Siemens BF425LMB0, tekst van de handleiding
Pagina's 71–82 van 92 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 67–70verder op pagina 83 →
Pagina 71
Milieubescherming en besparing nl
de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Veeg het condenswater na elk bereiding af.
- Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte.
- Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd.
- Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.
- Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen.
- Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in.
- Gebruik maximaal 600 Watt.
- Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen. Door het verwijderen van de afdekking wordt de magnetronvoeding beschadigd.
- Verwijder nooit de afdekking van de magnetron in de binnenruimte.
Het verwijderen van de transparante folie van de binnenkant van de deur beschadigt de apparaatdeur.
- De transparante folie aan de binnenkant van de deur nooit verwijderen.
Vloeistof die in het apparaat dringt kan de aandrijving van het draaiplateau beschadigen.
- Het bereidingsproces in de gaten houden.
- Eerst een kortere duur instellen en indien nodig de duur verlengen.
- Het apparaat nooit zonder draaiplateau gebruiken.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
De klok in de spaarstand onderdrukken.
Het apparaat bespaart energie in de spaarstand.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakelde toestand sprake van een andere toestand. Deze wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het apparaat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display) Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog van een "standby-stand", en daarom wordt de aanduiding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaarstand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden gebruikt.
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Pagina 72
nl Uw apparaat leren kennen
| Automatische deuropener | Deur automatisch openen. |
|---|---|
| Touchvelden | Functies selecteren. |
| Instelbereik | Tijd, tijdsduur of automatische programma's instellen. |
| Display | Tijd of tijdsduur weergeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 72)
Instelbereik
Met het instelbereik wijzigt u de instelwaarden die het display toont.
Het instelgebied werkt als een wiel. Veeg met uw vinger naar links of rechts om een instelling te veranderen. Hoe sneller u veegt, des te sneller het wiel loopt. Om het instelbereik te onderbreken en de exacte instelling over te nemen, erop tikken.
Automatische deuropener
Als u de automatische deuropening indrukt, springt de apparaatdeur open. U kunt de apparaatdeur volledig met de hand openen.
Opmerkingen
Bij een stroomonderbreking werkt de automatische deuropening niet. U kunt de deur met de hand openen.
Als u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, wordt de werking onderbroken.
Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet. U moet de werking starten. Als het apparaat langere tijd is uitgeschakeld, dan gaat de apparaatdeur open met een vertraging.
4.2 Verwarmingsmethoden
Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwarmingsmethoden.
Pagina 73
Voor het eerste gebruik nl
| Symbool | Naam | Gebruik |
|---|---|---|
| 90-800 | Magnetron | Gerechten en vloeistoffen ontdooien, bereiden of verwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 73)
4.3 Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Bij het gebruik van de magnetronfunctie blijft de binnenruimte koud. De koelventilator wordt echter toch ingeschakeld.
Opmerking: De koelventilator kan doorlopen, ook wanneer het apparaat al uitgeschakeld is.
4.4 Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
5 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
5.1 Eerste keer in gebruik nemen
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
Opmerking: Na de stroomaansluiting of een stroomuitval klinkt een signaal en op het display zijn meerdere nullen zichtbaar. Het kan enkele seconden duren tot er nog een signaal te horen is en u de tijd kunt instellen.
Vereisten
Er klinkt een signaal.
Op het display is 12:00 zichtbaar. Het indicatielampje boven brandt.
- 1. In het instelgebied de tijd instellen.
- 2. indrukken.
- 2. De gladde oppervlakken in de binnenruimte met een zachte, vochtige doek reinigen.
- 3. Om de geur van het nieuwe te verwijderen, neemt u de lege, gesloten binnenruimte af met warm zeepsop. "Binnenruimte reinigen", Pagina 78
5.3 Draaischijf
Gebruik uw apparaat alleen met draaischijf.
- 1. De rolring in het verlaagde deel van de binnenruimte leggen.
5.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen verpakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen bevinden.
- 2. De draaischijf in de aandrijving in het midden van de bodem van de binnenruimte vergrendelen.
- 3. Controleren of de draaischijf correct is vergrendeld.
Opmerking: De draaischijf kan naar links of rechts draaien.
6 De Bediening in essentie
6.1 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en een aanbeveling voor het gebruik ervan.
| Magnetronvermogen in watt | Gebruik |
|---|---|
| 90 | Gevoelige gerechten ontdooien. |
| 180 | Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 | Vlees en vis bereiden of gevoelige gerechten opwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 73)
| Magnetronvermogen in watt | Gebruik |
|---|---|
| 600 | Gerechten verwarmen en bereiden. |
| 800 | Vloeistoffen verwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 73)
Opmerking
U kunt het magnetronvermogen voor een bepaalde tijdsduur instellen:
800 W gedurende 30 minuten
600 W gedurende 60 minuten
90 W, 180 W en 360 W gedurende 99 minuten
Pagina 74
nl De Bediening in essentie
6.2 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit.
