Neff S65M64N0EU, tekst van de handleiding
Vaatwasser · Neff · 37 pagina's in het Nederlands · pdf: 42 pagina's, 1,2 MB
Storingen op pagina 26
Pagina 26
Vanaf de titel; het begin van pagina 26 staat in de pdf.
3 Wat te doen bij storingen?
Wa t te n doe
jbi n? inge or st
De ervaring leert dat veel storingen die in het dagelijks gebruik optreden, door u zelf verholpen kunnen worden. Hiermee bespaart u natuurlijk kosten en bent u er zeker van dat de machine snel weer gebruikt kan worden. In het volgende overzicht vindt u eventuele oorzaken van de storingen en nuttige aanwijzingen om deze te verhelpen.
Aanwijzing
Mocht het apparaat tijdens het afwassen om onbekende redenen stil blijven staan of niet starten, dan dient u eerst de functie Programma afbreken (reset) uit te voeren.
(Zie het hoofdstuk Apparaat bedienen)
m Waarschuwing – Denk eraan: reparaties mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Mocht het uitwisselen van een onderdeel noodzakelijk zijn, let er dan op dat alleen originele onderdelen gebruikt worden.
Ondeskundige reparatie of gebruik van niet-originele onderdelen kan aanzienlijke schade en gevaar voor de gebruiker opleveren.
Afvoerpomp
Grote voedselresten of voorwerpen die niet door de zeven zijn tegengehouden, kunnen de afvoerpomp blokkeren. Het spoelwater staat dan tot boven de zeef.
m Waarschuwing – Risico van snijwonden!
Zorg er bij het reinigen van de afvoerpomp voor dat u zich niet verwondt aan glasscherven of scherpe voorwerpen.
In dit geval:
- 1. Altijd eerst de stekker uit het stopcontact trekken resp de zekering uitschakelen of losdraaien.
- 2. Zeven 1 eruit halen.
- 3. Water eruit scheppen, eventueel met behulp van een spons.
- 4. Schroeven aan de pompafdekking losdraaien (Torx T 20) en naar boven eruit trekken.
- 5. Binnenruimte op vreemde voorwerpen controleren en deze – indien nodig – verwijderen.
- 6. Pompafdekking in de oorspronkelijke positie brengen, naar beneden drukken en vastschroeven.
- 7. Zeven monteren.
Pagina 27: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 28
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Een andere foutcode verschijnt op de cijferindicatie. | Er is vermoedelijk een technische storing opgetreden. | Apparaten uitschakelen met de AAN-/UIT-schakelaar . Na korte tijd het apparaat opnieuw starten. |
| ( : tot : ) | Als het probleem opnieuw optreedt, de kraan sluiten en de stekker uit het stopcontact trekken. Bel de klantenservice en vermeld de foutcode. | |
| Display knippert. | Deur niet geheel gesloten. | Deur sluiten. Let erop dat er geen voorwerpen (serviesgoed, geurdispenser) uitsteken uit de korf en daardoor de deursluiting hinderen. |
| Bijvulindicatie voor zout en/ of glansspoelmiddel brandt. | Glansspoelmiddel ontbreekt. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Het zout ontbreekt. | Onthardingszout bijvullen. | |
| Sensor herkent de zouttabletten niet. | Ander speciaal zout gebruiken. | |
| Bijvulindicatie voor zout en/ of glansspoelmiddel brandt niet. | Bijvulindicatie uitgeschakeld. | Activering/deactivering (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/ Onthardingszout of Glansspoelmiddel). |
| Er is nog voldoende onthardingszout/ glansspoelmiddel aanwezig. | Bijvulindicatie, vulpeilen controleren. | |
| Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan. | Zeefsysteem of ruimte onder de zeef 1 is verstopt. | Zeven en ruimte eronder reinigen (zie Afvoerpomp). |
| Programma nog niet beëindigd | Wachten tot het programma is afgelopen of een reset uitvoeren (zie Programma afbreken). |
Pagina 29
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Serviesgoed niet droog. | Geen of te weinig glansspoelmiddel in het voorraadbakje. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Een programma zonder drogen gekozen. | Programma met drogen kiezen (zie Programma-overzicht, Programmaverloop). | |
| Waterophoping in het serviesgoed en bestek. | Voor een schuine stand zorgen bij het inruimen, de serviesdelen zo mogelijk schuin plaatsen. | |
