Siemens ED851BS16E, tekst van de handleiding
Pagina's 10–19 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 10
nl Kapregeling
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
|---|---|---|
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. roerbakgerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3. - 4. | 3 - 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
| Braden (150 tot 200 g per portie in 1 tot 2 l olie, in porties frituren) ¹ | |
|---|---|
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kipnuggets | 8 - 9 |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg | 4 - 5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
9 Kapregeling
De kookzone beschikt over een in het kookvlak geïntegreerd luchtafvoersysteem.
De functies voor het aansturen van het luchtafvoersysteem worden hierna beschreven.
U kunt de fabrieksinstellingen te allen tijde wijzigen. "Basisinstelingen", Pagina 12
Opmerking: Om de prestaties te verbeteren, laag kookgerei gebruiken. Bij hoog kookgerei het deksel schuin plaatsen.
9.1 Automatische start voor de ventilatie
Wanneer u de aan de eerste kookzone een vermogensstand toewijst, dan begint het luchtafvoersysteem automatisch te werken. De ventilatiestand gaat branden op het ventilatiedisplay.
Na deze automatische start kunt u de ventilatiestand wijzigen.
"Ventilatie wijzigen of uitschakelen", Pagina 10
9.2 Kapregeling
De printplaat beschikt over 3 ventilatiestanden.
Ventilatie inschakelen
- 1. Druk op .
De ventilatie schakelt met de vooringestelde vermogensstand in.
- 2. De gewenste ventilatiestand kiezen met de symbolen en .
De vermogensstand van de ventilatie brandt.
Opmerking: Wanneer u een bereidingstijd of timertijd heeft ingesteld, raak dan aan om de ventilatiestand weer te geven.
Ventilatie wijzigen of uitschakelen
- 1. Druk op .
- 2. De gewenste ventilatiestand kiezen of deze op passen.
aan-
9.3 Intensief ventilatiestand
Er is een intensieve ventilatorstand, waarbij de ventilatie gedurende korte tijd met hoog vermogen draait.
Intensiefstand inschakelen
aanra-
- 1. Druk op .
- 2. De ventilatiestand kiezen en aansluitend ken.
De indicatie brandt.
Opmerking: Nach ca. 8 minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar ventilatiestand .
Intensiefstand wijzigen of uitschakelen
- 1. Druk op .
- 2. De gewenste ventilatiestand kiezen of deze op passen.
aan-
9.4 Naventilatie voor ventilatie
De ventilatie loopt nog enkele minuten na het uitschakelen van de kookzone met de hoofdschakelaar na. Een vereiste daarvoor is dat de kookzone minimaal één minuut is ingeschakeld en dat de ventilatie loopt. Deze schakelt zich na het verstrijken van de betreffende tijdsduur automatisch uit. Deze tijdsduur hangt af van de functie, waarin het apparaat werd geïnstalleerd.
Bij ingeschakelde ventilatie is de ventilatiestand verlicht. U kunt deze te allen tijde uitschakelen, door op te drukken.
10 combiZone
Deze maakt de combinatie mogelijk van twee kookzones van dezelfde grootte, waarbij dezelfde vermogensstand wordt ingeschakeld. De functie is vooral bestemd voor het koken met langwerpig kookgerei.
De functie maakt het koken mogelijk met een kookgerei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer comfort
1 Zonder deksel
10
van de ene naar de andere kookzone kunt schuiven. In dit geval behouden de beide zones dezelfde kookstand en dezelfde instellingen.
Pagina 11
Tijdfuncties nl
10.1 Plaatsen van het kookgerei
Gebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones.
10.2 combiZone activeren
- 1. Kies één van de kookzones en stel de kookstand in.
- 2. Tik op .
brandt en de kookstand wordt op de displays van beide kookzones weergegeven.
10.3 combiZone deactiveren
- Raak aan.
De beide kookzones functioneren nu als twee onafhankelijke kookzones.
11 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:
Uitschakeltimer Timer
11.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering mogelijk van een bereidingstijd voor en kookzone en de automatische uitschakeling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.
Bereidingstijd programmeren
- 1. Kies de kookzone en de gewenste vermogensstand.
- 2. Tik op .
De indicatie van de kookplaat brandt.
- 3. Kies de bereidingstijd met of .
De tijd begint af te lopen.
