Pelgrim O845, tekst van de handleiding
Pagina's 21–42 van 177 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 21
7. Einde bereiding en oven uitschakelen
Wanneer de bereiding is voltooid, wordt op het display Bakken beëindigd weergegeven. U kunt de bereiding ook beëindigen door op Bakken beëindigd te drukken.
Gebruik of om een nieuwe instelling te kiezen. Bevestig uw keuze met . De inhoud van het menu hangt af van de op dat moment beschikbare bedieningsopties.
Bakken beëindigd
Extra tijd toevoegen
Gratineren
Krokante onderkant
Toeveoegen aan favorieten?
Selecteer Beëindigen om de bereiding af te sluiten. Op het display wordt het hoofdmenu weergegeven.
Wanneer u deze optie selecteert, wordt de bereiding verlengd met dezelfde stand- en temperatuurinstellingen.
OPMERKING: als er een bereidingstijd is ingesteld, wordt er geteld vanaf het moment waarop deze is gestopt.
Selecteer deze optie als u de bovenkant van het gerecht nog wat langer wilt bereiden (zie hoofdstuk 7.1 Gratineren (menu +)).
Selecteer deze optie als u de onderkant van het gerecht verder wilt bruinen (zie hoofdstuk 7.2 Krokante bodem).
Met deze modus kunt u de geselecteerde instellingen opslaan bij uw favorieten en ze later opnieuw gebruiken (7.3 Favorieten - uw instellingen opslaan).
INFORMATIE!
Nadat de bereiding is voltooid, worden ook alle timerinstellingen gestopt en verwijderd, behalve de kookwekker. De tijd (klok) wordt weergegeven. De ventilator blijft nog een tijdje draaien.
Na het gebruik van de oven kan er wat water achterblijven in het condensatiekanaal (onder de deur). Veeg het kanaal schoon met een spons of een doek.
Pagina 22
7.1 Gratineren (menu +)
Deze functie wordt tijdens de laatste fase van de bereiding gebruikt, wanneer we een dressing/topping aan het gerecht toevoegen of het oppervlak krokant willen maken. Wanneer u de gratineerfunctie gebruikt, wordt er een knapperige goudgele korst gevormd op het gerecht, die het beschermt tegen uitdrogen en er tegelijkertijd voor zorgt dat het gerecht er mooier uitziet en een betere smaak heeft.
- 1. Druk op . Gebruik of om Gratineren te selecteren. De functie is na 10 minuten gebruik beschikbaar.
- 2. Op het display worden de vooraf ingestelde stand (grote grill) en de temperatuur (300 °C) weergegeven. Stel de werkingstijd (maximaal 10 minuten) in en bevestig uw selectie door op
te drukken.
- 3. De functie kan ook tijdens gebruik worden uitgeschakeld. Druk hiervoor op .
WAARSCHUWING!
Houd de bereiding in de gaten. Bij gebruik van de gratineerfunctie bereikt het apparaat hoge temperaturen.
De gratineerfunctie werkt maximaal 10 minuten. Daarna wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld.
7.2 Krokante bodem
Deze functie is alleen aan het eind van de bereiding beschikbaar en kan voor 10 minuten worden geactiveerd.
- 1. Druk in het laatste menu op of om Krokante onderkant te selecteren. Bevestig uw selectie door op te drukken.
Pagina 23: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 24
7.3 Favorieten - uw instellingen opslaan
Met favorieten kunt u uw favoriete en meestgebruikte instellingen opslaan en later opnieuw gebruiken. Er kunnen maximaal 12 recepten worden opgeslagen.
- 1. Recepten opslaan in de instellingen.
Druk op en gebruik of om Toeveoegen aan favorieten? te selecteren. Bevestig uw selectie met .
- 2. Instellingen opslaan na afloop van een bereiding.
Druk in het laatste menu op of om Toeveoegen aan favorieten? te selecteren. Bevestig uw selectie met .
U kunt ook de naam van een opgeslagen instelling wijzigen. Gebruik of om een letter te selecteren en bevestig uw selectie met . U kunt indien nodig een teken verwijderen met . Bevestig uw keuze met om uw favoriete recept op te slaan.
- 3. Eerder opgeslagen recepten opslaan.
Druk op . Gebruik of om Mijn programma's te selecteren. Bevestig uw selectie met om naar het submenu te gaan. De opgeslagen recepten worden weergegeven. OPMERKING: u kunt ook de vooraf ingestelde waarden voor al opgeslagen recepten wijzigen en de recepten na de bereiding opslaan onder een nieuwe naam.
- 4. Eerder opgeslagen recepten verwijderen.