| Het gecombineerde reinigingsmiddel heeft een slechte droogcapacitiet. | Andere combireiniger met beter droogvermogen gebruiken. Extra gebruik van glansspoelmiddel verbetert het droogvermogen. | |
| Intensief drogen voor versterkte droging niet geactiveerd. | Intensief drogen activeren (zie Apparaat bedienen) | |
| Het serviesgoed is te vroeg uitgeruimd of het droogproces was nog niet afgelopen. | Wachten tot het programma is afgelopen of het serviesgoed pas 30 min. na afloop van het programma verwijderen. | |
| Het gebruikt ecoglansspoelmiddel heeft een slecht droogvermogen. | Een kwaliteitsglansspoelmiddel gebruiken. Eco-producten zijn duidelijk minder effectief. | |
| Kunststofserviesgoed niet droog. | Speciale eigenschappen van kunststof. | Kunststof heeft een lager warmteopslagvermogen en droogt daardoor slechter. |
| Bestek niet droog. | Bestek niet goed geordend in de bestekkorf. | Bestek zo veel mogelijk los van elkaar plaatsen, aanraakpunten vermijden. |
| Binnenzijden van het apparaat nat na het spoelen. | Geen fout van het apparaat. | Wegens het droogprincipe „condensatiedrogen” zijn waterdruppels in het reservoir noodzakelijk en gewenst. Het vocht in de lucht condenseert tegen de binnenzijden van de afwasautomaat, stroomt omlaag en wordt weggepompt. |
Pagina 30
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Etensresten op het serviesgoed. | Serviesgoed te dicht op elkaar ingeruimd, servieskorf te vol. | Het serviesgoed zodanig inruimen dat er voldoende vrije ruimte aanwezig is en de sproeistralen het oppervlak van het serviesgoed kunnen bereiken. Aanraakpunten vermijden. |
| Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien. | Het serviesgoed zodanig inruimen dat de draaibeweging van de sproeiarm niet wordt gehinderd. | |
| Sproeiers van sproeiarmen verstopt. | Sproeiers van de sproeiarm reinigen (zie Reinigen en onderhouden). | |
| Zeven 1 vuil. | Zeven schoonmaken (zie Reinigen en onderhouden). | |
| Zeef 1 onjuist aangebracht en/of niet vastgezet. | Zeef goed aanbrengen en vastzetten. | |
| Te zwak afwasprogramma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° of Intensief. | |
| Hoge, smalle serviesdelen worden in de hoeken onvoldoende uitgespoeld. | Hoge, smalle serviesdelen niet te schuin en niet in de hoeken inruimen. | |
| Reinigingsmiddelresten | Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed, daarom gaat het deksel niet volledig open. | Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. |
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje wordt geblokkeerd door het tablet. | Het tablet moet dwars en niet op de korte kant worden gelegd. | |
| Tabletten gebruikt in het snelprogramma of korte programma. | Oplostijd van tabletten van een snelprogramma of een kort programma is te lang | |
| Oplostijd van het reinigingsmiddel wordt niet bereikt binnen het gekozen korte programma. | Reinigingspoeder of een krachtiger programma gebruiken. | |
| Reinigende werking en oplosgedrag nemen af bij langere opslagtijd, of het reinigingsmiddel klontert sterk. | Ander reinigingsmiddel gebruiken. |
Pagina 31
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Watervlekken op kunststofdelen. | Druppelvorming op kunststof oppervlakken is onvermijdelijk. Na het afdrogen zijn watervlekken zichtbaar. | Krachtiger programma gebruiken (hoger waterverbruik). Schuin zetten bij het inruimen. Glansspoelmiddel gebruiken. Onthardingsinstelling eventueel verhogen. |
| Afwisbare of in water oplosbare afzettingen in het reservoir of op de deur. | Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Bij „witte afzetting” op de reservoirbodem is de onthardingsvoorziening ingesteld op een grenswaarde. | Onthardingsinstelling verhogen en eventueel een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Deksel van het zoutreservoir 12 niet dichtgedraaid. | Zoutreservoirdeksel goed dichtdraaien. | |
| Alleen bij glazen: Beginnende glascorrosie kan slechts schijnbaar worden afgewist. | Zie „Schade aan glas en serviesgoed”. | |
