Neff T93I20N0MK, tekst van de handleiding
Pagina's 18–27 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 28 →
Pagina's 1–17: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 18
Inhoudsopgave
Raadgevingen en waarschuwingen omtrent de veiligheid...19
Veiligheidsaanwijzingen.................................................................. 19
Oorzaken van schade..................................................................... 20
Bescherming van het milieu....................................................20
Verwijdering van afvalstoffen op een milieuvriendelijke manier ............................................................................................................. 20
Tips om energie te besparen ........................................................ 20
Koken op Inductie ....................................................................20
Voordelen van het Koken op Inductie ......................................... 20
Geschikte pannen............................................................................ 20
Het apparaat leren kennen ......................................................21
Het bedieningspaneel..................................................................... 21
De kookzones................................................................................... 22
Restwarmte-indicator....................................................................... 22
Tipp-Pad en Tipp-knop ............................................................22
De Tipp-knop verwijderen .............................................................. 22
In stand houden van de Tipp-knop .............................................. 22
Noodmodus ...................................................................................... 22
Programmeren van de kookplaat...........................................23
De kookplaat in- en uitschakelen ................................................. 23
De kookzone afstellen .................................................................... 23
Kooktabel .......................................................................................... 23
Frituurfunctie ............................................................................25
Koekenpannen voor de frituurfunctie........................................... 25
De temperatuurniveaus................................................................... 25
Zo wordt dit geprogrammeerd...................................................... 25
Tabel................................................................................................... 26
Frituurprogramma's ......................................................................... 27
Kinderslot ................................................................................. 27
Het kinderslot activeren en deactiveren...................................... 27
Het permanente kinderslot inschakelen of uitschakelen........ 27
Functie Powerboost ................................................................. 27
Gebruiksbeperkingen ..................................................................... 27
Activeren............................................................................................ 27
Deactiveren....................................................................................... 27
Timerfunctie.............................................................................. 28
Een kookzone automatisch uitschakelen.................................... 28 automatische timer.......................................................................... 28
De kookwekker ................................................................................ 28
Warmhoudfunctie..................................................................... 28
Activeren............................................................................................ 28
Deactiveren....................................................................................... 28
Automatische tijdslimiet.......................................................... 29
Bescherming bij reiniging ....................................................... 29
Basisinstellingen...................................................................... 29
Toegang tot de basisinstellingen.................................................. 30
Onderhoud en reiniging .......................................................... 30
Kookplaat .......................................................................................... 30
Omlijsting van de kookplaat.......................................................... 30
Tipp-knop .......................................................................................... 30
Repareren van storingen......................................................... 31
Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat............... 31
Servicedienst............................................................................ 32
Produktinfo
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.neff-international.com en in de online-shop: www.neff-eshop.com
Pagina 19
ã=Raadgevingen en waarschuwingen omtrent de veiligheid
Lees deze instructies aandachtig door. Alleen dan kunt u het apparaat op de juiste wijze gebruiken.
Bewaar de gebruiks- en montage-instructies. Indien u het apparaat aan iemand anders overdraagt, geef dan ook de documentatie van het apparaat mee.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan niet in, maar neem contact op met de technische dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat niet, dan gaat elk recht op een schadevergoeding verloren.
Veiligheidsaanwijzingen
Dit apparaat werd uitsluitend voor huishoudelijk gebruik ontworpen. De kookplaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het bereiden van voedsel. Laat het apparaat niet onbeheerd achter als het aan staat.
Veilig gebruik
Voor een veilig gebruik van dit apparaat mogen volwassenen en kinderen die wegens
- lichamelijke, zintuiglijke of psychische beperkingen,
- onervarenheid of onwetendheid
niet bekwaam zijn om dit apparaat te gebruiken, dat alleen doen onder toezicht van een verantwoordelijk volwassen persoon.
Houd kinderen in de gaten en voorkom dat zij met het apparaat gaan spelen.
Olie en vet zijn te warm
Brandgevaar!
