Neff V6540X1EU, tekst van de handleiding
Pagina's 13–34 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 13
Wasmiddelpoeder doseren
Vloeibaar wasmiddel doseren
Normaal verontreinigd wasgoed
- Programma instellen.
(Voorwas) niet kiezen → pagina 16.
- Totale hoeveelheid wasmiddel, volgens instructies van de fabrikant in compartiment II van de wasmiddellade doen.
Sterk verontreinigd wasgoed
- Programma instellen.
(Voorwas) kiezen → pagina 16.
1/4 van de aanbevolen hoeveelheid wasmiddel in compartiment I van de wasmiddellade doen en 3/4 van het wasmiddel in compartiment II.
Vloeibaar wasmiddel uitsluitend voor de hoofdwas zonder voorwas gebruiken.
Daarvoor:
- Aanbevolen hoeveelheid wasmiddel in een doseerhulp voor vloeibaarwasmiddel vullen en in de trommel leggen.
of
- Na het naar beneden klappen van de inzet voor vloeibaar wasmiddel in compartiment II van de wasmiddelade doseren.
Schaalverdeling op het inzet voor vloeibaar wasmiddel helpt bij het doseren van het vloeibare wasmiddel.
Wanneer compartiment II voor waspoeder gebruikt wordt, moet het inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel omhoog worden geklapt.
i i
Pagina 14
Programma's
i
Programmakiezer
Wasprogramma's*
* afh. van model
De programma's kunnen worden ingesteld met behulp van de programmakeuzeknop.
De resterende tijd van het programma en de aanbevolen beladingshoeveelheid worden in het display weergegeven.
Cottons (Katoen)
Geschikt voor stevig textiel, kookvast textiel van katoen of linnen.
- Bonte was tot 60°C.
- Witte was 60°C tot 90°C.
Cottons Eco (Katoen Eco)
Wasprogramma voor de best mogelijke wasprestaties bij een minimaal energie- en waterverbruik.
Synthetics (Kreukherstellend)
Wasprogramma voor minder stevige textielsoorten van katoen, linnen, synthetische stoffen of gemengde weefsels. Sorteren op kleur wordt aanbevolen.
8 Delicates (Fijn/zijde)
Voorzichtig programma voor gevoelig, wasbaar textiel van bijv. zijde, satijn, synthetische stoffen of gemengde weefsels (bijv. vitrages). Voorzichtig centrifugeren tussen de spoelbeurten en een gereduceerd eindcentrifugetoerental.
Wool (Wol)
Wol pluist onder invloed van warmte, vochtigheid en beweging. Het wolprogramma houdt rekening met deze eigenschappen en vindt een optimale weg tussen stilstand en beweging.
Geschikt voor hand- of machinewasbaar textiel van wol of gedeeltelijk van wol.
Super Quick 15’ (Superkort 15’)
Kort wasprogramma voor kreukherstellend, licht verontreinigd textiel van katoen, linnen, synthetische stof of gemengde weefsels. Geschikt voor het opfrissen van het wasgoed of het wassen van nieuw textiel voorafgaande aan het voor het eerste dragen. Programmaduur is 15 min.
Mix
Voor het wassen van gemengd wasgoed van verschillende stevige en kreukherstellende textielsoorten.
Sports
Voor het wassen van vrijetijds- en sportkleding van microvezels en synthetische stof. Verminderde kreukvorming en extra spoelcyclus.
Pagina 15
Wasprogramma's*
* afh. van model
Droogprogramma's
Speciale programma's i
i
Sensitive (Sensitief)
Voor het wassen van textiel met verhoogde hygiënevereisten of voor mensen met allergie. De temperatuur blijft tijdens het wassen constant. Intensief spoelen met verhoogd waterpeil. Voor stevig en kreukherstellend textiel van katoen of linnen.
Night (Nachtwas)
Bijzonder zacht wasprogramma met gereduceerd eindcentrifugeren. Sleep modus. Nadat het programma is afgerond dooft het display en kan dit door op een willekeurige toets te drukken weer geactiveerd worden.
Intensive Dry (Intensief drogen)
Intensief drogen voor (stevig textiel) bij 90°C.
Delicate Dry (Voorzichtig drogen)
Voorzichtig drogen voor (kreukherstellend textiel) bij 60°C.
Fluff Clean (Pluizenspoelen)
De trommel moet leeg zijn.
Dit programma wordt uitgevoerd om eventuele pluisafzettingen uit het droogcircuit te verwijderen. De wasdroger geeft aan via het knipperende symbool (Pluizen spoelen) op het display, dat het programma moet worden uitgevoerd. De elektronische cyclusteller wordt daarna automatisch gereset. Het symbool (Pluizenspoelen) gaat uit na aanvang van het programma.
Handel als volgt voor het uitvoeren van het programma Fluff Clean :
- Zorg er voor dat de trommel helemaal leeg is en sluit de vuldeur.
- Zet de programmakiezer op Fluff Clean .
- Druk op toets (Start/Pauze).
Het programma Fluff Clean kan ook zonder dat het apparaat hierom vraag te allen tijde worden uitgevoerd.
+ (Spoelen + centrigureren):
Een extra spoelbeurt met aansluitend centrifugeren. Wanneer het wasgoed druipnat uitgenomen moet worden, het centrifugetoerental voor aanvang van het programma op (Spoelstop) zetten → pagina 16.
+ (Afpompen + centrifugeren): Afpompen van het spoelwater na het programma's met (Spoelstop) → pagina 16.
- Programmakiezer op + (Afpompen + centrigureren) zetten.
- Het centrifugetoerental op (Spoelstop) zetten.