| Witte, moeilijk verwijderbare aanslag op serviesgoed, reservoir of deur. | Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Onjuiste waterhardheid ingesteld of waterhardheid is hoger dan 35°dH (6,2 mmol/l). | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of zout bijvullen. | |
| 3-in-1-reinigingsmiddel of bio/ eco-reinigingsmiddel onvoldoende effectief. | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of losse middelen gebruiken (kwaliteitsreinigingsmiddel, zout, glansspoelmiddel). | |
| Te lage dosering van het reinigingsmiddel. | De reinigingsmiddeldosering verhogen of een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Een te zwak programma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. |
Pagina 32
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Thee- of lippenstiftresten op het serviesgoed. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Te weinig of ongeschikt reinigingsmiddel. | Geschikt reinigingsmiddel in de juiste dosering toevoegen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Gekleurde (blauw, geel, bruin), moeilijk of niet verwijderbare aanslag in het apparaat of op roestvrijstalen serviesgoed. | Laagvorming door inhoudsstoffen van groente (bijv. kool, selderie, aardappels, noedels, …) of van het leidingwater (bijv. mangaan). | Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. |
| Laagvorming door metalen bestanddelen op zilveren of aluminium serviesgoed. | Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. | |
| Gekleurde (geel, oranje, bruin), eenvoudig te verwijderen afzettingen in de binnenruimte (vooral op de bodem). | Laagvorming van de inhoudsstoffen van voedselresten en van het leidingwater (kalk), „zeepachtig” | Werking van de onthardingsvoorziening controleren (onthardingszout bijvullen) of bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen (tabletten) de ontharding activeren (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/ Onthardingszout). |
| Verkleuring op kunststofdelen. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° |
Pagina 33
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Verwijderbare vegen op glazen, glaswerk met een metalen uiterlijk en bestek. | Te veel glansspoelmiddel. | Kleinere hoeveelheid glansspoelmiddel instellen. |
| Geen glansspoelmiddel toegevoegd of de instelling is te laag. | Glansspoelmiddel toevoegen en de dosering controleren (advies: stand 4-5). | |
| Reinigingsmiddelresten tijdens het programmagedeelte Glansspoelen. Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed (deksel gaat niet volledig open). | Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Beginnende of reeds aanwezige, irreversibele (onherstelbare) vertroebeling van het glas. | Glazen niet vaatwasmachinebestendig, slechts vaatwasmachinegeschikt. | Vaatwasmachinebestendige glazen gebruiken. Lange stoomfase (standtijd na spoeleinde) vermijden. Spoelbehandeling met lagere temperatuur gebruiken. Onthardingsvoorziening correct instellen op de waterhardheid (eventueel 1 niveau lager). Reinigingsmiddel met glasbeschermingscomponenten gebruiken. |
| Roestsporen op het bestek. | Het bestek is niet voldoende roestbestendig. Messenlemmeten zijn hier vaak sterker door getroffen. | Roestvast bestek gebruiken. |
| Bestek roest ook wanneer het samen met roestige voorwerpen wordt afgewassen (handgrepen van pannen, beschadigde servieskorven enz.). | Geen roestende onderdelen afwassen. | |
| Zoutgehalte in het afwaswater te hoog doordat het deksel van het zoutreservoir niet goed is vastgedraaid of bij het bijvullen zout gemorst werd. | Dop van het zoutreservoir goed vastdraaien of gemorst zout verwijderen. |
Pagina 34
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat start niet. | Zekering van de huisinstallatie niet in orde. | Zekering controleren. |
| Aansluitsnoer niet aangesloten. | Ervoor zorgen dat het aansluitsnoer goed is aangesloten op de achterkant van het apparaat en op het stopcontact. Controleren of het stopcontact goed werkt. | |
