Siemens EX807LX67E, tekst van de handleiding
Pagina's 8–20 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–7verder op pagina 21 →
Pagina 8
nl Uw apparaat leren kennen
Nr. Aanduiding
Overloopreservoir
5.3 Speciale accessoires
Al naar gelang de inbouwvariant van het apparaat zijn er verschillende accessoires verkrijgbaar, welke u in de
vakhandel, bij de klantenservice of via onze officiële website kunt kopen.
Luchtafvoerset
Luchtcirculatieset
Geurfilter voor circulatiefunctie
Akoestisch filter voor luchtafvoer
5.4 Bedieningspaneel
Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwijken van de illustratie.
Tip: Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Opmerking: Geen pannen in de buurt van de displays en sensoren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.
Keuzesensoren
Wanneer de kookplaat opwarmt, lichten de symbolen van de bedieningsvlakken op die op dat moment beschikbaar zijn.
| Sensor | Functie |
|---|---|
| Hoofdschakelaar | |
| Kookzone kiezen | |
| Instelgedeelte | |
| powerBoost / shortBoost | |
| flexInduction | |
| powerMove Plus | |
| Veegbeveiliging / Kinderslot | |
| Warmhoudfunctie | |
| fryingSensor | |
| Uitschakeltimer / Timer | |
| countUp function | |
| WiFi | |
| Sensor ventilatieregeling | |
| Kapregeling | |
| Afhankelijk | van de status van de kookplaat lichten ook |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
de indicatoren voor de kookzones en de verschillende geactiveerde en beschikbare functies op.
5.5 Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.
| Gebied | Hoogste kookstand | |
|---|---|---|
| Vermogensstand 9 powerBoost | 2.200 W 3.700 W | |
| Vermogensstand 9 powerBoost | 3.300 W 3.700 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
5.6 Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u kookt:
Gebied Type kookzone
Kookzone met enkele kring
Pagina 9
Functies nl
Gebied
Type kookzone
Flex-Zone "flexInduction", Pagina 12
5.7 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.
| Indicatie | Betekenis |
|---|---|
| De kookzone is heet. | |
| De kookzone is warm. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
6 Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus of in de luchtcirculatiemodus.
6.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in een schoorsteen die wordt gebruikt voor afvoergassen van apparaten bestemd voor het verbranden van gas of andere brandstoffen (dit geldt niet voor ventilatieapparatuur).
Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of afvoergasschoorsteen die niet in gebruik is, dan dient hiervoor toestemming van een vakbekwame schoorsteenveger te worden verkregen.
Wordt de afvoerlucht door de buitenmuur geleid, dan raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebruiken.
6.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Monteer een geurfilter om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van de circulatiefunctie. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in onze catalogus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. Het daartoe benodigde toebehoren is verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of in de online-shop.
Opmerking: Bij intensief en langdurig koken wordt vocht in de lucht van de ruimte afgegeven. Wanneer u het apparaat in de circulatiefunctie gebruikt, dan raden wij aan de keuken afdoende te ventileren, bijvoorbeeld door het kortstondig openen van een raam, om de overtollige vochtigheid af te voeren.
7 Voor het eerste gebruik
Houd de volgende adviezen aan.
7.1 Eerste reiniging
Verpakkingsresten van het kookplaatoppervlak verwijderen en het oppervlak met een vochtige doek afvegen. Een lijst met de aanbevolen reinigingsmiddelen vindt u op de officiële website siemens-home.bsh-group.com. Meer informatie over onderhoud en reiniging.
Pagina 26
7.2 Apparaat voorbereiden
Voor een correcte werking moet u de componenten in deze volgorde plaatsen:
- 1. De filters plaatsen.
- 2. Het metalen vetfilter plaatsen.
Opmerking: Het apparaat nooit zonder metalen vetfilter en overloopreservoir gebruiken.
7.3 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het
een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
7.4 Kookgerei
Een lijst van het aanbevolen kookgerei vindt u op de officiële website siemens-home.bsh-group.com.
Meer informatie over het passende kookgerei.
Pagina 6
7.5 Functie instellen
Het apparaat wordt geleverd met vooringestelde circulatiefunctie.
Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten is geïnstalleerd, moet u de instelling op deze modus configureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk "Basisinstelingen", Pagina 22
9
Pagina 10
nl De Bediening in essentie
7.6 Home Connect instellen
Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt ingeschakeld, wordt de instelling van het thuisnetwerk opgevraagd. Op het display licht gedurende enkele seconden het symbool op.
Om de aansluitinstelling te starten, de sensor aanraken en de aanwijzingen in het hoofdstuk opvolgen. Om de eerste instelling te verlaten een willekeurige sensor aanraken.
"Home Connect", Pagina 24
8 De Bediening in essentie
8.1 Kookplaat inschakelen
aanraken.
De symbolen van de kookzones en de momenteel beschikbare functies branden.
