Pelgrim OPP560MAT, tekst van de handleiding
Pagina's 21–46 van 51 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–20verder op pagina 47 →
Pagina 21
AUTOMATISCHE MODUS (auto bake)
In deze modus kunt u kiezen tussen speciale baksystemen of automatische programma's (vooraf ingestelde programma's voor bepaalde soorten voedsel).
Speciale baksystemen
Tik op de toets en stel het volgende in:
B. speciale baksystemen
C. programmaduur (zie hoofdstuk Timerfuncties) E. temperatuur
Draai aan de KNOB en kies uw instellingen. De vooraf ingestelde waarden worden weergegeven: U kunt de temperatuur en de programmaduur wijzigen.
Symbool
Gebruik
BEVROREN VOEDSEL BAKKEN ¹)
Met deze methode kunt u bevroren voedsel in een kortere tijd bakken zonder voorverwarmen. Optimaal voor voorgebakken diepvriesproducten (bakkerijproducten, croissants, lasagne, patat, kipnuggets), vlees en groenten.
PIZZASYSTEEM
Het beste programma voor het bakken van zelfgemaakte pizza’s. Gebruik het om pizza’s te bakken op de pizzabakplaat, op het vijfde niveau.
De pizzabakplaat waarop de pizza wordt gebakken, bereikt een temperatuur van meer dan 350 °C.
Zie voor meer informatie het hoofdstuk ‘Pizzaprogramma’.
DIEPVRIES
Het beste programma voor het bakken van kant-en-klare diepvriespizza’s. Gebruik het om pizza’s te bakken op de pizzabakplaat, op het vijfde niveau.
De pizzabakplaat waarop de pizza wordt gebakken, bereikt een temperatuur van meer dan 300 °C.
Zie voor meer informatie het hoofdstuk ‘Pizzaprogramma’.
SLOW BAKING ²)
Voor een zachte, langzame en gelijkmatige garing van vlees, vis en gebak op een enkel rooster. Deze bakmethode zorgt ervoor dat het vlees een hoger watergehalte houdt, waardoor het sappiger en malser wordt, terwijl gebak gelijkmatig wordt gebruind/gebakken. Dit systeem wordt gebruikt in het temperatuurbereik tussen 140 °C en 220 °C.
DIEPVRIES
Pagina 22
Vervolg tabel vorige pagina
Symbool
Gebruik
AIRBAKE¹)
Deze bereidingswijze zorgt voor een knapperig korstje zonder toegevoegd vet. Dit is een gezonde versie van frituren, met minder calorieën als resultaat. Geschikt voor kleinere stukken vlees, vis, groenten en diepvriesproducten die klaar zijn om te worden gefrituurd (frietjes, kipnuggets).
- 1) In deze systemen is het mogelijk de gratineerfunctie te gebruiken (zie hoofdstuk Starten van het bereidingsproces).
- 2) Deze functie wordt gebruikt voor het vaststellen van de energieklasse in overeenstemming met de standaard EN 60350-1.
Snelle voorverwarming
In de bereidingsprocedures voor bepaalde gerechten in de automatische bakmodus wordt ook gebruikgemaakt van de functie voor snel voorverwarmen. Het symbool is volledig verlicht. Wanneer de geselecteerde temperatuur is bereikt, stopt het voorverwarmen en klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt OPEn. Open de deur en plaats het voedsel. Het programma zet automatisch het bakken voort met de gekozen instellingen.
INFORMATIE!
Als de functie snel voorverwarmen is geactiveerd, kan de uitgestelde startfunctie niet worden gebruikt.
Pizzaprogramma
Verse pizza
1.
Plaats de pizzabakplaat in de bovenste (vijfde) geleider.
2.
Schakel de oven in door op
te drukken en ga naar
. licht op.
- 3. De vooraf ingestelde tijd voor het bakken van standaardpizza’s is 3 minuten en 30 seconden. Als u de pizza langer of korter wilt bakken, pas dan de tijd dienovereenkomstig aan binnen een bereik van 2 tot 7 minuten.
Druk op de toets om naar het menu met tijdinstellingen te gaan.
- 4. Start het programma door op te drukken.
- 5. Laat de oven en bakplaat opwarmen tot de juiste temperatuur. Er klinkt een geluidssignaal en op het display wordt OPEn weergegeven.
Het opwarmen van de oven kan tot 20 minuten duren.
- 6. Leg de pizza met de pizzaschep op de pizzabakplaat en sluit de deur van de oven. Plaats de pizza voor een optimale bereiding altijd in het midden van de bakplaat. Het bakken start automatisch wanneer de ovendeur wordt gesloten.
- 7. Haal, zodra de tijd op het display is verstreken en er een geluidssignaal klinkt (op het display wordt End weergegeven), de pizza met de pizzaschep uit de oven.
Pagina 23
Vervolg tabel vorige pagina
- 8. Laat de pizzabakplaat na het bakken in de oven afkoelen tot kamertemperatuur. Daarna kan de plaat uit de oven worden gehaald en worden schoongemaakt.
Diepvriespizza
1.
Plaats de pizzabakplaat in de bovenste (vijfde) geleider.
- 2. Schakel de oven in door op te drukken en ga naar . Draai aan de knop tot het symbool FROZEN oplicht.
- 3. Druk op de toets om naar het menu met tijdinstellingen te gaan. Draai aan de knop om de tijd aan te passen.
De baktijd voor pizza’s kan worden aangepast (van 3 tot 15 minuten) aan het type pizza.
Houd de pizza tijdens het bakken in de gaten en pas indien gewenst de baktijd aan.
Aanbevolen bereidingstijden:
- Pizza margherita of kaaspizza: 3 minuten en 30 seconden.
- Pizza met ham: 7 minuten.
- Pizza met groente of zeevruchten: 10 minuten.
Negeer de aangegeven baktijden op de verpakking van de diepvriespizza; die zijn bedoeld voor standaard bakken zonder gebruik van een pizzaprogramma.
Pizza’s hoeven voorafgaand aan het bakken niet te worden ontdooid.
- 4. Start het programma door op te drukken. Volg hetzelfde bakproces als voor het bakken van verse pizza met het pizzaprogramma.