| De deur van het apparaat is niet goed dicht. | Deur sluiten. | |
| Programma start automatisch. | Einde van het programma niet afgewacht. | Reset uitvoering. (Zie Programma afbreken). |
| Apparaatinstelling (waterhardheid, glansspoelen, …) niet mogelijk | Apparaat is bezig met het programma. Instelling alleen mogelijk voor begin van het programma. | Reset uitvoeren (zie Programma afbreken) en instelling maken volgens de gebruiksaanwijzing. |
| De deur kan niet alleen moeilijk geopend worden. | Kinderbeveiliging is geactiveerd. | Kinderbeveiliging deactiveren. (Zie gebruiksaanwijzing, achteraan in de omslag) |
| De deur kan niet sluiten. | Het deurslot is omgesprongen. | Deur krachtiger sluiten. |
| Deur sluit niet goed door inbouwfout. | Inbouwwijze van het apparaat controleren. Deuren of aanbouwdelen mogen elkaar niet raken bij het sluiten. | |
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje kan niet gesloten worden. | Reinigingsmiddelbakje of dekselgeleiding geblokkeerd door aangekoekte reinigingsmiddelresten. | Reinigingsmiddelresten verwijderen. |
| Reinigingsmiddelresten in het reinigingsmiddelbakj e. | Reinigingsmiddelbakje was tijdens het vullen vochtig. | Reinigingsmiddel alleen in droog reinigingsmiddelbakje doen. |
| Apparaat blijft steken tijdens het programma of het programma valt stil. | Deur niet geheel gesloten. | Deur sluiten. |
| Bovenkorf drukt tegen de binnendeur en verhindert een goede sluiting van de deur. | Controleren of de achterwand wordt ingedrukt door bijv. een stopcontact. | |
| Stroom- en/of watertoevoer onderbroken. | Stroom- en/of watertoevoer herstellen. | |
| Klappende geluiden van de vulventielen. | Afhankelijk van de huisinstallatie, daarom geen apparaatfout. Geen invloed op de werking van het apparaat. | Geen oplossing voorhanden. |
| Kloppend of ratelend geluid. | Bij geringe belading maken de waterstralen rechtstreeks contact met het reservoir. | Apparaat voller laden of het serviesgoed gelijkmatiger verdelen. |
| Lichte serviesdelen bewegen tijdens het spoelen. | Lichte serviesdelen vast staand inruimen. |
Pagina 35
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Abnormale schuimvorming. | Handafwasmiddel in het reservoir voor glansspoelmiddel. | Voorraadbakje voor glansspoelmiddel direct vullen met glansspoelmiddel. |
| Glansspoelmiddel gemorst. | Glansspoelmiddel verwijderen met een doek. |
Pagina 36
nl Servicedienst
4 Servicedienst
t ens di ce Se rvi
Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, neem dan contact op met de Servicedienst. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodige bezoeken van technici te vermijden. De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing of in de bijgesloten lijst met
Servicedienstadressen. Vermeld bij een telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (ENr. = 1) en het productnummer (FD = 2); deze nummers vindt u op het typeplaatje 1 op de deur van het apparaat.
( 1U
)'
( 1U )'
Vertrouw op de deskundigheid van de fabrikant. Neem contact met ons op. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
* Afhankelijk van het model
5 Plaatsen en aansluiten
en ts a Pl en n te lui ns a
Om de afwasautomaat goed te laten functioneren moet hij vakkundig worden aangesloten. De gegevens van de aan- en afvoer en de elektrische aansluitwaarden moeten voldoen aan de vereiste criteria, zoals vastgelegd in de volgende alinea's resp. in de montagehandleiding.
Bij de montage de juiste volgorde van de handelingen aanhouden:
- 1. Bij aflevering controleren
- 2. Plaatsen
- 3. Aansluiten op de waterafvoer
- 4. Drinkwateraansluiting
- 5. Elektrische aansluiting
Leveringsomvang
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. ʋ Afwasautomaat ʋ Gebruiksaanwijzing ʋ Montagevoorschrift ʋ Garantie* ʋ Montagemateriaal ʋ Stoombeschermingsplaat* ʋ Aansluitsnoer
* afhankelijk van het model
Veiligheidsvoorschriften
Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder „Bij de installatie” in acht.
