naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens EX807LX67E, tekst van de handleiding

Pagina's 8–20 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–7verder op pagina 21 →

Pagina 8

nl Uw apparaat leren kennen

Nr. Aanduiding

Overloopreservoir

5.3 Speciale accessoires

Al naar gelang de inbouwvariant van het apparaat zijn er verschillende accessoires verkrijgbaar, welke u in de

vakhandel, bij de klantenservice of via onze officiële website kunt kopen.

Luchtafvoerset

Luchtcirculatieset

Geurfilter voor circulatiefunctie

Akoestisch filter voor luchtafvoer

5.4 Bedieningspaneel

Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwijken van de illustratie.

Tip: Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Opmerking: Geen pannen in de buurt van de displays en sensoren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.

Keuzesensoren

Wanneer de kookplaat opwarmt, lichten de symbolen van de bedieningsvlakken op die op dat moment beschikbaar zijn.

SensorFunctie
Hoofdschakelaar
Kookzone kiezen
Instelgedeelte
powerBoost / shortBoost
flexInduction
powerMove Plus
Veegbeveiliging / Kinderslot
Warmhoudfunctie
fryingSensor
Uitschakeltimer / Timer
countUp function
WiFi
Sensor ventilatieregeling
Kapregeling
Afhankelijkvan de status van de kookplaat lichten ook

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

de indicatoren voor de kookzones en de verschillende geactiveerde en beschikbare functies op.

5.5 Verdeling van de kookzones

Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.

GebiedHoogste kookstand
Vermogensstand 9 powerBoost2.200 W 3.700 W
Vermogensstand 9 powerBoost3.300 W 3.700 W

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

5.6 Kookzone

Controleer voordat u met het koken begint of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u kookt:

Gebied Type kookzone

Kookzone met enkele kring

Pagina 9

Functies nl

Gebied

Type kookzone

Flex-Zone "flexInduction", Pagina 12

5.7 Restwarmte-indicatie

De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.

IndicatieBetekenis
De kookzone is heet.
De kookzone is warm.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

6 Functies

U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus of in de luchtcirculatiemodus.

6.1 Gebruik met afvoerlucht

De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd.

De lucht mag niet worden afgevoerd in een schoorsteen die wordt gebruikt voor afvoergassen van apparaten bestemd voor het verbranden van gas of andere brandstoffen (dit geldt niet voor ventilatieapparatuur).

Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of afvoergasschoorsteen die niet in gebruik is, dan dient hiervoor toestemming van een vakbekwame schoorsteenveger te worden verkregen.

Wordt de afvoerlucht door de buitenmuur geleid, dan raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebruiken.

6.2 Gebruik met circulatielucht

De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.

Monteer een geurfilter om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van de circulatiefunctie. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in onze catalogus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. Het daartoe benodigde toebehoren is verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of in de online-shop.

Opmerking: Bij intensief en langdurig koken wordt vocht in de lucht van de ruimte afgegeven. Wanneer u het apparaat in de circulatiefunctie gebruikt, dan raden wij aan de keuken afdoende te ventileren, bijvoorbeeld door het kortstondig openen van een raam, om de overtollige vochtigheid af te voeren.

7 Voor het eerste gebruik

Houd de volgende adviezen aan.

7.1 Eerste reiniging

Verpakkingsresten van het kookplaatoppervlak verwijderen en het oppervlak met een vochtige doek afvegen. Een lijst met de aanbevolen reinigingsmiddelen vindt u op de officiële website siemens-home.bsh-group.com. Meer informatie over onderhoud en reiniging.

Pagina 26

7.2 Apparaat voorbereiden

Voor een correcte werking moet u de componenten in deze volgorde plaatsen:

Opmerking: Het apparaat nooit zonder metalen vetfilter en overloopreservoir gebruiken.

7.3 Koken met inductie

Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het

een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.

7.4 Kookgerei

Een lijst van het aanbevolen kookgerei vindt u op de officiële website siemens-home.bsh-group.com.

Meer informatie over het passende kookgerei.

Pagina 6

7.5 Functie instellen

Het apparaat wordt geleverd met vooringestelde circulatiefunctie.

Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten is geïnstalleerd, moet u de instelling op deze modus configureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk "Basisinstelingen", Pagina 22

9

Pagina 10

nl De Bediening in essentie

7.6 Home Connect instellen

Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt ingeschakeld, wordt de instelling van het thuisnetwerk opgevraagd. Op het display licht gedurende enkele seconden het symbool op.

