Pelgrim GVW557RVS, tekst van de handleiding
Vaatwasser · Pelgrim · 20 pagina's in het Nederlands · pdf: 88 pagina's, 7,6 MB
Storingen op pagina 16
Pagina 16
Vanaf de titel; het begin van pagina 16 staat in de pdf.
Problemen oplossen
De afwasmachine start niet of stopt als hij Bepaalde problemen zijn het gevolg van een bezig is. gebrek aan eenvoudig onderhoud of onop-
Pagina 17
17
lettendheid en kunnen zonder de inschake- Zet de afwasmachine uit, open de deur en ling van een monteur worden opgelost met voer de volgende voorgestelde corrigerende behulp van de in de tabel hieronder beschre- handelingen uit.
ven aanwijzingen.
| Storingscodes en storing | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| • Voortdurend knipperen van het controlelampje programma bezig • 1 keer knipperen van het controlelampje Einde • onderbroken geluidssignaal De afwasmachine wordt niet gevuld met water | • De waterkraan is verstopt of aangezet met kalkaanslag. Maak de waterkraan schoon. • De waterkraan is dicht. Draai de waterkraan open. • Het filter (indien aanwezig) in de schroeffitting van de wateraanvoerslang is verstopt. Maak het filter schoon. • De watertoevoerslang is niet juist geplaatst of is gebogen of geknikt. Controleer de aansluiting van de wateraanvoerslang. |
| • Voortdurend knipperen van het controlelampje programma bezig • 2 keer knipperen van het controlelampje einde • onderbroken geluidssignaal Het afwaswater wordt niet afgevoerd | • De gootsteenafvoer is geblokkeerd. Ontstop de gootsteenafvoer. • De waterafvoerslang is niet juist geplaatst of is gebogen of geknikt. Controleer de aansluiting van de waterafvoerslang. |
| • Voortdurend knipperen van het controlelampje programma bezig • 3 keer knipperen van het controlelampje einde • onderbroken geluidssignaal Anti-overstromingsinrichting is geactiveerd | • Draai de waterkraan dicht en neem contact op met onze service-afdeling. |
| Storing | Mogelijke oorzaak en oplossing |
| Het programma begint niet | • De deur van de afwasmachine is niet goed gesloten. Sluit de deur. • De stekker zit niet in het stopcontact. Steek de stekker in het stopcontact • De zekering in de meterkast is doorgebrand. Vervang de zekering. • Uitgestelde start is ingesteld. Annuleer de uitgestelde start als het serviesgoed direct moet worden afgewassen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Als u deze controles hebt uitgevoerd, dient u het apparaat in te schakelen en de deur te sluiten.
Het programma gaat verder op het punt waar het was onderbroken.
Als de storing of storingscode zich opnieuw voordoet, dient u contact op te nemen met onze service-afdeling.
Voor andere, niet in de bovenstaande tabel beschreven storingscodes dient u ook contact op te nemen met onze service-afdeling. Houd als u contact opneemt met onze service-afdeling de volgende gegevens bij de
hand: model (Mod.), productnummer (PNC) en serienummer (S.N.).
Deze informatie is te vinden op het typepla-tje aan de zijkant van de deur van de afwasmachine.
Wij adviseren u deze nummers hier te noteren zodat u ze altijd bij de hand hebt:
Model. : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Productnummer : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Serienummer. : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Pagina 18
18 Het afwasresultaat is niet bevredigend
| De borden zijn niet | • | Het verkeerde afwasprogramma is geselecteerd. |
| schoon | • | Het serviesgoed is zo geplaatst dat het water niet alle delen van een oppervlak kan bereiken. De rekken moeten niet te vol worden geladen. |
| • | De sproeiarmen kunnen niet vrij draaien als gevolg van een onjuiste plaatsing van het serviesgoed. | |
| • | De filters in de bodem van het afwascompartiment zijn vuil of onjuist geplaatst. | |
| • | Er is te weinig of geen afwasmiddel gebruikt. | |
| • | Als er kalkresten op het serviesgoed achterblijven; het zoutreservoir is leeg of de waterontharder is op het onjuiste niveau ingesteld. | |
| • | De afvoerslang is niet correct aangesloten. | |
| • | Het deksel van het zoutreservoir is niet goed gesloten. | |
| Het serviesgoed is | • | Er is geen glansmiddel gebruikt. |
| nat en dof | • | Het glansmiddeldoseerbakje is leeg. |
| De glazen en borden vertonen strepen, melkachtige vlekken of een blauwzweem | • | Verlaag de dosering van het glansmiddel. |
| Opgedroogde wa- | • | Verhoog de dosering van het glansmiddel. |
| terdruppels op glazen en borden | • | Het afwasmiddel kan de oorzaak zijn. Neem contact op met de consumentenlijn van de afwasmiddellenfabrikant. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Als het probleem na al deze controles aanhoudt, neem dan contact op met onze service-afdeling.
Technische gegevens
| Afmetingen | Breedte 59,6 cm Hoogte 81,8 - 87,8 cm Diepte 55,5 cm |
| Aansluitspanning - Voltage - Totale vermogen - Zekering | Informatie over de elektrische aansluiting is te vinden op het typeplaatje op de binnenrand van de deur van de afwasautomaat. |
| Leidingwaterdruk | Minimaal 0,5 bar (0,05 MPa) Maximaal 8 bar (0,8 MPa) |
| Capaciteit | 12 couverts |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Aanwijzingen voor testinstituten
| Het testen in overeenstemming met EN 60704 moet uitgevoerd worden met een volledig geladen apparaat en met gebruik van het testprogramma (zie "Verbruikswaarden"). Het testen in overeenstemming met EN 50242 moet worden uitgevoerd nadat het | zoutreservoir en het glansmiddeldoseerbakje gevuld zijn met respectievelijk zout en glansmiddel en met gebruik van het testprogramma (zie "Verbruikswaarden"). |
| Volledige belading: 12 standaardcouverts | |
| Hoeveelheid benodigd afwasmiddel: | 5 g + 25 g(type B) |
| Instelling glansmiddel | stand 4 (type III) |
Pagina 19
19
Plaatsing bovenrek
Kopjesrekken: stand A
Plaatsing bestekrek
Plaatsing onderrek
Montage
Waarschuwing! Alle elektrotechnische en/of loodgieterswerkzaamheden die nodig zijn voor de installatie van het apparaat dienen te worden uitgevoerd door een erkend installateur.