Schakel het apparaat in en selecteer . Gebruik of om Mijn programma's te selecteren. Bevestig uw selectie met om opgeslagen recepten weer te geven. Selecteer een recept en druk op om het te verwijderen.
Pagina 25
8. De algemene instellingen kiezen
WAARSCHUWING!
Na een stroomuitval of nadat het apparaat is uitgeschakeld, blijven de instellingen van de extra functies nog enige minuten bewaard. Daarna worden alle instellingen, behalve het geluidssignaal en de displaydimmer, teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
Druk op . Gebruik of om Instellingen te selecteren. Bevestig uw selectie met om naar het submenu te gaan.
U kunt individuele instellingen bewerken met en .
- 1. Klok
Stel de uren en minuten in.
U kunt de 12- of 24-uurs weergave selecteren door op te drukken.
- 2. Volume
U kunt kiezen uit vier volumeniveaus (geen geluid, laag volume, gemiddeld volume en hoog volume).
- 3. Toetsgeluid
Schakel toetsgeluiden in of uit.
- 4. Nachtmodus
Met deze functie wordt de helderheid van het display tussen 19:00 en 7:00 uur automatisch verlaagd. Ook worden de klokweergave en de geluidssignalen uitgeschakeld. Geef, als u de nachtmodus wilt activeren, de begin- en eindtijd van de werking in. Schakel de nachtmodus in door
op te drukken.
- 5. Display
Met deze functie kunt u het display overdag in- of uitschakelen. De functie is standaard gedeactiveerd (OFF). Als de functie is ingeschakeld (ON), kan het energieverbruik toenemen.
- 6. Automatisch snel voorverwarmen
Met deze functie wordt automatisch voorverwarmen geactiveerd voor bereidingsstanden waarin dit mogelijk is.
Schakel de functie in (ON) of uit (OFF).
- 7. Andere standen
Met deze functie wordt de weergave van alle bereidingsstanden op het display geactiveerd.
Schakel de functie in (ON) of uit (OFF).
Pagina 26
Vervolg tabel vorige pagina
| 8. | Opnieuw instellen - fabrieksinstellingen |
|---|---|
| Met deze functie worden de fabrieksinstellingen van het apparaat opnieuw ingesteld. Op het display wordt Opnieuw instellen weergegeven. Bevestig uw keuze door ingedrukt te houden. | |
| 9. | Taal |
| Op het display wordt de standaardtaal (Engels) weergegeven. Als de taal waarin de displayteksten worden weergegeven niet bij u past, kunt u een andere taal kiezen. | |
| Druk op | om het menu met algemene instellingen te sluiten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
of
8.1 Weergavevergrendeling (menu +)
- 1. Druk op en gebruik of om Display vergrendeld te selecteren. Bevestig uw selectie door op te drukken. Het scherm wordt nu vergrendeld.
Druk, als u het scherm wilt ontgrendelen, op en bevestig uw selectie met .
- Als het kinderslot is geactiveerd en er geen timerfunctie is ingesteld (alleen de klok wordt weergegeven), werkt de oven niet.
- Als de vergrendeling is geactiveerd nadat er een timerfunctie is ingesteld, werkt het apparaat normaal, maar is het niet mogelijk om de instellingen te wijzigen.
- Wanneer de toetsen zijn vergrendeld, kunt u de bereidingsstanden of aanvullende functies niet wijzigen. U kunt dan alleen de bereiding uitschakelen.
- De toetsen blijven ook vergrendeld nadat het apparaat is uitgeschakeld. Als u een nieuwe stand wilt selecteren, moet u de vergrendeling deactiveren.
Pagina 27
9. ConnectLife
Het apparaat verbinden met de ConnectLife-app
ConnectLife is een Smart Home-platform dat mensen, apparaten en services met elkaar verbindt. De ConnectLife-app bevat geavanceerde digitale services en oplossingen waarmee de gebruikers zorgeloos hun apparaten kunnen bewaken en bedienen, smartphonemeldingen kunnen ontvangen en software kunnen bijwerken (de ondersteunde functies kunnen variëren per apparaat en regio/land).
Voor het verbinden van uw slimme apparaat hebt u een eigen wifinetwerk nodig (alleen 2,4GHz-netwerken worden ondersteund) en een smartphone waarop de ConnectLife-app is geïnstalleerd.
Scan de QR-code of zoek in de appstore van uw voorkeur naar ConnectLife om de ConnectLife-app te downloaden.
- 1. Installeer de ConnectLife-app en maak een account.
- 2. Ga in de ConnectLife-app naar het menu voor het toevoegen van apparaten en selecteer het juiste type apparaat. Scan vervolgens de QR-code, die u kunt vinden op het typeplaatje van het apparaat. U kunt ook handmatig het AUID-/MV-nummer invoeren.
