Neff T68YYV4C0, tekst van de handleiding
Pagina's 9–21 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–8verder op pagina 22 →
Pagina 9
Voor het eerste gebruik nl
6.3 Twist Pad® verwijderen
U kunt de draaiknop tijdens het koken van de kookzone verwijderen.
Wanneer u de draaiknop verwijderd, dan wordt de functie Pauze gedurende 10 minuten ingeschakeld.
Pagina 14 Als u de draaiknop na het verstrijken van deze tijd niet in zijn positie terugzet, schakelt de kookplaat uit.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Wanneer u tijdens deze 10 minuten een metalen voorwerp op het gebied van de draaiknop legt, dan kan de kookzone verder verwarmen.
- Schakel de kookzone altijd middels de hoofdschakelaar uit.
6.4 Gebruik zonder draaiknop Twist Pad®
Wanneer u de draaiknop kwijt bent of in andere situaties, kunt u de kookplaat ook zonder TwistPad gebruiken. Hiervoor:
- 1. De kookplaat met inschakelen.
- 2. Binnen de volgende 5 seconden de symbolen en tegelijk gedurende 4 seconden indrukken. Er klinkt een waarschuwingssignaal en brandt.
- 3. Druk meerdere malen op tot de aanwijzing van de gewenste kookzone gaat branden.
- 4. Stel aansluitend met of de gewenste vermogensstand in.
De kookzone is ingeschakeld en verwarmt.
Opmerkingen
In deze modus is slechts de basisfunctie van de kookzone beschikbaar.
U kunt de draaiknop altijd weer op de programmeerzone positioneren.
7 Voor het eerste gebruik
Houd de volgende adviezen aan.
7.1 Eerste reiniging
Verpakkingsresten van het kookplaatoppervlak verwijderen en het oppervlak met een vochtige doek afvegen. Een lijst met de aanbevolen reinigingsmiddelen vindt u op de officiële website www.nef-home.com.
Meer informatie over onderhoud en reiniging.
Pagina 19
7.2 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
7.3 Kookgerei
Een lijst van het aanbevolen kookgerei vindt u op de officiële website www.nef-home.com.
Meer informatie over het passende kookgerei.
Pagina 6
7.4 Home Connect instellen
Als u het apparaat voor de eerste keer inschakelt, wordt de instelling van het thuisnetwerk opgevraagd. Op het display licht gedurende enkele seconden op. Tik om het verbinden met Home Connect te starten op en houd de aanwijzingen in hoofdstuk aan.
Om de instelling te beëindigen, de kookplaat uitschakelen.
U kunt de instelling Home Connect ook op een ander tijdstip uitvoeren.
8 Software-update
Wanneer het apparaat met Home Connect is verbonden, dan kunnen enkele functies via een software-update beschikbaar zijn.
Verdere informatie over de beschikbaarheid van dergelijke functies vindt u op de website www.nef-home.com
9 De Bediening in essentie
9.1 Kookplaat inschakelen
- Op drukken.
De symbolen van de kookzones en de momenteel beschikbare functies branden.
De kookplaat is gebruiksklaar.
ReStart
- Wanneer u het apparaat binnen 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in werking met de vorige instellingen.
9.2 De kookplaat uitschakelen
aanraken tot de indicaties doven. Alle kookzones zijn uitgeschakeld.
Pagina 10
nl De Bediening in essentie
Opmerking: Wanneer alle kookzones langer dan 59 seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kookplaat uit.
9.3 De vermogensstand in de kookzones instellen
De kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven. Kies de vermogensstand die voor het product en de geplande bereiding het meest geschikt is.
- 1. Druk de draaiknop ter hoogte van de gewenste kookzone in om de kookzone te selecteren.
is helderder verlicht.
- 2. Draai aan de draaiknop om de gewenste vermogensstand te selecteren.
De vermogensstand is ingesteld.
Opmerkingen
Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
Als de kookplaat ingeschakeld is en u geschikt kookgerei op een van de flexibele kookzones plaatst, dan wordt deze zone automatisch geselecteerd. Niet-flexibele kookzones moet u handmatig selecteren.