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Toelichting |
|---|---|
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: | Deze materialen laten microgolven door. Microgol- |
| Glas | ven beschadigen hittebe- |
| Glaskeramiek | stendige vormen niet. |
| Porselein | |
| Temperatuurbestendige kunststof | |
| Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten | |
| Bestek van metaal | Opmerking: Om kookvertraging te voorkomen kunt u metalen bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 74)
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Niet geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Toelichting |
|---|---|
| Vormen van metaal | Metaal laat geen microgolven door. De gerechten warmen nauwelijks op. |
| Servies met goud- of zilverdecor | Microgolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen. |
| Tip: Wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat de vorm geschikt is voor de magnetron, kunt u de vorm gebruiken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 74)
6.3 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maximale magnetronvermogen instellen.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
6.4 Magnetron instellen
LET OP
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
Tip: Om uw apparaat optimaal te gebruiken, kunt u zich aan de informatie in de insteladviezen oriënteren. "Zo lukt het", Pagina 80
- 1. De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen.
Pagina 69
- 2. De aanwijzingen voor het vermijden van materiële schade in acht nemen. Pagina 71
- 3. De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen en accessoires in acht nemen. Pagina 74
- 4. Met de toetsen het gewenste magnetronvermogen instellen.
- 5. Met het instelbereik de gewenste tijdsduur instellen.
Opmerking: Als u tijdens de werking de deur van de binnenruimte opent, onderbreekt de magnetron de werking en het ingestelde tijdsverloop. Als u de deur van de binnenruimte sluit, wordt de werking hervat.
6.5 Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- Met het instelbereik de gewenste tijdsduur instellen.
6.6 Werking onderbreken
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat. Het indicatielampje boven brandt.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
6.7 Werking afbreken
- Twee keer op drukken of de deur openen en een keer indrukken.
Pagina 75
Memory nl
7 Memory
Met de functie Memory kunt u de instelling voor een gerecht opslaan en op elk moment weer opvragen.
Tip: Als u een gerecht vaak bereidt, gebruikt u de functie Memory.
7.1 Memory opslaan
Opmerking
U kunt meerdere magnetronvermogens niet na elkaar opslaan.
U kunt geen automatische programma's opslaan.
- 1. indrukken.
Het indicatielampje boven brandt.
- 2. Met de toetsen het gewenste magnetronvermogen instellen.
Het indicatielampje boven de toets brandt en het display toont 1:00 min.
- 3. Met het instelbereik de gewenste tijdsduur instellen.
- 4. Zo nodig een van de volgende opties kiezen:
- Om Memory op te slaan en onmiddellijk te starten, op drukken.
- Om Memory op te slaan en niet te starten, op drukken.
Als het apparaat niet start, verschijnt op het display de tijd en het apparaat slaat de instelling op.
7.2 Memory starten
U kunt het opgeslagen programma eenvoudig starten. Plaats uw gerecht in het apparaat en sluit de deur van het apparaat.
- 1. indrukken.
De opgeslagen instellingen verschijnen.
- 2. indrukken.
7.3 Werking onderbreken
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat. Het indicatielampje boven brandt.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
7.4 Werking afbreken
- Twee keer op drukken of de deur openen en een keer indrukken.
8 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
8.1 Programma instellen
- 1. Programma kiezen.
- 2. Net zo vaak op drukken tot het display het gewenste programmanummer aangeeft.
Het indicatielampje boven brandt.
- 3. indrukken.
Het indicatielampje boven brandt en het display toont een voorgesteld gewicht.
- 4. Met het instelgebied het gewicht van het gerecht instellen.
Kunt u het exacte gewicht niet invoeren, rond het dan naar boven of beneden af.
- 5. Druk op om de werking te starten.
U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
- 6. Als tijdens het programma een signaal klinkt, de deur van het apparaat openen.
- Het gerecht verdelen, omroeren of keren.
- Sluit de apparaatdeur.
indrukken.
8.2 Werking onderbreken
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat. Het indicatielampje boven brandt.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
8.3 Werking afbreken
- Twee keer op drukken of de deur openen en een keer indrukken.
