Siemens GS36NAWEP, tekst van de handleiding
Pagina's 100–112 van 116 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 100
nl Alarm
Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk. Hierdoor bevriezen levensmiddelen snel tot in de kern.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
→ "Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 101
Aanwijzing Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen
indrukken.
▶
brandt.
Aanwijzing Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Handmatig Supervriezen uitschakelen
- indrukken.
- De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
Alarm
Uw apparaat beschikt over alarmfuncties.
Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd openstaat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Waarschuwingssignaal (deuralarm) uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op drukken.
- Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
VOORZICHTIG
Gezondheidsrisico!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het temperatuuralarm in volgende gevallen inschakelen:
- Het apparaat wordt in gebruik genomen.
- Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.
- De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Pagina 101
Vriesvak nl
Stroomuitvalalarm
Als het in het vriesvak na een stroomuitval te warm is, schakelt het stroomuitvalalarm in.
brandt en op de temperatuurindicatie verschijnt .
Waarschuwingssignaal (temperatuuralarm) uitschakelen
- indrukken.
- Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
- De temperatuurindicatie geeft kort de warmste temperatuur weer die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie opnieuw de ingestelde temperatuur.
- Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen. brandt als de ingestelde temperatuur opnieuw is bereikt.
Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16 °C tot −26 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven. De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van verschillende factoren:
- Ingestelde temperatuur
- Levensmiddel (grootte en soort)
- Bewaarde hoeveelheid
- Reeds bewaarde hoeveelheid levensmiddelen
Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Afb. 1 /
5 Voorwaarden voor invriesvermogen
- 1. Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.
→ "Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 100
- 2. Eerst het bovenste vak vullen met levensmiddelen. Daar bevriezen de levensmiddelen het snelst.
- 3. Wanneer het bovenste vak niet groot genoeg is, de resterende hoeveelheid in het vak eronder inruimen.
Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak onderbrengt.
- 1. "Alle uitrustingsdelen verwijderen." → Pagina 105
- 2. Levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
Tips voor het inkopen van diepvrieskost
Neem de tips in acht als u diepvrieskost inkoopt.
- Op onbeschadigde verpakking letten.
- Op de houdbaarheidsdatum letten.
- De temperatuur in de supermarktvriezer moet –18 °C of kouder zijn.
101
Pagina 102
nl Vriesvak
- De diepvriesketen niet onderbreken. Diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Neem de tips in acht als u levensmiddelen in het vriesvak inruimt.
- Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de bovenste diepvrieslade leggen.
- De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leggen.
- In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen.
Indien nodig diepgevroren levensmiddelen in het vriesvak veranderen van positie.
- Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
Kleinere hoeveelheid levensmiddelen snel bevriezen
Neem de aanwijzingen in acht als u een kleinere hoeveelheid levensmiddelen snel wilt bevriezen.
- 1. De levensmiddelen in de achteraan op de grote driepvrieslade geplaatste driepvriesschaal of van rechts beginnend in de vlakke diepvrieslade leggen.
- 2. De levensmiddelen over een groot oppervlak verdelen.
Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Neem de tips in acht als u verse levensmiddelen invriest.
- Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
102
- Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
- Om voedingswaarde, aroma en kleur te behouden, moet u bepaalde levensmiddelen voorbereiden om in te vriezen.
- Groente: wassen, kleiner maken, blancheren.
- Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Meer aanwijzingen vindt u in de desbetreffende literatuur.
Over het invriezen van geschikte levensmiddelen
- Brood en banket
- Vis en zeevruchten
- Vlees
- Wild en gevogelte
- Groente, fruit en kruiden
- Eieren zonder schaal
- Melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark
- Bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes
Over het invriezen van ongeschikte levensmiddelen
- Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes
- Ongepelde of hardgekookte eieren
- Wijndruiven/druiven
- Hele appels, peren en perziken
- Yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise
Pagina 103
Vriesvak nl
Diepvrieswaren verpakken
Als u geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking kiest, kunt u de productkwaliteit in hoge mate behouden en vriesbrand vermijden.
- 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen.
Geschikte verpakking:
- Kunststoffolie van polyethyleen – Buisfolie van polyethyleen – Diepsvrieszakjes van polyethyleen
- Diepvriesdozen
Niet geschikt als verpakking:
- (in)pakpapier
- Perkamentpapier
- Cellofaan
- Aluminiumfolie
- Vuilniszakken en gebruikte plastic zakken
- 2. De lucht eruit drukken.
- 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
Geschikte afsluitingen:
- Rubberringen
- Kunststofclips
- Koudebestendig plakband
- 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C
Neem de bewaartijden in acht als u levensmiddelen invriest.
| Levensmiddel | Bewaartijd |
|---|---|
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maanden |
| Groente, fruit | Tot 12 maanden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)
Diepvrieskalender
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18 °C.
Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
Om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden, de ontdooimethode aan levensmiddel en gebruiksdoel aanpassen.
VOORZICHTIG
Gezondheidsrisico!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
| Ontdooimethode | Levensmiddel |
|---|---|
| Koelvak | Dierlijke levensmiddelen, zoals vis, vlees, kaas, kwark |
| Omgevingstemperatuur | Brood |
| Magnetron | Levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding |
| Oven of fornuis | Levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding |
Pagina 104
nl Ontdooien
Ontdooien
Houdt u de informatie aan, wanneer u uw apparaat wilt ontdooien.
Ontdooien in het vriesvak
Door het volledig automatische “NoFrost”-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
Apparaat voorbereiden voor reiniging
Informatie over de wijze waarop u uw apparaat voorbereid voor reiniging
- 1. "Het apparaat uitschakelen."
→ Pagina 99
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Haal alle levensmiddelen uit het apparaat en bewaar deze op een koele plek.
Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. "Neem alle uitrustingsdelen uit het apparaat." → Pagina 105
Apparaat schoonmaken
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat het niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte schoonmaakmiddelen beschadigd raakt.
WAARSCHUWING
Gevaar voor een elektrische schok!
- Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
- Vloeistof in de verlichting kan gevaarlijk zijn.
- Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
LET OP!
- Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. "Apparaat voorbereiden voor reiniging." → Pagina 104
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen en de deurafdichting met een vaatdoek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. Plaats de uitrustingsdelen in het apparaat.
Pagina 105
Reiniging en onderhoud nl
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
- 6. "Het apparaat inschakelen." → Pagina 99
- 7. Doe de levensmiddelen in het apparaat.
Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Vriesvaklegplateau verwijderen
- Het vriesvaklegplateau uittrekken en verwijderen.
→ Afb. 7
Diepvrieslade verwijderen
- 1. De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- 2. De diepvrieslade vooraan optillen en eruit halen .
→ Afb. 8
Verwijder ijsblokjesbereider
- 1. De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- 2. De klem aan de linkerkant van de lade door samendrukken losmaken en de ijsblokjesbereider verwijderen .
