Siemens EI645CFB6E, tekst van de handleiding
Pagina's 2–9 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 10 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.
Inhoudsopgave
| 1 | Veiligheid ................................................................. 2 | 10 | Kinderslot .............................................................. 9 |
|---|---|---|---|
| 2 | Materiële schade voorkomen ................................. 4 | 11 | Individuele veiligheidsuitschakeling .................. 9 |
| 3 | Milieubescherming en besparing .......................... 5 | 12 | Basisinstellingen .................................................. 9 |
| 4 | Geschikt kookgerei ................................................. 5 | 13 | Kookgerei-test .................................................... 10 |
| 5 | Uw apparaat leren kennen ...................................... 6 | 14 | Reiniging en onderhoud .................................... 10 |
| 6 | De Bediening in essentie ........................................ 7 | 15 | Storingen verhelpen ........................................... 11 |
| 7 | Braadzone ................................................................ 8 | 16 | Afvoeren .............................................................. 12 |
| 8 | Tijdfuncties .............................................................. 8 | 17 | Servicedienst ...................................................... 12 |
| 9 | powerBoost .............................................................. 8 | 18 | Testgerechten ..................................................... 13 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 2)
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de apparaatpas en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
2
Gebruik het apparaat niet:
met een externe timer of een separate afstandsbediening. Dit geldt niet voor het geval dat de werking middels de door EN 50615 genoemde apparaten wordt uitgeschakeld.
Als u een actief, geïmplanteerd medisch apparaat (zoals een pacemaker of defibrillator) draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet aan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN 45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 is geselecteerd, geïmplanteerd en geprogrammeerd. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan en er bovendien non-ferro pannen met non-ferro handgrepen worden gebruikt, kan deze inductiekookplaat zonder bezwaar worden gebruikt, mits dit natuurlijk op de juiste wijze gebeurt.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Pagina 3
Veiligheid nl
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.
- Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uit het oog.
- Nooit proberen om een vuur met water te blussen, maar het apparaat uitschakelen en dan de vlammen bijv. met een deksel of een blusdeken afdekken.
Het kookvlak wordt erg heet.
- Nooit brandbare voorwerpen op het kookvlak of in de directe omgeving leggen.
- Nooit voorwerpen op het kookvlak bewaren. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat ongelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door oververhitting, in brand vliegen of ontploffende materialen.
- Dek de kookplaat niet af.
Schakel na elk gebruik de kookplaat uit met de bedieningselementen.
- Niet wachten tot de kookplaat automatisch uitschakelt omdat er zich geen potten en pannen meer op bevinden.
In geval van een apparaatstoring kan het apparaat onbedoeld weer worden ingeschakeld.
- De kookplaat na elk gebruik uitschakelen. Wacht niet tot de kookplaat automatisch wordt uitgeschakeld doordat er geen pan meer op de kookplaat staat.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
- Er moet toezicht worden gehouden op het kookproces. Een korte procedure moet permanent worden gecontroleerd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een eventueel aanwezig kookplaatframe.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot ongevallen leiden.
- Nooit kookplaatbeschermroosters gebruiken.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat.
- Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Een beschadigd apparaat is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Is het oppervlak gescheurd, dan het apparaat uitschakelen om een mogelijke elektrische schok te vermijden. Hiervoor het apparaat via de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Kookzoneknop op nul zetten.
- Neem contact op met de service-afdeling.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabelisolatie van elektrische apparaten smelten.
- Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elektrische apparaten nooit in contact komt met hete onderdelen van het apparaat.
Contact van metalen voorwerpen met de zich aan de onderkant van de kookplaat bevindende ventilator kan leiden tot een elektrische schok.
- Bewaar geen lange, puntige metalen voorwerpen in de lade onder de kookplaat.
Pagina 4
nl Materiële schade voorkomen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone, kunnen kookpannen plotseling omhoog springen.
- Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
- Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting.
- De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld.
- Gebruik alleen hittebestendige vormen. Een apparaat met een gebarsten of gebroken oppervlak kan tot snijwonden leiden.
- Het apparaat niet gebruiken als het oppervlak ervan gebarsten of gebroken is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
2 Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Bereiden zonder toezicht. | Het bereidingsproces in de gaten houden. |
| Vlekken, defecten | Gemorste levensmiddelen, vooral diegene met hoog suikergehalte. | Onmiddellijk met een schraper voor vitrokeramische kookplaat verwijderen. |
| Vlekken, defecten of breuken in het glas | Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten emaille of kookgerei met koperen- of aluminiumbodem. | Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede conditie is. |
| Vlekken, verkleuringen | Ongeschikte reinigingsmethoden. | Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die geschikt zijn voor glaskeramiek en reinig de kookplaat alleen wanneer deze koud is. |
| Defecten of breuken in het glas | Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires of andere harde of scherpe voorwerpen. | Bij het koken niet tegen het glas stoten of voorwerpen op de kookplaat laten vallen. |
| Krassen, verkleuringen | Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van de pan op de kookplaat. | Kookgerei controleren. Kookgerei bij het verplaatsen optillen. |
| Krassen | Zout, suiker of zand. | Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets op te zetten of als werkvlak. |
| Schade aan het apparaat! | Koken met diepgevroren kookgerei. | Nooit bevroren kookgerei gebruiken. |
| Schade aan de pan of aan het apparaat | Koken zonder inhoud. | Nooit een pan zonder inhoud op een hete kookzone plaatsen of verhitten. |
| Glasbeschadigingen | Gesmolten materiaal op de hete kookzone of hete deksels van pannen op het glas. | Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen kunststof containers of pandeksels op de kookplaat leggen. |
| Oververhitting | Heet kookgerei op het bedieningspaneel of op het kader. | Plaats heet kookgerei nooit op deze gebieden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 4)
LET OP
Deze kookplaat beschikt aan de onderkant over een ventilator.