- 3. De app leidt u vervolgens door het proces om het apparaat te verbinden met uw smartphone.
- 4. Als de verbinding tot stand is gebracht, kunt u het apparaat op afstand bedienen met de mobiele app.
Pagina 28
10. Wifibeheer
INFORMATIE!
Als deze instelling niet beschikbaar is, is uw oven niet uitgerust met een Wi-Fi-module en ondersteunt deze geen internetverbinding.
Wanneer de wifimodule is ingeschakeld en de verbindingen met succes zijn geconfigureerd en gesynchroniseerd, kan het apparaat worden bediend en aangestuurd via een mobiel apparaat en de ConnectLife-app.
De wifiverbinding werkt met hetzelfde frequentiebereik als een aantal andere apparaten, zoals magnetronovens en speelgoed met afstandsbediening. Als gevolg hiervan kan er een tijdelijke of permanente storing van de verbinding optreden. In dergelijke gevallen kan de beschikbaarheid van de aangeboden functies niet worden gegarandeerd.
De kwaliteit van de beschikbare functies is sterk afhankelijk van de signaalsterkte. Als de router zich ver van het apparaat bevindt, is de verbinding mogelijk niet betrouwbaar.
10.1 Wifi gebruiken
Schakel het apparaat in en druk vervolgens op om de instellingen van de wififunctie te activeren.
Als u andere instellingen wilt invoeren voor de wifimodule, druk dan op .
Als u onbedoeld op hebt gedrukt, kunt u het instellen annuleren door herhaaldelijk lang (18 seconden) ingedrukt te houden.
De wifimodule inschakelen:
Houd lang (tot 3 seconden) ingedrukt. Op het display wordt Wifi
- 1. włączone weergegeven om aan te duiden dat de module is ingeschakeld.
Het symbool Wifi włączone begint te knipperen.
Verbinding maken met het apparaat:
Houd lang (3 tot 6 seconden) ingedrukt. Op het display wordt Instellen
- 2. verbiniding weergegeven.
OPMERKING: volg, voor meer instellingen, de instructies in de ConnectLife app.
Meer gebruikers toevoegen:
Houd lang (6 tot 9 seconden) ingedrukt. Op het display wordt Koppelen weergegeven.
- 3. Gebruik deze instelling om meer gebruikers aan het apparaat toe te voegen met de ConnectLife app.
OPMERKING: volg, voor meer instellingen, de instructies in de ConnectLife app.
Alle aangesloten gebruikers verwijderen:
Houd lang (9 tot 12 seconden) ingedrukt. Op het display wordt Alles
- 4. ontkoppelen weergegeven.
Gebruik deze instelling om alle aangesloten gebruikers te verwijderen uit de ConnectLife app.
De wifimodule uitschakelen:
Schakel de wifiverbinding uit door lang (15 tot 18 seconden) ingedrukt
- 5. te houden. Op het display wordt WiFi uit weergegeven.
Pagina 29
10.2 De afstandsbediening van de oven beheren
WAARSCHUWING!
De functie voor bewaking op afstand via een mobiel apparaat mag niet worden gebruikt ter vervanging van rechtstreeks persoonlijk toezicht op het kookproces in de oven. Controleer altijd regelmatig zelf wat er werkelijk in de oven gebeurt.
Druk op . Op het display wordt Remote weergegeven om aan te duiden dat het mogelijk is om het apparaat op afstand te bedienen via de ConnectLife app..
INFORMATIE!
Om veiligheidsredenen zijn sommige functies niet beschikbaar via toegang op afstand.
- Als de deur van het apparaat wordt geopend terwijl het apparaat in de stand-bymodus staat, moet de afstandsbediening opnieuw worden ingeschakeld.
- Als de deur tijdens het bakproces wordt geopend, wordt de optie voor afstandsbediening op het apparaat uitgeschakeld.
- Elke gebruikersactiviteit op het bedieningspaneel schakelt automatisch de afstandsbedieningsoptie van de oven uit.
- Het annuleren of afronden van het bakprogramma of -proces is de enige optie die beschikbaar blijft, ongeacht of de afstandsbediening is ingeschakeld of niet.
- De afstandsbediening wordt uitgeschakeld wanneer er een magnetronstand wordt gebruikt (behalve bij een gecombineerd programma met microgolven).
•
WAARSCHUWING!
