naslaan.comZoekenAlle merken

Philips 58PFL9956H, tekst van de handleiding

Pagina's 47–64 van 95 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 33–46verder op pagina 65 →

Pagina 47

4.3 Zenders

Volgorde en naam wijzigen

U kunt de zenders in de zenderlijst ordenen en hernoemen.

Lees Help > De basis > TV-kijken > Zenderlijst voor informatie over het herordenen of hernoemen van een zender.

Zenders bijwerken

Alle ingestelde zenders worden in de zenderlijst geplaatst. Als u digitale zenders ontvangt, kunt u de TV zodanig instellen dat de lijst automatisch wordt bijgewerkt met nieuwe zenders. U kunt ook handmatig een update van de zenderlijst starten.

Automatische zenderupdate

Eenmaal per dag, om 06:00 uur, voert de TV een update uit van de zenders en worden nieuwe zenders vastgelegd. Lege zenders worden verwijderd. Voor nieuwe of verwijderde zenders wordt bij het inschakelen van de TV een melding weergegeven. Voor een automatische update van de zenders moet de TV in stand-by staan.

Als u niet wilt dat dit bericht wordt weergegeven, drukt u op h > Configuratie > Zenderinstellingen > OK. Selecteer Installatie zenders > Melding zenderupdate > Uit.

Als u het automatisch bijwerken van zenders wilt uitschakelen, drukt u op h > Configuratie > Zenderinstellingen > OK. Selecteer Installatie zenders > Automatische zenderupdate > Uit.

Een update starten

Als u zelf een update wilt starten, drukt u op h > Configuratie > Zenders zoeken > OK. Selecteer Zenders bijwerken en druk op OK. Druk op Start. De update kan enkele minuten duren. Volg de instructies op het scherm.

Zenders opnieuw installeren

Zenders opnieuw installeren

Als u alleen de zenders opnieuw wilt installeren, drukt u op h > Configuratie > Zenders zoeken > Zenders opnieuw installeren en drukt u op OK. Selecteer DVB-T of DVB-C. Het zoeken kan enkele minuten duren. Volg de instructies op het scherm.

Volledige installatie

Als u een volledige nieuwe installatie van de TV wilt uitvoeren, drukt u achtereenvolgens op h > Configuratie > TV-instellingen > TV opnieuw instellen en OK. De installatie kan enkele minuten duren. Volg de instructies op het scherm.

U kunt de zenders in de zenderlijst ordenen en hernoemen.

Zenderlijst kopiëren

Het kopiëren van de zenderlijst dient alleen te worden uitgevoerd door leveranciers en deskundige gebruikers.

Met Zenderlijst kopiëren kunt u de op een TV geïnstalleerde zenders kopiëren naar een Philips-TV uit dezelfde serie. U vermijdt zo het tijdrovende zoeken naar zenders en u kunt klanten een voorgeprogrammeerde zenderlijst aanbieden. Het kleine bestand dat u kopieert, past op elk USB-opslagapparaat.

Voorwaarden

Q . . . LA

Een zenderlijst kopiëren

1 Schakel de TV waarop de zenders zijn geïnstalleerd in. Sluit een USB-geheugenapparaat aan.

2 Druk op h > Configuratie > TV-instellingen > Voorkeuren > Zenderlijst kopiëren > Naar USB kopiëren en ten slotte op OK. U wordt wellicht gevraagd de tijdens de instelling ingevoerde pincode voor de TV in te voeren om de zenderlijst van deze TV te kunnen kopiëren.

3 Als u de lijst hebt gekopieerd, koppelt u het USBgeheugenapparaat los.

Nu kunt u de gekopieerde zenderlijst naar een andere Philips-TV uploaden.

Een zenderlijst uploaden

Naar een nog niet ingestelde TV

1 Steek de stekker in de wandcontactdoos om de installatie te starten en selecteer de gewenste taal en het land. U kunt Zenders zoeken overslaan. Voltooi de installatie.

2 Sluit het USB-opslagapparaat met de zenderlijst van de andere TV aan.

3 U start het uploaden van de zenderlijst door op h > Configuratie > TV-instellingen > Voorkeuren > Zenderlijst kopiëren > Naar TV kopiëren en OK te drukken. U wordt wellicht gevraagd de pincode voor deze TV in te voeren.

4 Er verschijnt een melding als de zenderlijst naar de TV is gekopieerd. Koppel het USB-opslagapparaat los.

Naar een reeds ingestelde TV

1 Controleer de landinstelling van de TV als volgt: druk op h > Configuratie > Zenderlijst zoeken > Zenders opnieuw installeren en OK. Druk eerst op È (Terug) en daarna op Annuleren om het zoeken naar zenders over te slaan.

Als het land correct is, gaat u verder met stap 2.

Als het land niet correct is, dient u een nieuwe installatie uit te voeren. Dat doet u als volgt: druk up h > Configuratie > TV-instellingen > TV opnieuw instellen en op OK. Selecteer het juiste land en sla het zoeken naar zenders over. Voltooi de installatie. Ga terug naar stap 2 als u klaar bent.

2 Sluit het USB-opslagapparaat met de zenderlijst van de andere TV aan.

3 U start het uploaden van de zenderlijst door op h > Configuratie > TV-instellingen > Voorkeuren > Zenderlijst kopiëren > Naar TV kopiëren en OK te drukken. U wordt wellicht gevraagd de pincode voor deze TV in te voeren.

4 Er verschijnt een melding als de zenderlijst naar de TV is gekopieerd. Koppel het USB-opslagapparaat los.

DVB-T of DVB-C

Als in uw land ontvangst via DVB-T en DVB-C mogelijk is en de TV beide signalen kan ontvangen, hebt u een van beide geselecteerd bij het instellen van de zenders.

Pagina 48

Als u de DVB-instelling zodanig wilt wijzigen dat er een nieuwe zenderinstallatie wordt gestart, drukt u op h > Configuratie > Zenderinstellingen > OK. Selecteer Installatie zenders > Antenne of kabel DVB en druk op OK. Selecteer de gewenste DVB-instelling.

DVB-C-zenderinstallatie

Voor het gebruiksgemak zijn alle DVB-C-instellingen ingesteld op automatisch. Als uw DVB-C-provider u specifieke DVB-C-waarden heeft gegeven, zoals een signaalsnelheid of een frequentie, voert u deze waarden in wanneer daar tijdens de installatie om wordt gevraagd.

