Neff B1881N3, tekst van de handleiding
Pagina's 32–58 van 148 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 59 →
Pagina's 1–31: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 32
Inhoudsopgave
| Pagina | |
| Waar u op moet letten | |
| ❑ Aanwijzingen voor de afvoer ❑ Vóór het aansluiten van het | 33 |
| nieuwe apparaat | 33 |
| ❑ Veiligheidsvoorschriften | 34 |
| Dit is uw nieuwe fornuis | |
| ❑ Beschrijving van het apparaat | 35 |
| ❑ Toebehoren | 36 |
| ❑ Inschuifhoogten | 36 |
| Vóór het eerste gebruik | |
| ❑ Instellen van de tijd van de dag | 37 |
| ❑ Reiniging vóór gebruik | 37 |
| ❑ Eerste keer verhitten | 37 |
| ❑ Toebehoren bewaren | 37 |
| Elektronische klok | |
| ❑ Kookwekker | 38 |
| ❑ Automatische tijdschakeling | 39+40 |
| ❑ Speciale functies | 41 |
| ❑ Aanwijzingen | 41 |
| ❑ Toebehoren - radioantenne | 41 |
| Bakken en braden | |
| ❑ Ovenfuncties | 42+43 |
| ❑ Oven in- en uitschakelen | 44+45 |
| ❑ Veiligheidsvoorzieningen | 45 |
| ❑ Bakken | 46 |
| ❑ Braden | 47 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
| Pagina | |
| Grillen | 48 |
| Tips en trucs | 49 |
| Ontdooien en gaar maken | 50+51 |
| Gistdeeg-rijsstand | 52 |
| Reinigen en onderhouden | |
| ❑ Belangrijke aanwijzingen | 53 |
| ❑ Email en glas | 53 |
| ❑ Edelstalen voorkant | 53 |
| ❑ Oven | 53 |
| ❑ EasyClean®-reinigingssysteem | 54+55 |
| ❑ Verwijderen en aanbrengen | |
| van de ovendeur | 56 |
| ❑ Telescooprails | 57 |
| ❑ Verwarmingselementen | 57 |
| Storingen en reparaties | 58 |
| Wat doet u, wanneer | |
| er iets niet werkt? | 59+60 |
Pagina 33
Waar u op moet letten
Aanwijzingen voor de afvoer
❑ Oude apparaten zijn geen waardeloos afval. Dankzij een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle materialen worden hergebruikt.
Maak uw oude apparaat onbruikbaar voor u het afvoert.
❑
Uw nieuwe apparaat wordt beschermd door de verpakking wanneer het naar u wordt vervoerd. Alle gebruikte materialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. Lever uw bijdrage door de verpakking milieuvriendelijk af te voeren. Bij uw vakhandel of bij uw gemeente kunt u informatie vragen over de meest geschikte wijze van afvoer.
Vóór het aansluiten van het nieuwe apparaat
❑ Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig voordat u het nieuwe apparaat gebruikt. Ze bevat belangrijke informatie voor uw veiligheid en voor het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
❑ Deze gebruiksaanwijzing geldt voor verschillende uitvoeringen van het apparaat. Het is mogelijk dat er een aantal kenmerken worden beschreven die niet van toepassing zijn op uw apparaat.
❑ Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift zorgvuldig, eventueel voor een volgende bezitter van het apparaat.
❑ Indien het apparaat beschadigd is, mag u het niet in gebruik nemen.
❑ Laat de montage en aansluiting van het apparaat uitsluitend volgens de bijgevoegde voorschriften door een erkende vakman uitvoeren. Wanneer het apparaat verkeerd wordt aangesloten, vervalt in geval van een defect de garantie.
❑
Onze apparaten voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici van de klantenservice die door de fabrikant zijn opgeleid. Wanneer reparaties niet deskundig worden uitgevoerd, kunnen daaruit voor u ernstige gevaren voortkomen.
Pagina 34
Waar u op moet letten
Veiligheidsvoorschriften
| ❑ | Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten. |
| ❑ | Het oppervlak van verwarmings- en kookapparatuur wordt tijdens het gebruik heet. De binnenzijden van de oven en de verwarmingselementen worden zeer heet. Kinderen altijd uit de buurt van de oven houden. |
| ❑ | Blijf in de buurt wanneer u gerechten met vet of olie bereidt. Bij oververhitting kan het vet of de olie gaan branden. |
| ❑ | Reinig de oven regelmatig. |
| Vet- en olieresten kunnen in brand vliegen wanneer de oven wordt ingeschakeld. | |
| ❑ | De aansluitsnoeren van elektrische apparaten mogen de hete kookzones niet aanraken en mogen niet tussen de hete deur van de oven beklemd raken. |
| De isolatie zou dan beschadigd kunnen worden. | |
| ❑ | Bij een defect de zekering van de elektrische installatie uitschakelen. |
| ❑ | Bewaar geen brandbare voorwerpen in de oven. Ze kunnen gaan branden wanneer de oven onbedoeld wordt ingeschakeld. |
| ❑ | Maak de oven niet met een stoom- of hogedrukreiniger schoon. |
| ❑ | Pak de deurgreep voor het openen van de oven altijd in het midden vast. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
| ❑ | Leg bakpapier niet los in de oven wanneer u met hetelucht v werkt (bijv. bij het opwarmen). De heteluchtventilator kan het papier aanzuigen. |
| Hierdoor kunnen de verwarming en de ventilator beschadigd raken. | |
| ❑ | Schuif geen bakblik op de bodem van de oven en leg geen aluminiumfolie op de bodem, anders hoopt de warmte zich op. Bak- en braadtijden zijn dan niet meer juist en het email wordt beschadigd. |
| ❑ | Giet nooit rechtstreeks water in de hete oven. Het email kan dan worden beschadigd. |
| ❑ | Fruitsap dat van het bakblik druipt, laat vlekken achter die niet meer verwijderd kunnen worden. Gebruik voor het bakken de diepere braadslede. |
| ❑ | Ga niet op de open ovendeur zitten of staan. |
| ❑ | De ovendeur moet goed sluiten. De afdichtingen van de deur moeten schoon blijven. |
Pagina 35
Dit is uw nieuwe oven
| Elektronische klok | Controlelampje voor oventemperatuur |
| Functiekeuzeknop met instelling van het temperatuur-voorstel | Snelvoorverwarming voor v hete lucht en n broodbakstand |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
Ovenfuncties Temperatuurkeuzeknop met indicatie van de oventemperatuur
Het bedieningspaneel:
❑ De schakelaars zijn verzinkbaar in het paneel.