Zorg er altijd voor dat de oven correct en in overeenstemming met de instructies wordt gebruikt, vooral bij gebruik van de afstandsbediening. Bedien de oven niet via de afstandsbediening, tenzij u zeker weet wat er precies in de oven zit.
| WiFi-status | Wifisymbool op het display |
|---|---|
| Wi-Fi is uitgeschakeld. | De verlichting van het wifisymbool brandt constant zwak. |
| Wi-Fi is ingeschakeld en is verbonden met de server. | De verlichting van het wifisymbool brandt constant volledig. |
| Wifi is ingeschakeld en: | Wi-Fi-symbool brandt volledig en knippert. |
| • er wordt een verbinding met de server tot stand gebracht; | |
| • wordt geconfigureerd of is bezig verbinding tot stand te brengen; | |
| • is niet verbonden met de server. | |
| Afstandsbediening van de oven is niet ingeschakeld. | De verlichting van het REMOTE-symbool op het display brandt niet. |
| Afstandsbediening van de oven is ingeschakeld. | Het REMOTE-teken brandt volledig op het display. |
Pagina 30
11. Algemene tips en adviezen voor het bakken
Keukengerei
- Gebruik apparatuur van hittebestendige, niet-reflecterende materialen (meegeleverde bakplaten, schalen, geëmailleerd kookgerei, kookgerei van gehard glas). Felgekleurde materialen (roestvrij staal of aluminium) reflecteren warmte. Als gevolg hiervan is de thermische verwerking van voedsel daarin minder effectief.
- Plaats de bakplaten en schalen altijd tot het einde van de geleiders. Zet bij het bakken op het rooster de ovenschalen of bakplaten in het midden van het rooster.
- Plaats de bakplaten niet rechtstreeks op de bodem van de oven.
- Bedek de bodem van de oven of het rooster niet met aluminiumfolie.
- Plaats ovenschalen altijd op het rooster.
- Als u bakpapier gebruikt, zorg er dan voor dat het bestand is tegen hoge temperaturen. En knip het indien nodig bij. Bakpapier voorkomt dat het voedsel aan de bakplaat blijft kleven en maakt het gemakkelijker om het van de bakplaat te verwijderen.
- Als u een gerecht direct op het rooster bereidt, plaats dan de universele bakplaat een niveau lager om als lekbak te dienen.
Voedselbereiding
- Voor een optimale voedselbereiding raden wij aan de richtlijnen in de bereidingstabel in acht te nemen. Kies de lagere gespecificeerde temperatuur en de kortste gespecificeerde bereidingstijd.
Als deze tijd is verstreken, controleert u de resultaten en past u de instellingen zo nodig aan.
- Gebruik bij het koken volgens recepten uit oudere kookboeken het onderste en bovenste verwarmingssysteem (zoals in conventionele ovens) en stel de temperatuur 10 °C lager in dan aangegeven in het recept.
- Bij het bakken/braden van grotere stukken vlees of ovengerechten met een hoger watergehalte, zal in de oven een grotere hoeveelheid stoom ontstaan. Dit is een normaal verschijnsel dat geen invloed heeft op de werking van het apparaat. Droog na het einde van het bakken/braden de deur en het glas van de deur goed af.
Efficiënt energiegebruik
- Verwarm het apparaat alleen voor als dat wordt aangegeven in het recept of in de tabellen uit deze gebruiksaanwijzing. Als u gebruikmaakt van snel voorverwarmen, plaats dan pas voedsel in het apparaat wanneer het apparaat volledig is opgewarmd, tenzij anders wordt aanbevolen. Het verwarmen van een lege oven kost veel energie, dus het is raadzaam om waar mogelijk meerdere gerechten na elkaar of tegelijk te bereiden.
- Haal tijdens het bakken alle overbodige apparatuur uit de oven
- Open de ovendeur niet tijdens het bakken, tenzij het absoluut noodzakelijk is.
- Bij langere bakprogramma's kunt u de oven ongeveer 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen om gebruik te maken van de opgehoopte warmte.
Pagina 31
11.1 Koken met een temperatuursonde ( FOOD PROBE)
(afhankelijk van het model)
De temperatuursonde zorgt voor een nauwkeurige controle van de kerntemperatuur van het voedsel tijdens het koken.
WAARSCHUWING!
De temperatuurvoeler mag zich niet in de directe nabijheid van de verwarmingselementen bevinden.
- 1. Steek het metalen uiteinde van de sonde in het dikste deel van het voedsel.
OPMERKING: het bereiden met de temperatuursonde kan pas beginnen wanneer het huidige bereidingsproces is onderbroken en de temperatuursonde in de aansluiting is geplaatst. Zodra de temperatuursonde wordt aangesloten, worden de vooraf ingestelde functies op het apparaat verwijderd.
- 2. Draai de afdekking van de aansluiting in de rechterbovenhoek van de voorkant van de oven los (afhankelijk van het model van de oven) en steek de stekker van de sonde in de aansluiting.