QuickStart
- Als u vóór het inschakelen van het apparaat een of meerdere pannen op een kookzone plaatst, herkent de kookplaat deze en kiest de kookplaat automatisch de kookzone voor één van de pannen. Vervolgens in de volgende 59 seconden de vermogensstand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.
Vermogensstand wijzigen of kookzone uitschakelen
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. De vermogensstand met de draaiknop wijzigen of op 0 zetten.
De vermogensstand van de kookzone wordt gewijzigd of de kookzone wordt uitgeschakeld.
9.4 Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden | ||
| Gekookte worstjes ¹ | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Stoven, sudderen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
1 Zonder deksel
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5
10
| Aardappelballetjes ¹ | 4.5 - 5.5 | 20 - 30 |
|---|---|---|
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2.5 - 3.5 | 15 - 30 |
| Aardappelen in schil | 4.5 - 5.5 | 25 - 35 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Soepen | 3.5 - 4.5 | 15 - 60 |
| Groente | 2.5 - 3.5 | 10 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan | 4.5 - 5.5 | - |
| Sudderen | ||
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulasch ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Roosteren/Braden met weinig vet ¹ | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Steak, 3 cm dik | 7 - 8 | 8 - 12 |
| Borst van gevogelte, 2 cm dik | 5 - 6 | 10 - 20 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. roerbakgerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3.5 - 4.5 | 3 - 10 |
| Braden (150 tot 200 g per portie in 1 tot 2 l olie, in porties frituren) ¹ | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kipnuggets | 8 - 9 | - |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg | 4 - 5 | - |
Pagina 11
Favorietenknop nl
10 Favorietenknop
Met de functie kunt u twee functies of kookinstellingen kiezen, om deze op snel toegankelijk te maken.
10.1 Favorietenknop functies toekennen
Vereiste: Het apparaat met Home Connect verbinden. Home Connect
- 1. Om functies toe te kennen, de Home Connect app openen en de aanwijzingen opvolgen.
- 2. Zodra u de functies heeft toegekend, kunt u deze gebruiken:
Functie 1: kort drukken.
Functie 2: lang drukken.
Opmerking: Wanneer u geen functie heeft toegekend, dan schakelt zich uit na het inschakelen van de kookplaat.
11 Flex Zone
De flexibele kookzone maakt het voor u mogelijk om kookgerei in gelijk welke vorm of grootte naar wens te plaatsen. Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhankelijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in gebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd dat door de pan wordt bedekt.
11.1 Plaatsen van het kookgerei
De flexibele kookzone kan op twee manieren worden geconfigureerd, al naar gelang welk kookgerei wordt gebruikt. Om een goede warmteherkenning en warmteverdeling te waarborgen, het kookgerei goed gecentreerd te plaatsen, zoals op de afbeeldingen is weergegeven.
Als een gecombineerde kookzone
Aanbevolen voor het komen met slechts één stuk kookgerei.
Plaatsen van het kookgerei afhankelijk van de grootte:
Aanbevolen langwerpig kookgerei :
Als twee gescheiden kookzones
Aanbevolen voor het koken met twee stukken kookgerei.
U kunt de voorste en achterste zone gescheiden van elkaar gebruiken en voor elke een eigen vermogensstand instellen.
11.2 Schakel Flex Zone in
- 1. Plaats het kookgerei op de kookzone.
- 2. Het apparaat herkent het kookgerei en kiest de kookzone.
Al naar gelang de grootte en positie van de pan worden de kookzones automatische gescheiden of verbonden.
Als de flexibele zone is verbonden, licht rood op.
Opmerkingen
U kunt de instellingen van de kookzone handmatig wijzigen door aan te raken.
Wanneer u het kookgerei van een actieve verbonden kookzone verplaatst of optilt, start automatische een zoekfunctie. Elke kookgerei, dat bij deze zoekactie binnen de kookzone wordt gevonden, wordt verwarmd met de eerder gekozen kookstand.
12 Tijdfuncties
Uitschakeltimer
Uw kookplaat beschikt over verschillende functies voor het instellen van de bereidingstijd:
Timer
Pagina 12
nl PowerBoost
Aan de knop is standaard de functie Uitschakeltimer toegekend. U kunt de sensor echter ook aan één van de hierboven genoemde functies toekennen.Deze instellingen kunt u via de Home Connect app of onder Basisinstellingen wijzigen Pagina 15.