INFORMATIE!
Het duurt ongeveer 20 minuten voordat de oven is opgewarmd. Het is raadzaam om eerst de oven in te schakelen en het programma in te stellen en vervolgens te starten met het voorbereiden van de pizza.
INFORMATIE!
MEERDERE PIZZA’S NA ELKAAR BAKKEN
Schakel de oven, als u nog een pizza wilt bakken, niet uit, maar druk nadat u de eerste pizza uit de oven hebt gehaald 2 keer op . Laat de oven en bakplaat opnieuw opwarmen. Er klinkt een geluidssignaal en op het display wordt OPEn weergegeven. Plaats de volgende pizza. Laat de ovendeur niet openstaan wanneer u meerdere pizza’s na elkaar bakt.
INFORMATIE!
Laat het pizzadeeg ten minste 2 uur rijzen bij kamertemperatuur.
U kunt het automatische programma 09 gebruiken voor hulp bij het rijzen van deeg.
Pagina 24
WAARSCHUWING!
Plaats de pizzabakplaat nooit koud in een hete oven!
Plaats de pizzabakplaat, voor een goede werking van het programma, altijd op niveau 5 in de oven voordat u het programma start.
Haal de pizza, wanneer het bakken is voltooid (de tijd op het display geeft End weer), altijd met de pizzaschep uit de oven.
Laat de pizzabakplaat altijd afkoelen; raak de hete plaat nooit aan.
Snijd de pizza niet op de pizzabakplaat, want dat kan het oppervlak beschadigen. Vanwege de hoge temperaturen kan er rook ontstaan als er zich nog voedselresten in de oven of op de pizzabakplaat bevinden.
De pizzabakplaat kan na herhaaldelijk gebruik enigszins buigen en de kleur van het oppervlak kan veranderen. Dit heeft geen gevolgen voor de werking van de bakplaat. Laat de pizzabakplaat en -schep afkoelen voordat u ze schoonmaakt.
De hete pizzabakplaat mag niet in contact komen met koud water.
De oven bereikt tijdens het bakken hoge temperaturen. De pizzabakplaat wordt warmer dan 350 °C. Wees tijdens het bakken en afkoelen voorzichtig met de oven en apparatuur. De temperatuur wordt tijdens het bakken niet weergegeven op het display.
INFORMATIE!
Als het bakken na het voorverwarmproces niet wordt gestart, wordt de oven uit veiligheidsoverwegingen na 15 minuten automatisch uitgeschakeld.
Pagina 25
Automatische programma’s
In de automatische modus (auto bake) kunt u kiezen uit talrijke automatische programma's (het apparaat zal de optimale bereidingsmethode, temperatuur en bereidingsduur aanbevelen, afhankelijk van het gespecificeerde type voedsel).
Houd de toets ingedrukt om de automatische programma's op het display weer te geven (zie tabel). Waar mogelijk kunt u ook het gewicht van het voedsel instellen.
Bevestig uw instelling door op de KNOP te drukken. Tik op de toets om te beginnen met bakken. De vooraf ingestelde waarden verschijnen op het display.
INFORMATIE!
Wanneer het apparaat met het netwerk is verbonden (zie hoofdstuk Internetverbinding (Wi-Fi)), houdt u de toets ingedrukt om de selectie voor afstandsbediening van de oven te activeren. In dit geval zijn recepten toegankelijk met één enkele druk op de toets.
A. baksysteem
C. automatische programma-indicatie/programmaduur D. snel voorverwarmen
E. geselecteerde hoeveelheid
Zie www.pelgrim.nl/be voor recepten van de automatische programma's.
| Aanduiding | Naam van gerecht | Uitrusting | Niveau | Voorverwarmen | Omdraaien |
|---|---|---|---|---|---|
| Pr01 | biscuitjes | ondiepe bakplaat | 3 | ja | nee |
| Pr02 | cupcakes | ondiepe bakplaat | 3 | ja | nee |
| Pr03 | Biscuit taart | bakvorm/schaal op rooster | 2 | ja | nee |
| Pr04 | met gist gerezen klein gebak | ondiepe bakplaat | 2 | ja | nee |
| Pr05 | bladerdeeg | ondiepe bakplaat | 2 | ja | nee |
| Pr06 | appeltaart | bakvorm/schaal op rooster | 2 | nee | nee |
| Pr07 | appelcake | ondiepe bakplaat | 2 | nee | nee |
| Pr08 | chocoladesoufflé | bakvorm/schaal op rooster | 3 | ja | nee |
| Pr09 | rijzen | ondiepe bakplaat | 2 | nee | nee |
| Pr10 | brood | ondiepe bakplaat | 2 | ja | nee |
| Pr11 | Varkensgebraad | kleine bakvorm/schaal op rooster | 2 | nee | nee |
| Pr12 | rosbief | kleine bakvorm/schaal op rooster | 2 | nee | nee |
Pagina 26: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 27
EXTRA FUNCTIES KIEZEN (extra bake)
Tik op de toets om extra functies met hun respectievelijke vooraf ingestelde waarden op het display weer te geven.
C. bereidingstijd
D. programma
E. vooraf ingestelde temperatuur
Draai aan de KNOP en selecteer het programma. De vooraf ingestelde waarden worden weergegeven: bij sommige programma's kan de temperatuur en de bereidingstijd worden ingesteld.
INFORMATIE!
Draai aan de KNOP om door de programma's te bladeren. Bevestig elke instelling door op de KNOP te drukken.
P
Pyrolyse
Deze functie maakt een automatische reiniging van de binnenzijde van de oven mogelijk door middel van een hoge temperatuur die de vetresten en andere verontreinigingen verbrandt om ze tot as te reduceren.
Ontdooien
Gebruik deze functie om diepgevroren voedsel (taarten, gebak, brood, broodjes en diepgevroren fruit) langzaam te ontdooien.
Halverwege de ontdooitijd moeten de voedingsmiddelen worden omgedraaid, omgeroerd en van elkaar gescheiden als ze aan elkaar bevroren waren.
Warmhouden
Dit wordt gebruikt om het voedsel dat al bereid is warm te houden. U kunt de temperatuur en de start- en eindtijd van het opwarmen instellen.
