Philips SCH740, tekst van de handleiding
Thermometer · Philips · 4 pagina's in het Nederlands · pdf: 8 pagina's, 1,5 MB
Storingen op pagina 7
Pagina 7
Vanaf de titel; het begin van pagina 7 staat in de pdf.
Problemen oplossen
In dit hoofdstuk worden in het kort de meest voorkomende problemen behandeld die zich kunnen voordoen tijdens het gebruik van het apparaat. Als u het probleem niet kunt oplossen met behulp van de onderstaande informatie, gaat u naar www.philips.com/ support voor een lijst met veelgestelde vragen of neemt u contact op met het Consumer Care Center in uw land.
Probleem Mogelijke Oplossing oorzaak
Het apparaat De batterijen Vervang de reageert niet zijn leeg. batterijen.
of wordt automatisch gereset wanneer ik de batterijstrip verwijder.
| De batterijen zijn in de verkeerde richting geplaatst. | Verwijder de batterijen en plaats ze op de juiste manier. | |
| De batterijen maken niet goed contact. | Verwijder de batterijen en plaats ze op de juiste manier. | |
| De gemeten temperatuur is lager dan 32,4 °C/90,3 °F of hoger dan 42,9 °C/109,2 °F. | Volg de instructies in de gebruiksaan-wijzing voor een correcte meting. | |
| Het apparaat is defect. | Neem contact op met het Philips Consumer Care Center in uw land. | |
| De temperatuur ligt buiten het temperatuurmeetbereik. | Gebruik de thermometer binnen het bereik van de bedrijfsom-standigheden (zie 'Specificaties). | |
| De thermometer lijkt onnauw-keurige of onbetrouwbare meetresul-taten te geven. | De infraroodsensor is niet schoon genoeg. | Maak de infraroodsensor schoon met een wattenstaafje volgens de instructies in de gebruiksaanwijzing. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
| U meet de temperatuur niet op de juiste manier. | Zorg dat de sonde van de thermometer goed op het trommelvlies (Fig. 10) is gericht. Een onjuiste meetpositie (Fig. 11) kan tot onnauwkeurige meetresultaten leiden. Lees de gebruiksaanwijzing goed door, zodat u weet hoe u het apparaat op de juiste manier gebruikt. | |
| Uw kamertemperatuur is te hoog of te laag. | Gebruik uw thermometer bij een kamertemperatuur tussen 10,0 °C en 40,0 °C (50,0 °F en 104,0 °F). | |
| U gebruikt het apparaat buiten. | Het apparaat is alleen bedoeld voor binnengebruik. | |
| U hebt het apparaat te lang vastgehouden. | Plaats het apparaat op een tafel in de ruimte waar u de meting uitvoert en laat het eerst afkoelen. | |
| Het batterijsymbool knippert op het display. | De batterijen zijn leeg. | Vervang de lege batterijen door nieuwe. |
| Op het display wordt ‘Err0’ weergegeven. | Fout met zelftest | Verwijder en vervang de batterijen. Als de fout zich blijft voordoen, neemt u contact op met het Philips Consumer Care Center in uw land. |
| Op het display wordt ‘Err2’ weergegeven. | Stabilisatiefout | Wacht 30 minuten en voer de meting opnieuw uit. |
| Op het display wordt ‘Err3’ weergegeven. | Batterij bijna leeg | Vervang de lege batterijen door nieuwe. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Uitleg van symbolen
De waarschuwingstekens en symbolen moeten ervoor zorgen dat u dit product veilig en op de juiste manier gebruikt, om u en anderen voor letsel te behoeden. Hieronder vindt u een overzicht van de waarschuwingstekens en symbolen die op het etiket en in de gebruiksaanwijzing voorkomen en de betekenis ervan.
Symbool voor 'Volg gebruiksinstructies'.
Dit symbool betekent dat het onderdeel van het apparaat dat in contact komt met het lichaam van de gebruiker (ook wel het aangebrachte onderdeel, meetpunt) van type BF (Body Floating) is conform IEC 60601-1.
Symbool voor 'Dit apparaat voldoet aan de eisen van de Europese Richtlijn Medische Hulpmiddelen 93/42/EEG'. ‘0344’ verwijst naar de aangemelde keuringsinstantie.
Symbool voor WEEE (Waste Electrical and Electronical Equipment; afval van elektrische en elektronische apparatuur). Elektrische afvalproducten mogen niet via huishoudelijk afval worden afgevoerd. Deze producten dienen waar mogelijk ter recycling te worden aangeboden. Informeer bij de lokale overheid of de winkel naar recyclingmogelijkheden en raadpleeg het hoofdstuk 'Batterijen recyclen'.
