Neff C17MR02N0, tekst van de handleiding
Pagina's 38–48 van 52 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 28–37verder op pagina 49 →
Pagina 38
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 160-170 | - | 100-120 | |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200-210 | 90 | 70-80 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 200-220 | 180 | 30 | |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 170-190 | - | 50-70 | |
| Lamszadel met been** | Open vorm | 1 | 180-190 | - | 40-50 | |
| Lamszadel met been** | Open vorm | 1 | 190-210 | 90 | 30-40 | |
| Lamskotelet*** | Rooster | 2 | 290 | - | 12-18 | |
| Worsten | ||||||
| Grillworsten | Rooster | 2 | 290 | - | 10-20 | |
| Vleesgerechten | ||||||
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm | 1 | 170-180 | - | 70-80 | |
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm | 1 | 170-190 | 360 | 30-40 | |
| * voorverwarmen ** zonder keren *** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen **** na 2/3 van de totale tijd keren | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
| Tips voor het braden, stoven en grillen | |
|---|---|
| De binnenruimte wordt erg vuil. | Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen. |
| Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd. |
| De korst is te dun. | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe. |
| Bij het stoven brandt het vlees aan. | Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten. Reduceer de temperatuur en voeg zo nodig nog wat vloeistof toe tijdens het smoren. |
| Het vlees is niet doorbakken. | Snijd het vlees open. Bereid de jus in de braadvorm en leg vervolgens de braadstukken in de jus. Bereid het vlees verder alleen met microgolven. |
| Het grillproduct wordt te droog. | Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grillproduct. Gebruik een grilltang. |
Pagina 39
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Vis
Uw apparaat biedt diverse verwarmingsmethoden voor het bereiden van vis. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de binnenruimte. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
U kunt herkennen dat de vis gaar is, wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Braden en grillen op het rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht op de aangegeven hoogte naar binnen. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder.
Giet afhankelijk van de grootte en de soort vis tot liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Er ontstaat zo minder rook en de binnenruimte blijft schoner.
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in de vis prikt, verliest hij sap en wordt hij droog.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braden en stomen in een vorm
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. De vis gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het bereiden van hele vis het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Doe voor het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Vis kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Stoven met microgolven
U kunt vis ook met microgolven stoven.
Gebruik hiervoor een gesloten, magnetronbestendige vorm of dek de vorm af met een bord of speciaal magnetronfolie. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 16
De smaak blijft grotendeels behouden en u kunt met minder zout en specerijen volstaan. Voeg bij hele vissen één tot drie eetlepels water of citroensap toe.
Laat de vis na het garen nog 2-3 minuten rusten voor een egale temperatuur.
Neem kant-en-klare gerechten voor het ontdooien uit de verpakking. In magnetronbestendige vormen gaart u sneller en gelijkmatiger.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor visgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vis op koelkasttemperatuur die in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor vis met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaardere vis wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere vissen oriënteert u zich aan de zwaarste vis om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke vissen dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter een vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Vis die niet in de zwemstand is na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Pagina 40
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Hetelucht
- • Thermogrillen
■
■
- Grill, groot
- Magnetron
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis | ||||||
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Open vorm | 1 | 170-190 | - | 20-30 | |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 2 | 230-250 | 90 | 15-20 | |
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 3 | |
| 360 | 2-7 | |||||
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Open vorm | 1 | 170-190 | - | 30-40 | |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 10 | |
| 360 | 10-15 | |||||
| Visfilets | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd, gegrild | Rooster | 2 | 220* | - | 15-25 | |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd, 400 g | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 4 | |
| 360 | 5-15 | |||||
| Viskoteletten | ||||||
| Viskotelet, 3 cm dik** | Rooster | 2 | 290 | - | 18-22 | |
| Vis, diepvries | ||||||
| Vis, heel 300 g, bijv. forel | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 5 | |
| 360 | 7-12 | |||||
| Visfilet, ongepaneerd | Gesloten vorm | 1 | 210-230 | - | 30-45 | |
| Visfilet, ongepaneerd, 400 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-15 | |
| Visfilet, gegratineerd | Rooster | 2 | 220-240 | - | 35-45 | |
| Visfilet, gegratineerd, 400 g | Open vorm | 1 | 200-220 | 360 | 15-20 | |
| Vissticks*** | Bakplaat | 1 | 220-240 | - | 15-25 | |
| Visgerechten | ||||||
| Visterrine, 1000 g | Terrinevorm | 1 | - | 360 | 20-25 | |
| * Voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen *** Tussentijds keren | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Groente en bijgerechten
Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten. Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Bereiden in combinatie met microgolven
Als u in combinatie met microgolven wilt garen, dient u altijd een gesloten magnetronbestendige vorm te gebruiken. Als u geen passende deksel voor uw vorm hebt, gebruikt u een bord of speciaal magnetronfolie. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm.
Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de voedingsproducten daarom zo vlak mogelijk in de vorm.
Graan schuimt sterk tijdens het koken. Gebruik voor alle graanproducten, waaronder bijvoorbeeld ook rijst, een hoge vorm met deksel.
De eigen smaak van de voedingsproducten blijft dan zoveel mogelijk behouden. Hierdoor kunt u met minder zout en specerijen volstaan.
Als u voor een voorbereide hoeveelheid voedingsproduct geen instelling vindt, verlengt of verkort u de gaartijd op basis van de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Pagina 41
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Tussentijds kunt u de voedingsproducten het beste twee tot drie maal keren of omroeren. Laat de voedingsproducten na het verhitten nog twee tot drie minuten rusten voor een egale temperatuur.
De voedingsproducten geven warmte aan de vorm af. Ook als er alleen microgolven worden gebruikt, kan de vorm daarom zeer heet worden.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bereiden op één niveau
Volg de opgaven in de tabel op.
Bereiden op twee niveaus
Gebruik Hetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
- Bakplaat: hoogte 1
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de
aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. De aangegeven tijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Hetelucht
- • Thermogrillen
- • Grill, groot
- • Magnetron
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Groente, vers | ||||||
| Groente, vers, 250 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 8-12 | |
| Groente, vers, 500 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 12-17 | |
| Groente, diepvries | ||||||
| Spinazie, 450 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 13-18 | |
| Gemengde groente, 250 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-14 | |
| Gemengde groente, 500 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 15-20 | |
| Groentegerechten | ||||||
| Gegrilde groente | Braadslede | 3 | 290 | - | 10-15 | |
| Aardappels | ||||||
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 1 | 160-180 | - | 45-60 | |
| Gebakken aardappels, gehalveerd, 1 kg | Braadslede | 2 | 200-220 | 360 | 15-20 | |
| Aardappels in de schil, heel, 250 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-13 | |
| Gekookte aardappels, gekwart, 500 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 12-15 | |
| Aardappelproducten, diepvries | ||||||
| Aardappel-rösti | Braadslede | 2 | 180-200 | - | 20-30 | |
| Kartoffeltaschen, gevuld | Braadslede | 2 | 200-220 | - | 18-28 | |
| * tussentijds een tot twee keer doorroeren | ||||||
Pagina 42
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kroketten (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | 210-230 | - | 15-25 | |
| Patates frites (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | 200-210 | - | 20-30 | |
| Frites, 500 g | Braadslede | 2 | 250-270 | 180 | 15-20 | |
| Patates frites, 2 niveaus (tussentijds keren) | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 200-220 | - | 30-40 | |
| Rijst | ||||||
| Rijst met lange korrel, 250 g + 500 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 7-9 | |
| 180 | 13-16 | |||||
| Zilvervliesrijst, 250 g + 650 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 11-13 | |
| 180 | 25-30 | |||||
| Risotto, 250 g + 900 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 12-14 | |
| 180 | 22-27 | |||||
| Granen | ||||||
| Couscous, 250 g + 500 ml water | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 6-8 | |
| Gierst, heel, 250 g + 600 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 8-10 | |
| 180 | 10-15 | |||||
| Polenta/maïsgriesmeel, 125 g + 500 ml water* | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 6-8 | |
| 180 | 4-7 | |||||
| Gerst, 250 g + 750 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 11-13 | |
| 180 | 15-20 | |||||
| Ei | ||||||
| Eiergelei van 2 eieren | Gesloten vorm | 1 | - | 360 | 6-8 | |
| * tussentijds een tot twee keer doorroeren | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
Dessert
Met uw apparaat kunt u yoghurt en diverse desserts bereiden.
