Siemens ED877FS25E, tekst van de handleiding
Pagina's 12–30 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–11verder op pagina 31 →
Pagina 12
nl Voor het eerste gebruik
Functies voor de ventilatie
U kunt dit apparaat gebruiken voor luchtafvoer en circulatielucht.
Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd.
Wordt de afvoerlucht door de buitenmuur geleid, dan dient er een telescoop-muurkast te worden gebruikt.
Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een actief koolfilter gereinigd en weer teruggeleid naar de keuken.
Aanwijzing: Om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van circulatielucht, dient u een actief koolfilter te monteren. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in de prospectus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. Het daartoe benodigde toebehoren is verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of in de online-shop.
Voor het eerste gebruik
Volg voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt de volgende aanwijzing op:
Het apparaat en de accessoires grondig schoonmaken.
Voordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren:
Eerste gebruik
Aanwijzing: Het apparaat is bij levering op ingesteld op luchtcirculatie.
Mogelijke instellingen:
- Bij luchtcirculatie is voor de indicatie de waarde (fabrieksinstelling) ingesteld.
- Bij luchtafvoer is voor de indicatie de waarde ingesteld.
Zie "Basisinstellingen" op pagina 23 om het apparaat naar de circulatiefunctie om te zetten.
1Apparaat bedienen
In dit hoofdstuk kunt u lezen hoe u een kookzone instelt. In de tabel vindt u kookstanden en bereidingstijden voor verschillende gerechten.
Waarschuwing – Gevaar voor verbranding!
De filterafdekking van metaal wordt op de kookplaat heel snel heet. De filterafdekking nooit op de kookplaat leggen.Geen pannen op de filterafdekking plaatsen of er andere voorwerpen op leggen.
Aanwijzing: Schakel de ventilatie in zodra u begint met koken en schakel hem pas enkele minuten na het koken weer uit. Zo wordt de keukendamp het meest effectief verwijderd.
Aanwijzing: Het apparaat nooit gebruiken zonder reservoir, metalen vetfilter en filterafdekking.
Kookplaat in- en uitschakelen
U schakelt de kookplaat met de hoofdschakelaar in en uit.
Inschakelen: raak het symbool aan. Er klinkt een signaal. De indicatie boven de hoofdschakelaar en de kookzone-indicaties lichten op. De kookplaat is klaar voor gebruik.
Uitschakelen: het symbool aanraken tot de indicatie verdwijnt. Alle kookzones zijn uitgeschakeld. De restwarmte-indicatie blijft verlicht tot de kookzones voldoende zijn afgekoeld.
Aanwijzingen
- Wanneer alle kookzones langer dan 30 seconden uitgeschakeld zijn en de ventilatie uitgeschakeld is, gaat de kookplaat automatisch uit.
- De gekozen instellingen blijven gedurende de eerste 4 seconden na uitschakeling van de kookplaat bewaard. Wanneer u in deze tijd de kookplaat opnieuw inschakelt, treedt deze in werking met de vorige instellingen.
De kookzone afstellen
Regel de gewenste vermogensstand in de programmeerzone.
Vermogensstand 1 = minimumvermogen.
Vermogensstand 9 = maximumvermogen.
Elke vermogensstand is voorzien van een tussenliggende afstelling. Deze wordt aangegeven met een punt.
Aanwijzingen
- Om de gevoelige onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of elektrische overbelasting, kan het vermogen van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
- Om geluidshinder van het apparaat te voorkomen kan het vermogen van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
Pagina 13
Apparaat bedienen nl
Kookzone en kookstand kiezen
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Raak het symbool van de gewenste kookzone aan. Op het display is verlicht.
- 2. Kies vervolgens in het instelgebied de gewenste kookstand.
De kookstand is ingesteld.
De vermogensstand wijzigen
Selecteer de kookzone en regel de gewenste vermogensstand in de programmeerzone.
De kookzone uitschakelen
Selecteer de kookzone en stel af op in de programmeerzone. De kookzone wordt uitgeschakeld en de restwarmte-indicator verschijnt.
Aanwijzingen
- Als er geen pan op de inductiekookzone wordt geplaatst, gaat de geselecteerde vermogensstand knipperen. Na een tijdje wordt de kookzone uitgeschakeld.
- Als er een pan op de kookzone staat voordat de plaat wordt ingeschakeld, zal deze worden gedetecteerd binnen 20 seconden na het indrukken van de hoofdschakelaar en zal de kookzone automatisch worden geselecteerd. Selecteer, zodra deze is gedetecteerd, de vermogensstand binnen 20 seconden, anders wordt de kookzone uitgeschakeld.
Ook al worden er meerdere pannen geplaatst, bij het inschakelen van de kookplaat wordt er maar één gedetecteerd.
- De ventilatie moet afzonderlijk worden uitgeschakeld. "Ventilatie uitschakelen" op pagina 13
Ventilatie in- en uitschakelen
Aanwijzing: Pas de vermogensstand altijd aan de actuele omstandigheden aan. Kies bij een sterke kookdamp ook een hoge vermogensstand.