De kookplaat is klaar voor gebruik.
reStart
- Wanneer u het apparaat binnen 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in werking met de vorige instellingen.
8.2 De kookplaat uitschakelen
aanraken tot de indicaties doven. Alle kookzones zijn uitgeschakeld.
Opmerking: Wanneer alle kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kookplaat uit.
8.3 De vermogensstand in de kookzones instellen
De kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven. Kies de vermogensstand die voor het product en de geplande bereiding het meest geschikt is.
- 1. van de gewenste kookzone aanraken.
De indicatie is helderder verlicht.
- 2. Selecteer de gewenste vermogensstand in het instelgebied.
De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
quickStart
- Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op de kookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelen herkend en wordt de betreffende kookzone automatisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 seconden de vermogensstand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.
Vermogensstand wijzigen of kookzone uitschakelen
- 1. De kookzone kiezen.
1 Zonder deksel
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5
10
- 2. Kies in het instelbereik de gewenste kookstand of op instellen.
De kookstand van de kookzone wijzigt of de kookzone schakelt uit en de restwarmte-indicatie verschijnt.
8.4 Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden | ||
| Gekookte worstjes ¹ | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Stoven, sudderen | ||
| Aardappelballetjes ¹ | 4.5 - 5.5 | 20 - 30 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2.5 - 3.5 | 15 - 30 |
| Aardappelen in schil | 4.5 - 5.5 | 25 - 35 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Soepen | 3.5 - 4.5 | 15 - 60 |
| Groente | 2.5 - 3.5 | 10 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan | 4.5 - 5.5 | - |
| Sudderen | ||
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulasch ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Roosteren/Braden met weinig vet ¹ | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Steak, 3 cm dik | 7 - 8 | 8 - 12 |
| Borst van gevogelte, 2 cm dik | 5 - 6 | 10 - 20 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
Pagina 11
Kapregeling nl
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kipnuggets | 8 - 9 |
|---|---|
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg | 4 - 5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. roerbakgerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3.5 - 4.5 | 3 - 10 |
| Braden (150 tot 200 g per portie in 1 tot 2 l olie, in porties frituren) ¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
9 Kapregeling
Met de kapregeling kunt u het in het kookvlak geïntegreerde hoogefficiënte afvoerluchtsysteem regelen.
9.1 Handmatige ventilatieregeling
U kunt de ventilatiestand handmatig besturen.
Opmerking: Bij hoge pannen kan geen optimale afzuigprestatie worden gegarandeerd. Door een schuin geplaatst deksel verbetert de afzuigprestatie.
Handmatige ventilatieregeling activeren
- 1. aanraken.
De ventilatie start met de vooringestelde vermogensstand.
- 2. Kies in de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste vermogensstand.
De ingestelde vermogensstand gaat branden.
- 3. Raak aan om de instelling te bevestigen.
De ventilatie is geactiveerd.
Handmatige ventilatieregeling wijzigen of deactiveren
- 1. aanraken.
- 2. In het instelbereik de gewenste vermogensstand selecteren of op instellen.
9.2 Intensief ventilatiestand
Er zijn twee intensiefstanden voor de ventilatie. Wanneer u de intensiefstand activeert, werkt de ventilatie korte tijd met maximaal vermogen.
Intensief ventilatiestand activeren
- 1. aanraken.
- 2. De gewenste intensief-stand kiezen:
- Intensiefstand I: raak het symbool aan. De indicatie brandt. De stand is geactiveerd.
- Intensiefstand II: raak het symbool tweemaal aan. De indicatie brandt. De stand is geactiveerd.
Opmerking: Na ca. 8 minuten schakelt het apparaat automatisch naar de vermogensstand terug.
Intensief ventilatiestand wijzigen of deactiveren
- 1. aanraken.
1 Zonder deksel
- 2. In het instelbereik de gewenste vermogensstand selecteren of op instellen.
9.3 Automatische start voor de ventilatie
Wanneer u voor een kookzone een vermogensstand kiest, dan schakelt de automatische start in.
De kookplaat wordt standaard met sensorgestuurde automatische start geleverd. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk .
"Basisinstelingen", Pagina 22
Automatische start met sensorregeling
De luchtkwaliteitsensor registreert de kookdamp automatisch, kiest de optimale vermogensstand en indicatie gaat branden.
Automatische start via vermogensstanden
De ventilatie schakelt bij een vermogensstand overeenkomstig de betreffende vermogensstand van de kookzone in.
9.4 Automatische modus met sensorregeling
De kookplaat beschikt over een luchtkwaliteitssensor, welke de kookdamp automatisch registreert en de ventilatie inschakelt.
Wanneer de automatische start is uitgeschakeld of op basis van kookstanden is ingesteld, dan kunt u de werking met deze sensorregeling te allen tijde handmatig inschakelen.
