Neff B1CCE2AN0, tekst van de handleiding
Pagina's 17–28 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–16verder op pagina 29 →
Pagina 17
Reinigingsfunctie nl
| Uittreksysteem | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet afwassen in de vaatwasmachine. |
| Toebehoren | Warm zeepsop: Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal gebruiken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
--------
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenuimte.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen.Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Apparaat schoon houden
Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.
Waarschuwing – Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Tips
- De binnenruimte na gebruik altijd schoonmaken. Zo kan er geen vuil inbranden.
- Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
- Voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede gebruiken.
- Gebruik geschikt gerei om te braden, bijv. een braadpan.
Reinigingsfunctie
Uw apparaat beschikt over de reinigingshulp EasyClean. De reinigingshulp EasyClean maakt het reinigen van de binnenruimte gemakkelijker voor u.
EasyClean
De reinigingshulp EasyClean maakt het reinigen van de binnenruimte gemakkelijker voor u.Door inwerking van het zeepsop wordt het vuil eerst ingeweekt.Vervolgens kan het gemakkelijker worden verwijderd.
Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Door water in de hete binnnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Reinigingshulp instellen
Aanwijzing: De reinigingshulp EasyClean alleen instellen wanneer de binnenruimte afgekoeld is. Laat de binnenruimte volledig afkoelen.
- 1. Accessoires uit de binnenruimte nemen.
- 2. 0,4 liter water (niet gedistilleerd) mengen met een druppeltje afwasmiddel en in het midden van de bodem van de binnenruimte gieten.
- 3. Met de functiekeuzeknop en de temperatuurknop EasyClean instellen.
Op het display verschijnt de tijdsduur.
Na enkele seconden start de reinigingshulp. De tijdsduur loopt af op het display.
Aanwijzingen
- De tijdsduur is vooringesteld en kan niet veranderd worden.
- De eindtijd kan niet op een later tijdstip worden gezet.
Wanneer na het inschakelen op het display knippert, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld. Schakel het apparaat uit. Wacht tot op het display verschijnt en schakel de reinigingshulp opnieuw in.
Zodra de reinigingshulp verstreken is, klinkt er een signaal.
Pagina 18
nl Rekjes
Nareinigen
Het restwater in de binnenruimte moet op tijd worden verwijderd. Laat het niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv. 's nachts). Het apparaat mag niet in gebruik worden genomen wanneer de binnenruimte nog nat of vochtig is.
- 1. Deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Hardnekkige resten kunt u verwijderen met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Vervolgens met helder water afnemen en droogwrijven met een zachte doek (ook onder de deurdichting).
- 4. De functiekeuzeknop naar de nulstand terugdraaien om hem uit te schakelen.
- 5. De deur van het apparaat in de vergrendelstand (ca. 30°) openen en ca. 1 uur open laten, zodat de emaillen oppervlakken in de binnenruimte droog kunnen worden. U kunt ook de functie Snel drogen gebruiken voor de binnenruimte.
Snel drogen van de binnenruimte
- 1. Apparaatdeur na afloop van de reinigingshulp openen in de vergrendelingsstand (ca. 30°).
- 2. CircoTherm hetelucht starten met 50 °C.
- 3. Na 5 minuten het apparaat uitschakelen en de apparaatdeur sluiten.
Sterke verontreiniging verwijderen
Om bijzonder hardnekkig vuil te verwijderen, heeft u meerdere mogelijkheden.
- Laat het zeepsop enige tijd inwerken voordat u de reinigingshulp start.
- Wrijf de vervuilde plaatsen op de gladde oppervlakken in met afwasmiddel voordat u de reinigingshulp start.
- Schakel de reinigingshulp nog een keer in nadat de binnenruimte is afgekoeld.
Rekjes
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de rekjes kunt verwijderen en schoonmaken.
Rekjes verwijderen en bevestigen
Waarschuwing – Risico van verbranding!
De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Rekjes verwijderen
- 1. Het rekje aan de voorkant een beetje optillen en losmaken (Afb. ).
- 2. Vervolgens het hele rekje naar voren trekken en verwijderen (Afb. ).
Maak de rekjes schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Rekjes ophangen
De rekjes passen alleen links of rechts. Let er bij beide rekjes op dat de gebogen stangen zich aan de voorkant bevinden.
- 1. Het rekje eerst in het midden van de achterste bus steken , tot het aansluit op de wand van de binnenruimte, en naar achteren drukken (Afb. ).
- 2. Het rekje vervolgens in de voorste bus steken , tot het ook hier aansluit op de wand van de binnenruimte, en naar beneden drukken (Afb. ).
