Siemens CM724G1B1S, tekst van de handleiding
Pagina's 13–24 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–12verder op pagina 25 →
Pagina 13
De Bediening in essentie nl
- 1. Druk op om de werking te onderbreken.
- 2. Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het menu op het display.
- 1. Druk op of om in de verschillende selectiemogelijkheden te bladeren.
- 2. Druk op de betreffende tegel om een functie te kiezen.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke instelwaarden of verdere tegels waaruit gekozen kan worden.
- 3. Druk indien gewenst op een andere tegel.
- 4. Om instelwaarden te wijzigen:
- Druk op of .
- Of de waarde direct via de instelbalk kiezen.
- 5. Start de werking met .
- 6. Wanneer de werking is beëindigd:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: Uw instellingen kunt u als Home Connect opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina 18
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. Stel de temperatuur in met of of direct via de instelbalk.
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
- "Tijdfuncties", Pagina 14
- "Magnetron", Pagina 15
- 4. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarde en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 5. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina 9
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op .
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
of
- 2. Wijzig de temperatuur met stelbalk.
- 3. Druk op "Overnemen".
of direct via de in-
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- 1. Druk op .
Wanneer er informatie aanwezig is wordt deze gedurende enkele seconden weergegeven.
- 2. Bij veel inhoud in de tegel bladeren met of .
- 3. Indien nodig de aanwijzing sluiten met .
8.8 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhouden, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Gebruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
- 1. Wijzig de basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit". "Basisinstelingen", Pagina 18
- 2. De basisinstelling "standby-indicatie" in "Aan" wijzigen.
- 3. De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar "Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik is gereduceerd.
- 4. Stel de gewenste functie in.
"Functie instelen", Pagina 13 "Verwarmingsmethode en temperatuur instelen", Pagina 13
- 5. Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 14 "Tijdfuncties", Pagina 14
- 6. Stel met "Einde" het tijdstip in, waarop de werking moet eindigen.
"Einde instelen", Pagina 14 "Tijdfuncties", Pagina 14
- 7. Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het apparaat begint te verwarmen.
- 8. In werking stellen.
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 9. Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd. Na ca. 15 tot 20 minuten schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstellingen weer wijzigen.
Pagina 14
nl Tijdfuncties
9 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
9.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24 uur.
Vereiste: Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Druk op "Tijdsduur".
- 2. Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de tijdsduur in met of of direct via de instelbalk.
Rest indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Druk op "Overnemen".
- 5. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen maken en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Wijzig de tijdsduur met of balk.
- 3. Druk op "Overnemen".
of direct via de instel-
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Reset de tijdsduur met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de vooringestelde waarde.
- 3. Druk op "Overnemen".
9.2 Einde instellen
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. Stel hiervoor de tijdsduur in en leg vast wanneer de werking beëindigd wordt.
Opmerkingen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u de tijd niet meer als de werking eenmaal is gestart. Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk op "Einde".
- 2. De tijd met of aanpassen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 3. Druk op "Overnemen".
- 4. Start de werking met .
Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde tijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Einde".
- 3. Wijzig de tijd met of
- 4. Druk op "Overnemen".
- 5. Druk op .
.
Einde annuleren
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Einde".
- 3. Reset de tijd met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip.
- 4. Druk op .
9.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Druk op de knop .
Pagina 15
Magnetron nl
- 2. Druk om de timer in te stellen, op het display op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de timer in met of of direct via de instelbalk. Rest indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Druk op "Starten" om de timer te starten.
De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. De timer wordt in de statusregel weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de timer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk op "Stop".
- 3. De timer wijzigen.
- 4. Druk op "Starten".
Timer afbreken
U kunt de timer altijd annuleren.
- 1. Druk op de knop .
- 2. De timer met resetten.
- 3. Op "Starten" drukken.
10 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien.
10.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u uitsluitend geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en accessoires inschuiven op hoogte 1.
Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron
Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: Glas
Glaskeramiek
Porselein
Temperatuurbestendige kunststof
Volledig geglazuurd keramiek zonder barsten Serveervormen
Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebruiken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in de magnetron garandeert.
Meegeleverd rooster
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen bij puur magnetrongebruik vonken vormen en zijn niet geschikt.
Deze materialen laten microgolven door en worden niet beschadigd.
Vormen en accessoires die niet geschikt zijn voor de magnetron
Opmerking: Neem de gegevens over het vermijden van materiële schade in acht.