- Als er zich onder de kookplaat een lade bevindt, bewaar daarin dan geen kleine of scherpe voorwerpen, geen papier en geen theedoeken. Deze voorwerpen
kunnen aangezogen worden en de ventilator beschadigen of de koeling belemmeren.
- Tussen de inhoud van de lade en de ventilator-ingang moet een minimale afstand van 2 cm worden aangehouden.
Pagina 5
Milieubescherming en besparing nl
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.
Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.
Glazen deksel gebruiken.
Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.
Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand. Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
4 Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een ferromagnetische bodem hebben, dus door een magneet worden aangetrokken, en verder moet de bodem even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookgerei
op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats dan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvolgende kleinere diameter.
4.1 Grootte en kenmerken van het kookgerei
Om het kookgerei correct te herkennen, moet u met de grootte en het materiaal van het kookgerei rekening houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad zijn.
Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei geschikt is.
| Kookgerei | Materialen | Eigenschappen |
|---|---|---|
| Aanbevolen kookgerei | Roestvaststalen kookgerei met sandwich-bodem welke de warmte goed verdeelt. | Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig, warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. |
| Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer, of speciale pannen voor inductie van edelstaal. | Dit kookgerei warmt snel op en wordt veilig herkend. | |
| Geschikt | De bodem is niet volledig ferromagnetisch. | Als de diameter van het ferromagnetische oppervlak kleiner is dan de bodem van het kookgerei, warmt alleen het ferromagnetische oppervlak op. Daardoor verdeelt de warmte niet gelijkmatig. |
| Kookgereibodems met aluminiumaandeel. | Deze bodems van het kookgerei verkleinen het ferromagnetische oppervlak, waardoor minder vermogen aan het kookgerei wordt afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen onvoldoende of helemaal niet worden herkend en daarom ook onvoldoende worden verwarmd. | |
| Niet geschikt | Kookgerei van normaal dun staal, glas, aardewerk, koper of aluminium. |
Pagina 6
nl Uw apparaat leren kennen
Opmerkingen
Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe geen adapterplaten.
Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit kunnen raken.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
5.2 Bedieningspaneel
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Keuzesensoren
| Sensor | Functie |
|---|---|
| / | Instellingen kiezen |
| powerBoost | |
| Timer-functie | |
| Kinderslot |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Indicaties
| Indicatie | Functie |
|---|---|
| Gebruikstoestand | |
| - | Kookstanden |
| / | Restwarmte |
| powerBoost | |
| Tijdfuncties |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Touchvelden en indicaties
Bij het aanraken van een symbool wordt de betreffende functie geactiveerd.
Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vocht heeft een nadelige invloed op de werking.
Geen pannen in de buurt van de indicaties en sensoren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.
5.3 Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.
| Gebied | Hoogste kookstand | |
|---|---|---|
| Ø 21 cm | Vermogensstand 9 powerBoost | 2.200 W 3.700 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
5.4 Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u kookt:
| Gebied | Hoogste kookstand | |
|---|---|---|
| Ø 18 cm | Vermogensstand 9 powerBoost | 1.800 W 3.100 W |
| Ø 18 cm | Vermogensstand 9 powerBoost | 1.800 W 3.100 W |
| Ø 28 cm | Vermogensstand 9 powerBoost | 2.000 W 3.700 W |
| Ø 14,5 cm | Vermogensstand 9 powerBoost | 1.400 W 2.200 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
| Gebied | Type kookzone |
|---|---|
| Kookzone van één enkele kring | |
| Braadzone Pagina 8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
5.5 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.
| Indicatie | Betekenis |
|---|---|
| De kookzone is heet. | |
| De kookzone is warm. |
Pagina 7
De Bediening in essentie nl
6 De Bediening in essentie
6.1 Kookplaat inschakelen en uitschakelen
Schakel de kookplaat uit met de bedieningselementen. Wanneer de kookplaat is ingeschakeld is, brandt de vermogenstandenindicatie.
6.2 Instellen van de kookzones
Kies de gewenste vermogensstand met de bedieningselementen.
0 = Kookzone uit.
Vermogensstand
Laagste vermogensstand
Hoogste vermogensstand
Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze is aangeduid met een punt.
Vermogensstand kiezen
- Draai de knop op het bedieningspaneel naar rechts tot de gewenste vermogensstand is bereikt.
Op het display brandt de gewenste vermogensstand.
Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Draai de knop op het bedieningspaneel naar links tot stand 0.
Kookzone uitschakelen
- Draai de knop op het bedieningspaneel naar links tot stand 0.
De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie brandt.
6.3 Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden | ||
| Gekookte worstjes ¹ | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Gaarstoven, zachtjes laten koken | ||
| Aardappelballetjes ¹ | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2. - 3. | 15 - 30 |
| Aardappelen in schil | 4. - 5. | 25 - 35 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Soepen | 3. - 4. | 15 - 60 |
| Groente | 2. - 3. | 10 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan | 4. - 5. | - |
| Sudderen | ||
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulash ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Sudderen / braden met weinig vet ¹ | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
1 Zonder deksel
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
| Steak (3 cm dik) | 7 - 8 | 8 - 12 |
|---|---|---|
| Borst van gevogelte (2 cm dik) | 5 - 6 | 10 - 20 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3. - 4. | 3 - 10 |
| Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren ¹ | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets | 8 - 9 | - |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg | 4 - 5 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
7
Pagina 8
nl Braadzone
7 Braadzone
Wanneer het kookgerei de kookzone volledig afdekt, dan wordt een hulpinductor ingeschakeld en wordt de kookzone vergroot.
Plaatsen van het kookgerei:
7.1 Bijschakeling braadzone
- 1. Dek de kookzone volledig af met het kookgerei.
- 2. Draai om de kookzone te kiezen en de vermogensstand in te stellen, aan de kookplaatschakelaar. De kookzone is ingeschakeld en verwarmt.
7.2 Uitschakelen braadzone
- Op instellen.
De braadzone wordt uitgeschakeld.
8 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:
Uitschakeltimer Timer
8.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering mogelijk van een bereidingstijd voor een kookzone en de automatische uitschakeling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.
Bereidingstijd programmeren
- 1. Kies de vermogensstand van de gewenste kookzone.
- 2. Raak aan.
van de kookzone brandt.
- 3. Met of de bereidingstijd selecteren.
De bereidingstijd begint af te lopen.
Opmerking: U kunt voor alle kookzones automatisch dezelfde bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u onder .Meer informatie vindt u onder .
"Basisinstelingen", Pagina 9
Bereidingstijd wijzigen of wissen
- 1. Meerdere keren op drukken tot de gewenste kookzone oplicht.
- 2. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen of op instellen.
8.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Kookwekker instellen
.
- 1. Kies de kookzone en tik tweemaal op naast brandt.
- 2. Kies de gewenste tijd met of . De tijd loopt af.
Kookwekkertijd wijzigen of wissen
- 1. Raak meerdere malen aan, totdat de indicatie naast brandt.
- 2. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen of op instellen.
9 powerBoost
Deze functie maakt een snellere opwarming van grotere waterhoeveelheden mogelijk dan met de kookstand . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.
Anders knipperen op het display de geselecteerde kookzone en de kookstand. Vervolgens wordt automa-
tisch de eerder geselecteerde kookstand ingesteld, zonder de functie te activeren.
Kies voor het inschakelen de gewenste kookzone en kookstand en raak aan.
Raak aan voor het uitschakelen. De kookzone keert terug naar haar eerdere kookstand.
Pagina 9
Kinderslot nl
10 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen. Om de functie in te kunnen schakelen, moet de kookplaat zijn uitgeschakeld.
Wanneer u gedurende 4 seconden aanraakt, dan schakelt u het kinderslot in of uit.
Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaat wordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindt u meer informatie onder Basisinstellingen Pagina 9.
10.1 Geblokkeerde kookplaat
Stelt u een kookzone in terwijl de kookplaat geblokkeerd is, dan gebeurt het volgende:
In de kookzone-indicatie knippert , of de restwarmte-indicatie knippert afwisselend met .
De indicatie boven het symbool brandt.
Schakel de kookzone uit. De blokkering opheffen.
11 Individuele veiligheidsuitschakeling
Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de instelling niet veranderd, dan wordt de automatische uitschakeling geactiveerd. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerde vermogensstand af.
De bedieningsknop op stand 0 zetten en de kookzone inschakelen.
12 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
12.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot | - Handmatig. ¹ Automatisch. – Uitgeschakeld | |
| Akoestische signalen | – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Automatisch uitschakelen van de kookzones. | - uitgeschakeld. ¹ - - Tijd tot het automatisch uitschakelen. | |
| Duur van het timer-einde-geluidssignaal | – 10 seconden ¹ – 30 seconden - 1 minuut | |
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren. | - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
12.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Kies de vermogensstand op de kookplaat linksvoor.
- 2. Raak binnen de volgende 10 seconden 4 seconden lang aan.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Lijst van de Technische Service (TS) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
1 Fabrieksinstelling
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
De eerste vier indicaties geven productinformatie weer. Raak of aan om de afzonderlijke indicaties weer te geven.
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en branden afwisselend alsmede als vooringestelde waarde.
- 4. Raak net zo lang aan totdat de gewenste instelling verschijnt.
9