8.4 Ontdooien met de automatische programma's
Met de 4 ontdooiprogramma's kunt u vlees, gevogelte en brood ontdooien.
| Programma | Gerecht | Vormen | Gewichtsbereik in kg |
|---|---|---|---|
| P01 | Gehakt | open | 0,20-1,00 |
| P02 | Vleesstukken | open | 0,20-1,00 |
| P03 | Kip, stukken kip | open | 0,40-1,80 |
| P04 | Brood | open | 0,20-1,00 |
Pagina 76
nl Basisinstellingen
Gerechten met de automatische programma's ontdooien
- 1. Het product uit de verpakking nemen.
Gebruik producten die plat en per portie bij -18 °C bewaren.
- 2. Het product wegen.
Het gewicht hebt u nodig om het programma in te stellen.
- 3. Leg de levensmiddelen op een platte vorm die geschikt is voor de magnetron bijv. een schaal of bord van glas of porselein.
Geen deksel erop leggen.
- 4. Het programma instellen. Pagina 75
- 5. Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ontstaat vloeistof.
De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking laten komen.
- 6. Platte stukken en gehakt vóór de rusttijd uit elkaar halen.
- 7. Laat het ontdooide product nog 10 tot 30 minuten rusten voor een gelijkmatige temperatuurverdeling. Grote stukken vlees hebben een langere rusttijd nodig dan kleine. Bij gevogelte na de rusttijd de ingewanden verwijderen.
- 8. Levensmiddelen verder verwerken, ook als dikke vleesstukken in de kern nog bevroren zijn.
8.5 Garen met de automatische programma's
Met de 3 bereidingsprogramma's kunt u rijst, aardappels of groente garen.
| Programma | Gerecht | Vormen | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|
| P05 | Rijst | met deksel | 0,05-0,20 | Voor rijst een grote, hoge vorm gebruiken. Geen rijst in kookzakjes gebruiken. Per 100 g rijst de dubbele of driedubbele hoeveelheid water toevoegen. |
| P06 | Aardappelen | met deksel | 0,15-1,00 | Voor gekookte aardappels de verse aardappels in kleine, gelijkmatige stukken snijden. Per 100 g aardappels een el water en wat zou toevoegen. |
| P07 | Groente | met deksel | 0,15-1,00 | Verse, gereinigde groente wegen. De groente in kleine, gelijkmatige stukken snijden. Per 100 g groente een el water toevoegen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 76)
Gerechten met de automatische programma's bereiden
- 1. Het product wegen.
Het gewicht hebt u nodig om het programma in te stellen.
- 2. De levensmiddelen op een vorm leggen die geschikt is voor de magnetron en met een deksel afsluiten.
- 3. Waterhoeveelheid volgens aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking toevoegen.
9 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
- 4. Het programma instellen. Pagina 75
- 5. Wanneer het programma afgelopen is, de levensmiddelen nog eens omroeren.
- 6. De ontdooide levensmiddelen nog 5 tot 10 minuten laten rusten voor een gelijkmatige temperatuurverdeling.
De bereidingsresultaten zijn afhankelijk van de kwaliteit en de toestand van de levensmiddelen.
9.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Instelling | Keuze | Betekenis |
|---|---|---|
| Toetssignaal | 1 | Toetssignaal inschakelen en uitschakelen. Opmerking: Het toetssignaal blijft bij en actief. |
| Demomodus | Demomodus activeren of deactiveren. Opmerking: Het apparaat is uitgeschakeld. U kunt de toetsen en de weergave gebruiken, de toetsen functioneren niet. De demomodus is hoofdzakelijk voor dealers nuttig. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 76)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
76
Pagina 77
Reiniging en onderhoud nl
9.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. en enkele seconden lang ingedrukt houden. Het display geeft de eerste basisinstelling weer.
- 2. Druk op .
Op het display knippert de actuele waarde.
- 3. Met het instelbereik de gewenste waarde instellen.
- 4. Om de basisinstelling over te nemen, op drukken.
- 5. Om de basisinstelling te verlaten, op drukken.
- 6. Met het instelbereik naar de basisinstelling wisselen.
- 7. Om de basisinstelling te bewerken, op drukken. Op het display licht de ingestelde selectie op.
- 8. Met het instelbereik de gewenste waarde instellen.
- 9. Om de basisinstelling over te nemen, op drukken.
- 10. Om de basisinstelling te verlaten, op drukken.
- 11. Om het basisinstellingsmenu te verlaten, opnieuw op drukken.
Tip: U kunt de instelling op elk moment veranderen.
9.3 Signaalduur veranderen
Als u uw apparaat uitschakelt, hoort u een signaal. U kunt de tijdsduur van het signaal wijzigen.