Automatische modus met sensorregeling activeren
aanraken.
De indicatie brandt.
De optimale vermogensstand stelt zich met behulp van de sensor automatisch in.
De functie is geactiveerd.
Automatische modus met sensorregeling deactiveren
aanraken.
De indicatie verdwijnt.
De functie is gedeactiveerd.
11
Pagina 12
nl flexInduction
Opmerking: Hoe u de sensorgevoeligheid instelt kunt u lezen in hoofdstuk .
"Basisinstelingen", Pagina 22
9.5 Naloopfunctie voor de ventilatie
De naloop-functie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen van de kookplaat enkele minuten draaien. Zo verwijdert het de nog aanwezige kookdamp. Daarna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.
De kookplaat wordt standaard geleverd met de nalooptijd ingesteld op een maximale uitschakeltijd. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk .
"Basisinstelingen", Pagina 22
Ventilatornaloop activeren
De nalooptijd is overeenkomstig de basisinstelling geconfigureerd:
Via de regeling van de luchtkwaliteitssensor. Het symbool en de indicatie branden.
Met een maximale uitschakeltijd. Het symbool is verlicht.
Opmerking: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut werd ingeschakeld.
Ventilatornaloop deactiveren
Handmatig
Door aan te raken deactiveert u de functie.
Automatisch
Het apparaat deactiveert de naloopfunctie wanneer: De nalooptijd is afgelopen.
U het apparaat weer inschakelt.
De sensor stelt vast dat de luchtkwaliteit in orde is.
10 flexInduction
De flexibele kookzone maakt het voor u mogelijk om kookgerei in gelijk welke vorm of grootte naar wens te plaatsen. Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhankelijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in gebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd dat door de pan wordt bedekt.
10.1 Plaatsen van het kookgerei
De flexibele kookzone kan op twee manieren worden geconfigureerd, al naar gelang welk kookgerei wordt gebruikt. Om een goede warmteherkenning en warmteverdeling te waarborgen, het kookgerei goed gecentreerd te plaatsen, zoals op de afbeeldingen is weergegeven.
Als een gecombineerde kookzone
Aanbevolen voor het komen met slechts één stuk kookgerei.
Plaatsen van het kookgerei afhankelijk van de grootte:
Aanbevolen langwerpig kookgerei :
Als twee gescheiden kookzones
Aanbevolen voor het koken met twee stukken kookgerei.
U kunt de voorste en achterste zone gescheiden van elkaar gebruiken en voor elke een eigen vermogensstand instellen.
10.2 Schakel flexInduction in
- 1. Plaats het kookgerei op de kookzone.
- 2. Het apparaat herkent het kookgerei en kiest de kookzone.
Al naar gelang de grootte en positie van de pan worden de kookzones automatische gescheiden of verbonden.
De FlexZone is verbonden en brandt.
Opmerkingen
U kunt de instellingen van de kookzone handmatig wijzigen door aan te raken.
Pagina 13
powerMove Plus nl
U kunt de standaardconfiguratie van de flexibele kookzone wijzigen. Hoe u dat kunt doen kunt u vinden in het hoofdstuk Basisinstellingen. Pagina 22
Wanneer u het kookgerei van een actieve verbonden kookzone verplaatst of optilt, start automatische een
zoekfunctie. Elke kookgerei, dat bij deze zoekactie binnen de kookzone wordt gevonden, wordt verwarmd met de eerder gekozen kookstand.
11 powerMove Plus
Met deze functie kunt u de vermogensstand van het kookgerei wijzigen, door het gewoon in de flexibele kookzone naar voren of terug te schuiven. De zone wordt hievoor in drie gebieden met verschillende vermogensstanden onderverdeeld.
11.1 Plaatsen en verplaatsen van het kookgerei
Slechts een stuk kookgerei gebruiken. Het kookgebied hangt van het gebruikte kookgerei en zijn grootte en positie af.
Elk kookgebied heeft een vooraf ingestelde vermogensstand:
Voorste gebied = kookstand Middelste gebied = kookstand Achterste gebied = kookstand .
U kunt de standaardinstelling van de vooringestelde vermogensstanden wijzigen. In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de waarden verandert Pagina 22.
11.2 powerMove Plus activeren
Vereiste: Slechts één stuk kookgerei op een flexibele zone plaatsen.
- 1. Een van de beide kookzones van de flexibele zone kiezen.
- 2. Op drukken.
brandt helderder en de vermogensstand van het gebied waarin de pan zich bevindt, brandt.
De functie is ingeschakeld.
Opmerking: U kunt de vermogensstanden van de gebieden tijdens het koken wijzigen.
11.3 powerMove Plus deactiveren
aanraken is zwakker verlicht.
De functie is gedeactiveerd.
12 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:
Uitschakeltimer Timer countUp function
12.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering van een bereidingstijd voor één of meerdere kookzones mogelijk. Na het verstrijken van de tijd wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.