Verwijder alle verpakkingsmaterialen alvorens de machine te plaatsen.
Plaats de machine indien mogelijk naast een waterkraan en een afvoer.
Deze afwasmachine is ontworpen voor installatie onder een keukenblad of werkoppervlak.
Let op! Volg nauwgezet de instructies op de bijgeleverde mal voor de inbouw van de af-
wasmachine en plaatsing van het meubelpaneel.
Er zijn geen verdere openingen voor de ontluchting van de afwasmachine vereist, maar alleen om de watertoevoer- en afvoerslang en het aansluitsnoer door te laten.
De afwasmachine is voorzien van stelvoetjes voor het instellen van de hoogte.
Tijdens alle werkzaamheden waarbij interne onderdelen toegankelijk zijn, dient de stekker uit het stopcontact te worden getrokken. Zorg er bij het op zijn plaats schuiven van de machine voor dat de watertoevoerslang, de afvoerslang en het aansluitsnoer niet zijn geknikt of worden platgedrukt.
Pagina 20
20 Bevestigen aan de aangrenzende keukenmeubelen
De afwasmachine moet beveiligd worden tegen kantelen.
Zorg er daarom voor dat het aanrecht waaronder de machine geplaatst wordt, stevig bevestigd is aan een vaste structuur (aangrenzende keukenunits, kasten, muur).
Waterpas zetten
Een machine die goed waterpas staat is essentieel voor een goede sluiting en afdichting van de deur.
Als het apparaat goed waterpas staat, raakt de deur aan geen van de kanten de behuizing .
Als de deur niet goed sluit, draai dan de stelvoetjes in of uit totdat de machine perfect waterpas staat.
Aansluiting aan de waterleiding
Aansluiting watertoevoerslang
Dit apparaat kan worden aangesloten aan een heet (max. 60°) of koud water kraan. Als de aansluiting is gemaakt op een heetwaterkraan, vermindert het energieverbruik aanzienlijk. Dit hangt echter af van hoe het hete water geproduceerd wordt. (We raden alternatieve energiebronnen aan die milieuvriendelijker zijn zoals bijv. zonne- en fotovoltaïsche panelen en eolische panelen).
Voor het tot stand brengen van de aansluiting zelf is de wartelmoer die aan de waterslang van de machine is bevestigd, geschikt voor montage op een leidinguiteinde van 3/4" gasdraad of op een speciale kraan met snelkoppeling zoals de Press-block.
De waterdruk moet zich binnen de grenzen bevinden zoals vermeld in de "Technische specificaties". Uw waterleidingbedrijf kan u informeren over de gemiddelde leidingwaterdruk in uw omgeving.
De watertoevoerslang mag tijdens het aansluiten niet zijn geknikt, worden platgedrukt of in de knoop zitten.
Het apparaat is voorzien van een vul- en afvoerslang die afhankelijk van de installatie door middel van de sluitmoer naar links of naar rechts kunnen worden gedraaid. De sluitmoer moet goed worden bevestigd om waterlekkage te voorkomen.
Let op! NIET alle modellen afwasmachines hebben vul- en afvoerslangen die zijn uitgerust met een sluitmoer. In dat geval is de genoemde voorziening niet mogelijk.
Als het apparaat is aangesloten aan nieuwe leidingen of leidingen die lange tijd niet ge-
bruikt zijn, moet u er een tijdje water door laten lopen voordat u de waterslang bevestigt.
Gebruik GEEN aansluitslangen die eerder voor een oude machine zijn gebruikt.
Dit apparaat is uitgerust met veiligheidsvoorzieningen die voorkomen dat het in de machine gebruikte water terugkeert in het drinkwatersysteem. Dit apparaat voldoet aan de van toepassing zijnde regelgeving voor loodgieterswerk.
Watertoevoerslang met veiligheidsklep
Na aansluiting van de dubbelwandige watertoevoerslang bevindt de veiligheidsklep zich bij de kraan. Daarom bevindt de watertoevoerslang zich alleen onder druk als het water loopt. Als de watertoevoerslang dan begint te lekken, sluit de veiligheidsklep het stromende water af.
Pas op als u de watertoevoerslang installeert:
- de elektriciteitskabel voor de veiligheidsklep bevindt zich in de dubbelwandige watertoevoerslang. Dompel de watertoevoerslang of de veiligheidsklep niet in water.
- Ais de watertoevoerslang of de veiligheidsklep beschadigd raken, trek dan direct de stekker uit het stopcontact.
- Een watertoevoerslang met veiligheidsklep mag alleen worden vervangen door de service-afdeling.
Waarschuwing! Gevaarlijke spanning
Pagina 21
21 Waterafvoerverbinding
Het uiteinde van de afvoerslang kan op de volgende manieren worden aangesloten:
- 1. Aan de gootsteenafvoer, met bevestiging tegen de onderkant van het werkoppervlak. Hiermee wordt voorkomen dat gootsteenwater de machine inloopt.
- 2. Aan een standpijp voorzien van een ventilatieopening, minimale binnendiameter 4 cm.
