Siemens BE523LMB1, tekst van de handleiding
Pagina's 93–103 van 104 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 93
Afvoeren nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 93 |
| Deur is niet helemaal gesloten. ▸ Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. | |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Magnetronvermogen is te laag ingesteld. ▸ Stel een hoger magnetronvermogen in. Pagina 87 |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan. ▸ Stel een langere tijdsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig. | |
| Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▸ Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. | |
| Draaischijf krast of schuurt. | Vuil of vreemde voorwerpen bevinden zich in het bereik van de aandrijving van de draaischijf. ▸ Reinig de rolring en het verlaagde deel in de binnenruimte. |
| Magnetronfunctie breekt af. | Apparaat heeft een storing. ▸ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. |
| Het toestel is niet in gebruik. Op het display wordt een tijdsduur weergegeven. | Instelgebied is per ongeluk aangeraakt. ▸ Druk op . |
| Na het instellen werd niet op gedrukt. ▸ Druk op of wis de instelling door op te drukken. | |
| Op het display branden drie nullen. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Stel de tijd opnieuw in. "Eerste keer in gebruik nemen", Pagina 85 |
| Op het display staat een . | Demomodus is geactiveerd. ▸ Deactiveer de demomodus. "Basisinstelingen", Pagina 90 |
| Melding verschijnt op het display. | Fout in het automatische deuropeningssysteem. 1. Apparaat uitschakelen. 2. 10 minuten wachten. 3. Apparaat weer inschakelen. ▸ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 93)
14 Afvoeren
14.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
15 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende
Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen
93
Pagina 94
nl Zo lukt het
van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur worden vervangen.
De informatie conform verordening (EU) 2023/826 vindt u online op siemens-home.bsh-group.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
16 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
16.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Opmerking
De insteladviezen gelden altijd voor de koude en lege binnenruimte.
De opgegeven tijden in de overzichten zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- 1. Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Kies een gewenst gerecht uit de insteladviezen.
- 3. De gerechten in een geschikte vorm doen.
"Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron", Pagina 86
- 4. De vorm op de draaischijf plaatsen.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies. Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de tijdsduur verlengen. Als in de tabellen twee magnetronvermogens en tijdsduren zijn aangegeven, eerst het eerste magnetronvermogen en de eerste tijdsduur instellen en na het signaal het het tweede magnetronvermogen en de tweede tijdsduur.
Als u van de tabellen afwijkende hoeveelheden wilt bereiden, stel dan voor de dubbele hoeveelheid ongeveer de dubbele tijdsduur in.
- 6. Gebruik pannenlappen wanneer u hete vormen uit de binnenruimte neemt.
16.2 Tips om te ontdooien en op te warmen
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Het gerecht moet na het verstrijken van de tijdsduur ontdooid, heet of gaar zijn. | Stel een langere tijdsduur in. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. |
| Het gerecht mag na het verstrijken van de tijdsduur aan de rand niet oververhit zijn en in moet in het midden gaar zijn. | Het gerecht tussendoor omroeren. Een lager magnetronvermogen en een langere tijdsduur instellen. |
| Gevogelte of vlees mag na het ontdooien niet alleen van buiten gebakken, maar in het midden nog bevroren zijn. | Een lager magnetronvermogen instellen. Het te ontdooien gerecht bij grote hoeveelheden meerdere malen keren. |
| Het gerecht mag niet te droog zijn. | Een lager magnetronvermogen instellen. Een kortere tijdsduur instellen. Gerecht afdekken. Meer vloeistof toevoegen. |
Pagina 95
Zo lukt het nl
16.3 Ontdooien
Met uw apparaat kunt u diepvriesproducten ontdooien.
Gerechten ontdooien
- 1. De bevroren levensmiddelen in een open vorm op de draaischijf plaatsen.
Gevoelige delen kunt u met kleine stukken aluminiumfolie afdekken, bijv. kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken. De folie mag de ovenwanden niet raken.
- 2. In werking stellen.
Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen.
- 3. Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ontstaat vloeistof.
De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking laten komen.
- 4. De gerechten tussendoor één tot twee keer omroeren of keren.
Grote stukken meerdere malen keren.