Pagina 37
Plaatsen en aansluiten nl
Aflevering
Uw afwasmachine werd in de fabriek grondig gecontroleerd op correct functioneren. Hierbij zijn kleine watervlekken achtergebleven. Deze zijn na de eerste afwas verdwenen.
Technische gegevens
Gewicht:
max. 24 kg
Spanning:
220–240 V, 50 Hz of 60 Hz Aansluitwaarde:
2,0–2,4 kW
Zekering:
10/16 A (UK 13A)
Stroomverbruik:
uitgeschakelde toestand (Po)* 0,10 W niet-uitgeschakelde toestand (klaar) (Pl)* 0,10 W
*volgens verordeningen (EU) nr. 1016/ 2010 en 1059/2010
Extra functies en instellingen kunnen het stroomverbruik verhogen.
Waterdruk:
minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar). Bij hogere waterdruk: een drukreduceerventiel ervoor installeren.
Hoeveelheid binnenstromend water: minimaal 10 liter per minuut.
Temperatuur van het water:
Bij voorkeur koud water; bij warm water, afhankelijk van het type watertoevoerslang, een max. temp. van 60 °C (zie Drinkwateraansluiting).
Plaatsing
De vereiste inbouwmaten vindt u in het montagevoorschrift. Het apparaat waterpas zetten. Let erop dat het apparaat stevig staat.
ʋ Het apparaat kan zonder problemen tussen wanden van hout of kunststof in een rij keukenmeubelen worden ingebouwd.
Aansluiten op de waterafvoer
- 1. De noodzakelijke handelingen vindt u in het montagevoorschrift.
Eventueel een sifon met aansluitnippel monteren.
- 2. Afvoerslang met behulp van de meegeleverde onderdelen op de aansluitnippel van de sifon aansluiten.
Let erop dat de waterafvoerslang niet geknikt, ingedrukt of ineen gestrengeld is en dat een stop in de afvoer het wegstromen van het water niet belemmert!
Pagina 38
nl Plaatsen en aansluiten
Drinkwateraansluiting
- 1. De drinkwateraansluiting volgens de montagehandleiding aansluiten met behulp van de bijgevoegde onderdelen.
Zorg ervoor dat de drinkwateraansluiting niet wordt geknikt of geplet, of in de knoop raakt.
- 2. Bij vervanging van het apparaat moet altijd een nieuwe watertoevoerslang in gebruik worden genomen.
Waterdruk:
Minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar). Bij hogere waterdruk: een drukreduceerventiel ervoor installeren.
Hoeveelheid binnenstromend water: Minimaal 10 liter per minuut Temperatuur van het water:
De opdruk op de watertoevoerslang in acht nemen!
Bij modellen met de opdruk 25° mag de watertemperatuur max. 25 °C bedragen (koud water).
Voor alle andere modellen:
Bij voorkeur koud water, bij warm water max. temperatuur 60 °C.
Warmwateraansluiting *
* Afhankelijk van het model
De afwasautomaat kan op koud of warm water tot max. 60 °C worden aangesloten.
De aansluiting op warm water wordt aanbevolen als dit uit een energetisch gunstige warmwaterbereiding en een geschikte installatie ter beschikking staat, bijv. een zonneënergie-installatie met circulatieleiding.
Hiermee bespaart energie en tijd.
Met de instelling Warmwater : kunt u uw apparaat optimaal op het gebruik met warm water afstemmen.
Wij adviseren hierbij een watertemperatuur (temperatuur van het instromende water) van minimaal 40 °C en maximaal 60 °C.
De aansluiting op warm water wordt niet aanbevolen als het water uit een elektrische boiler ter beschikking wordt gesteld.
Pagina 39
Plaatsen en aansluiten nl
Instelling Warmwater:
- 1. Deur sluiten.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. Programmatoets ingedrukt houden en de START-toets net zolang indrukken tot de cijferindicatie : ... brandt.