DVB-T + DVB-C

U kunt uw TV instellen voor DVB-T en DVB-C. Installeer eerst het ene systeem en vervolgens het andere. Wanneer beide installaties zijn voltooid, staan in de zenderlijst zowel DVB-T- als DVB-C-zenders.

Ontvangstkwaliteit

Als u digitale zenders ontvangt, kunt u de kwaliteit en signaalsterkte van een zender controleren.

Als u een antenne gebruikt, kunt u de antenne verplaatsen om te proberen de ontvangst te verbeteren.

Als u de ontvangstkwaliteit van een digitale zender wilt controleren, selecteert u die zender en drukt u op h > Configuratie > Zenderinstellingen > OK. Selecteer Installatie zenders > Digitaal: ontvangst testen en druk op OK.

De digitale frequentie voor deze zender wordt weergegeven. Als de ontvangst slecht is, kunt u de antenne verplaatsen. Als u de signaalsterkte van deze zender nogmaals wilt controleren, selecteert u Zoeken en drukt u op OK.

Als u de frequentie van een specifieke digitale zender zelf wilt invoeren, gebruikt u x en w om de pijlen op een nummer te plaatsen en wijzigt u het nummer met u en v. Als u de frequentie wilt controleren, selecteert u Zoeken en drukt u op OK.

Als u zenders ontvangt via DVB-C, zijn de opties Modus signaalsnelheid en Signaalsnelheid beschikbaar. Voor Modus signaalsnelheid selecteert u Automatisch, tenzij uw kabelaanbieder u een specifieke waarde voor de signaalsnelheid heeft gegeven. Gebruik de cijfertoetsen om de waarde van de signaalsnelheid in te voeren.

Handmatige installatie - Analoog

U kunt analoge TV-zenders handmatig per zender installeren.

Als u analoge zenders handmatig wilt installeren, drukt u op h > Configuratie > Zenderinstellingen > OK. Selecteer Installatie zenders > Analoog: handmatige installatie en druk op OK.

1 Systeem

Selecteer Systeem en druk op OK om het TV-systeem in te stellen. Selecteer uw land of de regio waar u zich bevindt.

2 Zender zoeken

Selecteer Zender zoeken en druk op OK om een zender te zoeken. Selecteer Zoeken en druk op OK. U kunt ook zelf een frequentie invoeren. Als de ontvangst slecht is, drukt u nogmaals op Zoeken. Als u de zender wilt vastleggen, selecteert u Klaar en drukt u op OK.

3 Fijnafstemming

Selecteer Fijnafstemming en druk op OK om een fijnafstemming uit te voeren. U kunt de zender afstemmen met u of v. Als u de gevonden zender wilt vastleggen, selecteert u Klaar en drukt u op OK.

4 Vastleggen

U kunt de zender vastleggen onder het huidige zendernummer of onder een nieuw zendernummer. Selecteer Vastleggen onder huidig zendernummer of Vastleggen onder nieuw zendernummer.

U kunt deze stappen opnieuw uitvoeren totdat u alle beschikbare analoge TV-zenders hebt gevonden.

Klokinstellingen

In bepaalde landen wordt het UTC-signaal (Coordinated Universal Time) niet bij digitale uitzendingen verzonden. Hierdoor wordt er waarschijnlijk niet automatisch overgeschakeld naar de zomertijd of wintertijd en wordt er dus op de TV een verkeerde tijd weergegeven.

Als u de klok van de TV wilt instellen, drukt u op h > Configuratie > TV-instellingen > Voorkeuren > Klok en selecteert u Verschilt per land. Selecteer Zomertijd en kies de juiste instelling.

Als u de tijd en datum handmatig wilt instellen, selecteert u Handmatig. Selecteer vervolgens Tijd of Datum.

Pagina 49

4.4 Satellietzenders

Inleiding

Deze TV heeft naast ontvangst via DVB-T en DVB-C ook een ingebouwde DVB-S-satellietontvanger. Wanneer de antenne van de satellietschotel is aangesloten, kunt u digitale satellietzenders ontvangen. U hebt geen externe satellietontvanger nodig.

LNB

Een LNB-omvormer (Low Noise Block) vangt de signalen van een satelliet op. Deze omvormer is bevestigd aan het uiteinde van de mast van de schotelantenne. De TV kan signalen ontvangen van 4 verschillende LNB's.

Installatie

Als u een goed geïnstalleerde en aangesloten satellietschotelantenne hebt, kunt u satellietzenders op de TV installeren.

U kunt zenders installeren van 4 verschillende satellieten (4 LNB's).

1 Installatie

Als u satellieten wilt zoeken en satellietzenders wilt installeren, drukt u op h > Configuratie > Satelliet zoeken > OK. Als u al satellieten hebt geïnstalleerd, selecteert u Zenders opnieuw installeren en drukt u op OK.

2 Type verbinding

Voordat u satellieten gaat zoeken, dient u het verbindingstype in te stellen. Dit bepaalt hoeveel LNB's (hoeveel verschillende satellieten) u kunt installeren. De installatie verloopt gemakkelijker als u het juiste type selecteert voor het aantal satellieten dat u wilt installeren.

Als u het type verbinding wilt instellen, selecteert u Instellingen en drukt u op OK. Selecteer Type verbinding en kies Eén LNB als u slechts één LNB hebt. Selecteer DiSEqC Mini voor 2 LNB's of DiSEqC 1.0 om 3 of 4 LNB's te installeren. Selecteer Klaar om de instellingen te sluiten.

3 Satellieten zoeken

U begint te zoeken door Start te selecteren en vervolgens op OK te drukken. De TV zoekt alle beschikbare satellieten. Dit kan enkele minuten duren. Als er geen satellieten worden gevonden, controleert u de antenneaansluitingen en de positie van de schotelantenne.

De getoonde signaalsterkte is niet altijd representatief voor de signaalsterkte van alle zenders op die satelliet.

Als u het zoeken naar satellieten wilt herhalen, selecteert u Opnieuw en drukt u op OK. Bent u tevreden met de gevonden satellieten, dan kunt u alle zenders installeren.

Configuratie / Satellietzenders

4 Zenders installeren

Installeer alle zenders voor de gevonden satellieten door op Installeren te drukken. De installatie kan enkele minuten per satelliet duren.

Wanneer de installatie is voltooid, kunt u alle zenders vinden in de zenderlijst van de satelliet.