Dit symbool betekent dat dit product batterijen bevat die niet met het gewone huishoudelijke afval mogen worden weggegooid (2006/66/EG).
Geeft de fabrikant aan, overeenkomstig EU-richtlijnen 93/42/EEG.
Symbool voor 'Bluetooth-compatibiliteit'. Het apparaat communiceert via Bluetooth.
Dit symbool wordt gevolgd door het serienummer van de fabrikant, waarmee een specifiek apparaat kan worden geïdentificeerd.
Symbool voor gebruik binnenshuis.
Geeft aan dat voorzichtigheid is geboden. De gebruiker moet de gebruiksaanwijzing raadplegen voor belangrijke informatie zoals waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen die om diverse redenen niet op het medische apparaat zelf kunnen worden weergegeven.
IP 22: het eerste nummer 2: Beschermd tegen indringen van vaste voorwerpen groter dan 12,5 mm diameter. Het tweede nummer 2: Beschermd tegen verticaal vallende waterdruppels wanneer het apparaat onder een hoek van 15° geplaatst word. Verticaal vallende waterdruppels zullen geen schadelijk effect hebben wanneer het apparaat onder een maximale hoek van 15° geplaatst wordt, aan weerszijde van de vertikaal.
| –20ºC | 60ºC | Geeft het temperatuurbereik aan waaraan het medische apparaat tijdens opslag en vervoer veilig kan worden blootgesteld: -20 °C tot 60 °C. |
| Geeft het Relatieve Vochtigheidsbereik aan waaraan het medische apparaat tijdens opslag en vervoer veilig kan worden blootgesteld: 15% to 85% | ||
| Symbool voor de Philips-garantie van 2 jaar. | ||
| De Groene Punt ('Der Grüne Punkt' in het Duits) is het logo voor de licentie van een Europees netwerk van door de branche gefinancierde systemen voor het recyclen van verpakkingsmaterialen van consumptiegoederen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Elektromagnetische emissie en immuniteit
Het apparaat is goedgekeurd volgens EMC-veiligheidsnorm EN 60601-1-2. Het is ontwikkeld voor thuisgebruik. Philips Consumer Lifestyle BV verklaart hierbij dat de radioapparatuur van het type Bluetooth LE voldoet aan richtlijn 2014/53/EU.
De volledige tekst van de Europese conformiteitsverklaring is te vinden op de volgende website: www.philips.com/support
EMC-richtlijnen
- Voor de oorthermometer zijn speciale voorzorgsmaatregelen inzake EMC nodig. Het apparaat moet worden geïnstalleerd en gebruikt overeenkomstig de EMC-informatie in dit document. - Houd het apparaat ten minste 3,3 meter verwijderd van draadloze communicatieapparatuur die de werking van de monitor kan verstoren, zoals draadloze thuisnetwerkapparaten, mobiele telefoons, draadloze telefoons en hun basisstations en walkie-talkies.
Opmerking: Zoals vermeld in IEC 60601-1-2:2007 voor ME-apparatuur, een gangbare mobiele telefoon met een maximaal vermogen van 2 W levert d=3,3 m bij een immuniteitsniveau van 3 V/m.
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant – elektromagnetische emissie - voor alle ME-apparatuur en ME-systemen
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant – elektromagnetische emissie
Het apparaat is bedoeld voor gebruik in de hieronder beschreven elektromagnetische omgeving. De klant of de gebruiker van het apparaat dient zich ervan te verzekeren dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
Pagina 8
| Emissietest | Compli-antie |
|---|---|
| RF-emissie | Groep 1 |
| CISPR 11 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
| RF-emissie | Klasse B |
|---|---|
| CISPR 11 | |
| Harmonische emissie IEC | Niet van toepas |
| 61000-3-2 | sing |
| Spanningsfluc-tuaties/flikke-remissie IEC | Niet van toepassing |
| 61000-3-3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Elektromagnetische omgeving - richtlijnen
Radiofrequente (RF) energie wordt alleen gebruikt voor de interne werking van de SCH740. De RF-emissie van het apparaat is daardoor zeer laag en de kans dat het apparaat interferentie veroorzaakt in de buurt van elektronische apparatuur, is dus zeer klein.