De afvalwateraansluiting moet zich op een hoogte bevinden van tussen de 30 cm (minimum) en 100 cm (maximum) vanaf de bodem van de afwasmachine.
De afvoerslang kan vanaf de afwasmachine naar links of naar rechts lopen
Verzeker u ervan dat de slang niet gebogen is of platgedrukt wordt, aangezien dit de afvoer van water kan vertragen of in de weg staan.
De stop mag niet in de afvoer zitten als de machine water aan het afvoeren is, aange-
zien het water dan weer in de machine terug kan lopen.
Als u voor de afvoerslang een verlengstuk gebruikt, mag dit niet langer zijn dan 2 meter en de binnendiameter mag niet kleiner zijn dan de diameter van de meegeleverde slang. Evenmin mag de binnendiameter van de voor de aansluitingen aan de afvoer gebruikte koppelingen kleiner zijn dan de diameter van de bijgeleverde slang.
Voor het verbinden van de afvoerslang met een sifon onder de gootsteen moet het volledige plastic membraan(A) worden verwijderd. Indien niet het gehele membraan wordt verwijderd zullen zich op den duur voedseldeeltjes verzamelen die de afvoerslang van de afwasmachine kunnen verstoppen
Onze apparaten worden geleverd met een veiligheidsvoorziening die ervoor zorgt dat vuil water niet terug kan lopen in de machine. Als uw gootsteenafvoer is voorzien van een geïntegreerde terugslagklep kan dit een goede waterafvoer van uw afwasmachine in de weg staan. Wij adviseren u dan ook de terugslagklep te verwijderen.
Om te voorkomen dat er lekkage optreedt na de installatie, moet u ervoor zorgen dat de waterkoppelingen stevig vast zitten.
Aansluiting aan het elektriciteitsnet
Waarschuwing! Het apparaat moet volgens de veiligheidsvoorschriften worden geaard.
Alvorens het apparaat in gebruik te nemen dient u zich ervan te verzekeren dat de nominale spanning en het spanningstype op het typepla-tje in overeenstemming zijn met de netspanning waarop de machine
aangesloten gaat worden. Ook de waarde van de zekering is te vinden op het typeplaatje
Steek de stekker altijd in een correct geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
Gebruik geen meervoudige stekkers, verloopstekkers en verlengka-
Pagina 22
22
bels. Hierdoor kan brandgevaar door oververhitting ontstaan.
Laat indien nodig de wandcontactdoos van de huisinstallatie verplaatsen. Neem contact op met onze service-afdeling als het aansluitsnoer moet worden vervangen.
De stekker moet na de installatie van het apparaat toegankelijk zijn.
Milieubescherming
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Verpakkingsmateriaal
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden gerecycled. De kunststofonderdelen zijn gemarkeerd, bijv. >PE<, >PS <, enz. Gooi het verpakkingsmateriaal in de daarvoor bedoelde container bij uw plaatselijke afvaldienst.
Waarschuwing! Als u het apparaat afdankt:
- trek de stekker uit het stopcontact.
- snijd het aansluitsnoer met de stekker af en gooi het weg.
- Verwijder het slot van de deur. Zo voorkomt u dat kinderen zichzelf insluiten en hun leven in gevaar brengen.
Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact. Trek altijd aan de stekker zelf.
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als boven genoemde veiligheidsmaatregelen niet in acht worden genomen.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
2 Inhoud
Veiligheidsinformatie 2
Productbeschrijving 4
Bedieningspaneel 4
Het eerste gebruik 6
De waterontharder instellen 6
Gebruik van zout voor de vaatwasser 7
Gebruik van glansspoelmiddel 8
Dagelijks gebruik 9
Bestek en serviesgoed plaatsen 10
Gebruik van vaatwasmiddelen 12
Een wasprogramma selecteren en starten 13
De vaatwasser uitruimen Wasprogramma's
Onderhoud en reiniging
Problemen oplossen
Technische gegevens
Aanwijzingen voor testinstituten Montage
Aansluiting aan de waterleiding Aansluiting aan het elektriciteitsnet Milieubescherming
Wijzigingen voorbehouden
Veiligheidsinformatie
In het belang van uw veiligheid en om een correct gebruik te kunnen waarborgen is het van belang dat u, alvorens het apparaat te installeren en in gebruik te nemen, deze gebruiksaanwijzing, inclusief de tips en waarschuwingen, grondig doorleest. Om onnodige vergissingen en ongevallen te voorkomen is het belangrijk ervoor te zorgen dat alle mensen die het apparaat gebruiken, volledig bekend zijn met de werking ervan en de veiligheidsvoorzieningen. Bewaar deze instructies en zorg ervoor dat zij bij het apparaat blijven als het wordt verplaatst of verkocht, zodat iedereen die het apparaat gedurende zijn hele levensduur gebruikt, naar behoren is geïnformeerd over het gebruik en de veiligheid van het apparaat.
Correct gebruik
- Deze afwasmachine is uitsluitend bedoeld voor het reinigen van huishoudelijke gebruiksvoorwerpen die geschikt zijn voor reiniging in een afwasmachine.
- Doe geen oplosmiddelen in de afwasmachine. Dit kan een explosie veroorzaken.
- Messen en andere voorwerpen met scherpe punten moeten met de punt naar beneden in de bestekmand worden geplaatst of horizontaal in het bovenrek worden gelegd.
- Gebruik alleen producten (afwasmiddel, zout en glansmiddel) die geschikt zijn voor afwasmachines.
- Open de deur niet als het apparaat in werking is; er kan hete stoom ontsnappen.
- Neem geen serviesgoed uit de afwasmachine voordat het afwasprogramma is afgelopen.
- Trek na het gebruik de stekker uit het stopcontact en draai de waterkraan dicht.
- Dit product mag alleen worden onderhouden door een daartoe bevoegde servicemonteur en er dient alleen gebruik te worden gemaakt van originele reserveonderdelen.