"Magnetron", Pagina 6
Vormen en bakvormen van metaal
Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Metaal kan bij het puur magnetrongebruik vonken vormen.
Vormen bij bijgeschakelde magnetron bij een functie
Wanneer u bij een andere functie de magnetron bijschakelt, dan is naast servies en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron ook metaal mogelijk:
Vormen en bakvormen van metaal
Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn.
Bakvormen en vormen van metaal altijd op het meegeleverde rooster plaatsen.
Meegeleverde accessoires:
Rooster
Braadslede
Bakplaat
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor het gebruik in de magnetron, voert u een test van de vormen uit.
LET OP
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
15
Pagina 16
nl Magnetron
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
10.2 Instelmogelijkheden met magnetron
De magnetron kunt u alleen of gecombineerd met een andere functie gebruiken.
Pure magnetronfunctie
Alleen de elektromagnetische golven van de magnetron genereren energie, welke bijv in levensmiddelen in warmte omgezet kunnen worden.
Bijgeschakelde magnetron
Door de bijgeschakelde magnetron bij een functie verkort de bereidingsduur van gerechten.
U kunt de magnetron met de volgende functies combineren:
Verwarmingsmethoden Pagina 13
- 2D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Grill, groot
- Grill, klein "Gerechten", Pagina 17
Mogelijke magnetronvermogens in combinatie met een functie zijn:
90 watt
180 watt
360 watt
10.3 Magnetron instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: "Veiligheid", Pagina 2 "Materiële schade vermijden", Pagina 6 "Magnetronvermogen", Pagina 10 "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 15
- 1. Druk op "Magnetron".
- Of direct met de toets de magnetron selecteren.
- 2. Druk op het gewenste magnetronvermogen.
- 3. Druk op "Tijdsduur".
Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijdsduur nodig.
- 4. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenaanwijzing "min" of secondenaanwijzing "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 5. Stel de tijdsduur in met of of direct via de instelbalk.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 6. Druk op "Overnemen".
16
- 7. Start de werking met .
De magnetron start en de tijdsduur loopt af. Bij het maximale magnetronvermogen "Boost" geeft het display de vermogensreductie aan.
"Magnetronvermogen", Pagina 10
Wanneer de tijdsduur is verstreken klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 8. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 9. Wanneer er zich in de binnenruimte condens heeft gevormd, droog dan de binnenruimte.
"Droogfunctie", Pagina 24
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de apparaatdeur sluit, moet u de werking voortzetten. Heeft u de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is. "Basisinstelingen", Pagina 18
Magnetronvermogen wijzigen
U kunt het magnetronvermogen te allen tijde wijzigen.
- 1. Druk op het magnetronvermogen.
- 2. Wijzig het magnetronvermogen.
- 3. Druk op "Overnemen".
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Wijzig de tijdsduur met of balk.
- 3. Druk op "Overnemen".
of direct via de instel-
10.4 Magnetron bijschakelen instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: "Veiligheid", Pagina 2 "Materiële schade vermijden", Pagina 6 "Magnetronvermogen", Pagina 10 "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 15
Vereiste: Let op de informatie bij de betreffende functie.
"Instelmogelijkheden met magnetron", Pagina 16
- 1. Druk op de gewenste functie.
- 2. Maak de instellingen bij de functie, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Druk op "Magnetron-aanvulling" .
- 4. Druk op het gewenste magnetronvermogen.
- 5. Druk op "Tijdsduur" en stel de tijdsduur in.
- 6. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 7. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen maken en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Pagina 17
Gerechten nl
Bijgeschakelde magnetron wijzigen
U kunt de bijgeschakelde magnetron altijd wijzigen of deactiveren.
- 1. Druk op het magnetronvermogen.
- 2. Het magnetronvermogen wijzigen of deactiveren.
- 3. Druk op "Overnemen".
11 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
11.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
Opmerking: Bij sommige gerechten schakelt het apparaat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op het display dat een voor de magnetron geschikte vorm dient te worden gebruikt.
"Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 15
11.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende instellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op om informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid instellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in.
