Pelgrim PFI8265WIT, tekst van de handleiding
Pagina's 3–21 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 22 →
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
INHOUD
Uw fornuis
Eerste gebruik
Oven gebruiken
Inleiding
Bedieningspaneel
Oven beschrijving
Geleiderails/telescoopgeleider Toebehoren
Deur
Inductiekookplaat beschrijving
Om te beginnen Oven gebruiken
Ovenfuncties
Kookplaat gebruiken
Kookduurbegrenzer Gezond koken Meldingen op de display Geluiden bij inductie Pannen
Vermogen instellen Pandetectie
Oven bedienen
Oven bedienen Timer
Extra functies kiezen Kookplaat bedienen
Kookplaat bedienen
Inschakelen en vermogen instellen Kinderslot (voor de inductiekookplaat) Indicator voor restwarmte Timer/alarm
Reiniging
Let op
Algemeen
Oven reinigen
Geleiderails demonteren en reinigen Ovendeur demonteren Ovenvenster demonteren Aqua Clean-functie Ovenlampje vervangen
Problemen oplossen
Algemeen Inductiekookplaat Oven
Installatie
Algemeen Elektrische aansluiting Installatie
Oven en milieu
Apparaat en verpakking afvoeren
Pagina 4
UW FORNUIS
Inleiding
Gefeliciteerd met de aankoop van dit fornuis. Dit product is ontworpen voor optimale gebruiksvriendelijkheid. Het fornuis heeft vele verschillende instellingen, waardoor u telkens de juiste bereidingswijze kunt kiezen.
In deze handleiding leest u hoe u het fornuis optimaal kunt gebruiken. Naast informatie over de bediening van de oven vindt u hier ook achtergrondinformatie die van pas kan komen als u het apparaat gebruikt.
Lees vóór gebruik van het apparaat de afzonderlijk meegeleverde veiligheidsinstructies!
Lees deze handleiding vóór gebruik van het apparaat en berg de handleiding daarna veilig op voor toekomstig gebruik.
Pagina 5
UW FORNUIS
Bedieningspaneel
- 1 8
4 5 6 7 8 a b c d e f
- 1. Ovenfunctieknop
- 2. Display (bereidingsinformatie en timer)
- a. bediening oven
- b. symbool bereidingstijd
- c. symbool eindtijd
- d. symbool keukenwekker
- e. symbool klok
- f. symbool verwarming/temperatuur
- 3. Kinderslot (voor de oven)
- 4. Minder
- 5. Timertoets
- 6. Meer
- 7. Start/stop
- 8. Temperatuurknop
Voor de beste toetsrespons raakt u de toets met een groot deel van uw vingertop aan. Telkens wanneer u tijdens het gebruik van de oven een toets indrukt, klinkt er een korte toon.
Pagina 6
UW FORNUIS
Beschrijving oven
1 Niveau 4
Niveau 3
Niveau 2
2 Niveau 1
3
6
- 1. Bedieningspaneel
- 2. Geleiderails
- 3. Ovendeur
- 4. Handvat
- 5. Opberglade/klapdeurtje (afhankelijk van model)
- 6. Stelvoetjes
Geleiderails/telescoopgeleiders
- Afhankelijk van het model beschikt de oven over vier of vijf geleiderails (niveau 1 tot 4/5).
Niveau 1 wordt voornamelijk gebruikt in combinatie met onderwarmte. De twee bovenste niveaus worden voornamelijk gebruikt voor de grillfunctie.
- Plaats het ovenrooster, de bakplaat of de stoomschaal in de ruimte tussen de geleiders van de rails.
- Afhankelijk van het model zijn bij een aantal inschuifniveaus telescoopgeleiders aangebracht die volledig uittrekbaar zijn.
- Trek de telescoopgeleiders volledig uit de ovenruimte en plaats er het ovenrooster, de bakplaat of de stoomschaal op. Schuif de telescoopgeleiders vervolgens met het ovenrooster, de bakplaat of de stoomschaal terug in de ovenruimte.
- Sluit de ovendeur pas nadat de telescoopgeleiders volledig in de ovenruimte zijn geschoven.