- 3. - In de handmatige modus wordt op het display naast de stand het symbool weergegeven, samen met de vooraf ingestelde bereidingstemperatuur (maximaal 210 °C). Dit kan worden gewijzigd. Stel ook de kerntemperatuur van het voedsel (30 tot 99 °C) vast. Het gebruik van de handmatige modus is weergegeven in de bovenstaande afbeelding.
- Druk in de automatische modus op of om het gerecht te selecteren. Voor de recepten is vooraf een stand, temperatuur en bereidingstijd vastgesteld. U kunt de mate van bruining wijzigen.
OPMERKING: bij gebruik van de sonde is het instellen van de bereidingstijd niet mogelijk.
- 4. Bevestig de instelling door op te drukken.
Tijdens de bereiding worden op het display afwisselend de ingestelde en de huidige temperatuur van het voedsel weergegeven. U kunt indien gewenst tijdens de bereiding de bereidingstemperatuur of de gewenste kerntemperatuur van het voedsel wijzigen.
- 5. Zodra de ingestelde kerntemperatuur is bereikt, wordt het apparaat uitgeschakeld. Op het display wordt Cooking complete weergegeven. Er klinkt een geluidssignaal dat u kunt uitschakelen door op een willekeurige toets te drukken. Na één minuut wordt het geluidssignaal automatisch uitgeschakeld.
INFORMATIE!
Wanneer er een temperatuursonde wordt gebruikt, kan een automatische bereidingsmodus worden geselecteerd.
Pagina 32
Correct gebruik van de sonde, per soort voedsel:
- gevogelte: steek de sonde in het dikste deel van de borst;
- rood vlees: steek de sonde in een mager deel dat niet doorregen is met vet;
- kleinere stukken met bot: steek de sonde in een stuk langs het bot;
- vis: steek de sonde achter de kop, richting de graat.
WAARSCHUWING!
Haal de sonde na gebruik voorzichtig uit het voedsel en de aansluiting, maak hem schoon en draai de afdekking van de aansluiting weer vast.
Aanbevolen gaarheidsniveaus voor verschillende soorten vlees
medium well done
| medium rare | medium well |
| [°C] | [°C] |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
Eten / / [°C] [°C]
RUNDVLEES
rundvlees, gebraden
rundvlees, entrecote
rosbief/biefstuk
hamburgers
/hoog/4
KALFSVLEES
kalfsvlees, entrecote
kalfsvlees, romp
VARKENSVLEES
braadstuk, nek
varkensvlees, lende
gehaktbrood
/
/
/
/
/
/
/
/
LAMSVLEES
lamsvlees
SCHAPENVLEES
schapenvlees
GEITENVLEES
geitenvlees
GEVOGELTE
gevogelte, heel
/
/
/
Pagina 33: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 34
12. Reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING!
Koppel voor de reiniging het apparaat eerst los van het elektriciteitsnet en wacht tot het is afgekoeld.
Reiniging en onderhoud mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder adequaat toezicht.
- Om het reinigen te vergemakkelijken, zijn de binnenkant van de oven en de bakplaat bekleed met speciaal email voor een glad en vuilbestendig oppervlak.
- Maak het apparaat regelmatig schoon en gebruik warm water en handafwasmiddel om vuil en kalkaanslag te verwijderen. Gebruik een schone zachte doek of spons.
- Gebruik nooit agressieve of schurende reinigingsmiddelen en accessoires (schuursponsjes en oplosmiddelen, vlekken- en roestverwijderaars, schrapers voor keramische kookplaten).
- Voedselresten (vet, suiker, eiwit) kunnen tijdens het gebruik van het apparaat ontbranden. Verwijder daarom voor elk gebruik grotere stukken vuil uit de oven en van de accessoires.
- De hulpmiddelen van het apparaat zijn vaatwasserbestendig. De uittrekbare geleiders zijn dat niet.
| Buitenkant van het apparaat | Gebruik warm zeepsop en een zachte doek om vuil te verwijderen en veeg vervolgens de oppervlakken droog. |
| Binnenkant van het apparaat | Gebruik voor hardnekkig(e) vuil en aanslag een reiniger voor conventionele ovens. Neem het apparaat na gebruik van een dergelijk reinigingsmiddel grondig af met een natte doek om resten van het middel te verwijderen. |
| Accessoires en geleiders | Maak deze schoon met warm zeepsop en een vochtige doek. Het is raadzaam hardnekkig vuil eerst te laten weken en vervolgens met een borstel te verwijderen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
Als de reinigingsresultaten niet bevredigend zijn, herhaalt u het reinigingsproces.