Aanwijzing: Wanneer er geen metalen vetfilter is geplaatst, kan de ventilatie niet worden ingeschakeld. Plaats de metalen vetfilter. De functies van de kookplaten zijn ook zonder metalen vetfilter beschikbaar. "Reinigen" op pagina 26
Aanwijzing: Ventilatieopeningen niet blokkeren met voorwerpen.Geen voorwerpen op de filterafdekking plaatsen. Anders wordt het vermogen van de ventilatie verminderd.
Aanwijzing: Bij hoge pannen kan geen optimaal afzuigvermogen worden gegarandeerd. Het afzuigvermogen kan worden verbeterd door een deksel schuin op de pan te leggen.
Ventilatie inschakelen
Wanneer de ventilatie niet kan worden ingeschakeld, de metalen vetfilter correct aanbrengen.
- 1. Symbool aanraken.
De ventilatie start op vermogensstand . De ingestelde vermogensstand verschijnt op het display.
Aanwijzingen
- Tijdens het instellen van de vermogensstand van de ventilatie kunnen er geen kookstanden worden veranderd.
- Gedurende enkele seconden kan er een vermogensstand voor de ventilatie worden gekozen. Hierna kan het instelgebied weer voor het instellen van de kookstanden worden gebruikt.
- 2. Kies de gewenste vermogensstand in het instelgebied.
De ingestelde vermogensstand verschijnt op het display.
- 3. Om een andere vermogensstand in te stellen, het symbool aanraken en in het instelgebied met de twist-knop de gewenste stand kiezen.
De ingestelde vermogensstand verschijnt op het display.
Ventilatie uitschakelen
Wilt u het apparaat uitschakelen, raak dan het symbool aan. Wilt u alleen de ventilatie uitschakelen, ga dan als volgt te werk:
- 1. Symbool aanraken.
- 2. In het instelgebied het symbool kiezen.
- 3. Symbool aanraken om naar het instelgebied van de kookplaat te gaan.
Aanwijzing: Afhankelijk van de gekozen basisinstellingen start de naloop nadat het apparaat is uitgeschakeld.
Pagina 14
nl Apparaat bedienen
Intensief-stand
Activeer de intensiefstand in geval van sterke geur- of dampontwikkeling. Hierbij werkt de ventilatie gedurende korte tijd in de hoogste stand. Na korte tijd schakelt hij zelfstandig terug naar een lagere stand.
Inschakelen
- 1. Symbool aanraken.
Op het display wordt weergegeven, de lijn onder de vermogensstand is verlicht.
- 2. Symbool b aanraken.
Op het display wordt weergegeven. De lijn onder het symbool brandt. De ventilatorstand is geactiveerd.
- 3. Of: symbool b twee keer aanraken.
Op het display wordt weergegeven. De lijn onder het symbool brandt. De intensiefstand is geactiveerd.
Aanwijzing: Na acht minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de vermogensstand .
Uitschakelen
- 1. Symbool aanraken.
- 2. In de volgende seconden over het instelgebied strijken, tot vermogensstand of een andere vermogensstand wordt weergegeven.
Automatische start
Zodra er een vermogensstand voor een kookplaat wordt gekozen, zijn afhankelijk van de gekozen basisinstellingen de volgende opties mogelijk:
- De ventilatie start niet.
- De ventilatie start in de vastgelegde vermogensstand.
Kies de gewenste optie in de basisinstellingen. "Basisinstellingen" op pagina 23
Naloop-functie
De naloopfunctie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen enkele minuten verder lopen. Zo wordt nog aanwezige kookdamp verwijderd.Hierna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.
In de basisinstellingen ( Blz. 23) kunt u de volgende opties voor de naloop kiezen:
- Naloop deactiveren
- Naloop voor een vastgestelde tijdsduur in een vastgestelde vermogensstand activeren
Aanwijzing: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut is ingeschakeld.
Uitschakelen
Symbool aanraken.
De naloopfunctie wordt direct beëindigd.
Wanneer een van de volgende voorwaarden van toepassing is, wordt de naloopfunctie uitgeschakeld:
- De nalooptijd is afgelopen.
- Het apparaat wordt weer ingeschakeld.
Kookadvies
Advies
- Bij het warm maken van puree, crèmesoepen en dikvloeibare sauzen regelmatig roeren.
- Voor het voorverwarmen kookstand 8 - 9 instellen.
- Bij de bereiding met deksel de kookstand terugschakelen, zodra er tussen deksel en kookgerei stoom vrijkomt. Voor een goed bereidingsresultaat is geen stoom nodig.
- Na de bereiding het kookgerei tot het opdienen gesloten houden.
- Voor het koken met de snelkookpan de aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen.
- De gerechten niet te lang laten koken of bakken, om de voedingswaarde te behouden. Met de kookwekker kan de optimale bereidingstijd worden ingesteld.
- Voor een gezonder bereidingsresultaat dient rokende olie te worden voorkomen.
- Voor een bruine kleur van de gerechten deze na elkaar klaarmaken in kleine porties.
- Kookgerei kan tijdens de bereiding hoge temperaturen bereiken. Het gebruik van pannenlappen is aan te bevelen.