Om de aansluitinstelling te starten, de sensor aanraken en de aanwijzingen in het hoofdstuk opvolgen. Om de eerste instelling te verlaten een willekeurige sensor aanraken.

"Home Connect", Pagina 24

8 De Bediening in essentie

8.1 Kookplaat inschakelen

aanraken.

De symbolen van de kookzones en de momenteel beschikbare functies branden.

De kookplaat is klaar voor gebruik.

reStart

8.2 De kookplaat uitschakelen

aanraken tot de indicaties doven. Alle kookzones zijn uitgeschakeld.

Opmerking: Wanneer alle kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kookplaat uit.

8.3 De vermogensstand in de kookzones instellen

De kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven. Kies de vermogensstand die voor het product en de geplande bereiding het meest geschikt is.

De indicatie is helderder verlicht.

De vermogensstand is ingesteld.

Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.

quickStart

Vermogensstand wijzigen of kookzone uitschakelen

1 Zonder deksel

2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5

10

De kookstand van de kookzone wijzigt of de kookzone schakelt uit en de restwarmte-indicatie verschijnt.

8.4 Kookadviezen

De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.

Smelten
Boter, honing, gelatine1 - 2-
Verwarmen en warm houden
Gekookte worstjes ¹3 - 4-
Ontdooien en opwarmen
Spinazie, diepvries3 - 415 - 25
Stoven, sudderen
Aardappelballetjes ¹4.5 - 5.520 - 30
Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus3 - 48 - 12
Koken, stomen, stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid water2.5 - 3.515 - 30
Aardappelen in schil4.5 - 5.525 - 35
Pasta ¹6 - 76 - 10
Soepen3.5 - 4.515 - 60
Groente2.5 - 3.510 - 20
Eenpansgerecht met de snelkookpan4.5 - 5.5-
Sudderen
Stoofvlees4 - 560 - 100
Goulasch ²3 - 450 - 60
Roosteren/Braden met weinig
vet ¹
Schnitzel, al dan niet gepaneerd6 - 76 - 10
Steak, 3 cm dik7 - 88 - 12
Borst van gevogelte, 2 cm dik5 - 610 - 20
Hamburger (2 cm dik)6 - 710 - 20
Vis en visfilet, gepaneerd6 - 78 - 20
Garnalen en krab7 - 84 - 10

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

Pagina 11

Kapregeling nl

Diepvriesproducten, bijv. frites, kipnuggets8 - 9
Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura6 - 7
Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg4 - 5

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Sauteren van verse groente en paddestoelen7 - 810 - 20
Diepvriesgerechten, bijv. roerbakgerechten6 - 76 - 10
Omelet (na elkaar bakken)3.5 - 4.53 - 10
Braden (150 tot 200 g per portie in 1 tot 2 l olie, in porties
frituren) ¹

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

9 Kapregeling

Met de kapregeling kunt u het in het kookvlak geïntegreerde hoogefficiënte afvoerluchtsysteem regelen.

9.1 Handmatige ventilatieregeling

U kunt de ventilatiestand handmatig besturen.

Opmerking: Bij hoge pannen kan geen optimale afzuigprestatie worden gegarandeerd. Door een schuin geplaatst deksel verbetert de afzuigprestatie.

Handmatige ventilatieregeling activeren

De ventilatie start met de vooringestelde vermogensstand.

De ingestelde vermogensstand gaat branden.

De ventilatie is geactiveerd.

Handmatige ventilatieregeling wijzigen of deactiveren

9.2 Intensief ventilatiestand

Er zijn twee intensiefstanden voor de ventilatie. Wanneer u de intensiefstand activeert, werkt de ventilatie korte tijd met maximaal vermogen.

Intensief ventilatiestand activeren

Opmerking: Na ca. 8 minuten schakelt het apparaat automatisch naar de vermogensstand terug.

Intensief ventilatiestand wijzigen of deactiveren

1 Zonder deksel

9.3 Automatische start voor de ventilatie

Wanneer u voor een kookzone een vermogensstand kiest, dan schakelt de automatische start in.

De kookplaat wordt standaard met sensorgestuurde automatische start geleverd. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk .

"Basisinstelingen", Pagina 22

Automatische start met sensorregeling

De luchtkwaliteitsensor registreert de kookdamp automatisch, kiest de optimale vermogensstand en indicatie gaat branden.