- Onder geen voorwaarde moet u proberen de afwasmachine zelf te repareren. Reparaties die worden uitgevoerd door onervaren personen veroorzaken letsel of storingen. Neem contact op met onze serviceafdeling. Sta te allen tijde op het gebruik van originele reserveonderdelen.
Algemene veiligheid
- Mensen (met inbegrip van kinderen) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of gebrek aan ervaring en kennis mogen dit apparaat niet gebruiken. Zij moeten onder toezicht staan of instructies krijgen over het gebruik van dit apparaat van iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Afwasmiddelen kunnen chemische brandwonden veroorzaken aan de ogen, de mond en de keel. Deze kunnen levensbedreigend zijn! Houd u aan de veiligheidsinstructies van de afwasmiddelfabrikant.
Pagina 3
- Het water in uw afwasmachine is geen drinkwater. Resten van afwasmiddel kunnen nog in de machine aanwezig zijn.
- Zorg ervoor dat de deur van de afwasmachine altijd gesloten is als het apparaat niet wordt in- of uitgeruimd. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert.
- Ga niet op de open deur zitten of staan.
De veiligheid van kinderen
- Dit apparaat is bestemd voor gebruik door volwassenen. Kinderen moeten in de gaten gehouden worden om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen..
- Houd alle verpakkingsmateriaal buiten het bereik van kinderen. Gevaar voor verstikking.
- Bewaar alle afwasmiddelen op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen.
- Houd kinderen uit de buurt van de afwasmachine als de deur open staat.
Installatie
- Controleer uw afwasmachine op eventuele transportschade. Sluit nooit een beschadigde machine aan. Neem contact op met uw leverancier als de machine beschadigd is.
- Alle verpakkingsmaterialen moeten verwijderd worden voordat u het apparaat in gebruik neemt.
3
- Alle elektrische en loodgieterswerkzaamheden die nodig zijn voor de installatie van dit apparaat moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerd en competent persoon.
- Om veiligheidsredenen is het gevaarlijk wijzigingen aan te brengen in de specificaties of dit product op enigerlei wijze te modificeren.
- Gebruik de afwasmachine nooit als het aansluitsnoer of de waterslangen beschadigd zijn; of als het bedieningspaneel, het werkblad of de plint zodanig beschadigd zijn dat het inwendige van de machine vrij toegankelijk is. Raadpleeg onze serviceafdeling om gevaarlijke situaties te voorkomen.
- In de behuizing van de afwasmachine mogen geen gaten worden geboord ter voorkoming van schade aan hydraulische en elektrische onderdelen.
Waarschuwing! Voor de aansluiting van elektriciteit en water dienen de instructies in de desbetreffende paragrafen nauwgezet te worden opgevolgd.
Pagina 4: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 5
5
1 Aan-/uittoets
2 Programmakeuzetoetsen
3 Toets uitgestelde start
4 Controlelampjes
5 Functietoetsen
Controlelampjes
| Einde | Gaat branden als het afwasprogramma is afgelopen. Heeft ook andere visuele signaleringsfuncties zoals: |
| – het instellen van de waterontharder, – in- of uitschakelen van de geluidssignalen, – melden van een alarm als gevolg van storing van de machine. | |
| Glansmiddel | Gaat branden als het glansmiddel op is. |
| Zout | Gaat branden als het speciale zout op is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 5)
Functietoetsen
De volgende functies kunnen met behulp van deze toetsen worden geprogrammeerd:
- het instellen van het niveau van de waterontharder,
- een afwasprogramma of een lopende uitgestelde start annuleren,
- geluidssignalen inschakelen/uitschakelen.
Instelling
Druk op de aan/uit toets; als ALLE controlelampjes van de programmatoetsen branden staat het apparaat in de instelmodus.
Vergeet nooit dat bij het uitvoeren van handelingen zoals:
- het selecteren van een afwasprogramma,
- het instellen van het niveau van de waterontharder,
- het in-/uitschakelen van de glansmiddeldosering,
- het in- of uitschakelen van de geluidssignalen, het apparaat in de instelmodus MOET staan.
Druk op de aan/uit toets; als een lampje van de programmatoetsen gaat branden, is het laatst uitgevoerde of geselecteerde programma nog steeds ingesteld. Om in dit geval terug te keren naar de instelmodus moet het programma worden geannuleerd.
Een ingesteld programma of een lopend programma annuleren
Houdt tegelijkertijd de beide functietoetsen B en C , totdat alle lampjes van de programmatoetsen branden. Het programma is geannuleerd en de machine bevindt zich nu in de instelmodus.
Geluidssignalen
De geluidssignalen zijn bedoeld om aan te geven welke handelingen de afwasmachine aan het uitvoeren is:
- het instellen van de waterontharder,
- einde van het afwasprogramma,
- melden van een alarm als gevolg van storing van de machine.
Fabrieksinstelling: geluidssignalen ingeschakeld
De geluidssignalen kunnen worden uitgeschakeld.
In- en uitschakelen van de geluidssignalen
- 1. Druk op de aan-/uit-toets. De afwasmachine moet in de instelmodus staan.
- 2. Houd tegelijkertijd de functietoetsen B en C ingedrukt, tot de lampjes van de functietoetsen A , B en C beginnen te knipperen.
- 3. Druk op functietoets C , de lampjes van toets A en B gaan uit, terwijl het lampje van functietoets C blijft knipperen. Tegelijkertijd gaat het controlelampje Einde branden.
Er klinkt een geluidssignaal.
Pagina 6
6
- 4. Om de geluidssignalen uit te schakelen nogmaals op toets C drukken; het controlelampje Einde gaat uit.
De geluidssignalen gaan uit.