11.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten ter beschikking staan, ziet u hier. De gerechten zijn afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergegeven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstelingen", Pagina 18
Gerechten
Pavlova
Muffins
Scones
Afbakbroodjes of baguette
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog Lasagne, vers
Fruit crumble
Kip, ongevuld
Stukken kip
Eend, ongevuld
Babykalkoen, ongevuld
Kalkoenfilet
Turkey, crown - Britse wijze
Gebraden varkensvlees met korstje, bijv. schouder Gebraden varkenshaas
Pork Loin joint - Britse wijze
Pork Roast joint - Britse wijze
Pork Belly - Britse wijze
Rosbief, medium
Beef Slow roast joint - Britse wijze
Beef Top side, top rump - Britse wijze Lamsbout met been, doorbakken
Lamsbout zonder been, medium
Lamb Shoulder, boned and rolled - Britse wijze Gebraden gehakt van vers gehakt
Vis, heel, bakken
Pizza diepvries, met dunne bodem, 1 stuks Lasagne, diepvries
Groente, vers
Groente, diepvries
Aardappels in de oven, heel
Gekookte aardappelen
Rijst met lange korrel
Visfilet ontdooien
11.4 Gerecht instellen
- 1. Op "Gerechten" drukken.
- 2. Druk op de gewenste categorie.
- 3. Druk op het gewenste voedsel.
- 4. Druk op het gewenste gerecht.
Tip: Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursbereidingsmethode kiezen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 17
Op het display verschijnen de instellingen bij het gerecht.
Pagina 18
nl Favorieten
- 5. Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht kunt u slechts bepaalde instellingen aanpassen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 17
- 6. Druk op voor informatie over bijvoorbeeld accessoires en inschuifhoogte.
- 7. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op.
- 8. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
11.5 Automatische uitschakeling
De automatische uitschakelfunctie bij de gerechten zorgt ervoor dat u ontspannen kunt bakken en braden. Wanneer het gebruik is beëindigd, dan houdt het apparaat automatisch op met verwarmen.
Haal om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken uw gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd.
12 Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en opnieuw gebruiken.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype/software-versie moet u deze functie eerst op uw apparaat downloaden. Kijk in de Home Connect app voor meer informatie.
12.1 Favorieten opslaan
U kunt tot 10 verschillende functies als uw favorieten opslaan.
- Om een functie als favoriet op te slaan, moet u de Home Connect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
12.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u deze voor het instellen van de werking kiezen.
- 1. Druk op "Favorieten".
- 2. Druk op de gewenste favorieten.
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Het display geeft de instelwaarden weer.
Opmerking
Let op de informatie bij de verschillende functies: "Magnetron", Pagina 15
12.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorteren, of verwijderen.
- Om de favorieten te wijzigen, moet u de Home Connect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
13 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
13.1 Kinderslot activeren
U kunt het kinderslot activeren terwijl het apparaat in- of uitgeschakeld is.
- Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kinderslot te activeren.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat kan alleen met worden uitgeschakeld.
13.2 Kinderslot deactiveren
Zo kunt u het kinderslot op elk gewenst moment deactiveren.
- Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kinderslot te deactiveren.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
14 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
Pagina 19
Basisinstellingen nl
Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingen krijgt u op het display met .
| Basisinstellingen | Keuze |
|---|---|
| Taal | Zie de selectie op het apparaat |
| Home Connect | De oven met een mobiel eindapparaat verbinden en op afstand besturen. "Home Connect ", Pagina 20 |
| Tijd | Tijd in het 24 h-formaat |
| Datum | Datum in formaat DD.MM.JJJJ |
| Display | Keuze |
| Helderheid | Standen 1, 2, 3, 4 en 5 ¹ |
| Standby-indicatie | Aan, qua tijd gelimiteerd Aan (deze instelling verhoogt het energieverbruik) Uit ¹ |
| Tijd | Digitaal + datum ¹ Digitaal Analoog |
| Afstelling | Display horizontaal en verticaal stellen |
| Geluid | Keuze |
| Sensortoetstoon | Aan ¹ Uit |
| Geluidssignaal | Zeer kort Korte duur Gemiddelde duur ¹ Lange duur |
| Apparaatinstellingen | Keuze |
| Nalooptijd ventilator | Minimaal Aanbevolen ¹ Lang Zeer lang |
| Verlichting | Ingeschakeld bij het bereiden en bij het openen van de deur ¹ Alleen bij het openen van de deur Altijd uit |
| Magnetronvermogen voorinstelling | 90 W 180 W 360 W 600 W Boost ¹ |
| Magnetron hervatten | Aan Uit ¹ |
| Hoogte boven zeeniveau | Wanneer de kalibratie automatisch plaatsvindt, dan verdwijnt deze basisinstelling. 0 m - 300 m 300m - 600m 600m - 900m 900m - 1200m 1200m - 1500m 1500m - 1800m 1800m - 2100m |
| 1 Fabrieksinstelling | (kan afhankelijk van het apparaattype |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
afwijken)
| Apparaatinstellingen | Keuze | |
|---|---|---|
| Hoogte boven zeeniveau onbekend ¹ (Kalibratie noodzakelijk) | ||
| Personalisering | Keuze | |
| Merklogo | Displays ¹ Niet weergeven | |
| Werking na inschakelen | Hoofdmenu ¹ Verwarmingsmethoden Magnetron Gerechten Favorieten | |
| Verstreken bereidingstijd | Displays ¹ Niet weergeven | |
| Magnetronbakblik | Aan ¹ Uit | |
| Gerechten | Alle ¹ Geen varkensvlees Alleen koosjer | |
| Regionale gerechten | Alle ¹ Europese gerechten Gerechten volgens Britse wijze | |
| Kinderslot | Alleen toetsblokkering ¹ Gedeactiveerd | |
| Fabrieksinstellingen | Keuze | |
| Fabrieksinstellingen | Terugzetten | |
| Apparaatinformatie | Apparaatinformatie | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
14.2 Basisinstellingen wijzigen
- 1. Druk op "Basisinstellingen".