Automatische start via vermogensstanden

De ventilatie schakelt bij een vermogensstand overeenkomstig de betreffende vermogensstand van de kookzone in.

9.4 Automatische modus met sensorregeling

De kookplaat beschikt over een luchtkwaliteitssensor, welke de kookdamp automatisch registreert en de ventilatie inschakelt.

Wanneer de automatische start is uitgeschakeld of op basis van kookstanden is ingesteld, dan kunt u de werking met deze sensorregeling te allen tijde handmatig inschakelen.

Automatische modus met sensorregeling activeren

aanraken.

De indicatie brandt.

De optimale vermogensstand stelt zich met behulp van de sensor automatisch in.

De functie is geactiveerd.

Automatische modus met sensorregeling deactiveren

aanraken.

De indicatie verdwijnt.

De functie is gedeactiveerd.

11

Pagina 12

nl flexInduction

Opmerking: Hoe u de sensorgevoeligheid instelt kunt u lezen in hoofdstuk .

"Basisinstelingen", Pagina 22

9.5 Naloopfunctie voor de ventilatie

De naloop-functie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen van de kookplaat enkele minuten draaien. Zo verwijdert het de nog aanwezige kookdamp. Daarna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.

De kookplaat wordt standaard geleverd met de nalooptijd ingesteld op een maximale uitschakeltijd. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk .

"Basisinstelingen", Pagina 22

Ventilatornaloop activeren

De nalooptijd is overeenkomstig de basisinstelling geconfigureerd:

Via de regeling van de luchtkwaliteitssensor. Het symbool en de indicatie branden.

Met een maximale uitschakeltijd. Het symbool is verlicht.

Opmerking: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut werd ingeschakeld.

Ventilatornaloop deactiveren

Handmatig

Door aan te raken deactiveert u de functie.

Automatisch

Het apparaat deactiveert de naloopfunctie wanneer: De nalooptijd is afgelopen.

U het apparaat weer inschakelt.

De sensor stelt vast dat de luchtkwaliteit in orde is.

10 flexInduction

De flexibele kookzone maakt het voor u mogelijk om kookgerei in gelijk welke vorm of grootte naar wens te plaatsen. Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhankelijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in gebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd dat door de pan wordt bedekt.

10.1 Plaatsen van het kookgerei

De flexibele kookzone kan op twee manieren worden geconfigureerd, al naar gelang welk kookgerei wordt gebruikt. Om een goede warmteherkenning en warmteverdeling te waarborgen, het kookgerei goed gecentreerd te plaatsen, zoals op de afbeeldingen is weergegeven.

Als een gecombineerde kookzone

Aanbevolen voor het komen met slechts één stuk kookgerei.

Plaatsen van het kookgerei afhankelijk van de grootte:

Aanbevolen langwerpig kookgerei :

Als twee gescheiden kookzones

Aanbevolen voor het koken met twee stukken kookgerei.

U kunt de voorste en achterste zone gescheiden van elkaar gebruiken en voor elke een eigen vermogensstand instellen.

10.2 Schakel flexInduction in

Al naar gelang de grootte en positie van de pan worden de kookzones automatische gescheiden of verbonden.

De FlexZone is verbonden en brandt.

Opmerkingen

U kunt de instellingen van de kookzone handmatig wijzigen door aan te raken.

Pagina 13

powerMove Plus nl

U kunt de standaardconfiguratie van de flexibele kookzone wijzigen. Hoe u dat kunt doen kunt u vinden in het hoofdstuk Basisinstellingen. Pagina 22

Wanneer u het kookgerei van een actieve verbonden kookzone verplaatst of optilt, start automatische een

zoekfunctie. Elke kookgerei, dat bij deze zoekactie binnen de kookzone wordt gevonden, wordt verwarmd met de eerder gekozen kookstand.

11 powerMove Plus

Met deze functie kunt u de vermogensstand van het kookgerei wijzigen, door het gewoon in de flexibele kookzone naar voren of terug te schuiven. De zone wordt hievoor in drie gebieden met verschillende vermogensstanden onderverdeeld.

11.1 Plaatsen en verplaatsen van het kookgerei

Slechts een stuk kookgerei gebruiken. Het kookgebied hangt van het gebruikte kookgerei en zijn grootte en positie af.

Elk kookgebied heeft een vooraf ingestelde vermogensstand:

Voorste gebied = kookstand Middelste gebied = kookstand Achterste gebied = kookstand .