Meer instellingen

Voor de meeste satellieten hoeft u de LNB-instellingen niet te wijzigen, maar als u bijvoorbeeld een specifieke satelliet op de C-band zoekt, moet u de LNB die u voor deze satelliet gebruikt, instellen op Enkel. Als u een ervaren gebruiker bent, kunt een instelling in Gewenst gebruiken voor de LNB's die u gebruikt.

Resetten

Mogelijk weet u niet meer welke instellingen u hebt geconfigureerd.

Als u de instellingen van de satellietinstallatie wilt terugzetten op de fabrieksinstellingen, selecteert u Resetten in Instellingen en drukt u op OK.

Signaalontvangsttest

Mogelijk zijn er bij de automatische zenderinstallatie een of meer specifieke zenders van een transponder overgeslagen. U kunt een transponder toevoegen met een signaalontvangsttest. Raadpleeg Help > Configuratie > Satellietzenders > Signaalontvangsttest.

Aansluiting schotelantenne

Lees meer over de antenneaansluiting voor satellieten in Help > Aansluitingen > Eerste aansluitingen > Satellietantenne.

Een lijst met voorgeprogrammeerde satellieten op deze TV is beschikbaar in Help > Specificaties > Voeding en ontvangst.

Satellieten toevoegen

Als er al satellietzenders zijn geïnstalleerd, kunt u een extra satelliet toevoegen aan de installatie. U kunt zenders installeren van 4 verschillende satellieten (4 LNB's).

1 Type verbinding

Controleer de instelling van Type verbinding voordat u een satelliet toevoegt. Met de instelling Eén LNB ontvangt u slechts één LNB, met de instelling DiSEqC Mini ontvangt u 2 LNB's en met de instelling DiSEqC 1.0 kunt u 3 of 4 LNB's ontvangen.

Als u eerst het type verbinding wilt controleren, drukt u op h > Configuratie > Satelliet zoeken > OK. Selecteer Zenders opnieuw installeren > Instellingen en druk op OK. Selecteer Type verbinding en selecteer de gewenste instelling voor het aantal satellieten dat u wilt installeren. Selecteer Klaar om de instellingen te sluiten. Druk op È om Zenders opnieuw installeren te sluiten.

2 Een satelliet toevoegen

Druk op h > Configuratie > Satelliet zoeken en druk op OK om een satelliet toe te voegen. Selecteer Satelliet toevoegen en druk op OK. De TV zoekt een satelliet op de eerste vrije LNB. Dit kan enkele minuten duren.

Als er geen satellieten worden gevonden, controleert u de antenneverbindingen en de positie van de schotelantenne. Selecteer Opnieuw of Vlgnd LNB.

Als er geen vrije LNB's zijn, kunt u eerst een satelliet verwijderen. Raadpleeg Satellieten verwijderen op de volgende pagina.

3 Zenders installeren

Als u tevreden bent met de toegevoegde satelliet, kunt u de zenders installeren.

Wilt u alle zenders installeren, dan drukt u op Installeren. De installatie kan enkele minuten duren. Wanneer de installatie is voltooid, kunt u de toegevoegde zenders vinden in de lijst met satellietzenders.

49

Pagina 50

U kunt een satelliet uit de lijst met geïnstalleerde satellieten verwijderen.

Als u een satelliet wilt verwijderen, drukt u op h > Configuratie > Satelliet zoeken. Selecteer Satelliet verwijderen en druk op OK. Selecteer de satelliet die u wilt verwijderen en druk op OK. Selecteer Ja en druk op OK om te bevestigen. De satelliet en de bijbehorende zenders worden verwijderd uit de installatie.

Zenders bijwerken

Als er al satellietzenders zijn geïnstalleerd, kunt u de zenderlijst bijwerken met eventuele nieuwe zenders van alle geïnstalleerde satellieten.

Als u de satellietzenders wilt bijwerken, drukt u op h > Configuratie > Satelliet zoeken. Selecteer Zenders bijwerken en druk op OK. De TV scant de satellieten op nieuwe zenders en voegt eventuele nieuwe zenders toe aan de lijst. Lege zenders worden uit de lijst verwijderd. Het bijwerken kan enkele minuten per satelliet duren. Wanneer het bijwerken is voltooid, wordt de lijst met satellietzenders bijgewerkt.

Zenderlijst kopiëren

Het kopiëren van de zenderlijst dient alleen te worden uitgevoerd door leveranciers en deskundige gebruikers.

Met Zenderlijst kopiëren kunt u terrestriële en satellietkanalen kopiëren.

Met Zenderlijst kopiëren kunt u de op een TV geïnstalleerde zenders kopiëren naar een Philips-TV uit dezelfde serie. U vermijdt zo het tijdrovende zoeken naar zenders en u kunt klanten een voorgeprogrammeerde zenderlijst aanbieden. Het kleine bestand dat u kopieert, past op elk USB-opslagapparaat.

Voorwaarden

Q . . . LA

Een zenderlijst kopiëren

1 Schakel de TV waarop de zenders zijn geïnstalleerd in. Sluit een USB-geheugenapparaat aan.

2 Druk op h > Configuratie > TV-instellingen > Voorkeuren > Zenderlijst kopiëren > Naar USB kopiëren en ten slotte op OK. U wordt wellicht gevraagd de tijdens de instelling ingevoerde pincode voor de TV in te voeren om de zenderlijst van deze TV te kunnen kopiëren.

3 Als u de lijst hebt gekopieerd, koppelt u het USBgeheugenapparaat los.

Nu kunt u de gekopieerde zenderlijst naar een andere Philips-TV uploaden.

Een zenderlijst uploaden

Naar een nog niet ingestelde TV

1 Steek de stekker in de wandcontactdoos om de installatie te starten en selecteer de gewenste taal en het land. U kunt Zenders zoeken overslaan. Voltooi de installatie.

2 Sluit het USB-opslagapparaat met de zenderlijst van de andere TV aan.

3 U start het uploaden van de zenderlijst door op h > Configuratie > TV-instellingen > Voorkeuren > Zenderlijst kopiëren > Naar TV kopiëren en OK te drukken. U wordt wellicht gevraagd de pincode voor deze TV in te voeren.

4 Er verschijnt een melding als de zenderlijst naar de TV is gekopieerd. Koppel het USB-opslagapparaat los.

Naar een reeds ingestelde TV

1 Controleer de landinstelling van de TV als volgt: druk op h > Configuratie > Zenderlijst zoeken > Zenders opnieuw installeren en OK. Druk eerst op È (Terug) en daarna op Annuleren om het zoeken naar zenders over te slaan.

