naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens GS24VEW30, tekst van de handleiding

Pagina's 76–93 van 97 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleiding

Pagina's 1–75: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 76

nl

nlInhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.

Bij beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld.

In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Pagina 77

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.

Bij het gebruik

Explosiegevaar!

Gevaar van elektrische schok!

U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.

nl

Explosiegevaar!

Pagina 78

nl

Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.

Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.

Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.

Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.

Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.

Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.

Kans op vrieswonden!

Kans op vrieswonden!

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

Pagina 79

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

nl

Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Pagina 80

nl

m Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

De juiste plaats

Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:

De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.

Afstand tot de wand

Afb.

Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven.

Deuraanslag wisselen

(indien nodig)

Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te laten verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kunt u opvragen bij de Servicedienst in uw regio.

Pagina 81

m Waarschuwing

Tijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond, om te voorkomen dat de achterkant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op zijn rug leggen.

Aanwijzing

Wanneer het apparaat op de rug wordt gelegd, mag de wandafstandhouder niet gemonteerd zijn.

Let op de omgevingstemperat uur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. .

KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 81)

nl

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting

Afb.

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Pagina 82

nl

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

m Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb.

* Niet bij alle modellen.

1-4Bedieningselementen
5Klep van het vriesvak
6Diepvrieslade (klein)
7Vriesrooster
8Diepvrieslade (groot)
9Dooiwaterafvoergootje
10Schroefvoetjes
11Koude-accu *
12Diepvrieskalender
13Deurontluchting

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 82)

Pagina 83

Bedieningselementen

Afb.

Om het hele apparaat in en uit te schakelen.

Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan.

Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.

Apparaat inschakelen

Afb.

Het apparaat met de toets Aan/Uit inschakelen 1.

Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie 2 knippert.

Druk op de temperatuurinsteltoets 4. Het alarmsignaal gaat uit.

Zodra de vriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 2 branden.

Wij adviseren een instelling van -18 °C voor de diepvriesruimte.

nl

Aanwijzingen bij het gebruik

Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.

Instellen van de temperatuur

Afb.

Diepvriesruimte

De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.

Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 2.

Pagina 84

nl

Alarmfuncties

Afb.

Deuralarm

Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.

Temperatuuralarm

Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.

De temperatuurindicatie, afb. /2, knippert.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:

Aanwijzing

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Alarm uitschakelen

Afb.

Temperatuurinsteltoets 4 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

Diepvriesinhoud volledig benutten

Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren onder te brengen, kunnen verschillende onderdelen eruit gehaald worden. De levensmiddelen kunnen direct op de vriesroosters gestapeld worden.

Aanwijzing

Om de op het typeplaatje aangegeven waarden te kunnen aanhouden, moeten steeds het bovenste en onderste onderdeel in het apparaat blijven.

Onderdelen eruit halen

Afb.

Pagina 85

nl

De diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.

Voorwaarden voor max. invriesvermogen

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

Attentie bij het inruimen

Aanwijzing

De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.

Pagina 86

nl

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Pagina 87

nl

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

Aanwijzing

Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

In- en uitschakelen

Afb.

De temperatuurinsteltoets 4 meermaals indrukken, tot de indicatie super 3 brandt.

Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

m Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Uitvoering

(niet bij alle modellen)

Diepvrieslade (groot)

Afb. /8

Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.

Pagina 88

nl

Diepvrieskalender

Afb. /A

Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.

Koude-accu

Afb. /B

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.

Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.

De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

IJsbakje

Afb.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Apparaat uitschakelen

Afb.

Toets Aan/Uit 1 indrukken.

De temperatuurindicatie 2 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

uitschakelen.

Ontdooien

Aanwijzing

Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.

Pagina 89

U gaat als volgt te werk:

uitschakelen.

nl

Schoonmaken van het apparaat

m Attentie

Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.

Ze kunnen vervormen!

Aanwijzing

Ca. 4 uur voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.

Pagina 90

nl

U gaat als volgt te werk:

Energie besparen

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden.

Pagina 91

nl

Bedrijfsgeluiden

Heel normale geluiden

Brommen

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Klikgeluiden

Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.

Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat

Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen

Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.

Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

Storing Eventuele oorzaakOplossing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 91)

Pagina 92

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie knippert. Afb. /2Storing - in de diepvriesruimte is het te warm!
Gevaar voor de diepvrieswaren.
De deur is geopend.
Druk op de temperatuurinsteltoets, afb. /4, om het alarmsignaal uit te schakelen.
Deur sluiten.
De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.
Er zijn teveel levensmiddelen tegelijk in het diepvriesvak gelegd.Max. invriescapaciteit niet overschrijden.
Nadat de storing is verholpen, stopt de temperatuurindicatie met knipperen.
Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.Temperatuur-insteltoets afb. /4 gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.
Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 92)

Pagina 93

nl

Zelftest apparaat

Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.

Zelftest starten

Het zelftestprogramma start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.

Wanneer het apparaat na korte tijd de voor de zelftest ingestelde temperatuur aangeeft, is het in orde.

Als de indicatie super gedurende 10 seconden knippert, is er sprake van een fout.

Neem contact op met de klantenservice.

Zelftest apparaat beëindigen

Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

Servicedienst

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.

Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

← begin van de handleidingInhoud