Pagina 7
UW FORNUIS
Toebehoren
Het apparaat wordt geleverd met een reeks toebehoren. Welke dit zijn, is afhankelijk van het model. Gebruik alleen originele toebehoren; deze zijn speciaal geschikt voor gebruik met het apparaat. Zorg ervoor dat alle gebruikte toebehoren bestand zijn tegen de temperatuurinstellingen van de ovenfunctie die u hebt gekozen.
Niet alle toebehoren zijn geschikt en/of beschikbaar voor elk apparaat (dit kan ook per land verschillen). Zorg dat u bij aanschaf over het exacte identificatienummer van het apparaat beschikt. Raadpleeg de verkoopbrochures of bezoek de website voor meer informatie over optionele toebehoren.
| Toebehoren die bij het apparaat kunnen worden meegeleverd (afhankelijk van het model) | |
|---|---|
| Geëmailleerde bakplaat; wordt gebruikt voor gebak en cakes. • Gebruik de geëmailleerde bakplaat niet bij magnetronfuncties! • Geschikt voor pyrolysereiniging. | |
| Ovenrooster; wordt voornamelijk gebruikt voor de grillfunctie. Een stoomschaal of een pan met voedsel kan ook op het ovenrooster worden geplaatst. • Het ovenrooster is voorzien van een veiligheidspin. Til het rooster iets op aan de voorkant zodat u het uit de oven kunt schuiven. • Gebruik het ovenrooster niet bij magnetronfuncties! | |
| Geëmailleerde diepe bakplaat; te gebruiken voor het braden van vlees en het bakken van vochtig gebak. De plaat kan ook als vangschaal worden gebruikt. Plaats de diepe bakplaat op het eerste niveau om de plaat te gebruiken als vangschaal bij grillen. • Gebruik de geëmailleerde diepe bakplaat niet bij magnetronfuncties. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Raadpleeg de bereidingsrichtlijnen in deze gebruikershandleiding om het toebehoren te kiezen dat past bij het gerecht dat u bereidt.
Deur
- De deurschakelaars onderbreken de werking van de oven wanneer de deur wordt geopend terwijl de oven in gebruik is. De werking wordt hervat nadat de deur is gesloten.
- Deze oven heeft een systeem waarmee de ovendeur zachtjes wordt gesloten (afhankelijk van het model). Wanneer u de ovendeur sluit, wordt met dit systeem de kracht van de beweging vanaf een bepaalde hoek afgeremd en wordt de deur rustig gesloten.
Pagina 8
UW FORNUIS
Beschrijving inductiekookplaat
- 1. Kookzone linksachter (1,4 kW Ø 160 mm)
- 2. Kookzone rechtsachter (2,3 kW Ø 200 mm)
- 3. Kookzone linksvoor (1,4 kW nominaal, 2 kW super boost, Ø 180 mm)
- 4. Kookzone rechtsvoor (1,4 kW Ø 160 mm)
- 5. Bedieningspaneel
Bedieningspaneel
A. Aan/uit-toets
B. Indicator voor vermogen/restwarmte B1. Decimale punt - voor de geactiveerde timerfunctie
C. Selectietoets voor kookzone
E. Vermogenstoets
H. Timerdisplay
Pagina 9
EERSTE GEBRUIK
Eerste gebruik
Huidige tijd instellen
Wanneer u het apparaat voor het eerst aansluit op het lichtnet, licht de display op. Na drie seconden licht het kloksymbool op en op de display knippert de aanduiding '12:00'.
- 1. Druk op de toetsen voor minder of meer om de huidige tijd in te stellen.
U stelt waarden op de display sneller in als u de toetsen langer ingedrukt houdt.
- 2. Bevestig de instellingen door op de start-stoptoets te drukken.
- 3. Als u nergens op drukt, worden de instellingen na drie seconden automatisch opgeslagen.
U kunt de huidige tijd altijd instellen door tweemaal op de timertoets te drukken. Op de display licht het kloksymbool op en gaat de tijdindicator knipperen. Stel vervolgens de huidige tijd in met de 'meer'-toets of met de 'minder'-toets. Bevestig de instellingen door op de timertoets te drukken.