- Adviezen voor energie-efficiënt koken vindt u in het hoofdstuk "Milieubescherming"
Pagina's 15–16: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 17
CombiZone nl
CombiZone
Met deze functie kunnen de beide kookzones aan de linkerkant, die even groot zijn, samengeschakeld worden. Hierbij wordt voor beide kookzones dezelfde kookstand ingesteld.Deze is bijzonder geschikt voor de bereiding met langwerpig kookgerei.
Aanwijzingen voor het kookgerei
Voor optimale resultaten dient u in het gebied van beide kookzones geschikt, ovaal kookgerei te gebruiken. Plaats het kookgerei in het midden van de kookzones.
Wordt op een van beide kookzones slechts één vorm gebruikt, dan kan deze naar de tweede kookzone worden verschoven. In dit geval worden de kookstand en de gekozen instellingen overgenomen.
Activeren
- 1. Een van de twee kookzones kiezen die bij de CombiZone horen en de kookstand instellen.
- 2. Raak het symbool aan. De indicatie is verlicht. De kookstand verschijnt in de indicatie van de onderste kookzone.
De functie is geactiveerd.
De vermogensstand wijzigen
Wijzig in de programmeerzone de vermogensstand.
Deactiveren
Kies een van de beide kookzones die bij deze functie horen en raak het symbool aan.
De functie is gedeactiveerd. De beide kookzones functioneren verder als twee onafhankelijke kookzones.
Move-functie
Met deze functie kunt u de beide kookzones aan de linkerkant, die even groot zijn, samenschakelen en voor beide kookstanden verschillende kookstanden kiezen. Vooraf ingestelde kookstanden:
Voorste kookzone = kookstand
Achterste kookzone = kookstand .
De kookstanden kunnen voor elke kookzone onafhankelijk van elkaar worden veranderd.
Aanwijzingen
- Kookgerei op slechts één van de kookzones plaatsen.De functie wordt niet geactiveerd wanneer op elk van beide kookzones afzonderlijk kookgerei staat.
- In de indicatie van de kookzone waarop geen kookgerei staat, is de kookstand zwakker. Deze wordt pas geactiveerd wanneer de vorm op deze kookzone verplaatst en herkend wordt.
- Is de functie al geactiveerd en wordt er een tweede vorm op de vrije kookzone geplaatst, dan blijft de indicatie, net als daarvoor, zwak verlicht. De kookzone is dan niet actief. De kookzone wordt pas actief wanneer de eerste kookvorm verwijderd wordt.
Tips voor het gebruik van pannen
Om te zorgen voor een goede detectie en verdeling van de warmte, wordt aanbevolen de pan correct te centreren:
Gebruik slechts ëén kookgerei waardoor maar één kookzone wordt bedekt.
Het kookgerei van de ene naar de andere kookzone schuiven:
Pagina 18
nl Tijdfuncties
Activeren
- 1. Kies een van de beide kookzones die bij de Movefunctie horen.
- 2. Raak het symbool aan. De indicaties zijn verlicht.
De kookstanden zijn verlicht in de indicaties van beide kookzones.
De functie is geactiveerd.
Aanwijzingen
- De indicatie van de kookplaat met het kookgerei is helderder verlicht.
- In de indicatie van de gekozen kookzone is de indicatie verlicht.
Kookstand wijzigen
Een van de twee kookzones kiezen die bij de Movefunctie horen en de kookstand in het instelgebied veranderen.
Aanwijzing: Wordt de functie gedeactiveerd, dan krijgen de kookstanden weer hun oorspronkelijke instellingen.
Deactiveren
Raak het symbool aan.
De functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Wanneer één van de twee kookzones op wordt gezet, wordt de functie binnen ca. 10 seconden gedeactiveerd.
Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over twee timer-functies:
- Programmering van de bereidingstijd
- Kookwekker
Programmering van de bereidingstijd
De kookzone schakelt na afloop van de ingestelde tijd automatisch uit.
Zo stelt u in:
- 1. De kookzone en de gewenste kookstand kiezen.
- 2. Raak het symbool 0 aan. In de indicatie van de kookzone is verlicht.In de timer-indicatie is verlicht.
- 3. Binnen de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste bereidingstijd instellen.
Na enkele seconden begint de tijd af te lopen.
Aanwijzingen
- Voor alle kookzones kan automatisch dezelfde bereidingstijd worden ingesteld. De ingestelde tijd loopt voor elk van beide kookzones onafhankelijk af. In de paragraaf "Basisinstellingen" vindt u informatie over de manier waarop de bereidingstijd automatisch kan worden geprogrammeerd.
- Wordt bij de gecombineerde kookzone de functie CombiZone gekozen, dan is de ingestelde tijd voor beide kookzones hetzelfde.
BraadSensor
Wordt er een bereidingstijd geprogrammeerd voor een kookzone en is de braadSensor geactiveerd, dan begint de bereidingstijd pas af te lopen wanneer de gekozen temperatuurstand bereikt is.
De tijd wijzigen of annuleren
Selecteer de kookzone en druk vervolgens op het symbool 0.
Wijzig de kooktijd in de programmeerzone of stel af op om de tijd te annuleren.
Na het verstrijken van de tijd
De kookzone wordt uitgeschakeld. Er klinkt een waarschuwingssignaal. Op de visuele indicator van de timerfunctie licht 10 seconden lang op.
