-slagen tekstbestanden: stratie) | |
| Gegevensback-up op USB-stick activeren Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan: ❑USB-stick is FAT32 geformatteerd. ❑USB-stick is aangesloten. Het apparaat herkent de USBharde schijf niet. Fig. 148 | |
| Aanwijzing Verwijder de USB-stick niet tijdens de gegevensback-up. | |
| Aanwijzing De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
7.2.23 Temperatuuralarm
Fig. 149
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Gegevensback-up op USB-stick succesvol: U kunt meer gegevens selecteren en op een USB-stick opslaan.
7.2.22 Sensorkalibratie
U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.
Instelbereik C-sensor (controlesensor): +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.
Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.
| Voorbeeld | In te stellen verschilwaarde | |
|---|---|---|
| Actuele binnentemperatuur | 5 °C | |
| Onderste temperatuurgrens | 2 °C | -3 °C |
| Bovenste temperatuurgrens | 8 °C | +3 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
32 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 33
U kunt de volgende waarden instellen:
- Verschilwaarde voor de onderste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C
- Verschilwaarde voor de bovenste temperatuurgrens in stappen van 0,1 °C
- Vertragingstijd van het alarm van 0 tot 60 minuten (instelling „0” betekent geen vertraging van het temperatuuralarm).
- Herhalingsfrequentie van het alarm van 0 tot 30 minuten (instelling „0” betekent geen alarmherhaling na het bevestigen van het alarm).
Temperatuuralarm instellen
Fig. 153
Fig. 154
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 155
Fig. 156 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.
Bediening
Fig. 157 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.
Fig. 158
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmvertragingstijd is ingesteld.
Fig. 159
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alarmherhalingsinterval is ingesteld. ▷ Temperatuuralarm is ingesteld.
Ingestelde waarden temperatuuralarm weergeven
Fig. 160
Fig. 161
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 162
Fig. 163
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Ingestelde waarden temperatuuralarm worden weergegeven.
* afhankelijk van model en uitvoering 33
Pagina 34
Bediening
7.2.24 Deuralarm
Met deze functie activeert of deactiveert u het deuralarm. Het deuralarm klinkt als de deur te lang geopend is. Het deuralarm is bij levering geactiveerd. U kunt instellen hoe lang de deur mag zijn geopend, tot het deuralarm klinkt.
U kunt de volgende waarden instellen:
- 15 seconden
- 30 seconden
- 60 seconden
- 90 seconden
- 120 seconden
- 150 seconden
- 180 seconden
- Uit
Deuralarm instellen
Fig. 164
Fig. 166 Voorbeeldweergave: Deuralarm van 30 seconden in 60 seconden veranderen.
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Deuralarm is ingesteld.
Deuralarm deactiveren
Fig. 167
Fig. 168
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Deuralarm is gedeactiveerd.
7.2.25 Lichtalarm
*
Met deze instelling kunnen de visuele alarmmeldingen op het display extra worden geaccentueerd door knipperende apparaatverlichting.
Lichtalarm activeren
Fig. 169
Fig. 170
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 171
Fig. 172
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het lichtalarm is geactiveerd.
Lichtalarm deactiveren
Fig. 173
Fig. 174
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 175
Fig. 176
34 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 35
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het lichtalarm is gedeactiveerd.
7.2.26 Alarmsimulatie
Met deze functie kunt u een temperatuuralarm in het apparaat simuleren om bijv. het juiste activeren van een veiligheidsinrichting te controleren. De veiligheidsinrichting moet op de potentiaalvrije alarmuitgang worden aangesloten. (zie 8.4 Interfaces)
Alarmsimulatie starten
Fig. 177
Fig. 178
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
Fig. 179
Fig. 180
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
▷ Simulatie is uitgevoerd.
▷ Aangesloten veiligheidssystemen zouden geactiveerd zijn.
7.2.27 Alarmlogboek
Deze instelling maakt het mogelijk de laatste 10 op het apparaat opgetreden alarmen op te vragen en te wissen.
Het volgende wordt weergegeven:
- Datum en tijd - Actieve alarmen (rood).
- Alarmen uit het verleden die nog niet zijn opgevraagd worden als niet bevestigd (rood) weergegeven.
Bediening
Deze worden bevestigd door vegen naar de volgende fout.
- Aannamen die opgevraagd werden worden als bevestigd weergegeven.
- Wissen van alle alarmen (ook actieve en niet bevestigdealarmen).
Alarmlogboek weergeven en een enkel alarm wissen
Fig. 181
-of-
- Via het indicatiesymbool aan de onderste rand van het statusdisplay.
Fig. 182
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Een alarm werd opgevraagd en gewist.
Alarmlogboek weergeven en alle alarmen wissen
Fig. 183
-of-
- Via het indicatiesymbool aan de onderste rand van het statusdisplay.
* afhankelijk van model en uitvoering 35
Pagina 36
Bediening
Fig. 184
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Alle alarmen werden opgevraagd en gewist.
7.2.28 Alarm doorsturen
Met deze functie kunt u instellen of een of meerdere alarmen moeten worden doorgestuurd naar een externe alarmontvanger. Hierbij moet de alarmontvanger worden aangesloten op een potentiaalvrije alarmuitgang van het apparaat. (zie 8.4 Interfaces)
U kunt de volgende instellingen kiezen:
- Alarmtype:
- Deuralarm
- Temperatuuralarm
- Deuralarm en temperatuuralarm • lles
- Bevestigen:
- Ja: Het alarm wordt op het apparaat en bij de extern gekoppelde ontvanger bevestigd.
- Nee: Het alarm wordt op het apparaat bevestigd, en blijft op de ontvanger actief, tot de fout is verholpen.
- Verversen (alleen zichtbaar, als u bij het bevestigen „Ja” kiest):
- Ja: alarm wordt herhaald.
Temperatuuralarm afhankelijk van de ingestelde tijd (zie 7.2.23 Temperatuuralarm ) (Als u de vertragingstijd van het alarm op „0” instelt, is er ook bij het alarmrelais geen alarmherhaling.)
Deuralarm na 1 of 4 minuten* (zie 7.2.24 Deuralarm )
- Nee: Alarm constant bevestigd.
Alarm doorsturen activeren
Fig. 185
Fig. 186
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren. ▷ Het doorsturen van het alarm is ingesteld.
7.2.29 Demomodus
De demomodus is een speciale functie voor dealers die apparaatfuncties willen demonstreren. Als u de demomodus activeert, zijn alle koudetechnische functies gedeactiveerd.
Als u uw apparaat inschakelt en in de statusweergave een "D" verschijnt, is de demomodus al geactiveerd.
Als u de demomodus activeert en vervolgens weer deactiveert, wordt het apparaat teruggezet naar de fabrieksinstellingen. (zie 7.2.30 Resetten naar fabrieksinstellingen )
Demomodus activeren
Fig. 187
Fig. 188
- Stappen volgens de afbeelding uitvoeren.
36 * afhankelijk van model en uitvoering