Oven gebruiken
- Verwijder alle losse toebehoren uit de oven en reinig ze met warm zeepsop. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
- Zet de oven een uur lang op de hoogste stand met onder- en bovenwarmte (zie 'Oven bedienen').
Hierdoor wordt het in de fabriek aangebrachte beschermende vet verwijderd.
- Als de oven voor de eerste keer wordt gebruikt, zult u een 'nieuwigheidsluchtje' ruiken.
Dit is normaal. Zet indien nodig de afzuigkap aan.
- Nadat de oven is afgekoeld, reinigt u de oven met warm water.
- Verwarm de oven alleen voor als dit volgens het recept moet.
Energiebewust gebruik van de oven
- Maak de ovendeur zo weinig mogelijk open.
- Bereid gerechten met dezelfde kooktemperatuur (bijvoorbeeld een appeltaart en een ovenschotel) tegelijk en op hetzelfde rek, of onder elkaar met gebruik van hete lucht. U kunt tegelijkertijd ook vlees stoven.
- Bereid meerdere gerechten na elkaar, bijvoorbeeld eerst een cake, gevolgd door een ovenmaaltijd. Omdat de oven dan al heet is, duurt de bereidingstijd van het tweede gerecht vaak 10 minuten korter.
- Doordat de oven geïsoleerd is, kunnen met de restwarmte gerechten worden bereid die langer in de oven moeten blijven (vanaf 1 uur). Zet de oven 10 minuten eerder uit dan aangegeven, maar laat de deur dicht.
- Voorverwarmen is meestal niet nodig, behalve voor gerechten met een bereidingstijd korter dan 30 minuten of wanneer dit in het recept is aangegeven.
- Haal alle toebehoren die u niet nodig hebt voor het bereiden van het gerecht uit de oven.
- Zet na de bereiding de oven uit voordat u het gerecht uit de oven haalt.
Pagina 10
EERSTE GEBRUIK
Ovengerei
- In principe kunt u elk type ovengerei gebruiken dat hittebestendig is.
- Reinig glazen ovengerei na gebruik niet direct met koud water. Door het plotselinge temperatuurverschil kan het glas breken.
- Gebruik zwarte of donkere bakblikken. Die geleiden de warmte beter, zodat het voedsel gelijkmatiger wordt gebakken.
Dek de bodem van de oven niet af
- Wanneer u de bodem van de oven afdekt, bijvoorbeeld met aluminiumfolie of een bakplaat, kan de oven oververhit raken, met beschadiging van het email tot gevolg.
- U kunt voorkomen dat springvormen op de bodem van de oven lekken door van aluminiumfolie een container te maken en die op het rooster onder de vorm te plaatsten of door er bakpapier onder te leggen.
Vlees braden
- Grote stukken vlees, met een gewicht vanaf 1 kg, zijn hiervoor het meest geschikt. Het vlees krijgt een regelmatige, krokante korst en er treedt vrijwel geen gewichtsverlies op.
- Wrijf het vlees vijftien minuten vooraf in met zout en kruiden. Gebruik voor het braden 80 tot 100 g boter of vet (of een mengsel van beide) per 500 g vlees.
Bereidingstijd
- Voor dunne, platte stukken vlees is de bereidingstijd ongeveer vijf minuten korter dan voor dikke stukken vlees of een lap vlees die is opgerold. Bij het braden van grotere stukken vlees is de bereidingstijd per extra 500 gram 15 tot 20 minuten langer.
- Leg het vlees in de braadpan en bak het rondom in de hete boter of het hete vet bruin. Leg het vlees met de vette kant naar boven in de pan. Bedruip vlees zonder vette kant elke 15 minuten met het braadvocht.
- Vlees met een vette kant moet elke 30 minuten worden bedropen.
- Als de jus te donker is, voegt u tijdens het braden af en toe een paar eetlepels water toe.
- Dek het vlees losjes af met aluminiumfolie en laat het vlees 10 minuten rusten voordat u het serveert.
Pagina 11
OVEN GEBRUIKEN
Ovenfuncties
Het apparaat beschikt over een aantal ovenfuncties die per model verschillen. Kies de gewenste functie aan de hand van de tabel. Raadpleeg ook de bereidingsinstructies op de verpakking van het gerecht.