Als het land correct is, gaat u verder met stap 2.

Als het land niet correct is, dient u een nieuwe installatie uit te voeren. Dat doet u als volgt: druk up h > Configuratie > TV-instellingen > TV opnieuw instellen en op OK. Selecteer het juiste land en sla het zoeken naar zenders over. Voltooi de installatie. Ga terug naar stap 2 als u klaar bent.

2 Sluit het USB-opslagapparaat met de zenderlijst van de andere TV aan.

3 U start het uploaden van de zenderlijst door op h > Configuratie > TV-instellingen > Voorkeuren > Zenderlijst kopiëren > Naar TV kopiëren en OK te drukken. U wordt wellicht gevraagd de pincode voor deze TV in te voeren.

4 Er verschijnt een melding als de zenderlijst naar de TV is gekopieerd. Koppel het USB-opslagapparaat los.

Signaalontvangsttest

Met de signaalontvangsttest voor satellieten kunt u de signaalsterkte van een satelliet controleren of een nieuwe satellietzender toevoegen.

Als u de signaalontvangsttest wilt starten, drukt u op h > Configuratie > Satelliet zoeken. Selecteer Signaalontvangsttest en druk op OK.

1 Selecteer de LNB.

2 Als u de frequentie van de transponder weet (deze kan meerdere zenders hebben), selecteert u Frequentie en voert u de frequentie in.

3 Selecteer Zoeken en druk op OK.

4 Als de TV een frequentie vindt en er een knop Vastleggen wordt weergegeven, is er een nieuwe transponder gevonden.

5 Druk op Vastleggen om de nieuwe transponder met de bijbehorende zender(s) toe te voegen aan de zenderlijst. Als u een andere transponder wilt toevoegen, selecteert u Afsluiten en herhaalt u de stappen.

Problemen oplossen

De TV kan de gewenste satelliet niet installeren

Pagina 51

De ontvangst van een satellietzender is slecht

De ontvangst is soms slecht

Lees meer over probleemoplossing in Help > Problemen oplossen.

Pagina 52

4.5 Netwerk

Voordelen

PC openen

Als u de TV aansluit op een thuisnetwerk, kunt u vanaf uw computer of een opslagapparaat foto's bekijken en muziek- en videobestanden afspelen. Nadat de TV is aangesloten op het netwerk, kunt u bestanden vanaf uw PC afspelen op het TVscherm.

Net TV

Als u de TV aansluit op een thuisnetwerk met een internetverbinding, kunt u met de TV verbinding maken met Net TV. Net TV biedt internetdiensten en websites die zijn afgestemd op uw TV. U kunt muziek en video's afspelen, infotainment bekijken, films huren en nog veel meer. Nadat het netwerk is geïnstalleerd, kunt u genieten van het beste van internet voor uw TV.

Interactieve TV

Sluit uw HbbTV aan op internet om optimaal te profiteren van interactieve TV. Systemen zoals HbbTV, MHP, enz. gebruiken internet om met de TV te communiceren.

Wi-Fi MediaConnect

Met Wi-Fi MediaConnect kunt u het scherm van uw PC via een draadloze verbinding weergeven op uw TV-scherm. U start Wi-Fi MediaConnect vanaf uw PC.

Wat u nodig hebt

Als u de TV wilt aansluiten op een thuisnetwerk en internet, moet er in het thuisnetwerk een router zijn geïnstalleerd. In die router moet de instelling voor DHCP-server zijn ingeschakeld. Gebruik een router met een snelle (breedband)internetverbinding. U kunt de TV draadloos of via een kabel aansluiten.

Als u een bekabelde verbinding met de router gebruikt, hebt u een netwerkkabel (Ethernet) nodig.

De TV gebruikt een DLNA gecertificeerd protocol. U kunt een computer gebruiken met de volgende besturingssystemen: Microsoft Windows XP, Vista of Windows 7, Intel Mac OSX of Linux.

Uw PC-bestanden zoeken

Als u uw PC-bestanden wilt selecteren op het scherm, moet recente mediaserversoftware op de computer zijn geïnstalleerd, bijvoorbeeld Windows Media Player 11 of vergelijkbare software. Sommige mediaserversoftware moet zijn ingesteld om de PC-bestanden te delen met de TV, voordat u vanaf uw TV bestanden kunt opzoeken.

Raadpleeg de lijst met ondersteunde mediaserversoftware via Help > Specificaties > Multimedia.

Draadloze installatie

Schakel uw router in voordat u begint met de netwerkinstallatie.

Als u de installatie van het draadloze netwerk wilt starten, drukt u op h, selecteert u Configuratie > Verbinding maken met netwerk en drukt u op OK. Volg de instructies op het scherm.

WPS (Wi-Fi Protected Setup)

Als uw router WPS (Wi-Fi Protected Setup) heeft, gaat u naar de router en drukt u op de WPS-knop. Selecteer binnen 2 minuten op de TV WPS en druk op OK. De TV maakt verbinding met uw netwerk. Dit duurt ongeveer 2 minuten. Voltooi de installatie.

De meeste nieuwe draadloze routers zijn voorzien van WPS en hebben het WPS-logo. Het WPS-systeem gebruikt WPA-beveiligingscodering en kan niet worden gecombineerd met apparaten in uw netwerk die de WEP-beveiligingscodering gebruiken. Als u dit apparaat met WEP toch nodig hebt in uw netwerk, installeert u dit met Zoeken > Standaard.

Scannen naar routers

Als u meerdere routers in het netwerk hebt, kunt u het benodigde netwerk selecteren. Als u een specifieke netwerkrouter wilt selecteren, drukt u op de eerste pagina van de installatie op Zoeken. De routers met WPS en die met het sterkste signaal worden boven in de lijst weergegeven.

Als de router WPS heeft, selecteert u de router die u nodig hebt, en drukt u op WPS. U kunt ook op Pincode drukken als u de pincode in de routersoftware kunt invoeren om verbinding te maken, of op Standaard om de codeersleutel handmatig in te voeren.

Pincode

Als u een verbinding wilt maken die is beveiligd met een pincode, selecteert u Pincode en drukt u op OK. Noteer de pincode van 8 cijfers en voer deze in de routersoftware op uw PC in. Raadpleeg de handleiding van de router voor instructies over het invoeren van de pincode.