- 5. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de ontdooide gerechten ca. 10 tot 20 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Bij gevogelte kunt u de ingewanden verwijderen. Het vlees kunt u ook met een kleine bevroren kern verder verwerken.
Ontdooien met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het ontdooien van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht.
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 15 2. 10 - 20 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1000 | 1. 180 2. 90 | 1. 20 2. 15 - 25 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1500 | 1. 180 2. 90 | 1. 30 2. 20 - 30 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 200 | 1. 180 2. 90 | 1. 2 ¹ 2. 4 - 6 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 ¹ 2. 5 - 10 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ¹ 2. 10 - 15 |
| Gehakt, gemengd ²,3 | 200 | 90 | 10 ⁴ |
| Gehakt, gemengd ²,3 | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 ⁴ 2. 10 - 15 |
| Gehakt, gemengd ²,3 | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ⁴ 2. 10 - 20 |
| Gevogelte of stukken gevogelte ⁵ | 600 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 10 - 20 |
| Gevogelte of stukken gevogelte ⁵ | 1200 | 1. 180 2. 90 | 1. 15 2. 10 - 20 |
| Visfilet, viskotelet of plakken vis ⁵ | 400 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10 - 15 |
| Groente, bijv. erwten | 300 | 180 | 10 - 15 |
| Fruit, bijv. frambozen ⁵ | 300 | 180 | 7 - 10 ⁶ |
| Fruit, bijv. frambozen ⁵ | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ⁶ 2. 5 - 10 |
| Boter, ontdooien ⁷ | 125 | 1. 180 2. 90 | 1. 1 2. 2 - 3 |
| Boter, ontdooien ⁷ | 250 | 1. 180 2. 90 | 1. 1 2. 3 - 4 |
| Heel brood | 500 | 1. 180 | 1. 6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 95)
1 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
2 Het voedsel vlak invriezen.
3 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
4 Het voedsel herhaaldelijk keren.
5 De ontdooide delen van elkaar losmaken.
6 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
7 De verpakking volledig verwijderen.
95
Pagina 96
nl Zo lukt het
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| 2. 90 | 2. 5 - 10 | ||
| Heel brood | 1000 | 1. 180 2. 90 | 1. 12 2. 10 - 20 |
| Gebak, droog, bijv. cake ¹,2 | 500 | 90 | 10 - 15 |
| Gebak, droog, bijv. cake ¹,2 | 750 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10 - 15 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ¹ | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 15 - 20 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ¹ | 750 | 1. 180 2. 90 | 1. 7 2. 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)
16.4 Opwarmen
Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen.
Gerechten opwarmen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
- 1. De kant-en-klaargerechten uit de verpakking nemen en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron.
- 2. De gerechten vlak in de vorm verdelen.
- 3. De gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken.
- 4. In werking stellen.
- 5. De gerechten tussendoor meerdere malen keren of omroeren.
De snelheid waarmee de verschillende componenten van de gerechten warm worden kan verschillen.
- 6. Controleer de temperatuur.
- 7. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Opwarmen van diepgevroren gerechten met magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht.
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 2-3 componenten | 300 - 400 | 600 | 8 - 11 |
| Soep | 400 | 600 | 8 - 10 |
| Eenpansgerecht | 500 | 600 | 10 - 13 |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash | 500 | 600 | 12 - 17 ³ |
| Ovenschotels, bijv. lasagne of cannelloni | 450 | 600 | 10 - 15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)
1 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
2 De stukken gebak van elkaar scheiden.
3 Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken.
96
Pagina 97
Zo lukt het nl
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta ¹ | 250 | 600 | 2 - 5 |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta ¹ | 500 | 600 | 8 - 10 |
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels ² | 300 | 600 | 8 - 10 |
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels ² | 600 | 600 | 14 - 17 |
| Spinazie a la crème ³ | 450 | 600 | 11 - 16 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)
Opwarmen met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht.