Borden opwarmen
Gebruik deze functie om uw servies (borden, kopjes) op te warmen voordat u er gerechten in serveert, zodat de gerechten langer warm blijven. U kunt de temperatuur en de begin- en eindtijd van het opwarmen instellen.
Toetsen vergrendelen
Om het kinderslot te activeren, houdt u de lichttoets (gedurende 5 seconden) ingedrukt. Loc verschijnt op het display. Als u nogmaals lang op de lichttoets drukt, wordt het kinderslot gedeactiveerd.
Pagina 28
- Als het kinderslot is geactiveerd en er geen timerfunctie is ingesteld (alleen de klok wordt weergegeven), werkt de oven niet.
- Als het kinderslot is geactiveerd nadat een timerfunctie is ingesteld, zal de oven normaal werken; het is echter niet mogelijk om de instellingen te wijzigen.
- Wanneer het kinderslot is geactiveerd, kunnen kook- of baksystemen (standen) of extra functies niet worden gewijzigd. Het kook-/bak-/braadproces kan alleen worden gestopt of uitgeschakeld.
- Het kinderslot blijft ook na uitschakeling geactiveerd. Als u een nieuw systeem wilt kiezen, moet u het eerst uitschakelen.
Pagina 29
Beginnen met bakken/braden
Start het bereidingsproces door op de toets te drukken. Totdat de ingestelde temperatuur voor de eerste keer wordt bereikt, worden op het display afwisselend de huidige en de ingestelde temperatuur weergegeven. Het temperatuursymbool knippert eerst. Wanneer de gewenste temperatuur is bereikt, gaat deze uit.
INFORMATIE!
Als er geen timerfunctie is geselecteerd, verschijnt de bereidingstijd op het display. Er klinkt een kort geluidssignaal wanneer de oven de geselecteerde temperatuur heeft bereikt.
Extra gratineren
U kunt deze functie pas 10 minuten na het begin van het kookproces activeren (het symbool verschijnt op het display). Druk op de KNOP om instellingen te openen. Draai de KNOP naar het teken en bevestig uw keuze. Draai nogmaals aan de KNOP en selecteer het volledig verlichte teken. Bevestig uw selectie. De functie is nu geactiveerd. Kooktijd van 10 minuten (10:00) verschijnt op het display.
Om de duur te wijzigen, drukt u tweemaal op de KNOP en draait u de knop om de tijd aan te passen (max. 30 min). Bevestig uw selectie. De functie wordt gebruikt in de laatste fase van het bakproces wanneer u saus/wet rub of dry rub aan het gerecht toevoegt, of wanneer u de korst extra bruin wilt laten worden. Tijdens het gratineren vormt zich een goudbruin korstje op het gerecht, waardoor het voedsel niet uitdroogt en het er mooier uitziet en een betere smaak krijgt.
INFORMATIE!
De functie kan ook worden uitgeschakeld terwijl deze actief is. Draai de KNOP naar instelling . Kies de gedimde weergave en bevestig deze door op de KNOP te drukken.
Einde bereiding en oven uitschakelen
Tik op de toets . End verschijnt op het display en er klinkt een geluidssignaal.
INFORMATIE!
Nadat de bereiding is voltooid, worden ook alle timerinstellingen gestopt en verwijderd, behalve de kookwekker. De tijd (klok) wordt weergegeven. De ventilator blijft nog een tijdje draaien.
Na het gebruik van de oven kan er wat water achterblijven in het condensatiekanaal (onder de deur). Veeg het kanaal schoon met een spons of een doek.
Pagina 30
De algemene instellingen kiezen
Houd de toets ingedrukt. SEtt verschijnt enkele seconden op het display. Vervolgens verschijnt het menu met algemene instellingen.
INFORMATIE!
Draai aan de KNOP om door de instellingen te bladeren. Bevestig elke instelling door op de KNOP of de toets te drukken.
Klokweergave
Draai aan de KNOP om de klok in te stellen. CLoc verschijnt op het display. Na bevestiging kunt u kiezen tussen de 12-uurs en 24-uurs klokweergave. Bevestig en stel vervolgens de klok/tijd in. Stel eerst de minuten in. Bevestig de ingevoerde waarde en stel vervolgens de uren in. Bevestig nogmaals de ingevoerde waarde.
Volume van het geluidssignaal
U kunt kiezen uit drie volumeniveaus voor de pieptonen. Draai aan de KNOP om naar de instelling VoL te gaan. Bevestig de instelling en stel het volume in. Er zijn vier beschikbare volumeniveaus (nul streepjes – UIT, één, twee of drie streepjes).
Displayverlichting
Kies tussen drie niveaus van lichtintensiteit van het display.Draai aan de KNOP om naar de instelling brht te gaan. Bevestig uw selectie en kies een lagere of hogere intensiteit. Er zijn drie beschikbare verlichtingsniveaus (één, twee of drie streepjes).
Display - nachtmodus
Deze functie dimt automatisch het display (overschakelen van hoog naar laag verlichtingsniveau) 's nachts (20:00 uur tot 06:00 uur). Ga naar de instelling nGht. Draai aan de KNOP om deze functie On of OFF te zetten.
Stand-by
Deze functie schakelt de klokweergave in of uit. Selecteer de instelling hidE. Draai aan de KNOP om de functie in of uit te schakelen.
Automatisch snel voorverwarmen
Met deze functie kunt u automatisch snel voorverwarmen toevoegen aan de bakstanden die dit toelaten.
Draai aan de KNOP om de instelling Auto te selecteren. Kies On of OFF.
Pagina 31
Sabbath
De Sabbath-functie maakt het mogelijk het voedsel in de oven warm te houden zonder de oven aan of uit te hoeven zetten.
Draai aan de KNOP om de instelling SAbb te selecteren. Kies On of OFF. Stel de duur (tussen 24 en 72 uur) en de temperatuur in. Bevestig elke instelling door op de KNOP te drukken.
Als u wilt dat de ovenverlichting de hele tijd brandt, schakelt u deze in
door het symbool aan te raken.