❑ Druk op de schakelaar om deze te laten verzinken en weer naar buiten te laten komen. De schakelaar moet daarvoor in de uit-stand staan.
Ovenfuncties:
| v | Hete lucht en ontdooistand | Aanwijzingen: |
|---|---|---|
| e | Boven- en onderwarmte (conventioneel verwarmingssysteem) | ❑ De ovenverlichting wordt bij elke ovenfunctie ingeschakeld. |
| Uitzondering: ovenreiniging. | ||
| 0 | Oppervlakte-grillen | |
| groot grill-oppervlak | ❑ Het controlelampje voor de C | |
| Z | Oppervlakte-grillen klein grill-oppervlak (energiespaargrill) | oventemperatuur is rood verlicht tijdens de verwarmingsfase en bij het naverwarmen. |
| I | Thermo-grillen | Het lampje gaat uit wanneer de |
| n | Broodbakstand | ingestelde temperatuur is bereikt. |
| w | Onderwarmte | ❑ De snelvoorverwarming < kan |
| S | Gistdeeg-rijsstand | desgewenst worden ingeschakeld bij hete lucht en de broodbakstand. |
| x | EasyClean®-reinigingssysteem | |
| m | Ovenverlichting |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
35
Pagina 36
Dit is uw nieuwe oven
Toebehoren
❑ Standaard worden meegeleverd:
1 Email bakplaat
1 bak- en braadrooster
1 braadslede
❑ Overig toebehoren is verkrijgbaar in de vakhandel: Bestelnr.
| Braadslede met rooster | Z 1230 X2 |
|---|---|
| Ovenschaal | Z 1270 X2 |
| Aluminium bakplaat | Z 1330 X0 |
| Email bakplaat | Z 1340 X2 |
| Haaks gebogen bak- en braadrooster | Z 1430 X0 |
| Fijnmazig bak- en braadrooster | Z 1440 X0 |
| Braadplaat (alleen voor gebruik in de braadslede) | Z 1510 X2 |
| Broodbaksteen | Z 1910 X0 |
| Toerusting-set – Clou | Z 1760 X0 |
| Systeem-stoomkoker | N 8640 X2 |
| Radioantenne voor elektronische klok | Z 1980 X0 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
Aanwijzing:
❑ Bakplaat en braadslede/bakplaat kunnen tijdens gebruik in de oven krom trekken. De oorzaak hiervan zijn de grote temperatuurverschillen op het toebehoren. Ze kunnen ontstaan wanneer slechts een gedeelte van het toebehoren bedekt is of wanneer bevroren etenswaar, een pizza bijv., op het toebehoren is gelegd.Aanwijzing:
Aanwijzing:
De kromming wordt reeds tijdens het bakken, braden of grilleren minder.
Inschuifhoogten
❑ Uw oven beschikt over 3 inschuifhoogten.
De inschuifhoogten worden van beneden naar boven met cijfers aangeduid. Deze cijfers bevinden zich op de oven.
Bij het werken met hete lucht inschuifhoogte »2« niet gebruiken om de luchtcirculatie niet nadelig te beïnvloeden.
36
Pagina 37
Vóór het eerste gebruik
Tijdsinstelling
❑ Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u met de elektronische tijdschakelaar de actuele tijd in te stellen.
❑ Nadat het apparaat aan de elektrische stroom is aangesloten of nadat de stroom is uitgevallen, knipperen in het display de cijfers {:{{.
Instellen:
Druk op knop > en stel met de draaiknop de actuele tijd in (voorbeeld: | Å:{{ uur). ❑ Om de actuele tijd te corrigeren, drukt u op toets > tot de aanduiding ▲ onder het symbool + knippert.
Daarna stelt u de actuele tijd in.
N.B.: de actuele tijd kan alleen worden ingesteld wanneer er geen automatische functie is ingesteld (wissen zie Elektronische klok).
Reiniging vóór gebruik:
- 1. Reinig het apparaat aan de buitenkant met een zachte en vochtige doek.
- 2. Reinig de oven en het toebehoren met een heet sopje.
❑ Verwijder verpakkingsresten, bijv. stukjes piepschuim, volledig uit de oven.
Toebehoren bewaren:
❑ Open de ovendeur en schuif deze naar binnen.
❑ U kunt het toebehoren in het vak onder de oven bewaren.
Let bij het inleggen op:
- 1. Bakplaat
- 2. Braadslede
- 3. Bak- en braadrooster
Eerste keer verhitten:
- 1. Verwarm de lege oven ca. 30 minuten voor.
Kies daarvoor boven- en onderwarmte bij 240 C°.