Als op het symbool 0 wordt gedrukt, gaan de indicators uit en stopt het akoestische signaal.
Aanwijzingen
- Is er een bereidingstijd voor meerdere kookzones geprogrammeerd, dan verschijnt altijd de tijdsopgave van de gekozen kookzone in de timerindicatie.
- U kunt tot een bereidingstijd tot 99 minuten instellen.
De kookwekker
Met de kookwekker kunt u een tijd tot 99 minuten instellen.
Hij functioneert onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze functie schakelt een kookzone niet automatisch uit.
Zo wordt dit geprogrammeerd
- 1. Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator gaat branden. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt .
- 2. Selecteer in de programmeerzone de gewenste tijd. Na enkele seconden begint tijd te verstrijken.
De tijd wijzigen of annuleren
Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator oplicht. Wijzig de tijd in de programmeerzone of stel af op .
Na het verstrijken van de tijd
Er klinkt een waarschuwingssignaal. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt en de indicator gaat branden. Na 10 seconden gaan de indicators uit.
Als op het symbool 0 wordt gedrukt, gaan de indicators uit en stopt het akoestische signaal.
Pagina 19
PowerBoost-functie nl
PowerBoost-functie
Met de PowerBoost-functie kunnen grote hoeveelheden water sneller worden verwarmd dan met de betreffende kookstand .
Deze functie kan alleen worden geactiveerd voor een kookzone wanneer de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is (zie Afb.). Anders knipperen en in de indicatie van de gekozen kookzone; vervolgens wordt automatisch de kookstand ingesteld zonder de functie te activeren.
Aanwijzing: In het gebied van de combi-zone kan de powerboost-functie alleen worden geactiveerd wanneer de twee kookzones onafhankelijk van elkaar worden gebruikt.
Activeren
- 1. Een kookzone kiezen.
- 2. Symbool twee keer aanraken. Op het display is verlicht. De functie is geactiveerd.
Deactiveren
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Symbool aanraken.
De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
De functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan het voorkomen dat de PowerBoost-functie automatisch uitgaat, ter bescherming van de elektronische componenten binnenin de kookplaat.
Braadsensor
Met deze functie is het mogelijk te bakken met behoud van de geschikte pantemperatuur.
Deze kookzones zijn voorzien van het symbool van de bakfunctie.
Voordelen bij het bakken en braden
- De kookzone warmt alleen op wanneer dit nodig is om de temperatuur te handhaven. Zo wordt energie bespaard en de olie of het vet niet oververhit.
- De braadfunctie meldt wanneer de lege pan de optimale temperatuur voor toevoeging van de olie en vervolgens het toevoegen van de gerechten heeft bereikt.
Aanwijzingen
- Geen deksel op de pan leggen. Anders wordt de functie niet juist geactiveerd. Er kan een spatbescherming worden gebruikt, om vetspetters te voorkomen.
- Gebruik olie of vet die geschikt zijn om te bakken en te braden. Worden boter, margarine, pure olijfolie extra of reuzel gebruikt, stel dan temperatuurstand in.
- Nooit een pan met of zonder inhoud verwarmen zonder dat er toezicht bij is.
- Heeft de kookzone een hogere temperatuur dan de pan of omgekeerd, dan wordt de braadsensor niet op de juiste manier geactiveerd.
Pannen voor de braadSensor
Voor deze functie bestaan speciale pannen.Deze kunnen in de vakhandel of via onze servicedienst worden aangeschaft. Geef steeds het corresponderende referentienummer aan.
- HZ390210 pan met een diameter van 15 cm.
- HZ390220 pan met een diameter van 19 cm.
- HZ390230 pan met een diameter van 21 cm.
De pannen zijn voorzien van een antiaanbaklaag, daarom hoeft er bij het bakken en braden nauwelijks olie te worden gebruikt.
Aanwijzingen
- De bakfunctie is speciaal ingesteld voor deze soort pannen.
- Andere pannen kunnen oververhit raken. De temperatuur kan hoger of lager worden ingesteld. Probeer het eerst met de laagste temperatuurstand en verander deze zo nodig.
- Zorg ervoor dat de diameter van de pannenbodem overeenkomt met de grootte van de kookzone. Zet de pan in het midden van de kookzone.
Pagina's 20–21: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 22
nl Kinderslot
Kinderslot
Met het kinderslot kunt u voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen.
Het kinderslot activeren en deactiveren
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
Activeren: houd het symbool gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De indicator naast het symbool gaat branden gedurende 10 seconden. De kookplaat is geblokkeerd.
Deactiveren: houd het symbool gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De blokkering is gedeactiveerd.
Automatisch kinderslot
Met deze functie wordt het kinderslot altijd automatisch ingeschakeld als de kookplaat wordt uitgeschakeld.
In- en uitschakelen
In het hoofdstuk "Basisinstellingen" kunt u lezen hoe u het automatische kinderslot inschakelt.
Wrijfbeveiliging
Wanneer u over het bedieningspaneel wrijft als de kookplaat ingeschakeld is, kunnen er instellingen veranderen. Om dit te voorkomen kan het bedieningspaneel voor reinigingsdoeleinden worden geblokkeerd.