Uitschakeltimer inschakelen
- 1. twee keer aanraken.
De indicaties en zijn verlicht.
- 2. De gewenste kookzone en bereidingstijd kiezen. De indicatie van de kookzone licht op.
- 3. Met bevestigen.
- 4. De gewenste vermogensstand kiezen.
De bereidingstijd begint af te lopen.
Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt de kookzone uit en er klinkt een geluidssignaal.
Opmerkingen
Wanneer in een kookzone, waarin fryingSensor is geactiveerd, een bereidingstijd is geprogrammeerd, begint de geprogrammeerde bereidingstijd af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau is bereikt. Als voor een kookplaat een bereidingstijd geprogrammeerd en de cookingSensor geactiveerd is, dan begint de bereidingstijd pas af te lopen wanneer de gewenste temperatuurstand is bereikt.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen
- 1. twee keer aanraken.
- 2. Kies de kookzone.
- 3. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzigen of op instellen.
- 4. Bevestig met .
13
Pagina 14
nl powerBoost
12.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Timer inschakelen
- 1. Raak aan.
en branden.
- 2. Stel in het instelbereik de gewenste tijd in.
- 3. Bevestig met .
De tijd begint af te lopen.
Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal en knipperen de displays.
Timer wijzigen of uitschakelen
- 1. Raak aan.
- 2. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzigen of op instellen.
- 3. Met bevestigen.
12.3 countUp function
De stopwatchfunctie geeft de tijd weer die sinds de activering is verstreken.
Schakel countUp function in
- Raak aan.
branden.
De tijd begint af te lopen.
Schakel countUp function uit
- Raak aan.
De indicaties van de looptijdprogrammeerfunctie gaan uit.
De functie is gedeactiveerd.
13 powerBoost
Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.
13.1 powerBoost inschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op tippen. De indicatie brandt. De functie is ingeschakeld.
Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.
13.2 powerBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op tippen. De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Onder bepaalde omstandigheden kan deze functie automatisch uitschakelen, om de elektronische elementen binnenin de kookplaat te beschermen.
14 shortBoost
Met deze functie verhit u pannen sneller dan met . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.
14.1 Gebruiksadviezen
Leg geen deksel op de pan.
Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten. Alleen koude pannen gebruiken.
Pannen met volkomen effen bodem gebruiken. Geen pannen met dunne bodem gebruiken.
14.2 Schakel shortBoost in
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Twee keer op tippen. is verlicht. De functie is ingeschakeld.
Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.
14.3 shortBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op tippen. dooft en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Om hoge temperaturen te vermijden schakelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.
Pagina 15
Warmhoudfunctie nl
15 Warmhoudfunctie
Deze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter te smelten en gerechten warm te houden.
15.1 Schakel Warmhoudfunctie in
- 1. Druk op .
- 2. Kies in de volgende 10 seconden de gewenste kookzone.
brandt.
De functie start.
15.2 Schakel Warmhoudfunctie uit
- 1. Raak aan.
- 2. Selecteer kookzone.
verdwijnt.
De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie brandt.
De functie is gedeactiveerd.
16 flexMotion
Met deze functie kunt u de kookstand, de ingestelde bereidingstijd en de gekozen kookfunctie overdragen van de ene naar de andere kookzone.
16.1 flexMotion
Vereiste: Verplaats het kookgerei naar een kookzone die niet ingeschakeld is en nog niet vooraf is ingesteld en waarop eerder geen ander kookgerei stond.
- 1. Verplaats het kookgerei.
Het kookgerei wordt herkend en op het display van de nieuwe kookzone knipperen afwisselend de eerder gekozen kookstand en .
- 2. Kies de nieuwe kookzone in de instellingen over te nemen.
Het apparaat zet het vermogen van de oorspronkelijk kookzone op .
De instellingen zijn op de nieuwe kookzone overgedragen.
Opmerking: Wanneer u een nieuw kookgerei op een andere kookzone plaatst, voordat u de instellingen heeft bevestigd, dan kunt u deze functie voor beide pannen gebruiken.
17 Gerechten-assistent
De kookassistent is de garantie voor eenvoudig koken en garandeert uitstekende kookresultaten.
Als u de gewenste temperatuur hebt gekozen, meten de sensoren continu de temperatuur van het kookgerei en houdezen deze tijdens het kookproces constant.
Voordelen
Als de gekozen temperatuur is bereikt, wordt deze automatisch constant gehouden, wat energie spaart. De olie wordt niet oververhit en de gerechten koken niet over.
17.1 fryingSensor
Is geschikt voor het bereiden of inkoken van sauzen, pannenkoeken of voor het bakken van eieren met boter, voor het bakken van groente of steaks tot de gewenste gaarheid en hierbij de temperatuur onder controle houden.
