naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens GI18DA20, tekst van de handleiding

Vriezer · Siemens · 17 pagina's in het Nederlands · pdf: 93 pagina's, 2,1 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 83

Pagina 83

Vanaf de titel; het begin van pagina 83 staat in de pdf.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

StoringEventuele oorzaakOplossing
Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.
De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.
De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
Er is een alarmsignaal te horen; de indicatie „Alarm” brandt. Afb. /5 In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren!Om het alarmsignaal en het knipperen van indicatie uit te schakelen de alarmtoets 4 indrukken.
De deur is geopend.Deur sluiten.
De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.
Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 83)

Pagina 84

nl

Servicedienst

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

Pagina's 1–3: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 4

nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. 69

Aanwijzingen over de afvoer .............. 72

Omvang van de levering .................... 73

Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte ......................... 73

De juiste plaats ..................................... 74

Apparaat aansluiten ............................ 74

Kennismaking met het apparaat ....... 75

Inschakelen van het apparaat ........... 75

Instellen van de temperatuur ............. 76

Alarm function ...................................... 76

Netto-inhoud .......................................... 77

De diepvriesruimte ............................... 77

Maximale invriescapaciteit ................. 77

Invriezen en opslaan ........................... 77

Verse levensmiddelen invriezen ....... 78

Supervriezen ......................................... 79

Ontdooien van diepvrieswaren ......... 79

Uitvoering .............................................. 79

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ................... 80

Ontdooien .............................................. 81

Schoonmaken van het apparaat ...... 81

Energie besparen ................................ 82

Bedrijfsgeluiden ................................... 82

Kleine storingen zelf verhelpen ......... 83

Servicedienst ........................................ 84

Pagina's 5–68: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 69

nlInhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.

nl

Bij beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld.

In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Pagina 70

nl

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.

Bij het gebruik

Explosiegevaar!

Gevaar van elektrische schok!

U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.

Explosiegevaar!

Pagina 71

Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.

Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.

Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.

Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.

Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.

Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.

nl

Kans op vrieswonden!

Kans op vrieswonden!

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

Pagina 72

nl

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Pagina 73

m Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

nl

Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. .

KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 73)

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Pagina 74

nl

Beluchting

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Nisdiepte

Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 550 mm – wordt het energieverbruik iets hoger.

De juiste plaats

Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Pagina 75

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb.

1-5Bedieningselementen
6Vriesrooster
7Diepvrieslade

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 75)

Bedieningselementen

Afb.

1 Temperatuurregelaar

Dient voor het instellen van de temperatuur van de diepvriesruimte.

Toets Aan/Uit

Om het hele apparaat in en uit te schakelen.

2 nl

Om het supervriessysteem in en uit te schakelen.

Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld.

Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).

Brandt als het in de diepvriesruimte te warm is.

De indicatie gaat uit wanneer de diepvriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt.

Inschakelen van het apparaat

Afb.

De aan/uit-toets 2 indrukken, de toets brandt. Door de alarmtoets 4 in te drukken wordt het temperatuuralarm uitgeschakeld. De indicatie alarm 5 brandt tot in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Wij adviseren een gemiddelde instelling.

Pagina 76

nl

Aanwijzingen bij het gebruik

Ontdooien is pas nodig als zich op het hele oppervlak van het vriesrooster een laag rijp of ijs met een dikte van meer dan 5 mm heeft gevormd.

Instellen van de temperatuur

Afb.

Temperatuurregelaar 1 met behulp van een muntstuk instellen op een waarde. Hogere cijfers betekenen lagere temperaturen.

Alarm function

Temperatuuralarm

Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:

Aanwijzing

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Indicatie alarm

Afb.

De indicatie alarm 5 brandt,als het in de diepvriesruimte te warm is. De diepvrieswaren lopen gevaar.

Alarm uitschakelen

Afb.

De alarm-toets 4 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Pagina 77

nl

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

Vriesvermogen volledig benutten

Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.

Onderdelen eruit halen

Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb.

De diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

Attentie bij het inruimen

Aanwijzing

De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in een andere diepvrieslade leggen.

Pagina 78

nl

Diepvrieswaren opslaan

De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Pagina 79

nl

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.

Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

In- en uitschakelen

Afb.

Toets „super” 3 indrukken.

Is super vriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.

Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

m Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Uitvoering

(niet bij alle modellen)

Diepvrieskalender

Afb.

Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.

Pagina 80

nl

IJsbakje

Afb.

Koude-accu

Afb. /A

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.

De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

Bessenlade

Afb. /B

De bessenlade is geschikt voor het bewaren van koelelementen en voor het invriezen van bessen, fruit, kruiden en groente. Daartoe de koelelementen verwijderen, de diepvrieswaren gelijkmatig over de bessenlade verdelen en ca. 10 tot 12 uur laten invriezen. Daarna omvullen in vrieszakken of bakjes. Om ze te ontdooien, de diepvrieswaren los naast elkaar uitspreiden.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Uitschakelen van het apparaat

Afb.

Toets Aan/Uit 2 indrukken.

Koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

uitschakelen.

Pagina 81

nl

Ontdooien

Aanwijzing

Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.

U gaat als volgt te werk:

Schoonmaken van het apparaat

m Attentie

U gaat als volgt te werk:

Pagina 82

nl

Energie besparen

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.

Hoe korter de deur van het apparaat openstaat, des te minder is de ijsvorming op de vriesroosters.

Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Bedrijfsgeluiden

Heel normale geluiden

Brommen

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Klikgeluiden

Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

De inbouwnis met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes van de nis of leg er iets onder.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen

Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Flessen of serviesgoed raken elkaar

De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

Pagina 83: zie Storingen hierboven.

Pagina 84: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Siemens vriezer