Activeren: het symbool aanraken. Er klinkt een signaal. Het bedieningspaneel is 35 seconden lang geblokkeerd. U kunt over het oppervlak van het bedieningspaneel wrijven zonder de instellingen te veranderen.
Deactiveren: Na 35 seconden wordt het bedieningspaneel gedeblokkeerd. Om de functie voortijdig op te heffen het symbool aanraken.
Aanwijzingen
- 30 seconden na activering klinkt een signaal. Hiermee wordt aangegeven dat de functie spoedig beëindigd is.
- De reinigingsblokkering heeft geen invloed op de hoofdschakelaar. De kookplaat kan op elk moment worden uitgeschakeld.
Automatische veiligheidsuitschakeling
Wanneer een kookzone langere tijd in gebruik is en er geen instellingen gewijzigd zijn, wordt de automatische veiligheidsuitschakeling geactiveerd.
De kookzone warmt niet meer op. In de kookzone-indicatie van de kookzone knipperen afwisselend , en de restwarmte-indicatie of .
Wordt een willekeurig symbool aangeraakt, dan schakelt de indicatie uit. De kookzone kan nu opnieuw worden ingesteld.
Het tijdstip van de automatische veiligheidsuitschakeling is afhankelijk van de ingestelde kookstand (na 1 tot 10 uur).
Pagina 23
Basisinstellingen nl
Basisinstellingen
Het apparaat heeft verschillende basisinstellingen.
U kunt deze aanpassen aan uw gewoonten.
| Indicatie | Functie |
|---|---|
| Automatisch kinderslot | |
| • Handmatig*. • Automatisch. • Functie gedeactiveerd. | |
| Akoestische signalen | |
| • Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. • Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. • Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. • Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld.* | |
| Energieverbruik weergeven | |
| • Uitgeschakeld.* • Ingeschakeld. | |
| Automatische programmering van de bereidingstijd | |
| • Uitgeschakeld.* - tijd tot de automatische uitschakeling. | |
| Duur van het timer-einde-geluidssignaal | |
| 10 seconden.* 30 seconden. 1 minuut. | |
| Power-Management-functie.Totale vermogen van de kookplaat begrenzen De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. | |
| • Gedeactiveerd. Maximaal vermogen van de kookplaat. */** 1000 W minimaal vermogen. . 1500 W. ... 3000 W aanbevolen voor 13 ampère. . 3500 W aanbevolen voor 16 ampère. 4000 W . 4500 W aanbevolen voor 20 ampère. ... of . Maximale vermogen van de kookplaat.** | |
| Keuzetijd van de kookzone | |
| • Onbegrensd: de laatste ingestelde kookzone blijft geselecteerd.* • Begrensd: de kookzone blijft slechts enkele seconden lang geselecteerd. | |
| Pan controleren, resultaat van het bereidingsproces | |
| • Niet geschikt • Niet optimaal • Geschikt | |
| * Fabrieksinstellingen **Het maximale vermogen van de kookplaat wordt aangegeven op het typeplaatje. | |
Pagina 24
nl Weergave van het energieverbruik
| Indicatie | Functie |
|---|---|
| Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen | |
| • Luchtcirculatie is ingesteld.* • Luchtafvoer is ingesteld. | |
| Automatische start instellen | |
| • Uitgeschakeld. • Ingeschakeld: de ventilator start in een vastgelegde vermogensstand.* | |
| Naloop instellen | |
| • Uitgeschakeld. • Ingeschakeld: de ventilatie loopt ca. 6 minuten met luchtafvoer in vermogensstand en met luchtcirculatie gedurende circa 30 minuten in de vermogensstand en wordt na afloop hiervan automatisch uitgeschakeld.* | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | |
| • Individuele instellingen.* • Terugzetten naar de fabrieksinstellingen. | |
| * Fabrieksinstellingen **Het maximale vermogen van de kookplaat wordt aangegeven op het typeplaatje. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Zo komt u bij de basisinstellingen:
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. De kookplaat inschakelen.
- 2. In de volgende 10 seconden het symbool ca. 4 seconden lang aanraken.
De eerste vier indicaties geven de productinformatie weer. Raak het instelgebied aan, om de afzonderlijke indicaties te kunnen zien.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Klantenservice-index (KI) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 3. Wanneer u het symbool opnieuw aanraakt, komt u bij de basisinstellingen.
In de indicaties knipperen en afwisselend en verschijnt als voorinstelling.
- 5. Vervolgens in het instelgebied de gewenste instelling kiezen.
- 6. Het symbool minstens 4 seconden lang aanraken.
De instellingen zijn opgeslagen.
De basisinstellingen verlaten
Schakel de kookplaat uit met de hoofdschakelaar.
Weergave van het energieverbruik
Deze functie geeft op de kookplaat het totale energieverbruik weer van de laatste keer dat hij is gebruikt.
- 4. Het symbool zo vaak aanraken tot de gewenste functie wordt weergegeven.
Na uitschakeling van de kookplaat wordt gedurende 10 seconden het verbruik in kilowattuur weergegeven, bijv. . kWh.
De precisie van de indicatie is onder andere afhankelijk van de spanningskwaliteit van het elektriciteitsnet.