Pagina 19
Apparaatdeur nl
Apparaatdeur
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
Apparaatdeur vastzetten
- 1. Apparaatdeur helemaal openen.
- 2. Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afb. ).
- 3. Apparaatdeur sluiten tot de aanslag (Afb. ).
- 1 2
Ruiten verwijderen
- 1. Links en rechts op de afscherming drukken (Afb. ).
- 2. Afscherming afnemen (Afb. ).
- 1 2
- 3. De ruit eruit trekken (Afb. ) en voorzichtig op een egaal oppervlak leggen.
- 4. Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen verwijderen. Hiervoor de apparaatdeur volledig openen (Afb. ).
- 5. De condensstrip naar boven klappen en uitnemen (Afb. ).
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek. Neem de condensstrip af met een doek en warm zeepsop.
Waarschuwing
Risico van letsel!
Risico van
- Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- letsel!Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Ruiten inbrengen
- 1. De apparaatdeur volledig openen en de condensstrip weer aanbrengen. Hiervoor de strip verticaal inbrengen en naar beneden draaien (Afb. ).
1
- 2. Apparaatdeur sluiten tot de aanslag .
- 3. Ruit inschuiven en erop letten dat hij van onderen goed in de houder zit (Afb. ).
2
Pagina 20
nl Wat te doen bij storingen?
- 4. Ruit van boven aandrukken (Afb. ).
- 5. De afscherming plaatsen en aandrukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 6. Apparaatdeur weer volledig openen.
- 7. Beide blokkeerhendels links en rechts dichtklappen (Afb. ).
- 8. Apparaatdeur sluiten.
Attentie!
Gebruik de binnenruimte pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
3Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Storingen zelf verhelpen
Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak heel gemakkelijk zelf verhelpen.
Lukt een gerecht niet optimaal, dan vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing vele tips en aanwijzingen voor de bereiding. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 22
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing / aanwijzing |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Zekering defect. | Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomonderbreking | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomonderbreking. | Stel de tijd opnieuw in. |
| Het apparaat kan niet worden ingesteld. Op het display is het symbool 1 verlicht. | Het kinderslot is geactiveerd. | Toets zolang indrukken tot het symbool 1 van het display verdwijnt. Het apparaat kan ingesteld worden. Het kinderslot kan in de basisinstellingen worden gedeactiveerd. "Basisinstellingen" op pagina 15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
--------
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Foutmeldingen op het display
Wanneer er op het display een foutmelding met “ ” verschijnt, bijv. - , tipt u op de toets . De foutmelding wordt dan teruggezet. Stel eventueel de tijd opnieuw in.
Was het een eenmalige storing, dan kunt u het apparaat weer gebruiken zoals altijd. Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef hierbij de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. "Servicedienst" op pagina 21
Pagina 21
Servicedienst nl
Lamp voor de binnenruimte aan het plafond vervangen
Als de lamp voor de binnenruimte is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de servicedienst of uw speciaalzaak.
Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Leg een theedoek in de onverwarmde binnenruimte, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming er naar links uitdraaien (Afb. ).
- 3. Lamp eruit trekken - niet draaien (Afb. ).
Nieuwe lamp inbrengen, hierbij op de stand van de pinnen letten. De lamp stevig aandrukken.
- 1 2
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
Afhankelijk van het type apparaat is de glazen afscherming voorzien van een afdichtring.
Afdichtring weer aanbrengen voor het inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
4Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de servicedienst altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de rechterkant, wanneer u de apparaatdeur opent.
( 1U
)'
= 1U
Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de servicedienst nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr. FD-nr.
Servicedienst
Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4040
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Pagina 22
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.
Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Algemene aanwijzingen
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De gerechten zouden dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie besparen. Wanneer u voorverwarmt worden de aangegeven baktijden enkele minuten korter.
Voor bepaalden gerechten is voorverwarmen nodig, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Maakt u iets klaar volgens eigen recept, neem dan soortgelijke gerechten als basis. Bijkomende informatie vindt u onder de tips na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en bespaart u tot 20 procent energie.