Tik op de toets om het aftellen te starten. SAbb verschijnt op het display.
Alle geluiden en bedieningsfuncties worden gedeactiveerd, behalve de
toets .
INFORMATIE!
Bij stroomuitval wordt de sabbath-modus gedeactiveerd en keert de oven terug naar de oorspronkelijke staat.
Wi-Fi (afhankelijk van het model)
Deze functie activeert of deactiveert de Wi-Fi-verbinding van het apparaat. Selecteer de Conn-instelling. Draai aan de KNOP om in of uit te schakelen.
Fabrieksinstellingen
Met deze functie kunt u het apparaat terugzetten naar de fabrieksinstellingen. FAct verschijnt op het display. Draai aan de KNOP om rES te selecteren. Druk op de toets tot het einde van de animatie om te bevestigen.
WAARSCHUWING!
Na een stroomuitval of nadat het apparaat is uitgeschakeld, blijven de instellingen van de extra functies nog enige minuten bewaard. Daarna worden alle instellingen, behalve het geluidssignaal en de displaydimmer, teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
Pagina 32
Internetverbinding (Wi-Fi)
De oven is uitgerust met een Wi-Fi draadloze verbindingsmodule die een verbinding mogelijk maakt tussen het apparaat en een mobiel toestel, bijv. een smartphone of een tablet. Dankzij de connectiviteit kan het apparaat op afstand worden bewaakt en kunnen sommige ovenfuncties op afstand worden bediend. De Connectlife-app moet op uw mobiele apparaat zijn geïnstalleerd en er moet een gebruikersaccount zijn geregistreerd (zie hoofdstuk Het apparaat verbinden met een mobiel apparaat).
WAARSCHUWING!
De functie voor bewaking op afstand via een mobiel apparaat mag niet worden gebruikt ter vervanging van rechtstreeks persoonlijk toezicht op het kookproces in de oven. Controleer altijd regelmatig zelf wat er werkelijk in de oven gebeurt.
Het apparaat verbinden met een mobiel apparaat
De Connectlife app is beschikbaar in de Apple App Store en Google Play Store.
INFORMATIE!
Ga voor meer hulp en informatie naar www.pelgrim.nl/connectlife of www.connectlife.io.
- 1. Download de Connectlife-app naar uw mobiele apparaat en open deze.
- 2. Selecteer "Aan de slag" en volg het accountregistratieproces. Als u al een account hebt, kies dan "Aanmelden" om u aan te melden.
- 3. De Wi-Fi-module moet zijn ingeschakeld en verbonden met de oven (zie hoofdstuk Instellingen Wi-Fi-module).
- 4. Kies in de app "Apparaten" en selecteer "Voeg een apparaat toe" of gebruik de "+"-knop.
- 5. Volg de instructies in de app.
Instellingen Wi-Fi-module
INFORMATIE!
Als deze instelling niet beschikbaar is, is uw oven niet uitgerust met een Wi-Fi-module en ondersteunt deze geen internetverbinding.
Wanneer de Wi-Fi-module is ingeschakeld en de verbindingen met succes zijn ingesteld en gesynchroniseerd, kan de oven worden bediend en geregeld via een mobiel apparaat en de Connectlife-app.
Houd de toets ingedrukt. SEtt verschijnt enkele seconden op het display. Vervolgens verschijnt het menu met algemene instellingen.
INFORMATIE!
Draai aan de KNOP om door de instellingen te bladeren. Bevestig elke instelling door op de KNOP te drukken.
Pagina 33
- 1. De Wi-Fi-module in-/uitschakelen
Deze functie schakelt de werking van het apparaat met Wi-Fi-verbinding in of uit. De functie bevindt zich onder het Conn-symbool. Druk op de KNOP om WF weer te geven op het display. Bevestig de selectie door op de KNOP te drukken.
Draai aan de KNOP om On te selecteren en uw selectie te bevestigen. Het Wi-Fi-symbool knippert of licht op.
Als u de verbinding wilt uitschakelen en wilt terugkeren naar het vorige menu, selecteert u OFF.
- 2. De Wi-Fi-verbinding instellen
Als u de verbinding tussen de Wi-Fi-module en het lokale netwerk wilt instellen, kiest u SEt in het Conn-menu. Draai aan de KNOP en bevestig uw keuze. Het Wi-Fi-symbool knippert met volle intensiteit.
Draai nogmaals aan de KNOP om CSEt op het display weer te geven. Draai aan de KNOP en selecteer On. Bevestig uw selectie.
Het apparaat maakt nu verbinding met het netwerk en de Connectlife-app (volg de instructies in de app).
INFORMATIE!
De instelling wordt zichtbaar wanneer de Wi-Fi-module is ingeschakeld en verbindingen met het mobiele apparaat tot stand zijn gebracht.
- 3. Een extra mobiel apparaat en oven aansluiten via een server
Selecteer in het Conn-menu de instelling PAr en bevestig uw selectie door op de KNOP te drukken.
Als u een extra mobiel apparaat wilt aansluiten, draait u aan de KNOP en selecteert u de instelling PAIr. Bevestig uw selectie door op de KNOP te drukken. De oven maakt verbinding met uw mobiele apparaat, zodat u de werking van uw oven kunt controleren.
Als u de UPA-instelling kiest, wordt de toegang tot de oven en de verbinding met de server verbroken.
(Om door te gaan met het proces, volg de instructies in de
Connectlife-app).
- 4. De afstandsbediening van de oven beheren
Wanneer de Wi-Fi-module is ingeschakeld en de verbindingen met succes zijn ingesteld en gesynchroniseerd, kan de oven op afstand worden bediend en gecontroleerd via een mobiel apparaat en de
Connectlife-app.
Selecteer in het Conn-menu de instelling rEn en bevestig uw selectie door op de start | stop te drukken.
Pagina 34
Draai in het rEEn-menu aan de KNOP en kies de instelling On om uw oven op afstand te kunnen bedienen. Bevestig uw selectie door op de . Tegelijkertijd zal het symbool REMOTE oplichten op het bedieningspaneel om aan te geven dat u uw oven op afstand kunt bedienen via de Connectlife-app. Als u de verbinding met de afstandsbediening wilt uitschakelen, selecteert u OFF in het rEEn-menu en bevestigt u uw keuze.