- Toets (Start/Pauze) indrukken.
of
Afpompen en centrifugeren met gewenst centrifugetoerental:
- Programmakiezer op + (Afpompen + centrifugeren) zetten
- Toets (Centrifugeren) net zo vaak indrukken tot het gewenste centrifugetoerental is ingesteld.
- Toets (Start/Pauze) indrukken.
Pagina 16
Was- en droogopties
Toets (Temperatuur)
Toets (Centrifugetoerental)
Spoelstop
Onbalans controlesysteem
Toets Menu (Optie)
Toets Set (Instellen)
i
De temperatuur kan voor elk programma individueel worden aangepast. Druk daarvoor net zo vaak op de toets °C (Temperatuur) tot de gewenste temperatuur wordt weergegeven.
Het centrifugetoerental kan voor elk programma individueel worden aangepast.
Druk daarvoor net zo vaak op toets (centrifugeren) totdat het gewenste centrifugetoerental wordt weergegeven.
Bij (Spoelstop) is de centrifugefunctie gedeactiveerd. Het wasgoed blijft in het laatste spoelwater liggen.
Het automatische onbalans controlesysteem zorgt door meerdere centrifugepogingen voor een gelijkmatige verdeling van het wasgoed. Bij een zeer ongunstige wasgoedverdeling wordt vanwege veiligheidsredenen het toerental van het eindcentrifugeren gereduceerd of wordt de eindcen-trifugeergang niet uitgevoerd.
De ingestelde programma's kunnen individueel worden aangepast.
Om de gewenste optie te kiezen:
- Toets Menu (Optie) net zo vaak indrukken tot de gewenste optie gekozen is (Indicatielamp knippert).
- Toets Set indrukken om de optie in-/uit te schakelen (indicatielamp is aan/uit).
Bij het ingedrukt houden van de toets Menu (Optie) worden alle wasopties doorlopen.
Opties (Symbolen in het display)
| Voorwas | Voorwas bij 35°C. Geschikt voor sterk verontreinigd wasgoed. |
| Intensief | Verlengde wasduur. Geschikt voor zeer vervuild wasgoed met opgedroogde vlekken. Niet mogelijk in combinatie met Flexi tijd |
| Kreukherstellend | Speciale centrifugeprocedure met aansluitend wasgoed losmaken. Voorzichtig eindcentrifugeren met gereduceerd centrifugetoerental. Restvochtgehalte van het wasgoed licht verhoogd. Minder kreukvorming. Wasgoed gemakkelijker te strijken. |
| Extra water | Verhoogd waterpeil en extra spoelbeurt. Voor gebieden met zeer zacht water of voor verdere verbetering van het spoelresultaat. Eventueel wasmiddelresten worden verwijderd. |
| Flexi tijd | Instelling van de wasduur. normaal-gemiddeld-kort. |
| Signaal | Voor het activeren resp. deactiveren van het geluidssignaal |
Pagina 17
Toets 3 (Klaar in)
Toets 5 (Drogen)
De programmastart kunt u voor de aanvang van het programma vertragen. Met de resterende tijd legt u vast, wanneer het gekozen programma afgelopen moet zijn. De resterende tijd kan in stappen van én uur, tot maximaal 24 uur worden ingesteld.
Toets 3 (Klaar in) net zo vaak indrukken tot het gewenste aantal uur wordt aangegeven.
Aansluitend op (Start/Pauze) drukken, de programmastart wordt uitgesteld, afhankelijk van de ingestelde resterende tijd. Op het display wordt de benodigde tijd aangegeven tot aan het einde van het programma.
De droogprogramma's → pagina 15 kunnen door de droogopties individueel worden aangepast.
- Druk daarvoor op de toets 5 (Drogen), totdat de gewenste droogoptie op het display verschijnt.
- Voor het deactiveren de toets 5 (Drogen) net zo vaak kiezen totdat op het display verschijnt.
Droogopties (symbolen in het display)
| 0 Tijdgestuurd drogen | De droogtijd kan door herhaaldelijk drukken op toets 5 (Drogen) tussen 2:40 en 0:00 ingesteld worden. |
| • Strijkklaar | Het restvochtgehalte in het wasgoed is licht verhoogd. Hierdoor gaat het strijken gemakkelijker. |
| • Kastdroog | Het wasgoed is kastdroog. |
| : Extra droog | Het wasgoed wordt intensief gedroogd. Geschikt voor moeilijk drogende was. |
| • Op (Start/Pauze) drukken om het gekozen programma te starten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Toets (Start/Pauze) De 2 (Resterende tijd) verschijnt in het display. Het symbool (Programi mastart) brandt.
Programmavoortgang De programmavoortgang verschijnt in het display.
- Voorwas
- Hoofdwas
- Spoelen
- Eind- centrifugeren
Drogen
i
Programma wijzigen
Programma onderbreken
Programma afbreken
Om het programma te wijzigen: nieuw programma kiezen, (Start/Pauze) indrukken.
Het nieuwe programma start.
Toets (Start/Pauze) tijdens het programmaverloop net zo lang ingedrukt houden tot in het display verschijnt. Tijdens de programmaonderbreking verschijnt afwisselend en 2 (Resterende tijd).
Toets (Start/Pauze) indrukken, om het programma te hervatten.
wordt weer-
Toets (Start/Pauze) net zo lang indrukken totdat gegeven.
Bij wasprogramma's met hogere temperatuur:
- Wasgoed afkoelen: + (Spoelen + centrifugeren) kiezen.
- Toets (Start/Pauze)indrukken.
Bij programma's met lage temperatuur:
- + (Afpompen + centrifugeren) kiezen.