De hete olie en vet zijn gemakkelijk ontvlambaar. Laat oververhitte olie of oververhit vet niet onbewaakt achter. Indien de olie of het vet vlam vat, blus het vuur dan nooit met water. Doof de vlammen met een doek of een bord. Schakel de kookzone uit.
Het bereiden van voedsel au bain-marie
Met de bereidingswijze au bain-marie kan het voedsel worden verwarmd in een pan die op zijn beurt in een grotere pan water wordt geplaatst. Zo wordt het voedsel op langzame en constante wijze verwarmd, door middel van het warme water en niet rechtstreeks door de warmte van de kookzone. Bij het bereiden van voedsel au bain-marie moet worden vermeden dat blikken, glazen flessen of andere materialen in aanraking komen met de bodem van de pan water, om te voorkomen dat het glas van de plaat en de pan breken door oververhitting van de kookzone.
Hete kookplaat
Gevaar van brandwonden!
Raak hete kookzones niet aan. Houd kinderen uit de buurt van de kookplaat.
Brandgevaar!
- Leg nooit ontvlambare voorwerpen op de kookplaat.
- Bewaar geen ontvlambare voorwerpen of spuitbussen in de laden onder de kookplaat.
Vochtige bodems van pannen en vochtige kookplaten
Gevaar van verwondingen!
Als zich vocht tussen de bodem van de pan en de kookzone bevindt, kan dit dampdruk veroorzaken. Bijgevolg zou de pan kunnen opspringen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
Barsten in de kookplaat
Gevaar van elektrische ontlading!
Sluit het apparaat van het verdeelnet af indien de kookplaat stuk of gebarsten is.
Neem contact op met de technische dienst.
De kookzone verwarmt, maar de visuele indicatie werkt niet
Gevaar voor brandwonden!
Schakel de kookzone uit als de indicator niet werkt. Neem contact op met de technische dienst.
De kookplaat wordt uitgeschakeld
Brandgevaar!
Als de kookplaat automatisch uitgaat en niet kan worden gebruikt, kan hij op een later tijdstip alsnog vanzelf aan gaan. Om dit te voorkomen moet de kookplaat van de stroom worden afgesloten. Neem contact op met de technische dienst.
Plaats geen metalen voorwerpen op de inductieplaat
Gevaar voor brandwonden!
Laat geen messen, vorken, lepels, deksels of andere metalen voorwerpen op de kookplaat liggen; deze kunnen heel snel heet worden.
Onderhoud van de ventilator
Gevaar van beschadiging!
Deze plaat is uitgerust met een ventilator, die zich aan de onderzijde bevindt. Indien er zich onder de kookplaat een lade bevindt, mogen daar geen kleine of papieren voorwerpen in worden bewaard. Als deze namelijk worden geabsorbeerd kunnen ze de ventilator beschadigen of de koeling verslechteren.
Attentie!
Tussen de inhoud van de lade en de inlaat van de ventilator moet een afstand van ten minste 2 cm worden aangehouden.
Onjuist uitgevoerde reparaties
Gevaar van een elektrische ontlading!
Onjuist uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Zet het apparaat uit als het defect is. Neem contact op met de technische dienst. Het repareren en vervangen van defecte aansluitkabels mag uitsluitend uitgevoerd worden door behoorlijk opgeleid personeel van de Technische Dienst.
Attentie!
Dit apparaat voldoet aan de reglementeringen inzake de veiligheid en de elektromagnetische compatibiliteit. Personen met een pacemaker dienen uit de buurt te blijven van het apparaat als dat aan staat. Het is onmogelijk om te garanderen dat 100% van deze mechanismen die op de markt zijn voldoen aan de geldige regelgeving omtrent elektromagnetische compatibiliteit en dat er zich geen interferenties voordoen die de juiste werking in gevaar brengen. Ook is het mogelijk dat personen met andere soorten mechanismen, zoals hoorapparaten, enige vorm van hinder kunnen ondervinden.
De kookplaat uitschakelen
Schakel de kookplaat na elk gebruik altijd uit met de hoofdschakelaar. Wacht niet tot de kookplaat automatisch uitschakelt bij het ontbreken van een pan.
