naslaan.comZoekenAlle merken

Neff KI7863DD0, tekst van de handleiding

Pagina's 94–105 van 108 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 82–93

Pagina 94

nl Alarm

Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Superkoelen inschakelen

"super cool" brandt.

Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Superkoelen uitschakelen

8.2 Supervriezen

Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.

Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.

Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.

"Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 96

Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Supervriezen inschakelen

Opmerking: Na ca. 50 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Supervriezen uitschakelen

8.3 Rust-modus

De rustmodus schakelt alle niet absoluut noodzakelijke functies uit.

Tijdens de rust-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld:

Superkoelen

Supervriezen

94

Alarm

Binnenverlichting

Akoestische signalen

Meldingen op het bedieningspaneel

Opmerking: Tijdens de rust-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. "super freeze" brandt met gereduceerde helderheid.

Rust-modus inschakelen

"super freeze" brandt.

Opmerking: Na ca. 80 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Rust-modus uitschakelen

9 Alarm

9.1 Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Er klinkt een waarschuwingssignaal en "alarm off" brandt.

Deuralarm uitschakelen

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

9.2 Temperatuuralarm

Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.

Pagina 95

Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm off" knipperen.

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:

Het apparaat wordt in gebruik genomen.

Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.

Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.

De deur van het vriesvak is te lang geopend.

Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.

Temperatuuralarm uitschakelen

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

10 Koelvak

In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.

Koelvak nl

De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.

Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.

Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.

Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.

10.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor

Pagina 96

nl Vriesvak

komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

10.3 Sticker "OK"

Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.

De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.

Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.

"Koelvaktemperatuur instelen", Pagina 93

Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

11 Vriesvak

In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.

De temperatuur is van −16 °C tot −24 °C instelbaar.

Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.

Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

11.1 Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoe-

veel uur tot in de kern kan worden ingevroren.

Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 91

Voorwaarden voor invriesvermogen

"Supervriezen inschakelen", Pagina 94

11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken

Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.

11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.

Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.

De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.

Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.

Pagina 97

11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen

Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.

Levensmiddelen per portie invriezen.

Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.

Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.

Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.

Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.

Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

Vriesvak nl

11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C

ProductBewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banketTot 6 maanden
Gevogelte, vleesTot 8 maanden
Groente, fruitTot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)

De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.

11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.

Brood bij kamertemperatuur ontdooien.

Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.

Pagina 98

nl Ontdooien

12 Ontdooien

12.1 Ontdooien in het koelvak.

Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.

Fig. 6

Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.

Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden: De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen Pagina 99.

12.2 Ontdooien in het vriesvak

Door het volledig automatische “NoFrost”-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.

13 Reiniging en onderhoud

De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.

13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging

Pagina 93

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 100

13.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

Pagina 99

13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.

Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.

Pagina 99

Pagina 100

Fig. 7

13.4 Onderdelen eruit halen

Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.

Reiniging en onderhoud nl

Plateau verwijderen

Fig. 8

Deurrek verwijderen

Fig. 9

Bewaarlade verwijderen

Fig. 10

Groente- en fruitlade verwijderen

Fig. 11

Diepvrieslade verwijderen

Fig. 12

Ladefront verwijderen

U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenlade verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.

Fig. 13

Pagina 100

nl Storingen verhelpen

13.5 Apparaatonderdelen demonteren

Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.

Deurrekrail uitbouwen

Fig. 14

Legplateau boven de fruit- en groentelade

Om de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.

Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen

Pagina 99

Legplateau boven de fruit- en groentelade inbouwen

Fig. 15

14 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 93
2. Wacht 2 minuten.
3. Schakel het apparaat weer in. Pagina 93
4. Wacht 1 minuut en houd aansluitend super cool ingedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken.
5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 100)

Pagina 101

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
LED-verlichting functioneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Het apparaat is te vaak geopend.
▸ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 101)

Pagina 102

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Alarmsignaal weerklinkt en "alarm off" brandt.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Druk op alarm off.
Schakel het alarm uit.
Deur van het apparaat is open.
▸ Sluit de deur van het apparaat.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (koelvak) en "alarm off" knipperen.Deur van het koelvak is open.
▸ Sluit de deur van het koelvak.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm off" knipperen.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Druk op alarm off.
Schakel het alarm uit.
Vriesvakdeur is open.
▸ Sluit de vriesvakdeur.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.
▸ Overschrijd het vriesvermogen niet.
"Invriescapaciteit", Pagina 96
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 93
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 93
▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Bodem van het koelvak is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.
▸ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Pagina 99
Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)

102

Pagina 103

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat produceert geluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▸ Haal flessen of containers van elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
14.1 Stroomuitval2. Haal de stekker van het apparaat

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)

Tijdens een stroomuitval stijgt de uit het stopcontact.

temperatuur in het apparaat, hierdoor De stekker van het netsnoer uit het verkort de bewaartijd en de kwaliteit stopcontact trekken of de zekering van de diepvriesproducten vermin- in de meterkast uitschakelen. dert. 3. Het apparaat na 5 minuten op-Op onze website van uw apparaat nieuw elektrisch aansluiten. vindt in de technische gegevens de Pagina 13 bewaartijd van de diepvriesproducten 4. Het apparaat inschakelen. in geval van een storing. Pagina 93

onmiddellijk na de stroomuitval Wanneer na het einde van de ap-controleren. paraatzelftest 2 akoestische signa-

14.2 Apparaatzelftest uitvoe- Wanneer na het einde van de zelftest van het apparaat 5 akoesti-ren sche signalen klinken en de leds Uw apparaat beschikt over een appa- van de temperatuuraanwijzing met raatzelftest, welke storingen weer- verschillende helderheid branden, geeft, die uw service kan verhelpen. neem dan contact op met de servi-

Pagina 104

nl Opslaan en afvoeren

Superkoelen is ingeschakeld en "super cool" brandt.

Pagina 94

15 Opslaan en afvoeren

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen

Pagina 93

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

15.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

WAARSCHUWING

Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

16 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Pagina 105

Technische gegevens nl

Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.

Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

17 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 91

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

Het aantal lichtbronnen is modelafhankelijk.

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E.

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G.

De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door geschoold vakpersoneel worden vervangen.

16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 91

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

105

← pagina's 82–93Inhoud