INFORMATIE!
Het toegangsmenu van de afstandsbediening is ook toegankelijk via een snelkoppeling. Wanneer de Wi-Fi-module is ingeschakeld en de verbindingen met succes zijn ingesteld, houdt u de knop ingedrukt om de afstandsbediening van de oven rEEn te activeren.
INFORMATIE!
Om veiligheidsredenen zijn sommige functies niet beschikbaar via toegang op afstand.
- Als de oven in stand-by staat en u opent de ovendeur, dan moet de afstandsbediening opnieuw worden ingeschakeld.
- Als de ovendeur tijdens het bakproces wordt geopend, wordt de afstandsbedieningsoptie op de oven uitgeschakeld.
- Elke gebruikersactiviteit op het bedieningspaneel schakelt automatisch de afstandsbedieningsoptie van de oven uit.
- Het uitschakelen van de oven is de enige optie die beschikbaar blijft, ongeacht of de afstandsbediening is ingeschakeld of niet.
WAARSCHUWING!
Zorg er altijd voor dat de oven correct en in overeenstemming met de instructies wordt gebruikt, vooral bij gebruik van de afstandsbediening. Bedien de oven niet via de afstandsbediening, tenzij u zeker weet wat er precies in de oven zit.
| WiFi-status | Wi-Fi-symbool wordt weergegeven. |
|---|---|
| Wi-Fi is uitgeschakeld. | Wi-Fi-symbool wordt niet weergegeven op het scherm. |
| Wi-Fi is ingeschakeld, verbinding met de server wordt tot stand gebracht. | Wi-Fi-symbool brandt zwak en knippert. |
| Wi-Fi is ingeschakeld, bevindt het zich in het installatieproces of is bezig met het tot stand brengen van verbindingen. | Wi-Fi-symbool brandt volledig en knippert. |
| Wi-Fi is ingeschakeld, er zijn geen verbindingen met de server. | Wi-Fi brandt zwak. |
| Wi-Fi is ingeschakeld en is verbonden met de server. | Wi-Fi-symbool brandt volledig. |
| Afstandsbediening van de oven is niet ingeschakeld. | Het REMOTE-teken brandt niet op het display. |
| Afstandsbediening van de oven is ingeschakeld. | Het REMOTE-teken brandt volledig op het display. |
Pagina 35
Algemene tips en adviezen voor het bakken
- Haal tijdens het bakken alle overbodige apparatuur uit de oven
- Gebruik apparatuur van hittebestendige, niet-reflecterende materialen (meegeleverde bakplaten, schalen, geëmailleerd kookgerei, kookgerei van gehard glas). Felgekleurde materialen (roestvrij staal of aluminium) reflecteren warmte. Als gevolg hiervan is de thermische verwerking van voedsel daarin minder effectief.
- Plaats de bakplaten en schalen altijd tot het einde van de geleiders. Zet bij het bakken op het rooster de ovenschalen of bakplaten in het midden van het rooster.
- Voor een optimale voedselbereiding raden wij aan de richtlijnen in de bereidingstabel in acht te nemen. Kies de lagere gespecificeerde temperatuur en de kortste gespecificeerde bereidingstijd.
Als deze tijd is verstreken, controleert u de resultaten en past u de instellingen zo nodig aan.
- Open de ovendeur niet tijdens het bakken, tenzij het absoluut noodzakelijk is.
- Plaats de bakplaten niet rechtstreeks op de bodem van de oven.
- Bedek de bodem van de oven of het rooster niet met aluminiumfolie.
- Bij langere bakprogramma's kunt u de oven ongeveer 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen om gebruik te maken van de opgehoopte warmte.
- Plaats ovenschalen altijd op het rooster.
- Gebruik bij het koken volgens recepten uit oudere kookboeken het onderste en bovenste verwarmingssysteem (zoals in conventionele ovens) en stel de temperatuur 10 °C lager in dan aangegeven in het recept.
- Als u bakpapier gebruikt, zorg er dan voor dat het bestand is tegen hoge temperaturen. En knip het indien nodig bij. Bakpapier voorkomt dat het voedsel aan de bakplaat blijft kleven en maakt het gemakkelijker om het van de bakplaat te verwijderen.
- Bij het bakken/braden van grotere stukken vlees of ovengerechten met een hoger watergehalte, zal in de oven een grotere hoeveelheid stoom ontstaan. Dit is een normaal verschijnsel dat geen invloed heeft op de werking van het apparaat. Droog na het einde van het bakken/braden de deur en het glas van de deur goed af.
- Als u een gerecht direct op het rooster bakt, plaats dan de universele diepe bakplaat een niveau lager om als lekbak te dienen.
Snel voorverwarmen van de oven: Als u de functie voor snel voorverwarmen gebruikt, plaats het voedsel dan pas in de oven als de oven volledig is opgewarmd. Temperatuur heeft een grote invloed op het eindresultaat. Snel voorverwarmen wordt aanbevolen voor delicate stukken vlees (entrecote), en voor met gist gerezen deeg en deeg dat een kortere baktijd nodig heeft. Het verwarmen van een lege oven kost veel energie. Daarom raden we aan om, indien mogelijk, meerdere gerechten achter elkaar te bereiden, of meerdere gerechten tegelijk te bereiden.
GentleBake: zorgt voor langzaam en gecontroleerd garen bij een lage temperatuur. De vleessappen worden gelijkmatig verdeeld en het vlees blijft sappig en mals. De slowcooking-methode GentleBake is geschikt voor delicate stukken vlees zonder bot. Voor langzaam garen, schroei het vlees van alle kanten goed dicht in een koekenpan.
Pagina 36
Koken met een temperatuursonde ( BAKESENSOR)
(afhankelijk van het model)
De temperatuursonde zorgt voor een nauwkeurige controle van de kerntemperatuur van het voedsel tijdens het koken.
WAARSCHUWING!
De temperatuurvoeler mag zich niet in de directe nabijheid van de verwarmingselementen bevinden.