12.1 Uitschakeltimer
Met de functie kunt u een bereidingstijd in een kookzone en de automatische uitschakeling ervan na het verstrijken van de ingestelde tijd programmeren.
Uitschakeltimer inschakelen
- 1. Kies de kookzone en de gewenste vermogensstand.
- 2. Op tippen.
en branden.
- 3. Draai, om de gewenste bereidingstijd in te stellen, de draaiknop binnen 10 seconden.
- 4. Raak aan om te bevestigen.
De bereidingstijd begint af te lopen. 1 minuut voor het verstrijken van de geselecteerde tijd klinkt een signaal. U kunt de toestand van het levensmiddel controleren en indien nodig de bereidingstijd verlengen. Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt de kookzone uit en er klinkt een signaal.
Opmerkingen
Wanneer in een kookzone, waarin Frying Sensor is geactiveerd, een bereidingstijd is geprogrammeerd, begint de geprogrammeerde bereidingstijd af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau is bereikt.
Druk, om de aanwijzing tussen de functietemperatuur Frying Sensor en de geprogrammeerde bereidingstijd te wisselen, op de gekozen temperatuur.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen
- 1. Kies de kookzone en raak vervolgens het symbool aan.
- 2. De bereidingstijd met de draaiknop wijzigen of op zetten om de functie uit te schakelen.
12.2 Timer
Met de functie kunt u een timer activeren. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Timer inschakelen
Vereiste: de functie toewijzen.
- 1. Raak aan.
- 2. Aan de draaiknop draaien om de gewenste tijd te selecteren.
De tijd begint af te lopen.
Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal en knipperen de displays.
Timer wijzigen of uitschakelen
- 1. Raak aan.
- 2. De tijd met de draaiknop wijzigen of op om de functie uit te schakelen.
zetten
13 PowerBoost
Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in gebruik is.
13.1 PowerBoost inschakelen
- 1. Kies de kookzone.
14 PanBoost
Met deze functie verhit u pannen sneller dan met . De PowerBoost functie niet met braadpannen gebruiken, de coating kan daarbij beschadigd raken.
U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknop activeren.
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in gebruik is. Anders knipperen in de indicatie van de geko-
- 2. Draai aan de draaiknop totdat vermogensstand verschijnt.
- 3. Draai de draaiknop opnieuw totdat gaat branden. De functie is ingeschakeld.
Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.
13.2 PowerBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Draai aan de draaiknop en kies een andere vermogensstand.
dooft.
De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Om de elektronica-elementen binnenin de kookplaat te beschermen, schakelt deze functie zich onder bepaalde omstandigheden automatisch uit.
Pagina 13
Warmhoudfunctie nl
zen kookzone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteld.
14.1 Gebruiksadviezen
Leg geen deksel op de pan.
Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten.
Alleen koude pannen gebruiken.
Pannen met volkomen effen bodem gebruiken. Geen pannen met dunne bodem gebruiken.
14.2 Schakel PanBoost in
Vereiste: de functie toewijzen. .
"Favorietenknop", Pagina 11
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op drukken.
- 3. brandt.
De functie is geactiveerd.
Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.
14.3 PanBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Draai aan de draaiknop en kies een andere vermogensstand.
dooft.
De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Om hoge temperaturen te vermijden schakelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.
15 Warmhoudfunctie
| Deze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter te | 1. Kies de gewenste kookzone. |
| smelten en gerechten warm te houden. | 2. Druk op . |
| U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknop | brandt. |
| activeren. | De functie is ingeschakeld. |
| 15.1 Schakel Warmhoudfunctie in | 15.2 Schakel Warmhoudfunctie uit |
| Vereiste: de functie toewijzen. . | 1. Kies de kookzone. |
| "Favorietenknop", Pagina 11 | 2. Draai aan de draaiknop en zet deze op . dooft. |
| De functie is gedeactiveerd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
16 PowerTransfer
Met deze kunt u in de flexibele kookzone de geprogrammeerde vermogensstand en bereidingstijd van een kookzone naar een andere kookzone overdragen.