Gebruik voor de bereiding met microgolven altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 16
Als u de vorm op het rooster plaatst, schuift u het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen.
Yoghurt maken
Neem de rekjes en toebehoren uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 1. 1 Liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat op 90 °C verwarmen en tot 40 °C afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen op 40 °C voldoende.
- 2. Hier 150g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- 3. Hiermee koppen of kleine potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
- 4. De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en bereiden zoals aangegeven.
- 5. Na de bereiding de yoghurt in de koelkast laten afkoelen.
Pudding van puddingpoeder
Roer het puddingpoeder volgens de instructies op de verpakking met de melk en suiker in een hoge magnetronbestendige kom om. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Roer de melk goed door zodra deze opkomt. Herhaal dit twee tot drie keer.
Rijstepap klaarmaken
- 1. Rijst wegen en 4-voudige hoeveelheid melk toevoegen.
- 2. Vul een hoge, magnetronbestendige kom met de rijst en melk.
- 3. Stel het apparaat in zoals in de tabel is aangegeven.
- 4. Roer de melk goed door zodra deze opkomt en verlaag vervolgens het microgolfvermogen aan de hand van de tabel.
Roer de rijst tijdens het koken meerdere keren door.
Pagina 43
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Compote
Weeg de vruchten in een magnetronbestendige kom af en voeg per 100 géén eetlepel water toe. Voeg naar smaak suiker en kruiden toe. Dek de kom af en stel het apparaat in aan de hand van de tabel.
Roer tijdens het garen twee tot drie keer om.
Popcorn voor de magnetron
Gebruik een hittebestendige, vlakke glazen vorm, zoals het deksel van een ovenschaal. Gebruik geen porceleinen of sterk gewelfde schaal.
Leg de popcornzak met de gemarkeerde kant naar beneden gericht op de vorm. Instellen zoals aangegeven in de tabel. Afhankelijk van het product en de hoeveelheid moet de tijd mogelijk worden aangepast.
Verwijder de popcornzak na 1 minuut en schud deze om zodat de popcorn niet aanbrandt. Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.
Waarschuwing
Risico van verbranding!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan barsten. Houd u altijd aan de opgaven op de verpakking. Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Aanbevolen instelwaarden
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Hetelucht
- • Magnetron
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Pudding van puddingpoeder* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 5-8 | |
| Yoghurt | Portievormen | Bodem binnenruimte | 40-45 | - | 8-9h | |
| Rijstepap, 125 g + 500 ml melk* | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 10 | |
| 180 | 20-25 | |||||
| Vruchtencompote, 500 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 9-12 | |
| Popcorn voor de magnetron, 1 zak à 100 g** | Open vorm | 1 | - | 600 | 4-6 | |
| * tussentijds een tot twee keer doorroeren ** gesloten zak op de vorm plaatsen | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
Eco-verwarmingsmethode
Hetelucht Eco is een intelligente verwarmingsmethode voor een gezonde bereiding van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het product kan energie worden gespaard.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Gebruik alleen de originele accessoires van uw apparaat. Deze zijn optimaal afgestemd op de binnenruimte en de functies.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen en vormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Hierdoor kunt u tot 35 procent energie sparen.
Vormen van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel. Niet-reflecterende vormen van email, hittebestendig glas of gecoat, drukgegoten aluminium is beter geschikt.
Lichte vormen, keramische vormen of vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
Hier vindt u gegevens voor verschillende gerechten. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel het apparaat indien nodig de volgende keer hoger in.