Open tijdens het verhitten de ramen van uw keuken om te voorkomen dat er een onaangename geur blijft hangen.
Pagina 38
Elektronische klok
Gebruiksduur Einde gebruiksduur
| Kookwekker | Tijd van de dag |
| Functieaanduiding Functietoets | Draaiknop, |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
kan door indrukken worden verzonken of naar buiten worden bewogen
❑ U kunt de elektronische klok met één hand bedienen. Nadat u op een knop hebt gedrukt, stelt u de tijd in met behulp van de draaiknop.
Instellen is mogelijk zolang de functieaanduiding knippert (4 seconden).
❑ Instellen van de actuele tijd: zie de paragraaf “Vóór het eerste gebruik”.
Instellen:
Kookwekker:
- 1. Druk op de toets > en stel de tijd in (voorbeeld: Å minuten).
Na inschakeling wordt de resterende tijd weergegeven.
- 2. Na afloop van de tijd klinkt een signaal en de aanduiding ▲ knippert. Om het signaal voortijdig uit te schakelen, drukt u op de toets >.
Pagina 39
Elektronische klok
Automatische tijdschakeling
❑ U kunt de oven in- en uitschakelen via de elektronische klok.
Instellen van de gebruiksduur:
Automatisch uitschakelen:
❑ Als u direct wilt beginnen met bakken of braden, hoeft u alleen de gebruiksduur in te stellen.
- 1. Kies het verwarmingssysteem en de oventemperatuur.
- 2. Druk op de toets > tot de aanduiding ▲ onder het symbool ? knippert en stel de gebruiksduur in met de draaiknop (voorbeeld: | uur en ~{ minuten).
Na het instellen wordt na ca. 4 seconden de actuele tijd weergegeven. De aanduiding ▲ onder het symbool ? geeft aan dat de automatische tijdschakeling is ingeschakeld.
- 3. Na afloop van de tijd (voorbeeld: | uur en ~{ minuten) klinkt een signaal en knippert de indicatie ▲. De oven wordt automatisch uitgeschakeld. Als u het signaal voortijdig wilt beëindigen, drukt u op de knop >.
- 4. Schakel de oven uit.
- 5. Om de automatische tijdschakeling te beëindigen, drukt u nogmaals op de knop >.
Pagina 40
Elektronische klok
Automatisch in- en uitschakelen:
❑ Als het bakken of braden op een later tijdstip moet beginnen, dient u de gebruiksduur en het einde van de gebruiksduur in te stellen.
- 1. Kies het verwarmingssysteem en de oventemperatuur.
Na het instellen wordt de actuele tijd weergegeven.
- 2. Druk op de toets > tot de aanduiding ▲ onder het symbool ? knippert en stel de gebruiksduur in met de draaiknop (voorbeeld: | uur en ~{ minuten).
- 3. Druk op de toets > tot de aanduiding ▲ onder het symbool ! knippert en stel het einde van de gebruiksduur in met de draaiknop (voorbeeld: |}:~{ uur).
Na het instellen wordt na ca. 4 seconden de actuele tijd weergegeven.
De aanduiding ▲ onder het symbool ! geeft aan dat de automatische tijdschakeling is ingeschakeld.
- 4. De oven wordt automatisch ingeschakeld (voorbeeld: | |:{{ uur) en uitgeschakeld (voorbeeld: |}:~{ uur) op de ingestelde tijdstippen.
- 5. Na afloop van de gebruiksduur klinkt een signaal en knippert de indicatie ▲. Als u het signaal voortijdig wilt beëindigen, drukt u op de knop >.
- 6. Schakel de oven uit.
- 7. Om de automatische tijdschakeling te beëindigen, drukt u nogmaals op de knop >.
Controleren, corrigeren en wissen van instellingen:
- 1. Om uw instellingen te controleren, drukt u op de knop >.
- 2. Desgewenst kunt u de instellingen corrigeren met behulp van de draaiknop.
- 3. Als u uw instellingen wilt wissen, draait u de ingestelde tijd op {:{{ en schakelt u de oven uit.
Gebruiksduur instellen:
Einde gebruiksduur instellen:
Pagina 41
Elektronische klok
Speciale functies
| Uitschakelen van het display: | Nachtverduistering van het display: |
|---|---|
| 1. Druk 7 seconden op de knop >. | ❑ Tussen 22.00 en 6.00 uur wordt het |
| Hierna wordt het display donker. De tijd loopt door op de achtergrond. | display automatisch donker gemaakt. |
| 2. Voor het inschakelen van het display drukt u kort op de knop >. | |
| Aanwijzingen: | Extra toebehoren - radioantenne: |
| ❑ Het meest geschikt voor de automatische tijdschakeling zijn | ❑ De elektronische klok kan worden uitgerust met een radioantenne (zie |
| gerechten die weinig aandacht nodig hebben. | Extra toebehoren). |
| ❑ De kookwekker en het einde van de gebruiksduur kunnen tot max. 24 uur vooruit worden geprogrammeerd. | |
| ❑ U kunt de instellingen altijd aflezen door op de toets > te drukken. |
Pagina 42
Ovenfuncties
Hete lucht ———————————— v Door het verwarmingssysteem in de achterwand van de oven wordt de verwarmde lucht in de oven gecirculeerd, waardoor een bijzonder goede warmteoverdracht op het te bakken of braden gerecht wordt bereikt.