Opmerkingen
U kunt voor alle kookzones automatisch dezelfde bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u onder .Meer informatie vindt u onder .
"Basisinstelingen", Pagina 12
Wanneer u bij de gecombineerde kookzone de functie CombiZone kiest, is de ingestelde tijd voor beide kookzones gelijk.
Bereidingstijd wijzigen of wissen
- 1. De kookplaat kiezen.
- 2. Op tippen.
- 3. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen of op instellen.
11.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Kookwekker instellen
.
- 1. Kies de kookzone en tik tweemaal op naast brandt.
- 2. Kies de gewenste tijd met of . De tijd loopt af.
Kookwekkertijd wijzigen of wissen
- 1. Raak meerdere malen aan, totdat de indicatie naast brandt.
- 2. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen of op instellen.
12 powerBoost
Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.
Anders knipperen in de indicatie van de gekozen kookzone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteld zonder de functie te activeren.
Kies voor het inschakelen een kookzone en de kookstand . Druk vervolgens op .
Kies voor het uitschakelen een kookzone en tik op om de gewenste kookstand te kiezen.
Opmerking: Bij de combi-zone kunt u de functie alleen activeren wanneer u de twee kookzones als twee onafhankelijke kookzones gebruikt.
Pagina 12
nl Kinderslot
13 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen. Om de functie in te kunnen schakelen, moet de kookplaat zijn uitgeschakeld.
Wanneer u gedurende 4 seconden aanraakt, dan schakelt u het kinderslot in of uit.
Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaat wordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindt u meer informatie onder Basisinstellingen Pagina 12.
14 Individuele veiligheidsuitschakeling
Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de instelling niet veranderd, dan wordt de automatische uitschakeling geactiveerd. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerde vermogensstand af.
Druk op een willekeurige button.
15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot | - Handmatig. ¹ Automatisch. – Uitgeschakeld | |
| Akoestische signalen | – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Automatisch uitschakelen van de kookzones. | - uitgeschakeld. ¹ - - Tijd tot het automatisch uitschakelen. | |
| Duur van het timer-einde-geluidssignaal | – 10 seconden ¹ – 30 seconden - 1 minuut | |
| Vermogensbegrenzing Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen. | - Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat 1. - 1000 W. Laagste stand. . - 1500 W. ... - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. . - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. - 4000 W. . - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. ... - Maximaal vermogen van de kookplaat. | |
| Keuzetijd van de kookzone | - Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone instellen zonder deze opnieuw te selecteren. ¹ - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren. | |
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren. | - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen. | - Luchtcirculatie configureren. ¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
1 Fabrieksinstelling
12
Pagina 13
Kookgerei-test nl
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| - Luchtafvoer configureren. | ||
| Automatische start instellen | - Uitgeschakeld. – Ingeschakeld ¹ | |
| Naloop instellen Wanneer uw kookplaat werkt met afvoerluchtfunctie, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 6 minuten met de vermogensstand in. Wanneer uw kookplaat met de circulatieluchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 30 minuten met de vermogensstand in. De naloopfunctie schakelt zich na het verstrijken van deze tijd automatisch uit. | - Uitgeschakeld. - Ingeschakeld ¹: | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
15.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Raak binnen de volgende 10 seconden 4 seconden lang aan.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Lijst van de Technische Service (TS) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
De eerste vier indicaties geven productinformatie weer. Raak of aan om de afzonderlijke indicaties weer te geven.
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en branden afwisselend alsmede als vooringestelde waarde.
- 4. Raak het symbool net zo vaak aan tot de gewenste functie wordt weergegeven.
- 5. Kies de gewenste waarde met of .
- 6. Raak gedurende 4 seconden aan.
De instellingen zijn opgeslagen.
15.3 De basisinstellingen afsluiten
- Raak aan om de kookplaat uit te schakelen.
16 Kookgerei-test
De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de grootte van de gebruikte kookzone overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. Pagina 12
16.1 Kookgerei-test uitvoeren
- 1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. 200 ml water midden op die kookzone, waarvan de diameter het best overeenkomt met de diameter van de bodem van het kookgerei.
- 2. Roep de basisinstellingen op en kies .
- 3. Op of tippen. Op de kookzone knippert de indicatie .
De functie is geactiveerd.
Na 10 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay.