U kunt de standaardinstelling van de vooringestelde vermogensstanden wijzigen. In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de waarden verandert Pagina 22.

11.2 powerMove Plus activeren

Vereiste: Slechts één stuk kookgerei op een flexibele zone plaatsen.

brandt helderder en de vermogensstand van het gebied waarin de pan zich bevindt, brandt.

De functie is ingeschakeld.

Opmerking: U kunt de vermogensstanden van de gebieden tijdens het koken wijzigen.

11.3 powerMove Plus deactiveren

aanraken is zwakker verlicht.

De functie is gedeactiveerd.

12 Tijdfuncties

Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:

Uitschakeltimer Timer countUp function

12.1 Uitschakeltimer

Maakt de programmering van een bereidingstijd voor één of meerdere kookzones mogelijk. Na het verstrijken van de tijd wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.

Uitschakeltimer inschakelen

De indicaties en zijn verlicht.

De bereidingstijd begint af te lopen.

Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt de kookzone uit en er klinkt een geluidssignaal.

Opmerkingen

Wanneer in een kookzone, waarin fryingSensor is geactiveerd, een bereidingstijd is geprogrammeerd, begint de geprogrammeerde bereidingstijd af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau is bereikt. Als voor een kookplaat een bereidingstijd geprogrammeerd en de cookingSensor geactiveerd is, dan begint de bereidingstijd pas af te lopen wanneer de gewenste temperatuurstand is bereikt.

Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen

13

Pagina 14

nl powerBoost

12.2 Timer

Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.

Timer inschakelen

en branden.

De tijd begint af te lopen.

Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal en knipperen de displays.

Timer wijzigen of uitschakelen

12.3 countUp function

De stopwatchfunctie geeft de tijd weer die sinds de activering is verstreken.

Schakel countUp function in

branden.

De tijd begint af te lopen.

Schakel countUp function uit

De indicaties van de looptijdprogrammeerfunctie gaan uit.

De functie is gedeactiveerd.

13 powerBoost

Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .

Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.

13.1 powerBoost inschakelen

Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.

13.2 powerBoost uitschakelen

De functie is gedeactiveerd.

Opmerking: Onder bepaalde omstandigheden kan deze functie automatisch uitschakelen, om de elektronische elementen binnenin de kookplaat te beschermen.

14 shortBoost

Met deze functie verhit u pannen sneller dan met . Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.

14.1 Gebruiksadviezen

Leg geen deksel op de pan.

Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten. Alleen koude pannen gebruiken.

Pannen met volkomen effen bodem gebruiken. Geen pannen met dunne bodem gebruiken.

14.2 Schakel shortBoost in

Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken met samenhangende FlexZone inschakelen.

14.3 shortBoost uitschakelen

De functie is gedeactiveerd.

Opmerking: Om hoge temperaturen te vermijden schakelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.

Pagina 15

Warmhoudfunctie nl

15 Warmhoudfunctie

Deze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter te smelten en gerechten warm te houden.

15.1 Schakel Warmhoudfunctie in

brandt.

De functie start.

15.2 Schakel Warmhoudfunctie uit

verdwijnt.

De kookzone gaat uit en de restwarmte-indicatie brandt.

De functie is gedeactiveerd.

16 flexMotion

Met deze functie kunt u de kookstand, de ingestelde bereidingstijd en de gekozen kookfunctie overdragen van de ene naar de andere kookzone.

16.1 flexMotion

Vereiste: Verplaats het kookgerei naar een kookzone die niet ingeschakeld is en nog niet vooraf is ingesteld en waarop eerder geen ander kookgerei stond.

Het kookgerei wordt herkend en op het display van de nieuwe kookzone knipperen afwisselend de eerder gekozen kookstand en .

Het apparaat zet het vermogen van de oorspronkelijk kookzone op .

De instellingen zijn op de nieuwe kookzone overgedragen.

Opmerking: Wanneer u een nieuw kookgerei op een andere kookzone plaatst, voordat u de instellingen heeft bevestigd, dan kunt u deze functie voor beide pannen gebruiken.

17 Gerechten-assistent

De kookassistent is de garantie voor eenvoudig koken en garandeert uitstekende kookresultaten.

Als u de gewenste temperatuur hebt gekozen, meten de sensoren continu de temperatuur van het kookgerei en houdezen deze tijdens het kookproces constant.