12.1 Reinigen met stoom
Dit programma maakt het gemakkelijker om vlekken uit de binnenkant van de oven te verwijderen. De functie is het meest effectief bij regelmatig gebruik, na elk gebruik.
Voordat u het reinigingsprogramma uitvoert, moet u alle grote zichtbare stukken vuil en voedselresten uit de oven verwijderen.
WAARSCHUWING!
Gebruik het systeem Aqua clean alleen als het apparaat helemaal is afgekoeld.
Pagina 35
- 1. Plaats de ondiepe bakplaat in het eerste geleideniveau en giet er 0,4 liter heet water in.
- 2. Schakel het apparaat in en selecteer . Gebruik of om Reinigen te selecteren.
Bevestig uw selectie met om naar het submenu te gaan.
- 3. Druk op of om Aqua clean te selecteren. Bevestig uw selectie met
- 4. Het programma duurt 30 minuten. Aan het eind van het programma wordt op het display Einde weergegeven.
- 5. Verwijder, wanneer het programma is voltooid, vlekken met een natte doek en zeepsop. Veeg het apparaat na het reinigen grondig schoon met een vochtige doek om eventuele resten van reinigingsmiddelen te verwijderen.
Als het reinigingsproces niet voldoende is gelukt (bij bijzonder hardnekkig vuil), herhaal het dan.
12.2 Verwijderen van de draadgeleiders en vaste uittrekbare (uitschuifbare) geleiders
Gebruik conventionele schoonmaakmiddelen om de geleiders te reinigen.
- 1. Gebruik een schroevendraaier om de schroef los te draaien (u kunt ook een muntje gebruiken dat in de inkeping in de schroefkop past).
- 2. Haal de geleiders los uit de gaten in de achterwand.
Draai na het reinigen de schroeven op de geleiders weer vast met een schroevendraaier. Zorg er, wanneer u de geleiders terugplaatst, voor dat ze aan dezelfde kant worden bevestigd als vóór de verwijdering.
INFORMATIE!
Let er bij het uitnemen van de geleiders op dat u de emaillaag niet beschadigt.
Pagina 36
12.3 De ovendeur en ruit verwijderen en terugplaatsen
- 1. Wanneer u de ovendeur terugplaatst, dient u de deur volledig te openen.
De ovendeur is aan de scharnieren bevestigd met speciale steunen die ook veiligheidshendels
- 2. bevatten. Beweeg de veiligheidshendel naar een hoek van 90° in de richting van de deur. Sluit de deur langzaam tot een hoek van 45°, til hem vervolgens op en trek hem eruit.
Om de raampjes van de deur van binnenuit schoon te maken, moet het glas eerst uit de
- 3. ovendeur worden gehaald. Volg stap 1 t/m 4 om het glas eruit te halen. De deur hoeft niet van de oven te worden gehaald.
Verwijder de luchtgeleider. Houd deze met uw handen aan de linker- en rechterkant van de
- 4. deur vast en trek hem lichtjes naar u toe om hem te verwijderen.
Wanneer u het glas uit de ovendeur haalt, pakt u de bovenkant van het glas vast en haalt u het er voorzichtig uit. Herhaal dezelfde procedure voor het tweede en het derde glas, afhankelijk
- 5. van het model oven dat u hebt. Voer dit proces voorzichtig en rustig uit om schade aan de raampjes en andere onderdelen van de oven te voorkomen.
Als u klaar bent om het glas weer terug te plaatsen, doorloopt u de procedure in omgekeerde volgorde. Zorg dat het glas is uitgelijnd en veilig wordt teruggeplaatst voor de juiste werking
- 6. van de oven.
De interne glasplaten moeten tijdens de plaatsing op de juiste manier worden gedraaid.
Raadpleeg de inscriptie in het glas.
Controleer of de scharnieren goed in de sleuven zijn geplaatst als de deur niet correct opent of sluit.
WAARSCHUWING!
Draai beide veiligheidshendels naar de steun toe wanneer u de ovendeur plaatst of van de oven afhaalt. Dit is cruciaal om schade te voorkomen, omdat het scharnier van de ovendeur met veel kracht kan sluiten.
Pagina 37
Zacht sluiten en openen van de deur (soft close)
(afhankelijk van het model)
De ovendeur is uitgerust met een dempend systeem voor het sluiten van de deur. Het maakt een stil en zacht openen en sluiten van de deur mogelijk. Met een zachte druk bij een hoek van 15° (gezien vanuit de gesloten positie van de deur) gaat de ovendeur zachtjes en automatisch dicht.
WAARSCHUWING!
Als er teveel kracht wordt uitgeoefend om de deur te sluiten, wordt het effect van het systeem verminderd of wordt het systeem om veiligheidsredenen omzeild.