Pagina 20
Oorzaken van schade
Attentie!
- Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken.
- Plaat nooit lege plannen op de kookzones. Dit kan schade veroorzaken.
- Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel, de indicatorzones of op de omlijsting van de kookplaat. Dit kan schade veroorzaken.
- Als er harde of scherpe voorwerpen op de kookplaat vallen, kan dit de plaat beschadigen.
- Aluminiumfolie en plastic bakken smelten als ze op een hete kookzone gelegd worden. Het gebruik van beschermplaten op de kookplaat wordt afgeraden.
Algemeen overzicht
In de onderstaande tabel vindt u de meest voorkomende vormen van schade:
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Gemorst voedsel | Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. |
| Ongeschikte reinigingsproducten | Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. | |
| Krassen | Zout, suiker en zand | Gebruik de kookplaat niet als werkoppervlak of steun. |
| Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de vitroceramische plaat veroorzaken | Controleer de pannen. | |
| Verkleuringen | Ongeschikte reinigingsproducten | Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. |
| Aanraking van de pannen | Til kookpannen en koekenpannen op om ze te verplaatsen. | |
| Afbladderingen | Suiker, levensmiddelen met een hoog suikergehalte | Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Bescherming van het milieu
Pak het apparaat uit en gooi het verpakkingsmateriaal op milieuvriendelijke wijze weg.
Verwijdering van afvalstoffen op een milieuvriendelijke manier
Dit apparaat is geïdentificeerd conform de Richtlijn betreffende Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur WEEE 2002/96/EG. Deze richtlijn omschrijft het kader voor de recyclage en het hergebruik van afgedankte apparaten binnen het hele Europese grondgebied.
Tips om energie te besparen
- Doe altijd de bijbehorende deksel op de pan. Bij koken zonder deksel op de pan is het energieverbruik vier keer zo hoog.
- Gebruik pannen met een dikke en vlakke bodem. Pannen met bolle bodems verhogen het energieverbruik.
- De diameter van de bodem van de pan moet overeenkomen met de afmeting van de kookzone. Deze is over het algemeen groter dan de diameter van de bodem van de pan. Indien de diameter van de pan niet overeenkomt met die van de kookzone, is het beter dat deze groter is dan de afmeting van de kookzone. Zo niet, dan gaat de helft van de energie verloren. Controleer: Of de fabrikant de diameter van de bovenkant van pan heeft aangegeven.
- Kies pannen met een afmeting die geschikt is voor de hoeveelheid voedsel die u gaat bereiden. Een grote pan die maar halfvol is, verbruikt veel energie.
- Kook met weinig water. Zo wordt energie bespaard en blijven bovendien vitamines en mineralen van de groente behouden.
- Selecteer een lagere kookstand.
Koken op Inductie
Voordelen van het Koken op Inductie
Koken op Inductie betekent een radicale verandering van de traditionele wijze van verwarmen, aangezien de warmte rechtstreeks in de pan wordt gegenereerd. Daarom biedt het een aantal voordelen:
- Tijdbesparing bij het koken en frituren; doordat de pan rechtstreeks wordt verwarmd.
- Dit werkt energiebesparend.
- Eenvoudiger in onderhoud en reiniging Overgelopen voedingswaren verbranden minder snel.
- Kook- en veiligheidscontrole; de plaat levert energie of stopt de energietoevoer onmiddellijk als op de controleknop gedrukt wordt. De inductiekookzone levert geen warmte meer
af als de pan wordt weggenomen, ook al wordt het apparaat voor die tijd niet uitgeschakeld.
Geschikte pannen
Ferromagnetische pannen
Uitsluitend geschikt voor inductiekoken zijn ferromagnetische pannen zoals van:
- geëmailleerd staal
- gietijzer
- speciale pannen voor inductie van roestvrij staal.
Kijk, om te weten of de pannen geschikt zijn, of ze worden aangetrokken door een magneet.