Standaard

Als u de codeersleutel (de beveiligingssleutel) handmatig wilt invoeren, selecteert u Standaard en drukt u op OK. Als u WPAbeveiliging hebt op uw router, voert u de codezin in met de afstandsbediening. Als u het toetsenbord op het scherm wilt openen, selecteert u het tekstinvoerveld en drukt u op OK.

Als u WEP-beveiligingscodering hebt, moet u voor de TV de WEP-codeersleutel als een hexadecimaal getal invoeren. Deze hexadecimale sleutel vindt u in de routersoftware op uw PC. Noteer de eerste sleutel uit de lijst met WEP-sleutels en voer deze met behulp van de afstandsbediening in op de TV. Als de beveiligingssleutel wordt geaccepteerd, maakt de TV verbinding met de draadloze router.

Ga desgevraagd akkoord met de licentieovereenkomst voor eindgebruikers.

Pagina 53

Wi-Fi MediaConnect

Met Wi-Fi MediaConnect kunt u het scherm van uw PC via een draadloze verbinding weergeven op uw TV-scherm. Zoek de code in het boekje met de korte inleiding tot het product om de software gratis te downloaden. Wi-Fi MediaConnect is alleen beschikbaar voor de PC.

Wat hebt u nodig...

Voor het gebruik van Wi-Fi MediaConnect moet de TV zijn aangesloten op uw thuisnetwerk. Ook hebt u een draadloze router nodig.

Raadpleeg Help > Configuratie > Netwerk voor meer informatie over verbinding maken met een netwerk.

Wi-Fi MediaConnect installeren

1 Ga op uw computer naar www.philips.com/wifimediaconnect

2 Kijk op de website wat de PC-systeemvereisten zijn.

3 Voer de code in die in het boekje met de inleiding tot het product staat.

4 Klik op 'Nu downloaden' om de gratis Wi-Fi MediaConnectsoftware te downloaden.

5 Nadat het downloaden is voltooid, opent u het bestand 'Wi-Fi MediaConnect_setup.exe'. Volg de instructies op het scherm.

Naam van TV-netwerk

Als er meerdere TV's op uw thuisnetwerk zijn aangesloten, kunt u deze TV hernoemen. Wanneer u deze TV wilt hernoemen in het netwerk, drukt u op h > Configuratie > Netwerkinstellingen en selecteert u Naam van TV-netwerk. Als u de naam wilt invoeren, drukt u op OK om het toetsenbord op het scherm te openen of gebruikt u de toetsen van de afstandsbediening.

Als u Wi-Fi MediaConnect op uw PC wilt gebruiken, leest u Help > Smart TV > Video's, foto's en muziek > Wi-Fi MediaConnect.

PC-vereisten

Windows XP, Vista, Windows 7 (alleen PC)

Minimale PC-vereisten

Aanbevolen PC-vereisten

Raadpleeg Help > Aansluitingen > Netwerk > Bekabeld voor meer informatie over het maken van een verbinding.

Netwerkinstellingen

U opent de netwerkinstellingen door op h > Configuratie > Netwerkinstellingen > OK te drukken.

U kunt het netwerktype, het IP- en MAC-adres, de signaalsterkte, de snelheid, de coderingsmethode enzovoort bekijken en DHCP en automatische IP, de instellingen voor IP-configuratie, DMR en de naam van het TV-netwerk instellen.

Bekabelde installatie

Sluit uw router aan op de TV en schakel de router in voordat u het netwerk gaat installeren.

Als u de netwerkinstallatie wilt starten, drukt u op h, selecteert u Configuratie > Verbinding maken met netwerk en drukt u op OK. Volg de instructies op het scherm.

De TV zoekt continu naar een netwerkverbinding. Op de router moet de instelling voor DHCP-server zijn ingeschakeld.

Ga desgevraagd akkoord met de licentieovereenkomst voor eindgebruikers.

Configuratie / Netwerk

53

Pagina 54

4.6 Apparaten

EasyLink HDMI-CEC

Met EasyLink HDMI-CEC kan uw TV samenwerken met aangesloten apparaten. U kunt EasyLink-apparaten bedienen met de afstandsbediening van de TV, mits de apparaten zijn aangesloten met een HDMI-kabel. Apparaten met EasyLink worden automatisch weergegeven in het hoofdmenu.

Configuratie

EasyLink is bij levering van de TV ingeschakeld.

Zorg ervoor dat alle HDMI CEC-instellingen correct zijn ingesteld op de aangesloten EasyLink-apparaten. EasyLink werkt mogelijk niet in combinatie met apparaten van een ander merk.

De EasyLink-afstandsbediening uitschakelen

Als u apparaten niet wilt bedienen met de afstandsbediening van de TV, kunt u de EasyLink-afstandsbediening afzonderlijk uitschakelen.

Druk op Hoofdmenu h > Configuratie > TV-instellingen en selecteer eerst EasyLink > EasyLink-afstandsbediening en daarna Uit.

EasyLink uitschakelen

Als u EasyLink volledig wilt uitschakelen, drukt u op Hoofdmenu h > Configuratie > TV-instellingen en selecteert u EasyLink > EasyLink Aan/Uit en vervolgens Uit.

HDMI-CEC op andere merken

De HDMI CEC-functie heeft verschillende namen bij verschillende merken. Enkele voorbeelden zijn Anynet, Aquos Link, Bravia Theatre Sync, Kuro Link, Simplink en Viera Link. Niet alle merken zijn volledig compatibel met EasyLink.

U vindt meer informatie over het gebruik van EasyLink in Help > De basis > Afstandsbediening > Apparaten bedienen.

Een nieuw apparaat toevoegen

Van aangesloten apparaten die EasyLink HDMI-CEC ondersteunen, wordt automatisch hun activiteit in het hoofdmenu weergegeven. Eén apparaat kan meerdere activiteiten toevoegen. Het apparaat moet worden aangesloten met een HDMI-kabel. Als het aangesloten apparaat niet wordt weergegeven in het hoofdmenu, is EasyLink mogelijk uitgeschakeld op het apparaat.

Als het aangesloten apparaat geen EasyLink heeft of niet is aangesloten met een HDMI-kabel, moet u het handmatig toevoegen via Uw apparaten toevoegen in het hoofdmenu.

Uw apparaten toevoegen

Selecteer in het hoofdmenu de optie Uw apparaten toevoegen en druk op OK. Volg de instructies op het scherm.

U wordt gevraagd om het apparaat en de ingang waarop het apparaat is aangesloten, te selecteren.

Het apparaat of de activiteiten van het apparaat worden nu toegevoegd aan het hoofdmenu.