- Ca. 6 seconden lang indrukken.
De signaalduur wisselt tussen kort en lang.
Het apparaat neemt de signaalduur over en toont de tijd.
9.4 Tijd instellen
Opmerking: Na de stroomaansluiting of een stroomuitval klinkt een signaal en op het display zijn meerdere nullen zichtbaar. Het kan enkele seconden duren tot er nog een signaal te horen is en u de tijd kunt instellen.
Vereisten
Er klinkt een signaal.
Op het display is 12:00 zichtbaar. Het indicatielampje boven brandt.
- 1. In het instelgebied de tijd instellen.
- 2. indrukken.
9.5 Tijdsweergave uit
Om het spaarstand-verbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op .
Om de tijd weer te tonen, opnieuw op
drukken.
10 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
10.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit kan oppervlakken beschadigen.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
10.2 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 77
- 2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht nemen.
- 3. Indien niet anders vermeld:
- De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Droog na met een zachte doek.
Pagina 78
nl Storingen verhelpen
10.3 Binnenruimte reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen.
- Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 77
- 2. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
- 3. Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen.
- 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 5. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
Draaischijf reinigen
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 77
- 2. De draaischijf verwijderen.
- 3. De draaischijf met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje reinigen.
- 4. Met een zachte doek nadrogen.
- 5. De draaischijf weer plaatsen.
Erop letten dat de draaischijf juist vastklikt.
10.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen.
- Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken.
- Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen.
- Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 77
- 2. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- 3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel.
- 4. Met een zachte doek nadrogen.
10.5 Bedieningspaneel reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen.
- Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 77
- 2. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
10.6 Ruiten van de deur schoonmaken
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen.
- Geen schraper gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 77
- 2. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een glasreiniger.
Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
10.7 humidClean
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Reinigingsfunctie instellen
- 1. Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje met water.
- 2. Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voorkomen.
- 3. Zet het kopje in het midden van de binnenruimte.
- 4. Magnetronvermogen op 600 W instellen.
- 5. Tijdsduur op 3 minuten instellen.
- 6. Magnetron starten.
- 7. Na het verstrijken van de tijdsduur de deur nog 3 minuten gesloten laten.
- 8. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 9. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
11 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Pagina 79
Storingen verhelpen nl
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is. "Servicedienst", Pagina 80
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
11.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▸ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 80 | |
| Deur is niet helemaal gesloten. ▸ Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. | |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Magnetronvermogen is te laag ingesteld. ▸ Stel een hoger magnetronvermogen in. Pagina 74 |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan. ▸ Stel een langere tijdsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig. | |
| Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▸ Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. | |
| Draaischijf krast of schuurt. | Vuil of vreemde voorwerpen bevinden zich in het bereik van de aandrijving van de draaischijf. ▸ Reinig de rolring en het verlaagde deel in de binnenruimte. |
| Magnetronfunctie breekt af. | Apparaat heeft een storing. ▸ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. |
| Het toestel is niet in gebruik. Op het display wordt een tijdsduur weergegeven. | Instelgebied is per ongeluk aangeraakt. ▸ Druk op . |
| Na het instellen werd niet op gedrukt. ▸ Druk op of wis de instelling door op te drukken. | |
| Op het display branden drie nullen. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Stel de tijd opnieuw in. "Eerste keer in gebruik nemen", Pagina 73 |
| Op het display staat een . | Demomodus is geactiveerd. ▸ Deactiveer de demomodus. "Basisinstelingen", Pagina 76 |
| Melding verschijnt op het display. | Fout in het automatische deuropeningssysteem. 1. Apparaat uitschakelen. 2. 10 minuten wachten. 3. Apparaat weer inschakelen. ▸ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. |
Pagina 80
nl Afvoeren
12 Afvoeren
12.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
13 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur worden vervangen.
De informatie conform verordening (EU) 2023/826 vindt u online op siemens-home.bsh-group.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
13.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
14 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
14.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Opmerking
De insteladviezen gelden altijd voor de koude en lege binnenruimte.
De opgegeven tijden in de overzichten zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- 1. Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Kies een gewenst gerecht uit de insteladviezen.
- 3. De gerechten in een geschikte vorm doen.
"Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron", Pagina 74
- 4. De vorm op de draaischijf plaatsen.
Pagina 81
Zo lukt het nl
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies. Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de tijdsduur verlengen. Als in de tabellen twee magnetronvermogens en tijdsduren zijn aangegeven, eerst het eerste magnetronvermogen en de eerste tijdsduur instellen en na het signaal het het tweede magnetronvermogen en de tweede tijdsduur.