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant – elektromagnetische immuniteit - voor alle ME-apparatuur en ME-systemen Richtlijnen en verklaring van de fabrikant – elektromagnetische immuniteit
Het apparaat is bedoeld voor gebruik in de hieronder beschreven elektromagnetische omgeving. De klant of de gebruiker van het apparaat dient zich ervan te verzekeren dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
| Immuni | IEC | Nale | Elektromagneti |
|---|---|---|---|
| teitstest | 60601 testniveau | vingsniveau | sche omgeving - richtlijnen |
| Elektro-statische ontlading | ±6 kV contact | ±6 kV contact | Vloeren moeten zijn gemaakt van hout, beton of keramische |
| (ESD) | ±8 kV lucht | ±8 kV lucht | tegels. Indien |
| IEC | vloeren zijn bedekt | ||
| 61000- 4-2 | met synthetisch materiaal, moet de relatieve vochtigheid ten minste 30% zijn. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Magnetisch veld van netfre-quentie (50/60 Hz) IEC 61000- 4-8
3 A/m
3 A/m
De magnetische velden van de netfrequentie moeten het niveau van een typische locatie in een gangbare commerciële of ziekenhuisomgeving hebben.
Tabel 4 Richtlijnen en verklaring van de fabrikant inzake elektromagnetische immuniteit, voor ME-apparatuur en ME-systemen die niet levensondersteunend zijn Richtlijnen en verklaring van de fabrikant inzake elektromagnetische immuniteit.Het apparaat is bedoeld voor gebruik in de hieronder beschreven elektromagnetische omgeving. De klant of de gebruiker van het apparaat dient zich ervan te verzekeren dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
| Immuni IEC 60601 teitstest TESTNIVEAU | Compliantieniveau |
| Uitgestraalde RF 3 Vrms | 3 Vrms |
| IEC 61000-4-6 150 kHz - 80 MHz | |
| RF-straling 3 V/m | 3 V/m |
| IEC 61000-4-3 80 MHz - 2,5 GHz |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Elektromagnetische omgeving - richtlijnen
Draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur mag niet dichter bij enig deel van het apparaat, inclusief de kabels, worden gebruikt dan de aanbevolen scheidingsafstand berekend aan de hand van de vergelijking voor de zenderfrequentie.
Aanbevolen scheidingsafstand:
d = 1,2 √P
d = 1,2 √P 80 MHz - 800 MHz
d = 2,3 √P 800 MHz - 2,5 GHz,
waarbij P staat voor het nominale maximale uitgangsvermogen voor de zender in watt (W) volgens de zenderfabrikant, en d voor de aanbevolen scheidingsafstand in meters (m).
De veldsterkte van vaste RF-zenders, bepaald door controle van de elektromagnetische omgeving (a), moet lager zijn dan het compliantieniveau in elk frequentiebereik (b).
Interferentie kan zich voordoen in de nabijheid van apparatuur die is voorzien van het volgende symbool:
OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz geldt het hoogste frequentiebereik.
OPMERKING 2: Deze richtlijnen gelden mogelijk niet in alle situaties. De elektromagnetische voortplanting wordt beïnvloed door de absorptie en de reflectie van structuren, objecten en mensen.
(a) De veldsterkte van vaste zenders zoals basisstations voor radiotelefoons (mobiel/draadloos) en portofoons, CB, AM- en FM-uitzendingen en TV-uitzendingen kan niet nauwkeurig theoretisch worden voorspeld. Voor het bepalen van de elektromagnetische omgeving die door vaste RF-zenders wordt gecreëerd, moet een elektromagnetische meting ter plaatse worden overwogen. Als de gemeten veldsterkte op de locatie waar de RF-generator wordt gebruikt het RF-compliantieniveau hierboven overschrijdt, moet worden gecontroleerd of de RF-generator naar behoren functioneert. Wanneer de RF-generator afwijkend presteert, zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals het draaien of verplaatsen van het apparaat.
(b) Binnen het frequentiebereik van 150 kHz - 80 MHz moet de veldsterkte kleiner zijn dan 3 V/m.
Tabel 6 Aanbevolen scheidingsafstanden tussen draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur en de ME-apparatuur of het ME-systeem, voor ME-apparatuur en ME-systemen die niet levensondersteunend zijn
Aanbevolen scheidingsafstanden tussen draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur en de bloeddrukmonitor.
Het apparaat is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin uitgestraalde RF-storing beheerst wordt. De klant of de gebruiker van het apparaat kan elektromagnetische interferentie helpen voorkomen door een minimale scheidingsafstand aan te houden tussen draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur (zenders) en het apparaat, zoals hieronder aanbevolen, overeenkomstig het maximale uitgangsvermogen van de communicatieapparatuur.