- Toets (Start/pauze) kiezen.
Bij het afbreken van het droogprogramma kan het wasgoed nog zeer heet zijn.
17
Pagina 18
Wassen en drogen
Alleen wassen
Alleen drogen
Wassen en drogen
i
i
i
- Programmakiezer op het gewenste programma instellen, bijv. Cottons (Katoen) 60°C.
- In het display verschijnt afwisselend 2 (Resterende tijd) en aanbevolen beladingshoeveelheid in kg. Het symbool knippert.
- Eventueel temperatuur en centrifugetoerental aanpassen en opties voor individuele programma-instellingen kiezen → pagina 16.
- Functie 5 (Drogen) mag niet geactiveerd zijn!
- Wasgoed in de wasautomaat doen → pagina 11.
- Maximale beladingshoeveelheid aanhouden, programmatabel → pagina 31.
- Toets (Start/Pauze) indrukken.
- 2 (Resterende tijd) wordt in het display aangegeven. Het symbool (Programmastart) brandt.
- Wasprogramma start.
- Programmakiezer op het gewenste droogprogramma instellen.
- In het display verschijnen afwisselend 2 (Resterende tijd) en aanbevolen beladingshoeveelheid in kg.
- Toets 5 (Drogen) indrukken om de droogopties in te stellen → pagina 17.
- wanneer u deze keuze niet maakt, is de optie (Kastdroog) ingesteld.
- Wasgoed in de wasautomaat doen → pagina 11.
- Maximale beladingshoeveelheid aanhouden, programmatabel → pagina 31.
- Toets (Start/Pauze) indrukken.
- 2 (Resterende tijd) wordt in het display weergegeven en de symbolen 5 (Drogen) en (Programmastart) branden.
- Droogprogramma start.
Aaneengesloten was- en droogprogramma's.
- Programmakiezer op het gewenste programma instellen, bijv.
Cottons (Katoen) 60°C.
- In het display verschijnt afwisselend 2 (Resterende tijd) en aanbevolen beladingshoeveelheid kg. Het symbool knippert.
- Eventueel temperatuur en centrifugetoerental aanpassen en opties voor individuele programma-instellingen kiezen,→ pagina 16.
- Toets 5 (Drogen) indrukken, om de droogopties in te stellen → pagina 17.
- Wasgoed in de wasautomaat doen → pagina 11.
- Maximale beladingshoeveelheid in kg aanhouden, programmatabel → pagina 31.
- Toets (Start/Pauze) indrukken.
Het uitgevoerde droogprogramma wordt automatisch door het wasprogramma vastgelegd, programmatabel → pagina 31.
Pagina 19
Programma-einde
Spoelstop
Kinderslot
De was- en droogprogramma's worden automatisch beëindigd. In het display verschijnt .
- Programmakiezer op (Uit) zetten.
- Was uit de trommel nemen.
- Vuldeur geopend laten, zodat de binnenkant van de was-droogcombinatie kan drogen.
- Waterkraan sluiten, bij modellen met Aquastop niet nodig.
Waneer aan het begin van het wassen de centrifugefunctie gedeactiveerd (Zonder eind- centrifugeren = wasgoed blijft in het laatste spoelwater liggen), dan stopt het wasprogramma na het laatste spoelen.
In het display verschijnt afgewisseld met .
Om het spoelwater af te pompen en het wasgoed eventueel te centrifugeren:
- Druk net zo vaak op toets (Centrifugeren) totdat het gewenste centrifugetoerental is ingesteld. Water wordt afgepompt, wasdroger centrifugeert. Programma is afgerond, wanneer verschijnt in het display.
Het maximale centrifugetoerental is afhankelijk van het gekozen wasprogramma.
Wanneer centrifugeren niet plaats moet vinden:
- Toets (Centrifugeren) indrukken (Resterende tijd voor afpompen wordt getoond).
Water wordt afgepompt, was-droogautomaat centrifugeert niet. Programma is afgerond wanneer in het display verschijnt.
- Programmakiezer op (Uit) zetten.
- Wasgoed uit de trommel halen.
- Vuldeur open laten zodat de binnenkant van de was-droogcombinatie kan drogen.
- Waterkraan sluiten, bij modellen met Aquastop niet nodig.
Om de was-droogautomaat tegen onbedoeld wijzigen van de ingestelde functies te beveiligen.
Activeren/Deactiveren: Toets Menu (Optie) en Set (Instellen) tegelijkertijd indrukken om het kinderslot te activeren resp. te deactiveren. Bij geactiveerd kinderslot brandt in het display.
i
Pagina 20
Reiniging en onderhoud
Veiligheidsinstructies
Behuizing en bedieningspaneel
Trommel
Wasmiddellade
Elektrocutiegevaar!
Sluit eerst de elektrische voeding af. Was-droogcombinatie nooit met een waterstraal reinigen!
Explosiegevaar!
Was-droogcombinatie nooit met oplosmiddelen reinigen!
Kans op verbrandingen!
Heet wassop moet voor het afvoeren afkoelen!
Met een zachte, vochtige doek afnemen.
Wasmiddel en reinigerresten direct verwijderen. Reinigen met waterstraal niet toegestaan.
Vreemde voorwerpen die zijn achtergebleven verwijderen uit de trommel en van de rubberen afdichting.
Ontkalking van de trommel:
- Gebruik voor het ontkalken van de was-droogcombinatie uitsluitend ontkalkingsmiddelen van de bekende merken met corrosiebescherming voor wasautomaten..
- Instructies van de fabrikant omtrent het gebruik en dosering aanhouden.