Als u van de tabellen afwijkende hoeveelheden wilt bereiden, stel dan voor de dubbele hoeveelheid ongeveer de dubbele tijdsduur in.
- 6. Gebruik pannenlappen wanneer u hete vormen uit de binnenruimte neemt.
14.2 Tips om te ontdooien en op te warmen
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Het gerecht moet na het verstrijken van de tijdsduur ontdooid, heet of gaar zijn. | Stel een langere tijdsduur in. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. |
| Het gerecht mag na het verstrijken van de tijdsduur aan de rand niet oververhit zijn en in moet in het midden gaar zijn. | Het gerecht tussendoor omroeren. Een lager magnetronvermogen en een langere tijdsduur instellen. |
| Gevogelte of vlees mag na het ontdooien niet alleen van buiten gebakken, maar in het midden nog bevroren zijn. | Een lager magnetronvermogen instellen. Het te ontdooien gerecht bij grote hoeveelheden meerdere malen keren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 81)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Het gerecht mag niet te droog zijn. | Een lager magnetronvermogen instellen. Een kortere tijdsduur instellen. Gerecht afdekken. Meer vloeistof toevoegen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 81)
14.3 Ontdooien
Met uw apparaat kunt u diepvriesproducten ontdooien.
Gerechten ontdooien
- 1. De bevroren levensmiddelen in een open vorm op de draaischijf plaatsen.
Gevoelige delen kunt u met kleine stukken aluminiumfolie afdekken, bijv. kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken. De folie mag de ovenwanden niet raken.
- 2. In werking stellen.
Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen.
- 3. Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ontstaat vloeistof.
De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking laten komen.
- 4. De gerechten tussendoor één tot twee keer omroeren of keren.
Grote stukken meerdere malen keren.
- 5. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de ontdooide gerechten ca. 10 tot 20 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Bij gevogelte kunt u de ingewanden verwijderen. Het vlees kunt u ook met een kleine bevroren kern verder verwerken.
Ontdooien met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het ontdooien van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht.
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 15 2. 10 - 20 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1000 | 1. 180 2. 90 | 1. 20 2. 15 - 25 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1500 | 1. 180 2. 90 | 1. 30 2. 20 - 30 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 200 | 1. 180 2. 90 | 1. 2 ¹ 2. 4 - 6 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 ¹ 2. 5 - 10 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ¹ 2. 10 - 15 |
| Gehakt, gemengd ²,3 | 200 | 90 | 10 ⁴ |
| Gehakt, gemengd ²,3 | 500 | 1. 180 | 1. 5 ⁴ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 81)
1 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
2 Het voedsel vlak invriezen.
3 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
4 Het voedsel herhaaldelijk keren.
81
Pagina 82
nl Zo lukt het
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| 2. 90 | 2. 10 - 15 | ||
| Gehakt, gemengd ¹,2 | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ³ 2. 10 - 20 |
| Gevogelte of stukken gevogelte ⁴ | 600 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 10 - 20 |
| Gevogelte of stukken gevogelte ⁴ | 1200 | 1. 180 2. 90 | 1. 15 2. 10 - 20 |
| Visfilet, viskotelet of plakken vis ⁴ | 400 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10 - 15 |
| Groente, bijv. erwten | 300 | 180 | 10 - 15 |
| Fruit, bijv. frambozen ⁴ | 300 | 180 | 7 - 10 ⁵ |
| Fruit, bijv. frambozen ⁴ | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ⁵ 2. 5 - 10 |
| Boter, ontdooien ⁶ | 125 | 1. 180 2. 90 | 1. 1 2. 2 - 3 |
| Boter, ontdooien ⁶ | 250 | 1. 180 2. 90 | 1. 1 2. 3 - 4 |
| Heel brood | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 6 2. 5 - 10 |
| Heel brood | 1000 | 1. 180 2. 90 | 1. 12 2. 10 - 20 |
| Gebak, droog, bijv. cake ⁷,8 | 500 | 90 | 10 - 15 |
| Gebak, droog, bijv. cake ⁷,8 | 750 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10 - 15 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ⁷ | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 15 - 20 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ⁷ | 750 | 1. 180 2. 90 | 1. 7 2. 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 82)
men.
14.4 Opwarmen
Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen.
Gerechten opwarmen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorko-
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
1 Het voedsel vlak invriezen.
2 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
3 Het voedsel herhaaldelijk keren.
4 De ontdooide delen van elkaar losmaken.
5 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
6 De verpakking volledig verwijderen.
7 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
8 De stukken gebak van elkaar scheiden.
82