1 Fabrieksinstelling
16.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.
Resultaat
Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd.
Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.
Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces is in orde.
Opmerking: Plaats in gevallen met ongunstige resultaten het kookgerei opnieuw op een kleinere kookzone, indien aanwezig.
Raak of aan om de functie te activeren.
13
Pagina 14
nl Reiniging en onderhoud
17 Reiniging en onderhoud
17.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitrokeramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de klantenservice, in de webshop of in de vakhandel.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang de kookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring van het oppervlak leiden.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
Onverdund afwasmiddel
Reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine Schuurmiddelen
Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of vlekverwijderaars
Krassende sponzen
Hogedrukreinigers of stoomapparaten
17.2 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.
Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.
- 1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
- 2. Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.
Tips
Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.
Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat in een goede conditie.
17.3 Profielen reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de profielen bevinden, reinig deze dan.
Opmerking: Geen schraper gebruiken.
- 1. Reinigen met zeepsop en drogen met een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.
- 2. Drogen met een zachte doek.
17.4 Vetfilter
Het vetfilter filtert het vet uit de kookdamp. Het filter bestaat uit een houder en twee uitneembare vetfilters. De reinigingsfrequentie hangt af van de hoeveelheid en aard van de bij het bereiden gebruikte vet. Om een optimale werking te waarborgen, het vetfilter bij zichtbare afzettingen of minimaal eenmaal per maand reinigen.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
- Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
- De vetfilters regelmatig reinigen.
- Nooit in de omgeving van het apparaat met open vuur werken (bijv. flamberen).
LET OP
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.
- Met een hand onder de vetfilter grijpen.
- 1. Verwijder het vetfilter.
- Onder in het reservoir kan zich vet ophopen. Het vetfilter niet kantelen, om lekkend vet te vermijden.
- 2. De onderdelen van het vetfilter demonteren.
- 3. Het vetfilter in de vaatwasser of handmatig reinigen. "Reinig het vetfilter met de hand", Pagina 15 "Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen", Pagina 15
- 4. Indien nodig de geurfilters of de akoestische filters verwijderen en het apparaat van binnen reinigen.
- 5. Mochten er voorwerpen in het apparaat zijn beland, dan deze verwijderen en ervoor zorgen dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is.
Pagina 15
Reiniging en onderhoud nl
- 6. Maak het inwendige van het apparaat met zeepsop en een vaatdoek schoon.
- 7. Plaats na het reinigen het gedroogde vetfilter.
Reinig het vetfilter met de hand
- 1. De onderdelen van het vetfilter demonteren.
- 2. Het vetfilter in een warm zeepsop weken.
- Het vetfilter met een borstel reinigen. Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
- Bij hardnekkig vuil een speciaal vetoplosmiddel gebruiken. U kunt de vetoplosser via de klantenservice, in de webshop of in een speciaalzaak kopen.
- 3. Het vetfilter goed uitspoelen.
- 4. Laat het vetfilter afdruppelen.
- 5. De onderdelen van het vetfilter inbouwen.
- 6. Na het drogen het vetfilter in het apparaat plaatsen.
Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen
- 1. Verwijder het vetfilter.
- 2. De onderdelen van het vetfilter demonteren.
- 3. De onderdelen van het vetfilter losjes in de vaatwasser plaatsen en niet vastklemmen.
Reinig sterk verontreinigde vetfilters niet samen met serviesgoed. Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
- 4. De vaatwasmachine starten. Kies bij de temperatuurinstelling maximaal 70°C.
- 5. Laat het vetfilter afdruppelen.
- 6. Na het drogen het vetfilter in het apparaat plaatsen.
17.5 Geurfilter of akoestisch filter
De geurfilters of akoestische filters zijn verkrijgbaar in de speciaalzaak, bij de klantenservice of in de webshop.
Opmerkingen
Geurfilters vervangen, wanneer de waarschuwing op het apparaat wordt weergegeven.
"Verzadigingsindicatie reseten", Pagina 15
Vervang de akoestische filters als ze verontreinigd zijn.
Vereiste: Gebruik uitsluitend originele filters om een optimale werking te garanderen.
- 1. Verwijder het vetfilter.
- 2. De 4 geurfilters of het akoestische filter eruit halen en correct afvoeren.
- 3. De twee nieuwe geurfilters of akoestische filters links en rechts in het apparaat plaatsen en naar voren schuiven.