In het hoofdstuk "Basisinstellingen" kunt u lezen hoe u deze functie inschakelt
Pagina 25
Kookgerei-test nl
Kookgerei-test
Met deze functie kunnen de snelheid en kwaliteit van het kookproces afhankelijk van het kookgerei worden gecontroleerd.
Het resultaat is een referentiewaarde en hangt af van de eigenschappen van het kookgerei en de gebruikte kookzone.
- 1. De pan met ca. 200 ml water vullen en bij kamertemperatuur in het midden op de kookzone plaatsen, waarvan de diameter het best bij de diameter van de bodem van de pan past.
- 2. Ga naar de basisinstellingen en kies de instelling .
- 3. Het instelgebied aanraken. In de kookzone-indicaties knippert .
De functie is geactiveerd.
Na 10 seconden verschijn in de kookzone-indicatie het resultaat over de kwaliteit en snelheid van het kookproces.
Controleer het resultaat aan de hand van de volgende tabel:
| Resultaat | |
|---|---|
| • | Het kookgerei is niet geschikt voor de kookzone en wordt daarom niet verwarmd.* |
| • | Het kookgerei wordt langzamer warm dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.* |
| • | Het kookgerei wordt goed verwarmd en het kookproces verloopt goed. |
| * Is er een kleinere kookzone aanwezig, test het kookgerei dan nog een keer op de kleinere kookzone. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Raak het instelbereik aan om deze functie weer te activeren.
Aanwijzingen
- Is de gebruikte kookzone veel kleiner dan de diameter van het kookgerei, dan zal waarschijnlijk alleen het midden van de vorm warm worden en kan het resultaat niet zo goed mogelijk of naar tevredenheid uitvallen.
- Informatie over deze functie vindt u in het hoofdstuk "Basisinstellingen".
- Informatie over het soort, de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in het hoofdstuk "Koken met inductie".
Power-Manager
Met de functie Power-Manager kan het totale vermogen van de kookplaat worden ingesteld.
De kookplaat is in de fabriek vooringesteld. Het hoogste vermogen is aangegeven op het typeplaatje. Met de functie Power-Manager kan de waarde volgens de vereisen van de betreffende elektro-installatie worden gewijzigd.
Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch over de ingeschakelde kookzones.
Zolang de functie Power-Manager is geactiveerd, kan het vermogen van een kookzone tijdelijk onder de normale waarde vallen. Wordt er een kookzone ingeschakeld en is de vermogensbegrenzing bereikt, dan verschijnt kort in de kookstanden-indicatie. Het apparaat regelt en kiest automatisch een zo hoog mogelijke vermogensstand.
Voor meer informatie over de manier waarop het totale vermogen van de kookplaat wordt gewijzigd, zie het hoofdstuk "Basisinstellingen"
Pagina 26
nl Reinigen
Reinigen
Waarschuwing – Verbrandingsgevaar!
Het apparaat wordt heet tijdens de bereiding. Laat het voor de reiniging afkoelen.
Waarschuwing – Gevaar voor verbranding!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Als er hete vloeistof in het apparaat terechtkomt, het apparaat minstens twee uur laten afkoelen alvorens de filterafdekking, de metalen vetfilter, het reservoir, het overloopreservoir of de behuizingsafdekking te verwijderen.
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
Waarschuwing – Gevaar van een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Het toestel alleen met een vochtige doek schoonmaken. Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Waarschuwing – Risico van letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe randen hebben. Veiligheidshandschoenen dragen.
Aanwijzing: Gebruik slechts weinig water bij het schoonmaken. Er mag geen water in het apparaat komen.
Aanwijzingen
- Voor aanvang van de reiniging dient u alle sieraden van uw handen en armen af te nemen.
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen zolang de kookplaat warm is. Hierdoor kunnen vlekken ontstaan. Zorg ervoor dat alle resten van het gebruikte schoonmaakmiddel worden verwijderd.
Schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor kookplaten. Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de productverpakking.
Neem alle aanwijzingen en waarschuwingen in acht die bij de reinigingsmiddelen vermeld worden.
Geschikte reinigings- en onderhoudsmiddelen kunt u kopen via de klantenservice of in onze e-shop.
Attentie!
Schade aan het oppervlak
Gebruik:
- geen onverdunde afwasmiddelen
- geen schoonmaakmiddelen voor de vaatwasmachine
- geen schuurmiddelen
- geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat
- geen ovenreiniger
- geen bijtende, chloorhoudende of agressieve reinigingsmiddelen
- geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen
- geen harde, krassende sponzen, borstels of schoonmaaksponsjes
Attentie!
Schade aan het oppervlak
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik altijd grondig uitwassen!