Voordelen

Als de gekozen temperatuur is bereikt, wordt deze automatisch constant gehouden, wat energie spaart. De olie wordt niet oververhit en de gerechten koken niet over.

17.1 fryingSensor

Is geschikt voor het bereiden of inkoken van sauzen, pannenkoeken of voor het bakken van eieren met boter, voor het bakken van groente of steaks tot de gewenste gaarheid en hierbij de temperatuur onder controle houden.

Deze functie is op alle kookzones beschikbaar die met zijn gemarkeerd.

Temperatuurstanden

Temperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.

StandTemperatuurFuncties
1120 ºCKoken en inkoken van sauzen, bakken van groente
2140 ºCIn olijfolie of boter aanbraden
3160 ºCBakken van vis en grove levensmiddelen
4180 ºCFrituren van gepaneerde, bevroren en gegrilde gerechten
5215 ºCHogetemperatuurgrill en grillplaat

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Aanbevolen kookgerei

Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld, dat optimale resultaten levert.

Pagina 16

nl Gerechten-assistent

Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de servicedienst, de vakhandel of onze onlineshop siemens-home.bsh-group.com.

Opmerking: U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Afhankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de bereikte temperatuur echter van de gekozen temperatuurstand afwijken.

fryingSensor inschakelen

De functie start. knippert tot de ingestelde doeltemperatuur is bereikt.

Als de doeltemperatuur is bereikt, weerklinkt een signaal en stopt met knipperen.

Opmerking: Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt om te koken, dan de olie toevoegen en een paar seconden wachten voordat u het te bereiden product toevoegt.

Schakel fryingSensor uit

Adviezen voor het koken met fryingSensor

De volgende tabel toont de ideale temperatuurstand voor een selectie van gerechten. De temperatuur en de bereidingstijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de toestand en de kwaliteit van de levensmiddelen.

Vlees
Schnitzels46-10
Schnitzel, gepaneerd46-10
Filet46-10
Koteletten310-15
Cordon bleu, Wiener Schnitzel410-15
Steak, rare, 3 cm dik56-8
Steak, medium, 3 cm dik58-12
Steak, well done, 3 cm dik48-12
T-Bone-steak, rare, 4,5 cm dik510-15
T-Bone-steak, medium, 4,5 cm dik520-30
Borst van gevogelte, 2 cm dik310-20
Spek25-8
Gehakt46-10
Hamburger, 1,5 cm dik36-15
Vleesballetjes, 2 cm dik310-20
Worstjes38-20
Chorizo, verse worst310-20
Brochettes, kebabs310-20
Gyros47-12
Vis en zeevruchten
Visfilet410-20
Visfilet, gepaneerd410-20

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

16

Vis, gebakken, heel310-20
Sardienen46-12
Scampi, garnalen44-8
Inktvis, sepia46-12
Eiergerechten
Spiegeleieren in boter22-6
Spiegeleieren42-6
Roerei24-9
Omelet23-6
French toast34-8
Crêpes, blini's, tortilla's, taco's51-3
Groente
Gebakken aardappelen56-12
Frites415-25
Aardappelkoekjes52-4
Uien, gebraden knoflook22-10
Uienringen35-10
Courgettes, aubergines, paprika24-12
Groene asperges34-15
Paddestoelen410-15
Groente, in olie gesmoord110-20
Groente in tempuradeeg45-10
Diepvriesproducten
Chicken nuggets410-15
Vissticks48-12
Frites54-8
Pangerechten36-10
Loempia's410-30
Pastei, kroketten53-8
Sauzen
Tomatensaus125-35
Bechamelsaus110-20
Kaassaus110-20
Zoete sauzen115-25
Sauzen, ingekookt125-35
Andere
Gebakken kaas37-10
Croutons36-10
Geroosterd brood44-8
Droge kant-en-klaarmaaltijden15-10
Amandelen, walnoten, pijnboompitten, geroosterd43-15
Popcorn53-4

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

17.2 cookingSensor

Met deze functie kunt u het product opwarmen, sudderen, koken, garen, met de snelkookpan koken of in een pan met rijkelijk olie bij gecontroleerde temperatuur frituren.

Om deze functies te gebruiken, hebt u een draadloze kooksensor voor draadloos koken nodig.

Pagina 17

Gerechten-assistent nl

Deze functie is bij alle kookzones met de draadloze kooksensor op het normale kookgerei beschikbaar.

Temperatuurstanden

Temperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.