| Gerecht | Hoeveelheid | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Dranken ⁴ | 200 ml | 800 | 2 - 3 ⁵,6 |
| Dranken ⁴ | 500 ml | 800 | 3 - 4 ⁵,6 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁷ | 50 ml | 360 | ca. 0,5 ⁸,9 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁷ | 100 ml | 360 | ca. 1 ⁸,9 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁷ | 200 ml | 360 | 1,5 ⁸,9 |
| Soep 1 kop | 200 g | 600 | 2 - 3 |
| Soep 2 koppen | 400 g | 600 | 4 - 5 |
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 2-3 componenten | 350 - 500 g | 600 | 4 - 8 |
| Vlees in saus ¹⁰ | 500 g | 600 | 8 - 11 |
| Eenpansgerecht | 400 g | 600 | 6 - 8 |
| Eenpansgerecht | 800 g | 600 | 8 - 11 |
| Groente, 1 portie ¹ | 150 g | 600 | 2 - 3 |
| Groente, 2 porties ¹ | 300 g | 600 | 3 - 5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)
16.5 Bereiden
Met uw apparaat kunt u gerechten bereiden.
Gerechten bereiden
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- 1. Controleer of de vorm in de binnenruimte past en of de draaifschijf ongehinderd kan draaien.
- Voor gebraad een hoge vorm gebruiken.
- Voor ovenschotels of gegratineerde gerechten een grote, platte vorm gebruiken.
- 2. De gerechten vlak in de vorm verdelen.
1 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
2 Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
3 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
4 Doe een lepel in het glas.
5 Alcoholische dranken niet verwarmen.
6 Het voedsel tussendoor controleren.
7 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen.
8 Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden.
9 Beslist de temperatuur controleren.
10 De lapjes vlees van elkaar scheiden.
- 3. Bij het bereiden met magnetron de gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken.
- De gerechten bij het grillen niet afdekken.
- Bij de combinatie van magnetron en grill de gerechten niet afdekken.
- 4. De vorm op de draaischijf plaatsen.
- Bij het grillen het rooster op de draaischijf plaatsen. Niet voorverwarmen.
- 5. In werking stellen.
- 6. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
- Vóór het aansnijden vlees 5-10 minuten laten rusten.
- Ovenschotels en gegratineerde gerechten in het uitgeschakelde apparaat 5 minuten laten rusten.
Tip: Voor visspiesen of groentespiesen altijd houten spiesen gebruiken.
97
Pagina 98
nl Zo lukt het
Bereiden met magnetron
| Gerecht | Hoeveelheid | Accessoires | Magnetronvermogen in W | Verwar-mingsmethode | Tijdsduur in min | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Hele kip, vers, zonder ingewanden | 1200 g | Gesloten servies | 600 | - | 25 – 30 | Halverwege de bereidingstijd keren. |
| Kipdelen, bijv. kwart kip | 800 g | Open vorm + Rooster | 360 | 30 – 40 | Met de kant van het vel naar boven leggen. Keer het voedsel niet. | |
| Kippenvleugels, gemarineerd, diepvries | 800 g | Open vorm + Rooster | 360 | 15 – 25 | Keer het voedsel niet. | |
| Varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk | 750 g | Open vorm | 360 | 40 – 50 | De gerechten 1 tot 2 maal keren. | |
| Plakjes spek | ca. 8 plakjes | Rooster | 180 | 10 – 15 | - | |
| Gehaktbrood | 750 g | Open vorm | 1. 600 2. 360 | 1. - 2. | 1. 20 – 25 2. 25 – 35 | De gerechten open bereiden. De maximumhoogte van het gerecht bedraagt 6 cm. |
| Vis, bijv. filetstukken | 400 g | Open vorm | 600 | - | 10 – 15 | Aan het gerecht een beetje water, citroensap of wijn toevoegen. |
| Visfilet, gegratineerd | 400 g | Open vorm | 360 | 10 – 15 | Diepvries vis eerst ontdooi- en. | |
| Visspiesen | 4 – 5 stuks | Rooster | 180 | 10 – 15 | Houten spiesen gebruiken. | |
| Ovenschotel, zoet, bijv. kwarkovenschotel met fruit | 1000 g | Open vorm | 360 | 30 – 35 | De maximumhoogte van het gerecht bedraagt 5 cm. | |
| Ovenschotel, hartig van rauwe ingrediënten, bijv. pastaschotel | 1000 g | Open vorm | 360 | 30 – 35 | Het gerecht met kaas bestrooien. De maximumhoogte van het gerecht bedraagt 5 cm. | |
| Ovenschotel, pittig van gegaarde ingrediënten, bijv. aardappelgratin | 1000 g | Open vorm | 360 | 30 – 40 | De maximumhoogte van het gerecht bedraagt 4 cm. | |
| Soepen, gegratineerd, bijv. uiensoep | 2 – 4 Kommen | Open vorm | - | 15 – 20 | - | |
| Groente, vers | 250 g | Gesloten servies | 600 | - | 5 – 10 ¹ | De ingrediënten in even grote stukken snijden. Per 100 g 1 tot 2 el water toevoegen. Roer het gerecht tussendoor om. |