- 4. De andere geurfilters of akoestische filters links en rechts in het apparaat plaatsen.
- 5. Het vetfilter in het apparaat plaatsen.
Verzadigingsindicatie resetten
Na het uitschakelen van het apparaat brandt .
- 1. Geurfilter vervangen.
"Geurfilter of akoestisch filter", Pagina 15
Pagina 16
nl Storingen verhelpen
- 2. Houd ingedrukt, totdat een geluidssignaal klinkt. brandt niet langer. De indicatie van het geurfilter is gereset.
17.6 Overloopreservoir schoonmaken
Het overloopreservoir verzamelt vloeistoffen of voorwerpen die van boven in het apparaat terechtkomen.
Vereiste: Het apparaat is afgekoeld en de restwarmteaanduiding is verdwenen.
- 1. Het overloopreservoir met een hand vasthouden en met de andere hand eraf schroeven.
- Het overloopreservoir niet schuin houden om te voorkomen dat er vocht uitloopt.
- 2. Het overloopreservoir leegmaken en uitspoelen.
- 3. Indien nodig de schroef afschroeven en het overloopreservoir zonder schroef in de vaatwasmachine reinigen.
- 4. Het overloopreservoir na het schoonmaken weer vastschroeven.
- 5. Zorg ervoor dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is.
Voorwerpen die in het apparaat terechtkomen na het afkoelen van het apparaat verwijderen. Hiervoor het vetfilter verwijderen.
18 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 18
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Pagina 17
Storingen verhelpen nl
18.1 Waarschuwing contact op met de servicedienst en geef de exacte storingscode op.
Opmerkingen Wanneer een fout optreedt, dan schakelt het apparaat Wanneer op het display verschijnt, de knop van de niet naar de spaarstand.
betreffende kookzone ingedrukt houden en de sto- Om de elektrische onderdelen van het apparaat te ringscode aflezen. beschermen tegen oververhitting of stroomstoten, kan Wanneer de storingscode niet in de volgende tabel het vermogensniveau van de kookplaat voor korte tijd staat, de kookplaat loskoppelen van het elektriciteits- worden teruggebracht.
net, 30 seconden wachten en de kookplaat weer aansluiten. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan
18.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing | |
|---|---|---|
| Er brandt geen enkele indicatie. | De stroomtoevoer is onderbroken. ▸ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring. | |
| Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten. ▸ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema. | ||
| Storing in de elektronica ▸ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in. | ||
| De indicaties knipperen. | Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp. ▸ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. | |
| Ventilatie werkt niet | Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten. ▸ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema. | |
| Het geurfilter is verzadigd of de verzadigingsindicatie brandt, hoewel u het filter heeft vervangen. ▸ Vervang het filter en reset de filterverzadigingsindicatie. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk . "Reiniging en onderhoud", Pagina 14 | ||
| , , , , | De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld. ▸ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken. | |
| + vermogensstand en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken. ▸ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten. | |
| en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld. ▸ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken. | |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld. ▸ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in. | |
| De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik. ▸ Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Voor het instellen van de kookzone een willekeurige toets aanraken en het display uitschakelen. | ||
| / | De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied. ▸ Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. | |
| / | De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten. ▸ Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het schakelschema. | |
| De demo-modus is geactiveerd. ▸ Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. 30 seconden wachten en de kookplaat aansluiten. Raak binnen de volgende 3 minuten een willekeurige sensor aan. De demomodus is gedeactiveerd. | ||
| naast | Kinderslot is geactiveerd. ▸ Kinderslot deactiveren | |
Pagina 18
nl Afvoeren
18.3 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.
19 Afvoeren
19.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
20 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
De informatie conform verordening (EU) 65/2014, (EU) 66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op siemenshome.bsh-group.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
20.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje vindt u:
op de apparaatpas.
voor aan de onderkant van de kookplaat.
Het productnummer (E-nr.) vindt u ook op de glaskeramiek. De servicedienstindex (KI) en het fabricagenummer (FD) kunt u bovendien in de basisinstellingen Pagina 12 laten weergeven.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
21 Testgerechten
Deze instellingsaanbevelingen zijn bedoeld voor testinstituten om het testen van onze apparaten te vergemakkelijken. De testen worden met onze kooksets voor inductiekookplaten uitgevoerd. Indien nodig kunt u deze accessoiresets op een later tijdstip aanschaffen bij de
vakhandel, via onze technische klantenservice of in onze webshop.