Houd u aan de opgaven in de tabel, om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken worden beschadigd door verkeerde schoonmaakmiddelen.
| Gebied | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Glaskeramiek | Glasreiniger bij vlekken als gevolg van kalk- en waterresten: Maak de kookplaat schoon zodra hij afgekoeld is. Er kan een geschikt schoonmaakmiddel voor kookplaten van glaskeramiek of glasreiniger (artikelnr. 00311499) worden gebruikt. Schraper (artikelnr. 00087670) bij vlekken als gevolg van suiker, maïzena of plastic: Direct verwijderen. Voorzichtig: risico van verbranding. Vervolgens met een vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek nadrogen. Aanwijzing: Geen schoonmaakmiddelen voor de vaatwasmachine gebruiken. |
| Roestvrij staal | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Gebruik slechts weinig water bij het schoonmaken. Er mag geen water in het apparaat komen. Ingedroogde plekken met een beetje water en wat schoonmaakmiddel laten inweken, niet wegschuren. Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in de slijprichting. Bij de servicedienst, bij onze e-shop of in speciaalzaken zijn speciale onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal (artikelnr. 00311499) verkrijgbaar. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Aanwijzing: Geen schaper gebruiken om de omlijsting van de kookplaat schoon te maken. |
| Kunststof | Warm zeepsop: Schoonmaken met een zachte doek of in de vaatwasmachine. |
| Bedieningselementen | Warm zeepsop of een geschikte glasreiniger (artikelnr. 00311499): Met een vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
| Filterafdekking | Warm zeepsop: Met een vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
Pagina 27
Reinigen nl
Onderdelen die dienen te worden gereinigd
| Nr. | Aanduiding |
|---|---|
| 1 | Filterafdekking |
| 2 | Metalen vetfilter |
| 3 | Reservoir |
| 4 | Kookplaat |
| 5 | Bedieningspaneel |
| 6 | Overloopreservoir |
| 7 | Afdekking van de behuizing |
| 8 | Actieve koolfilter (alleen bij de circulatiefunctie) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Kookplaatomlijsting (alleen bij apparaten die hiervan zijn voorzien)
Om schade aan de omlijsting van de kookplaat te voorkomen, dient u zich te houden aan de volgende aanwijzingen:
- Gebruik alleen warm zeepsop.
- Was nieuwe schoonmaakdoekjes voor gebruik grondig uit.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen schraper of scherpe voorwerpen.
Kookplaat
Maak de kookplaat altijd schoon na het koken. Hierdoor wordt voorkomen dat achtergebleven resten van etenswaar inbranden. Maak de kookplaat pas schoon wanneer de indicatie van de restwarmte verdwenen is. Verwijder overgekookte vloeistof direct, laat geen etensresten indrogen.
Reinig de kookplaat met een vochtig schoonmaakdoekje en droog hem vervolgens met een doek na, zodat er geen kalkvlekken ontstaan.
Hardnekkig vuil verwijdert u het best met een in de handel verkrijgbare schraper of een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant.
Geschikte schrapers (artikelnr. 00087670) kunt u kopen via de servicedienst of in onze online-shop.
Met speciale sponsjes voor het reinigen van kookplaten van glaskeramiek bereikt u goede resultaten.
Ventilatie
Om het reuk- en vetafscheidingsgehalte te garanderen moeten de filters regelmatig worden vervangen of schoongemaakt.
Metalen vetfilter
De metalen vetfilters moeten om de 30 bedrijfsuren en in elk geval maandelijks worden gereinigd.
Waarschuwing – Risico van brand!
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ontbranden.
Vetfilter minstens één keer in de maand reinigen.
Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
Actief koolfilter
De actieve koolfilter dient regelmatig te worden vervangen.Zie hiervoor de verzadigingsindicatie van uw apparaat.
Verzadigingsindicatie
Als de metalen vetfilter of de actieve koolfilter verzadigd is, klinkt er na het uitschakelen van het apparaat een signaal.
Op het display zijn de volgende symbolen verlicht:
- Metalen vetfilter: is verlicht
- Actieve koolfilter: is verlicht
- Metalen vetfilter en actieve koolfilter: en zijn afwisselend verlicht
Uiterlijk op dit moment dienen de metalen vetfilters gereinigd of de actieve koolfilters vervangen te worden.
Wanneer u de betreffende filter gereinigd of vervangen heeft, dient u de verzadigingsindicatie terug te zetten, zodat de indicaties en niet meer verlicht zijn.
Pagina 28
nl Reinigen
Na uitschakeling van het apparaat is of verlicht.
- 1. Symbool aanraken.
Er klinkt een geluidssignaal. De verzadigingsindicatie voor de metalen vetfilter is teruggezet.
- 2. Is verlicht, raak dan het symbool opnieuw aan.
Er klinkt een geluidssignaal. De verzadigingsindicatie voor de actieve koolfilter is teruggezet.
Actief koolfilter vervangen (alleen bij de ventilatiefunctie)
Actef koolfilters binden de reukstoffen uit de kookdamp. Ze worden alleen gebruikt bij de circulatiefunctie.
Aanwijzingen
- Actieve koolfilters zijn niet bij de levering inbegrepen.Actieve koolfilters (artikelnr. HZ381700) zijn verkrijgbaar bij speciaalzaken, de servicedienst of in de online-shop.
- Een actieve koolfilter kan niet worden schoongemaakt of opnieuw worden geactiveerd.
- Alleen originele filters gebruiken. Hierdoor is een optimale werking gegarandeerd.
- 1. In het inbouwmeubel alle sluitingselementen van de lade in de platte buis openen.
- 2. Lade in de in de platte buis openen en de actieve koolfilter eruit nemen.
- 3. Nieuwe actieve koolfilter inbrengen.
- 4. Lade in de platte buis sluiten en alle sluitingselementen sluiten.