Voordelen:
- de oven wordt nauwelijks vuil
- er kan op verschillende hoogten tegelijkertijd worden gebakken of gebraden
- korte verwarmingstijden
- lage oventemperaturen
- geleidelijk ontdooien
- steriliseren
Boven- en onderwarmte ————— e (Conventioneel verwarmingssysteem) Door middel van boven en onder in de oven aangebrachte verwarmingselementen wordt de warmte op het te bakken of braden gerecht overgedragen.
Er kan slechts op één inschuifhoogte worden gebakken of gebraden.
Voordelen:
- bakken van gebak met vochtig beslag, pizza en quiche.
Oppervlakte-grill ——————— Z 0
Door het verwarmingselement aan het plafond van de oven wordt de warmte opgewekt en op de te grillen gerechten overgedragen.
Voordelen:
- bijzonder geschikt voor platte en kleine stukken vlees zoals steaks en worstjes, maar ook voor vis, groente en toast. Groot grill-oppervlak —————— 0
Voordelen:
- het hele grill-oppervlak wordt heet
- bijzonder geschikt voor grote hoeveelheden
Klein grill-oppervlak —————— Z Voordelen:
- uitsluitend het middelste gedeelte van het grill-oppervlak wordt heet
- bijzonder geschikt voor kleine hoeveelheden
- besparing van energie 42
Thermo-grill ——————————— I Tijdens het thermo-grillen worden afwisselend het grill-verwarmingselement en de ventilator in- en uitgeschakeld.
De door het grill-verwarmingselement opgewekte warmte wordt door de ventilator gelijkmatig in de ovenruimte verdeeld.
Voordelen:
- bijzonder geschikt voor gevogelte en grote stukken vlees.
Broodbakstand ————————— n
Broodbakstand met hete lucht. Instelbaar op 180 – 220° C.
Onderwarmte —————————— w
Uitsluitend het verwarmingselement aan de onderzijde van de oven wordt ingeschakeld.
Voordelen:
- zeer geschikt voor gebak en gerechten die aan de onderzijde extra bruin moeten worden of een korst moeten krijgen.
Pas kort voor het einde van de bak- of braadtijd gebruiken.
Aanwijzing
Snelvoorverwarming ——————— <
- Kan naar keuze worden ingeschakeld bij hete lucht en bij de broodbakstand.
Pagina 43
Ovenfuncties
Gistdeeg-rijsstand ———————— S
Door de gistdeeg-rijsstand ontstaan in de oven ideale omstandigheden voor het rijzen van gistdeeg.
Temperatuur: 35 – 38° C Luchtvochtigheid: 75 – 100%
Voordelen:
- Snelle en gelijkmatige toename van het deegvolume.
- Geen uitdrogen van het deeg.
- Er ontstaat geen vel, daardoor kan het deeg zeer goed verder worden verwerkt en gevormd.
- Negatieve invloeden van buiten (zoals tocht) worden voorkomen.
- Maken van yoghurt.
EasyClean®-reinigingssysteem——— x
Om de reiniging van de oven voor u gemakkelijker te maken, is het apparaat voorzien van een automatische reiniging. Door een automatisch geregelde verdamping van reinigingsoplossing worden de vuilresten op het email door warmte en waterdamp zacht en kunnen deze vervolgens gemakkelijk worden verwijderd. Zie voor meer gegevens “Reinigen en onderhouden”.
Alleen gebruiken wanneer de oven koud is.
Voordelen:
- gemakkelijk reinigen van de oven
- het email van de oven blijft mooi
- milieuvriendelijk
Pagina 44
Oven in- en uitschakelen
| Voordat u de oven inschakelt, bepaalt u welk verwarmingssysteem u wilt gebruiken. Inschakelen: Draai de functiekeuzeknop tot het symbool van het gewenste verwarmingssysteem brandt. ❑ Het temperatuurvoorstel wordt weergegeven op het display en de ovenverlichting wordt ingeschakeld. ❑ Met behulp van de temperatuurkeuzeknop kunt u het temperatuurvoorstel naar boven of beneden wijzigen in stappen van 5° C. ❑ De gistdeeg-rijsstand S is een vast ingestelde temperatuur die niet kan worden gewijzigd. Op het display wordt – { – weergegeven. ❑ EasyClean®-reinigingssysteem is een vast ingestelde temperatuur die niet kan worden gewijzigd. Op het display wordt * weergegeven. ❑ Instellen van de ontdooistand, zie "Ontdooien en bereiden". ❑ Het indicatielampje voor de oventemperatuur C is rood tijdens de verwarmingsfase en het naverwarmen. Het lampje gaat uit wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt. ❑ Nadat de oven is ingeschakeld, kan de snelvoorverwarming < worden ingeschakeld bij hete lucht en bij de broodbakstand. De toets < brandt tijdens het voorverwarmen. Deze gaat uit wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt. Uitschakelen: Draai de functiekeuzeknop op de 0-stand. Alle functies zijn gewist. N.B.: ❑ Het apparaat is voorzien van een koelventilator. Na het uitschakelen van de oven blijft deze lopen tot de oven is afgekoeld. Warmte-indicatie voor de oven: ä tot Z 120° C. â 120° tot Z 80° C. | Voorbeeld: hete lucht temperatuurindicatie | |
| functiekeuze- temperatuur- Snelvoorver-knop keuzeknop warming voor hete lucht en debroodbak-stand Temperatuurbereiken van de verschillende verwarmingssystemen | ||
| Systeem Voorkeurs- Temperatuurtemperatuur bereik in ° C in ° C | ||
| v 160 | 40 – 200 | |
| ontdooi- zonder stand –– –– –– temperatuur-v instelling | ||
| e 170 | 50 – 275 | |
| 0 220 | 50 – 275 | |
| Z 180 | 50 – 275 | |
| I 170 | 50 – 250 | |
| n 200 | 180 – 220 | |
| w 200 | 50 – 225 | |
| S – { – | vaste instelling | |
| x * | vaste instelling | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
44
Pagina 45
Veiligheidsvoorzieningen
Vergrendelen van de oven:
Schakel met de functiekeuzeknop snel 3 x van de {-stand naar de ovenverlichtingsstand m en terug.