16.1 PowerTransfer
Vereiste: Verplaats de pan naar een kookzone die niet ingeschakeld is en nog niet vooraf is ingesteld of waarop eerder geen andere pan stond.
- 1. Verplaats het kookgerei.
Het kookgerei wordt herkend.
Op het display van de nieuwe kookzone knipperen afwisselend de eerder gekozen vermogensstand en .
- 2. Om de instellingen over te nemen, met de draaiknop de nieuwe kookzone selecteren.
De oorspronkelijke kookzone stelt zich op in. De instellingen zijn op de nieuwe kookzone overgedragen.
Opmerking: Wanneer u een nieuw kookgerei op een andere kookzone plaatst, voordat u de instellingen heeft bevestigd, dan kunt u deze functie voor het nieuwe kookgerei gebruiken.
Pagina 14
nl Frying Sensor
17 Frying Sensor
Met deze functie kunt u smelten, sauzen bereiden, sauteren, frituren of braden, waarbij de temperatuur onder controle wordt gehouden.
In de plaats van tijdens het koken telkens weer de vermogensstand aan te passen, eenmaal de gewenste temperatuur kiezen. De sensoren onder de keramische glasplaat meten dan de temperatuur van het kookgerei en houden deze tijdens het volledige kookproces constant.
Deze functie is beschikbaar op de kookzones die met zijn gemarkeerd.
| Functies | Temperatuur |
|---|---|
| Smelten | 70 - 80ºC |
| Sauzen bereiden | 110 - 120ºC |
| Braden | 140ºC |
| Braden | 160ºC |
| Braden | 180 - 200ºC |
| Braden | 220ºC |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
17.1 Aanbevolen kookgerei
Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld, dat optimale resultaten levert.
Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de servicedienst, de vakhandel of onze onlineshop www.nef-home.com.
Opmerking: U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Afhankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de bereikte temperatuur echter van de gekozen temperatuurstand afwijken.
17.2 Frying Sensor inschakelen
- 1. Plaats het lege kookgerei op een kookzone.
- 2. Kookzone kiezen
- 3. Druk op .
, en de vooringestelde temperatuur gaan branden op het display van de geselecteerde kookzone.
- 4. De gewenste temperatuur met de draaiknop selecteren.
knippert op het bedieningspaneel tot de ingestelde temperatuur is bereikt.
De gekozen temperatuur en de ontwikkeling van de in de pannen bereikte temperatuur knipperen afwisselend, tot de gekozen temperatuur is bereikt.
De op de displays weergegeven temperatuur is een benaderingswaarde en kan afwijken van de daadwerkelijke temperatuur in de braadpan.
Wanneer de temperatuur is bereikt, dan klinkt een signaal en alsmede het temperatuursymbool houden op te knipperen.
- 5. Het braadvet en dan het product in de braadpan doen.
Opmerking: Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt om te koken, dan de olie toevoegen en een paar seconden wachten voordat u het te bereiden product toevoegt.
17.3 Schakel Frying Sensor uit
- De kookzone kiezen en aanraken.
17.4 Adviezen voor het koken met Frying Sensor
In de bijgevoegde documentatie vindt u een tabel met adviezen voor het koken met Frying Sensor.
18 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.
18.1 Kinderslot inschakelen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- Raak gedurende 4 seconden aan.
brandt 10 seconden lang.
De kookplaat is geblokkeerd.
18.2 Kinderslot deactiveren
- 1. De kookplaat inschakelen.
- 2. Raak gedurende 4 seconden aan. De blokkering is opgeheven.
18.3 Automatisch kinderslot
U kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na het uitschakelen van de kookplaat activeren.
Hoe u de functie activeert en deactiveert kunt u lezen in het hoofdstuk basisinstellingen Pagina 15.
19 Pauze
Met de functie kunt u actieve bereidingsprocessen tot 10 minuten onderbreken en weer starten zonder de gekozen instellingen te hoeven wijzigen.
De functie kunt u bijvoorbeeld voor het reinigen van het bedieningspaneel inschakelen.