- 2. Druk op het gewenste basisinstellingsbereik.
- 3. Druk op de gewenste basisinstelling.
- 4. Druk op de gewenste keuze voor de basisinstelling. De wijziging wordt bij de meeste basisinstellingen direct overgenomen.
- 5. Om nog meer basisinstellingen te wijzigen, met teruggaan en een andere basisinstelling kiezen.
- 6. Schakel met terug naar het hoofdmenu om de basisinstellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met .
De wijzigingen zijn opgeslagen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
19
Pagina 20
nl Home Connect
15 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen in de Home Connect app om de instellingen aan te brengen.
Tip: Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
"Veiligheid", Pagina 2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
15.1 Home Connect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en ingeschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android-besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Home Connect app installeren en uw apparaat verbinden.
- 2. De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
15.2 Home Connect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor Home Connect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen. Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of Home Connect geconfigureerd is en of het apparaat met het thuisnetwerk is verbonden.
| Basisinstelling | Mogelijke instellingen | Toelichting |
|---|---|---|
| Home Connect Assistent | Assistent starten Verbinding verbreken | Via de Home Connect Assistent kunt u uw apparaat verbinden met de Home Connect app. Opmerking: Wanneer u de Home Connect Assistent voor de eerste keer gebruikt, dan is alleen de instelling "Assistent starten" beschikbaar. |
| WiFi | Aan Uit | Met WiFi kunt u de netwerkverbinding van uw apparaat uitschakelen. Wanneer u eenmaal succesvol bent verbonden, dan kunt u WiFi deactiveren en verliest u niet uw gedetailleerde gegevens. Zodra u WiFi opnieuw activeert, dan maakt uw apparaat automatisch verbinding. Opmerking: Bij netwerkgebonden standby verbruikt het apparaat maximaal 2 Watt. |
| Status afstandsbediening | Bewaking Handmatige start op afstand Permanente start op afstand | Bij bewaking kunt u alleen de bedrijfstoestand van het apparaat in de app weergegeven. Wanneer u omschakelt van bewaking of permanente start op afstand naar handmatige start op afstand, dan moet u de start op afstand elke keer activeren. U kunt de deur van het apparaat binnen 15 minuten openen, nadat u het starten op afstand heeft geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor niet gedeactiveerd. Na het verstrijken van de 15 minuten wordt met het openen van de apparaatdeur de handmatige start op afstand gedeactiveerd. Bij permanente start op afstand kunt u het apparaat altijd op afstand starten en bedienen. Wanneer u het apparaat vaak op afstand bedient, dan is het zinvol om Starten op afstand op permanent in te stellen. |
Pagina 21
Home Connect nl
15.3 Apparaat met Home Connect app bedienen
Met de Home Connect app kunt u het apparaat op afstand instellen en starten.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Vereisten
Het apparaat is uitgeschakeld.
Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Home Connect app verbonden.
Om het apparaat via de app te kunnen instellen, moet de handmatige of permanente start op afstand in de basisinstelling Afstandsbedieningsniveau zijn geselecteerd.
- 1. Druk op om de handmatige start op afstand te activeren.
De bevestiging op de bakoven is uitsluitend nodig, wanneer u van bewaking of permanenten start op afstand overschakelt naar handmatige start op afstand. Bij permanente start op afstand is geen bevestiging op de bakoven noodzakelijk.