Deze functie is op alle kookzones beschikbaar die met zijn gemarkeerd.
Temperatuurstanden
Temperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.
| Stand | Temperatuur | Functies |
|---|---|---|
| 1 | 120 ºC | Koken en inkoken van sauzen, bakken van groente |
| 2 | 140 ºC | In olijfolie of boter aanbraden |
| 3 | 160 ºC | Bakken van vis en grove levensmiddelen |
| 4 | 180 ºC | Frituren van gepaneerde, bevroren en gegrilde gerechten |
| 5 | 215 ºC | Hogetemperatuurgrill en grillplaat |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Aanbevolen kookgerei
Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld, dat optimale resultaten levert.
Pagina 16
nl Gerechten-assistent
Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de servicedienst, de vakhandel of onze onlineshop siemens-home.bsh-group.com.
Opmerking: U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Afhankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de bereikte temperatuur echter van de gekozen temperatuurstand afwijken.
fryingSensor inschakelen
- 1. Lege pan op de kookzone plaatsen.
- 2. aanraken en aansluitend de kookzone kiezen.
- 3. In de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste temperatuurstand kiezen.
De functie start. knippert tot de ingestelde doeltemperatuur is bereikt.
Als de doeltemperatuur is bereikt, weerklinkt een signaal en stopt met knipperen.
- 4. Het braadvet en dan het product in de braadpan doen.
Opmerking: Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt om te koken, dan de olie toevoegen en een paar seconden wachten voordat u het te bereiden product toevoegt.
Schakel fryingSensor uit
- De kookzone kiezen en aanraken. De functie is gedeactiveerd.
Adviezen voor het koken met fryingSensor
De volgende tabel toont de ideale temperatuurstand voor een selectie van gerechten. De temperatuur en de bereidingstijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de toestand en de kwaliteit van de levensmiddelen.
| Vlees | ||
|---|---|---|
| Schnitzels | 4 | 6-10 |
| Schnitzel, gepaneerd | 4 | 6-10 |
| Filet | 4 | 6-10 |
| Koteletten | 3 | 10-15 |
| Cordon bleu, Wiener Schnitzel | 4 | 10-15 |
| Steak, rare, 3 cm dik | 5 | 6-8 |
| Steak, medium, 3 cm dik | 5 | 8-12 |
| Steak, well done, 3 cm dik | 4 | 8-12 |
| T-Bone-steak, rare, 4,5 cm dik | 5 | 10-15 |
| T-Bone-steak, medium, 4,5 cm dik | 5 | 20-30 |
| Borst van gevogelte, 2 cm dik | 3 | 10-20 |
| Spek | 2 | 5-8 |
| Gehakt | 4 | 6-10 |
| Hamburger, 1,5 cm dik | 3 | 6-15 |
| Vleesballetjes, 2 cm dik | 3 | 10-20 |
| Worstjes | 3 | 8-20 |
| Chorizo, verse worst | 3 | 10-20 |
| Brochettes, kebabs | 3 | 10-20 |
| Gyros | 4 | 7-12 |
| Vis en zeevruchten | ||
| Visfilet | 4 | 10-20 |
| Visfilet, gepaneerd | 4 | 10-20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
16
| Vis, gebakken, heel | 3 | 10-20 |
|---|---|---|
| Sardienen | 4 | 6-12 |
| Scampi, garnalen | 4 | 4-8 |
| Inktvis, sepia | 4 | 6-12 |
| Eiergerechten | ||
| Spiegeleieren in boter | 2 | 2-6 |
| Spiegeleieren | 4 | 2-6 |
| Roerei | 2 | 4-9 |
| Omelet | 2 | 3-6 |
| French toast | 3 | 4-8 |
| Crêpes, blini's, tortilla's, taco's | 5 | 1-3 |
| Groente | ||
| Gebakken aardappelen | 5 | 6-12 |
| Frites | 4 | 15-25 |
| Aardappelkoekjes | 5 | 2-4 |
| Uien, gebraden knoflook | 2 | 2-10 |
| Uienringen | 3 | 5-10 |
| Courgettes, aubergines, paprika | 2 | 4-12 |
| Groene asperges | 3 | 4-15 |
| Paddestoelen | 4 | 10-15 |
| Groente, in olie gesmoord | 1 | 10-20 |
| Groente in tempuradeeg | 4 | 5-10 |
| Diepvriesproducten | ||
| Chicken nuggets | 4 | 10-15 |
| Vissticks | 4 | 8-12 |
| Frites | 5 | 4-8 |
| Pangerechten | 3 | 6-10 |
| Loempia's | 4 | 10-30 |
| Pastei, kroketten | 5 | 3-8 |
| Sauzen | ||
| Tomatensaus | 1 | 25-35 |
| Bechamelsaus | 1 | 10-20 |
| Kaassaus | 1 | 10-20 |
| Zoete sauzen | 1 | 15-25 |
| Sauzen, ingekookt | 1 | 25-35 |
| Andere | ||
| Gebakken kaas | 3 | 7-10 |
| Croutons | 3 | 6-10 |
| Geroosterd brood | 4 | 4-8 |
| Droge kant-en-klaarmaaltijden | 1 | 5-10 |
| Amandelen, walnoten, pijnboompitten, geroosterd | 4 | 3-15 |
| Popcorn | 5 | 3-4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
17.2 cookingSensor
Met deze functie kunt u het product opwarmen, sudderen, koken, garen, met de snelkookpan koken of in een pan met rijkelijk olie bij gecontroleerde temperatuur frituren.