Ovenfuncties (symbolen staan op de ovenfunctietoets)
| Symbool | Beschrijving | |
|---|---|---|
| Snel | voorverwarmen | |
| • Met deze functie kunt u de oven snel opwarmen tot de gewenste temperatuur. • Deze functie is niet geschikt voor het bereiden van voedsel. Het verwarmingsproces is voltooid wanneer de oven tot op de gewenste temperatuur is verwarmd. | ||
| Bovenwarmte + onderwarmte | ||
| • Verwarming door middel van de elementen voor boven- en onderwarmte. • Deze modus kan worden gebruikt voor traditioneel bakken en braden. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2. • Voorverwarmen wordt aanbevolen. | ||
| Grill | ||
| • Verwarmen met behulp van het grillelement. • Deze modus kan gebruikt worden voor het grillen van enkele belegde boterhammen, saucijsjes en voor het roosteren van brood. • Plaats het ovenrooster op niveau 4 en de bakplaat op niveau 3. • Houd het bereidingsproces steeds in de gaten. Door de hoge temperatuur kan het gerecht snel aanbranden. | ||
| Grote grill | ||
| • | Verwarming door middel van het element voor bovenwarmte en het grillelement. | |
| • Deze modus kan worden gebruikt voor schotels en gebakken gerechten die een echte bodemkorst of bruining nodig hebben. Gebruik dit net voor het einde van de bak- of braadtijd. • Plaats het ovenrooster op niveau 4 en de bakplaat op niveau 3. • Houd het bereidingsproces steeds in de gaten. Door de hoge temperatuur kan het gerecht snel aanbranden. | ||
| Grill + ventilator | ||
| • | Verwarming door middel van de elementen voor bovenwarmte. De warmte wordt door | |
| de ventilator verspreid. • Deze modus kan worden gebruikt voor het grillen van vlees, vis en groenten. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2. • Houd het bereidingsproces steeds in de gaten. Door de hoge temperatuur kan het gerecht snel aanbranden. | ||
| Hete lucht | ||
| • De ventilator in de achterwand zorgt voor circulatie van de hete lucht in de oven. • U kunt meerdere niveaus van de oven tegelijk gebruiken. Zo bespaart u energie. • De convectieventilator is ideaal voor het bakken van cake, koekjes en appeltaart. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2. • Voorverwarmen wordt aanbevolen. | ||
| Hete lucht met onderwarmte | ||
| • | De lucht wordt verhit door het onderelement en door de ventilator verspreid. | |
| • Deze methode wordt gebruikt voor het bakken van pizza, vochtig gebak, vruchtencakes, gistdeeg en kruimeldeeg. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2. | ||
Pagina 12
OVEN GEBRUIKEN
| Onderwarmte | + ventilator |
|---|---|
| • | Deze combinatie wordt gebruikt voor het bakken van laagrijzend gistdeeggebak en voor |
| het conserveren van groenten en fruit. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 2. | |
| Verwarmen | |
| • Met deze functie verwarmt u serviesgoed (borden, kommen) voor, voordat u het eten | |
| serveert. Hierdoor koelt het eten minder snel af. | |
| Ontdooien | |
| • Met deze functie circuleert de lucht door middel van de ventilator. Gebruik deze functies voor het ontdooien van bevroren gerechten. • Plaats de bakplaat of het ovenrooster op niveau 3. | |
| Aqua Clean | |
| • | Warmte wordt alleen uitgestraald door het onderelement. Gebruik deze functie voor het |
| verwijderen van vlekken en voedselresten uit de oven. Het programma duurt 30 minuten. | |
Pagina 13
KOOKPLAAT GEBRUIKEN
Kookduurbegrenzer
De kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen. Afhankelijk van de gekozen stand wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Vermogen instellen | Uren verstreken voorafgaand aan: |
|---|---|
| 1 | 8 uur |
| 1 en 2 | 6 uur |
| 3 en 4 | 5 uur |
| 5 | 4 uur |
| 6, 7, 8 en 9 | 1,5 uur |
| Boost (P) | 1,5 uur (zones AL, AR en VR) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Gezond koken
Rookpunt van diverse oliesoorten
- Om zo gezond mogelijk te bakken, wordt geadviseerd om de oliesoort af te stemmen op de baktemperatuur.
