Neff KI8816DE1, tekst van de handleiding
Pagina's 67–80 van 88 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 81 →
Pagina's 1–66: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 67
Inhoudsopgave nl
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid ................................... 68
1.1 Definitie van de signaalwoorden ............................................... 68 1.2 Algemene aanwijzingen ........... 68 1.3 Bestemming van het apparaat ............................................... 68 1.4 Inperking van de gebruikers ... 69 1.5 Veiliger transport ....................... 69 1.6 Veilige installatie ........................ 69 1.7 Veilig gebruik ............................. 70 1.8 Beschadigd apparaat ............... 72
2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 73
3 Milieubescherming en besparing .............................................. 73
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 73 3.2 Energie besparen ..................... 73
4 Opstellen en aansluiten ............ 74
4.1 Leveringsomvang ...................... 74 4.2 Criteria voor de opstellocatie ................................................. 74 4.3 Apparaat monteren ................... 75 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 75 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten ................................................ 75
5 Uw apparaat leren kennen ........ 75
5.1 Apparaat ..................................... 75 5.2 Bedieningspaneel ..................... 76
6 Uitrusting ................................... 76
6.1 Legplateau .................................. 76 6.2 Variabel legplateau ................... 76 6.3 Uittrekbaar legplateau .............. 76 6.4 Groente- en fruitlade ................. 76 6.5 Koude lade ................................. 77 6.6 Boter- en kaasvak ..................... 77 6.7 Deurrekken ................................. 77
6.8 Accessoires ............................... 77
7 De Bediening in essentie ......... 77
7.1 Apparaat inschakelen .............. 77 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 77 7.3 Machine uitschakelen .............. 77 7.4 Temperatuur instellen ............... 78
8 Extra functies ............................ 78
8.1 Superkoelen ............................. 78
9 Alarm .......................................... 78
9.1 Deuralarm ................................... 78
10 Koelvak .................................... 78
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ............................................. 79 10.2 Koudezones in het koelvak .. 79
11 Chillervak ................................. 79
11.1 Bewaartijden in de koude lade bij 0°C ................................ 79
12 Ontdooien ................................ 79
12.1 Ontdooien in het koelvak. ..... 79 12.2 Ontdooien in de koude lade ............................................... 80
13 Reiniging en onderhoud ......... 80
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging .................................... 80 13.2 Apparaat schoonmaken ........ 80 13.3 Onderdelen eruit halen .......... 81 13.4 Apparaatonderdelen demonteren .......................................... 81
14 Storingen verhelpen ............... 82
14.1 Apparaatzelftest uitvoeren .... 84
15 Opslaan en afvoeren .............. 84
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen .............................................. 84 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat ............................................ 85
67
Pagina 68
nl Veiligheid
16 Servicedienst ........................... 85
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) .......... 86
17 Technische gegevens ............ 86
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Definitie van de signaalwoorden
Hier vindt u de betekenis van de in deze handleiding gebruikte signaalwoorden.
WAARSCHUWING
Neem deze aanwijzingen in acht om mogelijk ernstig of dodelijk letsel te vermijden.
VOORZICHTIG
Neem deze aanwijzingen in acht om licht of middelzwaar letsel te vermijden.
LET OP
Neem deze aanwijzingen in acht om schade aan het apparaat of andere materiële schade te vermijden.
Opmerking: Dit wijst u op belangrijke informatie.
1.2 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.3 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
voor het koelen van levensmiddelen.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Pagina 69
Veiligheid nl
1.4 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.5 Veiliger transport
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
1.6 Veilige installatie
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
69
Pagina 70
nl Veiligheid
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!
Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet afsluiten.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.7 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
- Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Pagina 71
Veiligheid nl
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
- Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
- Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in de koude lade bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
71
Pagina 72
nl Veiligheid
- Rauw vlees en vis in geschikte containers in het koelapparaat dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
- Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.8 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de klantenservice. Pagina 85
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Pagina 73
Het voorkomen van materiële schade nl
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
- Ventileer de ruimte.
- Het apparaat uitschakelen. Pagina 77
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de service. Pagina 85
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
- Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
- Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Bij contact met zuurhoudende levensmiddelen corrodeert en verkleurt het aluminium.
- Levensmiddelen uitsluitend verpakt in het apparaat bewaren.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
Een nisdiepte van 560 mm gebruiken.
De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
73
Pagina 74
nl Opstellen en aansluiten
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.
Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst Pagina 85 contact op.
De levering bestaat uit:
Inbouw
Uitrusting en accessoires ¹ Montagemateriaal Montagehandleiding Gebruiksaanwijzing Klantenservice overzicht
Garantiebijlage ²
Energielabel
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2 Niet in alle landen
74
Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie
WAARSCHUWING
Explosiegevaar!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 /
Pagina 75
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 70 bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij omgevingstemperaturen van 10°C tot 43°C.
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u het apparaat gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C worden uitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optre-
Pagina 75
den tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- 1. Haal het informatiemateriaal er uit.
- 2. Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- 3. Het apparaat voor de eerste keer reinigen. Pagina 80
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- 1. De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Uw apparaat leren kennen nl
stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. "Apparaat", Fig. 1 /
Pagina 75
- 2. De netstekker op vastheid controleren.
Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Fig. 1
Koelvak Pagina 78
Chillervak Pagina 79
Bedieningspaneel Pagina 76
Variabel legplateau
Pagina 76 ¹
Uittrekbaar legplateau Pagina 76 ¹
Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar Pagina 76
Groente- en fruitlade Pagina 76
Koude lade Pagina 77
Typeplaatje Pagina 86
Boter- en kaasvak Pagina 77 ¹
Verlichting
Deurrek voor grote flessen Pagina 77
75
Pagina 76
nl Uitrusting
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Fig. 2
0 °C brandt als het apparaat in werking is.
alarm schakelt het waarschuwingssignaal uit.
-/+ stelt de temperatuur van het koelvak in.
Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.
super schakelt Superkoelen in of uit.
schakelt het apparaat in of uit.
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. "Plateau verwijderen", Pagina 81
6.2 Variabel legplateau
Gebruik het variabel legplateau alleen om op het daaronder liggende plateau hoge te koelen producten te bewaren, bijv. kannen of flessen. U kunt het voorste deel van het variabele legplateau uittrekken en onder het achterste deel van het variabele legplateau schuiven.
Fig. 3
76
6.3 Uittrekbaar legplateau
Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, trekt u het uittrekbare legplateau er uit.
6.4 Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Fig. 4
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door aan de vochtigheidsregelaar te draaien instellen:
Naar links draaien voor lage luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van fruit of hoge belading.
Naar het midden draaien voor gemiddelde luchtvochtigheid bij gemengde belading.
Naar rechts draaien voor hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente of geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij tempe-
Pagina 77
raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.5 Koude lade
Gebruik de lagere temperaturen in de koude lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
6.6 Boter- en kaasvak
Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
Om het boter- en kaasvak te openen, drukt u licht midden-onder op de klep.
Opmerking: Het vak wordt naar onderen geopend. De klep schuift onder het vak.
Fig. 5
6.7 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
"Deurrek verwijderen", Pagina 81
6.8 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Flessenhouder
De flessenhouder voorkomt dat flessen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen.
Fig. 6
De Bediening in essentie nl
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- 1. indrukken.
Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Het apparaat begint te koelen.
- 2. De gewenste temperatuur instellen. Pagina 78
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
De behuizing links, rechts en onder de koude lade wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.
Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
- Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
indrukken.
77
Pagina 78
nl Extra functies
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
- Druk net zo vaak op -/+ totdat de temperatuuraanduiding de gewenste temperatuurinstelling weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Temperatuur koude lade instellen
Opmerking: De koude lade is standaard op de stand 0 vooringesteld. De stand 0 komt overeen met een temperatuur van ongeveer 0 °C. U kunt de temperatuur in de koude lade 3 standen warmer of kouder instellen.
Tip: Wanneer er zich ijs afzet op de kleine koelproducten in de koude lade, stel dan de temperatuur in de koude lade hoger in.
- 1. super ingedrukt houden, totdat het temperatuurdisplay knippert.
- 2. Om de instelling te wijzigen, op -/+ drukken.
- Stand –3 is de koudste instelling.
- Stand +3 is de warmste instelling.
Na een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen.
8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen in voor het bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in het koelvak.
78
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Superkoelen inschakelen
- Druk op super.
"super" brandt.
Opmerking: Na ca. 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen uitschakelen
- Druk op super.
De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal.
Deuralarm uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op alarm drukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u melkproducten, eieren, bereide gerechten, brood en banket, geopende conservenblikken en harde kaas bewaren.
De temperatuur is van 3 °C tot 8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
Pagina 79
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.
Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.
Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het deurrek voor grote flessen.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koude lade, bijv. vis, worst en vlees.
"Chilervak", Pagina 79
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
Chillervak nl
11 Chillervak
In de koude lade kunt u verse levensmiddelen tot wel drie keer langer vers houden dan in het koelvak.
De temperatuur in de koude lade wordt rond de 0°C gehouden.
De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid in de koude lade zorgen voor ideale bewaaromstandigheden voor licht bederfelijke levensmiddelen.
11.1 Bewaartijden in de koude lade bij 0°C
De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit van uw levensmiddelen.
| Product | Bewaartijd |
|---|---|
| Verse vis, zeevruchten | tot 3 dagen |
| Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) | tot 5 dagen |
| Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) | tot 7 dagen |
| Gerookte vis, broccoli | tot 14 dagen |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen | tot 21 dagen |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | tot 30 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 79)
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Het koelvak van uw apparaat ontdooit automatisch.
Pagina 80
nl Reiniging en onderhoud
12.2 Ontdooien in de koude lade
De koude lade van uw apparaat ontdooit automatisch.
13 Reiniging en onderhoud
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 77
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
- 5. Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat.
Pagina 81
- 6. De scheidingsplaat demonteren. Pagina 81
- 7. De afdekking verwijderen.
Pagina 81
- 8. De telescooprails demonteren. Pagina 81
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. Pagina 80
- 2. Reinig het apparaat, de uitrustingsdelen, de toebehoren, de uitbouwbare apparaatdelen en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel.
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. De uitrustingsdelen plaatsen en de uitbouwbare apparaatdelen inbouwen.
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 13