Verwarmingsmethode milde CircoTherm
Mide CircoTherm is een intelligente verwarmingsmethode voor een gezonde bereiding van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het gerecht kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de verwarmingsmethoden afgestemd. Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C.Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode milde CircoTherm wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveau:
- hoog gebak of hoge vormen op het rooster: hoogte 2
- plat gebak of op de bakplaat: hoogte 3
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Taarten op bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bakken op twee niveaus:
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 4
Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Pagina 23
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Accessoires
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Let erop dat u altijd geschikte accessoires gebruikt en deze er goed om inschuift. "Toebehoren" op pagina 10
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Taart, cake en gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Bakvormen
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Wilt u vormen van silicone gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Brood en broodjes
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Gebak in vormen
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans-/rechthoekige vorm | 2 | 140-150 | 75-90 | |
| Cake, eenvoudig, 2 niveaus | Krans-/rechthoekige vorm | 3+1 | 140-150 | 70-85 | |
| Cake, fijn | Krans-/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 3 | 160-180 | 20-30 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 170-190 | 55-80 | |
| Taart | Taartvorm | 1 | 200-240 | 25-50 | |
| Gistgebak | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 150-160 | 25-35 | |
| Tulband | Tulbandvorm | 2 | 150-170 | 50-70 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170 | 30-35 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 150-160* | 30-40 | |
| * voorverwarmen | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
| Gebak op de plaat | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Cake met bedekking | Bakplaat | 3 | 160-180 | 20-45 | |
| Cake, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 30-55 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 2 | 170-190 | 30-45 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-170 | 35-45 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | 55-95 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
* voorverwarmen
Pagina 24
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 160-180 | 15-20 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 20-30 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 3 | 180-200 | 30-55 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 40-65 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 2 | 160-170 | 35-40 | |
| Biscuitrol | Bakplaat | 3 | 180-200* | 10-15 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 2 | 190-200 | 45-60 | |
| Strudel, diepvries | Braadslede | 3 | 200-220* | 35-45 | |
| * voorverwarmen | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
| Klein gebak | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 170-190 | 20-40 | |
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten | 3+1 | 160-170* | 20-45 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 3 | 150-170 | 20-30 | |
| Klein gistdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 25-40 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 170-190* | 20-35 | |
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190* | 25-45 | |
| Bladerdeeggebak, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 4+3+1 | 170-190* | 25-45 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 3 | 190-210 | 35-50 | |
| Soezendeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 190-210 | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.
| Koekjes | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Sprits | Bakplaat | 3 | 140-150** | 25-40 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150** | 25-35 | |
| Sprits, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 4+3+1 | 130-140** | 35-55 | |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 15-25 | |
| Koekjes, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 4+3+1 | 140-160 | 15-25 | |
| Schuimgebak | Bakplaat | 3 | 80-90* | 120-150 | |
| Schuimgebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 90-100* | 100-150 | |
| Macarons | Bakplaat | 3 | 90-110 | 20-30 | |
| Macarons, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 90-110 | 20-35 | |
| Macarons, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 4+3+1 | 90-110 | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.
Pagina 25
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Brood en broodjes
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Stap | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Brood, 750 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | 200-220 | 20-40 | ||
| Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | 200-220 | 35-50 | ||
| Brood, 1500 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | 200-220 | 40-60 | ||
| Plat rond brood | Braadslede | 3 | 240-250 | 20-25 | ||
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 3 | 150-160* | 25-35 | ||
| Broodjes, zoet, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170* | 15-25 | ||
| Broodjes, vers | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | ||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 3 | 200-220 | 15-20 | ||
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 3 | 220-240 | 15-25 | ||
| * voorverwarmen | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
| Pizza, quiche en hartig gebak | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Pizza, vers | Bakplaat | 3 | 190-210 | 20-30 | |
| Pizza, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 190-210 | 30-40 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Pizzaplaat | 2 | 250-270* | 8-13 | |
| Pizza, gekoeld | Rooster | 3 | 170-190 | 15-20 | |
| Pizza, diepvries, dunne bodem, 1 stuk | Rooster | 2 | 190-210 | 15-20 | |
| Pizza, diepvries, dunne bodem, 2 stuks | Universele braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | 20-25 | |
| Pizza, diepvries, dikke bodem, 1 stuk | Rooster | 3 | 180-200 | 20-25 | |
| Pizza, diepvries, dikke bodem, 2 stuks | Universele braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | 25-30 | |
| Minipizza's | braadslede | 3 | 180-200 | 15-20 | |
| Hartig gebak in vormen | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 170-190 | 50-60 | |
| Quiche | Taartvorm, zwart metaal | 2 | 190-210 | 25-35 | |
| Pasteigebak | Ovenschaal | 2 | 170-190 | 65-75 | |
| Empanada | braadslede | 3 | 180-190 | 30-40 | |
| Börek | braadslede | 1 | 180-200 | 40-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
* voorverwarmen
Pagina 26
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Tips voor het bakken
| U wilt vaststellen of het gebak doorbakken is. | Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Zit er geen deeg meer aan de prikker, dan is het gebak klaar. |
| Het gebak stort in. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Houd u aan de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer de braadslede. |
| Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Het gebak is te droog. | Stel de temperatuur 10 °C hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het gebak is over het geheel te licht. | Zijn de inschuifhoogte en de accessoires juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar van onderen te donker. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger. |
| Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar van onderen te licht. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak in een (langwerpige) vorm wordt te donker aan de achterkant. | Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op het accessoire. |
| Het gebak is in zijn geheel te donker. | Kies de volgende keer een lagere temperatuur en houd evt. een langere baktijd aan. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zo af dat het goed past. Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat. Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd hete lucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Het gebak ziet er goed uit, maar is van binnen niet goed doorbakken. | Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi hem met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Komt het er nog steeds niet uit, maak de rand dan voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht.