- Na het ontkalken en het oplossen van roest in de trommel het programma + (Spoelen + centrifugeren) meerdere malen uitvoeren, om alle zuurresten af te voeren.
Wanneer achtergebleven metalen voorwerpen (bijv. munten, paperclips, naalden, spijkers) roestvlekken hebben veroorzaakt:
- Chloorvrij reinigingsmiddel gebruiken; instructies van de fabrikant aanhouden. Nooit staalwol gebruiken.
Bij resten was- of onderhoudsmiddelen:
- Wasmiddellade tot de aanslag er uit trekken.
- Op de PUSH gemarkeerde blauwe zone drukken en de wasmiddellade uitnemen.
- Geleiding van de wasmiddelenlade reinigen.
- Het blauwe wasverzachterinzetstuk er uit nemen.
- Wasmiddelenlade en wasverzachterinzet onder stromend water reinigen.
- Wasverzachterinzet plaatsen.
- Wasmiddellade weer plaatsen.
Pagina 21
Pomp
Water afvoeren
Pomp reinigen
Zeef in watertoevoerslang
Was-droogcombinatie ontkalken
- Programmakiezer op (Uit) zetten.
- Gebruik schroevendraaier om borgpen los te maken.
- De plint omklappen en naar boven verwijderen.
- Aftapslang uit de bevestiging nemen.
- Stop van de aftapslang verwijderen en het wassop weg laten lopen.
- eventueel moet het aftapreservoir meerdere malen geleegd worden.
- wanneer er geen water meer uitloopt, de stop weer aanbrengen.
- Aftapslang in de houder plaatsen.
- Pompdeksel vastschroeven.
- Het pomphuis schoonmaken en vreemde voorwerpen er uit verwijderen.
- Zorg er voor dat de waaier vrij kan draaien.
- Het pompdeksel weer aanbrengen en goed vastschroeven.
- Plint in de vier bevestigingshaken plaatsen en met de borgpennen aan de behuizing bevestigen.
Wanneer geen of onvoldoende water in de was-droogcombinatie loopt, vervolgens de waterdruk in de toevoerslang afbouwen:
- Kraan dichtdraaien.
- Willekeurig programma kiezen (behalve + / + (Spoelen + centrifugeren / Afpompen + centrifugeren).
- Toets (Start/Pauze) indrukken.
- Programma ca. 40 seconden laten lopen.
- Programmakiezer op (Uit) zetten.
- Netstekker uit de wandcontactdoos trekken.
- Watertoevoerslang losschroeven van de waterkraan.
- Zeef met kleine borstel of kwast reinigen.
- Slang weer aansluiten.
- Waterkraan openen
- Controleer of er water uit het uiteinde van de slang stroomt.
- Wanneer er water uitkomt, controleren of de zeef goed op zijn plek zit.
Bij een juiste dosering van wasmiddel niet nodig. Indien het toch nodig is de instructies van de fabrikant aanhouden. Geschikte ontkalkingsmiddelen kunnen via onze internetpagina of de Servicedienst → pagina 25 worden verkregen.
Pagina 22
Wat te doen wanneer...
Electrocutiegevaar!
Reparaties mogen alleen door de servicedienst of een vakkundig monteur worden uitgevoerd.
In geval van reparatie of als u een storing zelf niet met behulp van de volgende tabel kunt verhelpen:
- Programmakiezer op (Uit) zetten.
- Stekker van het apparaat uit het stopcontact trekken of de trekschakelaar uitschakelen,
- Kraan dichtdraaien.
- Servicedienst inschakelen → pagina 25.
| Foutcode | |
| Vuldeur niet goed gesloten. Sluit de vuldeur. | |
| Het waterbeveiligingssysteem is in werking getreden. Het apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen, de waterkraan sluiten en contact opnemen met de Servicedienst. | |
| Er stroomt geen water in de was-droogautomaat. Zie storing Er stroomt geen water in. | |
| Het water wordt niet afgepompt. Zie storing Water wordt niet afgepompt. | |
| —Ÿ –©‘š | Geen fout! Het onbalanscontrolesysteem herkent door was veroorzaakte onbalans. Het programma "Pluizen spoelen" kan niet starten. Was wegnemen. |
| Maximale of minimale beladingshoeveelheid voor het drogen niet aangehouden. HI/End of LO/End knipperen afwisselend in het display. Zie storing droogresultaat niet naar tevredenheid. | |
| Ander foutcodes zijn uitsluitend bedoeld voor de Servicedienst. Noteer de foutcode voor de Servicedienst. Storing Eventuele oorzaak Advies | |
| Programma start niet. | Toets (Start/Pauze) niet ingedrukt. Toets (Start/Pauze) indrukken. |
| Starttijdvertraging gekozen. Wasdroogcombinatie start na afloop van de vertragingstijd. Eventueel Klaar-in tijd wijzigen → pagina 17. | |
| De stroom is uitgevallen. Vertragingstijd opnieuw kiezen of progekozen starttijdvertraging gewist. gramma direct starten. Toets (Start/Pauze) indrukken. | |
| Vuldeur is niet goed gesloten. Vulvenster sluiten. | |
| Stekker niet goed in stopcontact gesto- Stekker goed insteken. ken. | |
| Maximale centrifugetoerental kan niet ingesteld worden. | Maximale centrifugetoerental is van het Indien nodig het programma wijzigen. gekozen programma afhankelijk. |
| Water wordt niet afgepompt. | Afvoerslang is verdraaid. Afvoerslang goed aanbrengen. |
| Pomp is verstopt. Pomp reinigen → pagina 21. | |
| Wasmiddelresten in de wasmiddellade. | Vochtig of klonterig wasmiddel. Wasmiddellade reinigen en drogen → pagina 20. |
| Doseerhulp voor vloeibaar wasmiddel gebruiken. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
22
Pagina 23
| Water stroomt niet in. | Stekker niet goed in contactdoos gestoken. | Stekker goed insteken. |
| Vuldeur is niet goed gesloten. | Vulvenster sluiten. | |
| Waterkraan niet geopend. | Waterkraan openen | |
| Zeef in watertoevoerslang verstopt. | Zeef in watertoevoerslang reinigen → pagina 21. | |
