Siemens FI24DP30, tekst van de handleiding
Pagina's 13–22 van 24 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 13
Aanwijzing:
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden kunnen de levensmiddelen opnieuw worden ingevroren.
IJsbereider inschakelen
Overtuig u ervan dat het ijsblokjesreservoir goed op zijn plaats zit en is vastgeklikt.
Maximale invriescapaciteit
De levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door worden ingevroren. Alleen zo blijven vitamines, voedingswaarde, kleur en smaak behouden.
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje.
De maximale invriescapaciteit wordt in het bovenste bereik van de diepvriesruimte bereikt.
Ijsbereider
De ijsbereider dient voor het maken van ijsblokjes.
Zodra het apparaat de ingestelde diepvriestemperatuur heeft bereikt, begint de ijsbereider met het maken van ijsblokjes.
Als het ijsblokjesreservoir vol is, dan wordt de ijsbereiding automatisch uitgeschakeld.
Om te voorkomen dat de ijsblokjes in het reservoir aan elkaar plakken, draait in het ijsblokjesreservoir in periodieke afstanden een metalen schroef (agitatiefunctie).
De ijsbereider kan ongeveer 1,3 kg ijsblokjes binnen 24 uur produceren.
Leg nooit flessen of levensmiddelen in het ijsblokjesreservoir om snel te laten koelen. De ijsbereider kan geblokkeerd en daardoor beschadigd worden.
Toets IJsbereider op het bedieningspaneel indrukken.
Op het display brandt het symbool
.
Belangrijke aanwijzing:
Als de ijsbereider voor de eerste keer of na een langere onderbreking gebruikt wordt: de ijsproductie van de eerste dag om hygiënische redenen niet gebruiken. IJsblokjes weggooien en het reservoir schoonmaken!
IJsbereider uitschakelen
Aanwijzing:
Watertoevoer naar het apparaat beslist een paar uur vóór het uitschakelen van de ijsbereider onderbreken.
Om de ijsbereider uit te schakelen:
Toets IJsbereider op het bedieningspaneel indrukken.
IJs- en waterdispenser
Deze kunnen naar wens eruit gehaald/ getapt worden:
–
–
–
#
%
gekoeld water
ijsblokjes
crushed ice
Waarschuwing!
- !
$ "
- !
Aanwijzingen:
- De ijs en waterdispenser functioneert alleen als het apparaat op de waterleiding is aangesloten.
- Serviesgoed zo dicht mogelijk onder de dispenseropening zetten om te voorkomen dat het water naar buiten spuit.
Attentie bij het in gebruik nemen van het nieuwe apparaat:
Na het aansluiten bevinden zich in de leidingen nog luchtbelletjes.
Het drinkwater net zolang aftappen en weggooien tot het water zonder luchtbelletjes getapt kan worden. De eerste 10–15 glazen water weggooien.
Kwaliteit van het drinkwater
Alle voor de drinkwaterdispenser gebruikte materialen zijn neutraal van geur en smaak.
Als het water een bijsmaak heeft, dan kan dat de volgende oorzaken hebben:
- het mineraal- en chloorgehalte van het drinkwater;
- het materiaal van de waterleiding in huis of van de toevoerleiding;
- Het drinkwater is niet fris (als er lange tijd geen water werd getapt, dan kan het water onfris smaken).
In dit geval ca. 15 glazen water tappen en leeggieten).
Het in het apparaat gemonteerde waterfilter filtert uitsluitend kleine partikeltjes uit het toegevoerde water, geen bacteriën of microben.
Pagina 14
Bedieningspaneel van de ijs- en waterdispenser
Keuzetoets voor water.
Keuzetoets voor ijsblokjes.
Keuzetoets voor crushed ijs.
Om de agitatiefunctie in en uit te schakelen.
Blokkeertoets voor het bedieningspaneel van de ijs- en waterbereider (kinderbeveiliging).
Om de permanente verlichting in en uit te schakelen.