Pagina 44
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Hetelucht Eco
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gebak in vormen | |||||
| Cake in de vorm | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 140-160 | 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 1 | 140-160 | 20-40 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 1 | 150-170 | 20-30 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-170 | 25-35 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-160 | 50-60 | |
| Gebak op de plaat | |||||
| Cake met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | 20-40 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 170-180 | 25-35 | |
| Klein gebak | |||||
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 160-180 | 15-30 | |
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 150-160 | 25-35 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 2 | 170-190 | 25-50 | |
| Branddeeggebak, bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | 200-220 | 35-45 | |
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140-160 | 15-30 | |
| Sprits | Bakplaat | 2 | 140-150 | 25-40 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals
bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
|---|---|
| Algemeen | ■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden. ■ Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden. ■ Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte, max. 200 °C. Met hete lucht max. 180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte, max. 190 °C. Met hete lucht max. 170 °C. Ei of eigeel vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites | Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen. |
Pagina 45
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Drogen
Met Hetelucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.
Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.
Snij ze eventueel in even grote stukken of dunnen plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddenstoelen niet op elkaar liggen.
Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groente afdruipen en verdeel het gelijkmatig over het rooster.
Droog kruiden met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het drogen:
- 1 rooster: hoogte 2
- 2 roosters: hoogte 3+1
Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter zijn ze geconserveerd. Hoe dunner men snijdt, des te sneller is het einde van de droogtijd bereikt en des te aromatischer blijft het gedroogde levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Indien u nog meer levensmiddelen wilt drogen, dan oriënteert u zich aan soortgelijke levensmiddelen in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Hetelucht
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in uren |
|---|---|---|---|---|---|
| Pitvruchten (appelringen, 3 mm dik, per rooster 200 g) | Rooster | 2 | 80 | 4-7 | |
| Steenvruchten (pruimen) | Rooster | 2 | 80 | 8-10 | |
| Wortelgewassen (wortelen), geraspt, geblancheerd | Rooster | 2 | 80 | 4-7 | |
| Paddestoelen in plakjes | Rooster | 2 | 60 | 6-8 | |
| Kruiden, schoongemaakt | 1-2 Roosters | - | 60 | 2-6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
Inmaken
In uw apparaat kunt u fruit en groente inmaken.
Waarschuwing
Risico van letsel!
Wanneer de levensmiddelen niet goed zijn ingekookt, kunnen de inmaakpotten barsten. Volg de aanwijzingen voor het inkoken.
Potten
Gebruik uitsluitend schone en onbeschadigde weckflessen. Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en onbeschadigde rubber afdichtringen. Klemmen en veren van tevoren controleren.
Gebruik bij een inmaakproces alleen weckflessen van gelijke grootte en met dezelfde levensmiddelen. In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes weckflessen met , 1 of 1 liter tegelijkertijd inmaken. Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
De weckflessen mogen tijdens het inkoken in de binnenruimte niet met elkaar in contact komen.
Fruit en groente voorbereiden
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
Fruit resp. groente afhankelijk van de soort, schillen, pitten verwijderen en kleinmaken en in weckflessen tot ca. 2 cm onder de rand vullen.
Fruit
De vruchten in de weckflessen met hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. 400 ml voor 1-literfles). Op één liter water:
- ca. 250 g suiker bij zoet fruit
- ca. 500 g suiker bij zuur fruit
Groente
De groente in de weckflessen vullen met heet, afgekookt water.
De glazen randen schoonmaken. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen. Plaats de glazen potten zó in de braadslede dat ze elkaar niet raken. 500 ml heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Inmaken beëindigen
Fruit
Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Apparaat uitschakelen, zodra alle weckflessen belletjes vormen. Haal de weckflessen na de aangegeven nawarmtijd uit de binnenruimte.