Pagina 21
Speciale pannen voor inductie
Er bestaat een ander soort pannen speciaal voor inductie, met een geheel ferromagnetische bodem. Controleer de diameter, deze kan zowel van invloed zijn op de pandetectie als op het kookresultaat.
Niet geschikte pannen
Gebruik nooit pannen van:
- dun normaal staal
- glas
- aardewerk
- koper
- aluminium
Kenmerken van de bodem van de pan
De kenmerken van de bodem van de pannen kunnen invloed hebben op de homogeniteit van het kookresultaat. Pannen die gemaakt zijn van materialen die warmte verspreiden, zoals "sandwich" pannen van roestvrij staal, verdelen de warmte op gelijkmatige wijze, waardoor tijd en energie worden bespaard.
Geen pan of ongeschikte afmeting
Als er geen pan op de geselecteerde kookzone wordt geplaatst of als deze niet van het geschikte materiaal is of geen geschikte afmeting heeft, knippert de kookstand op de indicator van de kookzone. Plaats een geschikte pan, zodat het
knipperen stopt. Als er meer dan 90 seconden wordt gewacht gaat de kookzone automatisch uit.
Lege pannen of pannen met een dunne bodem
Verwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitgerust met een intern veiligheidssysteem, maar een lege pan kan zo snel heet worden dat de functie “automatisch uitschakelen" geen tijd heeft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan niet aan en schakel de kookzone uit. Als het apparaat na het afkoelen niet werkt, neem dan contact op met de technische dienst.
Pandetectie
Iedere kookzone heeft een minimumlimiet voor pandetectie, die afhankelijk is van het materiaal van de pan die wordt gebruikt. Daardoor mag alleen de kookzone worden gebruikt die het meest geschikt is voor de pan.
Dubbele of driedubbele kookzone
Deze zones kunnen pannen van verschillende afmetingen herkennen. Afhankelijk van het materiaal en de eigenschappen van de pan, past de zone zich automatisch aan en wordt alleen de enkele zone geactiveerd, ofwel de hele zone, waarbij het geschikte vermogen wordt geleverd voor goede kookresultaten.
Het apparaat leren kennen
Deze gebruiksinstructies kunnen op de diverse kookplaten toegepast worden. Op pagina 2 staat een algemeen overzicht van de modellen met informatie over hun afmetingen.
Het bedieningspaneel
| . " + * " & | $ " | # " " | ! | ||||
| % | # " " $ & | !! % $ + / | + | + | ! " $ . % % . " + | . | # ! * + "" 0 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Bedieningsvlakken
Bij het aanraken van een symbool wordt de overeenkomstige functie geactiveerd.
Aanwijzingen
- De instellingen wijzigen niet als er verschillende symbolen tegelijk aangeraakt worden. Hierdoor kan de programmeerzone worden gereinigd in geval van gemorst voedsel.
- Zorg ervoor dat de bedieningsvlakken altijd droog zijn. Vocht heeft een negatieve invloed op de werking.
Pagina 22
De kookzones
| Kookzone | Activeren en deactiveren |
|---|---|
| • Enkelvoudige kookzone | Gebruik een pan met de geschikte maat. |
| • Braadzone | De zone wordt automatisch ingeschakeld als een pan gebruikt wordt waarvan de bodem dezelfde maat heeft als de buitenste zone. |
| • Resistieve warmhoudzone* | Activeren: Draai de bedieningsknop naar de warmhoudzone, op de visuele indicator verschijnt . |
| Deactiveren: Kantel de bedieningsknop weer in de richting van de warmhoudzone, op de visuele indicator verschijnt .* | |
| * De restwarmte-indicator gaat aan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Gebruik enkel pannen die geschikt zijn om te koken op inductie, zie hoofdstuk “Geschikte pannen".
Restwarmte-indicator
De kookplaat beschikt over een restwarmte-indicator in elke kookzone, die aanduidt welke nog warm zijn. Raak kookzones met die indicatie niet aan.
Ook als de plaat uitgeschakeld is,blijft / , branden zo lang de kookzone warm is.