Om deze functies te gebruiken, hebt u een draadloze kooksensor voor draadloos koken nodig.
Pagina 17
Gerechten-assistent nl
Deze functie is bij alle kookzones met de draadloze kooksensor op het normale kookgerei beschikbaar.
Temperatuurstanden
Temperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.
| Stand | Temperatuur | Functies | Kookgerei |
|---|---|---|---|
| 1 | 70 ºC | Verwarmen en warm houden | |
| 2 | 90 ºC | Bereiden | |
| 3 | 100 ºC | Opkoken | |
| 4 | 120 ºC | Koken in de snelkookpan | |
| 5 | 180 ºC | Frituren |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Aanwijzingen over de werking cookingSensor
De draadloze kooksensor meet de temperatuur van de vloeistof door de siliconebodem die aan het reservoir is aangebracht. Voor een correcte meting moet de siliconebodem volledig door de te meten vloeistof bedekt zijn.
Het frame van de draadloze kooksensor en de op het kookgerei aangebrachte siliconebodem moeten volledig droog zijn voordat u begint te koken.
De draadloze kooksensor niet verwijderen tijdens het bereiden. Na het bereiden de sensor voorzichtig verwijderen want de sensor kan heet zijn.
Om energie te sparen een deksel gebruiken.
Het kookgerei zodanig opstellen dat de draadloze kooksensor naar het zijdelingse buitenvlak van de kookplaat wijst.
Nooit de draadloze kooksensor op een ander heet kookgerei richten om oververhitting te vermijden.
Schakel cookingSensor in
Vereiste: De draadloze kooksensor verbinden.
- 1. Breng de draadloze kooksensor aan op het kookgerei.
- 2. Kookgerei met voldoende vloeistof op de gewenste kookplaat plaatsen en met een deksel sluiten.
- 3. Op het midden van de draadloze kooksensor drukken. Op het bedieningspaneel brandt . Vervolgens de kookzone selecteren waarop het kookgerei met de draadloze kooksensor zich bevindt.
- 4. De betreffende temperatuurstand voor het te koken product selecteren.
De functie is ingeschakeld.
knippert tot het water of olie de gepaste temperatuur heeft bereikt om de levensmiddelen te voegen. Een signaal weerklinkt en het temperatuursymbool stopt met knipperen.
- 5. Het deksel na het geluidssignaal verwijderen en de levensmiddelen toevoegen. Tijdens het bereiden het deksel erop laten.
cookingSensor uitschakelen
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. In het instelgebied op zetten. De functies zijn uitgeschakeld.
Opmerkingen
Om de kookfuncties te activeren, ca. 10 seconden wachten.
De Bluetooth®-verbinding wordt gedeactiveerd als de kookplaat uitgeschakeld wordt en in de energiespaarmodus wordt gebracht.
Adviezen voor het koken met cookingSensor
De volgende tabel bevat de ideale temperatuurstand voor een selectie van gerechten. en hangen van de hoeveelheid, de toestand en de kwaliteit van de levensmiddelen af.
Verwarmen en warm houden
| Goulasch opwarmen | 70 | 10-20 |
|---|---|---|
| Glühwein opwarmen | 70 | 5-15 |
| - Sudderen | ||
| Vlees | ||
| Worstjes | 90 | 10-20 |
| Vis | ||
| Gestoofde vis | 90 | 15-20 |
| Eiergerechten | ||
| Gepocheerde eieren | 90 | 2-5 |
| Aardappelen | ||
| Aardappelballetjes | 90 | 30-40 |
| Pasta en granen | ||
| Rijst | 90 | 25-35 |
| Parboiled rijst | 90 | 25-35 |
| Volkorenrijst | 90 | 45-55 |
| Rijst, basmati, Thais | 90 | 8-12 |
| Wilde rijst | 90 | 20-30 |
| Polenta | 90 | 3-8 |
| Griesmeelpap | 90 | 5-10 |
| Soepen | ||
| Instant-crèmes | 90 | 10-15 |
| Dessert | ||
| Rijstepap | 90 | 40-50 |
| Havermoutpap | 90 | 10-15 |
| Chocoladepudding | 90 | 3-5 |
| Andere | ||
| Melk | 90 | 3-10 |
| - Koken | ||
| Vlees | ||
| Vleesballetjes | 100 | 20-30 |
| Kip | 100 | 60-90 |
| Kalfsvlees | 100 | 60-90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
17
Pagina 18
nl Gerechten-assistent
| Eiergerechten | ||
|---|---|---|
| Gekookte eieren | 100 | 5-10 |
| Groente en peulvruchten | ||
| Broccoli | 100 | 10-20 |
| bloemkool | 100 | 10-20 |
| Spruitjes | 100 | 30-40 |
| Sperziebonen | 100 | 15-30 |
| Kikkererwten | 100 | 60-90 |
| Erwten | 100 | 15-20 |
| Linzen | 100 | 45-60 |
| Aardappelen | ||
| Gnocchi | 100 | 3-6 |
| Aardappelen, gekookt | 100 | 30-45 |
| Zoete aardappels | 100 | 30-45 |
| Pasta en granen | ||
| Pasta van harde tarwe | 100 | 7-10 |
| Verse deegwaren | 100 | 3-5 |
| Volkorennoedels | 100 | 7-10 |
| Pasta van harde tarwe, gevuld | 100 | 15-20 |
| Verse pasta, gevuld | 100 | 5-8 |
| Quinoa | 100 | 10-12 |
| Soepen | ||
| Huisbereide bouillon | 100 | 60-90 |
| Instantsoepen | 100 | 5-10 |
| Dessert | ||
| Compote | 100 | 15-25 |
| Diepvriesproducten | ||
| Sperziebonen | 100 | 15-30 |
| Koken in de snelkookpan | ||
| Vlees | ||
| Kip | 120 | 15-25 |
| Kalfsvlees | 120 | 15-25 |
| Groente en peulvruchten | ||
| Groente | 120 | 3-6 |
| Kikkererwten | 120 | 25-35 |
| Linzen | 120 | 10-20 |
| Bonen | 120 | 25-35 |
| Aardappelen | ||
| Aardappelen | 120 | 10-20 |
| Zoete aardappels | 120 | 10-20 |
| Pasta en granen | ||
| Rijst | 120 | 6-8 |
| Volkorenrijst | 120 | 12-18 |
| Soepen | ||
| Huisgemaakte bouillon | 120 | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Met veel olie frituren
Het deksel gebruiken om de olie te verhitten en afnemen om het product te bakken.
| Vlees | ||
|---|---|---|
| Stukken kip | 180 | 10-15 |
| Vleesballetjes | 180 | 10-15 |
| Vis | ||
| Vis in bierdeeg, gepaneerd | 180 | 10-15 |
| Groente en peulvruchten | ||
| Groente in bierdeeg, gepaneerd | 180 | 4-8 |
| Champignons, gepaneerd of in bierdeeg | 180 | 4-8 |
| Dessert | ||
| Berlijnse bollen, donuts en oliebollen | 180 | 5-10 |
| Diepvriesproducten | ||
| Patat | 180 | 4-8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
17.3 Draadloze kooksensor
Om cookingSensor te gebruiken moet je beschikken over een draadloze kooksensor.
Je kunt de draadloze kooksensor via de servicedienst, in onze webshop of in de vakhandel siemens-home.bsh-group.com verkrijgen.
Draadloze kooksensor verbinden
Om de draadloze kooksensor met het bedieningspaneel te verbinden, als volgt te werk gaan:
- 1. De basisinstelling selecteren. Basisinstellingen Pagina 22 brandt.
- 2. De kookzone selecteren waarvan de indicatie oplicht. Er klinkt een signaal. knippert.
- 3. Binnen 30 seconden kort op het midden van de draadloze kooksensor drukken.
- Na enkele seconden verschijnt op de visuele indicatie van de kookzone het verbindingsresultaat van de kooksensor met het bedieningspaneel.
| Resultaat | |
|---|---|
| Foutloze verbinding | cookingSensor is beschikbaar. |
| Foute verbinding | Communicatiefout – De verbindingsprocedure herhalen. Als het resultaat verder is, de klantenservice op de hoogte brengen. |
| Foute verbinding | Communicatiefout – Bluetoothcommunicatiefout. De verbindingsprocedure herhalen. – U hebt niet binnen 30 seconden na het selecteren van de kookzone op het midden van de draadloze kooksensor gedrukt. De verbindingsprocedure herhalen. – De batterij van de draadloze kooksensor is leeg. De batterij vervangen, de draadloze kooksensor resetten en verbindingsprocedure opnieuw uitvoeren. |
Pagina 19
Draadloze kooksensor nl
Draadloze kooksensor resetten
- 1. Gedurende ca. 8-10 seconden op het midden van de kooksensor drukken.
Tijdens deze procedure licht de LED-indicatie van de draadloze kooksensor drie keer op.
Het resetten start als de LED een derde keer oplicht.