- 5. Schakel om de bewerking vast te leggen de afwasmachine uit door op de aan-/uit-toets te drukken.
Om de geluidssignalen weer in te schakelen hoeft u alleen maar de bovenstaande instructies op te volgen totdat het controlelampje Einde gaat branden.
Het eerste gebruik
Voordat u uw afwasmachine in gebruik neemt:
- Zorg ervoor dat de elektrische aansluiting en de wateraansluiting voldoen aan de installatie-instructies
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen uit het inwendige van de machine
- De waterontharder instellen
- Giet 1 liter water in het zoutreservoir en vul het reservoir vervolgens met regenereerzout
- Vul het glansmiddeldoseerbakje
Als u gebruik wilt maken van gecombineerde afwasmiddelblokjes zoals: ''3 in 1'', ''4 in 1'', ''5 in 1'' enz... volg de instructies in "Gebruik van afwasmiddel".
De waterontharder instellen
De afwasmachine is uitgerust met een wa- De ontharder moet worden ingesteld in over-terontharder die is ontworpen om mineralen eenstemming met de hardheid van het water en zouten uit het leidingwater te verwijderen in uw omgeving. Uw waterleidingbedrijf kan die een schadelijk of negatief effect zouden u informeren over de hardheid van het water hebben op de werking van het apparaat. in uw woonplaats.
Hoe hoger het gehalte van deze mineralen en zouten is, des te harder is het water. De De waterontharder moet op beide ma-hardheid van water wordt gemeten in equi- nieren worden ingesteld: handmatig, valente eenheden, Duitse hardheid (°dH), met behulp van de waterhardheidstoets Franse hardheid (°TH) en mmol/l (millimol per en elektronisch.
liter - internationale eenheid voor de hardheid van water).
| Waterhardheid | Aanpassen van de waterhardheidsinstelling | Gebruik van zout | |||
|---|---|---|---|---|---|
| °dH | °TH | mmol/l | handmatig | elektronisch | |
| 51 - 70 | 91 - 125 | 9,1 - 12,5 | 2 | niveau 10 | ja |
| 43 - 50 | 76 - 90 | 7,6 - 9,0 | 2 | niveau 9 | ja |
| 37 - 42 | 65 - 75 | 6,5 - 7,5 | 2 | niveau 8 | ja |
| 29 - 36 | 51 - 64 | 5,1 - 6,4 | 2 | niveau 7 | ja |
| 23 - 28 | 40 - 50 | 4,0 - 5,0 | 2 | niveau 6 | ja |
| 19 - 22 | 33 - 39 | 3,3 - 3,9 | 2 | niveau 5 | ja |
| 15 - 18 | 26 - 32 | 2,6 - 3,2 | 1 | niveau 4 | ja |
| 11 - 14 | 19 - 25 | 1,9 - 2,5 | 1 | niveau 3 | ja |
| 4 - 10 | 7 - 18 | 0,7 - 1,8 | 1 | niveau 2 | ja |
| < 4 | < 7 | < 0,7 | 1 | niveau 1 | nee |
Pagina 7
7 Handmatig instellen
De afwasmachine wordt in de fabriek ingesteld op stand 2.
- 1. Open de deur van de afwasmachine.
- 2. Neem het onderrek uit de afwasmachine.
- 3. Zet de waterhardheidstoets in stand 1 of 2 (zie tabel).
- 4. Plaats het onderrek terug.
Elektronisch instellen
De afwasmachine is in de fabriek ingesteld op stand 5.
- 1. Druk op de aan-/uit-toets. De afwasmachine moet in de instelmodus staan.
- 2. Houd tegelijkertijd de functietoetsen B en C ingedrukt, tot de lampjes van de functietoetsen A , B en C beginnen te knipperen.
- 3. Druk op functietoets A , de lampjes van de functietoetsen B en C gaan uit, terwijl
het lampje van functietoets A blijft knipperen. Tegelijkertijd gaat het controlelampje Einde knipperen en hoort u een serie onderbroken geluidsignalen.
Het huidige niveau wordt aangegeven door het aantal keren dat het controlelampje Einde knippert, samen met een serie onderbroken geluidssignalen en een onderbreking van enkele seconden.
Voorbeelden:
5 knipperingen / 5 onderbroken geluidssignalen, onderbreking, 5 knipperingen / 5 onderbroken geluidssignalen, onderbreking = niveau 5
6 knipperingen / 6 onderbroken geluidssignalen, onderbreking, 6 knipperingen / 6 onderbroken geluidssignalen, onderbreking = niveau 6
- 4. Druk op functietoets A om het niveau te wijzigen. Elke keer dat deze toets wordt ingedrukt, wordt het niveau gewijzigd. (Zie de tabel voor de selectie van het nieuwe niveau).
Voorbeelden: als het huidige niveau 5 is, wordt door functietoets A één keer in te drukken, niveau 6 geselecteerd. als het huidige niveau 10 is, wordt door toets A één keer in te drukken, niveau 1 geselecteerd.
- 5. Schakel om de bewerking vast te leggen de afwasmachine uit door op de aan-/uit-toets te drukken.
Gebruik van zout voor de vaatwasser
Waarschuwing!
Gebruik alleen zout dat specifiek is bestemd voor gebruik in afwasmachines. Alle andere soorten zout die niet specifiek zijn ontwikkeld voor gebruik in een afwasmachine, in het bijzonder tafelzout, zullen schade toebrengen aan de waterontharder. Vul alleen zout bij vlak voordat u een van de volledige afwasprogramma's gaat starten. Hiermee wordt voorkomen dat gemorste zoutkorrels of zout water enige tijd op de bodem van de machine achterblijven, hetgeen corrosie kan veroorzaken.
Vullen:
- 1. Open de deur, neem het onderrek uit de machine en schroef het deksel van het zoutreservoir los door het tegen de wijzers van de klok in te draaien.