Een apparaat hernoemen

Als u een apparaat in het hoofdmenu wilt hernoemen, selecteert u het apparaat, drukt u op r OPTIONS en selecteert u Hernoemen. Voer de nieuwe naam in met het toetsenbord op de afstandsbediening, op dezelfde manier als waarop u een SMS-/tekstbericht opstelt. Of druk op OK om het toetsenbord op het scherm te openen.

Een apparaat verwijderen

Als u een apparaat of activiteit uit het hoofdmenu wilt verwijderen, selecteert u het item en drukt u op r OPTIONS. Selecteer vervolgens Dit apparaat verwijderen.

Als het apparaat of de activiteit na het verwijderen nog steeds wordt weergegeven in het hoofdmenu, schakelt u de EasyLinkinstelling op het apparaat uit om te voorkomen dat het pictogram automatisch weer wordt toegevoegd.

Synchronisatie tussen audio en video

Wanneer er een home cinema-systeem op de TV is aangesloten, moeten het beeld op de TV en het geluid van het home cinemasysteem worden gesynchroniseerd. U kunt controleren of beeld en geluid goed zijn ingesteld in scènes waarin mensen praten. Wanneer zij stoppen met praten voordat hun lippen stoppen met bewegen, lopen beeld en geluid niet synchroon.

Automatische synchronisatie tussen audio en video In de nieuwere home cinema-systemen van Philips wordt automatisch gesynchroniseerd tussen beeld en geluid en lopen deze altijd synchroon.

Vertraging in audiosynchronisatie

Andere home cinema-systemen hebben mogelijk een vertraging in de audiosynchronisatie nodig om beeld en geluid synchroon af te spelen. Verhoog de vertragingswaarde op het home cinemasysteem totdat het beeld en geluid synchroon lopen. Mogelijk is er een vertraging van 180 ms nodig. Raadpleeg hiervoor de gebruikershandleiding van het home cinema-systeem.

Wanneer er een vertraging is ingesteld in het home cinemasysteem, moet u op de TV Vertraging audio-uitvoer uitschakelen als op het home cinema-systeem dezelfde vertraging voor alle inkomende audio is ingesteld. Als u Vertraging audio-uitvoer wilt uitschakelen, drukt u op h en selecteert u Configuratie > TV-instellingen > Voorkeuren > Vertraging audio-uitvoer. Selecteer Uit en druk op OK.

Als u op het home cinema-systeem geen vertraging kunt instellen of als de maximuminstelling niet het gewenste effect geeft, kunt u de Perfect Natural Motion-beeldverwerking van de TV uitschakelen. U schakelt Perfect Natural Motion uit door op h te drukken en TV-instellingen > Beeld > Perfect Natural Motion te selecteren. Selecteer vervolgens Uit en druk op OK.

Ondertitels automatisch verschuiven

Als u een DVD- of Blu-ray-disc op een nieuw model Philipsspeler afspeelt, kan het zijn dat de ondertitels wat hoger op het scherm worden weergegeven. De ondertitels zijn dan altijd zichtbaar, ongeacht het beeldformaat dat u selecteert. De functie Ondertitels automatisch verschuiven is op de TV standaard ingeschakeld.

Als u Ondertitels automatisch verschuiven wilt uitschakelen, drukt u op h > Configuratie > TV-instellingen > EasyLink > Ondertitels automatisch verschuiven. Selecteer Uit.

Pixel Plus Link

Bij sommige andere apparaten, DVD- of Blu-ray Disc-spelers wordt de beeldkwaliteit volgens de specificaties van dat apparaat verwerkt. Om een slechte beeldkwaliteit als gevolg van een storing met de verwerking ervan op de TV te voorkomen, moet de beeldverwerking van deze apparaten zijn uitgeschakeld. Op de TV is Pixel Plus-link standaard ingeschakeld en wordt de verwerking van de beeldkwaliteit door op de TV aangesloten nieuwe modellen Philips-apparaten uitgeschakeld.

Als u Pixel Plus-link wilt uitschakelen, drukt u op h > Configuratie > TV-instellingen > EasyLink > Pixel Plus-link en selecteert u vervolgens Uit.

Pagina 55

4.7 Universele toegang

Inschakelen

Wanneer universele toegang is ingeschakeld, is de TV geschikt voor gebruik door slechthorenden of slechtzienden.

Inschakelen

Als u Universele toegang niet inschakelt tijdens de installatie, kunt u dit later alsnog doen bij Configuratie.

Als u universele toegang wilt inschakelen, drukt u op h > Configuratie > TV-instellingen > Voorkeuren > Universele toegang. Selecteer Aan en druk op OK.

Wanneer Universele toegang is ingeschakeld in Configuratie, staat de optie Universele toegang in het menu Opties. Met het menu Universele toegang in het menu Opties kunt u specifieke instellingen instellen voor slechthorenden en slechtzienden.

Slechthorenden

Sommige digitale TV-zenders zenden speciale audio en ondertiteling uit voor slechthorenden. Wanneer de optie Slechthorenden is ingeschakeld, schakelt de TV automatisch naar de aangepaste audio en ondertitels, indien beschikbaar.

Inschakelen

Als u de optie Slechthorenden wilt inschakelen, drukt u op r OPTIONS, selecteert u Universele toegang en drukt u op OK. Selecteer Slechthorenden > Aan en druk op OK.

Als u wilt controleren of er een audiotaal voor slechthorenden beschikbaar is, drukt u op r OPTIONS, selecteert u Audiotaal en zoekt u een audiotaal die is gemarkeerd met een î.

Als Universele toegang niet wordt weergegeven in het menu Opties, schakelt u in Configuratie de universele toegang in. Raadpleeg Help > Configuratie > Universele toegang > Inschakelen.

Slechtzienden

Sommige digitale TV-zenders zenden speciale audio voor slechtzienden uit, de zogenaamde Audiobeschrijving. Hierin wordt tijdens pauzes in het gebruikelijke geluid verteld wat in het programma gebeurt.

Inschakelen

Als u de optie voor slechtzienden wilt inschakelen, drukt u op

r OPTIONS, selecteert u Universele toegang en drukt u op OK. Selecteer Slechtzienden > Aan of selecteer, indien beschikbaar, de luidsprekers waarop de aangepaste audio moet worden afgespeeld. Als de audio voor slechtzienden beschikbaar is, speelt de TV deze af.

Volume - Slechtzienden

U kunt het volume van het extra commentaar instellen, indien beschikbaar.