❑ Op het display wordt – Å – weergegeven.
❑ De oven kan niet per ongeluk of door onbevoegden (bijv. spelende kinderen) worden ingeschakeld.
functiekeuzeknop
❑ Om te ontgrendelen schakelt u weer 3 x van de {-stand naar de ovenverlichtingsstand m. De ovenverlichting – Å – gaat uit.
Automatische veiligheidsuitschakeling:
❑ Afhankelijk van de instelling wordt de oven automatisch uitgeschakeld na 6 of 12 uur.
❑ Uitschakeling vindt alleen plaats wanneer er geen instellingen zijn gewijzigd op het apparaat.
Pagina 46
Bakken
Bakken in een bakvorm
❑ Plaats de bakvorm altijd op het midden van het rooster.
❑ Wij bevelen donkere bakvormen van metaal aan.
Bakken in blankmetalen bakvormen:
‰ hete lucht inschuifhoogte 3 t boven-/onderwarmte inschuifhoogte 1
Boven- en onderwarmte: e ❑ Indien het gebak aan de onderkant te donker wordt:
Controleer de inschuifhoogte. Maak de baktijd korter en kies eventueel een lagere temperatuur.
❑ Indien het gebak aan de onderkant te licht wordt:
Controleer de inschuifhoogte. Maak de baktijd langer en kies een lagere temperatuur of gebruik een zwarte bakvorm.
Hete lucht: v ❑ Plaats een bakvorm of hoog gebak niet vlak voor het beschermrooster op de achterwand van de oven.
Bakken op een bakblik:
❑ De schuine zijde van het bakblik moet altijd naar de ovendeur wijzen.
❑ Schuif het bakblik altijd volledig naar achteren.
❑ Gebruik uitsluitend originele bakblikken.
Aanwijzingen:
❑ U kunt de bruinheid van het gebak beïnvloeden door de temperatuurinstelling te veranderen.
❑ Indien gebak inzakt nadat u het uit de oven heeft genomen, dient u de volgende keer minder vloeistof te gebruiken. Kies eventueel een langere baktijd of stel de temperatuur iets lager in.
46
Pagina 47
Braden
Braden met hete lucht v of met boven- en onderwarmte e
Aanwijzingen:
❑ Leg het rooster in de braadslede en schuif ze samen op de dezelfde inschuifhoogte in de oven.
❑ Vlees kan zeer voordelig bij een gewicht van meer dan 750 g in de oven worden gebraden.
❑ Braden in een open schaal:
Spoel een glazen schaal of de braadslede met water uit en leg het vlees er in.
❑ Voeg voor vet vlees en gevogelte afhankelijk van de grootte van het vlees en het soort vlees ¹/8 à ¹/4 liter water toe. Bestrijk mager vlees naar voorkeur met vet of leg er reepjes spek op.
❑ Een smakelijke saus verkrijgt u met het fond (braadsap) dat zich in de schaal vormt. Maak het fond los met heet water, kook het even en bind het met zetmeel, breng het op smaak en giet het, indien nodig, door een zeef.
❑ Schuif het te braden vlees in de koude oven (voorverwarmen niet nodig – energiebesparing).
Braden op het braadblik
(Als extra toebehoren in de vakhandel verkrijgbaar)
Met hete lucht v voor grote, vette stukken braadvlees
❑ Leg het braadblik in de braadslede. Dankzij het braadblik wordt de oven minder vuil.
❑ Vet en braadsap dat naar beneden drupt, wordt in de braadslede opgevangen.
❑ Braden in een gesloten schaal:
Leg het vlees in een braadschaal, sluit de schaal met een passend deksel af en schuif de schaal op het rooster in de oven.
Wij raden u aan om rundvlees in een gesloten braadschaal te bereiden.
Tips:
❑ Gebruik uitsluitend braadschalen met hittebestendige handvaten.
❑ Bereid grote stukken braadvlees zonder rooster, alleen in de glazen schaal.
❑ Kleine stukken vlees kunt u op aluminiumfolie braden. Maak van de aluminiumfolie een vorm door de randen omhoog te zetten en leg deze op het rooster.
❑ Laat het gebraden vlees na het einde van de braadtijd nog ca. 10 minuten in de uitgeschakelde en gesloten oven rusten.
❑ Met het braadblik kunt u, in afwijking van de aangegeven temperatuur, een iets hogere temperatuur instellen wanneer het te braden vlees bijzonder knapperig moet worden.
Pagina 48
Grillen
! Bij het grillen is voorzichtigheid geboden. Kinderen altijd uit de buurt houden. Aanwijzingen:
❑ Met gesloten ovendeur grillen.
❑ De grilltemperaturen kunnen worden ingesteld.
❑ Schuif het rooster en de braadslede altijd samen in de oven.
| ❑ | Leg het te grillen gerecht altijd op het midden van het rooster. |
| ❑ | Indien het grill-verwarmingselement automatisch wordt uitgeschakeld, is de oververhittingsbeveiliging geactiveerd. |
| Het verwarmingselement wordt automatisch na korte tijd weer ingeschakeld. | |
| ❑ | Leg het rooster in de braadslede en schuif ze samen op de dezelfde inschuifhoogte in de oven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)
Thermo-grill I
Voor zeer knapperig gevogelte of vlees (varkensvlees met zwoerd)
❑ Gebruik het rooster en de braadslede. Gebruik voor vlees bij voorkeur een hittebestendige braadschaal. Keer grote stukken vlees na ca. de helft van de grilltijd om.