- 2. Giet 1 liter water in het reservoir (dit is alleen nodig als de machine de eerste keer met zout wordt gevuld) .
- 3. Giet met behulp van de bijgeleverde trechter zout in het reservoir totdat het vol is.
Pagina 8
8
- 4. Plaats het deksel terug en zorg er voor dat er geen zoutresten achterblijven op de schroefdraad of op de pakking.
- 5. Draai het deksel goed vast door het met de klok mee te draaien tot de aanslag (u hoort een klik).
Maak u geen zorgen als er bij het vullen met zout water uit de vulopening stroomt, dit is heel normaal.
Het zoutcontrolelampje op het bedieningspaneel kan 2-6 uur blijven branden nadat het zout is bijgevuld, ervan uitgaande dat de afwasmachine ingeschakeld blijft. Als u gebruik maakt van zout dat minder snel oplost, kan dit nog langer duren. De werking van de machine wordt hierdoor niet beïnvloed.
Gebruik van glansspoelmiddel
Waarschuwing! Gebruik alleen merkglansmiddelen voor afwasmachines.
Vul het glansmiddeldoseerbakje nooit met andere middelen (bijv. afwasmachinereinigingsmiddel, vloeibaar afwasmiddel). Dit zou het apparaat beschadigen.
Glansmiddel zorgt ervoor dat het serviesgoed grondig wordt gespoeld en vrij van vlekken en strepen opdroogt.
Glansmiddel wordt tijdens de laatste keer spoelen automatisch gedoseerd.
- 1. Open het reservoir door op de ontgrendelknop (A) te drukken.
- 2. Giet glansmiddel in het reservoir. Het maximale vulniveau wordt aangegeven door "max".
Het doseerbakje bevat ongeveer 110 ml glansmiddel, voldoende voor tussen de 16 en 40 afwascycli, afhankelijk van de ingestelde dosering.
- 3. Zorg ervoor dat het deksel na het vullen goed wordt gesloten.
Neem eventueel bij het vullen gemorst glansmiddel op met een absorberende doek om de volgende keer als u een programma draait buitensporige schuimvorming te voorkomen.
Pagina 9
9
Stel de dosering van het glansmiddel in overeenstemming met de bereikte eind- en droogresultaten in met behulp van de 6-standenschakelaar (stand 1 minimumdosering, stand 6 maximumdosering).
De dosering wordt in de fabriek ingesteld op stand 4.
Verhoog de dosering als er na afloop van het programma waterdruppels of kalkvlekken op het serviesgoed achterblijven.
Verlaag de dosering als er kleverige witachtige strepen op het serviesgoed achterblijven of een blauwzweem op glaswerk of op de lemmeten van messen.
Dagelijks gebruik
- Controleer of het nodig is regenereerzout of glansmiddel bij te vullen.
- Plaats bestek en serviesgoed in de afwasmachine.
- Afwasmiddel doseren.
- Selecteer een programma dat geschikt is voor het bestek en het serviesgoed.
- Start het afwasprogramma.
Handige aanwijzingen en tips
Sponzen, huishoudtextiel en voorwerpen die water kunnen absorberen mogen niet in de afwasmachine worden gereinigd.
- Voordat u het serviesgoed in de machine plaatst, dient u:
- alle voedselresten en rommel te verwijderen.
- Laat aangebakken etensresten in pannen eerst inweken
- Let bij het plaatsen van serviesgoed en bestek op de volgende punten:
- Borden en bestek mogen de draaibeweging van de sproeiarmen niet belemmeren.
- Plaats holle voorwerpen zoals kopjes, glazen, pannen, enz. met de opening naar beneden zodat ze niet vol water lopen.
- Borden en bestek mogen niet in elkaar liggen of elkaar bedekken.
- Zorg er ter voorkoming van schade aan glaswerk voor dat glazen elkaar niet raken.
- Leg kleine voorwerpen in de bestekmand.
- Voorwerpen van kunststof en pannen met teflon hebben de neiging waterdruppels vast te houden; deze voorwerpen drogen niet zo goed als voorwerpen van porselein en staal.
- Lichte voorwerpen (kunststofbakjes enz.) moeten in het bovenrek worden geplaatst en zo worden neergezet dat ze niet kunnen bewegen.
Pagina 10
10
| Het volgende serviesgoed en bestek is voor reiniging in de afwasmachine | |
|---|---|
| niet geschikt: | in beperkte mate geschikt: |
| • bestek met houten, hoornen, porseleinen of parelmoeren handgrepen. • voorwerpen van kunststof die niet hittebestendig zijn. • ouder bestek met gelijmde onderdelen die niet hittebestendig zijn. • gelijmd bestek of gelijmde borden. • tinnen of koperen voorwerpen. • glaswerk van loodkristal. • gemakkelijk roestende stalen voorwerpen. • houten schotels. • voorwerpen gemaakt van synthetische vezels. | • Reinig aardewerk alleen in de afwasmachine als het door de fabrikant specifiek wordt gekenmerkt als afwasmachinebestendig. • Geglazuurde dessins kunnen vervagen als ze vaak in de afwasmachine gewassen worden. • Zilveren en aluminium hebben de neiging om tijdens het reinigen te verkleuren: Etensresten, bijv. eiwit, eierdooier en mosterd, veroorzaken op zilver vaak verkleuring en vlekken. Verwijder etensresten dan ook onmiddellijk van zilver, als dit niet meteen na gebruik wordt afgewassen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
Bestek en serviesgoed plaatsen
Het onderrek
Het onderrek is geschikt voor steelpannen, deksels, borden, slakommen, bestek, enz. Dekschalen en grote deksels moeten langs de rand van het rek worden gerangschikt om te garanderen dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
De bestekmand
Rechtop geplaatste lange messen zijn een potentieel gevaar. Lang en/of scherp snijgereedschap zoals bijvoorbeeld vleesmessen moeten horizontaal in het bovenrek worden gelegd. Pas op bij het plaatsen of uitnemen van scherpe voorwerpen zoals messen.