| Watertoevoerslang is ingeklemd of geknikt. | Controleer watertoevoerslang. | |
| Sterke trillingen bij het centrifugeren. | Was-droogcombinatie is niet goed horizontaal gesteld. | Was-droogcombinatie horizontaal stellen → pagina 28. |
| Transportbeveiligingen niet verwijderd. | Transportbeveiligingen verwijderen → pagina 27. | |
| Wasdroogcombinatie wordt niet met water gevuld en pompt het voortdurend af. | Afvoerslang te laag aangebracht. | Afvoerslang correct aanbrengen → pagina 29. |
| Geen water te zien in de trommel. | Niets aan de hand. | Bij bepaalde programma's bevindt het water zich onder het zichtbereik. |
| Er loopt water onder het apparaat uit. | Aansluiting van de toevoerslang lekt. | Schroefkoppeling vastdraaien. |
| De afvoerslang lekt. | Afvoerslang door de servicedienst laten vervangen. | |
| Er komt schuim uit de wasmiddellade. | Te veel wasmiddel gedoseerd. | Alleen wasmiddelen gebruiken voor textiel die geschikt zijn voor wasautomaten. De juiste dosering aanhouden. |
| Meermaals aanloop centrifugeren. | Niets aan de hand. Het onbalansdetectiesysteem probeert om een ongunstige wasverdeling door meermaals te beginnen met centrifugeren op te heffen. | Steeds grote en kleine stukken wasgoed samen wassen. |
| Wasgoed niet goed gecentrifugeerd. | Grote stukken wasgoed zijn niet gelijkmatig in de trommel verdeeld. Centrifugetoerental wordt vanwege veiligheidsredenen automatisch gereduceerd. | Steeds grote en kleine stukken wasgoed samen wassen. |
| Geen goed wasresultaat. | Vervuiling sterker dan aangenomen. | Geschikt programma kiezen, bijv. programma met voorwas, Eventueel vlekken voorbehandelen. |
| Te weinig of verkeerd wasmiddel gebruikt. | Geschikt wasmiddel volgens opgaven van de fabrikant doseren. | |
| maximale beladingshoeveelheid overschreden | Beladingshoeveelheid overeenkomstig het programma kiezen. | |
| Er zijn resten wasmiddel op het wasgoed achtergebleven. | Sommige fosfaatvrije wasmiddelen bevatten in water onoplosbare deeltjes die zich als lichte vlekken op het wasgoed afzetten. | Was herhaaldelijk spoelen of eventueel op vloeibaar wasmiddel overschakelen. Wasgoed na het drogen uitborstelen. |
| Grauwe resten op het wasgoed. | Vlekken veroorzaakt door zalf, vet of olie. | Wasgoed met maximale wasmiddeldosering en maximaal toegestane temperatuur wassen, zie textielonderhoudslabel. |
| Onverwachte afbreking van het programma. | Toets (Start/Pauze) per ongelijk gekozen. | Toets opnieuw indrukken, om het programma te starten. |
| Centrifugeren tijdens drogen | Geen storing | Na ca. 10 minuten droogtijd start "thermocentrifugeren" voor energiezuinig drogen. |
Pagina 24
| Droogresultaat niet naar tevredenheid. | Wasgoed blijft na het centrifugeren aan Wasgoed met de hand loskmaken, de trommelwand 'plakken'. droogprogramma starten → pagina 18. |
| Waterkraan gesloten Waterkraan openen | |
| Droogtijd te kort gekozen. Droogtijd overeenkomstig de beladingshoeveelheid kiezen. | |
| Maximale of minimale beladingshoe- Na programma-einde: beladingshoeveelheid niet aangehouden veelheid aanpassen, geschikt droog-→ pagina 31. programma kiezen en opnieuw starten. | |
| Wasverzachter wordt niet volledig ingespoeld of er blijft te veel water in compartiment staan. | De wasverzachterinzet is niet goed ge- De wasverzachterinzet eventueel reiniplaatst of verstopt. gen en juist in het compartiment aanbrengen → pagina 20. |
| Wasgoed wordt niet gedroogd. | De waterkraan is gesloten. Waterkraan openen |
| De beladingshoeveelheid is te groot. De beladingshoeveelheid reduceren. | |
| De droogtijd is te kort. Geschikte droogtijd kiezen. | |
| Geen weergave op het display. | De stroom is uitgevallen. Programma wordt hervat, wanneer de stroom weer is ingeschakeld. Mocht het nodig zijn wasgoed tijdens een stroomstoring uit de was-droogcombinatie te nemen, dan eerst het sop afvoeren → pagina 21. Controleer of: – De stekker goed in het stopcontact zit. – De installatie-automaat (zekering) is aangesproken. Indien dit het geval is contact opnemen met de servicedienst → pagina 25. |
| Vuldeur kan niet geopend worden. Noodontgrendeling | (Spoelstop) gekozen. Programma + (Afpompen + centrifugeren) kiezen en toets (Start/ Pauze) indrukken. |
| Programma loopt resp. vuldeur is om Wacht tot in het display staat. veiligheidsredenen vergrendeld. | |
| De stroom is uitgevallen. De vuldeur mechanisch ontgrendelen. | |
| Om de vuldeur in geval van een stroomstoring mechanisch te ontgrendelen, moet u: • De programmakiezer op (Uit) zetten en de stekker uit het stopcontact kiezen. de afdekplaat in de plint openen en het water weg laten stromen → pagina 21. de noodontgrendeling naar onderen trekken en tegelijkertijd de vuldeur openen. Verifieer dat voor het openen van de vuldeur geen water of heet sop meer bevindt in de was-droogcombinatie! Open in geen geval de vuldeur met de noodontgrendeling, wanneer de trommel nog draait! |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Wanneer een storing niet zelf verholpen kan worden (Uit-/inschakelen) of een reparatie noodzakelijk is:
- Programmakiezer op (Uit) zetten en de stekker uit het stopcontact trekken.
- Waterkraan dichtdraaien en Servicedienst inschakelen → pagina 25.
Pagina 25
Servicedienst
Controleer voordat u contact opneemt met de Servicedienst of u de storing zelf kunt verhelpen → pagina 22.
Bij advisering gelden, ook tijdens de garantieperiode, kosten voor inzet van de monteur.
De voor u dichtstbijzijnde klantendienst vindt u hier, resp. in de bijlage met Servicedienst adresindex (afh. van model).
Vermeld a.u.b. aan de Servicedienst het typenummer (E-Nr.) en fabricagenummer (FD) van het apparaat.
Voer het nummer van uw apparaat hier in.
U vindt deze informatie op het typeplaatje op het frame van de vuldeur.
Help door vermelden van het typenummer en fabricagenummer mee om onnodige ritten van de Servicedienst te vermijden. U bespaart de daarmee verbonden extra kosten.
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Neem contact met ons op. Dan weet u zeker dat de reparatie wordt uitgevoerd door deskundige servicemonteurs, die zijn uitgerust met originele reserve-onderdelen.
Pagina 26
Plaatsingshandleiding
Veiligheidsinstructies
De was-droogcombinatie is zwaar, voorzichtig bij het tillen.
Was-droogcombinatie met zichtbare schade niet in bedrijf nemen. In geval van twijfel contact opnemen met de servicedienst of de verkoper.
Was-droogcombinatie niet buiten of in vorstgevaarlijke zones plaatsen. Bevroren slangen kunnen scheuren of barsten. De was-droogcombinatie kan daardoor beschadigd raken.
De was-droogcombinatie niet ondersteboven of op de zijkant plaatsen. Was-droogcombinatie niet optillen aan uitstekende delen (bijv. vuldeur).
De was-droogcombinatie niet achter een deur of schuifdeur plaatsen, waardoor de deur van de wasdroger niet geopend kan worden! Kinderen kunnen zich zo niet insluiten en in levensgevaar raken.
Transportbeveiligingen en dwarsverbinders verwijderen en bewaren.
Naast de hier vermelde instructies kunnen bijzondere voorschriften van uw lokaal nutsbedrijf gelden.
In geval van twijfel laten aansluiten door een vakman.
| Aantal | Omschrijving |
|---|---|
| 5 st. | afdekkingen voor de openingen na het verwijderen van de transportbeveiligingen. |
| 1 st. | sleutel |
| 1 st. | 1 slangenklem 24-40 mm Ø voor aansluiting op een sifon. |
| 1 st. | Deursjabloon |
| 2 st. | Deurscharnieren met schroeven |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Aan de achterkant van de was-droogcombinatie:
- Waterafvoerslang,
- Watertoevoerslang,
- Netspanningskabel met stekker,
- Gebruikershandleiding + boekje met Servicedienstadressen.
Vocht in de trommel is een gevolg van de eindcontrole die elke wasdroogcombinatie voor het verlaten van de fabriek heeft ondergaan.
Leveringsomvang
Pagina 27
Transportbeveiligingen verwijderen
| Alle schroeven er met de meegeleverde sleutel uitdraaien. | Alle transportbeveiliging en volledig verwijderen en de aansluitkabel uit de houders nemen. |
| Beschermingsafdekkingen plaatsen. | – Voor het eerste gebruik moeten alle transportbeveiliging absoluut worden verwijderd en voor later transport worden bewaard. – Bij later transport de transportbeveiligingen absoluut weer aanbrengen - dit voorkomt beschadiging van de wasdroger. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Plaatsen en horizontaal stellen
Plaatsen
- Het is belangrijk dat de was-droogcombinatie stevig staat, zodat hij tijdens het centrifugeren niet gaat "lopen".
- De ondergrond moet stevig, schoon en waterpas zijn.
- Niet geschikt zijn parketvloeren en zachte vloerbedekkingen, bijv. tapijt of vloerbedekking met een foamrug.
Glijplaatjes vergemakkelijken het inschuiven van de wasdroogcombinatie in de inbouwnis.
- Kunnen ze via de Servicedienst worden besteld; reservedeelnr. 66 1827.
- Glijplaatjes voor het inschuiven van de was-droogcombinatie met een mengsel van water en afwasmiddel bevochtigen. Geen vet en/of olie gebruiken!
Pagina 28
Horizontaal stellen
Sterke geluidsontwikkeling, vibraties en “lopen" kunnen het gevolg zijn van het niet correct stellen van het apparaat!
- Alle vier apparaatvoeten moeten stevig op de vloer staan.
- De was-droogcombinatie mag niet wankelen!
- Horizontale stand van de was-droogcombinatie met waterpas controleren en eventueel corrigeren.
- De was-droogcombinatie mag niet tegen de zijwanden van de inbouwnis liggen!
- De contramoeren van de voorste apparaatvoeten moeten vast tegen de behuizing geschroefd zijn!
Slang- en leidinglengten
of ca. 1200 ca. 800
Linkszijdige aansluiting
ca. 1150
ca. 1400
Rechtszijdige aansluiting
ca. 750
ca. 950
Afmetingen in mm
Afmetingen
| Breedte x Diepte x Hoogte | 595 mm x 584 mm x 820 mm |
| Gewicht | 85 kg |
Pagina 29
Wateraansluiting Watertoevoer
Om lekkage en waterschade te voorkomen, absoluut de aanwijzingen in dit hoofdstuk aanhouden!
In geval van twijfel laten aansluiten door een vakman.
Water toe- en afvoerslangen kunnen naar rechts of links worden uitgevoerd, afhankelijke van de installatiebehoefte.
Alleen de meegeleverde, of een in een geautoriseerde vakhandel verkregen toevoerslang gebruiken, geen gebruikte!
Watertoevoerslang niet:
- knikken of afknijpen,
- wijzigen of doorsnijden (stabiliteit niet meer gewaarborgd).
Let op de waterdruk in het waterleidingnetwerk:
De waterdruk moet tussen de 50-900 kPa (0,5-9 bar) liggen (bij geopende waterkraan stroomt er tenminste 8 liter water per minuut uit). Bij hogere waterdruk een drukreduceerventiel inbouwen.
De koudwatertoevoerslang (blauwe wartelmoer) op de koudwaterkraan met ¾"-schroefdraad aansluiten.
Kunststofkoppelingen slechts handvast aandraaien. De zeef niet verwijderen uit de toevoerslang.
Na het aansluiten van de watertoevoerslang:
- Waterkraan helemaal open draaien.
- Aansluitingen op lekdichtheid controleren.
Waterafvoer
Afvoer in een sifon
- Afvoerslang niet knikken of in de lengte uitrekken.
- Hoogteverschil tussen opsteloppervlak en afvoer: max. 90 cm, min. 50 cm.
Aansluitplek met slangenklem 24-40 mm (in levering inbegrepen) borgen.
Pagina 30
Elektrische aansluiting
Montage van de deurscharnieren op de was-droogcombinatie
De was-droogcombinatie uitsluitend aansluiten op wisselstroom via een volgens de voorschriften geïnstalleerde contactdoos met randaarde.
Wanneer een aardlekveiligheidsautomaat wordt gebruikt, uitsluitend een type met dit teken gebruiken: .
Alleen dit teken garandeert dat wordt voldaan aan de momenteel geldende voorschriften.
Netspanning en de spanningsspecificaties op de was-droogcombinatie (typeplaatje) moeten overeenkomen.
De aansluitwaarde alsmede de benodigde zekering zijn op het typeplaatje aangegeven.
Zorg ervoor dat:
- Netstekker en contactdoos compatibel zijn,
- de aderdiameter voldoende is,
- het aardingssysteem volgens de voorschriften is geïnstalleerd,
- het apparaat niet op de netspanningskabel staat.
- De netstekker te allen tijde bereikbaar is.
Wijzigingen in de netaansluiting mogen uitsluitend door deskundige elektromonteurs worden uitgevoerd.
Geen stekkerdozen resp. verlengkabels gebruiken.
Netstekker niet met vochtige handen in de contactdoos steken of er uit trekken.
Aansluitkabel alleen aan de stekker uit de contactdoos trekken.
Na het plaatsen van de was-droogcombinatie in de inbouwkeuken, kan deze door een deur worden verborgen. In dit geval moeten de meegeleverde scharnieren op de wasdroger gemonteerd worden.
Pagina 31: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 32
Verbruiksgegevens
| Wassen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Programma | Belading | Stroom*** | Water*** | Programmaduur*** |
| Cottons (Katoen) 40 °C | 7 kg | 0.83 kWh | 62 l | 1:51 h |
| Cottons (Katoen) 90 °C | 2.30 kWh | 70 l | 2:22 h | |
| Cottons Eco 60 °C* | 1.27 kWh | 52 l | 2:45 h | |
| Mix (Snel + Mix) 40 °C | 3 kg | 0.45 kWh | 40 l | 0:49 h |
| • Synthetics (Kreukherstellend) 40 °C | 3.5 kg | 0.62 kWh | 45 l | 1:43 h |
| 8 Delicates (Fijn/zijde) (koud) | 2 kg | 0.05 kWh | 35 l | 0:36 h |
| 8 Delicates (Fijn/zijde) 30 °C | 0.20 kWh | 49 l | 0:36 h | |
| Wool (Wol) (koud) | 0.10 kWh | 49 l | 0:47 h | |
| Wool (Wol) 30 °C | 0.20 kWh | 49 l | 0:47 h | |
| Cottons Eco 60 °C, Intensive Dry 5 (2 cyklussen)** | 7 kg/4+3 kg | 5.50 kWh | 105 l | 7:00 h |
| Opgenomen vermogen in uitgeschakelde toestand | 0.20 W | |||
| Opgenomen vermogen in niet-uitgeschakelde toestand | 0.80 W | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
* Programma-instelling voor testen volgens actuele EU-norm EN60456. Voor een vergelijkende test dient de belading van de programma's gespecificeerd te zijn en een maximaal centrifugetoerental te worden aangehouden.
** EU energielabel testen van het droogresultaat conform EN50229, maximale hoeveelheid wasgoed wordt verdeeld over 2 droogbeurten (4 kg/ 3 kg), beide met de optie Cottons Eco 60 °C, Intensive Dry 5 + Aut2.
*** De waarden kunnen afwijken van de opgegeven waarden, afhankelijk van de waterdruk, hardheid en inlaattemperatuur, de omgevingstemperatuur, soort en hoeveelheid van wasgoed en wasmiddel, fluctuaties in de voedingsspanning en de gekozen extra functies.
| drogen* | |||
|---|---|---|---|
| Programma | Belading | Cupboard dry | Iron dry |
| Intensive Dry (Intensief drogen) | 1.5 kg | 90 min | 60 min |
| 2 kg | 90 min | 60 min | |
| 2.5 kg | 100 min | 90 min | |
| 3 kg | 110 min | 95 min | |
| 3.5 kg | 120 min | 105 min | |
| 4 kg | 130 min | 115 min | |
| Delicate Dry (Voorzichtig drogen) | 1.5 kg | 90 min | 60 min |
| 2 kg | 100 min | 60 min | |
| 2.5 kg | 110 min | 90 min | |
| 3 kg | 130 min | 100 min | |
| *)De waarden kunnen afhankelijk van de over- en onderspanning, textielsoort, samenstelling van de te drogen was, restvocht van het textiel alsmede de beladingshoeveelheid afwijken van de vermelde waarden. | |||
Pagina 33
Index
Numerics
3 ............................................... 8
A
Aansluitset ............................29 Advies ...................................22 Afmetingen ...........................28 Afpompen .............................15
B
Bedieningspaneel ................. 8 -Reinigen ........................20 Behuizing -Reinigen ........................20 Besparingstips ...................... 6
C
Centrifugeren .......................15 Centrifugetoerental .............16 -Indicatielampje ............... 8 -toets ................................. 8
D
Deurscharnieren .................30 Display -Foutmelding ..................22 Drogen ...........................17, 18 - Opties ...........................17 -Display ............................. 8 -Synthetisch ....................10 -toets ................................. 8 -Wol .................................10 Droogprogramma's ............15
E
Eerste keer wassen .............. 9
Eindcentrifugeren -Display ............................. 8
Elektrische aansluiting .......30 Extra drogen -Display ............................. 8 -Droogopties ..................17
F
Foutmelding .........................22
G
Gebruik .................................18 Gevareninstructies -Wasmiddel ....................12
H
Hoofdwas -Display ............................. 8
Horizontaal stellen ..............28 -Was-droogcombinatie .27
I
Inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel ............................12
K
Kastdroog .............................. 8 -Droogopties ..................17 Kinderslot .............................19 -Display ............................. 8
Klaar in -toets ................................. 8 klaar in -toets ......................... 8
Kreukherstellend -Display ............................. 8
L
Leveringsomvang ...............26
M
Milieu -Energieverbruik ............10 -vriendelijk ........................ 6
N
Noodontgrendeling ............24
O
Onbalans controlesysteem
.................................................16 Onderhoudsaanwijzingen -Drogen ...........................10 -Wassen ..........................10 Ontkalken .............................21 Optie ......................................16 Opties ..................................... 8 -Droogopties ..................17 -Wasopties .....................16
P
Plaatsen -Was-droogcombinatie .27 Plaatsingsoppervlak ...........26 Pluizenspoelen -Display ............................. 8
Pomp -Reinigen ........................21 Programma -afbreken ........................17 -onderbreken .................17 -voortgang ......................17 -wijzigen ..........................17 Programma-einde ...............19 Programmakiezer .......... 8, 14
R
Reinigen -Bedieningspaneel ..........................................20 -Behuizing .......................20 -Pomp ..............................21 -Trommel ........................20 -Wasmiddellade ............20 -Watertoevoerslang ......21 Reiniging -Behuizing .......................20
S
Set .........................................16 -toets ................................. 8
Signaal -Indicatielampje ............... 8
Speciale Programma's ......15 Spoelen -Displayveld ...................... 8
Spoelstop ......................16, 19
Start van het programma 33
Pagina 34
-Display ............................. 8
Start/Pauze ............................ 8
Storingen ..............................22 Strijkdroog -Droogopties ..................17 Stroom ..................................32
T
Temperatuur -Indicatielampje ............... 8 -toets ................................. 8
Tijdgestuurd drogen -Droogopties ..................17 Transportbeveiligingen ......27 Trommel -Reinigen ........................20
V
Veiligheidsinstructies .............................4, 20, 22, 26
Verbruiksgegevens ............32 Verzorgingsmiddel .............12 Voorwas -Display ............................. 8 -Programma ...................16 Vulvenster ....................... 7, 19
W
Was-droogcombinatie -Plaatsen en horizontaal stellen ..............................27 Wasgoed -Kreukvorming ...............10 -plaatsen .........................11 -voor het drogen sorteren .........................................10 -voor het drogen voorbereiden ..............................11 -voor het wassen sorteren .........................................10 -voor het wassen voorbereiden ..............................10 Wasmiddel ...........................12 -Inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel ...............12, 13
Wasmiddellade -omschrijving .................12
-Reinigen ........................20 Wasopties -Indicatielampje ............... 8
Wasprogramma's ........14, 15
Wassen .................................18 -en drogen ......................18 -Wasopties .....................16 Wastemperatuur ..................16 Wasverzachterinzet ............20 Water .....................................32 Water afpompen .................19 Water afvoeren ....................21 Waterafvoer ..........................29 Watertoevoer .......................29 Watertoevoerslang -Reinigen ........................21 WEEE ...................................... 6
Z
Zeef -Watertoevoerslang ......21
34