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm
hebben de gerechten meer tijd nodig en worden ze donkerder aan de bovenkant.
Gebruik altijd de aangegeven inschuifhoogtes.
Op één niveau kunt u bakken in vormen of met de braadslede.
- Vormen op het rooster: hoogte 2
- Braadslede: hoogte 3
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 2 | 200-220 | 30-60 | |
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 2 | 170-190 | 40-60 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 2 | 150-170 | 60-80 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog, 2 niveaus | Ovenschaal | 3+1 | 150-160 | 65-80 |
Pagina 27
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Gevogelte, vlees en vis
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis. In de insteltabellen vindt u voor enkele gerechten optimale instellingen.
Braden op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk.
Plaats de braadslede met het rooster op de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. "Toebehoren" op pagina 10
Giet afhankelijk van de grootte en het soort vlees tot liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Van dit braadvocht kunt u een saus maken. Bovendien ontstaat er zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Braden in vormen
Waarschuwing – Risico van letsel door barstend glas!
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Wanneer het deksel na de bereiding wordt afgenomen kan er zeer hete stoom vrijkomen. Til het deksel aan de achterkant op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de oven. Vormen van glas zijn het meest geschikt. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Gevogelte, vlees en vis wordt langzamer gaar en minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis kunt u het beste een hoge vorm gebruiken. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Gevogelte, vlees en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit grillen terwijl de apparaatdeur geopend is.
Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats bovendien de braadslede, met de schuine kant naar de apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eronder. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals. Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.
Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Bestrooi vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braadthermometer
Afhankelijk van de versie van uw apparaat beschikt u over een braadthermometer. Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.
Aanbevolen instelwaarden
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte, vlees en vis en voorgestelde gewichten. Wilt u zwaarder gevogelte, vlees of vis bereiden, gebruik dan in elk geval de lagere temperatuur. Om bij meerdere stukken de bereidingsduur te bepalen dient u uit te gaan van het gewicht van het zwaarste stuk. De stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Gevogelte, vlees en vis na ca. tot van de opgegeven tijd keren.
Gevogelte
Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
Snijd bij eendenborst het vel in.Keer de eendenborst niet.
Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de pan. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 c€m bedekt te zijn.
Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Pagina 28
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Vlees
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
Voeg aan braadstukken van mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. cm hoog bedekt zijn.
Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren van braadvlees op dat eerst het zwoerd onder ligt.
Als het braadvlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees evt. in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
Braden en stoven in een vorm is comfortabeler. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt.
Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Voor het stoven braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets soortgelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1- 2 cm bedekt te zijn.
Vis
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand in de binnenruimte, met de rugvin naar boven. Een ingesneden aardappel of kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
De vis is gaar wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Doe bij het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap of azijn in de vorm.
Gevogelte
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Kip, 1,3 kg | Open vorm | 2 | 200-220 | 60-70 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Open vorm | 3 | 220-230 | 30-35 | |
| Kipsticks, nuggets, diepvries | braadslede | 3 | 190-210 | 20-25 | |
| Eend, 2 kg | Open vorm | 2 | 180-200 | 90-110 | |
| Eendenborst, medium, à 300 g | Open vorm | 3 | 210-230 | 35-40 | |
| 3-5 | |||||
| Gans, 3 kg | Open vorm | 2 | 140 | 130-140 | |
| 160 | 50-60 | ||||
| Ganzenbouten, à 350 g | Gesloten vorm | 2 | 150-160 | 80-90 | |
| 230-240 | 30-40 | ||||
| Kalkoen, 2,5 kg | Open vorm | 2 | 180-200 | 75-90 | |
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg | Gesloten vorm | 2 | 240-260 | 80-100 | |
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Open vorm | 2 | 180-200 | 80-100 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
| Vlees | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Stap | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | - | 160-170 | 150-160 | |
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Open vorm | 2 | 1 | 130-140 | 135-145 | |
| 2 | 190-200 | 25-30 | ||||
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | - | 190-200 | 100-110*** |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
* voorverwarmen
** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen
*** zonder keren
**** keren na 1/2 - 2/3 van de bereidingstijd
***** in het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen