Siemens EX807LVV5E, tekst van de handleiding
Pagina's 9–21 van 24 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–8verder op pagina 22 →
Pagina 9
flexInduction nl
Groente, paddestoelen, gepa- 6 - 7 neerd, in bierdeeg of in tempura
Klein gebak, bijv. beignets, Berli- 4 - 5 ner bollen, fruit in bierdeeg
8 flexInduction
De flexibele kookzone maakt het voor u mogelijk om kookgerei in gelijk welke vorm of grootte naar wens te plaatsen. Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhankelijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in gebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd dat door de pan wordt bedekt.
8.1 Plaatsen van het kookgerei
De flexibele kookzone kan op twee manieren worden geconfigureerd, al naar gelang welk kookgerei wordt gebruikt. Om een goede warmteherkenning en warmteverdeling te waarborgen, het kookgerei goed gecentreerd te plaatsen, zoals op de afbeeldingen is weergegeven.
Als een gecombineerde kookzone
Aanbevolen voor het komen met slechts één stuk kookgerei.
Plaatsen van het kookgerei afhankelijk van de grootte:
Aanbevolen langwerpig kookgerei :
Als twee gescheiden kookzones
Aanbevolen voor het koken met twee stukken kookgerei.
U kunt de voorste en achterste zone gescheiden van elkaar gebruiken en voor elke een eigen vermogensstand instellen.
8.2 Schakel flexInduction in
- 1. Plaats het kookgerei op de kookzone.
- 2. Kies de kookzone.
Al naar gelang de grootte en positie van de pan worden de kookzones automatische gescheiden of verbonden.
De FlexZone is verbonden en brandt.
Opmerkingen
U kunt de instellingen van de kookzone handmatig wijzigen door aan te raken.
U kunt de standaardconfiguratie van de flexibele kookzone wijzigen. Hoe u dat kunt doen kunt u vinden in het hoofdstuk Basisinstellingen. Pagina 13
Wanneer u het kookgerei van een actieve verbonden kookzone verplaatst of optilt, start automatische een zoekfunctie. Elke kookgerei, dat bij deze zoekactie binnen de kookzone wordt gevonden, wordt verwarmd met de eerder gekozen kookstand.
9 powerMove Plus
Met deze functie kunt u de vermogensstand van het kookgerei wijzigen, door het gewoon in de flexibele kookzone naar voren of terug te schuiven. De zone wordt hievoor in drie gebieden met verschillende vermogensstanden onderverdeeld.
9.1 Plaatsen en verplaatsen van het kookgerei
Slechts een stuk kookgerei gebruiken. Het kookgebied hangt van het gebruikte kookgerei en zijn grootte en positie af.
Elk kookgebied heeft een vooraf ingestelde vermogensstand:
Voorste gebied = kookstand Middelste gebied = kookstand Achterste gebied = kookstand .
9
Pagina 10
nl Tijdfuncties
U kunt de standaardinstelling van de vooringestelde vermogensstanden wijzigen. In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de waarden verandert Pagina 13.
9.2 powerMove Plus activeren
Vereiste: Slechts één stuk kookgerei op een flexibele zone plaatsen.
- 1. Een van de beide kookzones van de flexibele zone kiezen.
- 2. Op drukken.
brandt helderder en de vermogensstand van het gebied waarin de pan zich bevindt, brandt.
De functie is ingeschakeld.
Opmerking: U kunt de vermogensstanden van de gebieden tijdens het koken wijzigen.
9.3 powerMove Plus deactiveren
aanraken is zwakker verlicht.
De functie is gedeactiveerd.
10 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:
Uitschakeltimer Timer countUp function
10.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering van een bereidingstijd voor één of meerdere kookzones mogelijk. Na het verstrijken van de tijd wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.
Uitschakeltimer inschakelen
- 1. twee keer aanraken.
De indicaties en zijn verlicht.
- 2. De gewenste kookzone en bereidingstijd kiezen. De indicatie van de kookzone licht op.
- 3. Met bevestigen.
- 4. De gewenste vermogensstand kiezen.
De bereidingstijd begint af te lopen.
Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt de kookzone uit en er klinkt een geluidssignaal.
Opmerking: Wanneer in een kookzone, waarin fryingSensor is geactiveerd, een bereidingstijd is geprogrammeerd, begint de geprogrammeerde bereidingstijd af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau is bereikt.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen
- 1. twee keer aanraken.
- 2. Kies de kookzone.
- 3. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzigen of op instellen.
- 4. Bevestig met .
10.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Timer inschakelen
- 1. Raak aan.
en branden.
- 2. Stel in het instelbereik de gewenste tijd in.
- 3. Bevestig met .
De tijd begint af te lopen.
Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal en knipperen de displays.
Timer wijzigen of uitschakelen
- 1. Raak aan.
- 2. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzigen of op instellen.
- 3. Met bevestigen.
10.3 countUp function
De stopwatchfunctie geeft de tijd weer die sinds de activering is verstreken.
Schakel countUp function in
- Raak aan.
branden.
De tijd begint af te lopen.
Schakel countUp function uit
- Raak aan.
De indicaties van de looptijdprogrammeerfunctie gaan uit.
De functie is gedeactiveerd.
Pagina 11
powerBoost nl
11 powerBoost
Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.
11.1 powerBoost inschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op tippen. De indicatie brandt. De functie is ingeschakeld.
Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.
11.2 powerBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op tippen. De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Onder bepaalde omstandigheden kan deze functie automatisch uitschakelen, om de elektronische elementen binnenin de kookplaat te beschermen.
12 shortBoost
Met deze functie verhit u pannen sneller dan met . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.
12.1 Gebruiksadviezen
Leg geen deksel op de pan.
Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten. Alleen koude pannen gebruiken.
Pannen met volkomen effen bodem gebruiken. Geen pannen met dunne bodem gebruiken.
12.2 Schakel shortBoost in
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Twee keer op tippen. is verlicht. De functie is ingeschakeld.
Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.
12.3 shortBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op tippen. dooft en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Om hoge temperaturen te vermijden schakelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.
13 Warmhoudfunctie
Deze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter te smelten en gerechten warm te houden.
13.1 Schakel Warmhoudfunctie in
- 1. Druk op .
- 2. Kies in de volgende 10 seconden de gewenste kookzone.
brandt.
De functie start.
14 flexMotion
Met deze kunt u in de flexibele kookzone de geprogrammeerde vermogensstand en bereidingstijd van een kookzone naar een andere kookzone overdragen.
13.2 Schakel Warmhoudfunctie uit
- 1. Raak aan.
- 2. Selecteer kookzone.
verdwijnt.
De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie brandt.
De functie is gedeactiveerd.
Pagina 12
nl fryingSensor
14.1 flexMotion
Vereiste: Verplaats het kookgerei naar een kookzone die niet ingeschakeld is en nog niet vooraf is ingesteld en waarop eerder geen ander kookgerei stond.
- 1. Verplaats het kookgerei.
Het kookgerei wordt herkend en op het display van de nieuwe kookzone knipperen afwisselend de eerder gekozen kookstand en .
- 2. Kies de nieuwe kookzone in de instellingen over te nemen.
Het apparaat zet het vermogen van de oorspronkelijk kookzone op .
De instellingen zijn op de nieuwe kookzone overgedragen.
15 fryingSensor
Is geschikt voor het bereiden of inkoken van sauzen, pannenkoeken of voor het bakken van eieren met boter, voor het bakken van groente of steaks tot de gewenste gaarheid en hierbij de temperatuur onder controle houden.
In de plaats van tijdens het koken vaak de vermogensstand aan te passen, bij het begin een keer de gewenste doeltemperatuur kiezen. De sensoren onder de keramische glasplaat meten dan de temperatuur van het kookgerei en houden deze tijdens het volledige kookproces constant.
Deze functie is op alle kookzones beschikbaar die met zijn gemarkeerd.
15.1 Voordelen
De temperatuur wordt constant gehouden zonder dat u de vermogensstand hoeft te veranderen.
Olie wordt niet oververhit. Het aanbranden van de levensmiddelen wordt verhinderd.
De kookzone warmt alleen op wanneer dit nodig is voor het behouden van de temperatuur, waardoor er energie wordt gespaard.
15.2 Temperatuurstanden
Temperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.
| Stand | Temperatuur | Functies |
|---|---|---|
| 1 | 120 ºC | Koken en inkoken van sauzen, bakken van groente |
| 2 | 140 ºC | In olijfolie of boter aanbraden |
| 3 | 160 ºC | Bakken van vis en grove levensmiddelen |
| 4 | 180 ºC | Frituren van gepaneerde, bevroren en gegrilde gerechten |
| 5 | 215 ºC | Hogetemperatuurgrill en grillplaat |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
15.3 Aanbevolen kookgerei
Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld, dat optimale resultaten levert.
Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de servicedienst, de vakhandel of onze onlineshop siemens-home.bsh-group.com.
Opmerking: U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Afhankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de bereikte temperatuur echter van de gekozen temperatuurstand afwijken.
15.4 fryingSensor inschakelen
- 1. Lege pan op de kookzone plaatsen.
- 2. aanraken en aansluitend de kookzone kiezen.
- 3. In de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste temperatuurstand kiezen.
De functie start. knippert tot de ingestelde doeltemperatuur is bereikt.
Als de doeltemperatuur is bereikt, weerklinkt een signaal en stopt met knipperen.
- 4. Het braadvet en dan het product in de braadpan doen.
Opmerking: Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt om te koken, dan de olie toevoegen en een paar seconden wachten voordat u het te bereiden product toevoegt.
15.5 Schakel fryingSensor uit
- De kookzone kiezen en aanraken. De functie is gedeactiveerd.
15.6 Adviezen voor het koken met fryingSensor
In de bijgevoegde documentatie vindt u een tabel met adviezen voor het koken met fryingSensor.
Pagina 13
Kinderslot nl
16 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.
16.1 Kinderslot inschakelen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Op tippen.
- 2. Raak gedurende 4 seconden aan.
De indicatie is 10 seconden lang verlicht. De kookplaat is geblokkeerd.
16.2 Kinderslot uitschakelen
- 1. Op tippen.
- 2. Raak gedurende 4 seconden aan. De blokkering is opgeheven.
16.3 Automatisch kinderslot
U kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na het uitschakelen van de kookplaat activeren.
In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de functie in- en uitschakelt. Pagina 13
17 Veegbeveiliging
Zorgt voor een blokkering van het bedieningspaneel, zodat bij het reinigen instellingen niet ongewild worden gewijzigd.
De reinigingsblokkering heeft geen invloed op de hoofdschakelaar.
17.1 Schakel Veegbeveiliging in
- Druk op . Er klinkt een waarschuwingssignaal en brandt.
Het bedieningspaneel is gedurende 35 seconden geblokkeerd. 5 seconden voor het uitschakelen klinkt een signaal.
17.2 Schakel Veegbeveiliging uit
Voor het voortijdig uitschakelen van de functie:
- symbool aan.
Het bedieningspaneel is ontgrendeld.
18 Individuele veiligheidsuitschakeling
Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de instelling niet veranderd, dan wordt de automatische uitschakeling geactiveerd. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerde vermogensstand af.
Druk op een willekeurige button.
19 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
19.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot | - Handmatig. ¹ Automatisch. – Uitgeschakeld | |
| Akoestische signalen | – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Weergave energieverbruik Toont het totale energieverbruik tussen het in- en uitschakelen van de kookplaat in kWh. | – Uitgeschakeld ¹ – Ingeschakeld |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
1 Fabrieksinstelling
13
Pagina 14
nl Kookgerei-test
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| De precisie van de indicatie is onder andere afhankelijk van de spanningskwaliteit van het elektriciteitsnet. | ||
| Automatisch uitschakelen van de kookzones. | - uitgeschakeld. ¹ - - Tijd tot het automatisch uitschakelen. | |
| Duur van het timer-einde-geluidssignaal | – 10 seconden ¹ – 30 seconden - 1 minuut | |
| Vermogensbegrenzing Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen. | - Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat 1. - 1000 W. Laagste stand. . - 1500 W. ... - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. . - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. - 4000 W. . - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. ... - Maximaal vermogen van de kookplaat. | |
| powerMove Plus Maakt de wijziging mogelijk van de vooringestelde vermogensstanden van de drie kookbereiken van de flexibele kookzone. Kies hiervoor een van de beide kookzones, stel de gewenste vermogensstand in het instelbereik in en raak aan om de nieuwe vermogensstand te bevestigen. | - Vooringestelde vermogensstand voor de voorste kookzone. - Vooringestelde vermogensstand voor de middelste kookzone. . - Vooringestelde vermogensstand voor de achterste kookzone. | |
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren. | - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| flexInduction Inschakelmodus van de FlexZone wijzigen. | - Als twee onafhankelijke kookzones. - Als een gecombineerde kookzone. ¹ | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
19.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Raak binnen de volgende 10 seconden 4 seconden lang aan.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Lijst van de Technische Service (TS) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
De eerste vier indicaties geven de productinformatie weer. Raak het instelgebied aan, om de afzonderlijke indicaties te kunnen zien.
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en lichten op als voorinstelling.
- 4. Raak net zo lang aan totdat de gewenste instelling verschijnt.
- 5. De gewenste instelling in het instelbereik kiezen.
- 6. Raak gedurende 4 seconden aan.
De instellingen zijn opgeslagen.
19.3 Wijzigen van de basisinstellingen annuleren
- Raak aan.
Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
20 Kookgerei-test
De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.
1 Fabrieksinstelling
14
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Pagina 15
Home Connect nl
| Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de grootte van de gebruikte kookzone over- | 20.2 Resultaat controleren |
| eenstemt. | In de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voor |
| De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. | kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent. |
| Pagina 13 | Resultaat |
| Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en | |
| 20.1 Kookgerei-test uitvoeren | wordt daarom niet opgewarmd. |
| De flexibele kookzone is als enige kookzone zo ingesteld dat deze slechts één enkele pan controleert. | Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal. |
| 1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. | Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces |
| 200 ml water midden op die kookzone, waarvan de diameter het best overeenkomt met de diameter van | is in orde. |
| de bodem van het kookgerei. | Opmerking: Plaats in gevallen met ongunstige resulta- |
| 2. Roep de basisinstellingen op en kies . | ten het kookgerei opnieuw op een kleinere kookzone, |
| 3. Het instelgebied aanraken. Op de kookzone knippert | indien aanwezig. |
| de indicatie . | Raak om deze functie te activeren het instelbereik aan. |
| De test is bezig. | |
| Na 20 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
21 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen en houd u aan de instructies in de Home Connect app.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
"Veiligheid", Pagina 2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
21.1 Home Connect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en ingeschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android-besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Home Connect app installeren en uw apparaat verbinden.
- 2. De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
21.2 Overzicht van de Home Connect instellingen
In de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u voor Home Connect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
| Instelling | Selectie of weergave | Extra informatie |
|---|---|---|
| Netwerkverbinding – Niet verbonden/netwerkverbinding verbreken - Automatisch verbinden - Handmatig verbinden - Verbonden | Kookplaat in het WLAN-thuisnetwerk (WiFi) aanmelden of netwerkverbinding verbreken |
Pagina 16
nl Home Connect
| Instelling | Selectie of weergave | Extra informatie |
|---|---|---|
| Verbinding met app - Niet verbonden – Verbinding maken | wordt alleen weergegeven als de kookplaat met het thuisnetwerk is verbonden. | |
| Verbinding met WiFi – Draadloze module uitgeschakeld – Draadloze module ingeschakeld | Wanneer WiFi is geactiveerd, kunt u gebruikmaken van de Home Connect functionaliteit. wordt alleen weergegeven, wanneer de kookplaat al een keer met het netwerk werd verbonden. | |
| Instelling via app – Uitgeschakeld – Ingeschakeld ¹ | Als is uitgeschakeld, worden uitsluitend de bedrijfstoestanden van de kookplaat in de Home Connect app weergegeven. | |
| Software-update – Update beschikbaar en gereed voor installatie – Installatie starten | wordt alleen weergegeven wanneer er een software-update beschikbaar is. | |
| Toegang op afstand door servicedienst regelen – Niet toegestaan - Toegestaan | wordt alleen weergegeven wanneer de servicedienst verbinding probeert te maken met de kookplaat. Nadat u toegang heeft verleend, kunt u deze op elk gewenst moment weer beëindigen. | |
| WiFi-signaalsterkte laten weergeven – Niet verbonden met het WiFi-thuisnetwerk – Signaalsterkte 1 (slecht) – Signaalsterkte 2 (gemiddeld) – Signaalsterkte 3 (goed) | wordt alleen weergegeven als er een verbinding is met het thuisnetwerk (WiFi). | |
| Verbinding met de Home Connect server - Niet verbonden - Verbonden | wordt alleen weergegeven als er een verbinding is met het thuisnetwerk (WiFi). |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
21.3 Netwerkverbinding deactiveren
- Naar de basisinstellingen gaan, en aansluitend de waarde selecteren.
De verbinding met WiFi (N) wordt gedeactiveerd.
Opmerking: Kies de waarde om de netwerkverbinding weer te activeren.
21.4 Instellingen via de Home Connect app wijzigen
Met de Home Connect app kunt u de instellingen voor de kookzones wijzigen en naar de kookplaat sturen.
Vereisten
De kookplaat is met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbonden.
Om de kookplaat via de Home Connect app in te kunnen stellen, moet in de basisinstellingen ingeschakeld zijn. In de toestand bij levering is ingeschakeld. Als de overdracht van instellingen is gedeactiveerd, worden uitsluitend de bedrijfstoestanden van de kookplaat in de Home Connect app weergegeven.
1 Fabrieksinstelling
16
- 1. De instelling in de Home Connect app uitvoeren en naar de kookplaat sturen.
De aanwijzingen in de Home Connect app opvolgen. Instellingen die u vanuit de Home Connect app naar de kookplaat stuurt, moet u op de kookplaat bevestigen.
Wanneer kookinstellingen naar een kookplaat worden doorgestuurd, begint afhankelijk van de instelling de betreffende kookzone-indicatie te knipperen.
- 2. Druk op de kookzone-indicatie op de gewenste kookzone op de instelling te bevestigen.
- 3. Om de instelling te verwerpen, op een willekeurig ander touchveld van de kookplaat tippen.
21.5 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhelpen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates alsmede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk
Pagina 17
Afzuigregeling van het kookveld nl
(WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Home Connect app geïnformeerd. De actuele softwareversie is in de Home Connect app onder de apparaatinformatie van het betreffende huishoudapparaat te vinden.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
- In de eerste stap van de download.
- In de tweede stap de installatie op uw apparaat. Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instellingen in de app kunnen software-updates ook automatisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de installatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
21.6 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/support van de lokale website: www.home-connect.com.
21.7 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde WiFi communicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
22 Afzuigregeling van het kookveld
Wanneer de kookplaat en de afzuigkap Home Connectcompatibel zijn, verbindt u de apparaten in de Home Connect app. Verbind daarvoor beide apparaten met Home Connect en volg de aanwijzingen in de app op.
Opmerkingen
De bediening aan de afzuigkap heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is een bediening via de afzuigregeling van het kookveld niet mogelijk.
U kunt de verbinding met de afzuigkap alleen via de Home Connect app realiseren.
22.1 Home Connect instellingen resetten
Als de verbinding van uw apparaat met het WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi) problemen oplevert of als u uw apparaat in een ander WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi) wilt aanmelden, kunt u de Home Connect instellingen resetten.
Opmerking: Wanneer u de Home Connect instellingen reset, wordt ook de verbinding met een mogelijk verbonden afzuigkap verbroken.
- 1. 4 seconden ingedrukt houden.
Het display toont de productinformatie.
- 2. Net zo vaak op tippen tot het display afwisselend en laat zien.
- 3. In het instelgedeelte de waarde instellen.
22.2 Bediening van de afzuigkap via de kookplaat
In de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u het gedrag van uw afzuigkap afhankelijk van het inschakelen en uitschakelen van de kookplaat of afzonderlijke kookzones instellen.
Via de bedieningselementen van de kookplaat kunt u nog meer instellingen uitvoeren.
Ventilator instellen
- 1. Op tippen.
- 2. In het instelgedeelte een ventilatorstand kiezen. U kunt kiezen uit de standen 1, 2 en 3.
Tip in het instelgedeelte op 4 of 5 om een intensiefstand in te stellen. In plaats daarvan kunt ook net zo vaak op tippen tot de gewenste intensiefstand wordt weergegeven.
Ventilator uitschakelen
- In het instelgedeelte ventilatorstand 0 kiezen.
Automatische modus inschakelen
ingedrukt houden tot de indicatie aangeeft. Bij dampvorming start de ventilator automatisch.
Automatische modus uitschakelen
ingedrukt houden tot verdwijnt.
Wanneer u een andere ventilatorstand instelt, wordt de automatische modus eveneens beëindigd.
Pagina 18
nl Reiniging en onderhoud
Verlichting van de afzuigkap instellen
U kunt het licht van de afzuigkap via het bedieningspaneel van de kookplaat inschakelen en uitschakelen.
- 1. Tip op om de verlichting in te schakelen.
- 2. Tip opnieuw op om de verlichting uit te schakelen.
22.3 Overzicht van de instellingen van de afzuigkapbediening
In de basisinstellingen van uw kookplaat kunt u het gedrag van uw afzuigkap afhankelijk van het inschakelen en uitschakelen van de kookplaat of afzonderlijke kookzones instellen.
| Instelling ¹ | Keuze | Beschrijving |
|---|---|---|
| Verbinding kookplaat - afzuigkap – niet verbonden / verbinding verbroken – Geen functie – verbonden met het WLAN-thuisnetwerk (WiFi) – verbonden met WiFi en met de afzuigkap | - | |
| Automatisch starten van de ventilator – Uitgeschakeld De afzuigkap moet zo nodig handmatig worden ingeschakeld. – Ingeschakeld met automatische modus ². De afzuigkap wordt bij inschakelen van een kookzone ingeschakeld in de automatische modus. – Ingeschakeld met handmatige modus. De afzuigkap wordt bij inschakelen van een kookzone op een vooraf gedefinieerde stand ingeschakeld. | Het display toont de instelling alleen als het apparaat is verbonden met de afzuigkap. | |
| Naventilatie – De ventilator wordt samen met de kookplaat uitgeschakeld. – Ingeschakeld met automatische modus ² – Ingeschakeld met standaard naventilatie – Geen wijziging van de instellingen | Instelling of, en hoelang de ventilator na uitschakelen van de kookplaat blijft draaien. Het display toont de instelling alleen als het apparaat is verbonden met de afzuigkap. | |
| Automatisch inschakelen van de verlichting – Uitgeschakeld – Ingeschakeld ² De verlichting wordt bij inschakelen van de kookplaat ingeschakeld. | Het display toont de instelling alleen als het apparaat is verbonden met de afzuigkap. | |
| Automatisch uitschakelen van de verlichting – Uitgeschakeld ² – De verlichting wordt bij uitschakelen van de kookplaat uitgeschakeld. | Het display toont de instelling alleen als het apparaat is verbonden met de afzuigkap. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
23 Reiniging en onderhoud
23.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitrokeramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de klantenservice, in de webshop of in de vakhandel.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang de kookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring van het oppervlak leiden.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
Onverdund afwasmiddel
Reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine Schuurmiddelen
Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of vlekverwijderaars
Krassende sponzen
Hogedrukreinigers of stoomapparaten
23.2 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
18
Pagina 19
Storingen verhelpen nl
Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.
- 1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
- 2. Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.
Tips
Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.
Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat in een goede conditie.
23.3 Profielen reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de profielen bevinden, reinig deze dan.
Opmerking: Geen schraper gebruiken.
- 1. Reinigen met zeepsop en drogen met een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.
- 2. Drogen met een zachte doek.
24 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Tip: Verbind uw apparaat permanent met de Home Connect app om automatisch software-updates te verkrijgen. Zo worden fouten verholpen, prestatieverbeteringen doorgevoerd en nieuwe functies geüpload.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 21
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
24.1 Waarschuwing
Opmerkingen
Wanneer op het display verschijnt, de knop van de betreffende kookzone ingedrukt houden en de storingscode aflezen.
Wanneer de storingscode niet in de volgende tabel staat, de kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30 seconden wachten en de kookplaat weer aansluiten. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan
contact op met de servicedienst en geef de exacte storingscode op.
Wanneer een fout optreedt, dan schakelt het apparaat niet naar de spaarstand.
Om de elektrische onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of stroomstoten, kan het vermogensniveau van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
24.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Er brandt geen enkele indicatie. | De stroomtoevoer is onderbroken. ▸ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring. |
| Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten. ▸ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema. | |
| Storing in de elektronica ▸ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in. | |
| De indicaties knipperen. | Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp. ▸ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| De kookzone wordt niet geselecteerd als u er kookgerei op plaatst. | Alleen de flexibele kookzones worden automatisch geselecteerd als u geschikt kookgerei erop plaatst. ▸ Selecteer handmatig kookzones die geen kookgerei automatisch herkennen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
19
Pagina 20
nl Afvoeren
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| , , , , | De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld. ▸ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken. |
| + vermogensstand en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken. ▸ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten. |
| en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld. ▸ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken. |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld. ▸ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in. |
| flexMotion wordt niet geactiveerd. ▸ Raak een willekeurige sensor aan om de storingsaanwijzing te bevestigen. Zoals gebruikelijk koken zonder de functie flexMotion te gebruiken. Contact opnemen met de Service. | |
| De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik. ▸ Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Voor het instellen van de kookzone een willekeurige toets aanraken en het display uitschakelen. | |
| / | De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied. ▸ Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. |
| / | De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten. ▸ Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het schakelschema. |
| De demo-modus is geactiveerd. ▸ Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. 30 seconden wachten en de kookplaat aansluiten. Raak binnen de volgende 3 minuten een willekeurige sensor aan. De demomodus is gedeactiveerd. | |
| Home Connect functioneert niet correct. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Ga naar www.home-connect.com. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
24.3 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.
25 Afvoeren
25.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Pagina 21
Conformiteitsverklaring nl
26 Conformiteitsverklaring
Hiermee verklaart BSH Hausgeräte GmbH, dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder siemens-home.bsh-group.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5 MHz): max. 100 mW 5-GHz-band (5150–5350 MHz + 5470–5725 MHz): max. 50 mW
| BE | BG | CZ | DK | DE | EE | IE | el | ES |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FR | HR | IT | CY | LI | LV | LT | LU | HU |
| MT | NL | AT | PL | PT | RO | SI | SK | FI |
| SE | NO | CH | TR | IS | UK (NI) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
| 5 GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis. | ||||
| AL GA MD ME | MK | RS | UK | UA |
| 5 GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
27 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
De informatie conform verordening (EU) 66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op siemens-home.bsh-group.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
27.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje vindt u:
op de apparaatpas.
aan de onderkant van de kookplaat.
Het productnummer (E-nr.) vindt u ook op de glaskeramiek. De servicedienstindex (KI) en het fabricagenummer (FD) kunt u bovendien in de basisinstellingen Pagina 13 laten weergeven.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
28 Testgerechten
Deze instellingsaanbevelingen zijn bedoeld voor testinstituten om het testen van onze apparaten te vergemakkelijken. De testen worden met onze kooksets voor inductiekookplaten uitgevoerd. Indien nodig kunt u deze accessoiresets op een later tijdstip aanschaffen bij de vakhandel, via onze technische klantenservice of in onze webshop.
28.1 De couverture smelten.
Ingrediënten: 150 g pure chocolade (55% cacao). Pot Ø 16 cm zonder deksel
- Koken: Vermogensstand 1.5