Pagina 46
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Groente
Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Zodra alle weckflessen borrelen, de temperatuur op 120 °C reduceren en de flessen zoals aangegeven in de tabel in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen. Schakel na afloop van deze tijd het apparaat uit en maak zoals in de tabel aangegeven nog enkele minuten gebruik van de nawarmte.
Haal de flessen na het inmaken uit de binnenruimte en plaats ze op een schone doek. Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond, ze zouden anders kunnen knappen. Dek de weckflessen af om ze tegen tocht te beschermen. Klemmen pas verwijderen wanneer de glazen koud zijn.
Aanbevolen instelwaarden
De aangegeven tijden in de insteltabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid, de temperatuur en de kwaliteit van de inhoud. De gegeven hebben betrekking op ronde potten van1 liter. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen. Het borrelen begint na ca. 30-60 minuten.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Hetelucht
| Gerecht | Vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Inmaken | |||||
| Groente, bijv. wortelen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| 120 | vanaf het borrelen: 30-40 | ||||
| - | Nawarmen: 30 | ||||
| Groente, bijv. komkommer | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| - | Nawarmen: 30 | ||||
| Steenvruchten, bijv. kersen, pruimen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| - | Nawarmen: 35 | ||||
| Pitvruchten, bijv. appels, aardbeien | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| - | Nawarmen: 25 | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)
Ontdooien
Gebruik voor het ontdooien van bevroren fruit, groente, gevogelte, vlees, vis en gebak de magnetronfunctie.
Neem de bevroren levensmiddelen uit de verpakking en leg deze in een magnetronbestendige vorm op het rooster. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 16
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Aanbevolen instelwaarden
De tijdgegevens in de tabel zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit, vriestemperatuur (- 18 °C) en de aard van de levensmiddelen. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig. Ontdooien lukt vaak beter in meerdere stappen. Deze zijn in de tabel onder elkaar aangegeven.
Tip: Vlak bevroren of geportioneerde stukken ontdooien sneller dan wanneer zij als blok werden bevroren.
De gerechten tussentijds een tot twee keer omroeren of keren. Grote stukken moet u herhaaldelijk keren. Indien
nodig de gerechten tussendoor uit elkaar halen of al ontdooide stukken uit de binnenruimte nemen.
Laat de ontdooide gerechten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur zich aanpast.
Tip: Bij andere hoeveelheden dan in de insteltabel zijn aangegeven, helpt de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Pagina 47
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Gebruikte verwarmingsmethode: ■ • Magnetron
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Brood, broodjes | |||||
| Brood, 500 g | Open vorm | 1 | 180 | 3 | |
| 90 | 10-15 | ||||
| Broodjes | Rooster | 1 | 90 | 2-4 | |
| 90 | 5-10 | ||||
| Gebak | |||||
| Taart, vochtig, 500 g | Open vorm | 1 | 180 | 2 | |
| 90 | 10-15 | ||||
| Gebak, droog, 750 g* | Open vorm | 1 | 180 | 2 | |
| 90 | 10-15 | ||||
| Vlees & gevogelte | |||||
| Kip, heel, 1,2 kg* | Open vorm | 1 | 180 | 10 | |
| 90 | 10-15 | ||||
| Stukken gevogelte, 250 g* | Open vorm | 1 | 180 | 10 | |
| 90 | 10-15 | ||||
| Eend, 2 kg* | Open vorm | 1 | 180 | 10 | |
| 90 | 40-50 | ||||
| Vlees, heel, bijv. braadvlees, (rauw vlees) 800 g* | Open vorm | 1 | 180 | 15 | |
| 90 | 10-15 | ||||
| Vlees, heel, bijv. braadvlees, (rauw vlees) 1 kg* | Open vorm | 1 | 180 | 15 | |
| 90 | 20-30 | ||||
| Vlees, heel, bijv. braadvlees, (rauw vlees) 1,5 kg* | Open vorm | 1 | 180 | 15 | |
