Neff B3ACE4HG0B, tekst van de handleiding
Pagina's 20–33 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 20
nl Apparaatdeur
- 4. Steek de munt in de spleet van de vergrendeling en draai deze tot de aanslag .
‒ De vergrendeling links met de klok mee draaien. ‒ Vergrendeling rechts tegen de klok in draaien.
Vergrendeling linker zijde zit niet vast
De pijlen wijzen niet naar elkaar
Vergrendeling linker zijde zit vast
De pijlen wijzen naar elkaar
Vergrendeling linker zijde is los
- De vergrendeling grijpt waarneembaar aan.
- 5. LET OP!
Openen en sluiten van de apparaatdeur in de vergrendelstand leidt tot beschadiging van de deurscharnieren.
- Nooit de apparaatdeur tegen een weerstand openen of sluiten.
- Wanneer het deurscharnier beschadigd werd, neem dan contact op met de klantenservice. De apparaatdeur voorzichtig in de beide pijlrichtingen heen en weer bewegen, totdat een zacht klikgeluid hoorbaar is. De apparaatdeur kan nog slechts minimaal worden bewogen.
- De apparaatdeur zit in de vergrendelingsstand.
Pagina 21
Apparaatdeur nl
- 6. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De apparaatdeur heeft een gewicht van 7 - 10 kg en kan bij niet voorzichtig hanteren naar beneden vallen.
- De apparaatdeur voorzichtig hanteren.
De deurgreep is niet geschikt op de apparaat deur aan te dragen. De deurgreep kan afbreken.
- Nooit de apparaatdeur aan de deurgreep dragen.
- Voor het dragen de apparaatdeur links en rechts beetpakken.
De apparaatdeur onder de deurgreep met beide handen links en rechts stevig vastpakken en naar boven uittrekken.
- 7. Leg de apparaatdeur op een vlakke, zachte en schone ondergrond.
15.2 Apparaatdeur inhangen
- 1. Tip: Let erop dat de apparaatdeur niet wordt gekanteld en volledig ingehangen is.
De apparaatdeur tegelijkertijd via de rechter en linker geleiderollen inhangen.
- 2. Let erop dat de apparaatdeur het laatste kleine stukje volledig naar beneden glijdt.
- 3. Maak met een munt de beide vergrendelingen van de apparaatdeur los. Steek de munt in de spleet van de vergrendeling en tot de aanslag draaien .
‒ Draai de vergrendeling aan de linkerkant linksom.
‒ Draai de vergrendeling aan de rechterkant rechtsom.
- 4. De apparaatdeur tamelijk ver openen tot er een zacht klikgeluid te horen is en vervolgens de apparaatdeur sluiten.
- 5. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Door een niet vergrendelde deurbeveiliging kan de apparaatdeur uit de hengsels loskomen.
- Na het inbrengen van de apparaatdeur, de linker en rechter deurbeveiliging sluiten.
De schroevendraaier horizontaal houden en de deurbeveiliging (zwart onderdeel) aan beide kanten tot de aanslag naar onder schuiven .
- De deurbeveiliging is gesloten.
15.3 Ruit van de deur verwijderen
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten demonteren.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Vereisten
- Houd een schroevendraaier bij de hand.
- De apparaatdeur is verwijderd.
- 1. Leg de apparaatdeur met de voorkant naar beneden op een vlakke, zachte en schone ondergrond.
- 2. De linker en rechter schroef op de apparaatdeur losdraaien en verwijderen
Pagina 22
nl Apparaatdeur
- 3. De binnenruit voorzichtig schuin naar boven optillen en in de richting van de pijl verwijderen .
- 4. De tussenruit in het gebied naar beneden drukken en de houder voorzichtig optillen, totdat deze er uit getrokken kan worden.
- 5. De tussenruit van onderen optillen en in de richting van de pijl er uit nemen .
- 6. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Reinig de deurruiten aan beide kanten met glasreiniger en een zachte doek.
- 7. Droog de deurruiten en monteer ze weer.
15.4 Deurruiten aanbrengen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Een niet correct ingebouwde deurruit of apparaatdeur is gevaarlijk.
- Let erop dat alle deurruiten en de apparaatdeur correct zijn ingebouwd, voordat u het apparaat weer in bedrijf neemt.
- 1. Tip: Let er bij het inbouwen op dat de deurruiten zich in de oorspronkelijke volgorde bevinden. De middelste ruit in de richting van de pijl plaatsen en in de richting van de pijl schuiven, totdat deze in de omlijsting zit.