Pagina 19
Testgerechten nl
21.1 De couverture smelten.
Ingrediënten: 150 g pure chocolade (55% cacao). Pot Ø 16 cm zonder deksel
- Koken: Vermogensstand 1.
21.2 Linzenschotel opwarmen en warmhouden
Recept volgens DIN 44550
Begintemperatuur 20°C
Opwarmen zonder omroeren
Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 450 g
- Verwarmen: tijdsduur 1 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 1.
Pot Ø 20 cm met deksel Hoeveelheid: 800 g
- Verwarmen: tijdsduur 2 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 1.
21.3 Linzenschotel opwarmen en warmhouden
Bijv.: linzendiameter 5-7 mm. Starttemperatuur 20°C Na 1 min. opwarmen omroeren
Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 500 g
- Opwarmen: tijdsduur ca. 1 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 1.
Pan Ø 20 cm met deksel Hoeveelheid: 1 kg
- Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 1.
21.4 Bechamelsaus
Melktemperatuur: 7ºC
Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 40 g boter, 40 g meel, 0,5 l melk met 3,5% vetgehalte en een snufje zout
Bechamelsaus maken
- 1. Boter smelten, bloem en zout erdoor roeren en het geheel verwarmen.
- Verwarm het: duur 6 min., vermogensfase 2
- 2. De melk bij de roux van bloem voegen en deze onder voortdurend roeren aan de kook brengen.
- Verwarm het: duur 6 min. 30 sec., vermogensfase 7
- 3. Als de bechamelsaus aan de kook komt, laat deze dan nog 2 minuten op de kookzone staan, onder voortdurend roeren.
- Kookpunt: Vermogensstand 2
21.5 Kook rijstpudding met deksel
Melktemperatuur: 7ºC
- 1. De melk verwarmen tot hij begint op te komen. Verwarmen zonder deksel. Na 10 min. opwarmen omroeren.
- 2. Stel het aanbevolen vermogen in en voeg rijst, suiker en zout toe aan de melk.
Bereidingstijd inclusief opwarmen, ca. 45 min.
Pan Ø 16 cm Ingrediënten: 190 g rijst met ronde korrel, 90 g suiker, 750 ml melk met 3,5 % vetgehalte en 1 g zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermogensstand 8.
- Kookpunt: Vermogensstand 3
Pan Ø 20 cm Ingrediënten: 250 g rijst met ronde korrel, 120 g suiker, 1 l melk met 3,5 % vetgehalte en 1,5 g zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermogensstand 8.
- Doorkoken: vermogensstand 3, na 10 min. omroeren
21.6 Kook rijstpudding zonder deksel
Melktemperatuur: 7ºC
- 1. Ingrediënten aan de melk toevoegen en onder voortdurend roeren opwarmen.
- 2. Wanneer de melk ca. 90 ºC heeft bereikt, kiest u het aanbevolen prestatieniveau en laat u de melk ca. 50 minuten sudderen op een lage stand.
Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 190 g rijst met ronde korrel, 90 g suiker, 750 ml melk met 3,5 % vetgehalte en 1 g zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermogensstand 8.
- Kookpunt: Vermogensstand 3
Pot Ø 20 cm zonder deksel Ingrediënten: 250 g rijst met ronde korrel, 120 g suiker, 1 l melk met 3,5 % vetgehalte en 1,5 g zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermogensstand 8.
- Kookpunt: Vermogensstand 2.
21.7 Rijst koken
Recept volgens DIN 44550
Watertemperatuur: 20°C
Pan Ø 16 cm met deksel Ingrediënten: 125 g rijst met lange korrel, 300 g water en een snufje zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 2
Pan Ø 20 cm met deksel Ingrediënten: 250 g rijst met lange korrel, 600 g water en een snufje zout
- Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermogensstand 9
- Kookpunt: Vermogensstand 2.
21.8 Varkenslende braden
Begintemperatuur van de lende: 7°C
Koekenpan Ø 24 cm zonder deksel Ingrediënten: 3 varkenslendenen, totaalgewicht ca. 300 g, 1 cm dik, en 15 ml zonnebloemolie