Aanwijzing: Zorg ervoor dat alle sluitingselementen correct gesloten zijn. Anders kunnen er geurtjes ontstaan en kan het vermogen van de ventilatie afnemen.
Metalen vetfilter demonteren
Metalen vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Om een optimale functie te garanderen moeten de filters in elk geval maandelijks worden gereinigd.
- 1. Filterafdekking afnemen.
Aanwijzing: Zorg ervoor dat de filterafdekking niet naar beneden valt en de kookplaat beschadigt.
- 2. Metalen vetfilter en reservoir uitnemen.
Aanwijzing: Op de bodem van het reservoir kan zich vet verzamelen.Metalen vetfilter niet schuin houden, om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.
- 3. Op de beide sluitingselementen aan de randen van het reservoir drukken om de metalen vetfilter te verwijderen.
- 4. Reservoir zo nodig leegmaken.
- 5. Metalen vetfilter en filterafdekking schoonmaken.
- 6. Na demontage van de metalen vetfilter het apparaat van binnen schoonmaken.
Aanwijzing: Op het ventilatorwiel kan er druppelvorming ontstaan. Dit is normaal en ontstaat door de condensatie van de kookdampen. Er bestaat geen veiligheidsrisico en geen gevaar voor beschadiging. De elektrische componenten van het apparaat zijn beschermd.
Pagina 29
Reinigen nl
Metalen vetfilter reinigen
Aanwijzingen
- Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
- U kunt de metalen vetfilters met de hand schoonmaken of in de vaatwasmachine.
Met de hand:
Aanwijzing: Bij hardnekkig vuil kunt u een speciaal vetoplosmiddel gebruiken (artikelnr. 00311297). Dit kan worden besteld via de online-shop.
- Laat de metalen vetfilter weken in warm zeepsop.
- Gebruik een borstel om de metalen vetfilter schoon te maken en spoel hem daarna goed uit.
- Laat de metalen vetfilter afdruipen.
In de vaatwasmachine:
- Een sterk vervuilde metalen vetfilter niet samen met vaatwerk schoonmaken.
- Plaats de metalen vetfilter los in de vaatwasmachine.
De metalen vetfilter niet inklemmen.
- Voor een optimaal reinigingsresultaat de metalen vetfilter met de kant van de filter horizontaal in de vaatmasmachine plaatsen.
Meer apparaatonderdelen verwijderen en schoonmaken
Ook de binnenkant van het ventilatie-element dient regelmatig te worden schoongemaakt. Bij hardnekkig vuil kunt u een speciaal vetoplosmiddel gebruiken (artikelnr. 00311297).
- 1. Filterafdekking afnemen en met een vochtig doekje reinigen.
- 2. Metalen vetfilter en reservoir uitnemen.
- 3. Op de beide sluitingselementen aan de randen van het reservoir drukken om de metalen vetfilter te verwijderen.
- 4. Reservoir zo nodig leegmaken.
- 5. Metalen vetfilter en reservoir reinigen in de vaatwasmachine.
- 6. Zo nodig de afdekking van de behuizing onder het apparaat afnemen en schoonmaken.
- 7. Na het schoonmaken de droge onderdelen weer terugplaatsen.
Metalen vetfilter inbrengen
- 1. Reservoir inbrengen.
- 2. Metalen vetfilter inbrengen.
Aanwijzing: Zorg ervoor dat de metalen vetfilter correct ingebracht is. De ventilatie functioneert anders niet.
- 3. Filterafdekking erop leggen.
Verzadigingsindicaties terugzetten
Wanneer u de betreffende filter gereinigd of vervangen heeft, dient u de verzadigingsindicatie terug te zetten, zodat de indicaties en niet meer verlicht zijn.
Na uitschakeling van het apparaat is of verlicht.
- 1. Symbool aanraken.
Er klinkt een geluidssignaal. De verzadigingsindicatie voor de metalen vetfilter is teruggezet.
- 2. Is verlicht, raak dan het symbool opnieuw aan.
Er klinkt een geluidssignaal. De verzadigingsindicatie voor de actieve koolfilter is teruggezet.
Pagina 30
nl Reinigen
Overloopreservoir schoonmaken
Aanwijzingen
- Zorg ervoor dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is. Komen er voorwerpen in het apparaat terecht, verwijder deze dan nadat het is afgekoeld. Verwijder hiervoor de filterafdekking, de metalen vetfilter en het reservoir.
- Komt er van bovenaf vloeistof in het apparaat, dan wordt dit in het overloopreservoir verzameld. Overloopreservoir afschroeven en leegmaken. Zo nodig de afdekking van de behuizing afnemen.
- 1. Overloopreservoir met twee handen losschroeven.
Aanwijzingen
- Overloopreservoir niet schuin houden, om te voorkomen dat er vocht uitloopt.
- Als de metalen vetfilter en de houder uitgebouwd zijn en vloeistof door het ventilatierooster in het toestel terechtkomt, de behuizingsafdekking verwijderen.
- 2. Overloopreservoir en evt. behuizingsafdekking leegmaken en uitspoelen.
- 3. Het overloopreservoir na het schoonmaken weer vastschroeven.
- 4. Afdekking van de behuizing weer bevestigen.