- Elke oliesoort heeft een ander rookpunt, waarbij giftige gassen vrijkomen. In onderstaande tabel staat het rookpunt van diverse oliesoorten.
| Olie | Rookpunt in °C |
|---|---|
| Extra vierge olijfolie | 160 °C |
| Boter/kokosolie | 177 °C |
| Koolzaadolie | 204 °C |
| Vierge olijfolie | 216 °C |
| Zonnebloemolie | 227 °C |
| Maïsolie/arachideolie | 232 °C |
| Olijfolie | 242 °C |
| Rijstolie | 255 °C |
Pagina 14
KOOKPLAAT GEBRUIKEN
Meldingen op de display
| Op display | Status |
|---|---|
| Vermogen van kookzone: 1 = lage stand, 9 = hoge stand | |
| Boost-functie actief. | |
| Geen (geschikte) pan op de kookzone (symbool voor pandetectie). | |
| Kinderslotfunctie geselecteerd. | |
| Foutcode: zie de tabel voor probleemoplossing. | |
| Restwarmte-indicator: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicator waarmee wordt aangegeven welke kookzone nog warm is. Ondanks dat de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicator H zichtbaar zolang de kookzone warm is. Raak de kookzones niet aan wanneer deze indicator brandt. Gevaar! Risico op brandwonden. | |
| Stroomverbruik kookplaat; apparaat geschikt voor 3-fasenaansluiting (zie 'Installatie'). | |
| Stroomverbruik kookplaat; apparaat geschikt voor 2-faseaansluiting (zie 'Installatie'). |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Geluiden bij inductie
Tikkend geluid
- Dit wordt veroorzaakt door de vermogensverdeling op de linker- en rechterzones. Ook bij lagere instellingen kunt u een tikkend geluid horen.
Pannen maken geluid
- Pannen maken geluid tijdens het koken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
De ventilator maakt geluid
- Het apparaat is voorzien van een ventilator om de levensduur van de elektronica te verlengen. Als u het apparaat intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld om het apparaat te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Pagina 15
KOOKPLAAT GEBRUIKEN
Pannen
- Plaats een pan altijd in het midden van een kookzone.
- Voor inductiekoken zijn pannen van een bepaalde kwaliteit vereist.
Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor een inductiekookplaat.
- Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch koken en inductiekoken.
Deze moeten beschikken over:
▷ een dikke bodem (minimaal 2,25 mm);
▷ een vlakke bodem.
- De meest geschikte pannen zijn voorzien van het keurmerk 'Class Induction'.
Met een magneet kunt u controleren of uw pannen geschikt zijn. De pan is geschikt als de magneet door de bodem wordt aangetrokken.
| Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrijstaal |
| Slijtvaste geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper/aluminium |
| Plastic |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Wees voorzichtig met geëmailleerde pannen van plaatstaal. Als u de kookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is, kan het email losspringen (het email laat los van het staal). Ook kan de panbodem kromtrekken door bijvoorbeeld oververhitting of gebruik van een te hoog vermogen.
- Gebruik nooit een pan waarvan de bodem vervormd is. Een holle of bolle bodem kan de werking van de beveiliging tegen oververhitting belemmeren. Het apparaat wordt dan te warm. Hierdoor kan de glasplaat barsten en de panbodem smelten. Schade die het gevolg is van het gebruik van ongeschikte pannen of van droogkoken, valt buiten de garantie.
Minimale pandiameter
- De diameter van een pan moet ten minste 110 mm zijn (voor een kookzone van Ø 160 mm) en 145 mm (voor een kookzone van Ø 200 mm). Het beste resultaat wordt bereikt met een pan die dezelfde diameter heeft als de kookzone. Als de pan te klein is, wordt de kookzone niet ingeschakeld.
Pagina 16
KOOKPLAAT GEBRUIKEN
Snelkookpannen
- Inductiekoken is bij uitstek geschikt voor het gebruik van snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk is. Het kookproces stopt zodra u een kookzone uitschakelt.