Als de pan van de plaat genomen wordt voordat de kookzone uitgeschakeld is, verschijnen afwisselend de indicator / en de geselecteerde kookstand.
Tipp-Pad en Tipp-knop
In stand houden van de Tipp-knop
Binnenin de Tipp-knop bevindt zich een krachtige magneet. Houd geen magnetische gegevensdragers, zoals videobanden, diskettes, creditcards en pasjes met magrneetstrip in de buurt van de Tipp-knop. Deze zouden kunnen beschadigen.
Bovendien kunnen er zich storingen voordoen in televisies en beeldschermen.
De Tipp-Pad is de programmeerzone waarin met de Tipp-knop de kookzones en de vermogensstanden kunnen worden geselecteerd. Op de zone Tipp-Pad centreert de Tipp-knop zich automatisch.
De Tipp-knop is magnetisch en wordt geplaatst op de Tipp-Pad. Kantel deTipp-knop om de overeenstemmende kookzone te activeren. Draai de Tipp-knop om de vermogensstand te selecteren.
Bij het plaatsen van de Tipp-knop, is het mogelijk dat deze niet precies gecentreerd zou zijn t.o.v. de serigrafie die de Tipp-Pad zone begrenst. De Tipp-knop kan gecentreerd worden door deze lichtjes te verschuiven rond zijn ruststand.
Aanwijzing: Hoewel de knop niet goed gecentreerd zou zijn, heeft dit geen invloed op de correcte werking van de Tipp-knop.
De Tipp-knop verwijderen
De Tipp-knop kan worden uitgenomen, om de reiniging te vergemakkelijken.
Bovendien kan de Tipp-knop worden weggehaald terwijl de kookzone nog in werking is. Alle kookzones gaan na 3 seconden uit.
ã=Brandgevaar!
Als er gedurende deze 3 seconden een metalen voorwerp op de Tipp-Pad wordt gezet, kan de kookplaat blijven verhitten. Zet de kookplaat daarom altijd met de hoofdschakelaar uit.
ã=Voor dragers van elektronische implantaten, bijvoorbeeld pacemaker, insulinepennen!
Deze implantaten kunnen mogelijk beïnvloed worden door de magnetische velden.
Steek de Tipp-knop daarom nooit in de zakken van uw kleding. De afstand tot de pacemaker moet minimaal 10 cm zijn.
Aanwijzing: De Tipp-knop is magnetisch. De metalen deeltjes die blijven vastkleven aan de onderzijde kunnen het oppervlak van de kookplaat krassen. Reinig de Tipp-knop altijd grondig.
Noodmodus
De kookplaat kan ook werken zonder de Tipp-knop:
- 1. Schakel de kookplaat in met de hoofdschakelaar.
- 2. Druk, tijdens de volgende 5 seconden, tegelijkertijd de symbolen en 3 in. Er klinkt een signaal.
- 3. Druk meerdere keren op het symbool tot de indicator van de gewenste kookzone brandt.
- 4. Druk vervolgens meerdere keren op het symbool om de gewenste vermogensstand te selecteren.
De kookzone is ingeschakeld.
Aanwijzingen
- De timerfunctie kan op de gebruikelijke wijze geactiveerd worden. Druk, om de gewenste kooktijd te selecteren, op het symbool .
- De activering van de kookzones werkt op de gebruikelijke wijze.
- De Tipp-knop kan altijd opnieuw geplaatst worden op de kookplaat.
Pagina 23
Programmeren van de kookplaat
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe een kookzone kan worden afgesteld. In de tabel staan de kookstanden en de bereidingstijden voor verschillende gerechten vermeld.
De kookplaat in- en uitschakelen
De kookplaat wordt in- en uitgeschakeld met de hoofdschakelaar.
Inschakelen: Druk op het symbool . De indicator boven de hoofdschakelaar gaat branden. De kookplaat is klaar om te werken.
Uitschakelen: druk op het symbool tot de indicator boven de hoofdschakelaar verdwijnt. Alle kookzones zijn uitgeschakeld. De restwarmte-indicator blijft branden tot de kookzones voldoende afkoelen.