❑ ❑
❑ Plaats een braadslede na het grillen niet op een koude of natte ondergrond, maar op een droge doek om het glas niet te laten springen.
❑ Bij het thermo-grillen op het rooster kan afhankelijk van het te grillen gerecht de oven vrij vuil worden. Maak daarom de oven na elk gebruik schoon om inbranden van het vuil te voorkomen.
Oppervlakte-grillen Z en 0
Voor platte en kleine gerechten Z = klein grill-oppervlak voor kleine hoeveelheden.
0 = groot grill-oppervlak voor grote hoeveelheden.
❑ Gebruik altijd het rooster en de braadslede.
❑ Keer het te grillen gerecht na ca. tweederde van de tijd.
❑ Bestrijk het rooster en het te grillen gerecht naar wens licht met olie.
48
Keer hele stukken gevogelte om na ca. tweederde van de grilltijd. Steek bij eend en gans de huid onder de vleugels door om het vet goed te laten uitlopen.
Laat het gerecht wanneer het klaar is nog ca. 10 minuten in de uitgeschakelde en gesloten oven rusten.
Pagina 49
Tips en trucs
| Voor bakken: | |
| ❑ Gebak van de bakplaat is aan de onderkant te licht. | Neem niet benodigde bakblikken en de braadslede uit de oven. |
| ❑ Gebak uit een vorm is aan de onderkant te licht. | Plaats de bakvorm niet op het bakblik, maar op het rooster. |
| ❑ Taart of gebak is aan de onderkant te donker. | Plaats het gebak hoger in de oven. |
| ❑ Het gebak is te droog. | Stel de oventemperatuur iets hoger in en kies een kortere baktijd. |
| ❑ Het gebak is van binnen klef en deegachtig of het vlees is van binnen | Stel de bak- of braadtemperatuur iets lager in. |
| niet gaar. | Let op: bak- en braadtijden kunt u niet korter maken door een hogere temperatuur (van buiten gaar, van binnen niet). Iets langere bak- of braadtijd kiezen, taartdeeg langer laten rijzen. Minder vloeistof aan het deeg toevoegen. |
| ❑ Gebak uit een rond of recht blik is bij het bakken met hete lucht achteraan te donker. | Plaats de bakvorm niet vlak voor de luchtopeningen in de achterwand van de oven. |
| ❑ Bij zeer vochtige bak- en braadgerechten, bijv. fruittaart of met water bereide braadgerechten ontstaat er veel waterdamp in de oven, die op de ovendeur neerslaat en soms tot het druppen van water op de bodem van de oven of de inbouwmeubels leidt. | Door de ovendeur voorzichtig en gedurende korte tijd te openen (een of twee keer, bij een lange bak- of braadtijd vaker) kan de waterdamp uit de oven ontsnappen en daardoor de condensvorming aanzienlijk worden verminderd. |
| Om energie te besparen: | |
| ❑ Uitsluitend voorverwarmen wanneer het recept dit voorschrijft. | ❑ Restwarmte: bij lange baktijden kunt u de oven 5 à 10 minuten voor het einde |
| ❑ Donkere bakvormen nemen de hitte beter op. | van de baktijd uitschakelen. |
Pagina 50
Ontdooien en gaar maken
Ontdooien en gaar maken met hete lucht: v
| Belangrijke aanwijzingen: | Ontdooien: |
|---|---|
| ❑ Gebruik voor het ontdooien en gaar | Inschuifhoogten: |
| maken van diepvriesproducten | Bij 1 blik: inschuifhoogte 3 |
| uitsluitend hete lucht. | Bij 2 blikken: inschuifhoogten 1 en 3. |
| ❑ Neem altijd de gegevens op de verpakking van de diepvriesproducten in acht. | ❑ De gegeven tijden zijn richtwaarden, die worden beïnvloed door de vorm en de hoeveelheid van de diepvriesproducten. |
| ❑ Voor ontdooide diepvriesproducten (vooral vlees) gelden in het algemeen kortere bereidingstijden dan voor verse | ❑ Ontdooi onbewerkte diepvriesproducten of levensmiddelen uit een diepvries altijd bij 50° C. |
| producten, omdat het invriezen een effect heeft dat te vergelijken is met | Bij hogere ontdooitemperaturen bestaat er gevaar voor uitdrogen. |
| gaar worden. | ❑ Ontdooi diepvriesgerechten in |
| ❑ Indien bevroren vlees in de oven wordt bereid, dient de bereidingstijd met de | aluminiumfolie of in gesloten aluminium verpakkingen bij 130 à 140° C. |
| ontdooitijd te worden verlengd. | ❑ Diepvries-bakwaren bij 100 à 140° C |
| ❑ Ontdooi diepvries-gevogelte voor het toebereiden altijd, zodat u de inwendige organen en ingewanden kunt | ontdooien en opwarmen. Bestrijk brood, broodjes en gistend gebak dun met water om een mooiere korst te krijgen. |
| verwijderen. | ❑ Ontdooi droog diepvries-plaatgebak |
| ❑ Bereid diepvries-vis bij dezelfde | bij 160 à 170° C gedurende 20 à |
| temperaturen als verse vis. | 30 minuten. |
| ❑ Diepvries kant-en-klaar maaltijden in verschillende aluminium portieschaaltjes kunt u tegelijkertijd in de oven plaatsen. | ❑ Ontdooi vochtig diepvries-plaatgebak (met vruchten) bij 160 à 170° C gedurende 30 à 50 minuten. |
| Verpak het gebak in aluminiumfolie zodat de buitenkant niet uitdroogt. | |
| ❑ Diepvries-toast (met beleg) bij 160 à | |
| 170° C ca. 20 minuten laten ontdooien en toasten. | |
| ❑ Diepvriespizza: | |
| Neem de instructies van de fabrikant in acht. |
Pagina 51
Ontdooien en gaar maken
Ontdooistand:
Alleen voor kwetsbaar gebak (bijv. slagroomtaarten).