Plaats vorken en lepels in de uitneembare bestekmand met de handgrepen naar beneden en messen met de handvatten naar boven gericht.
U kunt de rijen met punten in het onderrek gemakkelijk laten zakken om ruimte te maken voor potten, pannen en schalen.
Pagina 11
11
Als de handgrepen onder de bestekmand uitsteken en de onderste sproeiarm in zijn beweging belemmeren, dient het bestek met de handgrepen omhoog te worden geplaatst.
Meng lepels met ander bestek om te voorkomen dat zij aan elkaar kleven.
Voor de meest optimale resultaten raden wij aan de meegeleverde bestekrooster te gebruiken (als de afmeting van het bestek dit toelaat).
Bovenrek
Het bovenrek is geschikt voor borden (dessertbordjes, schotels, etensborden met een diameter tot 24 cm), slakommen, kopjes en glazen.
Plaats voorwerpen zo op en onder de kopjesrekken dat het water alle oppervlakken kan bereiken.
Glazen met een lange voet kunnen ondersteboven in de kopjesrekken worden geplaatst.
Voor hogere voorwerpen kunnen de kopjesrekken worden opgeklapt.
Controleer alvorens de deur te sluiten dat de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien.
De hoogte van het bovenrek aanpassen
Als er zeer grote borden moeten worden afgewassen, kunt u deze in het onderrek plaatsen nadat u het bovenrek in zijn hoogste positie hebt geplaatst.
Maximale hoogte van borden in het onderrek
Met bovenrek in hoogste stand
Met bovenrek in laagste stand
Ga als volgt te werk om het bovenrek in zijn hoogste stand te zetten:
- 1. Trek het rek tot de aanslag naar buiten.
- 2. Til beide kanten voorzichtig op totdat het mechanisme vastklikt en het rek stabiel is.
Pagina 12
Ga als volgt te werk om het rek in zijn oorspronkelijke stand te laten zakken:
- 1. Trek het rek tot de aanslag naar buiten.
- 2. Til beide kanten voorzichtig op en laat het mechanisme langzaam terug naar beneden zakken, terwijl u het blijft vasthouden.
Zet het rek nooit aan een enkele kant naar boven of beneden
Als het rek zich in zijn bovenste stand bevindt, kunt u geen gebruik maken van de kopjesrekken.
Sluit na het vullen van het apparaat altijd de deur, want een open deur kan gevaarlijk zijn.
Gebruik van vaatwasmiddelen
Gebruik uitsluitend afwasmiddelen die specifiek zijn bedoeld voor gebruik in afwasmachines.
Neem de aanbevelingen van de fabrikant voor dosering en bewaren op de verpakking van het afwasmiddel in acht.
Het gebruik van niet meer dan de juiste hoeveelheid afwasmiddel draagt bij aan minder milieuverontreiniging.
Afwasmiddel doseren
- 1. Open het deksel.
- 2. Vul het afwasmiddelbakje (1) met afwasmiddel. De markering geeft de doseerniveaus aan:
20 = ca. 20 g afwasmiddel
30 = ca. 30 g afwasmiddel.
- 3. Alle programma's met voorwas hebben een extra dosering afwasmiddel nodig (5/10 g) dat in het afwasmiddelbakje voor de voorwas (2) moet worden gedaan. Deze dosering wordt gebruikt tijdens de voorwasfase.
Bij gebruik van afwasmiddeltabletten; plaats het tablet in vak (1)
Pagina 13
13
- 4. Sluit het deksel en druk totdat het op zijn plaats klikt.
Afwasmiddeltabletten van verschillende fabrikanten lossen niet allemaal even snel op. Daarom bereiken bepaalde afwasmiddeltabletten tijdens korte programma's niet hun volledige reinigingswerking. Kies daarom bij het gebruik van afwasmiddeltabletten lange programma's, om ervoor te zorgen dat tabletresten volledig worden verwijderd.
Een wasprogramma selecteren en starten
Selecteer het afwasprogramma en de uitgestelde start met de deur enigszins geopend. De start van het programma of het aftellen voor de uitgestelde start begint pas nadat de deur is gesloten. Tot dat moment kunnen de instellingen nog worden gewijzigd
- 1. Controleer of de rekken juist zijn geladen en of de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
- 2. Controleer of de waterkraan is geopend.
- 3. Druk op de aan-/uit-toets. De afwasmachine moet in de instelmodus staan.
- 4. Druk op de toets die correspondeert met het gewenste programma (zie tabel "afwasprogramma's"). Het controlelampje van het geselecteerde programma gaat branden.
Sluit de deur van de afwasmachine, het programma start automatisch.
Het programma instellen en starten met "uitgestelde start"
- 1. Druk na het kiezen van het programma de toets uitgestelde start in, tot het overeenkomstige controlelampje van het gewenste aantal uren (3u, 6u of 9u) begint te knipperen.
- 2. Sluit de deur van de afwasmachine, het aftellen start automatisch.
- 3. Het aftellen vindt plaats in stappen van 3 uur.
- 4. Als de uitgestelde start is verstreken, start het programma automatisch.
Het openen van de deur onderbreekt het aftelproces. Sluit de deur; het aftellen gaat verder vanaf het punt waar het werd onderbroken.
Waarschuwing! Onderbreek of annuleer een lopend afwasprogramma ALLEEN als het absoluut noodzakelijk is.
Let op! Als de deur wordt geopend kan hete stoom vrijkomen. Open de deur voorzichtig.