De toetsen op het bedieningspaneel zijn verlicht.
Water tappen
Een geschikt glas of kan onder de dispenseropening zetten.
Keuzetoets voor water indrukken. Er komt geen water meer uit als de toets wordt losgelaten.
Tip:
Het water van de waterdispenser is op de juiste temperatuur om te drinken gekoeld. Wilt u kouder water, dan moet u vóór het tappen ijsblokjes in het glas doen.
14 IJs eruit halen
Attentie!
&' +
( )*
!
Een geschikt glas of kan onder de dispenseropening zetten.
Keuzetoets voor ijsblokjes indrukken.
Er komt geen water meer uit als de toets wordt losgelaten.
of
Keuzetoets voor crushed ijs indrukken.
Er komt geen water meer uit als de toets wordt losgelaten.
Aanwijzing:
Toetsen voor de ijsdispenser loslaten als de schaal voor ca. de helft is gevuld. Door ijs dat zich in de opening bevindt kan het bakje overlopen of de afgifte geblokkeerd worden.
Uitklapbaar plateau
Om grotere schalen onder de dispenseropening te zetten: het plateau uitklappen.
De wateropvangschaal eruit halen en schoonmaken
Overgelopen water verzamelt zich in de wateropvangschaal en moet regelmatig verwijderd worden.
Plateau uitklappen.
Zeef eruit halen en de wateropvangschaal eruit trekken.
Wateropvangschaal legen en weer erin zetten.
Zeef erin leggen en het plateau omhoog klappen.
Pagina 15
IJsblokjesreservoir eruit halen en schoonmaken
Als er langere tijd geen ijsblokjes uit de dispenser worden gehaald, dan krimpen de kant en klare ijsblokjes, smaken ze verschaald en plakken ze aan elkaar.
IJsblokjesreservoir aan de voorkant iets optillen en eruit halen.
Voorzichtig!
Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar!
Het reservoir legen en met lauw water schoonmaken.
Reservoir en transportschroef (agitatiefunctie) goed droogwrijven zodat de nieuwe ijsblokjes niet kunnen vastvriezen.
IJsblokjesreservoir op de steunen helemaal naar achteren schuiven tot het vastklikt.
Als het reservoir niet helemaal naar achteren kan worden geschoven: transportschroefas in het reservoir iets verdraaien.
De productie van ijsblokjes gaat verder.
IJs-en waterdispenser blokkeren
Om de ijs- en waterdispenser tegen onvoorziene bediening te beveiligen: kinderbeveiliging activeren.
Blokkeertoets op het bedieningspaneel van de ijs- en waterdispenser gedurende 3 seconden ingedrukt houden.
De toetsen bij de ijs- en waterdispenser kunnen niet bediend worden.
Om de toetsen weer te kunnen bedienen:
Blokkeertoets op het bedieningspaneel van de ijs- en waterdispenser gedurende 3 seconden ingedrukt houden.
Tips om energie te besparen
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen.
Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron (etc. verwarmingsradiator, fornuis). Maak eventueel gebruik van een isolatieplaat.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
- De diepvrieswaren om te ontdooien in de koelkast leggen. De koude van de diepvrieswaren benutten om levensmiddelen te koelen.
- Deur van het apparaat zo kort mogelijk openen.
Bedrijfsgeluiden
Normale bedrijfsgeluiden
Gebrom — de koelmachine loopt. De ventilator van het ventilatiesysteem werkt
Geborrel, gebruis of geklok — het koelmiddel stroomt door de leidingen. Geklik — de motor wordt in- of uitgeschakeld.
Geluiden die gemakkelijk verholpen kunnen worden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen.
Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Laden, manden of legroosters/- plateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Apparaat ontdooien
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Toets Aan/Uit indrukken.
Apparaat buiten werking stellen
Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt:
Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!
IJsblokjesreservoir leegmaken (zie „IJsbereider”, blz. 13).
Binnenkant van het apparaat schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”, blz.16).
Om geurtjes te voorkomen: deuren open laten staan.
Pagina 16
Apparaat schoonmaken
Toets Aan/Uit indrukken en het apparaat uitschakelen! Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!
Het apparaat met lauw water met een scheutje afwasmiddel schoonmaken. Het sop mag niet in het bedieningspaneel of de verlichting terechtkomen.
De deurafdichting alleen met schoon water afnemen en grondig droogwrijven.
Vuil aan de be- en ontluchtingsopeningen met een stofzuiger verwijderen.
Het oppervlak van het apparaat met een vochtig doekje schoonmaken.
Vervolgens droogwrijven.
Na het schoonmaken:
Stekker in het stopcontact steken resp. zekering inschakelen of vastdraaien. Toets Aan/Uit indrukken en het apparaat inschakelen!
Attentie
- Het apparaat in geen geval reinigen met een stoomreiniger!
- Het sop mag niet in het bedieningspaneel of de verlichting terechtkomen.
- Geen schoonmaakmiddelen gebruiken die zand of zuren resp. oplosmiddelen bevatten.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen.
Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
Toets Aan/Uit indrukken en het apparaat uitschakelen!
Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”, blz. 16.
Alle in het apparaat aanwezige verpakkingseenheden schoonmaken.
Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
Toets Aan/Uit indrukken en het apparaat inschakelen!
Levensmiddelen inruimen.
Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan.
Het geurfilter vervangen.
Alarmmeldingen via het display
Als er tegelijkertijd meerdere alarmmeldingen verschijnen: elke alarmmelding controleren.
Zolang er een alarmmelding wordt aangegeven, kunnen er geen toetsen worden ingedrukt.6.
Deuralarm
Oorzaak
Een van de deuren van het apparaat is niet goed dicht of stond te lang open.
Oplossing
indrukken.
Toets Alarm
Deur sluiten.
De indicatie gaat uit.
Sensor defect
Oorzaak
Er is misschien sprake van een technisch defect aan het apparaat.
Oplossing
Zelftest van het apparaat uitvoeren.
Onderspanning
Oorzaak
De aanwezige netspanning blijft onder de toelaatbare grenswaarde.
Oplossing
De toetsen kunnen niet bediend worden. Als de netspanning weer de voorgeschreven waarde bereikt, dan verdwijnt de alarmmelding van het display. Als een alarmmelding langer duurt het elektriciteitsbedrijf in uw gemeente waarschuwen.
Pagina 17
Zelftest van het apparaat
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept, eerst de zelftest van het apparaat uitvoeren.
Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
Deur gedurende deze tijd dicht laten.
Apparaat inschakelen.
Setup-toets en de toets Alarm tegelijkertijd gedurende 5 seconden indrukken.
Het zelftestprogramma start.
Achter elkaar verschijnen verschillende meldingen op het display.
Als tijdens de zelftest een storing werd geconstateerd, dan verschijnt op het display het symbool en een foutmelding (bijv. = sensorstoring) wordt aangegeven.
Geef deze foutmelding aan de Servicedienst door.
Als tijdens de zelftest geen storing wordt geconstateerd, verschijnt na afloop van de test weer de tevoren ingestelde temperatuur op het display.
Waterfilter
Gevaar voor ernstige ziekte en dood!
,
$
Een filterpatroon voor het partikelfilter kan bij de Servicedienst of bij een vakhandelaar besteld worden.
Dit filter minimaal om de 6 maanden vervangen.7.
Belangrijke aanwijzingen bij het waterfilter
Het watersysteem staat na gebruik onder lichte druk. Wees voorzichtig als u het filter eraf haalt!
Als het apparaat langere tijd niet gebruikt werd of als het water onaangenaam smaakt of ruikt: watersysteem doorspoelen.
Hiertoe een aantal minuten water uit de waterdispenser tappen. Als de onaangename smaak of geur blijft bestaan: filter vervangen.