1 Steek het metalen uiteinde van de sonde in het dikste deel van het voedsel.
2 Steek de stekker van de sonde in de aansluiting die zich in de rechterbovenhoek aan de voorkant binnenin de oven bevindt (zie afbeelding). SEnS verschijnt op het display. Om de functie te activeren, draait u de KNOP naar de stand On. Volg dezelfde procedure om de functie te deactiveren. Selecteer OFF op het display.
OPMERKING: om het menu SEnS te openen, stopt u het huidige bereidingsproces en steekt u de sonde in de aansluiting. Wanneer u de sonde in de aansluiting steekt, worden de eerder gekozen of vooraf ingestelde functies op de oven gewist.
3 Kies het gewenste systeem en de gewenste bereidingstemperatuur (in het temperatuurbereik tot 230 °C). Het sondesymbool en de vooraf ingestelde temperatuur verschijnen op het display. Draai aan de KNOP om de temperatuur te wijzigen. Kies de gewenste eindkerntemperatuur van het gerecht (in het temperatuurbereik tussen 30 en 99 °C).
OPMERKING: bij gebruik van de sonde is het instellen van de bereidingstijd niet mogelijk.
4 Bevestig de instelling door op de toets te drukken.
Pagina 37
5 Zodra de ingestelde kerntemperatuur is bereikt, wordt de oven uitgeschakeld. End verschijnt op het display. Er klinkt een geluidssignaal dat u kunt uitschakelen door een willekeurige toets aan te raken. Na één minuut wordt het geluidssignaal automatisch uitgeschakeld.
INFORMATIE!
Tijdens het bereidingsproces wisselen de ingestelde en huidige kerntemperatuur van het voedsel elkaar af op het display. U kunt tijdens het bereidingsproces de baktemperatuur of de beoogde kerntemperatuur van het voedsel wijzigen.
Correct gebruik van de sonde, per soort voedsel:
- gevogelte: steek de sonde in het dikste deel van de borst;
- rood vlees: steek de sonde in een mager deel dat niet doorregen is met vet;
- kleinere stukken met bot: steek de sonde in een stuk langs het bot;
- vis: steek de sonde achter de kop, richting de graat.
WAARSCHUWING!
Verwijder na gebruik de sonde voorzichtig uit het voedsel, haal de stekker uit de aansluiting in de oven en maak deze schoon.
Als SEnS op het display verschijnt wanneer de temperatuursonde niet is aangesloten, reinig dan de aansluiting. Probeer de temperatuursonde meerdere malen achter elkaar aan te sluiten en los te koppelen.
INFORMATIE!
Als u de sonde niet gebruikt, haal deze dan uit de oven.
Pagina 38
Aanbevolen gaarheidsniveaus voor verschillende soorten vlees
| rood | medium | medium | |||
| medium | well done | ||||
| Eten | (rauw) | rare | [°C] | well | [°C] |
| [°C] | [°C] | [°C] | |||
| RUNDVLEES | |||||
| rundvlees, gebraden | 46-48 | 48-52 | 53-58 | 59-65 | 68-73 |
| rundvlees, entrecote | 45-48 | 49-53 | 54-57 | 58-62 | 63-66 |
| rosbief/biefstuk | 45-48 | 49-53 | 54-57 | 58-62 | 63-66 |
| hamburgers | 49-52 | 54-57 | 60-63 | 66-68 | 71-74 |
| KALFSVLEES | |||||
| kalfsvlees, entrecote | 45-48 | 49-53 | 54-57 | 58-62 | 63-66 |
| kalfsvlees, romp VARKENSVLEES | 45-48 | 49-53 | 54-57 | 58-62 | 63-66 |
| braadstuk, nek | / | / | / | 65-70 | 75-85 |
| varkensvlees, lende | / | / | / | 60-69 | / |
| gehaktbrood | / | / | / | / | 80-85 |
| LAMSVLEES | |||||
| lamsvlees | / | 60-65 | 66-71 | 72-76 | 77-80 |
| SCHAPENVLEES | |||||
| schapenvlees | / | 60-65 | 66-71 | 72-76 | 77-80 |
| GEITENVLEES | |||||
| geitenvlees | / | 60-65 | 66-71 | 72-76 | 77-80 |
| GEVOGELTE | |||||
| gevogelte, heel | / | / | / | / | 82-90 |
| gevogelte, borst VIS EN ZEEVRUCHTEN | / | / | / | / | 62-65 |
| forel | / | / | / | 62-65 | / |
| tonijn | / | / | / | 55-60 | / |
| zalm | / | / | / | 52-55 | / |
Pagina 39
Reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING!
Voordat u het apparaat schoonmaakt, moet u wachten totdat het apparaat is afgekoeld.
Reiniging en onderhoud mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder adequaat toezicht.
Om het reinigen te vergemakkelijken, zijn de binnenkant van de oven en de bakplaat bekleed met speciaal email voor een glad en vuilbestendig oppervlak.
Maak het apparaat regelmatig schoon en gebruik warm water en handafwasmiddel om vuil en kalkaanslag te verwijderen. Gebruik een schone zachte doek of spons.
Buitenkant van het apparaat: gebruik warm zeepsop en een zachte doek om vuil te verwijderen en veeg vervolgens de oppervlakken droog.
Binnenkant van het apparaat: gebruik voor hardnekkig vuil en aanslag een conventionele ovenreiniger. Als u dergelijke reinigingsmiddelen gebruikt, veeg het apparaat dan grondig af met een natte doek om alle reinigingsmiddelresten te verwijderen.
Accessoires en geleiders: reinigen met een heet sopje en een vochtige doek. Bij hardnekkig vuil raden wij aan de items te laten inweken en een borstel te gebruiken.
Als de reinigingsresultaten niet bevredigend zijn, herhaalt u het reinigingsproces.
Pizzabakplaat en -schep: laat deze na elk gebruik afkoelen en maak ze schoon met een warm sopje en een zachte doek. Gebruik nooit agressieve en scherpe schoonmaakproducten. Tijdens normaal gebruik kan lichte verkleuring optreden. Dit is normaal en heeft geen gevolgen voor de werking.
INFORMATIE!