Als u wilt controleren of er een audiotaal voor slechtzienden beschikbaar is, drukt u op r OPTIONS, selecteert u Audiotaal en zoekt u een audiotaal die is gemarkeerd met een Ï.

Als Universele toegang niet wordt weergegeven in het menu Opties, schakelt u in Configuratie de universele toegang in. Raadpleeg Help > Configuratie > Universele toegang > Inschakelen.

Toetstoon

Met Toetstoon hoort u een geluid wanneer u op een knop van de afstandsbediening drukt. Het volume van de toon kan niet worden ingesteld.

Inschakelen

Als u Toetstoon wilt inschakelen, drukt u op r OPTIONS, selecteert u Universele toegang en drukt u op OK. Selecteer Toetstoon > Aan.

Als Universele toegang niet wordt weergegeven in het menu Opties, schakelt u in Configuratie de universele toegang in. Raadpleeg Help > Configuratie > Universele toegang > Inschakelen.

Pagina 56

4.8 Software

Huidige versie

Als u wilt weten wat de versie van de huidige TV-software is, drukt u op h > Configuratie > Software-instellingen > OK. Selecteer Huidige software-informatie en kijk bij Versie:.

Bijwerken vanaf internet

Als de TV is aangesloten op internet, ontvangt u mogelijk een bericht van TP Vision om de TV-software bij te werken. Hiervoor hebt u een snelle (breedband)internetverbinding nodig.

Als u dit bericht ontvangt, raden we u aan de update uit te voeren. Selecteer Update en volg de aanwijzingen op het scherm.

U kunt ook zelf op nieuwe updates controleren. Druk achtereenvolgens op h > Configuratie > Software bijwerken en OK en volg de aanwijzingen op het scherm.

Als de update is voltooid, schakelt de TV automatisch uit en vervolgens weer in. Wacht totdat de TV zichzelf weer inschakelt. Gebruik de aan-uitknop O van de TV niet.

Bijwerken met USB

Mogelijk moet de TV-software worden bijgewerkt. U hebt een PC met een snelle internetverbinding en een USBgeheugenapparaat nodig om de software te kunnen uploaden naar de TV. Gebruik een USB-geheugenapparaat met 256 MB vrije ruimte. De schrijfbeveiliging van dat apparaat moet zijn uitgeschakeld.

1 Starten

2 Identificeren

3 Downloaden

4 TV bijwerken

1 De update starten op de TV

Druk op h > Configuratie > Software bijwerken om de software-update te starten. Selecteer USB.

2 De TV identificeren

Plaats het USB-geheugenapparaat in de zijkant van de TV, selecteer Start en druk op OK. Er wordt een identificatiebestand naar het USB-geheugenapparaat geschreven.

3 De TV-software downloaden

Plaats het USB-geheugen in de PC. Zoek op het USBgeheugenapparaat het bestand update.htm en dubbelklik hierop. Klik op ID versturen. Als er nieuwe software beschikbaar is, downloadt u het ZIP-bestand, pakt u dat bestand uit en kopieert u het bestand autorun.upg naar het USB-geheugenapparaat. Plaats dit bestand niet in een map.

4 De TV-software bijwerken

Plaats het USB-geheugen weer in de TV. De update start automatisch. De TV schakelt zichzelf 10 seconden uit en vervolgens weer in. Een ogenblik geduld.

Doe het volgende niet. . .

Koppel het USB-geheugenapparaat nooit los van de TV als er tijdens de update een stroomstoring optreedt. Als de stroomstoring voorbij is, gaat de update verder.

Aan het einde van de update wordt de melding Operation succesful op het scherm weergegeven. Verwijder het USBgeheugenapparaat en druk op O op de afstandsbediening.

Doe het volgende niet. . .

De TV schakelt zichzelf uit (10 seconden) en vervolgens schakelt de TV weer in. Een ogenblik geduld.

De TV-software is bijgewerkt. U kunt de TV weer gebruiken.

Verwijder het bestand autorun.upg van het USBgeheugenapparaat om abusievelijk bijwerken van de TV-software te voorkomen.

Pagina 57

5 Aansluitingen

5.1 Eerste aansluitingen

Netsnoer

Sluit het netsnoer aan op de stroomaansluiting van de TV.

Trek het netsnoer altijd aan de stekker en nooit aan het snoer uit het stopcontact.

Kabel van satellietantenne

Ondanks dat deze TV in de stand-bymodus zeer weinig energie verbruikt, wordt het toch aangeraden de TV met de aan-uitknop uit te schakelen om zo energie te besparen wanneer u de TV gedurende lange tijd niet gebruikt.

Raadpleeg Help > Aan de slag > Toetsen op de TV > Aanuitknop voor meer informatie over de aan-uitknop.

Zorg ervoor dat het netsnoer stevig in de TV is geplaatst. Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker in het stopcontact kunt komen.

Antennekabel

Zoek de antenneaansluiting aan de achterkant van de TV. Steek de antennekabel goed in de antenneaansluiting a.

Zoek de F-aansluiting van de satellietantenne aan de zijkant van de TV. Sluit de kabel van de satellietantenne aan op deze aansluiting.

Pagina 58

5.2 Kabels en aansluitingen

Kabelkwaliteit

Controleer voordat u apparaten op de TV aansluit, welke aansluitingen beschikbaar zijn op het apparaat. Sluit het apparaat aan op de TV via de beschikbare aansluiting met de hoogste kwaliteit. Kabels van goede kwaliteit zorgen voor een goede overdracht van beeld en geluid. Raadpleeg voor meer informatie de hoofdstukken over kabels en aansluitingen.

In de schema's met aansluitingen die u kunt bekijken via Help > Aansluitingen > Apparaten aansluiten, staan aanbevelingen. Er zijn andere oplossingen mogelijk.

Bezoek de ondersteuningswebpagina's van Philips - www.philips.com/support - en start de Aansluitingsgids voor TV. De gids kan u helpen om de apparaten aan te sluiten die u thuis hebt.

HDMI

Een HDMI-aansluiting biedt de beste beeld- en geluidskwaliteit. Video- en audiosignalen worden overgebracht via één HDMIkabel. Gebruik een HDMI-kabel voor High Definition (HD) TVsignalen. Een HDMI-kabel brengt beeld- en geluidssignalen over in slechts één richting (met uitzondering van HDMI ARC-kabels). Gebruik geen HDMI-kabel die langer is dan 5 m.