De pijl op de middelste ruit moet corresponderen met de pijl op de omlijsting .
- 2. De middelste ruit in het gebied naar beneden drukken en de houder schuin inschuiven en aandrukken, totdat deze vergrendelt.
- De houder is ingebracht.
- 3. De binnenruit aan de apparaatdeur in het midden uitlijnen.
- 4. De binnenruit schuin naar achteren in de deurafdekking plaatsen .
Pagina 23
Storingen verhelpen nl
- 5. De bevestigingshoek van de binnenruit in de opening plaatsen .
- 6. Draai de beide schroeven links en rechts op de apparaatdeur er in.
16 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
16.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Fout van het elektronische systeem 1. Koppel het apparaat kort van het elektriciteitsnet door de zekering uit te schakelen. 2. Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen. → "Basisinstellingen", Pagina 13 | |
| Het apparaat schakelt na het verstrijken van een tijdsduur niet volledig uit. | Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de ventilator in de achterwand van het apparaat draaien. ▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. • Het apparaat is uitgeschakeld. • Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld. • De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld. |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Stel de tijd opnieuw in. → "Tijd instellen", Pagina 12 |
| Tijd verschijnt niet op het display als het apparaat is uitgeschakeld. | Basisinstelling werd gewijzigd. ▶ Wijzig de basisinstelling voor de tijdindicatie. → "Basisinstellingen", Pagina 13 |
| Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderslot is geactiveerd. ▶ Deactiveer het kinderslot met de toets . → "Kinderslot", Pagina 12 |
Pagina 24
nl Afvoeren
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op het display verschijnt een melding met , bijv. - . | Elektronicastoring 1. Druk op de toets . ‒ Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding. 2. Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de servicedienst. Geef de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. → "Servicedienst", Pagina 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
16.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend originele lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De glazen afdekking kan door externe invloeden reeds gebroken zijn of bij inbouw of uitbouw door te veel druk breken.
- Wees voorzichtig bij het inbouwen of uitbouwen van de glazen afdekking.
- Gebruik handschoenen of een theedoek.
Vereisten
- Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
- De binnenruimte is afgekoeld.
- Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Draai het glazen kapje er naar links uit .
- 3. Trek de halogeenlamp zonder deze te draaien er uit .
- 4. Plaats de nieuwe halogeenlamp en duw deze stevig in de fitting.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
- 8. Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
17 Afvoeren
17.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Pagina 25
Servicedienst nl
18 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
18.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u onder in de bodem wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
19 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
19.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden.
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
- Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
19.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.
| Bakken op één niveau | Hoogte |
|---|---|
| hoog gebak of vorm op het rooster | 2 |
| plat gebak resp. op bakplaat | 3 |
| Bakken op twee niveaus | Hoogte |
| Braadslede Bakplaat | 3 1 |
| Vormen op het rooster: eerste rooster tweede rooster | Hoogte 3 1 |
| Bakken op drie niveaus | Hoogte |
| Bakplaat Braadslede Bakplaat | 4 3 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Opmerkingen
- Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
- Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
19.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
- Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
- Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de opgegeven tijd.
- Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de vorm. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 cm bedekt te zijn.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
- Berekening van de kooktijd (bijvoorbeeld 20 + 35): Bereken de kooktijd met 20 minuten per 500 g vlees plus 35 minuten extra tijd. Voor 1,5 kg is de kooktijd 95 minuten.
- Bereidingstijdbereik (bijv. 10-15): het gerecht is binnen de aangegeven minuten klaar.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
Pagina 26
nl Zo lukt het
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
- Giet afhankelijk van de grootte en het soort product tot 1/2 liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus bereiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de binnenruimte wordt minder verontreinigd.
- Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
- Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats bovendien de braadslede, met de schuine kant naar de apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eronder. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
- Gebruik een hoge braadvorm.
- De vorm op het rooster plaatsen.
- Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
- De vorm op het rooster plaatsen.
- Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
- Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
19.4 Selectie van gerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Victoria sponscake | 2x Taartvorm Ø 20 cm | 2 | 150-170¹ | 15-25 | |
| Volle vruchtencake | Hoge vorm Ø23 cm | 2 | 140-150 | 180-210 | |
| Vruchtentaart | Taart- of cakevorm Ø20 cm | 2 | 160-170 | 60-70 | |
| Quiche | Quiche-vorm (met zwarte coating) | 3 | 180-200 | 40-55 | |
| (Wit) brood | Broodvorm (1x 900 g of 2x 450 g) | 2 | 190-210¹ | 25-40 | |
| Scones | Bakplaat op rooster | 3 | 190-200² | 10-15 | |
| Koekjes | Bakplaat op rooster | 3 | 140-160¹ | 10-20 | |
| Kleine cakes | Vorm voor 12 stuks | 3 | 150³ | 25-35 | |
| Pavlova | Bakplaat op rooster | 3 | 90-100⁴ | 160-180 | |
| Yorkshire pudding | Vorm voor 12 stuks | 3 | 200-220⁵ | 15-25 | |
| Pizza, homemade | Bakplaat | 3 | 190-210 | 20-30 | |
| Pizza, homemade, dunne bodem | Ronde pizzaplaat | 2 | 250-270 | 8-13 | |
| Victoria sponscake, 2 niveaus | 4x Taartvorm Ø 20 cm | 3+1 | 150-160² | 20-30 | |
| Koekjes, 2 of 3 niveaus | Bakplaat op rooster | 3+1 4+3+1 | 140-160² | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
1 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2 Het apparaat voorverwarmen.
3 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
4 Warm het apparaat met Hotair 150°C voor.
5 Warm het apparaat 20 minuten voor.
6 Keer het voedsel niet.
7 De braadslede onder het rooster inschuiven.
8 Keer het voedsel na ca. 1 uur.
9 Het voedsel tussendoor keren.
Pagina 27
Zo lukt het nl
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Rundvlees, bovenbout / fricandeau | Open vorm | 2 | 170 | 40+30 | |
| Lamsbout (met been) | Open vorm | 2 | 160-170 | 25+15 | |
| Varkensbuik | Open vorm | 2 | 1. 2. | 1. 170-180 2. 250 | 1. 30+30⁶ 2. 3-5 |
| Kip, heel | Rooster | 2 | 170-180 | 25+15⁷ | |
| Kalkoenkroon | Rooster | 2 | 140-150 | 20+25 | |
| Kalkoen, heel, 4-8 kg | Rooster | 1 | 150-160 | 12+12⁸ | |
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Gesloten servies | 2 | 170-190 | 25-35 | |
| Vlees in dobbelsteentjes (rund-, varkens-, lamsvlees), 500 g | Gesloten servies | 2 | 140 | 120-140 | |
| Complete maaltijd met kip | Rooster + Rooster + Braadslede | 4+1 | 180, dan 200 (Yorkshi-re pudding) | kip: (25 + 25) + 20 voor York-shire pudding | |
| Plakjes bacon | Rooster | 3 | 1e kant 4-5 2e kant 3-4 | ||
| Worstjes, 2-4cm dik | Rooster | 3 | 10-15⁹ | ||
| Varkensvlees, achterham | Open vorm | 2 | 170-180 | 25+20⁶ | |
| Kip, heel | Open vorm | 2 | 170-180 | 20+20⁷ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
1 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2 Het apparaat voorverwarmen.
3 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
4 Warm het apparaat met Hotair 150°C voor.
5 Warm het apparaat 20 minuten voor.
6 Keer het voedsel niet.
7 De braadslede onder het rooster inschuiven.
8 Keer het voedsel na ca. 1 uur.
9 Het voedsel tussendoor keren.
19.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
- 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen.
- 2. De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
- 3. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie.
- 4. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig de instellingsaanbevelingen.
- 6. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Insteladvies voor yoghurt
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuifhoogte Temperatuur in Tijdsduur
Verwar-mingsmethode
°C in min.
- 1. 100¹
- 2. -
Yoghurt Portievormen
1 Het apparaat voorverwarmen.
Bodem van de binnen- 1. ruimte 2.
- 1. -
- 2. 8-9 uur
Pagina 28
nl Montagehandleiding
19.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.
Algemene opmerkingen
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus: Opmerking: Gebak op bakblikken of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 4
Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Biscuitgebak:
Wanneer u op 2 niveaus bakt, de springvormen steeds midden boven elkaar op de roosters plaatsen.