19.1 Pauze-functie activeren
- Verwijder de draaiknop van het bedieningspaneel. In de indicaties van de kookzones knippert . Alle actieve bereidingsprocessen worden gestopt. De instellingen blijven bewaard.
De functie is geactiveerd.
Pagina 15
Individuele veiligheidsuitschakeling nl
19.2 Pauze-functie deactiveren
- Plaats de draaiknop weer op het bedieningspaneel. De functie is gedeactiveerd. De bereidingsprocessen worden voortgezet.
Opmerking: Na 10 minuten schakelt de kookzone automatisch uit.
20 Individuele veiligheidsuitschakeling
Wanneer een kookzone langere tijd in gebruik is en u geen instelling wijzigt, dan activeert u de veiligheidsfunctie. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd is afhankelijk van het geselecteerde vermogensniveau.
| Vermogensstand | Tijd |
|---|---|
| 1,0 - 1,5 | 10 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
| Vermogensstand | Tijd |
|---|---|
| 2,0 - 3,5 | 5 uur |
| 4,0 - 5,0 | 4 uur |
| 5,5 - 6,5 | 3 uur |
| 7,0 - 7,5 | 2 uur |
| 8,0 - 9,0 | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Druk op een willekeurige button.
21 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
21.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot "Kinderslot", Pagina 14 | - Handmatig. ¹ - Automatisch. - Functie uitgeschakeld. | |
| Akoestische signalen | - Het bevestigingssignaal, het foutsignaal en het signaal voor verkeerd gebruik zijn gedeactiveerd. - Het foutsignaal is geactiveerd. - Het bevestigingssignaal en het signaal voor verkeerd gebruik zijn geactiveerd. - Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Geluidsvolume van de akoestische signalen | - Stil. - Gemiddeld. ¹ – Luid. | |
| op het bedieningspaneel één van de tijdprogrammeerfuncties toekennen. "Tijdfuncties", Pagina 11 | - Uitschakeltimer. ¹ - Timer. | |
| Vermogensbegrenzing Daarmee kunt u indien nodig het totale vermogen van de kookplaat vanwege de specificaties van uw elektrische installatie begrenzen. Houd de bepalingen van uw lokale elektriciteitsbedrijf aan. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Overige informatie vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie is ingeschakeld en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan knippert de gewenste en toegestane vermogensstand en kunt u geen hogere vermogensstand kiezen. | Het vermogen wordt met elke stap met 500 W verhoogd. – Uitgeschakeld. Maximale vermogen van de kookplaat 1. - 1000 W. Laagste vermogen. . - 1500 W. ... - 3000 W. . - 3500 W. - 4000 W. . - 4500 W. ... - Maximale vermogen van de kookplaat. | |
| Demonstratiemodus | - Uitgeschakeld. ¹ - Ingeschakeld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
1 Fabrieksinstelling
15
Pagina 16
nl Kookgerei-test
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Demo-modus van de kookplaat. Wanneer u de kookplaat inschakelt, brandt enkele seconden lang en verwarmen de kookzones niet. | ||
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen. "Kookgerei-test", Pagina 16 | - Ongeschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| - | Op kookplaat gebaseerd afzuigkapregeling De instellingen vinden plaats afhankelijk van het model afzuigkap. | "Overzicht van de instelingen van de afzuigkapbediening", Pagina 19 |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
21.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Binnen de volgende 10 seconden gedurende 4 seconden aanraken.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Klantenserviceoverzicht | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | |
| Fabricagenummer 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
De eerste vier indicaties geven productinformatie weer. aanraken om de afzonderlijke indicaties weer te geven.
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en lichten op als voorinstelling.
- 4. Raak net zo lang aan totdat de gewenste instelling verschijnt.
- 5. De gewenste instelling met de draaiknop selecteren.
- 6. Raak gedurende 4 seconden aan.
De instellingen zijn opgeslagen.
21.3 Wijzigen van de basisinstellingen annuleren
- Raak aan.
Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
22 Kookgerei-test
De kwaliteit van het kookgerei heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces. Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de diameter van de gebruikte kookzone overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. Pagina 15
22.1 Kookgerei-test uitvoeren
Vereiste: De flexibele kookzone is als enige kookzone zo ingesteld dat deze slechts één enkele stuk kookgerei controleert.
- 1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. 200 ml water midden op die kookzone, waarvan de diameter het best overeenkomt met de diameter van de bodem van het kookgerei.
- 2. Roep de basisinstellingen op en kies .
- 3. De draaiknop draaien. In de kookzones knippert . De functie is ingeschakeld.
Na 20 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay.
1 Fabrieksinstelling
16
22.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel wordt weergegeven wat het resultaat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.
Resultaat
Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd.
Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.
Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces is in orde.
Opmerking: Plaats in gevallen met ongunstige resultaten het kookgerei opnieuw op een kleinere kookzone, indien aanwezig.
Om de functie opnieuw in te schakelen, de draaiknop draaien.
Pagina 17
Home Connect nl
23 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen en houd u aan de instructies in de Home Connect app.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
"Veiligheid", Pagina 2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
23.1 Home Connect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en ingeschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android-besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Home Connect app installeren en uw apparaat verbinden.
- 2. De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
23.2 WiFi-symbool
De WiFi-indicatie op het bedieningspaneel wijzigt afhankelijk van de status en de kwaliteit van der verbinding en de beschikbaarheid van de Home Connect server.
| Status | Beschrijving |
|---|---|
| Brandt wit. | Geen netwerkverbinding opgeslagen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
| Status | Beschrijving |
|---|---|
| Brandt rood. | Netwerkverbinding opgeslagen en WiFi actief. |
| Knippert rood. | Netwerkverbinding of verbinding met een ander apparaat wordt tot stand gebracht. De netwerkinstellingen worden gereset. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
23.3 Wifi-thuisnetwerk toevoegen of verwijderen
In het volgende overzicht ziet u hoe u een wifi-thuisnetwerk kunt toevoegen of verwijderen.
| Wifi-thuisnetwerkstatus | Handeling |
|---|---|
| Geen wifi-thuisnetwerk opgeslagen. | Om het wifi-thuisnetwerk toe te voegen, kort op drukken. |
| Het wifi-thuisnetwerk is opgeslagen. | Om een ander apparaat te koppelen, lang op drukken. |
| Het wifi-thuisnetwerk is opgeslagen. | Om de instellingen van het wifi-thuisnetwerk te resetten, lang op drukken. Als knippert, dan opnieuw lang indrukken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
23.4 Netwerkverbinding deactiveren
ingedrukt houden. Als knippert, dan opnieuw lang indrukken.
De verbinding met het WiFi-netwerk is gedeactiveerd en de netwerkaansluitingen zijn gescheiden.
Opmerking: Om de netwerkverbinding opnieuw te activeren, zie .
"Wifi-thuisnetwerk toevoegen of verwijderen", Pagina 17
23.5 Instellingen via de Home Connect app wijzigen
Met de Home Connect app kunt u de instellingen voor de kookzones wijzigen en naar de kookplaat sturen.
Vereiste: De kookplaat is met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbonden.
- 1. De instelling in de Home Connect app uitvoeren en naar de kookplaat sturen.
De aanwijzingen in de Home Connect app opvolgen. Instellingen die u vanuit de Home Connect app naar de kookplaat stuurt, moet u op de kookplaat bevestigen.
Wanneer kookinstellingen naar een kookplaat worden doorgestuurd, begint afhankelijk van de instelling de betreffende kookzone-indicatie te knipperen.
- 2. Druk op om de instellingen te bevestigen.
- 3. Om de instelling te verwerpen, op een willekeurig ander touchveld van de kookplaat drukken.
Pagina 18
nl Afzuigregeling van het kookveld
23.6 Bluetooth®-herkenning activeren
Deze draadloze technologie maakt een automatische aanwezigheidsherkenning mogelijk. Wanneer u zich in de buurt van de kookplaat bevindt, hoeft u de instellingen van uw mobiele eindapparaat niet meer op de kookplaat te bevestigen. Wanneer u instellingen naar een kookzone stuurt, kunt u deze direct vanaf uw mobiele eindapparaat bevestigen.