- 2. Een instelling in de Home Connect app invoeren en naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat start, wordt Starten op afstand automatisch geactiveerd. U kunt de instellingen via de Home Connect app wijzigen of een nieuw programma starten. U kunt de deur van het apparaat binnen 15 minuten openen, nadat u het starten op afstand heeft geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor niet gedeactiveerd. Na het verstrijken van de 15 minuten wordt met het openen van de apparaatdeur de handmatige start op afstand gedeactiveerd.
15.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhelpen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates alsmede voor extra functies en diensten. Hierdoor kunnen weergaven alsmede de bediening in het display enigszins wijzigen.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Home Connect app geïnformeerd.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
- In de eerste stap van de download.
- In de tweede stap de installatie op uw apparaat. Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instellingen in de app kunnen software-updates ook automatisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de installatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
15.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/support van de lokale website: www.home-connect.com.
15.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde WiFi communicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
Pagina 22
nl Reiniging en onderhoud
16 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Verschillende reinigingsmiddelen met elkaar gemengd kunnen chemisch reageren.
- Geen reinigingsmiddelen mengen.
- Verwijder resten van reinigingsmiddelen volledig. Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit kan oppervlakken beschadigen.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
"Apparaat schoonmaken", Pagina 23
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | Warm zeepsop Speciale RVS-onderhoudsmiddelen voor warme oppervlakken | Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken | Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Glas | Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Apparaatdeur | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 24 |
| Roestvaststalen binnenlijst van de deur | RVS-reiniger | Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen voor roestvaststaal. Geen reinigingsmiddelen voor RVS gebruiken. |
| Deurgreep | Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Deurafdichting | Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
Pagina 23
Reinigingsondersteuning humidClean nl
Binnenruimte
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Emaille oppervlakken | Warm zeepsop Azijnwater Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open. Opmerkingen Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Rekjes | Warm zeepsop RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen. "Rekjes", Pagina 25 |
| Toebehoren | Warm zeepsop Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
16.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aanhouden.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 22
- 1. Het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 22
- 2. Drogen met een zachte doek.
17 Reinigingsondersteuning "humidClean"
De reinigingsondersteuning "humidClean" is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
17.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reinigingsondersteuning.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. LET OP ‒ Gebruik van gedestilleerd water in de binnenruimte leidt tot corrosie.
- Geen gedestilleerd water gebruiken.
0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
- 3. Druk op "Reiniging".
- 4. Druk op "humidClean".
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 5. Druk op .
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de noodzakelijke voorbereidingen voor de reinigingsondersteuning.
Pagina 24
nl Droogfunctie
- 6. Bevestig de aanwijzing.
De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigd, klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 7. Schakel het apparaat uit met .
- 8. .
"Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reinigen", Pagina 24
17.2 Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reinigen
LET OP
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Het resterende water in de binnenruimte met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 3. Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruimte met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 4. Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek en daarna met schoon water afnemen.
- 5. De binnenruimte drogen met een zachte doek.
- 6. Om de binnenruimte volledig te laten drogen, de apparaatdeur ca. 1 uur open laten of de functie "Drogen" gebruiken.
"Drogen instelen", Pagina 24
18 Droogfunctie
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, na het gebruik van de pure magnetronfunctie de binnenruimte drogen.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
18.1 Binnenruimte drogen
U kunt de binnenruimte met de hand drogen of de functie "Droogfunctie" gebruiken.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
- 3. Water in de binnenruimte opvegen.
- 4. Droog de binnenruimte.
- Laat om de binnenruimte te drogen de deur van het apparaat 1 uur open staan.
- Om de functie "Droogfunctie" te gebruiken, "Droogfunctie" instellen.
"Drogen instelen", Pagina 24
Drogen instellen
Vereiste:
"Binnenruimte drogen", Pagina 24
- 1. Druk op "Reiniging".
- 2. Druk op "Droogfunctie".
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 3. Druk op .
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de voorbereidingen die nodig zijn voor het drogen.
- 4. Bevestig de aanwijzing.
Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
Als het drogen beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 5. Schakel het apparaat uit met .
- 6. Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van het apparaat 1 tot 2 minuten geopend laten.
19 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de apparaatdeur demonteren.
19.1 Deur buitenruit demonteren
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De apparaatdeur openen.
- 2. Klem een theedoek die meerdere keren is gevouwen tussen de apparaatdeur.
- 3. De schroeven links en rechts van de apparaatdeur losdraaien en verwijderen.