- 4. Beide toetsen loslaten.
De indicatie van toets knippert en op de cijferindicatie brandt de door de fabriek ingestelde waarde : .
- 5. Programmatoets net zo vaak indrukken tot op de cijferindicatie de in de fabriek ingestelde waarde : verschijnt.
Om de instelling te wijzigen:
- 1. Door indrukken van de toets 3 kunt u de instelling Warmwater uit-: of inschakelen : .
- 2. START-toets indrukken.
De instelwaarde is opgeslagen.
Elektrische aansluiting
| ʋ | Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact op 220 V tot 240 V en 50 Hz of 60 Hz aansluiten. Zie het typeplaatje 1 voor de vereiste zekering. |
| ʋ | Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het inbouwen gemakkelijk bereikbaar zijn. |
| Als de stekker niet gemakkelijk bereikbaar is, dan moet er volgens de veiligheidsvoorschriften een meerpolige scheidingsinstallatie met een contactopening van minimaal 3 mm aanwezig zijn. | |
| ʋ | Veranderingen in de aansluiting mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. |
| ʋ | Een verlenging van de elektrische aansluitkabel mag alleen door de Servicedienst geleverd worden. |
| ʋ | Bij gebruik van een aardlekschakelaar mag alleen een type met het teken geïnstalleerd worden. Alleen deze voldoet aan de nu geldende voorwaarden. |
| ʋ | Het apparaat is voorzien van een waterbeveiligingssysteem. |
| Let op: het functioneert alleen als het apparaat op de stroom is aangesloten. |
Pagina 40
nl Plaatsen en aansluiten
Demontage
Neem ook hier de volgorde van de handelingen in acht.
- 1. Apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen.
- 2. Kraan dichtdraaien.
- 3. Afvoer- en drinkwateraansluiting losmaken.
- 4. Apparaat eruit halen en daarbij de slang voorzichtig naar voren trekken.
Transport
Afwasmachine leeg laten lopen en losse onderdelen vastzetten.
Het apparaat in de volgende stappen legen:
- 1. Kraan opendraaien.
- 2. Deur sluiten.
- 3. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 4. Programma met de hoogste temperatuur kiezen.
Op de cijferindicatie verschijnt de vermoedelijke duur van het programma.
- 5. START-toets indrukken.
Programma start.
- 6. Na ca. 4 minuten START-toets net zolang indrukken tot de cijferindicatie : aangeeft. Na ca. 1 minuut verschijnt op de cijferindicatie : .
- 7. AAN/UIT-schakelaar uitschakelen.
- 8. Kraan dichtdraaien, toevoerslang losmaken en laten leeglopen.
Apparaat alleen rechtop vervoeren. (Om te voorkomen dat resterend water in het besturingsmechanisme terechtkomt wat tot een verkeerd programmaverloop leidt.)
40 Bescherming tegen vorst
Als het apparaat in een voor vorst gevoelige ruimte staat (bijv. in een vakantiehuisje), dan moet u het apparaat helemaal leeg laten lopen (zie Transport).