Insteladvies voor bakken
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Sprits | Bakplaat | 3 | 140-150¹ | 25-35 | |
| Sprits | Bakplaat | 3 | 140-150¹ | 20-30 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3 + 1 | 140-150¹ | 25-35 | |
| Sprits, 3 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 4 + 3 + 1 | 130-140¹ | 35-55 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 150-160¹ | 20-30 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 150¹ | 20-30 | |
| Kleine cakes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3 + 1 | 150¹ | 25-35 | |
| Small cakes, 3 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 4 + 3 + 1 | 140¹ | 30-40 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170² | 25-35 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170 | 30-35 | |
| Biscuitgebak, 2 niveaus | Springvorm Ø 26 cm | 3 + 1 | 150-160² | 35-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
| 1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. 2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. | ||||
| Insteladvies bij grillen | ||||
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuif- Verwarhoogte mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen | Rooster | 4 | 0,5-1,5 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
20 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
Pagina 29
Montagehandleiding nl
20.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met het inbouwen van het apparaat begint.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk voor schade als gevolg van een verkeerde inbouw.
- Gebruik de deurgreep niet voor transport of inbouw.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- De contactdoos van het apparaat dient zich in het gebied van het gearceerde vlak of buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagebeugel aan de wand worden bevestigd.
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die tijdens het inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
- Maataanduidingen van de afbeeldingen in mm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn gecertificeerd, een minimale aderdiameter van 1,5 mm² hebben en die voldoen aan de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
- Neem contact op met de service wanneer het netsnoer te kort is.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
20.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
Pagina 30
nl Montagehandleiding
20.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw onder een werkblad in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
- In combinatie met inductiekookplaten mag de spleet tussen werkblad en apparaat niet door extra lijsten worden afgesloten.
- Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
- Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de kookplaat in acht nemen.
- Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.
20.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de noodzakelijke minimale afstand volgt de minimale werkbladdikte .
| Soort kookplaat | a opbouw in mm | a vlak in mm | b in mm |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 37 | 38 | 5 |
| Inductiekookplaat met doorlopend kookoppervlak | 47 | 48 | 5 |
| Gaskookplaat | 30 | 38 | 5 |
| Elektrische kookplaat | 27 | 30 | 2 |
Pagina 31
Montagehandleiding nl
20.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw in een hoge kast in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.
- Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
- Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toebehoren er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
20.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
- Om een voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
- Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.
- Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
20.7 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij hoekinbouw aan.
- Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat kan worden geopend, dient u zich bij de hoekinbouw te houden aan de minimale afmetingen. De maat is afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep.
20.8 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
- Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
- Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aansluitkabel worden aangesloten.
- De aansluitkabel moet op de achterzijde worden ingestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
- De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door een originele kabel. Die is bij de service verkrijgbaar.
- De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Pagina 32
nl Montagehandleiding
Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- Steek de stekker in het stopcontact met randaarde. Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding dienen overeenkomstig de kleurcodering te worden aangesloten:
‒ groen-geel = aarddraad ‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding ‒ bruin = fase (buitendraad)
20.9 Apparaat inbouwen
Opmerking: De panelen niet met een accuschroevendraaier bevestigen. De panelen kunnen beschadigd raken.
- 1. Indien nodig de spleet tussen apparaatdeur en panelen middels de instelschroeven links en rechts aanpassen.
Met de klok mee: spleet vergroten
Tegen de klok in: spleet verkleinen
- 2. Het apparaat helemaal inschuiven.
Zorg ervoor dat het aansluitsnoer hierbij niet knikt, wordt ingeklemd of over scherpe randen wordt geleid.
- 3. Het apparaat gecentreerd uitlijnen.
Tussen het apparaat en de aangrenzende meubelfronten dient een luchtspleet van minstens 4 mm aanwezig te zijn.
- 4. De ovendeur iets openen en de panelen links en rechts losschroeven.
- 5. Sluit de apparaatdeur.
- 6. Indien nodig de hoogte van de ovendeur met de instelschroeven links en rechts instellen.
Met de klok mee: spleet verkleinen Tegen de klok in: spleet vergroten
- 7. Het apparaat vastschroeven.
Pagina 33
Montagehandleiding nl
- 8. Bij greeploze keuken met verticale greeplijst: ‒ Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige montage te waarborgen.
‒ Aluminiumprofielen voorboren, om een schroefverbinding te maken .
‒ Apparaat met adequate schroeven bevestigen .
- 9. De deur van het apparaat iets openen, de panelen er tegenaan zetten en eerst boven en vervolgens onder vastschroeven.
Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat mag niet door extra lijsten worden afgesloten. Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen isolatieprofielen worden aangebracht.
20.10 Apparaat demonteren
- 1. Maak het apparaat spanningsloos.
- 2. Draai de bevestigingsschroeven los.
- 3. Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar buiten.