Scheidingsafstand volgens zenderfrequentie (m)
Nominaal 150 kHz - 80 MHz - 800 MHz - maximaal 80 MHz 800 MHz 2,5 GHz uitgangs
| vermogen zender (W) | d = 1,2 √ P | d = 1,2 √ P | d = 2,3 |
| 0.01 | 0.12 | 0.12 | 0.2 |
| 0.1 | 0.37 | 0.37 | 0.74 |
| 1 | 1.2 | 1.2 | 2.3 |
| 10 | 3.7 | 3.7 | 7.4 |
| 100 | 12 | 12 | 23 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Voor zenders waarvan het maximale uitgangsvermogen hierboven niet vermeld staat, kan de aanbevolen scheidingsafstand (d) in meters (m) worden geschat aan de hand van de vergelijking voor de zenderfrequentie, waarbij P het nominale maximale uitgangsvermogen voor de zender in watt (W) is, volgens de zenderfabrikant. OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz geldt de scheidingsafstand voor het hoogste frequentiebereik. OPMERKING 2: Deze richtlijnen gelden mogelijk niet in alle situaties. De elektromagnetische voortplanting wordt beïnvloed door de absorptie en de reflectie van structuren, objecten en mensen.
Pagina's 1–4: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 5
Tableau 6 Distances de séparation recommandées entre les équipements de communication RF portables et mobiles et l‘équipement ou le système EM (pour un équipement ou des systèmes EM qui ne sont pas vitaux) Distances de séparation recommandées entre les équipements de communication RF portables et mobiles et l‘appareil.
L‘appareil est destiné à être utilisé dans un environnement électromagnétique dans lequel les perturbations radioélectriques par radiation sont contrôlées. Le client ou l‘utilisateur de l‘appareil peut prévenir les perturbations électromagnétiques en respectant les distances de séparation minimales recommandées ci-dessous entre les équipements de communication RF portables et mobiles (émetteurs) et l‘appareil, en fonction de la puissance maximale de sortie de l‘équipement de communication.
Distance de séparation en fonction de la fréquence de l'émetteur (m)
| Puissance 150 kHz à | 80 MHz à | 800 MHz à |
|---|---|---|
| nominale 80 MHz de sortie | 800 MHz | 2,5 GHz |
| d = 1,2 √ P maximale de l'émetteur (W) | d = 1,2 √ P | d = 2,3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 5)
Pour les émetteurs avec une puissance nominale de sortie maximale ne figurant pas dans le tableau ci-dessus, la distance de séparation recommandée d en mètres (m) peut être déterminée à l‘aide de l‘équation applicable à la fréquence de l‘émetteur, où P correspond à la puissance nominale de sortie maximale de l‘émetteur en watts (W) indiquée par le fabricant de l‘émetteur.
REMARQUE 1 : à 80 MHz et 800 MHz, la distance de séparation pour la plage de fréquences supérieure s‘applique.
REMARQUE 2 : ces directives peuvent ne pas s‘appliquer dans tous les cas. La propagation électromagnétique dépend de l‘absorption et de la réflexion des structures, objets et personnes.
NEDERLANDS
Introductie
Gefeliciteerd met uw aankoop en welkom bij Philips! Registreer uw product op www.philips.com/welcome om optimaal gebruik te kunnen maken van de door Philips geboden ondersteuning.
Beoogd gebruik
Het product is bedoeld om de temperatuur van het menselijk lichaam te meten via het oorkanaal, met behulp van een infraroodsensor. Het apparaat is geschikt voor alle leeftijden en bedoeld voor thuisgebruik.
Algemeen
Deze Philips Avent uGrow smart oorthermometer is ontwikkeld voor een nauwkeurige en snelle meting van de lichaamstemperatuur bij mensen via het oor in de aangepaste modus.
Uit onderzoek blijkt dat het oor een ideale plaats is voor het opnemen van de lichaamstemperatuur.
De lichaamskerntemperatuur wordt geregeld door de hypothalamus (Fig. 2). De hypothalamus (1) maakt gebruik van dezelfde bloedtoevoer als het trommelvlies
Meetresultaten kunnen via Bluetooth® naar de Philips Avent uGrow app worden verzonden, waar ze worden weergegeven en bijgehouden.
Algemene beschrijving (fig. 1)
1 Beschermkap
2 Infraroodsensor
3 Punt
4 Geschiedenis pictogram
5 Bluetooth® pictogram
6 Batterijsymbool
7 Temperatuurdisplay
8 Aan-uitknop
9 Lichtring voor temperatuuraanduiding
10 Keuzeknop (°C/°F)
11 Batterijvak
12 Batterijklep
Belangrijke veiligheidsinformatie
Lees deze belangrijke informatie zorgvuldig door voordat u het apparaat gaat gebruiken. Bewaar deze informatie om deze indien nodig later te kunnen raadplegen.
Waarschuwing
- Meet de lichaamstemperatuur niet in het oor als het oor ontstoken of geïnfecteerd is.
- Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen en huisdieren vanwege kleine onderdelen die kunnen worden ingeslikt of verstikkingsgevaar opleveren. Kinderen zijn niet altijd in staat om het apparaat te gebruiken volgens de instructies in deze gebruikershandleiding. Dit apparaat is geen speelgoed.
- Gooi wegwerpbatterijen niet in het vuur.
De batterijen kunnen dan ontploffen.
- Gebruik het apparaat niet in een nat oorkanaal na het zwemmen, baden of douchen. Dit kan verwondingen aan het oorkanaal veroorzaken.
- Gebruik het apparaat niet als het kapot of beschadigd is. Het gebruik van een kapot of beschadigd apparaat kan verwondingen veroorzaken.
Let op
- Gebruik het apparaat alleen zoals in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Gebruik het niet voor andere doeleinden.
- Het apparaat is niet bedoeld als vervanging van een bezoek aan de huisarts. Meetresultaten dienen slechts als referentie.
- Wanneer het apparaat wordt gebruikt om de temperatuur van een kind te meten, moet de meting door een volwassene worden uitgevoerd.
Volwassenen kunnen hun eigen temperatuur meten.
- Als u het oor schoonmaakt, wacht u vervolgens 5 tot 10 minuten voordat u het apparaat gebruikt.
- Oorsmeer in het oorkanaal kan tot onnauwkeurige metingen leiden. Controleer of het oorkanaal schoon is voordat u het apparaat gebruikt.
- Het is in geen enkel geval toegestaan om delen van het apparaat uit elkaar te halen, te repareren of aan te passen.
- Bewaar het apparaat niet bij extreme temperaturen (onder -20 °C/-4 °F of boven 60 °C/140 °F) of bij extreme luchtvochtigheidsniveaus (onder 15%
RH of boven 85% RH). Dit kan tot onnauwkeurige meetresultaten leiden.
- Zorg dat de infraroodsensor droog, schoon en onbeschadigd blijft, om er zeker van te zijn dat de metingen nauwkeurig zijn.
- Raak de infraroodsensor niet aan en blaas er niet op. Als de infraroodsensor vuil is, kan dat tot onnauwkeurige metingen leiden.
- Maak het apparaat nooit schoon met een schuurmiddel, thinner of benzeen en dompel het apparaat nooit onder in water of een andere vloeistof.
- Wanneer de temperatuur in de opslagruimte afwijkt van de temperatuur in de ruimte waar de meting wordt uitgevoerd, wacht u ten minste 30 minuten voordat u het apparaat gebruikt.
- Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt, raden we u aan de batterijen te verwijderen voordat u het apparaat opbergt. Zo voorkomt u dat het apparaat beschadigd raakt als gevolg van lekkende batterijen. Als de batterijen lekken, verwijdert u ze voorzichtig en vervangt u ze door nieuwe batterijen.
Naleving van normen - Het apparaat voldoet aan de geldende normen voor dit type elektrische medische apparaten voor thuisgebruik (klasse IIa).
- Dit Philips-apparaat voldoet aan alle toepasselijke normen en voorschriften met betrekking tot blootstelling aan elektromagnetische velden en voldoet aan norm EN 60601-1-2. - De onderdelen die met de huid in contact komen (AB, TPU, metaal), voldoen aan ISO 10993-5 en ISO 10993-10. De grenzen voor cytotoxiciteit, sensibilisatie en huidirritatie worden niet overschreden.
- Op basis van de huidige wetenschappelijke en technologische kennis, zijn geen andere potentiële allergische reacties bekend.
Klinische nauwkeurigheid validatieresultaten:
| Leeftijdsgroep subject | A1 A2 B | C |
|---|---|---|
| Bedieningsmodus | Aangepaste modus | |
| Meetlocatie | Oor | |
| Referentiemeting (lichaamslocatie) | Oor | |
| Klinische bias (Δcb) | -0.020 -0.033 -0.014 | -0.016 |
| Limits of agreement (LoA) | 0.203 0.195 0.198 | 0.199 |
| Klinische herhaalbaarheid (σr) | 0.0770 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 5)
Display
| Symbool | Beschrijving | Verklaring |
|---|---|---|
| Geschiedenis pictogram | Wanneer u het apparaat inschakelt, wordt het laatste meetresultaat op het display weergegeven. | |
| Bluetooth® pictogram | Het apparaat communiceert via Bluetooth®. | |
| Batterijsymbool | Batterijsymbool geeft de status van de batterij aan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 5)
Batterijstatusaanduidingen
Batterij vol
Wanneer de batterij helemaal vol is, wordt een volle batterij (Fig. 3) weergegeven.