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
nl
Inhoudsopgave
8 Bestemming van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . 4
- Veiligheids- voorschriften . . . . 4
Voordat u het apparaat in gebruik neemt . . . . . . . . . . . . . . . 5
Bij aflevering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Bij de installatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Dagelijks gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Deurvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . 7
Toetsenblokkering . . . . . . . . . . . . . . . 7
Bij schade. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Bij het afvoeren van het apparaat. . . . 8
7 Milieubescherming . . . . . . . . . . 9
Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Uw oude apparaat . . . . . . . . . . . . . . . 9
- Kennismaking met het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . 10
Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . 10
Binnenkant van het apparaat . . . . . . 10
- Wateronthardingsinstallatie/
Onthardingszout . . . . . . . . . . . 10
Instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Tabel voor de waterhardheid . . . . . . 11
Gebruik van onthardingszout . . . . . . 11
Reinigingsproducte met zoutcomponente . . . . . . . . . . . . 12
Ontharding uitschakelen. . . . . . . . . . 12
Glansspoelmiddel . . . . . . . . . . 12
Hoeveelheid glansspoelmiddel instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Indicatie glansspoelmiddel bijvullen uitschakelen . . . . . . . . . . . . 13
- Serviesgoed . . . . . . . . . . . . . . . 14
Ongeschikt servies . . . . . . . . . . . . . . 14
Schade aan glas en serviesgoed . . . 14
Inruimen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Uitruimen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Servieskorf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Bestekkorf. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Omklapbare bordensteunen . . . . . . . 15
Hoogte van het serviesgoed. . . . . . . 15
- Afwasmiddel . . . . . . . . . . . . . . . 16
Vul afwasmiddel . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Gecombineerde reinigingsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . 17
- Programma-overzicht . . . . . . . 18
Programmakeuze . . . . . . . . . . . . . . . 19
Aanwijzingen voor testinstituten . . . . 19
0 Extra functies . . . . . . . . . . . . . . 19
Tijd besparen (VarioSpeedPlus) . . . . 19
HygiënePlus (HygienePlus). . . . . . . . 19
IntensiveZone (IntensiefZone). . . . . . 19
Extra drogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
1 Apparaat bedienen . . . . . . . . . . 20
Programmagegevens . . . . . . . . . . . . 20
Aqua-Sensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Inschakelen van het apparaat. . . . . . 20
Programmaverloopindicatie . . . . . . . 21
Resttijdindicatie. . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Starttijd kiezen . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Einde van het programma . . . . . . . . 21
Automatisch uitschakelen na afloop van het programma . . . . . . . . 22
Uitschakelen van het apparaat . . . . . 22
Onderbreken van het programma. . . 22
Pagina 4
nl Bestemming van het apparaat
Afbreken van het programma. . . . . . 23
Wijzigen van het programma . . . . . . 23
Intensief drogen . . . . . . . . . . . . . . . . 23
2 Reinigen en onderhouden . . . 24
Algemene toestand van de machine . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Onthardingszout en glansspoelmiddel . . . . . . . . . . . . . . . 24
Zeven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Sproeiarm. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
3 Wat te doen bij storingen? . . . 26
Afvoerpomp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Storingentabel. . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
4 Servicedienst . . . . . . . . . . . . . . 36
5 Plaatsen en aansluiten . . . . . . 36
Leveringsomvang . . . . . . . . . . . . . . . 36
Veiligheidsvoorschriften . . . . . . . . . . 36
Aflevering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Technische gegevens. . . . . . . . . . . . 37
Plaatsing. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Aansluiten op de waterafvoer . . . . . . 37
Drinkwateraansluiting . . . . . . . . . . . . 38
Warmwateraansluiting. . . . . . . . . . . . 38
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . 39
Demontage. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Bescherming tegen vorst (Leegmaken van het apparaat). . . . . 40
8 Bestemming van het apparaat
eming Be st n va the
t ra apa
| ʋ | Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. |
| ʋ | De vaatwasser alleen in het huishouden gebruiken en alleen voor het aangegeven doel: het afwassen van huishoudelijk serviesgoed. |
| ʋ | Deze vaatwasser is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 4.000 m boven zeeniveau. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 4)
• Veiligheidsvoorschriften
vor ids ighe
n te if hr sc Ve il
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Pagina 5
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift aandachtig door! U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift voor later gebruik of voor volgende eigenaars.
De gebruiksaanwijzing kunt u gratis downloaden van onze internetpagina. Ons internetadres vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing.
Veiligheidsvoorschriften nl
Bij aflevering
- 1. Controleer onmiddellijk of de verpakking en de afwasautomaat tijdens het transport beschadigd zijn. Een beschadigd apparaat niet in gebruik nemen maar contact opnemen met uw leverancier.
- 2. Het verpakkingsmateriaal milieuvriendelijk volgens de geldende voorschriften afvoeren.
- 3. Laat kinderen niet met de verpakking en de onderdelen daarvan spelen. Kans op stikken door vouwdozen en folie.