12.4 Vervanging van de lamp
De lamp is een verbruiksartikel en valt daarom niet onder de garantie. Haal alle accessoires uit het apparaat voordat u de lamp vervangt.
Halogeenlamp: G9, 230 V, 25 W
De oven is voorzien van een halogeenlamp.
Dit product bevat een lichtbron van energie-efficiëntieklasse (G).
WAARSCHUWING!
Vervang de lamp alleen wanneer het apparaat is losgekoppeld van de netvoeding. Pas op dat u de emaillaag niet beschadigt. Gebruik bescherming om te voorkomen dat u zich verbrandt.
- 1. Draai de vier schroeven los. Verwijder de afdekking en het glasplaatje.
- 2. Pak het halogeenlampje aan weerszijden beet om het uit het apparaat te halen en vervang het door een nieuw lampje.
OPMERKING: het afdekplaatje is voorzien van een afdichting die niet mag worden verwijderd. De afdichting moet precies aansluiten op de wand van de ovenruimte.
Pagina 38
13. Problemen verhelpen
Binnen het garantietermijn mogen reparaties slechts worden uitgevoerd door een gemachtigde servicedienst.
- Voor het begin van de reparatie moet het apparaat eerst van het lichtnet worden genomen door uitschakeling van de zekering of door de aansluitkabel uit het stopcontact te nemen.
- Ongeoorloofde reparaties aan het apparaat kunnen leiden tot elektrische schokken en kortsluiting; voer deze daarom niet uit. Laat dergelijke werkzaamheden over aan een vakman of een onderhoudsmonteur.
- Raadpleeg bij kleine problemen met de werking van het apparaat deze handleiding om te zien of u het probleem zelf kunt oplossen.
- Als het apparaat niet naar behoren of helemaal niet werkt als gevolg van een onjuiste bediening of behandeling, is een bezoek van een onderhoudsmonteur niet gratis, zelfs niet tijdens de garantieperiode.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing voor toekomstig gebruik en geef deze door aan eventuele volgende eigenaren of gebruikers van het apparaat.
- Hier onder vindt u enkele adviezen voor het verhelpen van storingen.
13.1 Storingstabel
Storing/fout
De zekering in huis slaat meerdere malen door.
De ovenverlichting werkt niet.
De besturingseenheid reageert niet, het scherm is ‘bevroren’.
Op het display wordt de fout Err X weergegeven.
Bij dubbelcijferige foutcodes wordt op het display Err XX weergegeven.
Op het display wordt Koken met vleessonde weergegeven, maar de temperatuursonde is niet aangesloten.
Er ontstaat condens aan de binnenkant van het glas.
Oorzaak
Bel een servicemonteur.
De procedure voor het vervangen van het lampje in de oven wordt beschreven in het hoofdstuk De lamp vervangen.
Houd de aan-/uittoets 8 seconden ingedrukt tot het scherm is gereset.
Koppel het apparaat enkele minuten los van de netvoeding (ontkoppel de zekering of schakel de hoofdschakelaar uit); sluit het apparaat vervolgens weer aan en schakel het in.
Er is een fout opgetreden in de werking van de elektronische module. Koppel het apparaat enkele minuten los van de netvoeding.
Als de fout nog steeds wordt aangegeven, bel dan een onderhoudsmonteur.
Reinig de aansluiting.
Probeer de temperatuursonde meerdere keren achter elkaar aan te sluiten en los te koppelen.
Dit is een normaal verschijnsel bij bereidingen van voedsel met een hoog vochtgehalte, zoals aardappelen, zachte kaas enzovoort. Laat het glas na gebruik afkoelen en verwijder vervolgens de achtergebleven druppels.
Als de problemen ondanks het opvolgen van het bovenstaande advies aanhouden, neem dan contact op met een bevoegde onderhoudstechnicus. Reparaties of garantieclaims als gevolg van onjuiste aansluiting of onjuist gebruik van het apparaat vallen niet onder de garantie. In dat geval zal de gebruiker de reparatiekosten zelf moeten betalen.
Pagina 39
13.2 Label - informatie over het apparaat
Een typeplaatje met basisinformatie over het apparaat is aan de rand van de oven bevestigd. Precieze informatie over type en model van het apparaat vindt u ook in de garantiedocumentatie.
| 1. Serienummer | 5. Code/ID |
|---|---|
| 2. Model | 6. QR-code |
| 3. Type | 7. Technische informatie |
| 4. Merk | 8. Conformiteitsaanduidingen/symbolen |
Pagina 40
14. Nalevingsinformatie
| Type radioapparatuur: | Ingebouwde wifi-/Bluetooth Low Energy-module |
|---|---|
| Wifi indicatielampje | |
| Frequentiebereik.: | 2412 ~ 2472 MHz |
| Maximaal uitgangsvermogen: | 19.99 dBm EIRP |
| Maximale antenneversterking: | 3.26 dBi |
| Bluetooth-indicator | |
| Frequentiebereik: | 2402 ~ 2480 MHz |
| Drageruitgang: | 10,00 dBm |
| Emissietype: | F1D |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Het bedrijf verklaart dat het apparaat met de functie Connectlife voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van Richtlijn 2014/53/EU. De gedetailleerde verklaring van conformiteit is in te zien op het webadres https://auid.connectlife.io van de pagina van uw apparaat onder de aanvullende documenten.