Aanwijzingen
- De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld zodra alle kookzones meer dan 15 seconden uitgeschakeld zijn.
- De geselecteerde instellingen blijven opgeslagen gedurende de eerste 4 seconden na het uitschakelen van de plaat. Indien de kookplaat opnieuw ingeschakeld wordt binnen deze tijdsperiode, dan worden de vorige instellingen toegepast.
De kookzone afstellen
De gewenste vermogensstand afstellen met de Tipp-knop. Vermogensstand 1 = minimumvermogen.
Vermogensstand 9 = maximumvermogen.
Elke vermogensstand is voorzien van een tussenliggende instelling. Deze wordt aangegeven met een punt.
Kooktabel
In de volgende tabel worden enkele voorbeelden gegeven. De bereidingstijden zijn afhankelijk van de kookstand, het type, het gewicht en de kwaliteit van het voedsel. Daarom zijn er variaties.
Smelten
Chocolade, chocoladeglazuur, boter, honing Gelatine
Opwarmen en warm houden
Maaltijdsoep (bv. linzen)
Melk**
Worstjes opgewarmd in water**
Ontdooien en verwarmen
Diepvriesspinazie
Diepvriesgoulash
Op een zacht vuurtje gaarstoven, op een zacht vuurtje koken
Aardappel-gehaktballen
Vis
Witte sauzen, bv. bechamel
Geklopte sauzen, bv. bearnaisesaus, Hollandse saus
* Doorkoken zonder deksel
** Zonder deksel
De vermogensstand selecteren
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Selecteer de kookzone. Kantel hiertoe de Tipp-knop naar de gewenste kookzone.
- 2. Draai, binnen de volgende 5 seconden, de Tipp-knop tot op de visuele indicator de gewenste vermogensstand gaat branden.
De kookzone is ingeschakeld.
Wijzigen van de vermogensstand
Selecteer de kookzone en wijzig de vermogensstand met de Tipp-knop.
De kookzone uitschakelen
Selecteer de kookzone en draai de Tipp-knop tot getoond wordt. De kookzone wordt uitgeschakeld en de restwarmte-indicator verschijnt.
Aanwijzing: Als er geen pan op de inductiekookzone geplaatst wordt, zal de gekozen kookstand beginnen knipperen. Na het verstrijken van een tijd gaat de kookzone uit.
De kookstanden beïnvloeden het kookresultaat.
Roer puree, gebonden soep en dikke sauzen af en toe om. Gebruik de kookstand 9 als u begint te koken.
Doorkookstan Doorkookduur in minuten d
| 1-1. | - |
|---|---|
| 1-1. | - |
| 1-2 | - |
| 1.-2. | - |
| 3-4 | - |
| 2.-3. | 5-15 min. |
| 2.-3. | 20-30 min. |
| 4.-5.* | 20-30 min. |
| 4 -5* | 10-15 min. |
| 1-2 | 3-6 min. |
| 3-4 | 8-12 min. |
Pagina 24
| Doorkookstand | Doorkookduur in minuten | |
| Koken, stomen, sauteren | ||
| Rijst (met twee keer zoveel water) | 2-3 | 15-30 min. |
| Rijstpap | 2-3 | 25-35 min. |
| Aardappelen in de schil | 4-5 | 25-30 min. |
| Geschilde aardappelen met zout | 4-5 | 15-25 min. |
| Pasta. | 6 -7* | 6-10 min. |
| Eenpansgericht, soep | 3.-4. | 15-60 min. |
| Groente | 2.-3. | 10-20 min. |
| Diepvriesgroenten | 3.-4. | 7-20 min. |
| Koken met de snelkookpan | 4.-5. | - |
| Sudderen | ||
| Rollade | 4-5 | 50-60 min. |
| Stoofschotel | 4-5 | 60-100 min. |
| Goulash | 3.-4. | 50-60 min. |
| Braden** | ||
| Filets, al dan niet gepaneerd | 6-7 | 6-10 min. |
| Diepvriesfilets | 6-7 | 8-12 min. |
| Koteletten, al dan niet gepaneerd | 6-7 | 8-12 min. |