Een lopend afwasprogramma onderbreken
- Open de deur van de afwasmachine; het programma stopt. Sluit de deur; het programma gaat verder waar het was onderbroken.
Een afwasprogramma of een lopende uitgestelde start annuleren
- Houdt tegelijkertijd de twee functietoetsen B en C ingedrukt, totdat alle lampjes van de programmatoetsen branden.
- Bij het annuleren van een uitgestelde start wordt ook het ingestelde afwasprogramma geannuleerd. In dit geval moet u het afwasprogramma opnieuw instellen.
- Als er een nieuw afwasprogramma moet worden gekozen, controleer dan of er afwasmiddel in het doseerbakje zit.
Einde van het afwasprogramma
- De afwasmachine stopt automatisch en een geluidssignaal laat u weten dat het programma is afgelopen.
Pagina 14
14
- 1. Open de deur van de afwasmachine.
- Het controlelampje Einde gaat branden.
- Het controlelampje van het zojuist be-eindigde programma blijft branden.
- 2. Schakel de afwasmachine uit.
- 3. Laat de deur van de afwasmachine een paar minuten op een kier staan voordat u het serviesgoed uit de machine haalt; dit zal dan al enigszins zijn afgekoeld en ook beter zijn gedroogd.
De vaatwasser uitruimen
- Hete borden zijn gevoelig voor stoten. Het is daarom raadzaam het serviesgoed eerst te laten afkoelen alvorens de machine uit te ruimen.
- Ruim eerst het onderrek en dan het bovenrek uit; hiermee voorkomt u dat er water van het bovenrek op het serviesgoed in het onderrek druppelt.
- Er kan water op de zijkanten en de deur van de afwasmachine ontstaan omdat
roestvrij staal uiteindelijk koeler zal worden dan het serviesgoed.
Als het afwasprogramma is afgelopen is het raadzaam de stekker uit het stopcontact te trekken en de kraan dicht te draaien.
Wasprogramma's
| Programma Auto1) 2) 50° 3) | Mate van vervuiling Sterk vervuild Normaal vervuild Normaal vervuild Normaal of licht vervuild Normaal vervuild | Soort serviesgoed | Beschrijving programma |
| Serviesgoed, bestek, potten en pannen | Voorwas Hoofdwas tot 70 °C 2 tussentijdse spoelgangen Laatste spoelgang Drogen | ||
| Serviesgoed, bestek, potten en pannen | Voorwas Hoofdwas tot 45 °C of 70 °C 1 of 2 tussentijdse spoelgangen Laatste spoelgang Drogen | ||
| Serviesgoed en bestek | Hoofdwas tot 50 °C 1 tussentijdse spoelgang Laatste spoelgang Drogen | ||
| Serviesgoed en bestek | Hoofdwas tot 60 °C Laatste spoelgang | ||
| Serviesgoed en bestek | Voorwas Hoofdwas tot 50 °C 1 tussentijdse spoelgang Laatste spoelgang Drogen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
- 1) Tijdens het afwasprogramma "Auto" wordt de hoeveelheid vuil op het serviesgoed bepaald door de troebelheid van het water. De programmaduur en het water- en energieverbruik kunnen variëren; dit hangt af van het feit of het apparaat geheel of gedeeltelijk is gevuld en of het servies licht of sterk is vervuild. De temperatuur van het water wordt automatisch ingesteld tussen 45 °C en 70 °C.
- 2) Ideaal voor gebruik bij een gedeeltelijk gevulde afwasmachine. Dit is het perfecte dagelijkse programma, speciaal bedoeld voor een gezin bestaande uit 4 personen om alleen het serviesgoed van het ontbijt en het avondeten af te wassen.
- 3) Testprogramma voor testinstanties
Pagina 15
15
| Verbruikswaarden | |||
|---|---|---|---|
| Programma | Programmaduur (in minuten) | Energieverbruik (in kWh) | Waterverbruik (in liter) |
| 80-90 | 1,6-1,8 | 22-24 | |
| Auto | 90-140 | 1,1 - 1,8 | 12 - 23 |
| 45-55 | 1,0-1,2 | 11-12 | |
| 30 | 0,9 | 9 | |
| 1) | 150-160 | 1,0-1,1 | 13-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
- 1) Testprogramma voor testinstanties
De verbruikswaarden zijn bedoeld als richtlijn en zijn afhankelijk van de druk en de temperatuur van het water, maar ook
van de variaties in de netspanning en de hoeveelheid serviesgoed.
Onderhoud en reiniging
De filters reinigen
De filters moeten van tijd tot tijd worden gecontroleerd en gereinigd. Vuile filters beïnvloeden het afwasresultaat negatief.
Waarschuwing! Zorg ervoor dat de machine is uitgeschakeld voordat de filters worden schoongemaakt.
- 1. Open de deur, neem het onderrek uit de machine.
- 2. Het filtersysteem van de afwasmachine bevat een grof filter ( A ), een microfilter ( B ) en een platte filter. Ontgrendel het filtersysteem met behulp van de hendel op het microfilter.
Draai de greep ongeveer een kwartslag naar links en verwijder het filtersysteem
- 4. Pak het grof filter ( A ) beet bij de greep en verwijder het microfilter ( B ).
- 5. Maak alle filters onder stromend water grondig schoon.
- 6. Verwijder het platte filter uit de bodem van het afwascompartiment en reinig het filter grondig aan beide kanten.
- 7. Zet het platte filter terug in de bodem van het wascompartiment en controleer of het precies onder de twee geleiders ( C ) zit.
Pagina 16: zie Storingen hierboven.
Pagina 17: zie hierboven.
Pagina 18: zie hierboven.
Pagina 19: zie hierboven.
Pagina 20: zie hierboven.
Pagina 21: zie hierboven.
Pagina 22: zie hierboven.