Gebruik nooit agressieve of schurende reinigingsmiddelen en accessoires (schuursponsjes en oplosmiddelen, vlekken- en roestverwijderaars, schrapers voor keramische kookplaten).
De ovenapparatuur, met uitzondering van het pizzabakplaat en -schep, is vaatwasserbestendig.
Voedselresten (vet, suiker, eiwit) kunnen tijdens het gebruik van het apparaat ontbranden. Verwijder daarom voor elk gebruik grotere stukken vuil uit de oven en van de accessoires.
Pagina 40
Automatische ovenreiniging – pyrolyse
Dankzij de hoge temperaturen van de functie kunt u de binnenkant van het apparaat eenvoudig reinigen, evenals bepaalde meegeleverde apparatuur. Tijdens de reiniging worden vetresten en andere onzuiverheden verbrand.
Er zijn drie niveaus van pyrolyse (reinigingsintensiteit) beschikbaar, met variërende duur van het proces:
| Niveau | Reinigingsintensiteit | Reinigingsdoel | Programmaduur |
|---|---|---|---|
| 1 | Snelle reiniging | Voor kleine vervuiling | 2 uur |
| 2 | Reiniging met gemiddelde intensiteit | Voor merkbare grote vervuiling | 2u 15min |
| 3 | Intensieve reiniging | Voor hardnekkig en aangekoekt (ouder) vuil | 2u 30min |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
OPMERKING: Hoe hardnekkiger het vuil, hoe hoger het niveau dat moet worden gekozen.
Voorbereiding voor pyrolytische reiniging
Op basis van een gemiddeld ovengebruik is het raadzaam eenmaal per maand de pyrolytische reiniging te gebruiken.
- Verwijder al het zichtbare vuil en etensresten uit de oven.
- Start de pyrolytische reiniging pas als het apparaat is afgekoeld.
- De meegeleverde hulpmiddelen (de diepe universele bakplaat, de ondiepe bakplaat en de geleiders) kunnen worden gereinigd.
- Plaats de accessoires in de groef op het tweede of derde geleidingsniveau – gebruik nooit het eerste geleidingsniveau.
- Wacht na de pyrolytische reiniging tot het apparaat is afgekoeld en reinig het met warm zeepsop en een vochtige doek.
- Trek de uittrekbare geleiders, om ze te reinigen, los en verwijder ze nadat de procedure is voltooid.
INFORMATIE!
Voor een beter reinigingsresultaat raden wij aan de oven en de accessoires/apparatuur afzonderlijk te reinigen. Bij gebruik van het pyrolytische reinigingsproces om de accessoires te reinigen, is het mogelijk dat de ovenruimte zelf aan het eind van de cyclus niet helemaal schoon is.
Als u niet tevreden bent met het reinigingsresultaat, raden wij u aan het proces te herhalen.
De binnenkant van de oven kan als gevolg van de automatische pyrolysereiniging verkleuren en zijn glans verliezen. Telescopische geleiders die geschikt zijn voor pyrolyse kunnen geel worden, meer geluid gaan maken en stijver gaan aanvoelen, maar glijden na herhaaldelijk gebruik weer soepel en stil. Dit heeft geen invloed op de werking van het apparaat of de accessoires/hulpmiddelen.
- 1. Tik op de toets extra bake om extra functies op de display weer te geven. Draai de KNOP zodat het symbool en P zijn verlicht en bevestig uw keuze. Er verschijnen drie intensiteitsniveaus voor de reiniging op het display. Draai aan de KNOP om het intensiteitsniveau te selecteren. Hoe hardnekkiger het vuil, hoe hoger het niveau dat moet worden gekozen.
Medium niveau is geselecteerd als de standaardinstelling.
Bevestig uw instelling door op de KNOP te drukken. Tik op de toets start I stop . De tijd begint af te tellen.
Pagina 41
- 2. Na een bepaalde periode wordt de ovendeur voor uw eigen veiligheid automatisch geblokkeerd. Loc verschijnt op het display zolang het slot is geactiveerd.
- 3. Wanneer het programma is voltooid, verschijnt End op het display en er klinkt een geluidssignaal.
- Wanneer het pyrolytische reinigingsproces is voltooid en de oven is afgekoeld, wordt de ovendeur automatisch ontgrendeld.
- Zodra de oven volledig is afgekoeld, veegt u de binnenkant af met een heet sopje en een zachte doek om eventuele resten (bijv. as) te verwijderen.
WAARSCHUWING!
Tijdens de pyrolyse kunnen onaangename geuren en rook vrijkomen, evenals irriterende dampen en gassen. Zorg er daarom voor dat de ruimte waarin het apparaat zich bevindt tijdens de procedure goed wordt geventileerd en blijf niet gedurende langere tijd in die ruimte. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van de oven.
Tijdens het pyrolyseproces kunnen voedsel- en vetresten ontbranden. Verwijder daarom al het vuil uit de ovenruimte voordat u het proces start.
De buitenkant van het apparaat zal tijdens het pyrolytische reinigingsproces tot een hoge temperatuur opwarmen. Raak de ovendeur niet aan en hang nooit brandbare voorwerpen, zoals thee- of handdoeken, aan de deurgreep.
Probeer de deur niet te openen als deze vergrendeld is (tijdens de pyrolytische reiniging en tijdens het afkoelen van het apparaat na het proces)! Het reinigingsproces kan worden afgebroken en er bestaat gevaar voor brandwonden!
Kleine dieren of huisdieren kunnen bijzonder gevoelig zijn voor eventuele dampen. Wij raden aan ze tijdens het pyrolytische reinigingsproces uit de kamer te verwijderen en de kamer grondig te ventileren als het reinigingsproces is voltooid.
Pagina 42
Verwijderen van de draadgeleiders en vaste uittrekbare (uitschuifbare) geleiders
A Pak het zijrooster aan de onderkant en trek het naar voren toe.
B Trek het zijrooster aan de bovenkant uit de openingen.
INFORMATIE!
Let er bij het uitnemen van de geleiders op dat u de emaillaag niet beschadigt.