HDMI ARC uitschakelen

Als u het audioretoursignaal van de HDMI ARC-verbinding wilt uitschakelen, drukt u op h > Configuratie > TV-instellingen > EasyLink > HDMI 1 ARC, selecteert u Uit en drukt u op OK.

DVI naar HDMI

Gebruik een DVI-naar-HDMI-adapter als uw apparaat alleen een DVI-aansluiting heeft. Gebruik een van de HDMI-aansluitingen en sluit voor het geluid een Audio L/R-kabel (mini-aansluiting van 3,5 mm) aan op Audio In VGA/HDMI aan de achterzijde van de TV.

Kopieerbeveiliging

DVI- en HDMI-kabels bieden ondersteuning voor HDCP (Highbandwidth Digital Contents Protection). HDCP is een signaal voor kopieerbeveiliging waarmee wordt voorkomen dat inhoud van een DVD of Blu-ray Disc wordt gekopieerd. Dit wordt ook wel DRM (Digital Rights Management) genoemd.

Y Pb Pr

Gebruik de Component Video YPbPr-aansluiting samen met een Audio Left- en Right-aansluiting voor geluid.

Zorg er bij het aansluiten voor dat de kleuren van de YPbPraansluitingen en de stekkers overeenkomen. YPbPr is geschikt voor High Definition (HD) TV-signalen.

SCART

EasyLink HDMI-CEC

Als uw apparaten zijn aangesloten met HDMI en over EasyLink beschikken, kunt u de apparaten bedienen met de afstandsbediening van de TV. Raadpleeg Help > De basis > Afstandsbediening > Apparaten bedienen voor meer informatie over EasyLink.

HDMI ARC-aansluiting

Sluit een home cinema-systeem aan op de HDMI ARCaansluiting. Met HDMI ARC hebt u geen extra audiokabel tussen de TV en het home cinema-systeem nodig. Beide kabels zijn gecombineerd in één HDMI-kabel die is aangesloten op HDMI ARC (Audio Return Channel).

Een SCART-kabel combineert video- en audiosignalen. SCARTaansluitingen zijn geschikt voor RGB-videosignalen maar zijn niet geschikt voor High Definition (HD) TV-signalen.

Gebruik de meegeleverde scart-adapter om een scart-kabel aan te sluiten.

58 Aansluitingen / Kabels en aansluitingen

Pagina 59

Video

Als u een apparaat hebt met alleen een videoaansluiting (CVBS), dient u een Video-naar-SCART-adapter te gebruiken (niet meegeleverd). Sluit de Video-naar-SCART-adapter aan op de meegeleverde scart-aansluiting van de TV. Daarna kunt u de Audio L/R-aansluitingen toevoegen.

VGA

Gebruik een VGA-kabel (DE15-aansluiting) om een computer op de TV aan te sluiten. Met deze aansluiting gebruikt u de TV als computermonitor. U kunt een Audio L/R-kabel (mini-aansluiting van 3,5 mm) aansluiten voor het geluid.

Raadpleeg Help > Aansluitingen > Meer apparaten aansluiten > TV als PC-monitor voor het aansluiten van een computer op de VGA-aansluiting.

Aansluitingen / Kabels en aansluitingen 59

Pagina 60

5.3 Apparaten aansluiten

SoundBar

Sluit het apparaat met een HDMI-kabel op de TV aan.

Als u de HDMI-ARC-aansluiting van zowel de TV als het apparaat gebruikt, hebt u geen andere kabel nodig. Lees verder als dit niet het geval is.

Als u de HDMI-ARC-aansluiting niet gebruikt, gebruikt u een digitale audiokabel (optical).

Blu-ray Disc/DVD-speler

Pagina 61

Sluit het apparaat met een HDMI-kabel op de TV aan.

Home cinema-systeem met discspeler

Sluit het apparaat met een HDMI-kabel op de TV aan.

Als u de HDMI-ARC-aansluiting van zowel de TV als het apparaat gebruikt, hebt u geen andere kabel nodig. Lees verder als dit niet het geval is.

Als u de HDMI-ARC-aansluiting niet gebruikt, gebruikt u een digitale audiokabel (optical).

Pagina 62

Geluid met beeld synchroniseren (sync)

Als het geluid niet overeenkomt met het beeld op het scherm, kunt u op de meeste DVD home cinema-systemen een vertraging instellen zodat het geluid en beeld overeenkomen.

Raadpleeg Help > Configuratie > Apparaten > Geluid met beeld synchroniseren voor meer informatie over het synchroniseren van beeld en geluid.

Sluit het audiosignaal van een DVD-speler of ander apparaat niet rechtstreeks op het home cinema-systeem aan. Laat het geluid altijd eerst via de TV gaan.

Recorder

Sluit de antenne met 2 antennekabels op het apparaat en de TV aan.

Gebruik een HDMI-kabel om het apparaat aan te sluiten op de TV.

Pagina 63

Digitale ontvanger/satellietontvanger

Als u TV-kijkt via een digitale ontvanger (een set-top box, ofwel een STB) en u de afstandsbediening van de TV niet gebruikt, dient u de functie voor automatisch uitschakelen uit te schakelen. De TV wordt dan niet automatisch uitgeschakeld als gedurende 4 uur geen toets op de afstandsbediening van de TV wordt ingedrukt.

Als u het automatisch uitschakelen wilt uitschakelen, drukt u op de groene toets terwijl u TV-zenders bekijkt en selecteert u achtereenvolgens Automatisch uitschakelen en Uit.

Sluit de antenne met 2 antennekabels op het apparaat en de TV aan.

Gebruik een HDMI-kabel om het apparaat aan te sluiten op de TV.

Pagina 64

Dig. ontvanger + discrecorder

Als u TV-kijkt via een digitale ontvanger (een set-top box, ofwel een STB) en u de afstandsbediening van de TV niet gebruikt, dient u de functie voor automatisch uitschakelen uit te schakelen. De TV wordt dan niet automatisch uitgeschakeld als gedurende 4 uur geen toets op de afstandsbediening van de TV wordt ingedrukt.

Als u het automatisch uitschakelen wilt uitschakelen, drukt u op de groene toets terwijl u TV-zenders bekijkt en selecteert u achtereenvolgens Automatisch uitschakelen en Uit.

Sluit eerst de apparaten met 3 antennekabels op de TV aan.

Sluit vervolgens de digitale ontvanger met een HDMI-kabel op de TV aan.

← pagina's 33–46verder op pagina 65 →Inhoud