- 1. Draai de functiekeuzeknop op stand v.
- 2. Verlaag de oventemperatuur met behulp van de temperatuurkeuzeknop tot het display – – – weergeeft.
❑ De ventilator in de achterwand van de oven loopt zonder verwarming.
❑ Ontdooi het gebak naar gelang de grootte en de soort gedurende 25 à 45 minuten. Daarna neemt u het uit de oven laat u het gedurende 30 à 45 minuten verder ontdooien.
❑ Bij kleine hoeveelheden (stukjes) bedraagt de ontdooitijd in de oven 15 à 20 minuten en de ontdooitijd buiten de oven 10 à15 minuten.
functiekeuzeknop temperatuurkeuzeknop
Pagina 52
Toepassingen met de gistdeeg-rijsstand
| Let op: ❑ Gebruik de gistdeeg-rijsstand alleen als de oven volledig is afgekoeld (kamertemperatuur). ❑ Gebruik alleen normaal leidingwater, geen gedestilleerd water. Inschakelen: 1. Giet voorzichtig 0,05 liter water (komt overeen met 50 ml of ¹/4 waterglas) in de bodemkuip van de oven. 2. Plaats de schaal met het deeg in het midden van het bakrooster op hoogte 1 in de oven. | |
| Het deeg niet afdekken. 3. De ovendeur sluiten. Functiekeuzeknop 4. Draai de functiekeuzeknop op de stand S. Als na het inschakelen – { – knippert, ❑ Het indicatielampje S brandt en in is de oven te heet. het display verschijnt – { –. ❑ Schakel de oven uit. ❑ Het rijzen wordt nu automatisch ❑ Wacht tot de oven is afgekoeld tot geregeld. kamertemperatuur. ❑ Start de rijsstand opnieuw. | |
| Gistdeeg Meelhoeveelheid Hoogte | Rijsduur |
| Gebak tot 0500 g 1 Gebak tot 0500 – 750 g 1 Deeg voor gevlochten gebak 0500 g 1 Deeg voor gevlochten gebak 0750 g 1 Brooddeeg 1000 g 1 | 20 – 25 min. 25 – 30 min. 30 – 35 min. 30 – 40 min. 35 – 60 min. |
| Yoghurt 1 liter melk 1 | 6 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
Let op:
❑ Bij het maken van yoghurt geen water in de oven doen.
❑ De gegevens in de tabel zijn richtwaarden. Deze kunnen afwijken, afhankelijk van het soort en de hoeveelheid deeg en de aard van de ingrediënten, zoals de leeftijd en de kwaliteit van de gist.
❑ Zie voor de verdere verwerking van het deeg het meegeleverde kookboek.
❑ Verwijder vóór het bakken het restwater uit de oven. Als u kalkresten ziet, verwijder deze dan met een beetje azijn en veeg daarna de oven schoon met water en een doek. ❑ Giet geen koud water in de hete oven.
Uitschakelen:
Draai de functiekeuzeknop op de 0-stand. ❑ Alle functies zijn gewist.
52
Pagina 53
Reinigen en onderhouden
Belangrijke aanwijzingen:
❑ Gebruik voor het reinigen geen schuurmiddelen of scherpe middelen en evenmin krassende voorwerpen.
❑ Krab ingebrande resten van gerechten niet weg, maar week ze met een vochtige doek en afwasmiddel los.
❑ Gebruik speciale reinigingsmiddelen zoals sprays niet voor aluminium of kunststof onderdelen.
Edelstalen voorkant:
❑ Indien gewone edelstaalreinigingsmiddelen worden gebruikt, kan de opdruk worden beschadigd.
❑ Gebruik geen krassende sponsjes.
❑ Gebruik normaal afwasmiddel op een zachte, vochtige doek of zeem.
Oven:
❑ Reinig de oven na elk gebruik, vooral na braden of grillen. Vuilresten branden in wanneer de oven weer wordt verhit.
Ingebrande vuilresten laten zich moeilijk verwijderen.
❑ Door vaak te reinigen met het heteluchtsysteem kunt u zorgen voor minder vuil.
De oven mag niet warm worden gereinigd met speciale ovenreinigingsmiddelen.
Email en glas:
❑ Gebruik voor het reinigen een heet sopje.
❑ Voor het reinigen van de voorkant van de oven, achter de ovendeur, dient u de afdichting van de ovendeur te verwijderen.
❑ Gebruik voor het bakken van zeer vochtig gebak de braadslede.
❑ Gebruik voor het braden geschikt serviesgoed (braadschaal).
❑ Wanneer de oven niet erg vuil is, wast u hem in warme toestand met een heet sopje uit.
❑ Laat de oven open staan zodat hij kan drogen.
Ovendeurruit:
❑ De binnenruit van de ovendeur heeft een warmtereflecterende laag om de deurtemperatuur lager te maken.
❑ Dit heeft geen nadelige invloed op het zicht door de ovenruit.