| Groente, vers | 500 g | Gesloten servies | 600 | - | 10 – 15 ¹ | - |
| Groentespiesen | 4 – 5 stuks | Rooster | 180 | 15 – 20 | Houten spiesen gebruiken. | |
| Aardappelen | 250 g | Gesloten servies | 600 | - | 8 – 10 ¹ | De ingrediënten in even grote stukken snijden. Per 100 g 1 tot 2 el water toevoegen. Roer het gerecht tussendoor om. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 98)
1 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
98
Pagina 99
Zo lukt het nl
| Gerecht | Hoeveelheid | Accessoires | Magnetronvermogen in W | Verwar-mingsmethode | Tijdsduur in min | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aardappelen | 500 g | Gesloten servies | 600 | - | 11 – 14 ¹ | De ingrediënten in even grote stukken snijden. Per 100 g 1 tot 2 el water toevoegen. Roer het gerecht tussendoor om. |
| Aardappelen | 750 g | Gesloten servies | 600 | - | 15 – 22 ¹ | De ingrediënten in even grote stukken snijden. Per 100 g 1 tot 2 el water toevoegen. Roer het gerecht tussendoor om. |
| Rijst | 125 g | Gesloten servies | 1. 800 2. 180 | 1. - 2. - | 1. 5 – 7 2. 12 – 15 | De dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen. |
| Rijst | 250 g | Gesloten servies | 1. 800 2. 180 | 1. - 2. - | 1. 6 – 8 2. 15 – 18 | De dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen. |
| Toastbrood voortoasten | 2 – 4 plakjes | Rooster | - | 1e kant: 2 – 4 2e kant: 2 – 4 | - | |
| Toastbrood gegratineerd | 2 – 6 plakjes | Rooster | - | 7 – 10 | De tijdsduur varieert naargelang het beleg. | |
| Fruit, compote | 500 g | Gesloten servies | 600 | - | 9 – 12 | - |
| Zoete desserts, bijv. pudding, instant | 500 ml | Gesloten servies | 600 | - | 5 – 8 | De pudding tussendoor met de garde 2 tot 3 keer goed omroeren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 99)
Pudding van puddingpoeder 4. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- 5. Na 3 minuten voor de eerste keer omroeren. Dan WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! steeds na één minuut omroeren, tot de gewenste Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen consistentie is bereikt.
heet worden. De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur van de
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van melk en de gebruikte kom.
een pannenlap uit de binnenruimte.
- 1. Een pakje puddingpoeder volgens de aanwijzingen 16.6 Testgerechten op de verpakking met suiker en een beetje melk in een voor de magnetron geschikte hoge schaal door Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, elkaar roeren, zodat er geen klontjes aanwezig zijn. om het testen van het apparaat conform EN De rest van de melk toevoegen en nogmaals door- 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de
roeren. norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakke-De schaal in de binnenruimte plaatsen en de appa- lijken.
raatdeur sluiten.
Bereiden met magnetron
| Gerecht | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min | Aanwijzing |
|---|---|---|---|
| Kandeel, 750 g | 1. 360 2. 90 | 1. 12 - 17 2. 20 - 25 | Pyrexvorm 20 x 25 cm op de draaischijf plaatsen. |
| Biscuitgebak | 600 | 8 - 10 | Pyrexvorm Ø 22 cm op de draaischijf plaatsen. |
| Gehaktbrood | 600 | 20 - 25 | Pyrexvorm op de draaischijf plaatsen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 99)
1 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
Pagina 100
nl Montagehandleiding
Ontdooien met de magnetron
Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron.
| Gerecht Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min | Aanwijzing |
|---|---|---|
| Vlees 1. 180 2. 90 | 1. 5 - 7 2. 10 - 15 | Pyrexvorm Ø 22 cm op de draaischijf plaatsen. |
| Bereiden in combinatie met magnetron | ||
| Gerecht Magnetronver- Verwarmings- Tijdsduur in mogen in W methode min | Aanwijzing | |
| Aardappelgratin 360 | 35-40 | Pyrexvorm Ø 22 cm op de draaischijf plaatsen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 100)
17 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
17.1 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- De transparante folie aan de binnenkant van de deur nooit verwijderen.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
100
- Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.