| Biefstuk (3 cm dikte) | 7-8 | 8-12 min. |
| Borst (2 cm dikte) | 5-6 | 10-20 min. |
| Diepvriesborst | 5-6 | 10-30 min. |
| Vis en visfilet, ongepaneerd | 5-6 | 8-20 min. |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6-7 | 8-20 min. |
| Gepaneerde diepvriesvis, bv. vissticks | 6-7 | 8-12 min. |
| Garnalen en steurgarnalen | 7-8 | 4-10 min. |
| Diepvriesgerechten, bv. gesauteerd | 6-7 | 6-10 min. |
| Pannenkoeken | 6-7 | een portie na de andere frituren |
| Omelet | 3.-4. | een portie na de andere frituren |
| Gebakken eieren | 5-6 | 3-6 min. |
| Frituren** (150-200g per portie in 1-2 l olie) | ||
| Diepvriesproducten, bv. patat, kipnuggets | 8-9 | een portie na de andere frituren |
| Diepvrieskroketten | 7-8 | |
| Gehaktballen | 7-8 | |
| Vlees, bijv., stukjes kip | 6-7 | |
| Vis, gepaneerd of in bierdeeg | 6-7 | |
| Groenten, paddenstoelen, gepaneerd of in bierdeeg, bv. champignons | 6-7 | |
| Banket, bv. beignets, fruit in bierdeeg | 4-5 | |
| * Doorkoken zonder deksel | ||
| ** Zonder deksel |
Pagina 25
Frituurfunctie
Met deze functie kan worden gefrituurd in de voorste kookzones, waarbij de temperatuur van de koekenpan wordt afgesteld.
Voordelen bij het frituren
De kookzone verwarmt enkel wanneer dit nodig is. Op die manier wordt energie bespaard. De olie en het vet raken niet oververhit.
Aanwijzingen
- Verhit nooit olie, boter of reuzel zonder toezicht.
- Zet de koekenpan in het midden van de kookzone.
Controleer of de bodem van de koekenpan de juiste diameter heeft.
- Doe geen deksel op de koekenpan. Doet u dat wel, dan werkt de automatische regeling niet. U kunt wel gebruik maken van een beschermende zeef, zo werkt de automatische regeling wel.
- Gebruik uitsluitend olie die geschikt is om te frituren. Gebruikt u boter, margarine, olijfolie of reuzel, selecteer dan het temperatuurniveau min.
Koekenpannen voor de frituurfunctie
Er zijn koekenpannen die optimaal geschikt zijn voor deze frituurfunctie. Gebruik uitsluitend deze koekenpannen. Met andere koekenpannen werkt de regeling niet. De koekenpannen kunnen oververhit raken.
Deze koekenpannen kunnen later worden aangeschaft, als extra accessoire, bij gespecialiseerde handelszaken of onze technische dienst. Duid altijd de overeenkomstige referentie aan:
- Z9451X0 kleine pan (15 cm diameter).
- Z9452X0 middelgrote pan (19 cm)
- Z9453X0 grote pan (21 cm)
De koekenpannen hebben een antiaanbaklaag. Het is ook mogelijk om voedsel te frituren met weinig olie.
De temperatuurniveaus
| Vermogensstand | Temperatuur Geschikt voor |
|---|---|
| max | hoog bv. aardappelkoekjes, gesauteerde aardappelen en weinig doorbakken steak. |
| med | middelhoog-hoog bv. "fijne" bakproducten zoals gepaneerde diepvriesproducten, schnitzels, ragout en groente. |
| low | laag-middelhoog bv. grote bakproducten zoals frikandellen en worstjes, vis. |
| min | laag bv. omeletten gebakken in boter, olijfolie of margarine |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Zo wordt dit geprogrammeerd
Selecteer uit de tabel het geschikt temperatuurniveau. Plaats de koekenpan op de kookzone.