❑ Wanneer de ovendeur is geopend, kan deze laag een glinsterende aanblik bieden. Dit heeft een technische oorzaak en is geen kwaliteitsgebrek.
Pagina 54
Reinigen en onderhouden
EasyClean®-reinigingssysteem x
Om de reiniging van de oven voor u gemakkelijker te maken, is uw oven voorzien van een automatische reiniging. Dankzij een automatisch geregelde verdamping van reinigingsoplossing worden de vuilresten op het email door waterdamp zacht en kunnen deze vervolgens gemakkelijk worden verwijderd.
Let op:
❑ De automatische reiniging uitsluitend gebruiken wanneer de oven volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
❑ Gebruik uitsluitend normaal leidingwater, geen gedestilleerd water.
Inschakelen:
- 1. Verwijder het bakblik en de braadslede uit de oven. Het grillrooster kan in de oven blijven.
- 2. Giet ca. 0,4 liter water met een beetje afwasmiddel in de bodemkuip van de oven.
Bij veel vuil kunt u het sopje enige tijd voor het inschakelen laten inwerken.
- 3. Sluit de ovendeur.
- 4. Draai de functiekeuzeknop op de stand x.
❑ Het indicatielampje x en het indicatielampje van de oventemperatuur C branden.
Op het display wordt * weergegeven.
❑ Na het verstrijken van de opwarmtijd (4 minuten) gaat het controlelampje voor de oventemperatuur uit.
Na nogmaals 17 minuten is het programma beëindigd. Er klinkt een signaal.
Als na het inschakelen * knippert, is de oven te heet.
❑ Schakel de oven uit.
❑ Wacht tot de oven is afgekoeld tot kamertemperatuur.
❑ Start * opnieuw.
Uitschakelen:
Draai de functiekeuzeknop op de 0-stand. Het controlelampje voor ovenreiniging gaat uit.
54
functiekeuzeknop
Pagina 55
Reinigen en onderhouden
Na het uitschakelen van de automatische reiniging:
Aanwijzingen:
❑ Open de ovendeur en veeg het restwater direct na reiniging op met een absorberende doek of spons.
- 1. Open de ovendeur en veeg het achtergebleven water met een grote absorberende sponsdoek op.
- 2. Reinig de oven met de in schoonmaaksop gedrenkte sponsdoek, een zachte borstel of een plastic schoonmaakborstel.
Nog aanwezige hardnekkige resten kunt u met een glasschaaf (voor glaskeramiek) verwijderen.
Let op: de glasschaaf voorzichtig gebruiken en niet te plat neerzetten, anders kunnen er krassen in het email komen.
- 3. Kalkranden kunt u verwijderen met een in azijn gedrenkte doek.
- 4. Veeg na met schoon water en wrijf de oven met een zachte doek droog (ook onder de ovendeurdichting).
Aanwijzingen:
❑ Indien de oven zeer vuil is, kunt u de behandeling na het afkoelen van de oven herhalen.
❑ Wanneer de oven na het braden en grillen zeer vuil en vet is, adviseren wij om de vuile plekken voor het inschakelen van de automatische reiniging met afwasmiddel in te wrijven.
❑ Laat de ovendeur na de reiniging nog ca. 1 uur in een schuine stand van ca. 30° open staan, zodat het emailoppervlak van de oven goed kan drogen.
Sneldrogen:
- 1. Zet de ovendeur open in een schuine stand van ca. 30°.
- 2. Draai de functiekeuzeknop op de stand v.
- 3. Verlaag de oventemperatuur met behulp van de temperatuurkeuzeknop tot het display 50° C weergeeft.
- 4. Duur: ongeveer 5 minuten.
- 5. Daarna schakelt u de oven uit.
Pagina 56: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 57
Reinigen en onderhouden
Ovenverlichting inschakelen:
❑ Draai de functiekeuzeknop één stand naar links. Het symbool m brandt.
Rooster verwijderen:
- 1. Draai zowel links als rechts 2 kartelschroeven uit.
- 2. Neem het rooster voorzichtig uit de oven.
Verwarmingselement omlaag zetten Let op: het verwarmingselement moet afgekoeld zijn
- 1. Draai aan de pal op het plafond van de oven om het element los te maken. Let op: u mag het verwarmingselement in verlaagde stand niet inschakelen en niet belasten.
- 2. Draai na het reinigen van het plafond van de oven het verwarmingselement omhoog en zet het weer vast.
2.
1.
Pagina 58
Storingen en reparaties
Bij storingen en reparaties die u niet zelf kunt oplossen, is de klantenservice u graag van dienst.
Zie voor adressen het overzicht van klantenservice-werkplaatsen.
Let op: het kost u geld, wanneer u vanwege een bedieningsfout de klantenservice inschakelt. Indien u contact opneemt met de klantenservice, vermeld dan:
E-nr.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Het typeplaatje vindt u achter de ovendeur, links onder op de zijrand van de oven.
Vervangen van de ovenlamp:
Let op: apparaat stroomloos maken!
- 1. Leg een vaatdoek in de koude oven om beschadiging te voorkomen.
- 2. Verwijder de glazen afscherming. Steek hiertoe en mes o.i.d. tussen het glas en het frame.
- 3. Lamp vervangen.
- Type gloeilamp E 14, 230 – 240 volt, 25 watt, hittebestendig tot 300° C.
- De gloeilamp is verkrijgbaar bij de klantenservice.
Vervangen van de afdichting van de ovendeur
- 1. Verwijder eenvoudig de defecte afdichting van de ovendeur.
De nieuwe afdichting kunt u verkrijgen bij de klantenservice.