Vermogen instellen
- Het vermogen kan op 9 verschillende niveaus worden ingesteld. De kookplaat heeft ook de instelling 'boost'. Deze wordt met een 'P' weergegeven op de display (zie 'Boost').
Super Boost (functie alleen voor zone linksvoor)
- Met de Super boost-functie kunt u gedurende korte tijd (maximaal 5 minuten) op het hoogste vermogen koken. Na het verstrijken van de maximale boost-tijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 9.
Pandetectie
- Als de kookplaat na het instellen van het vermogen geen (ijzerhoudende) pan detecteert, knipperen het symbool voor pandetectie en de geselecteerde vermogensstand om de beurt op de display en verwarmt de kookplaat niet. Indien er niet binnen één minuut een (ijzerhoudende) pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld (zie ook het hoofdstuk 'Pannen').
Pagina 17
OVEN BEDIENEN
Oven bedienen
- 1. Kies de gewenste ovenfunctie met de ovenfunctieknop.
Kies aan de hand van de tabel in het hoofdstuk Ovenfuncties de gewenste functie. Raadpleeg ook de bereidingsinstructies op de verpakking van het gerecht.
- 2. Stel, indien nodig, een bereidingstijd in door op de timertoets te drukken en de 'meer'-toets of de 'minder'-toets te gebruiken om de gewenste tijd in te stellen. Raadpleeg het hoofdstuk 'Timer'.
- 3. Stel met de temperatuurknop de oventemperatuur in (tussen 50 en 270 ºC).
Het lampje van de oventhermostaat licht op.
Verwarm, indien nodig, de oven voor voordat u het gerecht in de oven plaatst.
Timer
Timer instellen
- Druk tweemaal op de timertoets.
Op de display licht het kloksymbool op en gaat de tijdindicator knipperen.
- Druk op de toetsen voor minder of meer om de huidige tijd in te stellen.
- Druk ter bevestiging op de timertoets.
Bereidingstijd instellen
Met deze instelling geeft u aan hoelang de oven aan moet staan (bereidingstijd).
- Kies met de ovenfunctietoets de gewenste ovenfunctie en stel de temperatuur in.
- Druk op de timertoets om de functie voor bereidingstijd te kiezen.
Op de display licht het pictogram voor de bereidingstijd op.
- Stel de bereidingstijd in met de 'meer'-toets of de 'minder'-toets.
- Druk op de timertoets om de ingestelde tijd op te slaan.
- Druk op de start-stoptoets om het bereidingsproces te starten.
De verstreken bereidingstijd wordt weergegeven.
Pagina 18
OVEN BEDIENEN
Eindtijd instellen
Met deze instelling geeft u aan hoe laat de oven moet worden uitgeschakeld. Zorg dat de klok nauwkeurig is ingesteld op de huidige tijd.
- 1. Druk tweemaal op de timertoets.
Op de display licht het pictogram voor de eindtijd op.
- 2. Stel de eindtijd in met de 'meer'-toets of de 'minder'-toets.
- 3. Druk op de start-stoptoets om het bereidingsproces te starten.
- 4. De oven stopt op de eindtijd die is ingesteld.
Bereidingstijd en eindtijd instellen
- 1. Kies met de ovenfunctietoets de gewenste ovenfunctie en stel de temperatuur in.
- 2. Druk op de timertoets om de functie voor bereidingstijd te kiezen.
Op de display licht het pictogram voor de bereidingstijd op.
- 3. Druk op de 'meer'-toets of de 'minder'-toets om de bereidingstijd in te stellen.
- 4. Druk op de timertoets om de ingestelde tijd op te slaan.
- 5. Druk nogmaals tweemaal op de timertoets.
Op de display licht het pictogram voor de eindtijd op.
- 6. Stel de eindtijd in met de 'meer'-toets of de 'minder'-toets.
- 7. Druk op de start-stoptoets om het bereidingsproces te starten.
De oven start op de ingestelde tijd minus de bereidingstijd.
De verstreken bereidingstijd wordt dan weergegeven.