| 90 | 25-35 | ||||
| Vlees, in stukken of plakken, bijv. goulash (rauw vlees), 500 g* | Open vorm | 1 | 180 | 8 | |
| 90 | 5-10 | ||||
| Gehakt, gemengd, 200 g* | Open vorm | 1 | 90 | 8-15 | |
| Gehakt, gemengd, 500 g* | Open vorm | 1 | 180 | 5 | |
| 90 | 10-15 | ||||
| Gehakt, gemengd, 800 g* | Open vorm | 1 | 180 | 10 | |
| 90 | 20-30 | ||||
| Vis | |||||
| Vis, heel, 300 g* | Open vorm | 1 | 180 | 3 | |
| 90 | 10-15 | ||||
| Visfilet, 400 g* | Open vorm | 1 | 180 | 5 | |
| 90 | 10-15 | ||||
| Fruit, groente | |||||
| Kleinfruit, 300 g | Open vorm | 1 | 180 | 5-10 | |
| Groente, 600 g | Open vorm | 1 | 180 | 10 | |
| 90 | 8-13 | ||||
| Diversen | |||||
| Boter ontdooien, 125 g | Open vorm | 1 | 90 | 7-9 | |
| * Na 1/2 van de tijd keren | |||||
Pagina 48
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Voedingsproducten verwarmen met microgolven
Met microgolven kunt u voedingsproducten verwarmen of in één keer ontdooien en verwarmen.
Neem kant-en-klare gerechten voor het ontdooien uit de verpakking. In een magnetronbestendige vorm wordt het product sneller en gelijkmatiger verwarmd. De componenten van een product kunnen op verschillende snelheden worden verwarmd.
Platte gerechten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de voedingsproducten daarom zo vlak mogelijk in de vorm. Plaats levensmiddelen niet boven op elkaar.
Dek de voedingsproducten af. Hierdoor verkrijgt u een beter kookresultaat. Als u geen passende deksel voor uw vorm hebt, gebruikt u een bord of speciaal magnetronfolie.
Roer of keer de voedingsproducten tussentijds twee tot drie keer om. Laat de voedingsproducten na het verhitten nog 1 tot 2 minuten rusten voor een egale temperatuur.
Plaats flesjes of potjes babyvoeding die u wilt verwarmen, zonder speen of deksel op het rooster. Schud of roer de voeding na het verwarmen goed door en controleer altijd de temperatuur.
De voedingsproducten geven warmte aan de vorm af. Ook als er alleen microgolven worden gebruikt, kan de vorm daarom zeer heet worden.
Tip: Bij andere hoeveelheden dan in de insteltabel zijn aangegeven, helpt de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat er bellen ontstaan. Al bij een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof dan plotseling hevig overkoken en opspatten. Zorg ervoor dat er
tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
Attentie!
Ontstaan van vonken: metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Vonken kunnen de binnenste deurruit aantasten.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse dranken en voedingswaren de instelwaarden voor het verwarmen met microgolven. De tijdgegevens zijn richtwaarden. Zij zijn afhankelijk van de vorm, evenals de kwaliteit, temperatuur en aard van het levensmiddel. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
De tabelwaarden gelden voor voedingsproducten die in de koude binnenruimte worden geplaatst.
Als voor een specifiek voedingsproduct geen waarden zijn aangegeven, oriënteert u zich op soortgelijke voedingsproducten in de tabel.
Neem ongebruikte toebehoren uit de binnenruimte. Zo verkrijgt u een optimaal kookesultaat en spaart u energie.
Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Magnetron
| Gerecht | Vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dranken verwarmen | ||||||
| 200 ml (goed doorroeren) | Open vorm | 1 | - | max | 1-3 | |
| 400 ml (goed doorroeren) | Open vorm | 1 | - | max | 2-6 | |
| Babyvoeding verwarmen | ||||||
| Melkflesje, 150 ml (goed doorroeren) | Open vorm | 1 | - | 360 | 1-3 | |
| Groente, gekoeld | ||||||
| 250 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 3-8 | |
| Groente, diepvries | ||||||
| los, 250 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 8-12 | |
| Spinazie à la crème, in diepvriesblok, 450 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 11-16 | |