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Selecteer de kookzone met de Tipp-knop. Druk op het symbool . De indicator gaat aan op de visuele indicator van de kookzone.
- 2. Selecteer, binnen de volgende 5 seconden, de gewenste temperatuurstand door de Tipp-knop te draaien.
De frituurfunctie is nu geactiveerd.
De indicator naast het temperatuursymbool blijft branden tot de frituurtemperatuur bereikt wordt. Dan klinkt een signaal en de indicator gaat uit.
- 3. Doe olie of vet in de koekenpan, en vervolgens het voedsel. Draai het voedsel zoals gewoonlijk om, zodat het niet verbrandt.
Aanwijzing: Selecteer de kookzone om de temperatuurindicator te tonen.
De frituurfunctie uitschakelen
Selecteer de kookzone en druk op het symbool .
Pagina 26: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 27
Frituurprogramma's
Gebruik deze programma's uitsluitend met voor de frituurfunctie aanbevolen koekenpannen.
Met deze programma's kunnen de volgende gerechten worden bereid:
Programma
Gerecht
Schnitzel
Kippenborst, cordon bleu
Biefstuk, weinig doorgebakken
Biefstuk, half of goed doorgebakken
Vis
Gerechten en groenten om in de koekenpan te bereiden, diepvriesproducten
Oven - frites, diepvriesproducten
Pannenkoeken
Omelet, eieren
Selecteer het gewenste programma
Selecteer de kookzone.
- 1. Druk op het symbool . Op de visuele indicator verschijnt .
- 2. Druk nogmaals op het symbool . Op de visuele indicator van de kookzone gaat en de indicator aan .
- 3. Draai, binnen de volgende 5 seconden, de Tipp-knop tot het gewenste programma getoond wordt.
Het programma is nu geselecteerd.
De indicator naast het temperatuursymbool blijft branden tot de overeenstemmende temperatuur bereikt is. Als de temperatuur bereikt is, hoort u een signaal en gaat de temperatuurindicator uit.
Doe olie of vet in de koekenpan, en vervolgens het voedsel. Draai het voedsel zoals gebruikelijk om, zodat het niet verbrandt.
Aanwijzing: Selecteer de kookzone om de temperatuurindicator te tonen.
Het programma uitschakelen
Selecteer de kookzone en druk op het symbool .
Kinderslot
De kookplaat kan beveiligd worden tegen ongewilde inschakeling, om te voorkomen dat kinderen de kookzones kunnen inschakelen.
Het kinderslot activeren en deactiveren
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
Activeren: houd het symbool gedurende circa 3 seconden ingedrukt. De indicator gaat gedurende 10 seconden branden. De kookplaat is geblokkeerd.
Deactiveren: houd het symbool gedurende circa 3 seconden ingedrukt. De blokkering is gedeactiveerd.
Het permanente kinderslot inschakelen of uitschakelen
Met deze functie wordt het kinderslot altijd automatisch ingeschakeld als de kookplaat wordt uitgezet.
Activeren en deactiveren
Zie paragraaf “Standaardinstellingen".
Functie Powerboost
Met de functie Powerboost kan het voedsel sneller verhit worden dan wanneer de kookstand gebruikt wordt.
Gebruiksbeperkingen
Deze functie is beschikbaar in alle kookzones, mits de andere zone van dezelfde groep niet in werking in, (zie afbeelding). Zo niet , dan knipperen op de visuele indicator van de geselecteerde kookzone en ; vervolgens wordt de vermogensstand automatisch afgesteld .
- * - *
- * - *
Activeren
- 1. Selecteer de kookzone met de Tipp-knop.
- 2. Druk op het symbool .
De functie is nu geactiveerd.
Deactiveren
- 1. Selecteer de kookzone met de Tipp-knop.
- 2. Druk op het symbool .
De functie Powerboost is nu gedeactiveerd.
Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan de Powerboost functie automatisch uitgeschakeld worden om de elektronische onderdelen aan de binnenzijde van de plaat te beschermen.