Batterij bijna leeg
Wanneer de batterij bijna leeg is, wordt een bijna lege batterij (Fig. 4) weergegeven.
Met 2x 1.5V AAA, 700mAh batterijen kunnen 500 metingen gedaan worden. (23 +/- 5C, 50+/- 20% RH).
Klaarmaken voor gebruik
De batterijen (2x AAA, 1,5 V) worden meegeleverd met het apparaat. Verwijder de beschermstrip uit het batterijvak wanneer u het apparaat voor het eerst gebruikt.
Schuif het deksel van het batterijvak weer terug tot het vastklikt (Fig. 16).
De thermometer aan uw mobiele apparaat koppelen
Uw Philips Avent smart oorthermometer is uitgerust met Bluetooth®. Download de Philips Avent uGrow app via de App Store of Google Play. Gebruik de volgende zoekterm: Philips Avent uGrow. De Philips Avent uGrow app is beschikbaar voor iOS 8.1+ en Android 4.4+. 1 Download de Philips Avent uGrow app op uw mobiele apparaat, volg de stappen om een account te maken en de thermometer toe te voegen.
Opmerking: Zorg dat de Philips Avent uGrow app is geopend en Bluetooth® is ingeschakeld op uw mobiele apparaat tijdens het koppelproces.
2 Volg de instructies in the app.
- De app herkent de thermometer en vraagt het apparaat om een koppeling tot stand te brengen.
Opmerking: Wanneer de thermometer met uw mobiele apparaat is verbonden, gaat het Bluetooth-symbool branden.
Opmerking: Bij inactiviteit wordt de thermometer na 30 seconden automatisch uitgeschakeld.
- Wilt u meer informatie over het koppelen van de thermometer aan uw mobiele apparaat, ga dan naar www.philips.com/earthermometer.
Opmerking: Uw persoonlijke meetgegevens kunnen alleen worden overgebracht als de Philips Avent uGrow app is geopend.
De infraroodsensor schoonmaken Controleer altijd of de infraroodsensor schoon is, zodat u zeker weet dat de metingen nauwkeurig zijn. Gebruik een wattenstaafje om de infraroodsensor schoon te maken. Zie het hoofdstuk ‘Schoonmaken en opbergen’ voor instructies.
Pagina 6
Na het schoonmaken wacht u 5 tot 10 minuten voordat u het apparaat gebruikt.
Het oor schoonmaken
Oorsmeer in het oorkanaal kan tot onnauwkeurige metingen leiden. Controleer of het oorkanaal schoon is voordat u het apparaat gebruikt.
Maak uw oorkanaal voorzichtig schoon. Als u uw oor schoonmaakt, wacht u 5 tot 10 minuten voordat u het apparaat gebruikt.
De thermometer resetten
Als u langer dan 10 seconden op de keuzeknop (°C/°F) aan de zijkant van de thermometer drukt, worden alle metingen uit het apparaat gewist en worden alle instellingen teruggezet naar de fabriekswaarden.
Temperatuur meten
Tips voor correcte meting
Externe factoren kunnen van invloed zijn op uw lichaamstemperatuur. In de volgende gevallen wacht u ten minste 30 minuten voordat u uw temperatuur opneemt:
- Wanneer u op uw oor hebt gelegen.
- Wanneer uw oren bedekt zijn geweest.
- Wanneer u aan zeer lage of zeer hoge temperaturen bent blootgesteld.
- Wanneer u hebt gezwommen, in bad bent geweest of hebt gedoucht.
- Als u oordopjes of een gehoorapparaat gebruikt, dient u deze eerst te verwijderen.
We raden u af het apparaat in de volgende omstandigheden te gebruiken, aangezien dit tot onnauwkeurige metingen kan leiden:
- Wanneer de temperatuur in de opslagruimte afwijkt van de temperatuur in de ruimte waar de meting wordt uitgevoerd. In dat geval wacht u ten minste 30 minuten voordat u het apparaat gebruikt. - Als u oordruppels of andere medicatie voor uw oren gebruikt. In dat geval meet u de temperatuur in het onbehandelde oor (indien mogelijk).
Lichaamstemperatuur
De normale lichaamstemperatuur ligt binnen een bepaald bereik. Het bereik van de normale lichaamstemperatuur ligt lager naarmate mensen ouder worden. De volgende tabel toont het bereik van de normale temperatuur per leeftijd.