Vervangen van de filterpatroon
Filterafdekking op de plint van het apparaat 90—180º tegen de wijzers van de klok in draaien en de filterpatroon eruit trekken.
Nieuwe filterpatroon uit de verpakking halen en het beschermingskapje verwijderen.
Filterafdekking van de gebruikte filterpatroon afhalen en op de nieuwe filterpatroon zetten.
Filterpatroon met filterafdekking in horizontale positie tot de aanslag in de opening in de plint van het apparaat schuiven.
Filterpatroon 90–180º met de wijzers van de klok mee draaien.
Een paar liter water uit de waterdispenser tappen. Hierdoor wordt de lucht uit het watersysteem verwijderd.
Water uit de gebruikte filterpatroon gieten. De filterpatroon kan met het huisvuil worden weggedaan.
Pagina 18
Specificatie- en vermogensgegevens voor de waterfilterpatroon van de diepvriesruimte
Technische details
| Doorstroomsnelheid (maximaal) | 0,78 GPM (2,9 l/min) |
|---|---|
| Nominale gebruiksduur (maximaal) | 750 gallons (2838 l) |
| Maximale bedrijfstemperatuur | 100 ºF (38 ºC) |
| Minimumdruk | 35 psl (241 kPa) |
| Minimale bedrijfstemperatuur | 33 ºF (1 ºC) |
| Maximale bedrijfsdruk | 120 psl (827 kPa) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Algemene voorwaarden bij het gebruik
Lees de vermogensgegevens door en vergelijk deze waarden met uw werkelijke eisen aan de waterbehandeling.
Dit product mag NIET gebruikt worden als het water microbiologisch schadelijk of van onbekende kwaliteit is, zonder adequate desinfectie voor of na aansluiting op het systeem. Een systeem dat gecertificeerd is voor de reductie van cysten mag gebruikt worden voor gedesinfecteerd water dat eventueel filtreerbare cysten bevat.
ALLEEN MET KOUD WATER GEBRUIKEN, DE PLAATSELIJKE REGELS EN VOORSCHRIFTEN IN ACHT NEMEN.
Pagina 19
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de klantenservice belt: Controleer of u de storing zelf kunt verhelpen met behulp van de onderstaande aanwijzingen. U moet de kosten voor advies van de monteur van de Servicedienst zelf betalen –, ook in de garantietijd!
Apparat
| Storing | Eventuele oorzaak: | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat koelt niet. De binnenverlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. | Controleren of er stroom is. Het apparaat moet ingeschakeld zijn. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. |
| De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur niet onnodig openen. | |
| Er werden grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeladen. | Supervriesfunctie activeren. | |
| De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Belemmerende deeltjes en vuil verwijderen. | |
| De temperatuur in de koelruimte is te koud. | De temperatuurkiezer is te koud ingesteld. | Stel een warmere temperatuur in (zie „Instellen van de temperatuur”, blz. 8) |
| De binnenverlichting functioneert niet. | Het lampje is kapot. | Lampje verwisselen (zie „Lampjes vervangen”, blz. 22). |
| De lichtschakelaar klemt. | Controleer of er beweging in zit. | |
| Er worden onaangename luchtjes geroken. | Sterk ruikende levensmiddelen werden niet luchtdicht verpakt. | Schoonmaken van het apparaat. Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken (zie blz. 16 „Luchtjes” ). |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
IJsbereider/ijs en waterdispenser
| Storing | Eventuele oorzaak: | Oplossing |
|---|---|---|
| Er kan geen water getapt worden, u kunt wel ijs eruit halen. | Defect aan het apparaat. | Onmiddellijk contact opnemen met de Servicedienst! |