Vereisten
De kookplaat is met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbonden.
Het Bluetooth®-systeem is verbonden met het mobiele apparaat.
De gebruiker bevindt zich in de buurt van de kookplaat.
- 1. Open de Home Connect app.
- 2. Volg om de Bluetooth®-herkenning in te stellen, de aanwijzingen in de Home Connect app op.
Opmerking: De Bluetooth®-verbinding wordt gedeactiveerd als de kookplaat uitgeschakeld wordt en in de energiespaarmodus wordt gebracht. Daarnaast kan de Bluetooth®-verbinding via de Home Connect app worden gedeactiveerd.
23.7 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhelpen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates alsmede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Home Connect app geïnformeerd. De actuele softwareversie is in de Home Connect app onder de apparaatinformatie van het betreffende huishoudapparaat te vinden.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
- In de eerste stap van de download.
- In de tweede stap de installatie op uw apparaat.
Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instellingen in de app kunnen software-updates ook automatisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de installatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
23.8 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/support van de lokale website: www.home-connect.com.
23.9 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde WiFi communicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
24 Afzuigregeling van het kookveld
Wanneer de kookplaat en de afzuigkap Home Connectcompatibel zijn, verbindt u de apparaten in de Home Connect app. Verbind daarvoor beide apparaten met Home Connect en volg de aanwijzingen in de app op.
Opmerkingen
De bediening aan de afzuigkap heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is een bediening via de afzuigregeling van het kookveld niet mogelijk.
U kunt de verbinding met de afzuigkap alleen via de Home Connect app realiseren.
24.1 Bediening van de afzuigkap via de kookplaat
In de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u het gedrag van uw afzuigkap afhankelijk van het inschakelen en uitschakelen van de kookplaat of afzonderlijke kookzones instellen.
Pagina 19
Reiniging en onderhoud nl
Via de bedieningselementen van de kookplaat kunt u nog meer instellingen uitvoeren.
Opmerking: Wanneer u deze instellingen voor uw kookplaat niet kunt vinden, controleer dan de instellingen van de afzuigkap in de Home Connect app, om de verbinding te configureren.
Ventilator instellen
- 1. Druk op .
- 2. Met de draaiknop een instelling kiezen. U kunt de volgende instellingen kiezen:
Ventilator uit
Ventilatorstand 1
Ventilatorstand 2
Ventilatorstand 3
Intensiefstand 1
Intensiefstand 2
Automatische stand
Opmerking: Beschikbaar afhankelijk van het model afzuigkap.
De ventilator is ingeschakeld.
- 3. Druk op om de ventilatormodus te verlaten.
Verlichting van de afzuigkap instellen
U kunt het licht van de afzuigkap via het bedieningspaneel van de kookplaat inschakelen en uitschakelen.
- 1. Druk op om de verlichting in te schakelen.
- 2. Druk opnieuw op om de verlichting uit te schakelen.
24.2 Overzicht van de instellingen van de afzuigkapbediening
In de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u afhankelijk van het model afzuigkap het gedrag van uw afzuigkap afhankelijk van het inschakelen en uitschakelen van de kookplaat of afzonderlijke kookzones instellen. Wanneer u deze instellingen voor uw kookplaat niet kunt vinden, controleer dan de instellingen van de afzuigkap in de Home Connect app, om de verbinding te configureren. Het display toont de instelling alleen als het apparaat is verbonden met de afzuigkap.
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Instelling of en hoe de ventilator automatisch inschakelt. | Automatisch starten van de ventilator – Uitgeschakeld. De afzuigkap moet zo nodig handmatig worden ingeschakeld. – Ingeschakeld met handmatige modus. De afzuigkap wordt bij inschakelen van een kookzone op een vooraf gedefinieerde stand ingeschakeld. 1, – Ingeschakeld met automatische modus. De afzuigkap wordt bij inschakelen van een kookzone ingeschakeld in de automatische modus. ² | |
| Instelling of, en hoelang de ventilator na uitschakelen van de kookplaat blijft draaien. | Naventilatie – De ventilator wordt samen met de kookplaat uitgeschakeld – Ingeschakeld met standaard naventilatie – Geen wijziging van de instellingen 1, – Ingeschakeld met automatische modus ² | |
| De verlichting wordt bij inschakelen van de kookplaat ingeschakeld. | Automatisch inschakelen van de verlichting – Uitgeschakeld 1 – Ingeschakeld | |
| De verlichting wordt bij uitschakelen van de kookplaat uitgeschakeld. | Automatisch uitschakelen van de verlichting 1 – Uitgeschakeld – Ingeschakeld |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
25 Reiniging en onderhoud
25.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitrokeramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de klantenservice, in de webshop of in de vakhandel.