Het bereik van de normale lichaamstemperatuur verschilt per persoon en is afhankelijk van vele factoren, zoals tijdstip, niveau van activiteit en emoties.
| Leeftijd | Temperatuur in °Celsius | Temperatuur in °Fahrenheit |
|---|---|---|
| 0-2 jaar | 36,4 - 38,0 °C | 97,5 - 100,4 °F |
| 3-10 jaar | 36,1 - 37,8 °C | 97,0 - 100,0 °F |
| 11-65 jaar | 35,9 - 37,6 °C | 96,6 - 99,7 °F |
| > 65 jaar | 35,8 - 37,5 °C | 96,4 - 99,5 °F |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Bron: Chamberlain, J.M., et al., Determination of Normal Ear Temperature with an Infrared Emission Detection Thermometer, Annals of Emergency Medicine, januari 1995, vol. 25, pp. 15-20.
Een meting uitvoeren
Opmerking: Zorg dat de sonde van het apparaat schoon is voordat u een meting uitvoert.
1 Verwijder het beschermkapje van de thermometer voordat u het apparaat (Fig. 6) gebruikt.
2 Druk op de aan-uitknop om het apparaat in te schakelen.
- Op het display wordt naast het laatste meetresultaat ook het geschiedenispictogram weergegeven.
3 Pak de oorschelp vast en trek deze zachtjes naar de achterkant van het hoofd, zodat het oorkanaal recht is.
- Kinderen jonger dan 1 jaar: pak de oorschelp vast en trek deze zachtjes recht naar achteren (Fig. 7). - Kinderen van 1 jaar en ouder: pak de oorschelp vast en trek deze zachtjes omhoog en naar achteren (Fig. 8).
4 Plaats de sonde heel voorzichtig en langzaam in het oorkanaal (Fig. 9).
- Houd het apparaat zo vast dat de sonde recht naar het trommelvlies wijst (Fig. 10).
- Plaats de sonde altijd in hetzelfde oor, in dezelfde richting en op dezelfde diepte.
Opmerking: Als u de sonde niet op het trommelvlies (Fig. 11) gericht houdt, levert dat een onnauwkeurig meetresultaat op.
Opmerking: Een temperatuurmeting in het rechteroor kan afwijken van een temperatuurmeting in het linkeroor.
5 Druk op de aan-uitknop om de meting (Fig. 12) te starten.
- Wanneer de meting is voltooid, hoort u 2 pieptonen.
6 Verwijder de sonde uit het oorkanaal (Fig. 13). - Op het display wordt de gemeten temperatuur weergegeven en de lichtring rond de aanuitknop gaat rood branden, afhankelijk van het meetresultaat.
Opmerking: Op het display van het apparaat wordt de gemeten temperatuur gedurende 30 seconden weergegeven of tot een nieuwe meting wordt uitgevoerd.
Opmerking: In de punt van de thermometer bevindt zich een thermale sensor. Direct na een meting heeft het apparaat korte tijd (circa 6 seconden) nodig om de thermale sensor te stabiliseren, om de nauwkeurigheid van de volgende meting te kunnen garanderen.
Gedurende deze 6 seconden kan geen meting worden verricht. De achtergrondverlichting van de thermometer wordt uitgeschakeld zodra het apparaat klaar is voor een nieuwe meting. Als u binnen 6 seconden meerdere keren probeert een meting te doen, laat de thermometer door middel van drie achtereenvolgende korte piepjes weten dat er geen meting is verricht. In dat geval moet u even wachten voordat u het opnieuw kunt proberen.
Lichtring voor temperatuuraanduiding De aan-uitknop (Fig. 14) van dit apparaat is voorzien van een lichtring voor temperatuuraanduiding. Na de meting gaat de ring rood branden, afhankelijk van de gemeten temperatuur.
- Wanneer de lichtring voor temperatuuraanduiding rood gaat branden, ligt de gemeten temperatuur tussen 38,0 °C (100,4 °F) en 42,9 °C (109,2 °F).
Persoonlijke meetresultaten overbrengen en weergeven in de app
1 Open de Philips Avent uGrow app, ga naar het onderdeel Temperatuur en schakel Bluetooth in op uw mobiele apparaat.
2 Zodra de thermometer met uw mobiele apparaat is verbonden, gaat het Bluetooth-symbool branden op het display van de thermometer.
- Wanneer er verbinding is, worden meetresultaten automatisch via Bluetooth naar uw mobiele apparaat verzonden. Wilt u meer informatie over het overbrengen en weergeven van meetresultaten in de app, ga dan naar www.philips.com/ earthermometer.
- Wanneer de gegevensoverdracht is voltooid, wordt het meetresultaat in de Philips Avent uGrow app weergegeven en is het niet meer beschikbaar in de thermometer.
- In de Philips Avent uGrow app worden de datum en tijd van elke meting weergegeven.