Keukenwekker
- De kookwekker kan onafhankelijk van de oven worden gebruikt.
- De hoogst instelbare tijdsduur is 23 uur en 59 minuten.
- De laatste minuut van de looptijd wordt in seconden weergegeven.
U annuleert alle timerfuncties door de tijd in te stellen op '0'.
Als het apparaat enkele minuten niet actief is geweest, wordt er overgeschakeld naar stand-by. Het huidige tijdstip verschijnt en de gekozen timerfunctie licht op.
Extra functies kiezen
Bepaalde instellingen zijn niet voor alle programma's beschikbaar. Als u een van deze instellingen kiest, klinkt er een geluidssignaal.
Kinderslot
Met het kinderslot vergrendelt u het bedieningspaneel van de oven om onbedoeld gebruik te voorkomen. U activeert het kinderslot door de kinderslottoets enkele seconden ingedrukt te houden.
- Op de display is gedurende 5 seconden het bericht 'Loc' af te lezen. Hiermee wordt aangegeven dat alle functies vergrendeld zijn.
- Druk gedurende enkele seconden nogmaals op de toets om het kinderslot te deactiveren.
Pagina 19
OVEN BEDIENEN
Als het kinderslot is geactiveerd en er geen timerfunctie is ingesteld (alleen de klok wordt weergegeven), werkt de oven niet. Wanneer het kinderslot wordt geactiveerd nadat er een timerfunctie is ingesteld, zal de oven gewoon werken; de instellingen kunnen dan echter niet worden gewijzigd.
Als het kinderslot is geactiveerd, kunnen er geen ovenfuncties of extra functies worden gewijzigd. Het bereidingsproces kan alleen worden beëindigd door de ovenfunctieknop naar positie '0' te draaien. Het kinderslot blijft geactiveerd, ook nadat de oven is uitgeschakeld. U moet eerst het kinderslot uitschakelen voordat u een nieuw programma kunt kiezen.
Ovenlamp
De ovenlamp gaat automatisch branden als er een ovenfunctie is gekozen en er op de start-stoptoets is gedrukt.
Geluidssignaal
Het volume van het geluidssignaal is instelbaar indien de timerfunctie niet is geactiveerd (alleen de tijd wordt weergegeven).
- Houd de 'minder'-toets gedurende 5 seconden ingedrukt.
- Op de display verschijnt de melding 'Vol', gevolgd door enkele balken die volledig zijn verlicht.
- Druk op de 'meer'-toets of op de 'minder'-toets om een van de drie mogelijke geluidsniveaus (weergegeven door een, twee of drie balken) of geen geluid (Uit) te kiezen.
- Na 3 seconden wordt de instelling automatisch opgeslagen en wordt de tijd weergegeven.
Contrast van display verminderen
- Houd de 'meer'-toets gedurende 5 seconden ingedrukt.
- Op de display verschijnt de melding 'Bri', gevolgd door een aantal balken die volledig zijn verlicht.
- Druk op de 'meer'-toets of op de 'minder'-toets om het dimniveau (weergegeven door een, twee of drie balken) aan te passen.
- Na drie seconden wordt de instelling automatisch opgeslagen.
Na een stroomstoring blijven de instellingen van de extra functies slechts enkele minuten opgeslagen. Alle instellingen, met uitzondering van het geluidssignaal en het kinderslot, worden teruggezet naar de fabrieksstandaard.
Pagina 20
KOOKPLAAT BEDIENEN
Inschakelen en vermogen instellen
Het vermogen kan op 9 verschillende niveaus worden ingesteld. De kookplaat heeft ook de instelling 'boost'. Deze wordt met een 'P' weergegeven op de display (zie 'Boost'). De kookzone linksvoor beschikt over een 'Power Boost' (SP).
- Plaats de pan op het midden van een kookzone.
- Druk op de aan-uittoets.
Er klinkt een enkel geluidssignaal en op de display verschijnt naast elke kookzone een '0'. Wanneer u geen verdere actie onderneemt, schakelt de kookzone na 10 seconden automatisch uit.
- Druk voor de betreffende kookzone op de aan-uittoets.
De '0' naast de geselecteerde kookzone zal duidelijk oplichten.