StandTemperatuurFunctiesKookgerei
170 ºCVerwarmen en warm houden
290 ºCBereiden
3100 ºCOpkoken
4120 ºCKoken in de snelkookpan
5180 ºCFrituren

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Aanwijzingen over de werking cookingSensor

De draadloze kooksensor meet de temperatuur van de vloeistof door de siliconebodem die aan het reservoir is aangebracht. Voor een correcte meting moet de siliconebodem volledig door de te meten vloeistof bedekt zijn.

Het frame van de draadloze kooksensor en de op het kookgerei aangebrachte siliconebodem moeten volledig droog zijn voordat u begint te koken.

De draadloze kooksensor niet verwijderen tijdens het bereiden. Na het bereiden de sensor voorzichtig verwijderen want de sensor kan heet zijn.

Om energie te sparen een deksel gebruiken.

Het kookgerei zodanig opstellen dat de draadloze kooksensor naar het zijdelingse buitenvlak van de kookplaat wijst.

Nooit de draadloze kooksensor op een ander heet kookgerei richten om oververhitting te vermijden.

Schakel cookingSensor in

Vereiste: De draadloze kooksensor verbinden.

De functie is ingeschakeld.

knippert tot het water of olie de gepaste temperatuur heeft bereikt om de levensmiddelen te voegen. Een signaal weerklinkt en het temperatuursymbool stopt met knipperen.

cookingSensor uitschakelen

Opmerkingen

Om de kookfuncties te activeren, ca. 10 seconden wachten.

De Bluetooth®-verbinding wordt gedeactiveerd als de kookplaat uitgeschakeld wordt en in de energiespaarmodus wordt gebracht.

Adviezen voor het koken met cookingSensor

De volgende tabel bevat de ideale temperatuurstand voor een selectie van gerechten. en hangen van de hoeveelheid, de toestand en de kwaliteit van de levensmiddelen af.

Verwarmen en warm houden

Goulasch opwarmen7010-20
Glühwein opwarmen705-15
- Sudderen
Vlees
Worstjes9010-20
Vis
Gestoofde vis9015-20
Eiergerechten
Gepocheerde eieren902-5
Aardappelen
Aardappelballetjes9030-40
Pasta en granen
Rijst9025-35
Parboiled rijst9025-35
Volkorenrijst9045-55
Rijst, basmati, Thais908-12
Wilde rijst9020-30
Polenta903-8
Griesmeelpap905-10
Soepen
Instant-crèmes9010-15
Dessert
Rijstepap9040-50
Havermoutpap9010-15
Chocoladepudding903-5
Andere
Melk903-10
- Koken
Vlees
Vleesballetjes10020-30
Kip10060-90
Kalfsvlees10060-90

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

17

Pagina 18

nl Gerechten-assistent

Eiergerechten
Gekookte eieren1005-10
Groente en peulvruchten
Broccoli10010-20
bloemkool10010-20
Spruitjes10030-40
Sperziebonen10015-30
Kikkererwten10060-90
Erwten10015-20
Linzen10045-60
Aardappelen
Gnocchi1003-6
Aardappelen, gekookt10030-45
Zoete aardappels10030-45
Pasta en granen
Pasta van harde tarwe1007-10
Verse deegwaren1003-5
Volkorennoedels1007-10
Pasta van harde tarwe, gevuld10015-20
Verse pasta, gevuld1005-8
Quinoa10010-12
Soepen
Huisbereide bouillon10060-90
Instantsoepen1005-10
Dessert
Compote10015-25
Diepvriesproducten
Sperziebonen10015-30
Koken in de snelkookpan
Vlees
Kip12015-25
Kalfsvlees12015-25
Groente en peulvruchten
Groente1203-6
Kikkererwten12025-35
Linzen12010-20
Bonen12025-35
Aardappelen
Aardappelen12010-20
Zoete aardappels12010-20
Pasta en granen
Rijst1206-8
Volkorenrijst12012-18
Soepen
Huisgemaakte bouillon12020-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Met veel olie frituren

Het deksel gebruiken om de olie te verhitten en afnemen om het product te bakken.

Vlees
Stukken kip18010-15
Vleesballetjes18010-15
Vis
Vis in bierdeeg, gepaneerd18010-15
Groente en peulvruchten
Groente in bierdeeg, gepaneerd1804-8
Champignons, gepaneerd of in bierdeeg1804-8
Dessert
Berlijnse bollen, donuts en oliebollen1805-10
Diepvriesproducten
Patat1804-8

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

17.3 Draadloze kooksensor

Om cookingSensor te gebruiken moet je beschikken over een draadloze kooksensor.