| De ijsbereider/ijs en waterdispenser werken niet. | De ijsbereider is niet op de stroomvoorziening aangesloten. | Inschakelen van de Servicedienst. |
| De kinderbeveiliging is geactiveerd. | Kinderbeveiliging uitschakelen. | |
| De ijsbereider bevat geen vers water. | Overtuig u ervan dat de wateraansluiting op de juiste wijze is aangesloten. Als dit zo is, neem dan contact op met de Servicedienst. | |
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te hoog. | Controleer de temperatuur in de diepvriesruimte. Eventueel reduceren. | |
| Er komt geen water of ijs uit de dispenser. | De kinderbeveiliging is geactiveerd. | Blokkering deactiveren. |
| De watertank loopt vol. | Bij het eerste gebruik duurt het ca. 2 minuten tot de tank vol ia. | |
| Het apparaat of de ijsbereider werd pas kort geleden ingeschakeld. | Het duurt ca. 24 uur tot de ijsproductie begint. | |
| Er werd een grote hoeveelheid ijs uitgehaald. | Het duurt ca. 24 uur tot het ijsblokjesreservoir weer gevuld is. | |
| Waterfilter verstopt of verbruikt. | Waterfilter vervangen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
19
Pagina 20
| De ijsbereider produceert niet genoeg ijs of de ijsblokjes zijn vervormd. | Het apparaat of de ijsbereider werd pas kort geleden ingeschakeld. | Het duurt ca. 24 uur tot de ijsproductie begint. |
| Er werd een grote hoeveelheid ijs uitgehaald. | Het duurt ca. 24 uur tot het ijsblokjesreservoir weer gevuld is. | |
| Lage waterdruk. | De waterdruk moet tussen 1,72 bar en 8,25 bar bedragen zodat het apparaat goed functioneert. | |
| Waterfilter verstopt of verbruikt. | Waterfilter vervangen. | |
| De ijsbereider produceert geen ijs. | De ijsbereider is uitgeschakeld. | IJsbereider op het bedieningspaneel inschakelen. |
| Het apparaat wordt niet van water voorzien. | Neem contact op met de installateur of het waterleidingbedrijf. | |
| De watertoevoerslang is op verschillende plaatsen geknikt. | De kraan aan het afsluitventiel dichtdraaien. De geknikte plekken glad maken, eventueel de slang laten vervangen. | |
| Lage waterdruk. | De waterdruk moet tussen 1,72 bar en 8,25 bar bedragen zodat het apparaat goed functioneert. | |
| Temperatuur in de diepvriesruimte te hoog. | De temperatuur in de diepvriesruimte moet tussen –17 en –18 °C bedragen, eventueel opnieuw instellen. | |
| Het ijsblokjesreservoir is er niet goed ingezet. | De positie controleren, eventueel het reservoir opnieuw erin zetten. | |
| Verkeerd afsluitventiel gemonteerd. | Verkeerde ventielen kunnen een lage waterdruk veroorzaken en tot schade aan het apparaat leiden. | |
| Op de dispensereenheid vormt zich condensatiewater. | De ijsbereider is uitgeschakeld. De condensatiewaterverwarming is gedeactiveerd. | De condensatiewater-verwarming inschakelen: – IJsbereider inschakelen. – Blokkeertoets en agitatietoets tegelijkertijd indrukken en gedurende 3 seconden ingedrukt houden. De watertoets en ijsblokjestoets knipperen twee keer. De ijsbereider is uitgeschakeld, de condensatiewater-verwarming functioneert verder. Condensatiewater-verwarming uitschakelen: – Blokkeertoets en agitatietoets tegelijkertijd indrukken en gedurende 3 seconden ingedrukt houden. De toetsen Water en IJsblokjes knipperen één keer. |
| Melding Filter verwisselen op het display. | Waterfilterpatroon moet vervangen worden. | Filterpatroon vervangen. Als er geen nieuw filter beschikbaar is: de omleidingsklep erin zetten. |
| Na vervanging van het filter werd de indicatie Filter vervangen niet teruggezet. | Indicatie Filter vervangen terugzetten. | |