- Met de toetsen – en + selecteert u het gewenste vermogensniveau. Als u direct – selecteert, wordt de kookzone ingeschakeld op vermogensniveau 9.
Op de display kunt u zien welk vermogensniveau is ingesteld.
Als het apparaat is aangesloten op 2 fasen, kunnen de 4 zones tegelijk op maximaal niveau 7 worden ingesteld. Als er voor een zone een hoger niveau nodig is, moet voor een andere zone het vermogen worden verlaagd of moet er een andere zone worden uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal en op de display gaat het ingesteld vermogensniveau knipperen. U moet voor de zones dan een lager vermogen instellen.
Eén kookzone uitschakelen
Er is één kookzone ingeschakeld. Op het display verschijnt een vermogensniveau tussen 1 en 9 of 'P'.
- Druk op de selectietoets uit de kookzone die uitgeschakeld moet worden. Druk op de –-toets om de kookzone in te stellen op '0'.
De kookzone wordt uitgeschakeld. De kookplaat wordt na 20 seconden uitgeschakeld, als alle kookzones op '0' zijn ingesteld en er geen ander proces wordt gebruikt.
Alle kookzones tegelijk uitschakelen
Er zijn verschillende kookzones actief.
- Druk op de aan-uittoets om alle kookzones uit te schakelen.
Er klinkt een geluidssignaal. Alle displays zijn uitgeschakeld. De kookplaat wordt uitgeschakeld.
Kinderslot (voor de inductiekookplaat)
Kinderslot geactiveerd
- Druk op de aan-uittoets.
- De kookplaat staat in de stand-bymodus. Op de kookzonedisplays wordt een '0' weergegeven.
- Druk gedurende drie seconden gelijktijdig op de toets - en de toets voor kookzone LA tot u een geluidssignaal hoort.
Op de kookzonedisplay wordt enkele seconden lang een 'L' weergegeven. Het kinderslot is nu geactiveerd.
Pagina 21
KOOKPLAAT BEDIENEN
Kinderslot gedeactiveerd
- Druk op de aan-uittoets.
Op de kookzonedisplays wordt enkele seconden lang een 'L' weergegeven.
- Druk gedurende drie seconden gelijktijdig op de toets – en de toets voor kookzone LA.
Op de kookzonedisplay wordt 'L' weergegeven. Het kinderslot is nu gedeactiveerd.
Activeer het kinderslot voordat u de kookplaat gaat reinigen. U voorkomt zo dat u de kookplaat per ongeluk inschakelt.
Indicatie voor restwarmte
- Na intensief gebruik kan de kookplaat nog enkele minuten heet blijven. Zolang de kookzone heet is, knippert er een 'H' in de display.
Timer/alarm
- U kunt voor elke kookzone een timer instellen. De kookplaat heeft ook een alarm.
- Zowel de kooktijd als het alarm kunnen voor maximaal 99 minuten worden ingesteld.
Het alarm werkt op dezelfde manier als de timer maar is niet aan een kookzone gekoppeld.
- Als het alarm is ingesteld, blijft het verder aftellen nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Het alarm kan alleen worden uitgeschakeld als de kookplaat is ingeschakeld.
Timer instellen
- 1. Selecteer de gewenste kookzone en stel het vermogensniveau in.
- 2. Druk de toetsen – en + tegelijk in.
De timerinstelling wordt in de twee bovenste displays weergegeven. De twee onderste displays zijn uitgeschakeld. De timerinstelling is 10 seconden lang zichtbaar. Daarna wordt de vermogensinstelling weergegeven.
Selecteer de gewenste functie:
- Timer: ▷ De timer is gekoppeld aan een kookzone.
▷ Nadat de ingestelde tijd is verstreken, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.
- Kookwekker
▷ Nadat de ingestelde tijd is verstreken, klinkt er een alarmsignaal.
▷ De kookwekker werkt op dezelfde manier als de timer maar is niet aan een kookzone gekoppeld.
▷ Als de timer is ingesteld, blijft deze lopen nadat de kookplaat is uitgeschakeld. ▷ De timer kan alleen worden uitgeschakeld als de kookplaat is ingeschakeld.