Bij de installatie
| ʋ | Zorg ervoor dat de achterzijde van de afwasautomaat na de installatie niet meer vrij toegankelijk is (aanraakbeveiliging wegens hete oppervlakken). |
| ʋ | Ga bij het plaatsen en aansluiten te werk volgens de installatie- en montagehandleiding. |
| ʋ | Tijdens het installeren mag de afwasautomaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. |
Pagina 6
| nl | Veiligheidsvoorschriften |
|---|---|
| ʋ | Overtuig u ervan dat het aardingssysteem van de elektrische huisinstallatie volgens de elektrotechnische voorschriften is geïnstalleerd. |
| ʋ | De elektrische aansluitvoorwaarden moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje 1 van de afwasautomaat. |
| ʋ | Als de elektrische aansluitkabel van het apparaat beschadigd wordt, dan moet deze door een speciale aansluitkabel vervangen worden. |
| Om gevaren te voorkomen, dient men deze aan te schaffen via de klantenservice. | |
| ʋ | Als de afwasmachine in een hoge kast moet worden ingebouwd, dan moet deze volgens de voorschriften bevestigd worden. |
| ʋ | Als de afwasautomaat onder of boven andere huishoudapparaten wordt ingebouwd, dient men de informatie m.b.t. de inbouw in combinatie met een afwasautomaat in de montagehandleiding van de desbetreffende apparaten in acht te nemen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
| ʋ | Neem bovendien de montageaanwijzingen van de afwasautomaat in acht om een veilig gebruik van alle apparaten te waarborgen. |
| ʋ | Als er geen informatie beschikbaar is of als de montagehandleiding niet de gewenste aanwijzingen bevat, dient u contact op te nemen met de fabrikant van deze apparaten om na te gaan of de afwasautomaat boven of onder deze apparaten kan worden ingebouwd. |
| ʋ | Als het u niet lukt om informatie van de fabrikant te krijgen, mag u de afwasautomaat niet boven of onder deze apparaten inbouwen. |
| ʋ | Wanneer u boven de afwasautomaat een magnetron inbouwt, kan deze beschadigd raken. |
| ʋ | Het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen opstellen (radiator, boiler, fornuis of andere apparaten die veel warmte produceren). |
| Het apparaat alleen met inachtneming van de voorgeschreven veiligheidsafstanden onder een kookplateau inbouwen. |
Pagina 7
ʋ ʋ
Na het plaatsen van het apparaat moet de stekker gemakkelijk te bereiken zijn. (Zie Elektrische aansluiting) Bij sommige modellen:
In de kunststof behuizing aan de wateraansluiting bevindt zich een elektrisch ventiel, in de toevoerslang bevinden zich de aansluitingsleidingen. De slang niet doorsnijden, de kunststof behuizing niet in water onderdompelen.
Dagelijks gebruik
Let op de veiligheidsvoorschriften resp. de aanwijzingen bij het gebruik op de verpakkingen van het afwas- en glansspoelmiddel.
Kinderbeveiliging (deurvergrendeling) *
De beschrijving van de kinderbeveiliging bevindt zich achterin in de omslag.
* Afhankelijk van het model
nl
Veiligheidsvoorschriften
Kinderbeveiliging (toetsenblokkering)
U kunt uw afwasautomaat beveiligen tegen het onbedoeld afbreken van het programma (bijv. bij indrukken van toetsen door kinderen).
Toetsenblokkering activeren:
- 1. Het gekozen programma starten.
- 2. De toets ca. 4 sec.
ingedrukt houden tot op de cijferindicatie verschijnt.
Als tijdens het programmaverloop een willekeurige toets wordt aangetipt, verschijnt op de cijferindicatie .
Afbreken van het programma (Reset) is niet mogelijk.
Toetsenblokkering deactiveren:
ʋ De toets ca. 4 sec. ingedrukt houden tot op de indicatie uitgaat. Met het einde van het programma ( : op de cijferindicatie) is de blokkering van de toetsen opgeheven. Bij het uitvallen van de stroom blijven de toetsen geblokkeerd.
Bij elke nieuwe start van een programma moet de toetsenblokkering opnieuw geactiveerd worden.
Verder lezen op pagina 8Inhoud