Pagina 43
De ovendeur en ruit verwijderen en terugplaatsen
1 Doe de ovendeur eerst helemaal open.
2 De ovendeur is aan de scharnieren bevestigd met speciale steunen die ook veiligheidshendels bevatten. Draai de veiligheidshendels 90° naar de deur. Sluit de deur langzaam tot een hoek van 45° (ten opzichte van de positie van de volledig gesloten deur); til de deur vervolgens op en trek hem eruit.
De ruiten van de ovendeur kunnen aan de binnenkant worden gereinigd, maar moeten eerst uit de apparaatdeur worden verwijderd. Ga eerst te werk zoals beschreven onder punt 2, maar verwijder deze nog niet.
3 Verwijder de luchtgeleider. Houd deze met uw handen aan de linker- en rechterkant van de deur vast. Verwijder hem door hem lichtjes naar u toe te trekken.
4 Houd de ruit aan de bovenrand vast en verwijder deze. Doe hetzelfde voor de tweede en derde ruit (afhankelijk van het model).
5 Terugplaatsing van de ruit gebeurt in de omgekeerde volgorde.
INFORMATIE!
Terugplaatsen gaat in de omgekeerde volgorde. Controleer, als de deur niet goed opent of sluit, of de inkepingen van de scharnieren goed in de zittingen vallen.
WAARSCHUWING!
Het scharnier van de ovendeur kan met veel kracht sluiten. Draai daarom bij het plaatsen of verwijderen van de ovendeur altijd beide veiligheidshendels naar de steun toe.
Zacht sluiten en openen van de deur (soft close)
(afhankelijk van het model)
De ovendeur is uitgerust met een dempend systeem voor het sluiten van de deur. Het maakt een stil en zacht openen en sluiten van de deur mogelijk. Met een zachte druk (bij een hoek van 15° gezien vanuit de gesloten positie van de deur) gaat de ovendeur zachtjes dicht.
WAARSCHUWING!
Als er teveel kracht wordt uitgeoefend om de deur te sluiten, wordt het effect van het systeem verminderd of wordt het systeem om veiligheidsredenen omzeild.
Pagina 44
Vervanging van de lamp
De lamp is een verbruiksartikel en valt daarom niet onder de garantie. Verwijder alle accessoires uit de oven voordat u de lamp vervangt.
Halogeenlamp: G9, 230 V, 25 W
1 Schroef het deksel los en verwijder het (linksom). Verwijder de halogeenlamp.
2 Gebruik een plat plastic gereedschap om het deksel te verwijderen. Verwijder de halogeenlamp.
INFORMATIE!
Pas op dat u de emaillaag niet beschadigt. Gebruik bescherming om te voorkomen dat u zich verbrandt.
WAARSCHUWING!
Vervang de lamp alleen wanneer het apparaat is losgekoppeld van de netvoeding.
Pagina 45
Storingstabel
Bijzondere waarschuwingen en foutmelding
Binnen het garantietermijn mogen reparaties slechts worden uitgevoerd door een gemachtigde servicedienst.
Voor het begin van de reparatie moet het apparaat eerst van het lichtnet worden genomen door uitschakeling van de zekering of door de aansluitkabel uit het stopcontact te nemen.
Ongeoorloofde reparaties aan het apparaat kunnen leiden tot elektrische schokken en kortsluiting; voer deze daarom niet uit. Laat dergelijke werkzaamheden over aan een vakman of een onderhoudsmonteur.
Raadpleeg bij kleine problemen met de werking van het apparaat deze handleiding om te zien of u het probleem zelf kunt oplossen.
Als het apparaat niet naar behoren of helemaal niet werkt als gevolg van een onjuiste bediening of behandeling, is een bezoek van een onderhoudsmonteur niet gratis, zelfs niet tijdens de garantieperiode.
Bewaar de gebruiksaanwijzing voor toekomstig gebruik en geef deze door aan eventuele volgende eigenaren of gebruikers van het apparaat.
Hier onder vindt u enkele adviezen voor het verhelpen van storingen.
Storing/fout
De zekering in huis slaat meerdere malen door.
De ovenverlichting werkt niet.
De besturingseenheid reageert niet, het scherm is ‘bevroren’.
Foutcode ErrX wordt weergegeven. In geval van een dubbelcijferige foutcode, wordt ErXX weergegeven.
De pizza is niet gaar.
De pizza is aangebrand.
Oorzaak
Bel een servicemonteur.
De procedure voor het vervangen van het lampje in de oven wordt beschreven in het hoofdstuk De lamp vervangen.
Koppel het apparaat enkele minuten los van de netvoeding (ontkoppel de zekering of schakel de hoofdschakelaar uit); sluit het apparaat vervolgens weer aan en schakel het in.
Er is een fout opgetreden in de werking van de elektronische module. Koppel het apparaat enkele minuten los van de netvoeding.
Als de fout nog steeds wordt aangegeven, bel dan een onderhoudsmonteur.
Verleng de baktijd met een paar seconden. Zelfs een klein verschil kan een aanzienlijk effect hebben op de bruining.
De pizza is na het verstrijken van de baktijd niet meteen uit de oven gehaald.
Verkort de baktijd met een paar seconden. Zelfs een klein verschil kan een aanzienlijk effect hebben op de bruining.
Pagina 46
Vervolg tabel vorige pagina
| Storing/fout | Oorzaak |
|---|---|
| De pizzabodem is aangebrand. | Er is verkeerde bloem gebruikt. Gebruik, om dit te voorkomen, speciale bloem voor het bakken van pizza’s, zoals griesmeel. |
| Pizzadeeg moet voor gebruik altijd op kamertemperatuur zijn. | |
| Het voorverwarmen van de oven in het pizzaprogramma duurt langer dan 20 | Als de oven is aangesloten op een systeem met een onstabiele spanning of een lagere spanning dan 230 |
| minuten. | V, duurt het voorverwarmen tot 30 minuten langer. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)
Als de problemen ondanks het opvolgen van het bovenstaande advies aanhouden, neem dan contact op met een bevoegde onderhoudstechnicus. Reparaties of garantieclaims als gevolg van onjuiste aansluiting of onjuist gebruik van het apparaat vallen niet onder de garantie. In dat geval zal de gebruiker de reparatiekosten zelf moeten betalen.