| De verlichting op de dispensereenheid functioneert niet. | Het lampje is kapot. | Lampje verwisselen (zie „Lampjes vervangen”, blz. 22). |
| De functie permanente verlichting is gedeactiveerd. | Lichttoets indrukken om het permanente licht weer in te schakelen. | |
| In de toevoerslang naar de ijsbereider vormt zich ijs. | Lage waterdruk. | De waterdruk moet tussen 1,72 bar en 8,25 bar bedragen zodat het apparaat goed functioneert. |
| Afsluitventiel niet goed geopend. | Afsluitventiel helemaal openen. | |
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te hoog. | De temperatuur in de diepvriesruimte moet tussen –17 en –18 °C bedragen, eventueel opnieuw instellen. |
Pagina 21
| Er loopt water uit het apparaat. | Ondichtheid van de watertoevoerslang. | Slang alleen door een originele slang van de fabrikant laten vervangen. |
| Verkeerd afsluitventiel gemonteerd. | Verkeerde ventielen kunnen een lage waterdruk veroorzaken en tot schade aan het apparaat leiden. | |
| De toevoer van water is minder dan normaal. | Lage waterdruk. | De waterdruk moet tussen 1,72 bar en 8,25 bar bedragen zodat het apparaat goed functioneert. |
| Afsluitventiel niet goed geopend. | Afsluitventiel helemaal openen en op ondichtheden controleren. Minimale doorstroom controleren. | |
| Verkeerd afsluitventiel gemonteerd. | Verkeerde ventielen kunnen een lage waterdruk veroorzaken en tot schade aan het apparaat leiden. | |
| De watertoevoerslang is op verschillende plaatsen geknikt. | De kraan aan het afsluitventiel dichtdraaien. De geknikte plekken glad maken, eventueel de slang laten vervangen. | |
| Waterfilter verstopt of verbruikt. | Waterfilter vervangen. | |
| Het water uit de dispenser is niet koud. | Het apparaat is net geplaatst. | Het water in de tank heeft ca. 12 uur nodig om af te koelen. |
| Het water in de tank is op. | ||
| Het water stond langere tijd in de leidingen buiten de tank en heeft zich aangepast aan de omgevingstemperatuur. | Het eerste glas water weggooien. | |
| Het water lijkt troebel. | Lucht of luchtbellen in het water. | Dit is normaal als de dispenser voor de eerste keer in gebruik wordt genomen. Kort hierna verdwijnen de luchtbelletjes. |
| Er zweven kleine deeltjes in het water of in de ijsblokjes. | Uit het eerste water dat door het filter stroomt, kan koolstof komen. | Deze deeltjes zijn niet schadelijk! Na korte tijd zijn ze verdwenen. |
| Als water bevroren en weer ontdooid wordt, dan vormen zich door mineraalsedimenten kleine deeltjes. | Deze deeltjes zijn niet schadelijk! Ze zijn normaal in de waterleiding. |
Pagina 22
Lampjes vervangen
Waarschuwing
-
" Kans op een elektrische
schok!
Voorzichtig
Halogeenlampjes in de diepvriesruimte
Type halogeenlampje: 12 V/20 W/fitting G4
Afdekking losmaken en eraf halen.
Het defecte halogeenlampje eruit trekken.
Nieuw halogeenlampje erin zetten. Het halogeenlampje bij het inzetten altijd met een zacht doekje vasthouden.
Afdekking weer erin zetten en aandrukken tot deze vastklikt.
Halogeenlampjes bij de ijs- en waterdispenser
Type halogeenlampje: 12 V/5 W/fitting G4
Het defecte halogeenlampje eruit trekken.
Nieuw halogeenlampje erin zetten. Het halogeenlampje bij het inzetten altijd met een zacht doekje vasthouden.
Servicedienst
Controleer of u de storing aan de hand van de aanwijzingen in hoofdstuk „Kleine storingen zelf verhelpen” kunt verhelpen. Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met serviceadressen.
Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer en het FD-nummer van het apparaat op.
Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.