Batterijen verwijderen/plaatsen
Wanneer de batterijen bijna leeg zijn, verschijnt op het display een knipperend batterijsymbool met de tekst ‘bAtt’ (Fig. 15).
Wanneer het ‘batterij bijna leeg’-symbool op het display (Fig. 4) verschijnt of als het apparaat helemaal niet werkt, vervangt u de batterijen zo snel mogelijk. Het apparaat werkt op 2 AAA-batterijen (1,5 V).
Wanneer de batterijen helemaal leeg zijn of uit de thermometer worden verwijderd, gaan de gegevens verloren.
1 Schuif het deksel van het batterijvak naar beneden om het batterijvak te openen en de lege batterijen (Fig. 16) te verwijderen.
2 Plaats twee nieuwe batterijen in het batterijvak volgens de aanduidingen (+/-) aan de binnenzijde van het batterijvak. Druk op de batterijen tot ze vastklikken (Fig. 17).
3 Schuif het deksel van het batterijvak weer terug tot het vastklikt (Fig. 18).
De meeteenheid instellen
U kunt Celsius (°C) of Fahrenheit (°F) selecteren om de temperatuur te meten.
1 Schakel het apparaat in.
2 Houd de keuzeknop (°C/°F) gedurende 3 seconden ingedrukt om de meeteenheid (Fig. 19) te wijzigen.
Schoonmaken en opbergen
Gebruik een wattenstaafje om de infraroodsensor schoon te maken.
1 Bevochtig het wattenstaafje met enkele druppels alcohol en wrijf met het wattenstaafje (Fig. 20) voorzichtig over het oppervlak van de infraroodsensor.
2 Wrijf het oppervlak meteen droog met een schoon wattenstaafje.
3 Gebruik een zachte droge doek om de behuizing van het apparaat (Fig. 21) schoon te maken.
4 Bewaar het apparaat bij kamertemperatuur op een schone, droge plaats.
Waarschuwing: Stel het apparaat niet bloot aan extreme temperaturen (onder -20 °C/-4 °F of boven 60 °C/140 °F), extreme luchtvochtigheidsniveaus (onder 15% RH of boven 85% RH), direct zonlicht of schokken. Dit kan leiden tot storingen.
Kalibratie
Het apparaat is bij de productie gekalibreerd.
Als het apparaat volgens de instructies wordt gebruikt, is een periodieke herkalibratie niet nodig. Als u op enig moment twijfelt aan de nauwkeurigheid van de meting, neemt u contact op met het Consumer Care Centre in uw land.
Probeer het apparaat niet aan te passen of opnieuw in elkaar te zetten.
De verwachte levensduur van het apparaat is 2 jaar.
Specificaties
| Stroomvoorziening | 2 niet-oplaadbare AAA-batterijen |
|---|---|
| Bereik temperatuurmeting | 32,4 °C - 42,9 °C /90,3 °F -109,2 °F |
| Nauwkeurigheid oormeting | ±0.2°C (± 0,4 °F) binnen het bereik van 32,4°C - 42,9°C (90,3 °F - 109,2 °F) |
| Afmetingen | 134 (L) x 37 (B) x 27 (D) mm |
| Gewicht | Circa 54,6 g (zonder batterijen) |
| Bedrijfsomstandigheden | 10.0°C - 40,0°C (50,0 °F - 104,0 °F), bij een relatieve luchtvochtigheid van 15% - 85%, 86kPa - 106kPa |
| Opberg- en transportom-standigheden | -20°C - 60°C (-4 °F - 131 °F), bij een relatieve luchtvochtigheid van 15% - 85%, 86kPa - 106kPa |
| Frequentieband | 2402-2480 MHz |
| Modulatie | GFSK |
| Effectief uitgestraald vermogen | Max. +5dBm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Accessoires bestellen
Ga naar www.shop.philips.com/service of uw Philips-dealer om accessoires of reserveonderdelen aan te schaffen. U kunt ook contact opnemen met het Philips Consumer Care Centre in uw land (zie de meegeleverde wereldwijde garantieverklaring voor contactgegevens).
Recyclen
- Dit symbool betekent dat dit product niet samen met het gewone huishoudelijke afval mag worden weggegooid (2012/19/EU) (Fig. 22).
- Dit symbool betekent dat dit product wegwerpbatterijen bevat die niet met het gewone huishoudelijke afval mogen worden weggegooid (2006/66/EG) (Fig. 23).
- Volg de in uw land geldende regels voor de gescheiden inzameling van elektrische en elektronische producten en batterijen. Als u oude producten op de juiste manier verwijdert, voorkomt u negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid.
Pagina 7: zie Storingen hierboven.
Pagina 8: zie hierboven.