INFORMATIE!
Voor de grafische gebruikersinterface van het apparaat is gebruikgemaakt van de graphics-bibliotheek LVGL.
Pagina 41
- 15. Bescherming van het milieu
Voor de verpakking van de producten zijn milieuvriendelijke materialen gebruikt die zonder gevaar voor de omgeving gestort, vernietigd of opnieuw gebruikt (gerecycled) kunnen worden. Met dit doel zijn de verpakkingsmaterialen ook gemerkt.
Het symbool op het product of de verpakking geeft aan dat het product bij afdanking niet behandeld mag worden als gewoon huisafval. Het product moet afgevoerd worden naar een verzamelplaats voor de verwerking van elektrische en elektronische uitrusting.
Met de juiste wijze van afdanken van het apparaat helpt u mee mogelijke negatieve gevolgen en invloeden op het milieu en de menselijke gezondheid die kunnen optreden bij het onjuist afdanken van het product te voorkomen. Wend u zich voor meer gedetailleerde informatie over verwijdering en verwerking tot de officiële instantie, de gemeentelijke dienst of tot de winkel, waar u het product heeft gekocht.
Wij behouden ons het recht voor tot veranderingen en mogelijke fouten in deze gebruiksaanwijzingen.
Pagina 42
16. Kooktest
EN60350-1: Gebruik alleen apparatuur die door de fabrikant is geleverd.
Plaats de bakplaat altijd helemaal tot aan de eindpositie op de draadgeleider. Plaats gebak of cakes in bakvormen zoals weergegeven op de afbeelding.
* Verwarm het apparaat voor totdat de ingestelde temperatuur is bereikt. Gebruik de snelle voorverwarmingsstand niet.
** Verwarm het apparaat gedurende 5 minuten voor. Gebruik de snelle voorverwarmingsstand niet.
*** Verwarm het apparaat gedurende 10 minuten voor. Gebruik de snelle voorverwarmingsstand niet.
- 1) Omdraaien na 2/3 van de bereidingstijd.
BAKKEN
vorm plaatsing
| Gerecht | Uitrusting | cm | |||
| 60 | 3 | 130** | 35-45 | ||
| biscuits/koekjes | |||||
| ondiepe bakplaat | |||||
| – één rooster | |||||
| 45 | 2 | 140 | 35-45 | ||
| 60 | 3 | 140-150 | 30-40 | ||
| biscuits/koekjes | |||||
| ondiepe bakplaat | |||||
| – één rooster | |||||
| 45 | 2 | 140 | 40-50 | ||
| 60 | 2,4 | 135*** | 35-45 | ||
| koekjes - twee | |||||
| roosters/niveaus | ondiepe bakplaat | ||||
| 45 | 1,3 | 140 | 40-55 | ||
| 60 | 3 | 160-170*** | 20-30 | ||
| cupcakes – | |||||
| één rooster | ondiepe bakplaat | ||||
| 45 | 2 | 160-170 | 25-35 | ||
| 60 | 3 | 150-160** | 25-35 | ||
| cupcakes – | |||||
| één rooster | ondiepe bakplaat | ||||
| 45 | 2 | 160-170*** | 25-35 | ||
| cupcakes – | 60 | 2,4 | 140 | 30-40 | |
| twee | ondiepe bakplaat | ||||
| roosters/niveaus | 45 | 1,3 | 160-170 | 40-50 | |
| ronde metalen | 60 | 1 | 160*** | 25-35 | |
| Biscuit taart | vorm, diameter | ||||
| 26 cm/rooster | 45 | 2 | 160*** | 25-35 | |
| ronde metalen | 60 | 3 | 170-180** | 25-35 | |
| Biscuit taart | vorm, diameter | ||||
| 26 cm/rooster | 45 | 1 | 165 | 25-35 | |
| 2× ronde | |||||
| metalen vorm, | 60 | 1 | 160-170*** | 70-90 | |
| appeltaart | diameter 20 | ||||
| cm/rooster | 45 | 1 | 170-180*** | 70-90 |