→ Afb. 9
Pagina 106
nl Storingen verhelpen
Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Gevaar voor een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Functiestoringen
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet. Er brandt geen enkele indicatie. | De stekker zit niet goed in het stopcontact. | ▶ Controleer of de netstekker van de stroomkabel volledig in het stopcontact is gestoken. |
| De zekering is geactiveerd. | ▶ Controleer de zekeringen. | |
| De stroom is uitgevallen. | 1. Controleer of er stroom is. 2. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen. | |
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | ▶ "Voer de apparaatzelftest uit." → Pagina 110 • Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functioneert niet. Kapje van de lamp niet verwijderen. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 111 |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Apparaatdeur werd vaak geopend. | ▶ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| De ventilatieopeningen zijn afgedekt. | ▶ Verwijder blokkades voor de ventilatie-openingen |
Pagina 107
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
|---|---|---|
| Automatisch Supervriezen schakelt niet in. | Geen fout. Apparaat beslist zelfstandig of het automatisch Supervriezen nodig is en schakelt het automatisch in of uit. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 107)
Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
|---|---|---|
| of verschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. | ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 111 |
| Temperatuurindicatie knippert, waarschuwingssignaal weerklinkt en brandt. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | ▶ Druk op . • Schakel het alarm uit. |
| Deur van het apparaat is open. | ▶ Sluit de deur van het apparaat. | |
| De ventilatieopeningen zijn afgedekt. | ▶ Verwijder blokkades voor de ventilatie-openingen | |
| Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. | ▶ Overschrijd het vriesvermogen niet. → "Invriescapaciteit", Pagina 101 | |
| brandt en verschijnt op de temperatuurindicatie. | Stroom was uitgevallen. | ▶ Druk op . |
Pagina 108
nl Storingen verhelpen
Temperatuurprobleem
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
|---|---|---|
| Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer. | De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem. | Voorwaarde: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard. 1. "Schakel het apparaat uit." → Pagina 99 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Breng het apparaat weg van de muur. 4. Laat de deur van het apparaat open. • Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvangschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. → Afb. 10 5. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opzuigen. De verdamper is ontdooid als er geen dooiwater meer in de dooiwateropvangschaal loopt. 6. "Reinig de binnenruimte van het apparaat." → Pagina 104 7. "Schakel het apparaat weer in." → Pagina 99 |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | 1. "Schakel het apparaat uit." → Pagina 99 2. "Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in." → Pagina 99 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag op- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 108)
nieuw.
Pagina 109
Storingen verhelpen nl
Geluiden
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
|---|---|---|
| Apparaat bromt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat borrelt, zoemt of gorgelt. | Geen storing. Er stroomt koudemiddel door de buizen. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat klikt. | Geen storing. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat kraakt. | Geen fout. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Het apparaat staat niet waterpas. | ▶ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. |
| Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. | ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. | |
| Serviesgoed raakt elkaar. | ▶ Zet het serviesgoed verder uit elkaar. | |
| Supervriezen is ingeschakeld. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 109)
Geurtjes
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
|---|---|---|
| Het apparaat ruikt onaangenaam. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | 1. "Bereid het apparaat voor om te reinigen." → Pagina 104 2. "Reinig het apparaat." → Pagina 104 3. Reinig alle levensmiddelenverpakkingen. 4. Verpak sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht om geurvorming te voorkomen. 5. Controleer na 24 uur opnieuw of er luchtjes zijn ontstaan. |
Pagina 110
nl Opslaan en afvoeren
Apparaatzelftest uitvoeren
- 1. "Het apparaat uitschakelen." → Pagina 99
- 2. "Het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw inschakelen." → Pagina 99
- 3. Binnen 10 seconden na het inschakelen gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een akoestisch signaal weerklinkt.
- De apparaatzelftest start.
- Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
- Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen weerklinken en gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service.
Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. "Het apparaat uitschakelen." → Pagina 99
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. "Het apparaat ontdooien." → Pagina 104
- 4. "Het apparaat reinigen." → Pagina 104
- 5. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Gezondheidsrisico!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Risico van brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektri-
Pagina 111
sche en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Veel problemen kunt u via de informatie voor het verhelpen van storingen in deze gebruiksaanwijzing of op onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met onze servicedienst.
We vinden altijd een passende oplossing en proberen onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden. We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieksgarantie met originele reserveonderdelen door geschoolde servicetechnici wordt gerepareerd.
Om veiligheidsredenen mag alleen geschoold vakpersoneel reparaties aan het apparaat uitvoeren. De garantieclaim vervalt indien reparaties of ingrepen worden uitgevoerd door personen die daartoe niet door ons zijn gemachtigd, dan wel indien onze apparaten worden voorzien van vervangende onderdelen, aanvullende onderdelen of accessoires die geen originele onderdelen zijn en daardoor een defect wordt veroorzaakt.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar
Servicedienst nl
vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Aanwijzing Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Afb. 1 / 5
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
111
Pagina 112
nl Technische gegevens
Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Afb. 1 / 5
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// energylabel.bsh-group.com¹. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
112