1 Fabrieksinstelling
2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
19
Pagina 20
nl Storingen verhelpen
- Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang de kookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring van het oppervlak leiden.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
Onverdund afwasmiddel
Reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine Schuurmiddelen
Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of vlekverwijderaars
Krassende sponzen
Hogedrukreinigers of stoomapparaten
25.3 Twist Pad® reinigen
De draaiknop bestaat uit twee delen, welke u voor een grondige reiniging makkelijk kan verwijderen.
25.2 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.
Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.
- 1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
- 2. Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.
Tips
Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.
Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat in een goede conditie.
Aanbevolen reiniging:
Neem de delen af met een doek en lauw zeepsop. Droog de delen voor het opnieuw in elkaar zetten grondig af.
Niet aanbevolen reiniging:
Gebruik geen schurende of bijtende producten zoals citroenzuur, azijn, agressief reinigingsmiddel of glaskeramiekreiniger.
Niet in de vaatwasser reinigen of in water onderdompelen, omdat er anders schade kan ontstaan. Gebruik niet de schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal.
25.4 Profielen reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de profielen bevinden, reinig deze dan.
Opmerking: Geen schraper gebruiken.
- 1. Reinigen met zeepsop en drogen met een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.
- 2. Drogen met een zachte doek.
Opmerking: Wanneer uitneembare zijprofielen aanwezig zijn, gebruik dan veiligheidshandschoenen bij het verwijderen.
26 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Tip: Verbind uw apparaat permanent met de Home Connect app om automatisch software-updates te verkrijgen. Zo worden fouten verholpen, prestatieverbeteringen doorgevoerd en nieuwe functies geüpload.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 22
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
20
Pagina 21
Storingen verhelpen nl
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
26.1 Waarschuwing
Opmerkingen
Als op de displays of verschijnt, de draaiknop ter hoogte van de betreffende kookzone ingedrukt houden om de storingscode af te lezen.
Wanneer de storingscode niet in de volgende tabel staat, de kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30 seconden wachten en de kookplaat weer aansluiten. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan
contact op met de servicedienst en geef de exacte storingscode op.
Wanneer een fout optreedt, dan schakelt het apparaat niet naar de spaarstand.
Om de elektrische onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of stroomstoten, kan het vermogensniveau van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
26.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Er brandt geen enkele indicatie. | De stroomtoevoer is onderbroken. ▸ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring. |
| Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten. ▸ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema. | |
| Storing in de elektronica ▸ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in. | |
| De indicaties knipperen. | Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp. ▸ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| De kookzone wordt niet geselecteerd als u er kookgerei op plaatst. | Alleen de flexibele kookzones worden automatisch geselecteerd als u geschikt kookgerei erop plaatst. ▸ Selecteer handmatig kookzones die geen kookgerei automatisch herkennen. |
| , , , , | De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld. ▸ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken. |
| + vermogensstand en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken. ▸ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten. |
| en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld. ▸ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken. |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld. ▸ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in. |
| PowerTransfer wordt niet geactiveerd. ▸ Raak een willekeurige sensor aan om de storingsaanwijzing te bevestigen. Zoals gebruikelijk koken zonder de functie PowerTransfer te gebruiken. Contact opnemen met de Service. | |
| De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik. ▸ Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Voor het instellen van de kookzone een willekeurige toets aanraken en het display uitschakelen. | |
| / | De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied. ▸ Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. |
| / | De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten. ▸ Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het schakelschema. |
| De demo-modus is geactiveerd. ▸ Schakel de demomodus uit in de basisinstellingen. |