- 2. Nu niet meer op het midden van de draadloze kooksensor drukken.
Zodra de LED uitgaat, is de draadloze kooksensor gereset.
- 3. De verbindingsprocedure vanaf punt 2 herhalen.
Kookpunt instellen
Het punt waarop het water begint te koken, hangt van de hoogte van de woonplaats boven de zeespiegel af. Als het water te sterk of te zwak kookt, kunt u het kookpunt instellen. Hiervoor:
De basisinstelling selecteren. Basisinstellingen Pagina 22
| Hoogte | Instelwaarde |
|---|---|
| 0 m | |
| 100 - 200 m | |
| 200 - 400 m | 1 |
| 400 - 600 m | |
| 600 - 800 m | |
| 800 - 1000 m | |
| 1000 - 1200 m | |
| 1200 - 1400 m | |
| Boven 1400 m |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Opmerking: De temperatuur van 3/100 °C volstaat om efficiënt te koken. Om echter intensiever koken in te stellen, kan een lagere stand worden gekozen.
18 Draadloze kooksensor
Om cookingSensor te gebruiken moet je beschikken over een draadloze kooksensor.
Je kunt de draadloze kooksensor via de servicedienst, in onze webshop of in de vakhandel siemens-home.bsh-group.com verkrijgen.
18.1 Leveringsomvang
Na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering controleren.
Draadloze kooksensor Siliconenpatch
Sjabloon
18.2 Aanbrengen van siliconen-patches
Met behulp van de siliconenpatch wordt de kooksensor vastgemaakt aan het kookgerei. Voor het plaatsen op het kookgerei:
- 1. De plek waar wordt geplakt op het kookgerei moet vetvrij zijn. Reinig de pan, droog deze goed af en wrijf de plek waar wordt gelijmd schoon met bijv. alcohol.
- 2. Verwijder de beschermfolie van de siliconenpatch. Lijm met het meegeleverde sjabloon de silico-
1 Basisinstelling
nenpacht op de corresponderende hoogte op het kookgerei.
- 3. Het volledige oppervlak en het binnenste gedeelte van de siliconenpatch aandrukken.
- 4. Laat de lijm een uur lang drogen. Gedurende deze tijd het kookgerei niet gebruiken of afwassen.
Opmerking: Wanneer de siliconenpatch loskomt, een nieuwe gebruiken. Indien nodig kunt u een set met vijf siliconenpatches in de vakhandel, bij onze service of op onze officiële website siemens-home.bsh-group.com met vermelding van het artikelnummer 17007119 aankopen.
Elke lijm breekt bij bewaring na verloop van tijd af. Om dit te vermijden, de siliconebodems onmiddellijk na ontvangst op hun reservoir leggen.
18.3 De draadloze kooksensor aanbrengen
- 1. Zorg ervoor dat de siliconenpatch volledig droog is voordat u de kooksensor aanbrengt.
19
Pagina 20
nl Draadloze kooksensor
- 2. De kooksensor zo op de siliconenpatch aanbrengen dat deze zich perfect aanpast.
18.4 Batterij vervangen
Als de LED aan de draadloze kooksensor bij het indrukken niet oplicht, is de batterij leeg. Vervangen van de batterij:
- 1. De siliconenafdekking van het onderste deel van de behuizing van de kooksensor trekken en beide schroeven verwijderen met een schroevendraaier.
- 2. Het deksel van de kooksensor openen en de batterij uit de sokkel nemen.
!
- 3. Een nieuwe batterij plaatsen en hierbij de instructies over de batterijpolen in acht nemen. Alleen hoogwaardige batterijen van het type CR2032 gebruiken.
+
Opmerking: Gebruik geen metalen voorwerpen om de batterij te verwijderen. De aansluitpunten van de batterij niet aanraken.
- 4. Sluit het deksel van de kooksensor. De uitsparingen voor de schroeven van het deksel moeten corresponderen met de inkepingen van het onderste deel van de behuizing. De schroeven met een schroevendraai-er aantrekken en de siliconenafdekking aan het onderste behuizingsdeel van de kooksensor bevestigen.
18.5 Reiniging
Kooksensor
Met een vochtige doek schoonmaken. Niet in de vaatwasser doen en niet nat maken.
Wanneer u de kooksensor niet gebruikt, deze van de pan verwijderen en op een schone veilige plek uit de buurt van warmtebronnen bewaren.
Siliconenpatch
Vóór het aanbrengen de kooksensor schoonmaken en afdrogen. Geschikt voor de afwasmachine.
Opmerking: Het kookgerei met de siliconenpatch niet gedurende langere tijd in het zeepsop laten liggen.
Kijkglas van de draadloze kooksensor
Houd het kijkglas schoon en droog. Belangrijk hierbij:
- 1. U dient regelmatig vuil en vetspatten te verwijderen.