- Veiligheidshandschoenen dragen.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niettoegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
17.2 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Alleen een elektricien mag rekening houdende met de desbetreffende voorschriften een stopcontact plaatsen of een aansluitkabel vervangen.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact aansluiten.
- Wanneer de stekker na het inbouwen niet meer toegankelijk is, moet een schakelaar met een contactafstand van minstens 3 mm worden geïnstalleerd. De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Pagina 101
Montagehandleiding nl
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding overeenkomstig de kleurcodering aansluiten:
- groen-geel = aarddraad
- blauw = neutraal- ("nul-") leiding
- bruin = fase (buitendraad)
17.3 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
17.4 Inbouwmeubel
Hier vindt u aanwijzingen voor de veilige inbouw.
LET OP
Spanen kunnen de werking van elektrische componenten hinderen.
- De uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uitvoeren voordat het apparaat wordt geplaatst.
- De spanen verwijderen.
De minimale inbouwhoogte bedraagt 850 mm. De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben.
De ventilatiesleuven en de aanzuigopeningen mogen niet afgedekt zijn.
Inbouwmeubels moeten tot 90 °C hittebestendig zijn, aangrenzende meubelfronten tot 65 °C.
Dit apparaat is niet geschikt voor de inbouw in een greeploos keukenmeubel met verticale greeplijst.
17.5 Inbouwafmetingen in de bovenkast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de bovenkast in acht.
17.6 Bovenkast voorbereiden
- 1. De wanddikte van het meubel bepalen.
Aan de wanddikte is een x-waarde toegewezen.
- 2. Opmerking: De x-waarde komt overeen met de afstand van het onderste gat van de aansluitplaat tot aan de bodem van het inbouwmeubel.
De aansluitplaat aan de bovenkant vastschroeven. Hierbij de vastgestelde x-waarde in acht nemen.
17.7 Inbouwafmetingen in hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
Pagina 102
nl Montagehandleiding
17.8 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht. Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
Om voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.
Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
17.9 Hoge kast voorbereiden
- 1. De wanddikte van het meubel bepalen.
Aan de wanddikte is een x-waarde toegewezen.
- 2. Opmerking: De x-waarde komt overeen met de afstand van het onderste gat van de aansluitplaat tot aan de bodem van het inbouwmeubel.
De aansluitplaat aan de hoge kast vastschroeven. Hierbij de vastgestelde x-waarde in acht nemen.
17.10 Apparaat voorbereiden
Als u uw apparaat in een hoge kast inbouwt, moet u het apparaat voorbereiden.
- 1. De middelste schroef aan de bodem van de magnetron losdraaien.
- 2. De afdekking aan de bodem van de magnetron verwijderen.
- 3. De middelste schroef aan de bodem van de magnetron vastschroeven.
- 4. De 2 buitenste schroeven aan de bodem van de magnetron losdraaien.
Pagina 103
Montagehandleiding nl
- 5. Het inbouwframe aan de bodem van de magnetron met de beide buitenste schroeven bevestigen.
Het apparaat in de kast plaatsen en naar rechts schuiven.
- 6. De 4 pootjes aan de bodem van de magnetron bevestigen.
17.11 Apparaat monteren
- 1. De afstandshouders overeenkomstig de wanddikte aan het apparaat bevestigen.
- 2. Opmerking: De aansluitkabel niet inklemmen of knikken.
- 3. Het apparaat zo lang vastschroeven tot het apparaat in het midden is uitgelijnd.
=
=
- 4. De afstand tot de aanliggende apparaten controleren.
De afstand tot de aanliggende apparaten moet minstens 3 mm bedragen.
- 5. Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie uit de binnenruimte en van de deur verwijderen.