Je kunt de draadloze kooksensor via de servicedienst, in onze webshop of in de vakhandel siemens-home.bsh-group.com verkrijgen.

Draadloze kooksensor verbinden

Om de draadloze kooksensor met het bedieningspaneel te verbinden, als volgt te werk gaan:

Resultaat
Foutloze verbindingcookingSensor is beschikbaar.
Foute verbindingCommunicatiefout
– De verbindingsprocedure herhalen. Als het resultaat verder is, de klantenservice op de hoogte brengen.
Foute verbindingCommunicatiefout
– Bluetoothcommunicatiefout. De verbindingsprocedure herhalen.
– U hebt niet binnen 30 seconden na het selecteren van de kookzone op het midden van de draadloze kooksensor gedrukt. De verbindingsprocedure herhalen.
– De batterij van de draadloze kooksensor is leeg. De batterij vervangen, de draadloze kooksensor resetten en verbindingsprocedure opnieuw uitvoeren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

Draadloze kooksensor nl

Draadloze kooksensor resetten

Tijdens deze procedure licht de LED-indicatie van de draadloze kooksensor drie keer op.

Het resetten start als de LED een derde keer oplicht.

Zodra de LED uitgaat, is de draadloze kooksensor gereset.

Kookpunt instellen

Het punt waarop het water begint te koken, hangt van de hoogte van de woonplaats boven de zeespiegel af. Als het water te sterk of te zwak kookt, kunt u het kookpunt instellen. Hiervoor:

De basisinstelling selecteren. Basisinstellingen Pagina 22

HoogteInstelwaarde
0 m
100 - 200 m
200 - 400 m1
400 - 600 m
600 - 800 m
800 - 1000 m
1000 - 1200 m
1200 - 1400 m
Boven 1400 m

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Opmerking: De temperatuur van 3/100 °C volstaat om efficiënt te koken. Om echter intensiever koken in te stellen, kan een lagere stand worden gekozen.

18 Draadloze kooksensor

Om cookingSensor te gebruiken moet je beschikken over een draadloze kooksensor.

Je kunt de draadloze kooksensor via de servicedienst, in onze webshop of in de vakhandel siemens-home.bsh-group.com verkrijgen.

18.1 Leveringsomvang

Na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering controleren.

Draadloze kooksensor Siliconenpatch

Sjabloon

18.2 Aanbrengen van siliconen-patches

Met behulp van de siliconenpatch wordt de kooksensor vastgemaakt aan het kookgerei. Voor het plaatsen op het kookgerei:

1 Basisinstelling

nenpacht op de corresponderende hoogte op het kookgerei.

Opmerking: Wanneer de siliconenpatch loskomt, een nieuwe gebruiken. Indien nodig kunt u een set met vijf siliconenpatches in de vakhandel, bij onze service of op onze officiële website siemens-home.bsh-group.com met vermelding van het artikelnummer 17007119 aankopen.

Elke lijm breekt bij bewaring na verloop van tijd af. Om dit te vermijden, de siliconebodems onmiddellijk na ontvangst op hun reservoir leggen.

18.3 De draadloze kooksensor aanbrengen

19

Pagina 20

nl Draadloze kooksensor

18.4 Batterij vervangen

Als de LED aan de draadloze kooksensor bij het indrukken niet oplicht, is de batterij leeg. Vervangen van de batterij:

!

+

Opmerking: Gebruik geen metalen voorwerpen om de batterij te verwijderen. De aansluitpunten van de batterij niet aanraken.

18.5 Reiniging

Kooksensor

Met een vochtige doek schoonmaken. Niet in de vaatwasser doen en niet nat maken.

Wanneer u de kooksensor niet gebruikt, deze van de pan verwijderen en op een schone veilige plek uit de buurt van warmtebronnen bewaren.

Siliconenpatch

Vóór het aanbrengen de kooksensor schoonmaken en afdrogen. Geschikt voor de afwasmachine.

Opmerking: Het kookgerei met de siliconenpatch niet gedurende langere tijd in het zeepsop laten liggen.

Kijkglas van de draadloze kooksensor

Houd het kijkglas schoon en droog. Belangrijk hierbij:

← pagina's 2–7verder op pagina 21 →Inhoud